Posted on

De ‘opstand van de harten’, 60 jaar geleden in Hongarije

De deur naar de vrijheid stond voor Hongarije op een kiertje in de dagen van de “tweede Oktoberrevolutie”, toen het land met een “opstand van de harten” poogde een “antwoord op de communistische [revolutie van] 1917 in Petersburg” te geven.

De citaten stammen uit de dagen van de Hongaarse vrijheidsstrijd tegen het communistische bewind, die op 23 oktober 1956 los barstte en twee weken later, na het binnentrekken van Sovjettroepen, bloedig werd neergeslagen. In juni 1956 hadden in Poznan Poolse arbeiders gestaakt, waaruit zich een opstand ontwikkelde. Bij het neerslaan daarvan kwamen 57 mensen om het leven.

Voor studenten van de Technische Universiteit Boedapest was dat de aanleiding om in een verklaring van burgerlijke vrijheidsrechten een parlementair systeem en nationale onafhankelijkheid te eisen. Op 23 oktober 1956 demonstreerden ze daarvoor. De tijd was rijp voor deze eisen. Duizenden demonstranten sloten zich bij hun opmars aan. Toen de studenten voor het gebouw van de staatstelevisie eisten dat hun verklaring op tv zou worden voorgelezen, werd er op ze geschoten. Veel soldaten weigerden echter op de demonstranten te schieten en deserteerden.

De demonstranten bestormden het televisiegebouw. Een omgehaald standbeeld van Stalin sleepten de studenten met een tractor tot voor het parlementsgebouw. ’s Avonds zwol de menigte aan tot 200.000 demonstranten. Ze eisten vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, losmaking van de Sovjet-Unie en Imre Nagy als regeringsleider.

Dat laatste werd die nacht weliswaar ingewilligd, maar nog dezelfde nacht gaf de secretaris van de communistische Hongaarse Arbeiderspartij Ernö Gerö het bevel op de demonstranten te schieten. Niet veel later kwamen de eerste Sovjet-tanks in beweging. Zo werd de opstand de kop ingedrukt. Het was zeker ook een opstand tegen het toenmalige communistische bewind, hoewel geen opstand tegen het communisme als zodanig was.

De leiders van de opstand zagen zichzelf ook als communisten, net als de personen waar zij hun hoop op gevestigd hadden, zoals Imre Nagy. Zijn partijcarrière was lang, steeds weer kreeg hij functies in de regering, totdat hij door de stalinisten in de partij op een zijspoor gezet werd.

Nagy wilde een communisme met een menselijk gezicht, maar hij bleef een trouwe kameraad. Kolonel Pál Maléter werd in deze dagen tot volksheld gemaakt, als militair leider die de demonstranten had moeten bestrijden maar zich aan hun zijde stelde. Hij was de commandant van de Kilian-kazerne in Boedapest. In deze kazerne waren opstandelingen door een achteringang binnen gedrongen en waren zo aan kalashnikovs gekomen. Hoe dat bij een bewaakte kazerne mogelijk is, blijft een vraag. Maléter was op dat moment niet in Boedapest, maar dook pas twee dagen later op. Niettemin deed later het verhaal de ronde dat Maléter zelf de opstandelingen aan de wapens geholpen zou hebben. Vast staat echter dat hij zich na enige twijfel bij de opstandelingen aansloot.

Niettemin bleef ook hij een overtuigde communist. Toen een Britse journalist Maléter vroeg waarom hij nog altijd zijn Sovjet-onderscheidingen droeg, zei Maléter: “Men heeft me die vanwege mijn partizanenactiviteiten in de Tweede Wereldoorlog verleend en ik ben er trots op. Overigens zijn we hier allemaal socialisten.”

De opstand was tot een revolutie uitgegroeid. Overal in het land waren er schermutselingen, de straten van Boedapest werden geblokkeerd door uitgebrande Sovjet-tanks die met molotovcocktails aangevallen waren. De veenbrand had zich door het hele land verspreid.

Wat waren de oorzaken? Na de inval van het Rode Leger in 1945 creëerden de Sovjets samen met de aanvankelijk in de minderheid zijnde Hongaars communisten per salamitactiek een socialistische vazalstaat. Sovjet-troepen hielden het land bezet. De politieke politie schakelden vermeende tegenstanders vanwege al of niet bestaande complotten uit. Na de vereniging van sociaaldemocraten en communisten beheerste al snel de veruit kleinere partner in de fusie, de communistische partij, de situatie. Hongarije werd een arbeiders- en boerenstaat aan de leiband van de Sovjet-Unie. Aan de leiding van het politbureau werd Mátyás Rákosi als secretaris de meest gehate politicus. Hij verwees graag naar zichzelf als “Stalins beste leerling”, wat hij als eretitel zag. Het regende showprocessen. Meer dan een miljoen mensen werden aangeklaagd, oftewel zo’n tien procent van de bevolking. Sommige mensen verdwenen zonder aanklacht in kampen waar ze dwangarbeid moesten verrichten. De economische situatie van het land bleef ondanks alle grote beloften erbarmelijk. Uit deze factoren ontwikkelde zich vervolgens de explosieve situatie die met de volksopstand tot uitbarsting kwam.

