Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Hollywood-activisme in het Interbellum. Hoe de Sovjet-Unie haar propagandamachine uitrolde en westerse beroemdheden voor zich won

[pullquote]“De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.” – Karl Marx [i] [/pullquote]

Weinig mensen zullen Willi Münzenberg kennen. Deze mediamagnaat was een meester in de strijd om de politieke waarheid. Na te zijn vermoord door zijn oude werkgever, Stalin, is Münzenberg behendig uit de geschiedenis gelaten. Maar juist daarom is het van belang om zijn loopbaan als propagandist te onderzoeken.[ii] In dit artikel zal ik ingaan op de verregaande culturele invloed van Willi Münzenberg.

Het activisme van een groot aantal acteurs, auteurs en musici in onze tijd is algemeen bekend. Dit wordt veelal slechts als iets modieus gezien. Onschuldige goeddoenerij. Maar waarom is het überhaupt modieus? Lezen over Münzenberg opent een poort naar een vreemde en in nevelen gehulde geschiedenis. Het legt de machinekamer bloot waarmee de westerse intellectueel vanuit Moskou werd verleid. Deze machinekamer bestond uit een groot netwerk van uitgeverijen, filmproductiebedrijven en kranten. Maar het beheerste ook de levens van publieke intellectuelen en grote literaire schrijvers. Het was Wilhelm “Willi” Münzenberg die geknipt bleek om dit propaganda-apparaat te sturen.

Bespeelde levens

Lillian Hellman, Dorothy Parker, Romain Rolland, Felix Frankfurter, Fernand Leger, Paul Eluard, Ella Winter, Elsa Triolet, Louis Aragon, Lincoln Steffens, André Malraux, Clara Malraux, André Gide, Ernest Hemingway, Sinclair Lewis: dat is slechts een greep uit de namen van de beeldbepalende kunstenaars die sympathie hadden voor het stalinisme. Literaire zwaargewichten, prijswinnaars en trendsetters in de jaren twintig en dertig van (West-) Europa en de VS. Zij werden allen, vrijwillig of onvrijwillig, verleid om ‘fellow-traveler’ van de communistische zaak te worden. Een haast schrijnend voorbeeld is dat van Romain Rolland, Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Sommige schrijvers werden enkel geschaduwd, maar Rolland’s leven werd direct gemanipuleerd. Maria Pavlova Khoudachova (dit is de Franse transliteratie, hierna wordt de naam steeds weergegeven in de Nederlandse transliteratie, nl. als Choedasjova, red.), een Russische prinses, was een sovjetspion die getraind was om het leven van Rolland te bespelen.[iii] Zij trouwde met hem, beïnvloedde zijn politiek en zijn werk en zou na zijn dood de literaire erfenis blijven manipuleren. Dit gebeurde allemaal zonder dat Rolland ooit de waarheid achter de bedoelingen van Choedasjova leerde kennen. Choedasjova was een succesvolle pion in Münzenbergs strategie om cultureel Europa te veroveren.

Wie was dan die man, die met het grootste gemak het denken van velen bespeelde? Willi Münzenberg, geboren in 1889 in Duitsland, groeide in armoede op. Als zoon van een barman raakte Willi al snel betrokken bij de arbeidersbeweging. Tegen de tijd dat de Eerste Wereldoorlog uitgebroken was, was hij al een graaggeziene gast van Lenin. Münzenberg was op de radar van Trotski gekomen en werd al snel de organisatorisch talentvolle protegé van Karl Radek, een belangrijke spin in de communistische activiteiten in Duitsland. De eerste grote verdienste van Münzenberg, kwam in 1921. Lenin had hem in Moskou uitgenodigd en de taak gegeven om in het westen een inzamelingsactie voor de hongersnood in de Sovjet-Unie te beginnen.[iv] Deze grote propagandaslag liep onverwachts slecht uit, aangezien westerse filantropen en beroemdheden deze actie gebruikten om hun weelde en goedheid te bewijzen. Hoewel er grote bedragen binnenkwamen, kwam de westerse ‘PR’ het beste uit de verf, vergeleken met de armoedige Sovjet-Unie – het binnengehaalde geld was überhaupt van kleiner belang dan een propagandistische winst.

Moskou zag wel het organisatorische talent van Münzenberg. Maar de grootste slag die Moskou geslagen had, was dat zij wisten wat er bij de westerse culturele elite te halen viel. De bespeelbaarheid van hun trots en morele kompas kon gemakkelijk misbruikt worden. Münzenberg kreeg veel middelen tot zijn beschikking. Begin jaren twintig begon hij met het opzetten van zijn media-imperium. Dit deed hij door te beginnen met de aankoop van de distributierechten van vrijwel alle films in Duitsland. Deze bracht hij onder de hoede van een breed scala aan dummy corporations, waaronder de Aufbau, Industrie & Handels A.G.[v] Niet alleen Europa moest eraan geloven. De lange arm van Moskou reikte tot voorbij de Atlantische Oceaan: Münzenberg kreeg in 1925 de opdracht van de Komintern (de organisatie die gericht was op het internationaliseren van het communisme) om van de Amerikaanse communistische partij een propagandacentrale te maken.[vi] In de loop der jaren zou zijn greep hierop toenemen. Vele andere westerse socialistische organisaties stond hetzelfde lot te wachten.

