Posted on

Oostenrijk roept ambassadeur Oekraïne op het matje om bedreiging journalist

De Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Karin Kneissl heeft de ambassadeur van Oekraïne op het matje geroepen vanwege de hindering, intimidatie en bedreiging met geweld van de gerenommeerde Oostenrijkse journalist Christian Wehrschütz. 

Sinds december vorig jaar wordt de ervaren correspondent van de Oostenrijkse publieke omroep ORF door de autoriteiten in Kiev gehinderd in de uitvoering van zijn werk. Daarnaast wordt hij regelmatig bedreigd, wat gezien het feit dat er de laatste jaren al journalisten vermoord zijn in Oekraïne zeker serieus te nemen is. Wehrschütz is daarbij zelfs door Oekraïense overheidsfunctionarissen bedreigd.

Ambtelijke haarkloverij

De gerenommeerde journalist leidt sinds 2015 het bureau van de ORF in Kiev en was daarvoor jarenlang correspondent op de Balkan. “Sinds maanden hebben we op grote schaal met ambtelijke haarkloverij te kampen”, zo klaagt Wehrschütz. Zo werd hem de accreditatie voor reizen naar Donetsk en de Krim ontzegd.

“Agent van het Kremlin”

Een woordvoerder van de Oekraïense geheime dienst SBU noemde Wehrschütz tegenover het Oostenrijkse persbureau APA een “pro-Russische propagandist”. Een Oekraïense website brandmerkte hem zelfs als “agent van het Kremlin”. Zijn misdaad: Hij had verslag gedaan over de toenemende hindering van journalisten in Oekraïne, over successen van Rusland bij de bouw van een luchthaven in Simferopol en over de verbetering van de levensomstandigheden van de Krim-Tataren. Waarbij in die laatste reportage door een Krim-Tataar ook kritiek op Rusland geuit werd.

Op het matje

De kwestie heeft de diplomatieke betrekkingen tussen Wenen en Kiev danig verzuurd. De Oekraïense ambassadeur, Alexander Sjtjerba werd door de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Karin Kneissl op het matje geroepen. “De kern van het probleem”, aldus Wehrschütz,”is dat de huidige regering in Oekraïne geen begrip heeft voor een objectieve en kritische berichtgeving”.

Posted on 1 Comment

Duitsland: Hetze tegen rechts gaat over in grof geweld

Een bomaanslag op een AfD-kantoor in Döbeln en het door drie gemaskerde mannen bijna doodslaan van een AfD-Bondsdaglid in Bremen, onderstrepen dat de sfeer in Duitsland in verkiezingsjaar 2019 steeds grimmiger wordt. 

De bomaanslag op het AfD-kantoor in Döbeln (in de deelstaat Saksen) en de aanval op de Bremer AfD-leider en Bondsdaglid Frank Magnitz waren denkbaar slechts de eerste dieptepunten in een ongeziene ontsporing van de Duitse politiek. Het geweld komt niet uit de lucht vallen. Linkse en extreemlinkse actoren hebben hiervoor het klimaat geschapen en in sommige gevallen openlijk opgeroepen tot fysiek geweld.

 

SPD en Antifa

Wat opvalt is dat de scheidslijn tussen links en extreemlinks niet slechts heimelijk vervaagt, maar ook openlijk doorbroken wordt. Al in september sprak Angela Marquardt, medewerker in het kantoor van SPD-leider Andrea Nahles en directeur van de SPD-denktank, zich ervoor uit dat de SPD in de ‘strijd tegen rechts’ ook met Antifa en ‘Anti-Duitsen’ zou moeten samenwerken. In het artikel in partijkrant Vorwärts distantieerde Marquardt zich weliswaar van geweld. Hoe het voormalige PDS-Bondsdaglid, dat in 2008 naar de SPD overging, Antifa en geweld überhaupt van elkaar wil scheiden bleef echter onduidelijk.

‘Fascisten’ in elkaar slaan

Op 30 december publiceerde het linkse dagblad Taz een lange bijdrage, waarin de tactiek van Britse Antifa’s om fascisten in elkaar te slaan tot ze de straat niet meer op durven zonder kritiek gepresenteerd werd. Als voorbeelden van contemporaine ‘fascisten’ werden namen als Donald Trump, Jaroslaw Kaczynski, Thilo Sarrazin, Matteo Salvini en Björn Höcke genoemd. Taz-auteur Rolf Sotscheck spreekt zich er vooral uitdrukkelijk tegen uit om überhaupt het gesprek aan te gaan met AfD-politici. De tijd van debat is wat hem betreft voorbij en daarmee ook de tijd van democratische deliberatie. De seinen staan op politieke vernietiging.