Het Kremlin begreep meteen wat er in Hongarije op het spel stond. Al een dag na de eerste demonstraties hadden twee leden van het politbureau zich naar Boedapest begeven. Verrast door de kracht van de revolutie lieten ze de reeds uitgerukte tanks rechtsomkeert maken. De Sovjets trokken zich terug. Zo leek het althans tot 31 oktober, toen persbureau Tass meldde, dat het Kremlin bereid zou zijn om over een terugtrekking van troepen te spreken.

Later dezelfde dag keerden de tanks echter opnieuw om en namen, versterkt door aanvullende troepen, Boedapest in. Elders op het wereldtoneel hadden Engeland, Frankrijk en Israël in het geheim een plan voor de bezetting van het Suezkanaal uitgewerkt. In Egypte vielen de eerste bommen, toen het Kremlin zijn tanks terugtrok. Imre Nagy verkondigde op 1 november de neutraliteit van Hongarije en de uittreding uit het Warschaupact.

En op dat teken werd de revolutie definitief neergeslagen. Sovjet-troepen bezetten het  parlementsgebouw. János Kádár werd de nieuwe premier. Tot 15 november woedde de strijd voort. 2.500 opstandelingen stierven, 720 Sovjet-soldaten sneuvelden. Na het neerslaan van de opstand zette een massale vlucht in. 200.000 Hongaren verlieten hun vaderland. De blokvorming in Europa had zich voor de komende decennia verder bestendigd.

Posted on Leave a comment

Tsjetsjeense boemerang keert terug naar Amerika

Gedurende zijn tijd in het Kazachstan van de vroege jaren ’50 was de verbannen Russische intellectueel Alexander Solzjenitsyn (zie deel 3 van De Goelagarchipel)  in staat het gedrag te observeren van diverse nationaliteiten uit de Sovjet-Unie die door Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Centraal-Azië gedeporteerd waren. Van Esten en Wolga-Duitsers tot Kalmukken, Koreanen en Krimtataren waren ze onvergelijkbaar met de trotse en weerspannige Tsjetsjenen:

Er was echter één natie die maar niet zwichtte, die niet de mentale gewoontes van onderwerping aannam – en dan spreek ik niet slechts van individuele rebellen onder hen, maar van de hele natie tot op de man. Dat waren de Tsjetsjenen…

En wat het opmerkelijke was – iedereen was bang voor hen. Niemand kon hen er van weerhouden te leven zoals ze gewoon waren.  Het bewind dat het land al dertig jaar regeerde kon ze niet dwingen haar wetten te respecteren.

De Tsjetsjenen bewandelen de Kazachse bodem met brutaliteit in hun ogen, mensen opzij dringend – en de ‘heren van het land’, en niet-heren net zo, springen eerbiedig aan de kant. De wet van de vendetta schept een krachtveld van vrees – en geeft zo kracht aan haar kleine bergvolk.

Gewone Amerikanen beleefden hun eerste kennismaking met Tsjetsjenen op een afschuwwekkende wijze op 15 april jongstleden, toen de broers Tamerlan en Dzjochar Tsarnaev naar verluidt een bomaanslag pleegden op de marathon van Boston, waarbij drie mensen om het leven kwamen en vele anderen verminkt werden. De jacht op de Tsarnaevs bracht de stad vervolgens in een de facto staat van beleg en hield de natie aan de buis gekluisterd terwijl media-commentatoren gisten naar hun motieven. De postmoderne consument kan en wil niets begrijpen van historische en culturele context, die zich niettemin ook in een straatwijsheid laat uitdrukken: rotzooien met Tsjetsjenen doe je op eigen risico. [i]

Waar de Tsjechische ambassadeur in Washington geografisch gehandicapte Amerikanen suste dat zijn land niet Tsjetsjenië is, hebben de Russen eeuwen van bloedige en bittere ervaring opgedaan met de bergbewoners. Het leven in de Kaukasus is, zoals Michail Lermontov het zo kunstig over wist te brengen, zowel van een grote schoonheid als een grote wreedheid en de mensen die er wonen zijn bezeten van een zekere wilde galanterie.[ii] Voor zijn vrienden spreidt de Kaukasische hooglander grootmoedigheid en strijdvaardigheid ten toon; tegen zijn vijanden wordt hij gedreven door een lust op wraak. Het Tsjetsjeense volk heeft veel geleden onder deportaties, verdrijving en oorlog, maar hun krijgers zouden ook veel lijden toevoegen aan Russische theaterbezoekers[iii], schoolkinderen, ziekenhuispatiënten en moeders van dienstplichtigen.