De Publieke Opinie

Het is even interessant als ontluisterend om te zien hoe Münzenberg de onderstroom van de mainstream wist binnen te dringen. Hiervan twee voorbeelden: allereerst was er de Sacco-Vanzetti Case. Dit was een rechtszaak in Amerika tegen twee anarchistische Italianen die een dubbele moord zouden hebben gepleegd, waar de internationale pers lang over zou blijven schrijven. Münzenberg zette de Sacco-Vanzetti Case neer als racistisch gemotiveerd en bevestigde hiermee het idee dat Amerika geen land vol kansen, maar vol bekrompen vooroordelen was. Hiernaast werden er vele protestacties georkestreerd door de communistische partij en zou een inzamelingsactie een half miljoen opleveren – waarvan slechts 6.000 dollar bij Sacco en Vanzetti terecht zou komen.[vii]

Het tweede voorbeeld toont misschien wel Münzenbergs sluwste kant: Tussen 1928 en 1932 orkestreerde Münzenberg een vredesbeweging, die als voorbeeld geldt voor hoe de mythologie van progressieve gedachten wordt verspreid. Hiervoor zette hij The League Against War op. Het culmineerde in meerdere congressen voor vrede, waarbij iedere graad van links denken welkom was. Om de schijn op te houden, dat het geen communistisch georganiseerd congres was, werd de financiering goed verborgen gehouden. Opvallend hierbij is dat de agitatie zich richtte op de VS en moedwillig de opkomst van de nazi’s leek te negeren.[viii] Deze organisatie zou Münzenberg nog lang waardevol zijn en werd, nadat Hitler de macht greep, simpelweg omgedoopt van The League Against War tot The League Against War and Fascism.[ix]

Hoewel Münzenberg een succesvol verleidingsbedrijf draaiende hield, was er natuurlijk ook een verleidingsbereidheid vanuit de linkse intellectueel. Wat zochten zij, in hun toewijding aan het publiekelijk verdedigen van het stalinisme? In het boekje ‘Verre Paradijzen’, over het linkse politieke toerisme, staat:

De intellectuelen die zich in hun eigen maatschappij ontheemd voelden, zochten, in een poging om niet aan totale wanhoop ten prooi te vallen, een samenleving waarin hun idealen van eenheid, gelijkheid en harmonie wel verwezenlijkt leken. Hoe kritischer zij tegenover de maatschappij stonden die zij kenden, des te groter was hun behoefte aan een voorbeeld in de verte, een ver paradijs waar werd getoond hoe het beter kon.”[x]

Deze heimwee naar een onbestaande plek, moest ook verdedigd worden:

Uiteraard lokten de standpunten van de fellow-travelers in het Westen tegenspraak uit. In het publieke debat traden zij naast de communisten op als de belangrijkste peitbezorgers van de socialistische staten. Zij maakten daarbij gebruik van een vast repertoire argumenten waarmee ze de kritiek van hun tegenstanders pareerden. Verreweg de makkelijkste manier om hun critici te bestrijden bestond uit het verdacht maken van de bronnen waarop dezen hun betoog hadden gebaseerd. Het was voor de verdedigers van de Sovjet-Unie niet ongebruikelijk berichten over kampen in dat land af te doen als laster van de Amerikaanse geheime dienst.”[xi]

Nazi’s en communisten als stille kameraden

De antifascistische campagne en het vormen van ‘popular fronts’ waren manieren om jonge intellectuelen in het westen te werven voor de stalinistische zaak, met een als ‘moreel superieur’ gemaskeerd gedachtegoed (want alleen Stalin zou écht anti-Hitler zijn, wat progressieven aansprak).[xii] Maar waarom was Münzenberg dan, tot de machtsgreep van Hitler, niet geïnteresseerd in het bekritiseren van het fascisme? Het fascisme en het communisme waren immers aartsrivalen! Onder de oppervlakte lag de zaak ingewikkelder. Het zou de start van een samenwerking zijn die ook uiting vond in het beruchte Molotov-Ribbentroppact. De communisten hadden oog voor het antikapitalisme van Hitler en hoopten op een wending richting ‘sociaal-fascisme’. Zij konden het ook beter met elkaar vinden dan met de ‘burgerlijke’ liberalen en sociaal-democraten. Zo had Münzenberg veel contacten binnen de linkervleugel van de SA.[xiii]

Hoewel Münzenbergs leven en werk sterk veranderden na de machtsgreep van Hitler, bleef er geheim contact tussen de nazi’s en communisten. Münzenberg vluchtte in 1933 naar Parijs, kwam via een vriend van Sartre in bezit van een grote uitgeverij en begon met het creëren van een antifascistische beweging.[xiv] De boodschap – dat de Sovjet-Unie de ware en enige vijand was van het nazisme – overschreeuwde het stille feit dat de twee vijanden heimelijk samenwerkten.[xv]

Het Interbellum in Parijs

Na de rijksdagbrand was Münzenberg naar Parijs gevlucht. Een beschermheer van Münzenberg in het chique Parijs was Lucien Vogel. Zij kenden elkaar sinds de jaren ‘20. Vogel was een eigenaardige en opvallende smaakmaker en uitgever van tijdschriften, zowel in Berlijn, Parijs als later in de VS. Hij dacht al sinds 1926 na over manieren om socialisme via kunst in West-Europa salonfähig te maken. Twee bladen van hem zouden door Münzenberg gebruikt worden: Vu (dat zich bezighield met high-society) en Lu (een literair blad). Zijn landgoed (dat bekend stond als La Faisanderie, een 16e-eeuws jachtvertrek van Lodewijk XIV) was een constante verzamelplaats voor de links-modieuze bovenklasse in de jaren ‘20 en ‘30: intellectuelen, kunstenaars en spionnen uit de Sovjet-Unie.[xvi] In dit dromerige oord werden liefdes, vriendschappen en rivaliteiten geboren. Ook hier kon Münzenberg weer mensen vinden om om zijn vinger te winden.

