Posted on

Een sociogenese van het begrip geopolitiek

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden. Eén van de sprekers op dit congres was de Nederlandse filosoof en uitgever (De Blauwe Tijger) Tom Zwitser.

Tom Zwitser ziet geopolitiek in essentie als een politiek van heimelijkheid en schetst de opkomst van de geopolitiek, samen met een cultuur en zedelijkheid van heimelijkheid, en het ontstaan van de natiestaat. De opkomst hiervan verloopt omgekeerd evenredig met de afname van publieke openbaarheid en burgerlijke vrijheden. Deze sociogenese is een eerherstel van grote denkers als Norbert Elias, Werner Sombart en Henri Pirenne.

Hieronder is zijn lezing terug te zien:

De boeken waarnaar verwezen wordt in de lezing zijn de proloog en het eerste deel van de ‘Oppervlaktes’-trilogie. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Uitgeverij De Blauwe Tijger:

https://www.facebook.com/geopolitiek.instituut/

Posted on

Over structuur en cultuur bij Buitenhof

Op 3 September 2017 hebt u getuige kunnen zijn van een van de meest interessante debatten in de recente geschiedenis. Het debat tussen Casper Thomas en Sid Lukkassen bij Buitenhof. Niet zozeer vanwege de inhoud, beide partijen debatteerden vanuit een geheel ander wereldbeeld en kwamen niet verder dan de eigen inhoud, maar vanwege het beeld wat er uit spreekt. Dat beeld is er namelijk een van structuur versus cultuur.

Structuur en Cultuur

Structuur is hier de gedachte; wat u ziet is wat u krijgt. Daarmee wordt bedoeld dat er slechts letterlijk gekeken wordt naar de realiteit. Verbanden bestaan daarmee dus ook alleen als deze direct aangetoond kunnen worden. Het moet bewijsbaar, controleerbaar zijn. Het is uiteindelijk gestoeld op de gedachte dat ideeën slechts een chemische of biologische samenstelling zijn in onze hersenen. Dat zij geen dingen op zichzelf zijn. Of Thomas hier zo over denkt is niet duidelijk, maar in algemene zin is dit de herkomst van kijken naar de realiteit als structuur.

De rol van de mens in deze structuur is louter mechanisch van aard. Het is de mens als ingewikkelde biologische machine, waar ‘we’ alleen nog niet genoeg data van hebben verzameld om precies te weten hoe deze machine werkt. Er zijn geen ideeën, alleen chemische samenstellingen in uw hoofd. Alles is gestructureerd en onderworpen aan de wetten van de natuurwetenschappen. Alles is daarmee aantoonbaar, al dan niet met data. Niet zichtbaar aan te tonen? Te weinig data? Dan klopt het niet wat u zegt.

Daar tegenover staat Cultuur. Dit is opgebouwd uit de werking van ideeën en handelingen die herleidbaar zijn tot ideeën. Het is beeldend. Hierin wordt in ultimo uitgegaan van de gedachte dat de mens misschien inderdaad reduceerbaar zou zijn tot biologische machine, maar zolang dit niet bewezen is, is het wetenschappelijk niet zuiver dat als waarheid te presenteren. Althans zo denken onder andere sir Roger Scruton, in The Soul of the World, en Ludwig von Mises, in Theory & History, erover.

Cultuur is beeldend, wordt gezien in de realiteit. Dat betekent Cultuur afhankelijk is van handelen in die realiteit. Zonder samenkomen in de Kerk geen mis. Zonder samenkomen geen politieke bijeenkomst. Zonder samenkomen geen familiefeest, geen paasvuur, sinterklaasfeest, leids ontzet, dwaze kinderen, of andere gebeurtenissen die een beeldende functie hebben. In dat beeldende wordt gepoogd de ideeën te tonen die in mensen leven. Die ideeën worden geuit in het handelen van mensen.

Het gelijk van beide heren

Wat het debat bij Buitenhof nu zo interessant maakte was het gelijk van beide heren. Thomas heeft gelijk. Er is niemand die schrijft, ‘ik ben een cultuurmarxist en dit is mijn plan’. Tegelijkertijd wordt ‘alles’ tegenwoordig maar geduid met cultuurmarxisme, tenminste vanuit ‘rechtse’ hoek. Dat doet inderdaad nogal sterk vermoeden dat we hier te maken hebben met de ultieme zondebok. Alles wat door ‘rechts’ of ‘conservatief’ Nederland verachtelijk gevonden zou kunnen worden is het gevolg van mannetjes die op de achtergrond aan de touwtjes trekken. Dat is zo absurd dat het terecht in de complotlade geschoven kan worden.