De verstandigheid van specifiek Russisch beleid buiten beschouwing gelaten, is zulk bloedvergieten de verschrikkelijke prijs gebleken voor het voorkomen van het uiteenvallen van het land in chaos. Vanwege het strategische belang van de regio, heeft Moskou van generatie op generatie geworsteld met de onbenijdbare taak de anarchische stammen van de Noord-Kaukasus te pacificeren.

Tsjetsjenen voor het presidentieel paleis in Grozny zwaaien met hun vlag nadat de de Russen zijn verslagen. In 1994 viel het Russische leger de republiek binnen om de opstand te onderdrukken. na 20 maanden vechten en zo'n 100.000 slachtoffers, waaronder veel burgers, moest het Russische leger vooreerst de aftocht blazen.
Tsjetsjenen voor het presidentieel paleis in Grozny zwaaien met hun vlag nadat de de Russen zijn verslagen. In 1994 viel het Russische leger de republiek binnen om de opstand te onderdrukken. na 20 maanden vechten en zo’n 100.000 slachtoffers, waaronder veel burgers, moest het Russische leger vooreerst de aftocht blazen.

En hoewel de Avaren van Dagestan zich voor kunnen laten staan op de ondernemingen van Imam Shamil, zijn het de ontzagwekkende Tsjetsjenen die het meest consequent en zonder nalaten verzet hebben geboden aan het Russische gezag. In de recentste conflicten konden bendes geharde vechtjassen die door de bergen zwierven slechts overtroefd worden door elite luchtmobiele en speciale eenheden van het Russische leger en zouden jonge mannen zoals Zhenya Rodionov  door wrede bevelhebbers van de rebellen tot martelaar gemaakt worden.

Met de ervaring van twee decennia van oorlog en het bestrijden van opstanden in de Noord-Kaukasus tot haar beschikking, streeft het Kremlin naar ‘stabiliteit’ in de Tsjetsjeense Republiek, waarbij ze doordrongen is van de grenzen van dat idee. Miljarden kunnen naar een hoe dan ook corrupte regering in Grozny vloeien en allerhande misbruik en onrechtmatige zaken door de vingers gezien worden, zolang Ramzan Kadyrov de energieinfrastructuur veilig stelt, terreurcellen onderdrukt en de teips (clans) in het gelid weet te houden. Wat ook de dromen van Westerse denktank-ideologen mogen zijn, het onafhankelijke Tsjetsjenië van midden jaren ’90 was een wervelwind van criminaliteit en geweld, niet slechts vanwege de oorlog met het centrale gezag in Moskou, maar ook vanwege de neigingen van de Tsjetsjeense cultuur zelf. Een cultuur van banditisme en vetes werken, zoals Solzjenitsyn al opmerkte, een systematisch opstandige en onstabiele samenleving in de hand.

Het is precies deze instabiliteit in de regio die het Amerikaanse buitenlandbeleid sinds de val van de Sovjet-Unie heeft geprobeerd uit te buiten. Ten tijde van het presidentschap van de afgeleefde en dikwijls dronken Boris Jeltsin initieerden de Verenigde Staten diverse semi-officiële projecten om de Noord-Kaukasus aan de greep van het Kremlin te ontfutselen. Rusland had haar zaken niet op orde en strategische planners in Washington aasden op de perfecte kans eens en voor altijd af te rekenen met hun grootste geopolitieke tegenstrever. Moskou kon uiteraard niet direct geconfronteerd worden, aangezien er zogezegd een nieuw tijdperk in de relatie was aangebroken na het einde van de Koude Oorlog. Specialisten binnen de veiligheidsdiensten zouden dan ook eerder doorgaan met wat ze al deden, geheime oorlogvoering en psychologische operaties.

Net als de Afghaanse mujahedin, werden Tsjetsjeense rebellen uitverkoren door niemand anders dan de voormalige veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski als voorhoede in het streven naar het ondermijnen van de Russische macht.[iv] Naast liberale internationalisten, werden neoconservatieven zoals architect van de Irakoorlog Richard Perle met graagte kampioenen van de ‘vrijheidsstrijders’ in het mediale debat. Niet-gouvernementele organisaties zoals de Jamestown Foundation, de National Endowment for Democracy en het American Committee for Peace in the Caucasus roepen reeds langer op tot een ‘politieke oplossing’ van territoriale en etnische conflicten in de Russische Federatie, d.w.z. het tenietdoen van de Russische soevereiniteit. De belangrijkste doelstellingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de Noord-Kaukasus kan als volgt samengevat worden:

