Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

Alexander Gauland: van conservatief publicist tot populist

Binnen de CDU werd hij op de achtergrond gehouden, als conservatief publicist was hij geliefd bij links en rechts en na zijn zeventigste brak hij toch nog door als politicus. Een portret van AfD-leider Alexander Gauland.

Als staatssecretaris in Hessen eind jaren ’80 gold Alexander Gauland als man voor op de achtergrond, niet geschikt voor de eerste rij. Deelstaatpremier Walter Wallmann zou hem gezegd hebben dat hij een goede functionaris was, maar niet met mensen om kon gaan, nooit campagnetoespraken zou kunnen houden. Hij was kortom niet geschikt als politicus. Inmiddels lijkt Gauland zijn vroegere mentor weerlegd te hebben. Na 40 jaar zei hij zijn lidmaatschap van de CDU op en werd hij mede-oprichter van de eurokritische Wahlalternative 2013. Inmiddels is hij partijleider van de AfD en fractievoorzitter in de Bondsdag. 

Gauland als krantuitgever

Zo beleeft Gauland in de leeftijd der sterken toch nog zijn politieke doorbraak en geldt hij als grand seigneur van de nieuwe beweging rechts van CDU en CSU. Maar wie is deze “vriendelijke scherpslijper” (Der Tagesspiegel), die sinds het begin van de jaren ’70 als politiek publicist en conservatief intellectueel actief was en decennia lang ook door politieke tegenstanders gewaardeerd werd? Biedt zijn journalistieke werk indicaties waarom deze voormalige CDU-man “van publicist tot populist” (Die Zeit) werd?

Gaulands activiteit als auteur begon met zijn 1971 verschenen volkenrechtelijke dissertatie ‘Das Legitimitätsprinzip in der Staatenpraxis seit dem Wiener Kongreß’. Daarna schreef hij diverse boeken met titels als ‘Gemeine und Lords. Porträt einer politischen Klasse’, ‘Helmut Kohl. Ein Prinzip’, ‘Das Haus Windsor’ en ‘Anleitung zum Konservativsein’. Na zijn tijd als staatssecretaris in Hessen onder Walter Wallmann (CDU) was hij uitgever en directeur van het dagblad Märkische Allgemeine in Potsdam.

Ook bij links gewaardeerd

De anglofiele Gauland (met een zwak voor tweed-jasjes en Britse auto’s) speelde het kunststukje klaar in de meest uiteenlopende media te publiceren. Hij was een conservatieve publicist die “ook door links geprezen werd” (FAZ). Zijn artikels, opstellen, portretten en commentaren verschenen even goed in het linkse dagblad Tageszeitung en in het Sponti-tijdschrift Pflasterstrand als in het rechts-conservatieve bald Criticón van Caspar von Schrenk-Notzing. Ook de Frankfurter Rundschau, de FAZ, Die Welt en de Tagesspiegel drukten zijn non-conformistische, goed geschreven bijdragen af.

In de in 1989 bij Suhrkamp verschenen portretten van Engelse denkers en politici uit de afgelopen drie eeuwen liet Gauland zich hier en daar ook over de actuele politiek uit. Zo trok hij in ‘Gemeine und Lords’ van leer tegen “de verschrikkelijke heerschappij van de functionarissen”, “die zich in de 20e eeuw meester heeft gemaakt van alle politieke partijen”. Een zekere antikapitalistische grondhouding en een afkeer van de “economisering van het politieke” is dan ook reeds zichtbaar. Vandaag de dag deinst de AfD-leider er niet voor terug in de electorale vijver van Die Linke te vissen. Met een zekere reactionaire attitude neemt hij het als politicus voor “de kleine man” op.

In het portret van Churchill zou men ook een verkapt portret van de AfD-leider kunnen ontwaren, die sinds zijn 72e zijn eerste echte politieke lente beleeft en zichtbaar geniet van zijn publieke optreden: “Maar Churchills kracht was tegelijk zijn zwakte. Zijn zucht naar theatrale actie, naar het grote avontuur schiep bij zowel vrienden als tegenstanders de verdenking dat het hem niet om principes, maar alleen om het optreden ging.”