In de jaren ‘30 was het in Parijs een komen en gaan van mensen en bezigheden. De vele gevluchte communisten vonden elkaar snel en creëerden een eigen biotoop. Vreemde wandelafspraken en ontmoetingen met sovjetspionnen waren aan de orde van de dag. Begin maart 1933 bracht een koerier uit Moskou opdracht om de World Committee for the Relief of the Victims of German Fascism op te richten. In tegenstelling tot de vredesorganisatie werd het een kleine organisatie, niet gericht op het grote ‘softe’ publiek. Het werd opgericht door Gibarti; een belangrijke, maar mysterieuze medewerker van Münzenberg, waarvan erg weinig bekend is. Het richtte zich op zeer geheime en fijnmazige taken, zoals het voeden van desinformatie richting Churchill.[xvii] Het mag duidelijk zijn dat Münzenberg in staat was tot aan de zon te reiken, als hij deze nodig had voor zijn cultuurpolitiek.

Het einde van Münzenberg

Het mystificeren van de geschiedenis en het verspreiden van onwaarheden is alomtegenwoordig in de Sovjetgeschiedenis. Zo is het algemeen bekend dat in onmin geraakten uit foto’s gewist werden. Ook het samenwerken met ‘oncommunistische’ krachten was niet voor de geschiedenisboeken bedoeld. Zowel de samenwerking met de nazi’s, als met het keizerlijk-burgerlijke Duitsland, leverden geen fraaie propaganda op. Zelfs de geboorte van het sovjetparadijs kon niet plaatsvinden, zonder steun van de Duitsers. Perry Pierik onthuld in zijn biografie over Ludendorff  hoe intensief Duitsland samenwerkte met de revolutionairen. De Duitsers beschouwden de revolutionairen slechts als huurlingen, die de strijd in het oosten konden verlichten.[xviii] Na de revolutie werd iedere verbinding tussen de Russen en Duitsers uit de geschiedenis gehouden, waaronder de mysterieuze Israel Helphand, die de gehele reis had gecoördineerd maar achteraf ook uit de geschiedenis is gewist.

Münzenberg stond hetzelfde lot te wachten. Tegen de tijd dat de oorlog was begonnen, in 1940, was Münzenberg in onmin geraakt bij Stalin. Hij werd achtervolgd door zowel de Russische NKVD als de Duitse SD. Toen zijn situatie te onzeker werd, ging hij op de vlucht richting Zuid-Frankrijk. In oktober 1940 vonden twee jagers hem, opgeknoopt aan een boom. Hoewel het nooit bewezen is, wijst alles erop dat Münzenberg door de NKVD is ingehaald.[xix] Münzenberg was uitgespeeld; bekneld geraakt tussen de totalitaire scharnieren van de geschiedenis.

Dit artikel is onderdeel van een reeks over de cultuurstrijd die de Sovjet-Unie voerde, ten tijde van de Koude Oorlog. Deze artikelen worden bewaard om in boekvorm te verschijnen. Eerder in deze reeks verscheen De rampzalige gevolgen van communistische infiltratie in de Derde Wereld, geschreven door dr. Perry Pierik.


[i] Marx, K. Het Communistisch Manifest. (1848). P 2.
[ii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. (1995).
[iii] Ibid. P 21-22.
[iv] Ibid. P 24.
[v] Ibid. P. 27.
[vi] Ibid. P 30.
[vii] Ibid. P 31-35.
[viii] Ibid. P 38-42.
[ix] Ibid. P 64-65.
[x] Aarsbergen, A. Verre Paradijzen, Linkse Intellectuelen op Excursie naar de Sovjet-Unie, Cuba en China. (1988). P 16.
[xi] Ibid. P 21.
[xii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 59-61.
[xiii] Ibid. P 41.
[xiv] Ibid. P 62-63.
[xv] Ibid. P 53-54.
[xvi] Ibid. P 69-72.
[xvii] Ibid. P 65.
[xviii] Pierik, P. Erich Ludendorff, Biografie. (2017). P 195-198.
[xix] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 309-310.

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Thierry Baudet en de representatieve democratie

In het bevrijdingsweekend verscheen in de Telegraaf een uitgebreid interview met Thierry Baudet (FvD). Als we het interview destilleren komen we tot drie kernpunten, die licht werpen op de democratie in Nederland vandaag de dag:

  1. Kamerleden worden gerekruteerd op hun vermogen om onbewegelijk te blijven onder argumenten.
  2. Geen Kamerlid laat zich ooit overtuigen: alles is al “bedisseld” en dan slechts door een handvol centrale figuren. De rest van de Kamerleden is min of meer klapvee. Of, nog harder gesteld: stemvee.
  3. Zogezegd worden debatten gevoerd om zaken “opgehelderd” te krijgen. Echter de oppositie weet bij voorbaat dat de coalitie de regering zal steunen. De debatten die de oppositie aanzwengelt zijn dus feitelijk uitputtingsslagen, die worden gevoerd in de hoop dat iemand (in de coalitie) zich verspreekt.

