Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

“Laat je niks wijsmaken”

Psycholoog Dr. Jaap van Ginneken is een vreemde eend in de bijt van de communicatiewetenschap. Waar de meesten van zijn generatiegenoten hun ‘systeemkritiek’ op de nieuwsmedia afzwoeren, bleef Van Ginneken een luis in de pels van de journalistiek. Zijn in 1996 verschenen boek, De schepping van de wereld in het nieuws, waarin hij ‘101 vertekeningen van het nieuws’ uiteenzette, werd tot leerboek aan scholen voor journalistiek in tal van landen, waaronder laatst zelfs nog in China.

Deze maand verscheen van Van Ginneken een biografie over het bewogen leven van de joodse Duitser Kurt Baschwitz, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als correspondent naar het neutrale Nederland kwam, terug in de Weimarrepubliek opklom tot hoofdredacteur van het gezaghebbende weekblad voor krantenuitgevers, in 1933 terugkeerde naar Nederland op de vlucht voor de nazi’s, tijdens de Duitse bezetting zat ondergedoken, korte tijd in kamp Westerbork zat opgesloten, na de bevrijding als eerste in Nederland een journalistiekopleiding begon en aan de wieg stond van de communicatiewetenschap in ons land.
De 74-jarige Van Ginneken gaat nu met pensioen. De Baschwitz-biografie is zijn laatste boek. Eerder, in 2004, stopte hij al met het doceren aan de vakgroep communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Een gesprek over het commerciële en propagandistische karakter van de nieuwsmedia.

In de jaren zeventig was er vanuit de Nederlandse communicatiewetenschap veel kritiek op het ‘kapitalistische’ karakter van de pers. Sindsdien is de invloed van adverteerders alleen maar toegenomen en is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden. Maar de kritiek daarop vanuit de communicatiewetenschap lijkt verstomd. Hoe zie jij dat?

Die is inderdaad afgestorven, maar daar zitten twee kanten aan. De systeemkritiek van de jaren zeventig was te primair en te simpel. Die had in die zin geen bestaansrecht meer. Mijn boek De schepping van de wereld in het nieuws is een poging geweest om te laten zien de commerciële invloeden op de nieuwsmedia complexer zijn dan tot dan toe werd gedacht.

Zijn het inmiddels de adverteerders die bepalen of een publicatie kan overleven? Zo ja, welke gevolgen heeft dit gehad voor de manier waarop ons het nieuws wordt gepresenteerd?

Adverteerders oefenen zelden rechtstreeks invloed uit. Als je een lelijk stuk schrijft over bodymilk van Dove is het niet zo dat meneer Unilever op hoge poten met de hoofdredactie belt. Het belangrijkste hier is wat ik heb genoemd het ‘Umfeld’. Er zijn bepaalde redactionele omgevingen waarin een adverteerder graag verschijnt. Glossy-magazines bijvoorbeeld. Die krijgen maar een fractie van hun inkomsten uit de verkoop van losse nummers. Het grootste deel komt uit dure advertenties. Die bladen staan vol redactioneel materiaal waar adverteerders graag tussen willen staan. Stukje over mode, een nieuwe bodycrème, leuke reisjes. De glossy’s venten comfortabele illusies uit die zich helemaal hebben losgezongen van de werkelijkheid.
Het omgekeerde zie je bij een blad als de Groene Amsterdammer, met alsmaar intellectuele stukken, en vroeger: kritisch gezeur over dit is niet goed en dat is niet goed, en de wereld gaat naar de kloten. Dat is voor adverteerders niet erg aantrekkelijk. De Groene heeft een geniaal ding gedaan in de meer dan honderd jaar dat ze bestaan: ze hebben nooit met geld gesmeten, en hebben de verleiding weerstaan geld te lenen om te kunnen expanderen. HP/De Tijd en Vrij Nederland hebben meer financieel risico genomen. Die zijn daardoor van weekbladen tot maandbladen gedegradeerd. Ook het afnemende aantal drank- en tabaksreclames in de opinietijdschriften heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Daar bestonden die bladen vroeger goeddeels van.

Je hebt gezegd: “Op zichzelf is er met commercie en reclame niks mis, als de pluriformiteit verder goed gewaarborgd blijft.” Vind jij dat we in Nederland een pluriforme pers hebben?

Op het eerste gezicht als je de kiosk binnenloopt en je ziet al die wanden met bladen, dan denk je: pluriform. Maar dat wordt anders als je ziet dat het bijna allemaal glossy’s en modebladen zijn, dat er nog twee opinieweekbladen over zijn en dat de weekendbijlagen van de kranten zijn verworden tot een soort advertentiefuiken met human interest en rubriekjes over ditjes en datjes. De algemene trend is dat de consumptiepropaganda in de media moeiteloos de echt kritische analyses overstemt.