Constanten in zijn denken

Het denken van Gauland laat echter duidelijke constanten zien. Zowel destijds als nu zijn de vijandbeelden van zijn conservatisme “de toenemende economisering”, het multiculturalisme en “de globalisering van markt en mensenrechten”. Dat de AfD juist in de vijver van de ‘verliezers’ van de globalisering vist (bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland, maar in het algemeen in de arbeiders- en lagere middenklasse), hangt ook met Gaulands denken samen. Zo keerde hij zich als publicist al tegen een zuivere marktideologie: “Wat de One-World-ideologie, de droom van een door de globalisering democratisch herenigde mensheid, is niet minder utopisch en geen geringer gevaar voor het historische bestaan van staten en volken dan de ten onder gegane socialistische waan.”

Ook een ‘Leitkultur‘, die niet meer inhoudt dan grondwetspatriottisme vindt de auteur echter armoe troef. Echt houvast vinden de mensen in gedeelde geloofsovertuigingen, mores, taboes, culturele tradities, nationale vooroordelen en etnische begrenzingen, traditionele leefomgevingen en religieuze taboes. Immigratie, zo stelde Gauland in 2002 al, moet aangepast zijn aan de “culturele draagkracht van een samenleving”. Ook Gaulands Amerikakritiek is een belangrijke constante. De ‘Putinversteher’ bekritiseerde als publicist reeds de imperiale pretenties van het Amerikaanse buitenlandbeleid, dat mede de immigratie naar Europa aandrijft.

Reeds in zijn boek over conservatisme toonde de West-Duitse conservatief veel begrip voor de mensen in de nieuwe deelstaten van de Bondsrepubliek die op een bepaalde manier terugverlangden naar de DDR. Van deze ‘Ostalgie’ profiteerde de PDS, de opvolger van de SED. Over de schaduwzijden van het DDR-bewind werd daarbij natuurlijk niet gesproken, maar de DDR had op haar manier ook een vorm van heimat en overzichtelijkheid gecreëerd. Dit is ook wat Gaulands AfD de globaliseringsverliezers in zowel oost als west wil bieden.

Populisme

Alexander Gauland mag politiek wat radicaler geworden zijn, dat kan er echter ook mee samenhangen dat hij tot voor kort het meer contemplatieve leven van een intellectueel kon leiden, terwijl hij nu waarschijnlijk meer tijd doorbrengt in talkshows en debatten dan in zijn studeerkamer thuis. De grondtrekken van zijn denken zijn evenwel niet veranderd. Het maakt nu eenmaal verschil of men zich als vrije intellectueel of als verantwoordelijk politicus uit. Als CDU-intellectueel – een zeldzame diersoort – genoot Gauland een zekere narrenvrijheid.

In zijn boek ‘Die Deutschen und ihre Geschichte’ schreef Gauland dat de sleutelwoorden voor de West-Duitse samenleving stabiliteit en consensus waren. Hier is in de afgelopen jaren echter misbruik van gemaakt door politiek en media, die steeds minder lijken te weten wat ‘de mensen in het land’ werkelijk bezighoudt. Dit is natuurlijk in niet geringe mate te wijten aan de door Angela Merkel bepaalde koers van de CDU, die Gauland in een artikel in Die Welt tot ruïne verklaarde:  “De Unie (van CDU en CSU, red.) heeft haar inhoud verloren. Ze komt voor als een antieke ruïne – van buiten is het nog mooi om te zien, maar van binnen is het woest en leeg.” Over de AfD zegt hij daarentegen in een interview met Christ & Welt: “We zijn een Duitse partij, die zich inzet voor Duitse belangen.” De partij verdedigt “het traditionele levensgevoel in Duitsland, het traditionele heimatgevoel”, aldus Gauland.

Meer continuïteit dan radicalisering

Uit de uitlatingen van Gauland als gewaardeerde publicist en als weggezet politicus rijst kortom niet zozeer een beeld van radicalisering op, als wel van een grote continuïteit. Gauland was altijd al een conservatief, ook binnen de CDU, en dat is hij bij de AfD gebleven. Nog meer dan elders in Europa, is er in Duitsland echter een hang naar intolerantie voor bepaalde politieke geluiden. Zoals Gauland in 2012 al schreef in de Tagesspiegel: “In alle democratische debatten gaat het er steeds weer om de van de mainstream afwijkende standpunten moreel buiten de orde te verklaren.”

Posted on

Beieren: Uitsluiting AfD helpt Groenen aan de macht

Zondag vinden in Beieren de verkiezingen voor de Landdag plaats. Recente peilingen duiden massieve verliezen aan voor de tot nu toe alleen regerende CSU. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de christelijk-socialen alleen verder kunnen regeren, maar met wie kunnen ze een coalitie vormen?