  • Het vestigen van nieuwe staten, van Kosovo-achtige NAVO-protectoraten tot een islamitisch emiraat van de Zwarte tot de Kaspische Zee.
  • Controle verkrijgen over de stroom van energiegrondstoffen van de Kaspische Zee (vandaar de voortdurende Amerikaanse bezetting van Afghanistan en de omsingeling van Iran).
  • De Russen de toegang tot de Zwarte en Middellandse Zee ontzeggen door toereikende instabiliteit in de Noord-Kaukasus en Zuid-Rusland te creëren, in combinatie met het diplomatiek bespelen van Oekraïne.
  • Het verzwakken en fragmenteren van de Russische staat zodat de Verenigde Staten het Euraziatische hartland kunnen domineren met haar omvangrijke rijkdom aan energiebronnen, alsmede haar transitnetwerken voor wapens, narcotica en migranten.

De CIA en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken spelen een cruciale rol in het scheppen van kansen voor machtsprojectie in Eurazië, zowel door middel van geheime acties als door middel van publieke diplomatie. Met dit doel voor ogen, hebben Amerikaanse inlichtingendiensten behendig militante islamitische groepen tegen Russische belangen ingezet, waarbij ze operaties en financiering lieten verlopen via bondgenoten zoals de Saoedi’s, de Jordaniërs, de Turken en de Pakistanen. We kunnen niet alleen voorbeelden van dit fenomeen opnoemen, zoals de met Stingers bewapende mujahedin uit de jaren ’80 en een web van NGO’s dat de Tsjetsjeense zaak ondersteunde, maar ook het Kosovo Bevrijdingsleger, het omverwerpen van Muammar Gadaffi in 2011 en de huidige door de NAVO ondersteunde opstand tegen de Syrische regering van Bashar al-Assad. Al drie jaar nu, handelt deze jihadistische internationale in concert met Amerikaanse geopolitieke doelen en de Tsjetsjenen hebben daarbinnen legendarische status verworven.

Ondanks pogingen van de regering Obama en de officiële media om de gebroeders Tsarnaev te labelen als misnoegde, ‘zelf-radicaliserende’ jihadisten, komen de 26 jaar oude Tamerlan en de 19-jarige Dzjochar, die er ogenschijnlijk ‘gewoon bij was’, eerder over als uitvoerders dan operationele planners. Als we terugkeren naar de plaats van de aanslag merken we andere figuren op buiten de jonge Tsjetsjenen, waarvoor geen verantwoording is afgelegd. Een Saoedische student die bij de ontploffing gewond raakte werd onderzocht en niet voor medeplichtig gehouden, er zijn echter vragen gerezen over zijn achtergrond en zijn verblijfsstatus in de VS. En wie waren eigenlijk de talrijke private beveiligers die er uit zagen als voormalige speciale eenheidsleden, en met welk doel waren zij bij de marathon? En wie was de agent in burger, die vaag te zien is op de vrijgegeven beveiligingsbeelden en in zijn oortje praat vlak nadat Tamerlan en Dzjochar hem gepasseerd hebben, terwijl ze, naar we aannemen, op weg waren naar de bomaanslag?

De zaken worden nog vreemder als we in ogenschouw nemen wat er bekend is over de banden van de Tsarnaevs met de onderwereld van spionage en terrorisme. Tamerlan was recent twee maal afgereisd naar de republieken Dagestan en Tsjetsjenië voor een verblijf van zes maanden, wat de vraag opwerpt in welke mate hij betrokken was bij de locale salafistische jamaats. De mate waarin de broers banden onderhielden met terroristen blijft enigszins troebel, maar het is in ieder geval reeds duidelijk dat Amerikaanse inlichtingendiensten precies op de hoogte waren van wie zij waren.[v]

Het is inmiddels ook vast komen te staan dat Tamerlans dossier van contact met de FBI tenminste twee jaar terug gaat en getekend wordt door een verzoek tot onderzoek van de Russische geheime dienst FSB in 2011.  Uitgelekte documenten van de Georgische inlichtingendienst zouden er op wijzen dat Tamerlan zich inschreef als deelnemer aan een, door de Jamestown Foundation gefinancierde, workshop van de Caucasus Foundation. Ruslan ‘Tsarni’, de oom van de gebroeders Tsarnaev, tenslotte, is een aan Duke opgeleide olie-advocaat, die in de jaren ’90 getrouwd was met een dochter van Graham Fuller, een voormalig CIA-officier in het Midden-Oosten.[vi] Het echtpaar woonde in Bishkek, Kyrgizië, toen Samantha Fuller in dienst was bij Price Waterhouse Cooper en Tsarni bij USAID. Ruslan registreerde ook het Congress of Chechen International Organizations vanuit het huis van zijn toenmalige schoonvader in Maryland. Doorlopen mensen, er is hier niets te zien!