Wat betreft pluriformiteit: Zien we alle visies die er leven in de maatschappij voldoende weerspiegeld in de Nederlandse pers?

Het is niet zo dat wat het publiek denkt gereflecteerd zou moeten worden in de media. Het is juist de pers die het voortouw zou moeten nemen in het vormen van een visie op wat er in Den Haag gebeurt, hoe onze economie reilt en zeilt, enzovoort. Journalisten worden ervoor betaald kritisch te zijn en met een eigen visie te komen, en dat geldt trouwens ook voor wetenschappers.

We hebben voorbeelden gezien van breed gedragen visies in de maatschappij waar de pers volledig aan voorbij ging. Zoals over de problemen met de multiculturele samenleving, of, meer actueel, over de demonisering van Rusland in de media, waarover in lezersrubrieken veel geklaagd wordt.

Het is waar dat er te weinig en op de verkeerde manier is bericht over problemen die gepaard gingen met de multiculturele samenleving.

Maar je zegt dus eigenlijk: pluriformiteit moet niet komen van een pers die alle geluiden in de samenleving een stem geeft? Pluriformiteit moet komen van journalisten die van bovenaf het publiek vertellen waar de problemen liggen?

Populisme, zoals het genoemd wordt, heeft zeker bijgedragen aan het op de agenda plaatsen van onderwerpen die ten onrechte onbelicht of onderbelicht zijn gebleven. Maar waar het mij om gaat: veel kritiek blijft aan de oppervlakte hangen, graaft niet erg diep, is niet in staat de achterkant van het gelijk inzichtelijk te maken. Er is in de pers te weinig radicale systeemkritiek. Er staan wel kritische artikelen in de krant, maar dat gaat vooral over de ene columnist tegen de andere. Youp van ’t Hek die flink tekeer gaat is natuurlijk wel geestig, maar het is niet wat een kritische pers inhoudt. Het gaat er om dat je redacties uitrust met voldoende middelen om de onderste steen boven te krijgen. Er zou veel meer onderzoeksjournalistiek moeten zijn. Het ideaal van de pers als vierde macht wordt maar in zeer beperkte mate waar gemaakt.

Hoe zie jij de concentratie van de pers? De monopolievorming op de dagbladenmarkt?

Het feit dat er nu twee bedrijven zijn die meer dan negentig procent van kranten in handen hebben hoeft niet per se te leiden tot een slechte journalistiek. Het betekent wel dat winstbejag een grotere rol is gaan spelen. Een onrendabele krantenonderneming kan niet bestaan anno nu. In het verleden waren er veel onrendabele ondernemingen. Die werden gesubsidieerd door de zuil waar ze toe behoorden. Het nadeel daarvan was dat ze de zuil naar de mond praatten. Daar stond tegenover dat ze zich weinig aan de adverteerders gelegen hoefden te laten liggen. Maar in elk geval hadden we in de tijd van de verzuiling wel vijf verschillende ideologieën die met elkaar streden over onderwerpen. Nu is alles onderhorig gemaakt aan de commerciële ideologie, het Umfeld-effect wat ik noemde.

De nieuwsmedia zijn al een halve eeuw een studieobject voor jou geweest. Kun jij nog een krant openslaan of naar een tv-journaal kijken met het doel kennis te nemen van wat er in de wereld gebeurt?

Nee. Ik kan alleen nog naar het nieuws kijken met de vraag: Wat gaat er achter schuil? Waarom is dit opeens in het nieuws? Waarom wordt iets opeens heel groot, terwijl andere zaken nog geen seconde aandacht krijgen? Wie heeft daar belang bij? Was die of die persoon of instelling in de positie om dat nieuws een handje te helpen? Past het binnen een cultuurverschuiving waardoor er opeens iets zichtbaar wordt?

Journaals zijn niet jouw favoriete nieuwsvoorziening?

Zoals de meeste mensen van mijn generatie kijk ik nog trouw naar het journaal, zowel op de Nederlandse als de Franse televisie. Ik zie het televisienieuws als een soort collectieve psychotherapie. Mogelijke bedreigingen van ons wereldbeeld worden opgeroepen, geïdentificeerd, geëtiketteerd, gecategoriseerd, ‘behandeld’ en vervolgens weer opgeborgen. Voor dit doel voert de presentator iedere dag een hele stoet autoriteiten en experts ten tonele. Zij stellen gerust, zodat we onbezorgd kunnen gaan slapen.