Geen politiek proces maar fysiek aanvallen

De publicatie ‘Losgaan – fight AfD’ sluit hier naadloos op aan. Daar heet het: “De tijd voor discussie, opheldering en praten moet voorbij zijn.” De confrontatie kan bij de stembus noch in het gesprek gewonnen worden. Dat wil zeggen: Ook democratische verkiezingsuitkomsten worden zo nodig van de hand gewezen. In plaats daarvan moet de strijd tegen de AfD, haar leden en sympathisanten volgens de schrijvers van het vlugschrift “praktischer en persoonlijker worden”. “Openlijke strijdlust, outings en allerlei creatieve acties” moeten ertoe dienen de AfD’ers “uit de dekking te halen en aan te vallen”. Dat hiermee geen verbale aanvallen bedoeld worden is uit het voorgaande wel duidelijk.

Burgeroorlog

Teksten en oproepen als deze markeren een volledig afscheid van de vormen van democratische deliberatie en debat. De politieke tegenstander wordt tot persoonlijke vijand, de andersdenkende burger tot onpersoon die men de politieke en burgerrechten kan betwisten. Hier klinken de klaroenstoten voor een burgeroorlog. Döbeln en Bremen laten zien dat deze oproepen niet aan dovemansoren gericht zijn.

Posted on

Voetnoten bij Bolsonaro

Wie is die mysterieuze man die de verkiezingen in Brazilië gewonnen heeft? De reguliere media doen met de precisie van een atoomklok hun gebruikelijke ding. Voorspelbaar als een socialist die oproept tot meer solidariteit roept de media in koor dat Bolsonaro een vreselijke fascist is. Het enige wat anders was is dat de journalisten in kwestie niet tot vijf minuten voor de uitslag bleven roepen dat Bolsonaro volkomen kansloos was, zoals met de verkiezing van Trump. Maar voor de rest is het same old, same old.

Bolsonaro is een parachutistenkapitein die na een korte militaire carrière koos voor de politiek voor een groot aantal wisselende politieke partijen. Waar de vergelijkingen met het fascisme vandaan komen wordt gevoelsmatig duidelijk zodra hij begint te praten. Zijn taalgebruik is nogal kleurrijk en hij schuwt hyperbolen niet. Ben je echter een fascist als je taalgebruik wat aan de ruwe kant is? Het antwoord is nee. Dit is niet de plek om nog eens uiteen te zetten wat fascisme is, maar de tijdgenoten van het echte fascisme van de jaren ‘20, ‘30 en ‘40 beschrijven iets heel anders.

Brazilië heeft grote problemen. Er zijn achterbuurten die niet zouden misstaan in een derdewereldland, er is gigantische criminaliteit, gigantische aantallen verkrachtingen, moorden en elke andere negatieve statistiek die je maar kunt bedenken scoort vrij hoog. Brazilië is een rijk land waar de politie de orde handhaaft door af en toe naar de achterbuurten te trekken om daar de grootste lokale drugshandelaren koud te maken. De Braziliaanse geest lijkt klaar voor een sterke man om wat zaken grondig aan te pakken. En omdat een sterke man en zijn publiek altijd twee zijden zijn van dezelfde medaille vinden de Brazilianen en Bolsonaro elkaar hierin.

LHBTQI-alfabetsoep

Positief is dat Bolsonaro staat voor een duidelijke breuk met het pro-minderheden-beleid dat de gehele beschaafde wereld teistert en waar niemand, behalve een kleine internationale kliek, echt gelukkig mee is. De agenda om iedereen in een heel klein hokje te zetten heeft een heel duidelijk doel. Het doel is de hele bevolking op te knippen in hele kleine groepjes, zodat niemand meer een vuist kan maken tegen de zittende macht.