Lukkassen heeft gelijk omdat hij in beelden denkt. Hij ziet de structuren van ideeën voor zich. Hij ziet de geleidelijke invloed die manieren van denken hebben op de handelingen van mensen door de tijd heen. Voor hem zijn ideeën en hun invloed herleidbaar van de ene persoon naar de andere. Dat kan Lukkassen doen omdat ideeën daadwerkelijke dingen zijn, waarvan we (nog) niet weten wat zij precies zijn. Eenmaal bekend met de machinaties van ideeën wordt het mogelijk de patronen van die ideeën te herkennen. Er hoeft dus niemand aan touwtjes op de achtergrond te trekken, omdat ideeën hun eigen leven kunnen leiden in de hoofden van mensen.

Maak uw eigen keuze

Zo bezien kunnen Thomas en Lukkassen moeilijk of niet tot elkaar komen. Dat hoeft ook niet zozeer. Het is goed om beide heren te zien discussiëren. Het roept de vraag op wat u liever heeft, de begeestering van cultuur of de zekerheid van structuur?

Structuur biedt u zekerheid. Het biedt u de zekerheid van manieren van denken die alleen praktische zaken op kunnen lossen. Mensen tekort? Mensen importeren. Begrotingstekort? Geld drukken. Economische groei? Meer lenen. Immoreel gedrag? Regels maken.

Cultuur biedt u begeestering. Het biedt u een middel om zich te verbinden met ideeën die u verder kunnen brengen. Mensen tekort. Hoe loste men dat vroeger op? Begrotingstekort. Hoe verhelpen we dat? Economische groei. Is dat wel goed? Immoreel gedrag. Hoe ontstaat moraal?

Nadeel van structuurdenken

Het nadeel van structuurdenken is dat alles wat van buiten die structuur komt vreemd is. Anders had het in de structuur gezeten. Dat betekent dat er een keuze gemaakt moet worden bij nieuwe onderwerpen. Hetgeen van buiten komt wordt aangenomen en wordt dus in de structuur ingepast. Of wat van buiten komt wordt niet aangenomen en moet buiten de structuur gehouden worden.

Het kernbegrip ‘cultuurmarxisme’ is een begrip dat buiten de structuur gehouden moet worden. Het wordt geassocieerd met rechtse complotdenkers. Thomas parafraserend, je weet altijd aan bepaald woordgebruik dat er een complot vermoed wordt. Dat is ook hier terug te zien. Breivik noemt het, dus complot. Neo-nazis’ in Charlottesville noemen het, dus rechts.Dat die benadering zelf ‘bepaald woordgebruik’ laat zien, ontging Thomas wellicht. Net als zijn opmerking dat er in dat soort kringen altijd over ‘ze’ gesproken wordt. Even daarvoor sprak hij op precies dezelfde wijze over conservatieven/politiek-rechtse mensen.

Dat een eeuwige maatschappelijke omwenteling teneinde socialisme te bewerkstelligen al voor de Tweede Wereldoorlog werd gepropageerd is niet zo van belang, uiteraard. In Nederland bijvoorbeeld door de grote econoom (en socialist) Tinbergen. Geschiedenis hè, andere tijd, andere mores. Dat zijn nog slechts feiten waar ‘we’ nu niets meer mee kunnen. Het is tenslotte 2017.

De realiteit wijst de winnaar aan

Wat u hebt kunnen zien was het debatteren van twee werelden. Aan de ene kant structuur, aan de andere kant cultuur. Beiden zijn ze niet zozeer goed of fout. Beiden laten ze een levenshouding zien. Daarom was dit debat zo van belang. Het is goed om te zien dat mensen van een jongere generatie nog in beelden kunnen én willen denken. Dat ze vanuit die kracht oplossingen willen aandragen voor de problemen die zij om zich heen zien. Dat Lukkassen daarbij sterk wordt aangevallen door structuurdenkers is niet vreemd. Daar stijgt hij namelijk boven uit. De realiteit zal tonen wie er uiteindelijk gelijk krijgt.

De foto is gemaakt door: Byronv2

Posted on

Europa: regressie of renaissance?