Jij hebt vaak gesteld dat objectiviteit niet bestaat, en dus ook niet voor journalisten. Wat is dan volgens jou de juiste grondhouding?

Je moet als journalist kritisch zijn. Geloof nooit meteen wat je verteld wordt. Laat je niks wijsmaken. Je moet je altijd afvragen: ‘Wie heeft er belang bij dat dit verhaal op dit moment bij mij terecht komt?’ Behalve als je te maken krijgt met zoiets als vulkaanuitbarsting in een ver land, dan zal het niet snel gebeuren dat iemand er een speciaal belang bij heeft dat in de krant te krijgen.

Als je als journalist niet objectief kunt zijn, mag je wel geëngageerd zijn?

Het kan legitiem zijn om als journalist begaan te zijn met een bepaalde zaak, en dat je daar alsmaar aandacht voor vraagt. Maar je moet dan uitkijken dat je niet in een bubble belandt, waarin kritische geluiden en relevante tegenspraak je niet meer bereiken.

Wat zijn sinds de jaren zestig de belangrijkste veranderingen die je hebt gezien in de nieuwsmedia?

Over misschien de belangrijkste grote verandering hebben we het al gehad. De media zijn vrijwel allemaal commercieel geworden. De publieke omroepen een beetje minder dan de rest. Maar de strijd om de kijkcijfers werkt deels in het verlengde daarvan.

Een andere grote verandering is de audiovisualisering. Beeld en geluid zijn leidend geworden. Als er geen beeld van is dan zullen de journaals er niet snel mee openen, en dan zullen vervolgens de kranten er minder snel aandacht aan besteden. Het audiovisuele is de belangrijkste bron geworden van informatie en educatie.
De elektronisering heeft er bovendien toe geleid dat elke nieuwtje dat ergens op de wereld bekend wordt een paar seconden later bij ons op internet verschijnt of op de journaals. Met alle hijgerigheid en pseudo-actualiteit van dien.
Dan is er de BN’erisering. Op tv zie je de hele dag Bekende Nederlanders die van het ene naar het andere spelletje rennen en van quiz naar talkshow doorschuiven. Ook in de kranten en bladen is het een komen en gaan van BN’ers.

Je schrijft dat weinig beroepsgroepen zo zelfgenoegzaam en lichtgeraakt zijn als journalisten. Kritische boeken of studies van buiten de beroepsgroep worden vaak unaniem neergesabeld.

Ik leerde al snel dat als je je polemieken op Nederlandse personages en media richtte je dat snel kreeg terugbetaald. Als je je polemieken op het buitenland richtte, bijvoorbeeld op wat er in de VS gebeurde, dan was dat veel veiliger.

Niettemin schreef De Journalist, het toenmalige huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, over jouw boek De schepping van de wereld in het nieuws: “Men kan Van Ginnekens boek afdoen als oude, linkse koek. Maar wie het leest, komt net iets te veel voorbeelden tegen die tot nadenken stemmen.”

Ja, dat was fair. Maar verder heeft het boek weinig veranderd. Behalve misschien dat het de grond rijp heeft gemaakt voor de prachtige boeken die Luyendijk later schreef, over deels dezelfde onderwerpen.

Je hebt een boek geschreven over de joods-Duitse Kurt Baschwitz, die je als een van de grondleggers beschouwt van de communicatiewetenschap in Nederland, en die als eerste een journalistenopleiding begon. Wat is het belangrijkste dat je van hem hebt geleerd? 

Het belang van ruimte voor systematische tegenspraak. Die is er vaak niet. Baschwitz heeft dat gemerkt tijdens de opkomst van het nazisme en antisemitisme in Duitsland. Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog. Ik heb toen vergeefs lopen leuren met een Nederlands artikel waarin ik uitvoerig beargumenteerde dat die atoomwapens van Saddam Hoessein waarschijnlijk helemaal niet bestonden. Niemand wilde het hebben. Het verscheen uiteindelijk pro forma in een klein wetenschappelijk blad.

Noam Chomsky cum suis hebben vastgesteld dat er in de mainstream media impliciete ‘limits of acceptable discourse’ worden gehanteerd, dat de ruimte voor tegenspraak vaak maar zeer beperkt is. Dat geldt bij uitstek bij hoog-emotionele kwesties in het internationale nieuws, en aan de vooravond van interventies en oorlogen. Het blijkt vaak pas decennia later, dat de werkelijkheid daarbij geweld werd aangedaan. 