Zodra iedereen in 1 van de letters van de LHBTQI-alfabetsoep valt kan de zittende macht er van op aan dat iedereen bezig is met zijn/haar allerindividueelste goestingen in plaats van zichzelf af te vragen hoe het komt dat iedereen, ook diegenen met een heel behoorlijk inkomen, steeds minder geld uit te geven heeft. Hoe het komt dat de straten steeds onveiliger worden. Hoe het komt dat politici in dienst van de macht steeds maar weer wegkomen met de meest publieke vorm van corruptie denkbaar. Hoe het komt dat drugshandelaren vrij spel hebben, maar een lokale horecaondernemer een boete krijgt als hij zijn reclameborden iets te lang op de stoep laat staan? Bolsonaro lijkt vooralsnog een stap verder in de mondiale breuk met dit beleid met een duidelijk beroep op de meerderheid van de Brazilianen.

Chicago boys

Geheel in stijl met autoritaire regimes in Zuid-Amerika heeft ook Bolsonaro liberale adviseurs. In het oog springt ene Paulo Guedes. Een exponent van de Oostenrijkse / Chicago-school van vrije markt economie. Zijn succesformule voor alles is “privatisering”. Dat beleid kennen wij hier in Europa. Het enige echte succesverhaal hier in Europa van privatisering is het privatiseren van de telefonie-sector. Wat een revolutie in de communicatietechnologie teweeg heeft gebracht. Buiten dat wapenfeit blijft het een beetje stil. In Brazilië speelt vooral de discussie over het privatiseren van het staatsgasbedrijf. Een interne discussie zou je denken. Dit is volgens mij niet het geval. Juist iets als energievoorziening is een grote factor in internationale politiek gebleken. Een gasbedrijf privatiseren of niet heeft merkbare gevolgen voor de relevantie van een land in het internationale diplomatieke verkeer.

Politieke midden verdampt

Wat ook geheel in de mondiale trend past, is dat ook in Brazilië het politieke midden verdampt. Het positieve aspect hieraan is de genade van duidelijkheid en heldere keuzes. In Nederland wordt er graag nog wel eens wat opschepperig gedaan over het “overlegmodel” of “poldermodel”, maar eigenlijk is er weinig positiefs aan dit beleid. Juist het poldermodel staat garant voor een geestdodende en alles onderdrukkende consensuspolitiek. De Brazilianen vrezen het geweld in de straten, maar over een Braziliaanse versie van het poldermodel hoeven de Brazilianen zich in elk geval geen zorgen te maken getuige de zetelverdeling.

Al met al is de geschiedenis duidelijk niet afgelopen en Brazilië kan weer een nieuwe weg in. Bolsonaro heeft een duidelijk mandaat gekregen en het is zijn opdracht zijn kiezers niet teleur te stellen.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Eenzijdige reactie politiek en media op Chemnitz is spelen met vuur

Met alle geweld moet het burgerprotest in Chemnitz zwart gemaakt worden. De gevestigde media en politiek in Duitsland spelen daarin echter met vuur.

In de reacties van de gevestigde partijen en media op de gebeurtenissen in Chemnitz komt een onbeschaamde eenzijdigheid aan de dag. De moord op een 35-jarige Duitse gezinsvader, door messteken van vermoedelijk een Syriër en een Irakees, speelde al snel nauwelijks nog een rol in het mediacircus. In plaats daarvan werden duizenden demonstrerende burgers, die hun verontwaardiging niet weg wilden slikken, generaliserend als ‘rechts gespuis’ weggezet.

Het brengen van de Hitlergroet en aanvallen op buitenlands of links ogende mensen zijn uiteraard niet te rechtvaardigen. Maar bij linkse demonstraties, die door extremisten en geweldszoekers misbruikt worden, benadrukken gevestigde media en linkse politici uitentreuren dat het slechts om ‘een klein groepje relschoppers’ gaat, die zich ‘onder de massa van vreedzame demonstranten begeven’ of woorden van gelijke strekking. De duizenden burgers in Chemnitz worden daarentegen zonder aanzien des persoons of van hun motieven over een kam geschoren met de foute figuren die er tussen zitten.

De ‘strijd tegen rechts’ houdt de radicaal-linkse organisaties die hun acties coördineren met de gewelddadige Antifa uit de wind, maar wil naar rechts geen differentiatie accepteren. Het lijkt wel een sadistisch spel. Massief ondersteund door vooringenomen media stimuleert de Duitse politiek een asiel- en immigratiegolf, waarover de rest van de wereld alleen maar het hoofd kan schudden. Als gewone Duitse burgers dan hun geduld verliezen en naar aanleiding van een wrede moord hun opgepotte woede uiten, reageren politiek en media als hebben ze op de gelegenheid zitten wachten om er schande van te spreken en de burgers als ‘rechts gespuis’ te ontmaskeren.