De afgelopen tijd heb ik De Europese Spagaat met mij mee gedragen en gelezen. De Europese Spagaat is een recent uitgebracht boek over een van de heetste politieke vraagstukken van onze tijd. De Europese Spagaat is een bundel, samengesteld uit de pennen van zeventien verschillende schrijvers uit Nederland en België. Dit maakt het een literair werk wat rijk is in perspectieven. Immers, iedere schrijver voorziet andere problemen en biedt andere oplossingen. De keerzijde is dat het boek een haastige indruk kan geven; zeventien schrijvers moeten 300 pagina’s delen, waardoor de informatiedichtheid heel hoog is en de schrijvers soms over hun eigen verhaal lijken te struikelen.

In deze recensie zal ik mijn aandacht richten op het stuk van Sid Lukkassen. Het stuk van Lukkassen is het langste en meest monumentale stuk van het boek. Het is even fris als ernstig en biedt een vernieuwend politiek kompas voor de tijd die is en komen zal.

In aanloop naar dit stuk wil ik laten zien hoe een ogenschijnlijk rommelige bundel een zekere opbouw kent. De stukken van sommige schrijvers complementeren elkaar dan ook goed. Ik begin met het eerste stuk, van Ad Verbrugge. Verbrugge biedt de heldere, filosofische duikplank waarmee men het onderwerp en de problemen in het boek leert kennen. Vervolgens behandel ik een tweetal schrijvers: Patrick van Schie en Wim Couwenberg. Zij schrijven beiden over het begrip ‘soevereiniteit’ en geven daarmee een harde basis voor de kritieken op de EU. Hierna kom ik terecht bij het eerder genoemde stuk van Sid Lukkassen. De recensie eindigt met een algemene reflectie op De Europese Spagaat; waarbij ik ook de tijd neem voor de overige nodige kritieken en prijzenswaardigheden.

Twee zielen van Europa

Het stuk van Ad Verbrugge – conservatief filosoof en universitair hoofddocent aan de VU – is een bewerking van zijn lezing op de Dag van de Filosofie(2012). Hij leidt zijn stuk in met een vraagstelling over de oorsprong en rol van de ziel. Dit ziet Verbrugge als belangrijk, aangezien het een te weinig belichte vraag is in onze tijd. Verbrugge wijst het verband aan tussen ‘habitus’ en ‘habitat’ – gewoontes en woonplaats – en verklaart hoe dat de basis is voor een culturele ‘ziel’. Deze culturele ziel baseert zijn ethiek onvermijdelijk op een vergelijking tussen datgene wat hij kent en wat hij niet kent. Wat ‘goed’ wordt geacht is iets wat binnen het bekende wereldbeeld valt.

Dit alles is natuurlijk een belangrijk opstapje naar zijn verhaal over de EU. Verbrugge maakt een punt waarmee je Europa kan beschouwen als een continent waar twee collectieve zielen te onderscheiden zijn. Hij verteld over zijn zorgen om het Europese project; het is onmogelijk haalbaar als je geen rekenschap houdt met de culturele diversiteit van Europa. Volgens Verbrugge is de culturele diversiteit op het continent zo buitengewoon hoog dat de vorming van politieke eenheid bij voorbaat onmogelijk is. Dat de EU zich op economie focust maakt ook meer inbreuk op onze ziel dan wij denken. Economie gaat over de huishouding van de staat. Verbrugge waarschuwt dat dit huishouden te diep verbonden is met onze ziel als politiek dier – hoe je je huis inricht en zaken regelt is altijd heel eigen – en het daarom gevaarlijk is om het in de verkoop te zetten.

Verwarring

Reliekschrijn uit de domschat van Aken. buste van Karel de Grote die de kroon van het Heilige Roomse Rijk draagt en motieven van zowel de Duitse rijksadelaar als de Franse fleur-de-lis.

Vervolgens probeert Verbrugge een punt te maken waarbij het een en ander mij voorbij gaat. Verbrugge wijst aan dat er in de Europese geschiedenis altijd sprake was van convergentie en divergentie van de organisatie van gemeenschappen: zoals centralisatie van kerkelijke macht tegenover verzet vanuit het Heilige Roomse Rijk; of Habsburgse eenheid tegenover Nederlandse onafhankelijkheidsstrijders. Afzetten en verenigen zit heel diep in de geschiedenis van ons continent. Verbrugge concludeert dat de ziel van het convergeren en de ziel van het divergeren ‘De Twee Zielen van Europa’ zijn. Volgens Verbrugge lopen deze krachten dwars door en tussen alle volkeren en landen van Europa.