Opvallend aan Baschwitz is dat hij een vrije pers en de vrijheid van meningsuiting als voldoende voorwaarden lijkt te zien voor een goed geïnformeerd publiek. Hoe zie jij dat? Is dat niet een beetje naïef?

Baschwitz leefde in een tijd van totalitarisme, crisis en oorlogen. De vrije pers en de vrijheid van meningsuiting stonden toen heel erg onder druk. Later is het allemaal een stuk ingewikkelder geworden. Co-optatie is volgens mij een van de meest effectieve maar goeddeels onzichtbare controlemechanismen in onze maatschappij geworden. Fabrikanten co-opteren wetenschappers en onderzoek die laten zien dat hun producten gezond en geenszins schadelijk zijn. De rijksten in de VS co-opteren een beleid en instellingen die hun visie onderbouwen en veel breder verspreiden dan logisch is. Toppolitici co-opteren staf en lagere echelons die inschikkelijk zijn. In al die gevallen wordt er formeel nergens dwang gebruikt, en blijft de fameuze keuzevrijheid schijnbaar onaangetast.

Bijzonder aan Baschwitz is dat hij tegen de tijdsgeest inging van het Interbellum, toen de democratie onder druk stond, vooral in Duitsland, met de zegen van veel intellectuelen. Die laatsten zagen ‘het volk’ als een bedreiging, als een blinde, kolkende massa die met propaganda in de goede richting moest worden gestuurd.

Baschwitz zag het inderdaad precies andersom. De gewone mensen waren volgens hem begiftigd met gezond verstand en medemenselijkheid. De massa is niet dom, maar wordt steeds door de terreur van een kleine minderheid op één hoop gedreven. Het kwaad kwam vooral van de elites, de intellectuelen inbegrepen. Als het volk al moest worden aangestuurd dan vond Baschwitz dat het moest gebeuren door een beroep te doen op hun goedheid, niet door misbruik te maken van hun zwaktes.

Je beschrijft dat Baschwitz ten tijde van de Weimarrepubliek zag hoe in Duitsland banken, ondernemers en overheden telkens opnieuw probeerden om een vinger in de pap te krijgen bij de pers, op zoek naar politieke steun. Hoe ver reikt volgens jou de invloed van de elites?

Uit het Amerikaanse Project Censored komt naar voren dat kwesties die zowel het bedrijfsleven als de overheid heel erg onwelgevallig zijn niet snel het nieuws halen. Terwijl er continu vaste contacten zijn tussen journalisten en ‘establishment’, zijn er veel minder contacten tussen journalisten en alternatieve nieuwsbronnen. Het grootste deel van het nieuws wordt bepaald door persberichten, persconferenties, officiële gebeurtenissen en uitingen van westerse overheidsinstellingen en bedrijven.

In hoeverre zijn wij allen gehersenspoeld, propaganda-slachtoffers? In hoeverre worden wij in ons denken beïnvloed door The Powers That Be?

In de communicatiewetenschap wordt vaak gewezen op het proces van agendasetting: het establishment en de media bepalen niet zozeer wat we denken, maar waarover we denken, de onderwerpen die ons bezighouden.

Frank Zappa zei: ‘Politics are the entertainment branch of industry.’ Staart de pers zich blind op de poppetjes in de politiek?

Ja. Een steeds groter deel van het nieuws bestaat niet uit serieuze informatie maar uit ‘celebrity theater’. Neem de voormalige premier van Italië, Silvio Berlusconi. Media en publiek waren nauwelijks geïnteresseerd in diens vermeende banden met de maffia en het geheime P2-genootschap, maar des te meer in zijn orgies met minderjarige meisjes. Of neem de voormalige president Bill Clinton. Zijn affaire met een stagiaire overschaduwde lange tijd alles wat zich in de Amerikaanse politiek afspeelde. Zelfs de kat en de hond van de Amerikaanse president krijgen meer aandacht in de internationale media dan sommige grote landen elders bij elkaar.

Terug naar Baschwitz. Die verbleef een deel van de Eerste Wereldoorlog als correspondent in Nederland. Je beschrijft hoe hij zich verbaasde over het gemak waarmee geallieerde propaganda in de Nederlandse kranten verscheen. Zoals het verhaal dat de Duitsers hun gesneuvelde soldaten tot veevoer verwerkten. En ook over de cartoons zoals in de Telegraaf over Duitsers afgebeeld als Neanderthalers die vrouwen verkrachtten en hun slachtoffers kruisigden. Er lijkt weinig te zijn veranderd sindsdien? 