Levenswijsheden ingeruild voor lobbyisme

Deze punten zijn – weliswaar op academische wijze – behandeld in mijn proefschrift De Democratie en haar Media. De drie punten zijn ook op een andere wijze te duiden: onderaan de streep blijkt helaas dat de ruimte om écht inhoudelijk van gedachten te wisselen zeer beperkt is. Vandaag is in de politiek geen ruimte meer om partijprogramma’s bij te schaven op basis van levenswijsheden en filosofische inzichten. Het zijn de belangen van lobbyisten die de politieke melodie bepalen: hierdoor is de politiek vandaag een plek van levensbeschouwelijke en ideologische leegheid.

Sid Lukkassen ~ De democratie en haar media

Vroeger was er nog zoiets als een zuil of een kerk, die op basis van een inhoudelijke visie de politiek kon bijsturen. Dit alles is vandaag echter opgelost in één overkoepelend globalistisch progressivisme, met binnenskamers een ons-kent-ons bestuurscultuur. Een debat om elkaar oprecht te overtuigen is tegen deze achtergrond onmogelijk: bij gebrek aan zuilen achter de partijen hebben spindoctors en managers van vluchtige indrukken de macht gegrepen. Een meetup van Jesse Klaver, om een voorbeeld te nemen, is feitelijk een exercitie in zenden door een populaire voorman. Politici worden tot stijliconen: esthetiek neemt het over van de inhoud. Dit is kenmerkend voor de alomvattende beeldcultuur die ik analyseerde in mijn proefschrift.

Argumenten pro- en contra

Evengoed kan men tegenwerpen dat een goed debat veronderstelt dat de partijen zich niet laten overtuigen. Deze wijze van redeneren stelt echter de ratio buiten werking: de politicus wordt dan een handpop van voorgegeven belangen. Met als gevolg dat het debat puur een showtje voor de bühne wordt. Ook toont deze opvatting minachting voor zowel het dualisme als de controlerende rol van gekozen volksvertegenwoordigers. Een fractievoorzitter van een coalitiepartij mag het debat niet ingaan met de onwankelbare mening dat de premier hoe dan ook gelijk heeft en dat hij de regering koste wat kost moet beschermen.

Men kan op de drie punten ook tegenwerpen dat partijen nu eenmaal vaste belangengroepen hebben als achterban, en dat die kiezers rechtstreeks vertegenwoordigd moeten worden.

Die opvatting van democratie gaat echter in tegen de filosofie van Edmund Burke: namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordiger zijn rationele oordeelsvermogen nooit mag uitschakelen of laten gijzelen door een extern belang. Vandaag zien we in Groot Brittannië hoe Labour-politici nu clausules in de mediawetgeving bouwen die miljonairs beschermen tegen kritische journalisten. Denken in termen van louter belangen brengt parlementariërs namelijk tot de conclusie: ‘Ik kan niemand overtuigen – in het hele parlement is er maar een handjevol mensen met alle inside informatie. Dan laat ik mezelf maar inpalmen en fêteren door lobbyisten. Hopelijk ligt er voor mij dan een invloedrijke baan in het verschiet na mijn Kamerlidmaatschap waar ik wél impact kan maken.’

Onderwerp die handpoppen aan waarheidsvinding!

Als het uitgangspunt is dat je geen parlementariërs kunt overtuigen – omdat iedereen de handpop is van één of ander belang – dan nóg is overreding op basis van waarheidsvinding van grote importantie. Bij ieder politiek debat moet namelijk eerst worden vastgesteld wat precies het probleem is, voordat men kan bepalen wat voor de eigen achterban de beste omgang is met het probleem.

Een SP’er zal bijvoorbeeld de lijn uitdragen dat ontslagbescherming in het belang is van zijn kiezer. Maar een VVD’er kan vervolgens inbrengen dat een werkgever minder snel een werkloze zal aannemen, als hij moeilijk van deze persoon kan afkomen. Zodoende moet de politicus zich openstellen om de belangen van zijn achterban in een nieuw licht te zien. Een PVV’er kan vervolgens weer het punt maken dat mensen niet aan een gezin beginnen als er geen financiële zekerheid is, wat betekent dat een totale flexibilisering van de arbeidsmarkt een bevolkingsverandering versterkt.

Druk van de massa leidt tot slechte besluiten

Al deze argumenten zijn relevant en verdienen het om serieus genomen te worden op basis van waarheidsvinding, en niet op basis van louter retorica ofwel ‘een showtje voor de bühne’. Helaas betekent de praktijk van onze democratie dat het heroverwegen van een standpunt wordt geframed als zwakte. Dit betekent dat volharding in domheid en destructie dus meer loont dan ‘beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’.

Democratieën drijven op kiezersdoelgroepen, en dus op groepsidentificatie wat leidt tot groepsdruk. Onder groepsdruk worden er ondoordachte besluiten doorgeramd die zijn gericht op de korte termijn. Daarin had Burke volkomen gelijk: het is een universeel bewezen feit van de geschiedenis dat het zelfstandig denkende individu betere beslissingen maakt dan mensenmassa’s. Vaak stond ik toen er een trein uitviel in een rumoerige massa te wachten op een vervangende bus. Terwijl ik op een app zag dat er ook een reguliere stadsbus naar de bestemming vertrok vanaf de andere kant van het station. “Al deze mensen kunnen er toch niet naast zitten?” dacht ik toen. Totdat ik als individu de proef op de som nam en naar de andere kant van het station liep. Daar nam ik in alle rust de lijnbus.