Hier sloeg bij mij een stop door, want in het begin van zijn stuk begreep ik dat de ‘ziel’ een afspiegeling is van de eigen ethiek en thuis en daarmee een specifieke cultuur kan zijn – van clubniveau tot volksniveau, bijvoorbeeld. De manier waarop het begrip ‘ziel’ wordt gebruikt komt wat arbitrair over in mijn optiek. Aangezien zijn idee van ‘ziel’, in de tweedeling convergentie en divergentie, eerder slaat op een strikt politieke wens van een volk om wel/niet ergens bij te horen. Dit is in mijn ogen eerder een kénmerk van de ziel dan de ziel an sich. Wellicht is mij een cruciaal punt ontgaan, maar voor nu levert dit statement voor mij meer verwarring op dan dat het zijn punt duidelijk maakt.

Negatieve identiteit

Hoe dan ook, Verbrugge gaat verder met het verklaren van de gemeenschappelijke ziel/identiteit van de EU. Hij zegt dat de identiteit die de EU biedt niet een positieve identiteit is, maar een negatieve. De EU zou verbinden door collectief het idee van nationale eenheid uit te dunnen. Hiermee  maakt hij de vergelijking met het communisme, een universele ideologie die door heel Europa herkenbaar was in wat zij afwees: kapitalisme, burgerij en nationalisme. Uit deze vijandbeelden dachten de communisten verbinding te vinden. Echter, volgens Verbrugge hadden de communisten per land zeer uiteenlopende ideeën over de invulling  van de ideologie – zo waren de Duitsers georganiseerder en de Fransen veel anarchistischer. De communisten hadden misschien het idee dat zij verbonden waren in een vorm van ideologische eenheid. Maar onder alle ideologische symboliek scholen meer verschillen dan zij zelf zouden willen geloven.

Met deze vergelijking maakt Verbrugge het complexe probleem over identiteit verrassend duidelijk. Volgens hem ontkomen negatieve identiteiten niet aan datgeen wat zij proberen te onderdrukken. Alleen al in de uiting van deze negatieve identiteit steekt de nationale ziel en ethos de kop op. Huis, haard en de gewoontes die we hieruit opdoen zijn diep ingesleten, collectieve karaktereigenschappen. Of je het nou doorhebt of niet.

Conclusie

In het laatste deel van zijn stuk gaat Verbrugge door op ‘de ontwortelende kracht van geld’ en de rol hiervan in het Europese project. Dit is een kracht waar wij al veel langer tegen vechten. In de tijd van de industrialisatie was dit al merkbaar. Volgens Verbrugge is ook de EU, als economische unie, gebaseerd op het idee dat zolang de burger er beter van wordt, deze vorm van grensoverschrijding gewenst is. Hiermee vergeet de EU, zoals Verbrugge al eerder zei, dat bij een gezonde economie ook een gezonde cultuur hoort; anders is de economische constructie het product van een kunstmatige wil.

Verbrugge biedt een ernstig, maar hoopvol beeld over het Europese ideaal. Hij ziet een EU als een haalbaar idee, mits de politieke wens onder de culturen daarnaar staan. Met de huidige poging tot het vormen van een EU is het vanaf het begin gedoemd geweest. Er is te veel culturele divergentie. Zolang de politieke elite deze culturele divergentie niet gaat erkennen, zullen zij ook nooit begrijpen waarom er zoveel weerstand is. De EU is een interessant en wellicht noodzakelijk project, maar in het huidige culturele klimaat is er geen plaats voor.

Soevereiniteit

Mijn volgende opstapje richting het stuk van Lukkassen brengt mij langs het begrip ‘soevereiniteit’. Twee stukjes achter elkaar, van Patrick van Schie – historicus die zich op allerlei manieren inzet voor het liberalisme – en Wim Couwenberg – rechtsgeleerde met een veelzijdige CV en een lange lijst publicaties op zijn naam – behandelen het begrip ‘soevereiniteit’. Waar Ad Verbrugge een cultuurfilosofische kritiek tegen de (huidige) EU maakt, bieden deze twee stukjes een kritiek op basis van een zoektocht naar soevereiniteit in het Europese spinnenweb van macht.

Patrick van Schie

Voor wie slecht bekend is met de rechtsfilosofie is het werk van Patrick van Schie een verademing om te lezen. Hij begint met de simpele vraag wat soevereiniteit is en wat het nog waard is in onze tijd. Aan de hand van de EU zoekt Van Schie uit waar soevereiniteit gevonden kan worden. Volgens Van Schie is de waarde van het begrip zijn relevantie kwijt geraakt. Men maakt zich minder zorgen over de vraag wie het laatste woord mag hebben: de natiestaat, of de EU? Het parlement, of de commissies? De vergaande gevolgen hiervan zijn voor de meeste mensen onzichtbaar en worden dus irrelevant. Dit is gevaarlijk, aangezien hierdoor de Europese elite ongemerkt bevoegdheden overhevelen van natiestaat naar de EU, zonder dat zij voldoende democratische verantwoording hoeven af te leggen.