Wanneer we de slachtoffers van de aanslag in Boston gedenken, laten we dan ook bedenken dat vandaag de dag christenen, alawieten en druzen in Syrië vervolgd en vermoord worden door een door de CIA gesteunde jihadistische internationale, de vrijheidsstrijders die Tamerlan en Dzjochar Tsarnaev zo verafgoodden. Onze beleidselites exporteren chaos en terreur naar het buitenland en nodigen het vervolgens weer terug in vast vertrouwen dat de geneugten van reality televisie, rapmuziek en kijksport zelfs de meest onverzoenlijke en onderling vijandige volken kunnen verenigen. Vanuit hun cultuur, waarin de wolf vereerd wordt, verscheuren Tsjetsjenen dergelijke doorzichtige waanideeën. Het pluralistische experiment om de mensheid te verenigen in ‘the pursuit of happiness’ heeft gefaald, en daarmee de Pax Americana.

Mark Hackard studeerde Russisch aan de universiteiten van Georgetown en Stanford

__________

[i] De Georgische president Micheil Saakasjvili heeft, naar het schijnt, ook met de Tsjetsjenen gerotzooid. Hij liet naar verluidt een compagnie Tsjetsjeens rebellen trainen voor gevechtsactie in de Noord-Kaukasus in 2012, maar dat pakte verkeerd uit. Tijdens de oorlog met Rusland in 2008 was het gerucht van de aanwezigheid van een Tsjetsjeens bataljon in een bepaald gebied genoeg om Georgische militairen op de vlucht te doen slaan.

[ii] Lermontov:

И дики тех ущелий племена,

Им бог — свобода, их закон — война,

Они растут среди разбоев тайных,

Жестоких дел и дел необычайных;

Там в колыбели песни матерей

Пугают русским именем детей;

Там поразить врага не преступленье;

Верна там дружба, но вернее мщенье;

Там за добро — добро, и кровь — за кровь,

И ненависть безмерна, как любовь.

And wild are the tribes of those gorges,

Their god freedom, their law war,

They grow up among secret banditry,

Affairs cruel and unusual,

There in the crib the mothers’ songs

Frighten the children with the Russian name;

There to strike down the enemy is no crime;

Faithful is friendship, but even more so vengeance;

There good for good and blood for blood,

And hate is measureless, just as love.

[iii] Het geval wil dat ik in Moskou was tijdens de bezetting van het Nord Ost theater in oktober 2002. De algemene stemming onder de Russen was er een van grimmig vooruitzicht; een voormalig luchtmobiel officier die gediend had in Tsjetsjenië zei me dat er geen schone oplossing voor de crisis was. Ik herinner me ook scherp dat door een nieuwslezer van CNN International naar de 40 goed uitgeruste, tot zelfmoord bereid zijnde Tsjetsjenen, die 900 burgers gegijzeld hielden en het complex hadden voorzien van bommen, werd verwezen als ‘activisten’.

[iv] De wortels van Osama bin Ladens Al Qaida liggen in een  geheim actieprogramma van de VS om de Sovjets uit Afghanistan te verdrijven. Zie bijvoorbeeld dit eerlijke interview met Brzezinski.

[v] De meeste terroristische samenzweringen waarvan de FBI stelt dat het die voorkomen heeft waren eigenlijk geïnspireerd en tot aan de uitvoeringsfase gebracht door vertrouwelijke informanten en geheime agenten.

[vi] Graham Fuller is door FBI klokkenluider Sibel Edmonds ook geïdentificeerd als een belangrijke speler in Amerikaanse steun voor anti-Russische islamitische politieke bewegingen in Centraal-Azië en de Kaukasus.

Posted on Leave a comment

Na de Europese Unie. Culturele veranderingen: van unidimensioneel naar multidimensioneel denken en terug

Culturele veranderingen zijn hoofdzakelijk gewijzigde manieren van denken. Het denken dringt de cultuur binnen, net zoals het een manier van leven binnendringt, via de politiek.

De eis tot unidimensioneel denken, of ideologisch totalitair gedachtegoed, werd Litouwen opgelegd samen met de bolsjewistische bezetting van 1940. Op vlak van buitenlands beleid betekende dit de promotie van de socialistische wereldrevolutie; op vlak van binnenlands beleid de aanmoediging van industrialisering, de collectivisering van landbouw, en de versterking van militaire macht. In de culturele sfeer leidde het tot de invoering van een ‘correct denken’, of beter gezegd, tot het begrip van hoe de eerder genoemde strategische taken uit te voeren. Het achterliggende doel was de oprichting van het communisme, het beloofde koninkrijk, en het garanderen van de door Marx ontworpen staat van welzijn en geluk.