In mijn boek Verborgen Verleiders heb ik een apart hoofdstuk gewijd aan oorlogspropaganda. Ik beschrijf daarin hoe de VS steeds weer met succes de media gebruiken door met hele en halve leugens ‘nieuwe bedreigingen voor het Westen’ en hun oorlogen te verkopen. Het proces van agendasetting speelt daar een belangrijke rol in. De regering van de Verenigde Staten bepaalt meer dan enige andere instelling in de wereld wat mensen bezig houdt. Om een voorbeeld te noemen: iedere paar maanden maakt de Amerikaanse regering bekend dat uit haar satellietwaarnemingen blijkt dat deze of gene vijandige mogendheid ‘gevoelige’ technologie importeert, militaire installaties bouwt of legerdivisies in grensgebieden plaatst en daarmee een bedreiging voor anderen vormt. Vaak nemen de media dergelijke beschuldigingen klakkeloos over. Diezelfde bronnen en media vestigen haast nooit de aandacht erop dat de VS en hun bondgenoten ook voortdurend bezig zijn met de ontwikkeling van niet-conventionele wapensystemen en met de verplaatsing van militaire eenheden op een manier die door anderen als een bedreiging kan worden waargenomen.

Vergis ik mij of wordt er in de communicatiewetenschap nauwelijks nog studie gemaakt van oorlogspropaganda?

Er wordt vrijwel niets aan gedaan. Daarom trappen de regering en het parlement ook steeds opnieuw in leugencampagnes om bepaalde militaire interventies te rechtvaardigen. Keer op keer op keer, zonder dat er iets geleerd wordt. Na een paar jaar zijn die politici weer weg. Vaak worden ze pas kritisch als ze geen verantwoordelijkheid meer dragen.

Je schrijft: “Het principe van hoor- en wederhoor dat voor binnenlands nieuws hoog in het vaandel staat, wordt bij internationale conflicten waarbij het Westen partij is slechts hoogst zelden op een evenwichtige manier toegepast. Zodra een bron als ‘vreemd’ of ‘vijandig’ wordt aangemerkt, krijgt die vaak niet langer een serieuze behandeling.” Misschien heeft dat er mee te maken dat de Amerikanen communicatief sterker zijn dan andere volkeren?

De Amerikaanse pers zit in het hart van het wereldwijde communicatiesysteem, en laat zich in hoge mate aansturen door de autoriteiten. Op een conferentie over de Golfoorlog stelde Ed Cody van The Washington Post dat als er een conflict is waar de VS bij betrokken zijn de Amerikaanse regering met zoveel informatie komt dat het vrijwel automatisch de definitie wordt van wat er aan de hand is. Als er een reporter in Saoedi-Arabië, Koeweit of Bagdad zit die zegt: “Ho, wacht eens even, ik zit hier, ik praat juist met een betrokkene, en die zegt dat het helemaal anders zit”; dan wordt het geluid van die persoon wel doorgegeven, maar het legt geen gewicht in de schaal omdat het overstemd wordt door de lawine aan informatie die de Amerikaanse regering dagelijks over de media uitstort.

Hoe zie jij de strijd van overheden tegen wat ‘nepnieuws’ is gaan heten? Is dat een legitieme strijd? Volgens Cees Hamelink zijn overheden de grootste producenten van nepnieuws en zijn journalisten de belangrijkste distributeurs hiervan.

Hij heeft helemaal gelijk.

Zou Baschwitz zich thuis voelen op de Universiteit van Amsterdam anno 2018? Jouw jongere collega, communicatiewetenschapper Tabe Bergman schrijft: “Ik vermoed dat Baschwitz, (..) wiens boeken (..) over propaganda de nadruk legden op de schuld van de elites voor twee wereldoorlogen en andere ellende, zich nauwelijks thuis zou voelen tussen de wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam, die zich, ondanks al hun deugden, hebben toegelegd op kwantitatieve onderzoeken, die moeilijk leesbaar en te doorgronden zijn, zelfs voor de hogeropgeleide leek.”

Tijdens de presentatie van mijn boek in Spui25 in Amsterdam werd de vraag opgeworpen of Baschwitz zou worden aangenomen aan de UvA als hij nu zou solliciteren. De meningen liepen daarover uiteen. Er waren er die weerspraken dat Baschwitz aan de basis heeft gestaan van de communicatiewetenschap. Zij zien Baschwitz eerder als iemand die deel uitmaakte van de voorgeschiedenis, en ook als studeerkamergeleerde. Ik zeg in antwoord daarop: “Erudiet aan de huidige universiteit is eerder een vloek dan een zegen. De huidige universiteit is overgespecialiseerd en overmethodologisch.”