Moet visievorming in het parlement überhaupt meespelen?

Wat er over de conclusies van het interview met Baudet voorts nog beweerd kan worden, is dat ideologische overreding in de Tweede Kamer irrelevant zou zijn: visievorming zou namelijk al hebben plaatsgevonden in het maatschappelijk debat. Deze bewering mondt uit in twee belangrijke argumenten.

Ten eerste ben ik juist hierom bezig met de opbouw van een ‘Nieuwe Kerk’ – een nieuw levensbeschouwelijk huis van het Westen, waar verhalen uit de samenleving kunnen klinken die niet door managersjargon zijn besmet. Want de hele gang van zaken die überhaupt tot de oprichting van Forum voor Democratie leidde, is dat er in het maatschappelijke debat geen brood te verdienen is met visievorming op basis van realisme. Dit hangt weer samen met het linksliberale subsidiekartel, dat zo goed als alle betaalde talkshows, universiteiten en dagbladen beheerst. Precies hierom is het van belang dat lezers overwegen om mijn crowdfunding te steunen, om een tegenhanger te bieden.

Het tweede argument is dat Baudet in dat geval terecht redeneert (al zal hij dit niet letterlijk zo zeggen): “Ik kan al mijn energie opgebruiken om met mijn twee zetels achter ieder dossier aan te rennen en daar ons plasje over te doen. Maar omdat de maatschappelijke visievorming elders plaatsvindt, bereik ik daar weinig mee, buiten dat mijn achterban dan precies zal weten wat ik van ieder dossier vind. Mijn achterban weet echter al wat ik vind. Ik heb er meer aan om mezelf alvast te oriënteren op de toekomst en op de dossiers die zullen spelen zodra ik wél een meerderheid in de Kamer achter me kan krijgen – ook aan visievorming via boekpublicaties heb ik meer.”

Reflectie op Wilders en de PVV

Dit laat onverlet dat een andere aanpak op zijn plaats zou zijn wanneer FvD met twaalf of meer zetels in de Kamer komt. Met al deze overwegingen in het achterhoofd, is het tot slot interessant om nog kort te reflecteren op Geert Wilders.

De PVV speelt het parlementaire spel precies volgens de regels en doet mee in ieder debat. Hoewel de kiezer terecht waardering heeft voor deze plichtsbetrachting, steekt het systeem wel zo in elkaar dat de PVV-bevindingen niet terugkomen in de machinekamer van de macht. Naar verluid hebben topambtenaren zelfs geweigerd om de inbreng van de PVV in het coalitieakkoord uit te voeren, toen de PVV van 2010 tot 2012 deel was van een gedoogkabinet. De ministers en staatssecretarissen hebben dit destijds maar met de ‘mantel der liefde’ bedekt: de PVV trok haar eigen conclusies.

Tot besluit

Deze kennis maakt Baudets positie des te meer sympathiek. Het systeem is broken en in het interview komt hij daar openlijk voor uit. Hij zou zich wel helemaal kunnen identificeren met het parlementaire stelsel; daarmee zou hij echter ook verwachtingen opwekken die hij in het huidige systeem niet kán waarmaken – hij zou een agent of disillusion worden. Daarom is het goed dat hij wat mentale afstand tot het parlementswerk houdt.

De realiteit is namelijk dat een selecte groep de hoofdlijnen uitzet: de rest vangt de broodkruimels op die van de tafel vallen. Backbenchers brengen deze bijzaken onder tromgeroffel naar de achterban in de regio, in de hoop om zo weer herkozen te worden. Het is een trieste cyclus zonder uitweg. Dit is een mentale gevangenis waar Baudet met zijn intellectuele activiteiten aan ontsnapt.

Qua intellectuele activiteiten ben ik momenteel bezig met een crowdfunding, om de inhoudelijke discussies mogelijk te maken die in de politiek niet aan de orde zijn. Volg mijn project:

https://www.voordekunst.nl/index.php/projecten/7175-verhalen-uit-de-samenleving-1

Aanbieding: bibliotheek der democratie

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Sid Lukkassen over de verschrikkelijke kinderen van de moderne tijd

“Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder”, wist de befaamde koning Salomo al. Sid Lukkassen ziet het in onze tijd overal om zich heen. Jesse Klaver loopt weg van de coalitieonderhandelingstafel vanwege migratie, terwijl nieuwkomers echt niet op GroenLinks gaan stemmen, ondertussen bereikt hij daarmee niets voor het milieu of het klimaat. En liberale jongeren zijn vooral geïnteresseerd in de mogelijkheid om de ene stage op de andere te stapelen bij bedrijven in verschillende Europese landen, maar denken niet na over hoe ze een situatie van economische en sociale stabiliteit kunnen bereiken om een gezinsleven op te bouwen. Het autonome individu is dermate verheerlijkt door voorgaande generaties, dat de huidige generatie jongeren zich een mentaliteit van ‘na mij de zondvloed’ aanmeet.