Wim Couwenberg

Couwenberg gaat dieper op de problematiek in. Volgens Couwenberg zijn er weinig begrippen waar zoveel verwarring en controverse omheen zit als ‘soevereiniteit’. Vervolgens grijpt hij een aantal filosofen aan die proberen duidelijkheid te geven hierover. Dit bouwt hij uit tot een analyse over alle mogelijke staatkundige structuren waarin wij de EU zouden kunnen passen. De conclusie luidt dat de EU geen van alles en alles van niets is, waardoor je de EU onvermijdelijk met scepsis zou moeten benaderen.

Het is snel duidelijk dat Wim Couwenberg zeer belezen is en diepgaande kennis heeft van de theorieën en structuren die hij behandelt. Dit kan het voor de lezer soms moeilijk te volgen maken. Voor mij was dit in ieder geval wel zo. Ondanks dat dit stuk helder maakt hoe malafide de EU in elkaar steekt, kan ik niet zeggen dat ik het verhaal ten volste heb begrepen. Ik geloof dat iemand met gevorderde kennis over de rechtsfilosofie dit stuk heel waardevol zal vinden. Tegelijkertijd is het ook een zeer geschikt stuk om argumenten tégen de EU te sprokkelen.

Europa: regressie of renaissance?

Het stuk van Sid Lukkassen – historicus, filosoof en gemeenteraadslid in Duiven – is, zoals ik eerder in deze recensie zei, het meest monumentale onderdeel van De Europese Spagaat. Lukkassen wijdt de eerste pagina’s aan het uiteenzetten van alle problemen die, volgens hem, cruciaal zijn om over te denken. Hij begint met een van zijn favoriete geschiedfilosofen, Oswald Spengler, en diens theorie over een cyclische beschavingsgeschiedenis. Vanuit deze theorie zien wij een geschiedenis van culturen die opkomen, bloeien en afsterven. Culturen die zichzelf niet opnieuw weten te ijken sterven uit in een tijd van crisis.

De problemen van onze tijd
Met de dood van God, geloof en het nihilisme van de wetenschap moeten wij op zoek naar een duurzaam  idee om een groepsidentiteit uit te vormen. Dit brengt Lukkassen bij de vraag welke rol nationalisme hierin speelt. Nationalisme wordt als iets vies of engs gezien door de heersende kosmopolitische elite. De tweedeling in politiek valt terug te zien in de levenshouding van de aanhangers van de twee politieke ideeën. Lukkassen beschrijft het als volgt:

“Dit keert terug in het dagelijks leven: D66 oriënteert zich op de post-adolescentiecultuur, met waarden als risico en avontuur. De PVV kiezer komt moe uit het werk en wil rust aan het hoofd: huiselijkheid, betrouwbaarheid en zekerheid. De PVV’er brengt zijn kinderen naar de buren als hij boodschappen gaat doen – hij heeft sterke sociale banden nodig; hij moet zijn buren goed kunnen verstaan. Een D66’er kan zich een Thaise nanny veroorloven en vindt het multiculturalisme een fraai, pittoresk gegeven. Hun politieke voorkeur is een voortzetting van hun karakter, dus als je hun politieke standpunten bekritiseert ervaren ze dat alsof je hun persoonlijkheid bekritiseert.”

Deze tweedeling tussen kosmopolitisme en nationalisme, die veelvoudig terugkomt in het stuk van Lukkassen, is volgens hem de grootste ideologische splijtzwam van onze tijd. Hij citeert een uitspraak van Theresa May waarin zij het wereldburgerschap bekritiseert en schetst een beeld waarbij de kosmopolitische elite een veilig leven in een internationaal netwerk lijdt, terwijl zij alle binding met hun landgenoten kwijt zijn. Zij zetten volledig in op het verbeteren van de materiële situatie van hun land, maar missen het belang van cultuur en spiritualiteit voor de mensen. Dit is een ongezonde ontwikkeling. De ervaring van gemeenschap wordt eendimensionaal.