De peilingen variëren een beetje, maar of de CSU zondag nu 33 of 35 procent van de stemmen krijgt, het lijkt zeker dat ze geen meerderheid meer zal hebben. De Groenen, die tussen de 16 en de 19 procent schommelen in de peilingen, lijken de SPD voorbij te streven en de tweede partij te worden. Verder is er mogelijk lichte winst voor de Freie Wähler en komt de AfD voor het eerst de Beierse landdag binnen. De peilingen wijzen voor 10 à 14 procent voor de nationaal-conservatieven, waar wellicht nog een kleine gordijnbonus bij komt. De peilingen voorspellen verder dat de liberale FDP met zo’n vijf procent net over de kiesdrempel komt en de socialistische partij Die Linke met zo’n vier procent net niet.

Aangezien de CSU het vormen van een coalitie met de AfD heeft uitgesloten, zijn de opties van de christelijk-socialen beperkt. Qua politieke afstand ligt een coalitie met de Freie Wähler het meest voor de hand, maar CSU en FW lijken samen geen meerderheid te hebben, zodat de FDP er nog bijgehaald zou moeten worden. Als de FDP de kiesdrempel net niet haalt, zou een coalitie van CSU en SPD wellicht ook nog mogelijk zijn. Maar wat gezien de projecties steeds waarschijnlijker wordt is dat de CSU met de Groenen zal moeten gaan regeren, al is het dan met tegenzin.

Rechts van de CSU

De maxime van de beruchte CSU-leider Franz Josef Strauß, dat er rechts van de CSU geen democratisch gelegitimeerde partij kan bestaan, lijkt in ieder geval niet meer te gelden. In de verkiezingen voor de Bondsdag behaalde de AfD met 12,6 procent van de stemmen in Beieren reeds het beste resultaat van alle West-Duitse  deelstaten.

Sindsdien geldt als zeker dat de nationaal-conservatieven de Beierse landdag in zullen komen. De AfD had aanvankelijk de hoop uitgesproken de op een na grootste partij te worden in de Beierse landdagverkiezingen. Maar dat lijkt er niet in te zitten. Dat komt mede door de sterke concurrentie van de Freie Wähler onder de populaire leider Hubert Aiwanger. Dit biedt een aantrekkelijk alternatief voor teleurgestelde CSU-kiezers. Bij de AfD zet men de Freie Wähler dan ook weg als ‘wormvormig aanhangsel van de CSU’. Daarbij profiteren de Groenen van de leegloop van de SPD en trekken ze ook kiezers van de linkervleugel van de CSU aan, nu die laatste zich onder druk van Freie Wähler en AfD wat rechtser profileert.

Positie Seehofer en Söder wankelt

Voor de tot nog toe zonder coalitiepartners regerende CSU staat intussen veel op het spel. Na het debacle in de Bondsdagverkiezingen ontkwam de toenmalige Beierse regeringsleider naar Berlijn om federaal minister van Binnenlandse Zaken te worden en niet alleen bondskanselier Angela Merkel, maar ook zijn partijconculega en opvolger als deelstaatpremier, Markus Söder het leven zuur te maken.

De door de peilingen voorspelde terugval van de CSU tot ver onder de veertig procent kan de carrière van de beide politici ernstig schaden. Zowel Seehofers positie als partijleider, als Söders positie als premier van Beieren wankelen. Buiten kijf staat dat de inmiddels 70-jarige Seehofer dit beter kan hebben dan de pas 51-jarige Söder.

De regeringsdistricten van Beieren, met rood gekleurd ‘Altbayern’, waar ook het Beierse dialect gesproken wordt.

In 2013 kreeg de CSU nog 47,7 procent van de stemmen, wat genoeg was voor de absolute meerderheid van de zetels in de Landdag. Met tussen de 33 en 36 procent van de stemmen in recente peilingen is de regionale christendemocratische partij inmiddels mijlenver daarvan verwijderd.

Ook typisch Beierse aspecten spelen overigens een rol. Zo kan Söder, die afkomstig is uit Franken, zich sowieso niet in de populariteit verheugen die ‘echte Beiers’ als Alfons Göppel, Franz Josef Strauß, Edmund Stoiber en ooit ook Seehofer genoten.