‘Dr. Sid’ maakt deze observaties in een uitgebreid interview voor het programma ‘Éco-Féminisme’ (*gniffel*) van Al Mouwatin (d.i. ‘De Burger’). Dat is een Arabische omroep in België, waar Lukkassen tegenwoordig woont. De interviewster bakt er niet veel van, maar Sid neemt de gelegenheid te baat om lekker zijn eigen ding te doen. Kijken!

Posted on

Onwil tot dialoog, geen debat, rest strijd?

Er wordt tegenwoordig onderscheid gemaakt tussen “witte” en “zwarte” mensen. Dat is de retoriek die heerst. Het polariseert, want hoewel “zwart” hier wel een te verdedigen karakteristiek is, is “wit” dat niet, “blank” is beter. De Rotterdamse denker en opvoeder Henk Oosterling noemt filosofie zelfs een “witte-mannen-ding”. Beledigend, manipulerend en een sterk staaltje verloochening. Zo wordt een dialoog, die toch best vruchtbaar zou kunnen zijn, geheel uitgesloten. Deze houding kan algemeen aangetroffen worden en wordt versterkt en opgeroepen door de macht van de heersende media en politiek, die sterk met elkaar verstrengeld zijn geraakt. Men probeert de status-quo, onder invloed van een bepaald discours, te handhaven en wat daarbij in de weg staat is onwelkom. De “witte man” wordt impliciet schuldig verklaard vanuit slachtofferschap van minderheden, waaraan men precies schuldig is wordt er niet bij gezegd. Is het een vorm van wraak achteraf op onze voorouders, die door ons vereffend moet worden, omdat men dit goed kan gebruiken? Inderdaad wordt dit als achtergrond gebruikt om verhoudingen binnen de samenleving te veranderen en de “witte man” aan te vallen. Zie daartoe het boekje van GroenLinks-parlementariër Zihni Özdil “Nederland mijn Vaderland”. Het zijn voorbije tijden die op het heden worden geprojecteerd. Opvallend is overigens dat men alleen spreekt van “witte man” en niet van “witte vrouw”, men kan daar ook een schijnheilige tactiek in bevroeden. Verder is het inmiddels geaccepteerd gebruik geworden, in de samenleving, cultuur en politiek, dat de “oude kille Nederlander” wordt afgezet tegen de “nieuwe warme Nederlander”. Niet exact in deze termen, maar wél klinken de woorden “fascisme” en “empathie”, die tegenover elkaar gesteld kunnen worden. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat die empathie (meevoelendheid) in de praktijk vaker neerkomt op sympathie en dat er daarnaast onder de “kille Nederlanders” velen zijn die niet zozeer sympathisch, maar wel degelijk empathisch zijn. De “kille Nederlander” mag niet op zijn eigen voordeel uit zijn, van hem wordt slechts verwacht dat hij meebetaalt aan het geluk van de nieuwkomer, wiens egoïsme daarentegen wordt aanbeden en als een recht wordt beschouwd. Via een cirkelbeweging van deze alomtegenwoordige moraal, waarin geen van de voorgenoemde schakels mag ontbreken wil zij werken, wordt van de gewone blanke Nederlander een slecht mens en een sukkel gemaakt. Dat werkt door op verschillende vlakken in de samenleving. Als dat zo doorgaat, is het wachten tot de vlam in de pan slaat en daar is geen enkele partij bij gebaat lijkt mij. De Zwarte Pieten-discussie is daarvan misschien slechts een voorbode. Om daar nog iets aan toe te voegen, ook al zit Sinterklaas weer warmpjes in Spanje: “zwarte piet” heet Piet, ik ken verder weinig zwarte mensen die Piet heten. Dat is vrij gemakkelijk uit te leggen aan kinderen, lijkt mij.

Vooral het blanke volk van de grote steden weet zich nauwelijks nog te verweren, men is bang om voor “fascistisch” door te gaan. Het volk weet niet op welke partij het nog moet stemmen, want Wilders’ PVV weet zich onvoldoende te profileren door een negatieve grondhouding (en zijn veroordeling door de rechter, die mijns inziens overigens terecht was) en de traditioneel linkse partijen varen een progressieve koers, die eigenlijk neerkomt op het vertellen van “deugverhaaltjes”, “deugpolitiek”, retoriek die ik ontleen aan de “witte-man-filosoof” Sid Lukkassen. Fragmentatie van politieke partijen helpt ook niet bepaald mee. De kiezer is ten einde raad. Alleen enkele populaties in het achterland weten zich nog te verzetten en gaan op hun achterste benen staan, wanneer een zeer waardevolle traditie als Sinterklaas op het spel staat. Maar “onze” regering heeft daar weinig boodschap aan. Hoe lang dit nog door kan gaan is de vraag, het functioneren van de samenleving staat op het spel, aangezien het grootste deel van de bevolking nog altijd blank is. Ook de media praktiseren de deug-retoriek. De politiek volgt de media en andersom. Dat is de veilige weg. Zo keert de media zich in ieder geval niet tegen de politiek en worden de mensen niet opstandig. Men kan zich zo beschouwd ook afvragen wat er nog over is van de kritische functie van deze media, des te meer aangezien deze zich hebben samengevoegd in enkele landelijke mediaconglomeraten, als gevolg van de vele overnames die plaatsvinden. Regionale dagbladen laten zich toe-eigenen door de landelijke pers, ze blijven wel bestaan, maar hebben hun onafhankelijkheid verloren. Machtsconcentratie en monopolie gaan gepaard met discipline, dit lijkt ook op te gaan voor de journalistiek. Alles wat te veel afwijkt van de mainstream journalistiek wordt niet gepubliceerd, welk recht men overigens heeft, het zou immers ook “snijden in eigen vingers” zijn, of dusdanig gemodelleerd dat het wel past. Van media-pluralisme is weinig sprake, daarvoor moet men het internet op. Kleine journalistieke media en opinievorming op internet floreren. Deze media zetten zich af tegen het mediaconglomeraat, er kan gesproken worden van een mediastrijd, en hechten sterk aan onafhankelijke opinievorming. Wel zou het mijns inziens raadzaam zijn voor deze media om een fysieke krant of tijdschrift uit te geven, zodat haar stem meer ingang kan krijgen. Sid Lukkassen heeft zich wat dat betreft onderscheiden, hij heeft zijn vele online-artikelen weten te bundelen in zijn boek “Levenslust en Doodsdrift”, een aanrader voor mensen die weinig fiducie hebben in het bondgenootschap dat de politiek met de heersende media heeft gesmeed en voor wie zich verder in deze en aanverwante thematiek wil verdiepen.