Staatsburgerschap en haar vijanden
Lukkassen pleit dan ook voor een herbronning van de morele inhoud van het staatsburgerschap. Wat betekend het om burger te zijn van een land? In ruil voor bescherming en rechten binnen de groep vervult het individu zijn plichten. Het alternatief is chaos. Wereldburgerschap bestaat niet zolang er geen wereldstaat is. Het is een leeg begrip. De waarde van het burgerschap is geen triviaal gebeuren en Lukkassen ziet goed dat dit te lang onderbelicht is gebleven.

Lukkassen neemt in zijn stuk de tijd om de ideologieën die de morele inhoud van het staatsburgerschap uithollen te doorgronden. Hij duikt de betekenis van ‘regressief links’ in, verkent het wereldbeeld van kosmopolitisch links en zoekt naar analogieën met het verleden. Hier mag één uitspraak van Lukkassen zeker niet vergeten worden: waar Lukkassen het spottend heeft over afwegingen van welke minderheid het zieliger zou hebben, noemt hij de ‘bedreigde diersoort wet’. Lukkassen weet dit soort gevatte uitspraken kunstig in zijn stuk te verwerken, zonder te veel serieusheid te verliezen. In een zwaar stuk zoals deze is luchtigheid een verademing.

De nieuwe zuil
Wat Lukkassen er uit laat springen, in deze bundel, is zijn slotbericht. Het hele stuk is een soort draaikolk van informatie, vragen en antwoorden, die uitkomen op een blauwdruk voor de toekomst. Op de laatste pagina’s zegt Lukkassen dat de vorming van een viertal zuilen voor Nederland en Vlaanderen onvermijdelijk zal zijn:

  • Kosmopolitisch/postmodern/progressief
  • Islam
  • Biblebelt/SGP/Christenunie
  • Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven

Als wij het staatsburgerschap weer (morele) inhoud willen geven moeten wij hierin meegaan. Het grote probleem is dat de vierde zuil nog niet voldoende vorm gekregen heeft. Willen de mensen die onder de vierde zuil vallen een kans hebben om hun mannetje te staan en hun belangen te verdedigen, dan moet er meer samenhang in komen. Vervolgens stelt hij een soort stappenplan voor waarmee de nieuwe zuil relevant wordt en macht kan uitoefenen.

Sid Lukkassen schrijft in feite een manifest voor het bloeiende rechts van onze tijd. Zijn stuk is ernstig. Soms té ernstig. Maarja, wat weet ik; misschien is het wel zo ernstig, of is er op zijn minst noodzaak voor gezonde ernst. Het is, hoe dan ook, een monumentaal stuk met zowel vernieuwende perspectieven als pogingen om met praktische oplossingen te komen. De actiebereidheid siert het stuk en dient als politieke motivatie in een tijd waar men naarstig op zoek is naar duurzame handvatten op rechts.

Overige hulde en kritiek
Uiteraard staat er nog veel meer in De Europese Spagaat dan wat ik hierboven belichtte. Ik heb enkel geprobeerd om een soort hink-stap-sprong te maken tussen de belangrijkste informatie en ideologische inspiratie uit de bundel. Dat neemt niet weg dat er nog veel meer noemenswaardige dingen in staan. Zowel in positieve als negatieve zin.

Over het algemeen biedt het boek zowel veel basiskennis als verdieping over alle onderwerpen die aan bod komen. We hebben het dan over het recht, militaire functionaliteit, filosofie, theologie, sociologie, politieke theorie enz. Dat gegeven alleen al maakt dit een noodzakelijk boek voor iedere Euroscepticus van deze tijd, ongeacht hoe slim je jezelf acht. Ik geloof dat iedereen wat aan dit boek heeft.

Wat het boek ook siert is de veelzijdigheid van opvattingen over de EU. Verassend veel van de auteurs lijken nog hoop te hebben in het Europese ideaal en zijn in hun verhaal naarstig opzoek naar manieren om het tóch een werkbaar concept te maken. Het verhaal van Luc Pauwels staat zelfs geheel in het teken hiervan. Ook de aandacht voor geloof en het behoud van moraal is in mijn ogen belangrijk. De frisse toon die het af en toe door het boek laat waaien maakt het hopelijk ook prettig leesbaar voor de mensen die niet per se eurosceptisch zijn, maar wel nieuwsgierig. Het laat zien dat de stem achter de kritiek op de EU er een is van rede en idealisme; niet van kortzichtigheid en verbitterdheid.

Kritiek
Helaas is De Europese Spagaat niet perfect. Ik wil in de eerste plaats op wat praktische zaken wijzen, zoals de vele schrijffouten die hier en daar opdoken. Met name in de stukken geschreven door Anton Kruft kan je er niet omheen. Het oogt veel te slordig voor een boek van inhoudelijk niveau.