Politiek en media spelen hierin echter met vuur. Men moet zich niet laten misleiden door de relatieve rust in de westelijke deelstaten van de Bondsrepubliek. Ook daar groeit het misnoegen, net als in de voormalige DDR, en grijpen angst en onzekerheid om zich heen. Het ontbreekt de West-Duitsers echter aan de revolutie-ervaring van hun landgenoten in de nieuwe deelstaten, ze zijn zodoende gemakkelijker te disciplineren door politiek en media. Nog wel, want ook bij hen zit er een limiet aan, waarna de angst als ‘rechtsradicaal’ weggezet te worden overmand wordt door woede op de politiek.

De historische vraag is, of er voorbij deze limiet een kracht is die het protest in democratische banen kan leiden of dat het daadwerkelijk extreme krachten lukt zich op de voorgrond te plaatsen. Als de gevestigde media en politiek in Duitsland boze burgers en de democratische oppositie blijven wegzetten en ieder werkelijk debat weigeren, spelen ze daarmee de echt radicale krachten in de hand. Zo is bijvoorbeeld het nieuwe boek van Thilo Sarrazin een aanbod om eindelijk op basis van feiten en realistisch te discussiëren. Het lijkt er echter niet op dat het establishment in Duitsland dit aanbod aan zal nemen.

Posted on

Seehofer moet eindelijk kiezen of hij Merkel blijft steunen

Wie had gedacht dat het nog weer zo spannend zou worden? Bondskanselier Merkel en haar minister van Binnenlandse Zaken zijn een dramatische confrontatiekoers ingeslagen.

Hij wil asielzoekers die zich vanuit een veilig land aan de Duitse grens melden terugsturen. Ook moet er volgens Seehofer niemand meer binnenkomen wiens asielverzoek al eens afgewezen is. Merkel wil die beide zaken uitdrukkelijk niet en ook in de toekomst iedereen binnenlaten die maar wil.

Het liefst zouden alle deelnemers aan dit conflict voor een glibberig compromis kiezen, waarin alles er uitziet alsof Seehofers eisen ingewilligd zijn, maar in werkelijkheid zo functioneert als het Merkel voor ogen staat. Op dezelfde voet verder, met andere woorden, kom binnen, kom binnen! Het ontbreekt in Berlijn momenteel echter aan de fantasie om te bedenken hoe zo’n vuil compromis er praktisch uit zou kunnen zien. Hoe moet je immers iemand half binnenlaten en half afwijzen?

In 2015 dreigde Seehofer als herhaaldelijk met een ramkoers, draaide naderhand echter steeds weer bij, wat hem de bijnaam ‘Drehhofer’ opleverde. Bepaald geen compliment. Mocht de CSU-leider deze manoeuvre kort voor de Landdagsverkiezingen in Beieren medio oktober nog eens herhalen, dat staat zijn partijgenoten in de zuidelijke deelstaat een nog groter verkiezingsdebacle te wachten dan de peilingen toch al voorspellen. In een peiling van Civey in opdracht van de Augsburger Allgemeine werd de AfD onlangs voor het eerst de op een na grootste partij in Beieren. De voor Beierse begrippen miezerige 38,8 procent die de CSU in de jongste Bondsdagsverkiezingen in Beieren binnenhaalde, zullen dan achteraf nog als een relatief goed resultaat aanvoelen. Met dit gegeven in het achterhoofd, resteren Seehofer echter maar twee opties: high noon of met de billen bloot. Het kon dus wel eens gaan knallen.