De gemeenschapszin onder de bevolking en daarmee ook haar gezondheid wordt bedreigd en moet, indien mogelijk, worden hersteld. De schade kan in ieder geval worden beperkt door af te rekenen met het oppositionele denken en het etiket “witte man”. Blanke intelligente mannen die hun onvrede (en zorg) uiten aangaande maatschappelijke ontwikkelingen en “witte” voetbalaanhangers die hun woede uiten via spreekkoren, worden in de “witte mannen”-mythe met elkaar vereenzelvigd. De blanke middenklasse betaalt vooral belasting, wil de zaak niet opdrijven en houdt zich afzijdig om zo niet ook nog veroordeeld te worden. Concurrentie en spanningen op de arbeidsmarkt voor jonge mensen nemen toe, intelligentie is geen exclusief kenmerk van blanke mensen. Werkloosheid onder het volk dreigt als gevolg van robotisering, wat een voedingsbodem is voor meer ontevredenheid en onrust. De PVV en GL staan wat denkbeelden betreft radicaal tegen over elkaar en vertegenwoordigen een splijting van het volk. Onder deze omstandigheden kan een samenleving niet opbloeien.

Posted on

Gesprek met een innovatieve ondernemer in het hart van de samenleving

Recent werd ik aangesproken door een ondernemer naar aanleiding van de presentatie van mijn boek. Er volgde een interessante gedachtewisseling. Een gesprek over de staat van het land en dagelijkse ervaringen waarin velen zich zullen herkennen. Om mensen te doen inzien dat zij niet alleen staan, heb ik gevraagd of ik het mocht publiceren.

Maurik:
Het linkse fascisme begint me steeds meer te storen. Nu krijg ik zelfs al negatief commentaar wanneer ik een post van jou like. Zeer ernstig deze cultuur waarin er enkel plaats is voor de waarheid van de linkse kerk. Intolerant en nihilistisch, met een moreel-superieur toontje.

Sid:
Wie zijn deze mensen die jou hierop aanspreken? Wat is hun achtergrond, wat is hun motivatie om dat te doen, hoeveel invloed hebben zij op anderen?

Maurik:
De achtergrond is zeer divers, variërend van zakenlui, tot docenten aan de universiteit, tot schrijvers, tot kunstenaars. Ze hebben wel gemeen dat ze een linkse opvoeding ondergingen met een moeder die de broek aan heeft en feministische trekjes heeft.

Sid:
Hoe groot is het probleem?

Maurik:
Vanaf het moment dat ik openlijk mijn steun heb uitgesproken voor FvD merk ik dat dit mijn zakelijke kansen heeft geschaad. Ik heb letterlijk opdrachten en posities misgelopen. Privé sta ik mijn mannetje. Mensen in mijn omgeving die mij aanspreken op mijn mening en overtuiging, die zijn verbaal niet tegen mij opgewassen. Mijn dochter die mix is (haar moeder komt uit Afrika) is zeer slim. Gelukkig kan ik daardoor de context schetsen, haar uitleggen hoe het komt dat mensen reageren zoals ze doen. Mijn dochter snapt ook waarom blanke conservatieve mensen klaar zijn met de aanval op Zwarte Piet. Zij verdedigt als donker meisje de mensen in Dokkum die de snelweg hebben geblokkeerd. Ouders op school kijken mij raar aan en zeggen dat ik mijn dochter vast heb gehersenspoeld.

Sid:
Heb je overwogen om de namen van deze mensen te noteren en hen terug te blokkeren?

Maurik:
Jazeker. Hoewel ik ook heb geleerd dat je je vijanden beter dichtbij kan houden… Dan weet je waar zij mee bezig zijn. Dan confronteer ik hen met de vraag of ze het normaal vinden dat ik een eigen mening heb die afwijkt van hun opvatting. Dat levert altijd een lange stilte op.

Sid:
Er is veel voor te zeggen om ze af te stoten. Dan zorg je dat ze geen informatie over jouw activiteiten krijgen, waarmee zij schade kunnen aanrichten. Als zij jou uitsluiten vanwege je mening, zorg dan ook dat zij op geen enkele wijze van je kunnen profiteren. Wanneer je jouw contact met hen in stand houdt, zullen ze van invloed blijven zijn in jouw leven. Dan komt er een moment dat je dingen niet meer gaat zeggen. Omdat je geen conflict wil met de ouders van de vriendjes van je kinderen, collega’s etc.