Dit was een krachtig idee. Het vatte een Europese spirituele queeste samen die al begon vanaf de Renaissance. Bovendien vormde het samen met het alternatief van het nationaalsocialisme de substantie van het leven in de twintigste eeuw. Het was pas na de Tweede Wereldoorlog dat, in een poging om democratisch te blijven, Europa onder de arbitrage van het Noord-Amerikaanse kapitalisme kwam.

In 1983 publiceerde ik een essay in het weekblad Literatūra ir menas(‘Literatuur en kunst’) met als titel ‘De wereld is hier’. Daarin probeerde ik de Litouwse pogingen te verduidelijken om zichzelf te ontdekken binnen de wereld van het Sovjet-internationalisme. Ik wou ook het belang aanduiden van de vreugde om het authentieke leven te ervaren hier in ons eigen land, en niet elders in een verre plaats achter de horizon. De journalist, schrijver en vertaler Juozas Keliuotis [1] noemde het essay een overtuigende analyse van de beleefde realiteit van Litouwen. Vele anderen, onder wie een lezer in een brief,  vroegen zich af: ‘Wie geeft jou het recht om zo te schrijven?’

De controle over onze levens was toen extreem en verregaand: zelfs het recht om te denken moest worden toegestaan.

Vandaag kennen we het lot van deze radicale ideeën uit de twintigste eeuw: stapels beenderen waarrond de geesten van communisme en nationaalsocialisme nog steeds dolen. Maar we weten nog steeds niet wat het lot is van de derde grote actor van de twintigste eeuw – het democratisch kapitalisme, of wat we kunnen noemen, het concept van natuurlijke sociale ontwikkeling. Algemeen gezien kunnen we het volgende aannemen: sinds de opkomst van multinationale bedrijven tijdens de Koude Oorlog verkregen die het soort budgetten welke die van de van natiestaten overstegen, en werden ze bevrijd van de sociale verantwoordelijkheid voor de oorsprong van het kapitaal. De relatie tussen kapitalisme en democratie is sindsdien moeilijk en verontrustend. Bedrijfskapitalisme en globalisering, met zijn recente financiële crisis bijvoorbeeld, doen een stap buiten de aanvaardbare grenzen. Voor dit probleem, inherent aan het kapitalisme, bestaat nog steeds geen oplossing, en op een of andere manier maken we er allen deel van uit omdat we kapitalistisch willen leven.

Litouwers kunnen trots zijn op zichzelf en hun hoofdrol in de omverwerping van de Sovjet-Unie, de hoofdvesting van het communisme.

Welke problemen, vooral problemen betreffende het denken, hebben we geërfd van het tijdperk dat het unidimensionele denken wou opleggen naar het tijdperk van het multidimensionele denken?

De gevolgen daarvan waren traumatisch in de breedste zin van het woord. De eis tot unidimensioneel denken was een harde slag voor de nationale geest, een knock-out waarvan het lange tijd onbewust bleef. De opheffing van het verbod op het denken, dat samenkwam met de onafhankelijkheid, versufte eveneens onze geest: overweldigd door de vreugde van de overwinning kregen we een overdosis vrijheid. Typische voorbeelden? De mentale leegte vanaf de Sovjet-bezetting die het einde betekende van de eerste republiek (1918-1940). Of aan het begin van de tweede republiek, na de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie in 1990, toen de werkgeversorganisatie opriep tot de afschaffing van alle belastingen. Vandaag vieren we in Litouwen nog steeds elk jaar een dag voor ‘Een leven zonder belastingen’.

In ieder geval, samen met het herstel van de Litouwse natiestaat kozen we voor vrijheid van denken in plaats van de gevangenis van het denken.

Gelukkig hebben we onszelf bevrijd van de gevangenis die onze geesten opgesloten hield. Maar vrijheid van denken betekent niet noodzakelijk vrij denken. Vrij denken betekent dat de mens in staat is om van feiten naar generalisaties te gaan, of vice versa, om af te dalen van grote abstracties tot specifieke realiteiten. Om het gedachteproces niet te verstoren moet de denkende mens abstracties behandelen als een gepaste manier van denken zonder empirische feiten te negeren of te verafschuwen; noch moet hij empirische feiten verkiezen boven abstracties. Dit zijn heel oude problemen waar elke cultuur mee geworsteld heeft. De Grieken deden er bijna duizend jaar over tot Aristoteles een manier vond om de balans tussen ervaring en denken te verzekeren, en uitgerust met de nieuwe wetenschap van de logica, begon hij aan de filosofische reconstructie van de wereld. Geobsedeerd als ze waren door hun aangeboren wantrouwen voor abstractie duurde het tweeduizend jaar voor de Europese barbaren deze kunst beheersten, wat zich onder andere manifesteerde in de Kritiekenvan Immanuel Kant, een scepticus van Baltische origine. Litouwers hebben in hun protest tegen de met geweld opgelegde abstracties van het christendom (Teutoonse Orde) een immens rijk opgericht, namelijk het grootvorstendom Litouwen, maar tijdens de expansie en de verdediging ervan zagen ze niet hoe ze werden overspoeld door de cultuur van hun bondgenoten de Polen.[2] In de negentiende eeuw werd Litouwen opnieuw overspoeld door modieuze, nieuwe concepten uit het Westen, namelijk positivisme en pragmatisme, twee stromingen die het klassieke Europese denken wilden deconstrueren.