Over het stuk ‘Bezonken gedachten over Europa en Islam’ van Wim van Rooy, wil ik ook nog kort mijn ongenoegen delen. Dit is het enige stuk waarbij ik halverwege besloot om het over te slaan en aan het volgende stuk te beginnen. De schrijfstijl van Van Rooy is gewoon niet vol te houden. Hij schrijft met zoveel dedain en rancune over zijn ‘vijanden’, dat het haast niet serieus meer te nemen is. Van Rooy zal vast zijn ernst met zoveel mogelijk mensen willen delen, maar op deze manier ga je niemand buiten de rechtse echokamer bereiken.

Ik wil geen pleidooi houden voor politieke correctheid. Verre van zelfs. Maar je moet ook voorkomen dat je een stuk schrijft waar mensen weerzin van krijgen en zich gaan inbeelden hoe driftig die auteur wel niet achter zijn typemachine moet hebben gezeten. Daarmee zorg je er ook voor dat de lezer niet eens meer met je inhoud bezig is. Erg jammer.

Conclusie over De Europese Spagaat
De Europese Spagaat is natuurlijk geen perfect werk. Er zitten schrijvers tussen die wat minder zijn en het is hier en daar wat sloridg. Tip voor de uitgever dus. Uiteindelijk wegen de pluspunten goed op tegen de minpunten. De meningen en (sub)onderwerpen in De Europese Spagaat zijn goed afgewogen en bij het lezen ga je vanzelf merken dat ze elkaar complementeren.

De Europese Spagaat is hét politieke kompas voor eurosceptisch rechts in Nederland. Of je nou aan het snuffelen bent naar andere vormen van EU-kritiek; op zoek bent naar ideologische sturing; of jezelf als voorstander van de (huidige) EU wilt uitdagen: deze bundel is de beste plek om te beginnen. Filosofen als Ad Verbrugge zoeken de culturele problemen die op de loer liggen en geven een inzicht in de ongekende verdeeldheid van het continent. Mensen met kennis over het recht, zoals Patrick van Schie en Wim Couwenberg, duiken in de complexiteit van de machtsstructuren rondom de EU. Zij dikken het arsenaal argumenten voor eurosceptici mooi aan. En voorspellende stukken als die van Sid Lukkassen bieden het nodige scenariodenken dat ons scherp moet houden.

N.a.v. Sid Lukkassen e.v.a., De Europese Spagaat. Het Europa der Vaderlanden òf een Hernieuwde Europese Unie (Aspekt, 2017) 300 pagina’s.

Posted on

Mannen maken geschiedenis

Het vlakke moderne type politicus loopt op zijn laatste benen. Opvallende karakters en uitstekende leiders timmeren aan de weg voor een nieuw tijdperk.

Met de vermeende totale overwinning van het liberalisme overal ter wereld werd het ‘einde van de geschiedenis’ (Francis Fukuyama) geprognosticeerd. Daaraan gepaard ging ook de neergang van de politieke persoonlijkheid in zijn klassieke vorm. In plaats van de charismatische leider, of de bedachtzame staatsman, of zelfs de strijdende filosoof, kwam de kleur- en karakterloze apparatsjik  van de westerse eenheids-‘democratie‘. Die lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. Het establishment heeft over het algemeen niets in het veld te brengen tegenover de overal de kop opstekende onbuigzame karakters. De geschiedenis is weer terug en ze wordt ‘gemaakt’ door sterke persoonlijkheden.

Klassieke geschiedenisopvattingen bewijzen zich

Het gevleugelde woord “Mannen maken de geschiedenis” stamt van de historicus Heinrich von Treitschke (1834-1896). In onze tijd werd het dikwijls door links bekritiseerd, vooral door marxistische beïnvloede historici. Naar verluidt werd daardoor zowel op de vrouwen als ook op de zogenaamde ‘normale mensen’ te weinig acht geslagen. Het louter opsommen van belangrijke veldslagen en grote mannen zou de geschiedenis vervlakken en geen echte antwoorden leveren of tot een dieper begrip van het gebeurde leiden. De vestiging van deze instelling aan de universiteiten ging vaak gepaard met het opbloeien van nieuwe takken c.q. methoden, zoals de ‘geschiedenis van het alledaagse leven’ of de ‘mondelinge overlevering’.