Barbara Stamm, voorzitter van de Beierse landdag zou zich volgens een bericht van het weekblad Der Spiegel, zeer geërgerd hebben aan het feit dat Seehofer als partijleider een recente vergadering van het partijbestuur in München eerder verliet, omdat hij nog een afspraak in Berlijn had.

Leegloop SPD, opkomst Groenen

Ook de in Beieren vanouds toch al zwakke SPD heeft zo haar problemen. Zelfs met de populaire Oberbürgermeister van München, Christian Ude als lijsttrekker, haalden de sociaaldemocraten vijf jaar geleden niet meer dan 20,6 procent van de stemmen. Nu mag fractievoorzitter Natascha Kohnen hopen dat ze tenminste nog in de dubbele cijfers blijven.

Dat de Groenen de op een na grootste partij worden, lijkt mede door de leegloop van de SPD een uitgemaakte zaak. Ludwig Hartmann en Katharina Schulze vormen een nog fris en dynamisch leidersduo. Daarbij proberen de twee zich niet te radicaal te profileren. Zo verschenen ze tijdens het Oktoberfest in traditionele klederdracht en treden ze in het algemeen tamelijk burgerlijk voor het voetlicht om de behoudende Beierse kiezers niet onnodig af te schrikken.

Schulze houdt intussen alle coalitie-opties open: “Als men een verantwoordelijkheid krijgt toebedeeld van de kiezer, mag men die niet eenvoudig afwijzen”, zegt ze over een eventuele coalitie met de CSU.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

Poolse regeringspartij wil Duitse verleden van Breslau wegmoffelen

Breslau (in het Pools Wroclaw) is dit jaar de Culturele Hoofdstad van Europa en presenteert in dat kader ook haar Duitse cultureel erfgoed en geschiedenis. Dat is echter tegen het zere been van de gemeenteraadsfractie van de nationaal-conservatieve partij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS).

“Duitsland moet eens en voor altijd het verlies van Breslau aanvaarden”, zo schrijft de fractie opgewonden aan de burgemeester. De nationaal-conservatieven storen zich er onder andere aan dat er aan het raadhuis van de stad geen Poolse vlaggen wapperen, die zou bij Duitse toeristen tot “verkeerde conclusies” kunnen leiden, zo vreest PiS. Als het aan de fractie ligt, worden de  uit Breslau afkomstige ontvangers van de Nobelprijs ook niet langer als ereburgers van de stad geëerd, dat zijn namelijk stuk voor stuk Duitsers. Ook moet de straat die naar Wilhelm Grapow (zeg: Grapoo), de architect van het negentiende-eeuwse hoofdstation, vernoemd is, hernoemd worden, want ook dat was een Duitser. De Poolse minister voor Cultuur en Nationaal Erfgoed wil op zijn beurt de Breslauer Opera omdopen tot Nationale Opera.

Aan het raadhuis van Breslau hangen tot ergernis van de PiS-gemeenteraadsleden geen Poolse vlaggen.
Aan het raadhuis van Breslau hangen tot ergernis van de PiS-gemeenteraadsleden geen Poolse vlaggen.

Rafal Dutkiewicz, de onafhankelijke burgemeester van Breslau, heeft weinig op met de verzoeken van de PiS-fractie. Het Duitse erfgoed is een belangrijke toeristentrekker.

563px-Curzon_line_en.svgBreslau is de belangrijkste stad van Silezië en was de hoofdstad van de Pruisische provincie Neder-Silezië. In 1871 was Breslau na Berlijn en Hamburg de derde stad van Duitsland. Met zo’n 633.000 inwoners is het momenteel de vierde stad van Polen. Silezië hoorde bij Duitsland tot het na de Tweede Wereldoorlog door de Conferentie van Potsdam aan Polen werd toebedeeld. Het overgrote deel van de Duitse bevolking werd verdreven, alleen uit Neder-Silezië werden al zo’n 1,7 miljoen Duitsers verdreven. In de gebieden die Duitsland aan Polen verloor, werden Polen uit de gebieden die na de oorlog aan de Litouwse, Wit-Russische en Oekraïense Sovjet-republieken toevielen gevestigd. Dat kon echter niet verhinderen dat de gebieden nog enkele decennia sterk onderbevolkt zouden zijn. In Silezië bevindt zich nog altijd een concentratie van de kleine Duitse minderheid in Polen. Ook identificeert een deel van de inwoners zichzelf niet als Pool, maar als Sileziër.