Het is verrassend hoe efficient de Litouwers deze moeilijk periode van herstel  doormaakten. Op de nieuwe ideologische fundamenten herstelden ze, of beter gezegd creëerden ze, een natiestaat, namelijk de republiek Litouwen (1918), en voerden ze twee decennia politieke strijd voor de door Polen bezette hoofdstad Vilnius. Daarna  – als resultaat van grote druk op het diplomatieke front  – realiseerden ze zich dat het oprichten en in stand houden van een natiestaat inhield dat men de wereldcultuur moest vertalen binnen de nationale cultuur, vooral via zijn belangrijkste uitdrukkingsvorm de nationale taal. Gedurende twee opeenvolgende decennia legden ze daar de filosofische en ideologische fundamenten voor. Eerst was er de filosoof Stasys Salkauskis (1886-1941) met zijn pedagogie van persoonlijke opvoeding; er was de existentialistische kritiek van zijn leerling Antanas Maceina’s (1908-1987); er was Juozas Keliuotis’ moderne nationalisme; er was het manifest Naar volledige democratie; er was het ontstaan van een volledig authenthiek kunstgenre, zoals het werk van de Ars-groep; er waren de gedichten van de jonge Vytautas Mačernis (1921-1944); er was het proza van de immigrant Marius Katiliškis (1949-1980) en van Antanas Škėma (1910-1961).

Karl Marx’ empirische interpretatie van het bestaan was heel aantrekkelijk voor pragmatische geesten wegens zijn praktische benadering. Marx gaf aandacht aan de realiteit maar vermeed geen veralgemeningen over feiten. De filosofie van Marx werd echter verwerkt door de vleesmolen van het Russische massadenken, dat de ideologie van het marxisme-leninisme, met Marx’ economisch determinisme en het proletarische belang, als absolute en onbetwistbare waarheid aannam. De enige conclusie van dat denken was dat elke ontkenning van de marxistische waarheid moest worden opgeruimd. Vladimir Lenin en Jozef Stalin voltooiden dit werk op zowel theoretische als praktische wijze.

Zelfs de Middeleeuwen kenden heftige, scholastische discussies over de vraag of een idee bestaat als een ideëel object of als louter een beweging van de lucht als men het woord uitspreekt. Voor de empirische voorliefde van de Europese geest was de theorie dat een idee niet hetzelfde is als wat een woord beschrijft voor lange tijd ondraaglijk. Als Russische marxisten het woord communisme uitspraken geloofden ze niet dat communisme een abstractie was; communisme was voor hen een realiteit, een heel toegankelijke zelfs. In het na-oorlogse Europa, toen God langzaamaan stierf, werden vele Westerse intellectuelen letterlijk gek van dit marxisme.

De Litouwse naoorlogse mentaliteit wou eveneens de objecten zien achter de woorden die ze probeerde te definiëren, maar niet in marxistische termen zoals de bezetter, wel op christelijke grondslag.  Wie daar problemen mee had, moest vluchten over de Atlantische Oceaan of werd verbannen achter de Oeral.  Nadat de guerrillaoorlog (1945-1952) tegen de Sovjets was overwonnen, kon het marxisme zich rustig nestelen in Litouwen. Het verwierp zonder scrupules zowel ontologie als cognitieve theorieën, en verving de verscheidenheid van het cognitieve door de zogenaamde theorie van reflectie die stelde dat alle concepten de realiteit overheersen. Zo ontstond bijvoorbeeld de methodologie van filosoof Eugenijus Meškauskas (1909-1997) als een poging om een ideologieloos marxisme te stichten, ontdaan van zijn doctrinair en monistisch karakter.[3] Zijn theorie bekritiseerde echter niet het marxisme,  maar liet dit over aan de vrije wil van hen die met zijn ‘methodologie’ kennis maakten.