Maurik:
Dat laatste zal zeker niet gebeuren. Misschien heb je een punt om hen af te stoten. Het zou mooi zijn als ik in mijn zakelijk bestaan meer mensen zou tegenkomen die geen onderdeel uitmaken van het establishment en hun intolerante houding. Ik merk dat ik al meerdere zakelijke kansen heb gemist omdat ‘men’ weet dat ik een overtuiging heb die haaks staat op die van het establishment. Kwaliteit is van ondergeschikt belang geworden, wat me doet denken aan de strijd die mijn voorouders doormaakten tijdens de Reformatie. Zij waren en bleven bij hun geloof, wat ze hun maatschappelijke positie heeft gekost en uiteindelijk hun vermogen.

Sid:
Die parallel blijkt inderdaad precies op te gaan met vandaag. Hieruit blijkt dat we ons moeten verenigen en zakelijke contacten onderling dienen te gunnen.

Maurik:
Helemaal mee eens. Nu nog zorgen dat we weten waar we ons verenigen zodat we elkaar kunnen vinden.

Sid:
Voorzie je nu dat mensen openlijker hun middelvinger zullen opsteken naar ‘de elite’, dat ze vrijer en ongeremder zullen worden in hun communicatie. Of denk je dat ze juist in hun schulp zullen kruipen, conformistischer worden en de echo’s in de echoput gaan napraten?

Maurik:
Ik zie juist dat mensen die wat te verliezen hebben nu meer op hun hoede zijn. Op politiek vlak zien ze de tegenwerking door FvD en in de media zien zij onthullingen door mensen zoals jijzelf. Kortom geef mensen een hypotheek en een TV en je hebt geen last meer van ze. Financieel speel ik met vuur, maar mijn trots is te groot. Als ik een kameleon zou zijn had ik de afgelopen jaren veel meer geld verdiend. Door ons meerpartijenstelsel en de fragmentatie van partijen zie ik politieke verandering somber in; ik weet wel dat er een verandering gaat komen. Maar die zal zijn over de ‘harde as’.

Sid:
Hoe verklaar je dan de opkomst van partijen als neem nu PVV en FvD? Hebben de mensen die zo negatief naar jou reageren ook specifieke politieke voorkeuren?

Maurik:
De mensen die negatief naar mij reageren stemmen op de middenpartijen. PVV trekt stemmen van de groepen die keihard ploeteren voor hun geld, zoals onderklasse en ondernemers. Deze mensen reageren puur op het gegeven dat de politiek kiest voor uitgaven aan groepen en landen die er niks voor hebben gedaan. FvD profiteert van het feit dat deze groep die aanvankelijk op PVV stemde zich toenemend onmachtig voelt. Zij springen op een andere rijdende trein: FvD snoept een beetje af van VVD en CDA – maar dit is alleen omdat het statusverhogend is om te stemmen op een voorman en partij die goed ontwikkeld ogen.

Sid:
Je noemde herhaaldelijk de samenhang tussen enerzijds negatieve reacties op mijn artikelen, en anderzijds de populariteit van FvD in de huidige tijd. Maar hoe verklaar je dit dan, want ten slotte ben ik VVD-gemeenteraadslid en als je kijkt naar de crowdfunding, komt een deel daarvan ook vanuit VVD-grassroots-achterban. Op mijn boeklancering waren er tot verrassing ook CDA’ers en zelfs SP’ers aanwezig…

Maurik:
Ik begrijp waarom er CDA’ers en SP’ers op jouw boeklancering waren. CDA en SP zijn partijen die consolideren, terwijl ze zeggen dat ze significante veranderingen willen doorvoeren. Dit geldt overigens ook voor de VVD. In mijn netwerk zitten veel mensen die een goed leven hebben. Zij zijn gebaat bij geen verandering en reageren daarom negatief nu deze zaken aan het licht worden gebracht.

Sid:
Zijn er niet juist drastische veranderingen nodig om dat goede leven te behouden? Migratie en enclavevorming zullen dit land dwingend veranderen. Veel mensen worden opgeleid voor banen die spoedig niet meer bestaan; er vindt vergrijzing plaats en voor Europa is er een veranderende geopolitieke realiteit. Ondertussen belanden we via de Europese Centrale Bank in een transferunie. En het trucje van de elite om steeds maar geld bij te drukken, dat raakt uitgewerkt nu crypto-currencies in opkomst zijn, denk aan Bitcoin, Cardano, enz.

Maurik:
Dat klopt helemaal, en is precies wat je zou denken. Maar het gedrag van mensen die het goed hebben is ontkennen. Ze ontkennen dat er grote gevaren op komst zijn. Pas als de rellen uitbreken in de straten van Rotterdam tussen Turken en Feyenoord-aanhang dan wordt deze groep wakker. En wellicht zelfs dan nog niet, omdat ze hun leven zó hebben ingericht dat ze betrekkelijk veilig en geïsoleerd binnen hun eigen kosmopolitische bubbel kunnen functioneren. Zij hebben die optie doordat ze er het geld en de connecties voor hebben.

Sid:
Vind je het goed als ik de nuttige inzichten van dit gesprek anonimiseer en gebruik als artikel?

Maurik:
Ja dat mag.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.