Het relativeren van het belang van grote persoonlijkheden is enerzijds een vereiste van het egalitarisme, aangezien het uitstekende en geniale de natuurlijk vijand van de ondergemiddelde ‘gelijkheid’ is, die vandaag de dag een ‘ideaal’ heet te zijn. Anderzijds volgt de afkeer van grootsheid uit het marxistische historisch materialisme, volgens welke het wereldgebeuren mechanisch naar zijn doel loopt.

Treitschke heeft de ware aard van de geschiedenis echter goed herkend:

Als de geschiedenis een exacte wetenschap was, zouden we in staat moeten zijn de toekomst van de staten te onthullen. Dat kunnen we echter niet, want overal stuit de geschiedkunde op het raadsel van de persoonlijkheid. Personen, mannen zijn het, die de geschiedenis maken.

Het volk heeft zijn tribunen nodig

De spreuk ‘vox populorum est vox dei’ staat er op de muur van de pronkzaal van het Minnesota State Capitol en drukt daarmee de Verlichtingsgeest van de oprichters van de Verenigde Staten van Amerika uit. Het volk heeft echter helemaal geen stem die men als ‘stem van god’ kan begrijpen. Veeleer moet de leiding het volk een stem geven. Het zijn de grote persoonlijkheden van de geschiedenis, die als spreekbuis en uitvoerder van een goddelijke wil gezien kunnen worden. Niet voor niets sprak men in de Oudheid over een bijzonder succesvolle man als een ‘lieveling van de goden’.  Uit de eenheid van volk en leiding, volgens Carl Schmitt de eigenlijke definitie van ‘democratie’, komt de ware macht van een natie voort. Voor Gustave Le Bon ligt in deze combinatie het grootste explosieve potentieel van een “menigte”, die uiteindelijk de grootste omslagen in het wereldgebeuren veroorzaakt en daarmee geschiedenis schrijft.

We leven in een ontaard gemeenschapswezen, waarin een van de algemeenheid volledig afgezonderde politieke klasse nog slechts in het belang van een kleine internationalistische camarilla handelt en daarbij alle vitale belangen van het volk niet slechts veronachtzaamd, maar zelfs bewust en bedoeld schaadt. Het gaat om een systeem van alleenheerschappij van een kaste van minderwaardigen en niet om een organisatievorm van het volksgeheel. Politieke krachten die er, ondanks alle beperkingen en de vermurwende werking van het systeem in slagen, blijvend succes te hebben, worden door de vertegenwoordigers van de achterhaalde politieke klasse zeer juist als ‘populisten’ aangeduid, oftewel als stem van het volk. Tegen deze ‘populisten’ is er intussen echter geen werkzaam middel weer, ze zullen dus verder opklimmen.

Rechts heeft de persoonlijkheden

Het ware rechts is het, dat reeds lang de werkelijke karakters in zijn gelederen heeft. Dat vindt alleen al daarin zijn reden, dat het publieke optreden in naam van deze ideeën ondertussen een zware levensweg met zich meebrengt, waartegen alleen mensen opgewassen zijn die sterk in hun schoenen staan. De rechtse activist kiest uit idealisme voor een onzeker leven van strijd, terwijl zijn tegenstanders er aan gewend zijn van alle kanten slechts instemming en ondersteuning te ontmoeten. Nu het tij zich lijkt te keren, ontbreekt het de overkant aan equivalente persoonlijkheden.

Rechtse bewegingen, hetzij partijen dan wel burgerinitiatieven, zijn in hoge mate van hun leiders afhankelijk. Veel koppen zouden bij uitval feitelijk onvervangbaar zijn. Maar het is evenwel ditzelfde gegeven dat voor een groot deel voor de recente succes verantwoordelijk is. De mensen kiezen nu eenmaal voor een bepaalde persoon, in wie ze hun vertrouwen stellen en waarmee ze zich identificeren kunnen. Het publiek heeft simpelweg genoeg van steeds dezelfde voorspelbare, vlakke dertien-in-een-dozijn-gezichten. De apparatsjiks van de oude partijen zijn volstrekt uitwisselbaar en zodoende van geen belang. Het beste voorbeeld voor de overwinning van de persoonlijkheid is zeker Donald Trump, die zelfs tegen de weerstand van de elites van zijn eigen partij en feitelijk van de gezamenlijke mediale publieke sfeer erin geslaagd is in het Witte Huis door te dringen.

Veel wijst er op dat Trump niet de laatste man van dit nieuwe tijdperk is die geschiedenis zal schrijven. Vrouwen, zoals bijvoorbeeld Marine Le Pen, zijn van dit fenomeen overigens niet uitgesloten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij de Blaue Narzisse.