En dat terwijl de zaak in eerste instantie toch volstrekt ongevaarlijk scheen. Bij de voor haar heerlijk verlopen audiëntie die ze talkshow-presentatrice Anne Will gegund had, zei Merkel desgevraagd over Seehofers plan immers “We zijn daarover in gesprek”. Ze wilde daar “niet op vooruitgrijpen”. In gesprek? We weten uit ervaring dat dat in het Merkeliaans niets anders wil zeggen dan ‘prullenmand’. En dan nog onverhuld. Als Merkel een voorstel tenminste zachtjes te rusten wil leggen, dan zegt ze doorgaans dat dienaangaande reeds het een en ander “in gang is gezet”. Dat wil zeggen: ‘Daar hoef je geen aandacht meer aan te besteden, loopt al.’ Loopt natuurlijk helemaal niet, maar als er toch niet meer aandacht aan besteed, omdat iedereen zich weer door de bondskanselier in heeft laten zepen, dan merkt niemand het.

En nu? Stapt de CSU uit de coalitie, wanneer Seehofer aan het kortste eind trekt met zijn plannen? Stapt de CSU in de Bondsdag uit de gemeenschappelijke fractie met de CDU als Merkel de poot stijf houdt? Dat wordt spannend.

De uitzending van Anne Will afgelopen zondag was trouwens een wonderlijke gewaarwording: De toeschouwers zaten er zo aandachtig enthousiast bij als in een Amerikaanse opwekkingsdienst. Will, de bondskanselier en haar publiek versmolten tot een symbiotische eenheid van met de wereld en zichzelf tevredenen. Alsof het manna uit de hemel was verslonden de toeschouwers de zijdezachte woordwolken van hun hogepriesteres.

En toch had men dikwijls het vermoeden dat er achter de schijnbare ontspannenheid iets flakkerde, een vleug diepe onzekerheid, een vermoeden van de schone schijn van Merkels belofte van gelukzaligheid. Dit vermoeden werd echter overwonnen door het vaste, haast fanatieke verlangen om Merkel te geloven en te volgen. Wat moet er van ons worden zonder Mutti?

In onzekere tijden is de behoefte aan vaste geloofsformules bijzonder hoog, ongeacht hoe vreemd aan de werkelijkheid ze ieder redelijk mens ook voor mogen komen. In het Morgenmagazin van de Duitse publieke zender ARD was afgelopen maandag te vernemen dat de vermoedelijke moordenaar van de 14-jarige Susanna intussen naar Irak “terug gevlucht” was, waar men hem dan in de kraag vatte.

Wie “terug gevlucht” zegt, veronderstelt nog altijd dat Ali Bashar A. oorspronkelijk daadwerkelijk gevlucht zou zijn naar Duitsland. Inmiddels is echter onomstotelijk vastgesteld dat de man geenszins bescherming behoefde, maar zelf een bedreiging vormde, dat hij uit een veilig deel van de Koerdische regio van Irak met zijn clan illegaal naar Duitsland gekomen is. Voor de Duitse publieke omroep blijft hij echter een “vluchteling”, ongeacht wat hij daadwerkelijk in het schild voert.

Ontroerend, deze onverbrekelijke trouw aan de eenmaal gekozen dwaling. Vanzelfsprekend komt de ophef over deze gruwelijk moord op een zeer ongunstig moment. Zelfs Teflon-Merkel heeft geen manier gevonden om dit gevolg van haar welkomscultuur zonder kleerscheuren in de gebruikelijke woordenbrij te laten verzinken. Bij Anne Will noemde ze het “afschuwelijke voorval” een “beroep op ons allemaal om de integratie zeer serieus te nemen”.

Het is van een zelden vertoonde onbeschaamdheid. Waarom zou men iemand moeten “integreren” die sowieso uitgezet zou moeten worden? Ali Bashar A.’s asielverzoek was reeds lang voor de moord afgewezen. Het antwoord: Omdat het volstrekt om het even is, wat de uitkomst van een asielprocedure is. Omdat dat hele circus slechts voor het domme publiek opgevoerd wordt, zodat de gewone man gelooft dat alles er aan toegaat zoals je in een ‘rechtsstaat’ mag verwachten. De waarheid is echter dat het de bedoeling is dat alle asielzoekers blijven, allemaal. Daarom wil Merkel ook niet dat de weinige asielzoekers die succesvol uitgezet worden, teruggestuurd worden als ze het opnieuw proberen.

Wat de Irakees aangaat, is men ook daarom zo blij hem weer in Duitsland te hebben, omdat hem in zijn vaderland de doodstraf boven het hoofd hangt. Een onweerstaanbare boodschap aan alle voortvluchtige moordenaars, die in hun eigen land zo’n straf wacht: ‘Kom naar Duitsland!’ Men bedenke wel dat het niet weinigen zijn, die moeten vrezen door de rechter in hun landen van herkomst een straf opgelegd te krijgen die ze in Europa – ongeacht wat ze uitspoken – nooit zouden krijgen, zoals de doodstraf of een langere gevangenisstraf.