Toch was de vrije wil manifest aanwezig in de manier waarop jonge denkers de door hen gesmaakte trends uit de Westerse filosofie uitkozen. Ze analyseerden deze filosofieën en publiceerden dan hun teksten als een zogezegde Kritiek van de Westerse bourgeois- filosofie. Dus al voor de onafhankelijkheid interpreteerden de Litouwers het existentialisme. Bijna alle strekkingen van het neopositivisme – van fysicalisme tot logische taalkunde – kwamen op deze manier naar Litouwen en begeleidden Litouwse denkers van de begane treden naar de nieuwe paden van de onafhankelijkheid. Maar enkele jaren na de onafhankelijkheid was er in plaats van het marxisme ineens een afgrond waarin het denken over de staat verdween. We probeerden deze lacune in het denken over de staat op te vullen door het herlezen van de ouderen zoals Stasys Šalkauskis, Antanas Maceina, Vydūnas, enzovoort. We verwijderden het stof der geschiedenis van hun gezichten, en zij kwamen terug in ons leven. Maar al gauw werden ze naar de achtergrond verdrongen door de in Frankrijk werkende semioticus Algirdas Julius Greimas (1917-1992), de in Amerika werkende socioloog Vytautas Kavolis (1930-1996), en anderen.[4] Maar recent verloor ook hun autoriteit aan invloed.

Posted on Leave a comment

Kamer wil druk op China om deportatie Noord-Koreanen

Een kamermeerderheid wil stevige internationale druk op de Volksrepubliek China om een einde te maken aan het deporteren van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland. Zuid-Korea heeft deze kwestie onlangs aangekaart bij de VN-Raad voor Mensenrechten.

Zuid-Koreanen demonstreren tegen de deportatie van Noord-Koreaanse vluchtelingen door China.

Minister Rosenthal is verzocht om Zuid-Korea hierin te ondersteunen, samen met zijn Europese collega’s.
De Kamer vraagt zich af wat Noord-Koreaanse asielzoekers te wachten staat bij terugkeer.

Het Reformatorisch Dagblad schrijft over “zware straffen”. De doodstraf of jarenlange opsluiting in de Noord-Koreaanse goelag zijn zeer waarschijnlijk.

Hieronder de Kamervragen die gesteld zijn aan minister Rosenthal van Buitenlandse zaken.

_______________________

Schriftelijke vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Kortenoeven (PVV), Timmermans (PvdA), Pechtold (D66), Ormel (CDA) en Voordewind (CU) aan de minister van Buitenlandse zaken over de Chinese deportaties van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland

1-3-2012

–          Heeft u kennisgenomen van het bericht dat China consequent doorgaat met het deporteren van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland?

–          Is de inschatting juist dat jaarlijks zo’n 5000 Noord Koreanen door China worden teruggestuurd naar hun land? Is er enig zicht op wat hen staat te wachten bij terugkeer in Noord-Korea?

–          Op welke wijze heeft u zich in de afgelopen periode ingespannen – mede in internationaal verband – om deze Chinese deportaties bij de Chinese autoriteiten aan te kaarten? Welke resultaten heeft dit opgeleverd?

–          Is China gevoelig voor internationale druk hieromtrent? Hoe kan deze druk verder door u en de internationale gemeenschap worden opgebouwd?

–          Is het bericht juist, dat Zuid-Korea de kwestie onlangs heeft aangekaart bij de VN-Raad voor de Mensenrechten? Kunt u deze stap nader toelichten? Wat zouden hiervan de gevolgen kunnen zijn?

–          Bent u bereid om Zuid-Korea zoveel mogelijk bij te vallen in deze actie en wilt u tevens op Europees niveau bij uw collega’s in de Raad Buitenlandse Zaken bepleiten dat ook zij zich serieus inzetten voor deze zaak? Op welke wijze en op welke termijn kunt u dit doen?


 

Posted on Leave a comment

Hongarije eert Ronald Reagan

In de Hongaarse hoofdstad Boedapest is woensdag een bronzen standbeeld onthuld van de Amerikaanse oud-president Ronald Reagan. Oost – Europa viert de 100e geboortedag van Reagan, die een grote rol speelde bij de val van het communisme in 1989.

Foto AFP

Tijdens de regeringsperiode van Ronald Reagan is de V.S. weer als supermacht op de kaart gezet. Hij voerde pro-actief buitenlands beleid. Reagan zorgde samen met Tatcher in 1987 voor vrijspraak van Russische dissidenten waaronder Alexander Ogorodnikov, die zaten opgesloten in de concentratiekampen van de Russisch goelag.

Oost – Europa, dat jarenlang zuchtte onder het communisme weet de rol van Reagan te waarderen en eert hem daarom. Men vernoemt straten naar hem en draagt missen op. Dat noem ik terechte dankbaarheid.

Hoe anders in Nederland, waar het vernoemen van een straat naar hem nog leidt tot een politieke discussie door de linkse partijen die hem als controversieel bestempelen wegens zijn `agressieve anti-communistische´ opstelling.