Wat bij ons in Europa komen ze er uiteraard ook niet ongestraft af. Kijk maar naar de 19-jarige Ahmet R. uit Keulen. Die heeft de 40-jarige Thomas K. zo hard tegen de grond geslagen dat hij aan een schedelbasisfractuur is overleden. K. laat zijn vrouw en twee kinderen van negen en dertien jaar oud achter. Motief van de daad? Ahmet R. wilde indruk maken op zijn vrienden, hun “respect” afdwingen. “het toebrengen van lichamelijk letsel met de dood tot gevolg”, luidde het oordeel van de rechter, die de dader na het proces op vrije voeten stelde.

Ja, dat leest u goed: Ahmet K., die een mensenleven op zijn geweten heeft, verliet de rechtszaal als vrij man. De rechter liet hem met twee jaar proeftijd wegkomen en legde hem verder een anti-agressietraining op en regelmatige drugstests. Verder krijgt hij nog een taakstraf, afval prikken in het park of grasmaaien bij de kinderopvang of iets dergelijks. Ook dergelijke vonnissen komen ongelegen voor Merkel, die immers graag over de hardheid van de rechtsstaat zwetst, wanneer er weer eens een asielzoeker een bloedspoor getrokken heeft.

Tegen Seehofers afwijs-plan tovert ze de laatste troef uit haar mouw: ‘Europa!’ Want Europees recht gaat boven Duits recht en Europa zou gebieden dat de Duitse grenzen voor iedereen openstaan, zo stelt de CDU-leider. Daar klopt weliswaar geen bal van, wat ook verklaart dat veel EU-lidstaten hier heel anders mee omgaan. Maar het Europa-argument maakt altijd veel indruk op de kiezers, bovendien is de charme van de Europese Unie voor Merkel dat de kwestie zo op de lange baan geschoven kan worden, door eindeloze onderhandelingen waar de Duitse burgers nauwelijks zicht op hebben, laat staan invloed. Daar gaat het de bondskanselier om.

Merkels fans in de studio bij Anne Will verafgoden de regeringsleider om de “evenwichtige” manier waarop ze Duitsland door de crisis leidt, de crisis die ze zelf iedere dag verder verscherpt.

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

Noem wat Armeniërs overkwam niet te snel ‘genocide’

Niemand ontkent dat Armeniërs zeer geleden hebben onder gruwelijkheden in de jaren 1915-16. Toch heeft de recente keuze van het Nederlandse Parlement om vanaf nu te spreken over ‘Armeense genocide’ in plaats van ‘Armeense genocide kwestie’ mij verbaasd en teleurgesteld.

Voor een evenwichtige beoordeling van de vraag of er in die jaren al dan niet sprake is geweest van genocide is het nodig om van meerdere zijden de situatie te belichten. Genocide is een juridisch zeer zwaar woord waar niet licht mee mag worden omgegaan. Niet voor niets stemde de Israëlische regering eerder dit jaar nog tegen deze benaming.

Bij de afweging in ons Parlement is de historische context echter achterwege gebleven en is eenzijdig geluisterd naar Armeense organisaties. Turkse organisaties waren niet uitgenodigd voor de extra Commissie Buitenland.
Ten aanzien van de gebeurtenissen in Oost-Anatolië in 1915 is de rol van Armeniërs zelf, evenals de rol van Engeland, Frankrijk en Rusland (de grote imperialisten uit die tijd) buiten beschouwing gelaten.
De keuze van ons parlement is daardoor gestoeld op eenzijdige en onvoldoende informatie en valt feitelijk moeilijk serieus te nemen.

Historische context

De overplaatsingen van Armeniërs door het Osmaanse Rijk kwamen niet uit de lucht vallen. Het Osmaanse Rijk werd van diverse zijden aangevallen omdat het onder de sultan ernstig verzwakt was geraakt. In het Oosten viel Rusland het rijk aan rond het begin van WOI. De Russen bewapenden Armeniërs en zetten hen op tegen de Osmaanse overheid. Armeense milities werden gevormd, gekleed in Russische uniformen. Zij plunderden dorpen, brandden deze plat en verkrachtten en vermoordden vrouwen. Ook kinderen werden gedood. Armeniërs, die niet wilden meewerken, werden zelf slachtoffer. Communicatie- en transportlijnen van de Osmaanse regering naar dit front werden door Armeniërs gesaboteerd.

Hierop is besloten de Armeense bevolking uit dit gebied over te plaatsen naar andere delen van het rijk. In die tijd hebben er ook zeer ernstige gewelddadigheden tegen de Armeniërs plaatsgevonden.
De transporten kennen veel dramatische gevolgen. Na de oorlog zijn er processen geweest waarna o.a. de gouverneur uit Midden Anatolië is opgehangen wegens nalatigheid en het onvoldoende hulp en bescherming bieden aan de Armeniërs.

Archieven openen

Tot nu toe zijn er geen bewijzen gevonden in de geopende Osmaanse- en wereldwijde archieven, dat er opdracht zou zijn gegeven om het Armeense volk uit te roeien. En tot nu toe mogen internationale wetenschappers niet de belangrijkste Armeense archieven inzien en bestuderen.
De Armeense archieven die geopend dienen te worden, en liefst zo spoedig mogelijk i.v.m. het achteruitgaan van de kwaliteit van sommige ervan, zijn:

  • Het Nationale Staatsarchief van Armenië (niet te verwarren met het Armeense museumarchief met persoonlijke verhalen van/over slachtoffers, waar Armeniërs in Nederland op wijzen en waar bv. ook bij de film de Bloedbroeders gebruik van is gemaakt.)
  • de Dashnak Archieven in Boston en
  • het archief van de Armeense Patriarch in Jeruzalem.

Nog enkele ontbrekende feiten

  • Op internet is vrijwel alleen pro-Armeense informatie te vinden.
  • Boeken van K.S. Papazian: ‘Patriotism Perverted’ en van Hovhannes Kajaznouni: ‘The ARF Has Nothing To Do Anymore’ zijn uit bijv. Amerikaanse bibliotheken verwijderd en vernietigd.
  • Tientallen, wereldwijd verspreide historici van universiteiten als Yale, Princeton, Harvard, Oxford en Cambridge zijn van mening dat de term ‘genocide’ niet toepasbaar is bij de gebeurtenissen in 1915. O.a. Gwynne Dyer, Norman Stone, Bertil Dunér, Jeremy Salt, Gilles Veinstein, Andrew Mango, Justin McCarthy, Malcolm Yapp en vele anderen;
  • Veel jonge Turken hebben deels Armeense wortels, door vroegere huwelijken tussen Armeniërs en Turken en zoeken de volledige waarheid;
  • In het Turkije van nu gaan Turken en Armeniërs veelal als goede buren met elkaar om;
  • Er hebben zich de laatste jaren meer dan 100.000 Armeense gastarbeiders in Turkije gevestigd.

Internationaal Strafhof
Om op een verantwoorde wijze te kunnen beoordelen wat zich nu precies heeft afgespeeld in het noordoostelijk deel van het Osmaanse Rijk, meer dan een eeuw geleden, en of de juridische term ‘genocide’ hierbij van toepassing is, dient er een commissie te worden ingesteld door de VN, die bestaat uit internationale, objectieve, wetenschappelijke onderzoekers en onbevooroordeelde historici, die alle archieven over deze periode in het Osmaanse Rijk kunnen bestuderen, waarna het Internationaal Strafhof een oordeel velt over de bevindingen. Pas dan kan er met recht gesproken worden van een verantwoord oordeel.

Volledige waarheid
Zolang een deel van wat er heeft plaats gevonden niet gekend, laat staan erkend wordt, zal blijven wringen dat de herinnering van velen ontkend wordt.

Zoeken naar de volledige waarheid is voor iedereen een uiterst moeilijke weg, maar tevens de enige mogelijkheid om te kunnen komen tot een duurzame verwerking. Daarvoor is nodig dat recht wordt gedaan aan íedereen die wonden heeft door leed, dat meer dan honderd jaar geleden is veroorzaakt. Wanneer recht wordt gedaan kan een klimaat ontstaan waarbinnen vergeving mogelijk is en waar rust en vrede kan komen.

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld