Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on 1 Comment

‘VS bevrijdden IS-strijders uit Taliban-gevangenis’

40 leden van de terreurmilitie ‘Islamitische Staat’ (IS) zouden twee weken geleden met hulp van de Amerikaanse krijgsmacht uitgebroken zijn uit een Taliban-gevangenis in Afghanistan. Dat meldt het Iraanse persbureau Tasnim op basis van eigen bronnen. 

Volgens het persbureau ging het om een geheime operatie van de Amerikaanse krijgsmacht in de provincie Badghis in het noordwesten van Afghanistan. De voorzitter van de provincieraad, Abdullah Afzali bevestigde de informatie tegenover Tasnim.

Aminullah, een prominente IS-leider in het noorden van Afghanistan

Infiltratie

Het zou gaan om 40 buitenlandse IS-strijders die door de Taliban gevangen genomen waren na zware schermutselingen. Onder hen zou Aminullah zijn, een uit Oezbekistan afkomstige, prominente IS-leider in het noorden van Afghanistan. Aminullah zou in coördinatie met de Amerikanen undercover in de Taliban geïnfiltreerd zijn.

Vanwege de slechte toegankelijkheid van het dorp werd de extractie met helikopters uitgevoerd.

Uitbraak

De leider is naar verluidt aanvankelijk alleen ontsnapt om vervolgens de locatie van de gevangenis door te geven aan de Amerikanen, die de uitbraak van de anderen mogelijk maakten. Omdat de locatie van de Taliban-gevangenis bij het dorp Panjboz slecht toegankelijk was, besloten de Amerikanen de extractie met helikopters uit te voeren. Nadat ze het gebied gebombardeerd hadden en de gevangenisbewakers uitgeschakeld waren.

Ongemerkte militaire helikopters

In Afghanistan wordt al langer vermoed dat de Amerikanen ‘IS Khorasan’ steunen. Zo baarde het in het voorjaar van 2017 reeds opzien dat strijders van de regionale IS-afdeling bevoorraad werden door ongemerkte militaire helikopters.

http://www.novini.nl/waarom-amerika-is-afghanistan-stand-houdt/

Posted on

Regering Pakistan beducht voor Kleurenrevolutie

In Pakistan is de minister van Wetgeving en Justitie, Zahid Hamid, afgetreden onder druk van radicale islamieten die massabetogingen organiseerden in de grote steden. Aanleiding voor de betogingen was dat de minister begin november een nieuwe tekst uitbracht voor de eed die parlementsleden afleggen. De radicale islamieten zagen de ogenschijnlijk onschuldige aanpassing als een affront en de invloedrijke islamitische prediker Khadim Hoessein Rizvi, hoofd van de partij Tehreek-e-Labaik reageerde zeer negatief.

Dientengevolge werd Pakistan ondergedompeld in demonstraties, waarin het aftreden van de regering werd geëist. De autoriteiten probeerden het tentenkamp van de demonstranten in de hoofdstad Islamabad te ontbinden, maar dit leidde tot opstootjes tussen islamisten en de politie.

Kleurenrevoluties

Netwerksites en private nieuwszenders waren enkele dagen uit de lucht. De regering nam deze beslissing, omdat het parallellen zag tussen de gebeurtenissen in het land en die tijdens de Kleurenrevoluties en ‘Arabische Lente’ elders. De demonstranten coördineerden hun acties nauwgezet via de sociale media, arrangeerden provocaties en gedroegen zich uiterst agressief om harde repressie uit te lokken. Zo leidde een actie om een autoweg van Islamabad naar Rawalpindi vrij te maken in een gewelddadige confrontatie.

De autoriteiten melden zes doden. 250 mensen, waaronder politieagenten, raakten gewond. De organisator van de protesten – de  islamistische beweging Tehreek-e-Labaik – claimt dat er 17 mensen gedood zijn. De pogingen om de demonstraties te ontbinden leken ze alleen maar te versterken. Buiten Islamabad werden de hevigste demonstraties gehouden in de grootste bevolkingsconcentraties in de Punjab, waaronder Lahore, en daarnaast in de grootste stad van het land, het zuidelijke Karachi. De demonstranten hielden sit-ins, maar gooiden ook stenen naar de politie en staken autobanden, auto’s en politievoertuigen in brand.

Politieke crisis

De positie van het leger is interessant: voormalig stafchef van het Pakistaanse leger Qamar Javed Bajwa, die juist op bezoek was in de Verenigde Arabische Emiraten, riep ertoe op geen geweld te gebruiken toen hij telefonisch met premier Shahid Khaqan Abbasi sprak.

De protesten van de islamisten vonden plaats terwijl Pakistan al enkele maanden in een politieke crisis verkeert. In juli van dit jaar werd premier Nawaz Sharif uit zijn ambt gezet door het Hooggerechtshof. Hij wordt beschuldigd van corruptie. In 2018 moeten er nieuwe verkiezingen gehouden worden.

De Pakistaanse politicoloog Afrasiab Khattak is er dan ook zeker van dat de demonstraties een al langer geplande actie waren, waarvoor nog slechts op een concrete aanleiding werd gewacht. Het oogmerk was een machtsverschuiving. “Dit is geen spontaan protest. Het is een goed geplande poging door islamisten en hun ondersteuners binnen de overheid om de rellen in Islamabad te gebruiken als ontsteking voor oproer in andere delen van het land, met name Punjab.”

De Punjab, een regio in het oosten van Pakistan, wordt beschouwd als een bolwerk van de regerende conservatieve Pakistaanse Moslim Liga (PML) van ex-premier Nawaz Sharif. Het is een zeer religieus gebied en veel mensen die voorheen op de PML stemden, namen nu deel aan de demonstraties, gemobiliseerd met de hefboom van de veronderstelde godslastering van de minister van Justitie. Denkbaar dus vooral met het doel om hier in 2018 politieke munt uit te slaan.

In Pakistan en Centraal-Azië vallen volken en talen nauwelijks samen met de staatsgrenzen, waardoor instabiliteit in het ene land gemakkelijk over kan slaan naar het andere.

Geopolitieke factor

Recent oriënteert Pakistan zich minder op de Verenigde Staten en zoekt het, zowel economisch als op militair gebied, toenemend samenwerking met regionale partners als China, Rusland en Iran, bijvoorbeeld door de aanleg van transportroutes en -faciliteiten van de Arabische Zee naar China en binnen de Shanghai Samenwerkingsorganisatie.

Tegelijkertijd zetten de Verenigde Staten vooral in op het aanhalen van de banden met Pakistans aartsvijand India, in de hoop daarmee tegenwicht te bieden aan de groeiende invloed van China. Door Pakistan net als Afghanistan instabiel te houden, kunnen de VS verder de Chinese plannen ten aanzien van de Nieuwe Zijderoutes ten dele frustreren. Gezien de ontwikkelingen in Syrië, waar ook veel jihadisten van buiten Syrië vochten, ligt het in de lijn der verwachting dat een deel van deze strijders naar Afghanistan en het stammengebied aan de Pakistaanse kant van de grens zal komen c.q. terugkeren.

Lees ook:

Posted on

Waarom Amerika IS in Afghanistan in stand houdt

In Afghanistan is veel te doen over ongekenmerkte militaire helikopters die IS Khorasan assisteren met bevoorrading en transport van strijders. Er bestaat een sterk vermoeden dat de Verenigde Staten er achter zitten.

Doordat Amerikaanse en andere westerse troepen in het land, en onder invloed van de Amerikanen ook het Afghaanse leger, zich vooral richten op het bestrijden van de Taliban, heeft ‘Islamitische Staat’ stevig voet aan de grond kunnen krijgen in Afghanistan. De IS-tak in het land noemt zich ‘IS Khorasan’, naar een historische staatkundige eenheid die delen van Afghanistan, maar ook van diverse andere Centraal-Aziatische landen omspant.

Het vermoeden dat het om Amerikaanse helikopters gaat ligt voor de hand, omdat de Amerikanen nog altijd militair aanwezig zijn in het land. De Amerikanen frustreren al enige tijd iedere poging tot vredesonderhandelingen tussen de regering in Kaboel en (delen van) de Taliban, door op cruciale momenten Taliban-leiders uit te schakelen. Door kort voor besprekingen een Taliban-leider die tot onderhandelingen bereid is te elimineren, werken de Amerikanen in de hand dat de volgende Taliban-leider minder geneigd is tot gesprekken.

Door IS in stand te houden en onderhandelingen tussen de regering in Kaboel en de Taliban te frustreren, houden de VS Afghanistan instabiel. Om te begrijpen welk belang de VS daar bij hebben, moeten we naar de bredere regio kijken.

Een blik op de kaart van Eurazië laat een steppe- en woestijnzone zien die zich uitstrekt van Mantsjoerije in het oosten tot de Kaspische Zee in het westen. Zowel Rusland als China hebben historisch veel te kampen gehad met Mongoolse en Turkse volkeren uit deze contreien. Inmiddels werken Rusland en China er samen echter al enkele jaren aan om deze zone te bestendigen om zo een vreedzaam continent te creëren, waarin meer mogelijkheden ontstaan om economische potentiëlen aan te boren. Zo is Centraal-Azië rijk aan delfstoffen en een belangrijke doorgangsroute voor de Nieuwe Zijderoute richting Europa.

Centraal-Aziatische landen als Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië doen allemaal mee in de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) en recent zijn ook India en Pakistan toegetreden. Iran wil zich ook bij de SSO aansluiten en zelfs Mongolië zoekt inmiddels aansluiting. Daarmee zou – afgezien van geval apart Turkmenistan – een gigantische aaneengesloten landmassa ontstaan waarin vrede en veiligheid heersen en men zich zodoende kan richten op het ontplooien van economische potentiëlen die nog maar weinig benut worden.

De Verenigde Staten, die sommige van hun plannen gedwarsboomd zien door een meer assertieve rol van Rusland en China op het wereldtoneel, en die vrezen voor de aanhoudende economische opkomst van met name China, willen deze bestendiging van het Euraziatische continent waar mogelijk verstoren.

Amerikaanse activiteiten aan de Oost-Aziatische kant van Eurazië om bevroren conflicten zoals dat op het Koreaanse schiereiland en dat in de Zuid-Chinese Zee op te porren, zijn hinderlijk voor China. Maar de Volksrepubliek rekent al langere tijd met het gegeven dat de Amerikanen een snoer van landen in Oost-Azië – van Zuid-Korea tot Vietnam – aaneen hebben geregen, waarmee China’s toegang tot de open zee potentieel in gevaar is. Weliswaar hebben de Filipijnen en Maleisië dit stramien recent enigszins doorbroken, maar China denkt op de lange termijn en had dus al corridors gecreëerd om voor haar buitenlandse handel niet te sterk afhankelijk te zijn van de doorgang door de straat van Malakka. Zo legden de Chinezen infrastructuur aan in Burma en in Pakistan, zoals de haven van Gwadar, die toegang geeft tot de Arabische Zee.

Afghanistan is echter ideaal gepositioneerd om de bestendiging van Eurazië te verstoren. Zo werkt IS Khorasan samen met de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere islamisten in Tadzjikistan en Kirgizïe, waarmee de kleine Centraal-Aziatische landen te destabiliseren zijn. Ook het Oeigoerse separatisme in China is wat dat aangaat een middel waarvan de Amerikanen goed gebruik kunnen maken.

IS Khorasan heeft ook partners in Pakistan. Grensregio’s als Beloetsjistan zijn al instabiel en islamisten aan weerszijden van de grens kunnen daar gebruik van maken. En als Pakistan gedestabiliseerd zou worden, heeft China niets meer aan de haven van Gwadar. Het hele punt is namelijk dat China van daaruit goederen verder door Pakistan naar China kan transporteren en vice versa.

Maar ook als IS voorlopig vooral nog in Afghanistan actief is en de Centraal-Aziatische staten en Pakistan niet gedestabiliseerd worden, hangt de dreiging dat dit kan gebeuren nog wel boven de markt, zolang er in Afghanistan geen vrede bereikt wordt en IS zijn macht daar verder uit kan breiden.

China en Rusland willen begrijpelijkerwijs het nodige doen om vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban te stimuleren, niet alleen het land zelf maar de hele regio zou daar baat bij hebben. De Amerikanen spreiden hun kansen door enerzijds die vredesonderhandelingen te blijven frustreren en anderzijds IS in stand te houden voor het geval Kaboel en de Taliban op enig moment toch tot een vergelijk mochten komen.

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.

Posted on

Tadzjikistan bouwt hoogste stuwdam ter wereld

Tadzjikistan is begonnen aan de bouw van de hoogste stuwdam ter wereld, waarmee het zoveel elektriciteit hoopt op te wekken dat het een belangrijke stroomexporteur wordt. Ook hoopt het Centraal-Aziatische land met de zekere energievoorziening nieuwe industrie aan te trekken.

Het plan voor de 335 meter hoge stuwdam in de rivier de Vachsj, een bronrivier van de Amoe Darja, werd al in 1959 opgevat en in 1965 was een ontwerp gereed. In 1976 werd begonnen met de bouw van de dam, maar toen de Sovjet-Unie uiteenviel werd het plan afgebroken.

De stuwdam en de bijbehorende elektriciteitscentrale moeten het probleem van de onzekere energievoorziening de wereld uit helpen. Daarmee hoopt de Tadzijekse regering dat het land aantrekkelijk wordt voor buitenlandse bedrijven om zich daar te vestigen en zo meer werkgelegenheid te scheppen.

De stroomopbrengst wordt op meer dan twee maal de binnenlandse behoefte geraamd en dat is inclusief twee geplande aluminiumsmelterijen. Het overschot hoopt men te exporteren naar buurlanden, waarbij met name aan India en Pakistan gedacht wordt. De inkomsten daaruit kan de regering goed gebruiken, temeer daar de bevolking van het land gestaag groeit.

Het naburige Oezbekistan is niet enthousiast over het plan. Men vreest dat opdrogende rivieren de katoenproductie in gevaar brengen, die een belangrijke inkomstenbron voor de Oezbeken is. Tadzjikistan is voor zijn gasvoorziening afhankelijk van Oezbekistan en Oezbekistan heeft in de afgelopen jaren geprobeerd dat als hefboom te gebruiken om de Tadzjieken af te houden van het hervatten van de bouw van de Rogun-dam. Door het groeiende energietekort gaat Tadzjikistan er nu echter toch toe over.

Posted on

Turkije waarschuwt Rusland dat Gülen-aanhangers staatsgreep in Kirgizië voorbereiden

De Turkse regering heeft de Russische gewaarschuwd dat aanhangers van Fethullah Gülen in Kirgizië een staatsgreep zouden kunnen ondernemen. De Centraal-Aziatische bondgenoot van Rusland is van geostrategisch belang.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu zei maandagavond dat aanhangers van Gülen ook in Kirgizië een couppoging zouden kunnen doen, zo bericht Haberler. De Kirgizische president Almasbek Atambajev staat op goede voet met zowel de Russische als de Turkse regering en zou een rol hebben gespeeld in de verzoening tussen Poetin en Erdogan, nadat Turkije een Russisch gevechtsvliegtuig had neergehaald.

Onder president Almazbek Atambayev (links) is Kirgizië een bondgenoot van Rusland.
Onder president Almazbek Atambayev (links) is Kirgizië een bondgenoot van Rusland.

In 2010 vond er in Kirgizië al een mislukte poging tot een zogenaamde Kleurenrevolutie plaats, de Tulpenrevolutie, waarin door de Amerikaanse overheid en multimiljardair George Soros gefinancierde ngo’s een belangrijke rol speelden.De revolutie mislukte echter en zodoende is de op Rusland georiënteerde regering in Bisjkek nog steeds aan de macht.

De Kirgiezen zijn een aan de Turken verwant volk. Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie maakte het Centraal-Aziatische land daar deel van uit. Kirgizië ligt op de traditionele Zijderoute, tussen Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en China. Aan de Chinese kant van de grens wonen de verwante Oeigoeren. Er is een Russische luchtmachtbasis en een Amerikaanse, die niet meer in gebruik is, maar een rol heeft gespeeld in de missies in Afghanistan. Kirgizië is net als Rusland en diverse andere landen in de regio lid van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO), de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie (CVVO) en de Euraziatische Economische Unie (EAEU). Samen met Turkije, Azerbeidzjan en Kazachstan is het lid van de Turkse Raad.

Posted on 1 Comment

India en Pakistan treden toe tot Shanghai Samenwerkingsorganisatie, Iran volgt

Op de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent vandaag zijn zowel India als Pakistan lid geworden van de Euraziatische politieke, economische en militaire samenwerking, zoals op de top van vorig jaar reeds was besloten. Ook Iran beoogt op termijn lid te worden van de SSO.

De gelijktijdige toetreding van aartsvijanden India en Pakistan tot deze op veiligheid en stabiliteit gerichte organisatie moet gezien worden in het licht van de recente bereidheid van beide staten op het Indische subcontinent om de onderlinge spanningen af te bouwen.

Vertegenwoordigers van Iran zijn eveneens aanwezig op de top in Oezbekistan, de islamitische republiek wil op termijn ook graag toetreden. De Russische president Vladimir Poetin heeft de Iraanse vraag om gesprekken over toetreding te openen van harte aanbevolen bij de andere lidstaten van de SSO, China, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan. Ook China liet op voorhand positieve geluiden horen over eventuele toetreding van Iran.

In Iran wordt toetreding tot de SSO mede gezien als een nieuwe stap in het doorbreken van de geïsoleerde positie van het land. Hoewel Iran goede contacten onderhoudt met de huidige regering van Irak en die van Syrië, moet het van de zijde van de Golfstaten, Saoedi-Arabië, Turkije en organisaties als de Arabische Liga en de Organisatie voor Islamitische Samenwerking met toenemende vijandigheid rekenen.

Volgens een Iraanse regeringswoordvoerder biedt toetreding tot de SSO kansen op het gebied van economische en militaire samenwerking en de bestrijding van terrorisme en internationale misdaadnetwerken.

Posted on

Obama legitimeert drone-aanvallen – Nergens zo veel oorlogstaal als waar men zelf niet weet wat oorlog is

Aan puin geschoten steden, met de grond gelijk gemaakte scholen en ziekenhuizen, gefolterde en geëxecuteerde gevangenen, ontploffende autobommen. Lange rijen vluchtelingen, hun huizen kapot gebombardeerd, strompelend langs een weg die nergens naartoe leidt met hun schamele resterende bezittingen op hun rug. Sprekende foto’s en filmbeelden uit het Midden-Oosten, Azië, Afrika, laten steeds weer de keerzijde van de ‘Nieuwe Wereldorde’ zien, het mondiale systeem onder Amerikaanse leiding, dat president George H.W. Bush in 1991 voorspiegelde.

Ze laten ook de enorme kloof in perceptie zien tussen grote delen van de wereld en het Westen, meer in het bijzonder de Verenigde Staten. De Verenigde Staten op wier territorium zich als sinds Pancho Villa in 1916 Nieuw-Mexico binnenviel, geen vreemde mogendheid meer vertoond heeft. Amerika kent noch begrijpt de realiteit van oorlog, wat de oorlogszuchtige taal van presidentskandidaten en andere politici niet ongevaarlijker maar wel absurder maakt. Intussen wordt er ook nu weer stevig op de oorlogstrom geslagen, terwijl het Pentagon onlangs bekend maakte dat de Verenigde Staten zoveel mensen gebombardeerd hebben op zoveel verschillende plaatsen dat men van lieverlee door de voorraad heen raakt.

In reactie op een toenemende roep om enige verantwoording, heeft president Barack Obama toegezegd meer openheid te geven over de drone-oorlogen die de VS op dit moment in tenminste zeven landen voeren. Door deze en gene is al niet geringe kritiek geuit op de drone-missies, vanwege het ontbreken van een juridisch kader. De regering stelt echter de drone-missies gerechtvaardigd worden door de Autorisatie voor het Gebruik van Militair Geweld uit 2001, die de strijdkrachten carte blanche geeft om ‘aan Al Qaida gelieerde terroristen’ met alle beschikbare middelen te achtervolgen en uit te schakelen. De bijkomende drone-aanvallen door de CIA zijn ‘geheime acties’ die gelegaliseerd worden door presidentiële ‘bevindingen’ en zowel de inlichtingendiensten als de strijdkrachten laten zich naar verluidt leiden door het principe dat de VS het gezag heeft een ‘dreigende’ terrorist tot doelwit te maken, wanneer het de overheid ter plaatse aan de middelen of de wil ontbreekt om dat zelf te doen.

Berichtgeving in de Amerikaanse media suggereert dat er binnenkort een rapport van het Witte Huis uitkomt over de aantallen burgers die sinds 2009 door drone-aanvallen om het leven zijn gebracht, maar zoals wel vaker zit het ‘m in de details. De Amerikaanse overheid probeert te laten zien dat het aantal burgerslachtoffers minimaal is, hoewel men waarschijnlijk niet zover zal gaan als CIA-directeur John Brennan die stelde dat de aanvallen van zijn dienst “geen burgers” gedood hadden. Men zal het aantal burgerslachtoffers dat uit het rapport naar voren komt, tot een minimum reduceren door zowel ‘oorlogszones’ in Afghanistan, Syrië en Irak als ‘clandestiene’ operaties van de CIA buiten beschouwing te laten. Alleen Libië, Somalië, Jemen en mogelijk Pakistan zullen meegenomen worden in de statistieken.

Het rapport zal ook zijn eigen definities van wat een terrorist of strijder mag heten manipuleren. En het zal sommige aanvallen die anders niet uit te leggen zouden zijn, als ‘zelfverdediging’ met het oog op andere Amerikaanse operaties interpreteren. De richtlijnen voor het afvuren van Hellfire-raketten door drones zijn enigermate subjectief geweest, zo werd bijvoorbeeld iedere man van weerbare leeftijd met een wapen zonder meer als terrorist aangemerkt waarmee zij in aanmerking kwamen voor eliminatie. Het dragen van een wapen is in tribale samenlevingen als in Afghanistan en Pakistan echter allerminst ongebruikelijk voor mannen en hoeft helemaal niet te wijzen op betrokkenheid bij een terroristische organisatie. In andere gevallen zal een tribale samenkomst waar naar verluidt enkele vermeende terroristen aanwezig zijn voor honderd procent als terroristisch beschouwd worden, ook al heeft degene die de drone bestuurt geen idee wie de andere mensen zijn in de groep waarin de al of niet duidelijk geïdentificeerde vermeende terroristen zich bevinden.

Het document zal waarschijnlijk ook dubieuze aannames over de doelwitten van de aanvallen bevatten, wie tussen de regels door leest zal ernstige twijfel hebben aan de zogenaamde precisieaanvallen die door middel van drones uitgevoerd worden. Maar het verleden leert dat alles aan de aandacht onttrokken zal worden door de bespreking van juridische aspecten van het gebruik van drones en dat men de menselijke tragedies, die zich op de grond afspelen doordat de Amerikaanse regering het voordeel van de twijfel krijgt wanneer een doelwit niet in een duidelijke categorie valt, weg zal wuiven of simpelweg zal negeren.

Er zit evident een politieke bedoeling achter het rapport, namelijk het institutionaliseren van het proces van het wereldwijd inzetten van drones voor dodelijke aanvallen per presidentieel fiat. Obama heeft de drone in zijn hart gesloten als zijn favoriete wapen tegen terroristen. Hij heeft al honderden aanvallen gesanctioneerd, wat een gigantische uitbreiding van de inzet van drones is, ten opzichte van zijn ambtsvoorganger George W. Bush, die in zijn acht jaar in het Witte Huis minder dan vijftig maal een drone-aanval goedkeurde. Het ligt in de lijn der verwachting dat Obama het proces voor het selecteren en doden van doelwitten per decreet zal formaliseren voor het einde van zijn ambtstermijn.

Drone-aanvallen of niet, Amerikanen zouden sowieso ontsteld moeten zijn over het aantal mensen dat hun overheid direct of indirect om het leven heeft gebracht sinds het begin van de ‘Oorlog tegen Terreur’ bijna vijftien jaar geleden. Zeker aangezien Amerika gedurende die periode niet echt in staat van oorlog is geweest met wie dan ook – en waarschijnlijk zouden de meeste Amerikanen ook ontsteld zijn als ze het wisten. Vergeet niet dat er veel manieren zijn om om het leven te komen. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright stelde in een beruchte uitspraak dat de dood van 500.000 Irakese kinderen ten gevolge van sancties in de jaren ’90 die de import van medicijnen en voedsel beperkten “het waard” was. Recenter zijn er nog tien- of honderdduizenden om het leven gekomen in grot stromen vluchtelingen. Het vereist geen kogel of granaatscherf om ten gevolge van oorlogsgeweld om het leven te komen.

Schattingen van de dodentallen ten gevolge van de Amerikaanse invasies in Afghanistan en Irak zijn op best goed geïnformeerde gokken en variëren sterk naar gelang wat men wel of niet mee in beschouwing neemt. Is uithongering ten gevolge van onderbroken voedselvoorziening of dood door een ziekte die behandeld had kunnen worden als het ziekenhuis niet vernietigd was, de verantwoordelijkheid van de VS? Daar is wel een zaak voor op te zetten.

Hoe het ook zij, het optellen van het uiteindelijke aantal doden komt uiteindelijk neer op een exercitie die niet plaats had hoeven vinden als de militaire actie niet had plaats gevonden. Overheden zullen altijd proberen de getallen laag te houden en zullen oorzakelijke verbanden van de hand wijzen, terwijl andere waarnemers misschien het tegenovergestelde zullen doen.

Een rapport uit maart 2015 van de Nobelprijs-winnende organisatie ‘Physician for Social Responsibility’ (PSR, Artsen voor Maatschappelijke Verantwoordelijkheid) wijst er op dat er aanzienlijke, moedwillige bagatellisering plaats vindt van de werkelijke gevolgen van de door Amerika geleide reactie op het terrorisme. Het rapport stelde dat in de eerste tien jaar na de aanslagen van elf september alleen in Irak, Afghanistan en Pakistan al meer dan 1,3 miljoen mensen gedood werden in het kader van de zogenaamde ‘Global War on Terror’. Een jaar later kan men bij elkaar optellen dat de aantallen in die landen nog verder zijn toegenomen, en verder Syrië, Libië, Somalië en Jemen aan de slachting toevoegen, zodat men in redelijkheid mag vermoeden dat het huidige lopende totaal boven de 2 miljoen slachtoffers uitstijgt. Sommige anderen schattingen gaan uit van eerder 4 miljoen. Het rapport van de PSR benadrukt dat hun inschatting van het dodental ‘behoudend’ is en gebaseerd op de meest betrouwbare bronnen, wat er op wijst dat er ook grote aantallen doden gemelden zijn die niet bevestigd konden worden.

Ook als we George W. Bush en Barack Obama niet als massamoordenaars in de zin van Pol Pot of Stalin beschouwen, leert deze kwestie wel dat het leiden van wat in naam een democratie is, geen beletsel is voor het grotendeels lukraak uithalen zonder de gevolgen voor de bevolking in de landen in kwestie in overweging te nemen. Amerika, dat democratische voorbeeld voor de wereld, ziet zich nu gereduceerd tot het uitbrengen van rapporten om de lijn te ondersteunen dat er toch heus niet zoveel burgerslachtoffers zijn gevallen ten gevolge van drone-aanvallen in landen waarmee Amerika niet in oorlog is, maar die wel plaats kunnen vinden door middel van een dubieuze, mogelijk zelfs ongrondwettelijke, machtiging door het Congres.

In de afgelopen vijftien jaar heeft dit moordproces post kunnen vatten en men staat nu aan de vooravond van de formele institutionalisering ervan. De volgende president, Clinton of Trump, zal in staat meer van hetzelfde te doen, aangezien de procedures in kwestie ‘volstrekt legaal’ zijn en het er dik in zit dat ze binnenkort door een presidentieel decreet geautoriseerd worden. Die 2 miljoen, 4 miljoen of later misschien wel 6 miljoen, zullen uiteindelijk, zoals Stalin zei, geen tragedie zijn, maar slechts een statistiek.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels verschenen bij het tijdschrift The American Conservative.

Posted on

Amerikaanse betrokkenheid frustreert vredesonderhandelingen Afghanistan

Vertegenwoordigers van Pakistan, Afghanistan, China en de Verenigde Staten hebben in de afgelopen maanden geprobeerd relaties tot stand te brengen met de Taliban, die delen van Afghanistan beheersen, om tot een vreedzame en stabiele situatie te komen.

Alle betrokken partijen hebben echter hun eigen, deels overlappende, belangen. De Taliban wil de pro-westerse regering aan de kant schuiven en een islamitisch bewind vestigen. De VS zijn voor de Taliban een vijand. Amerikaanse drone-aanvallen op Taliban-stellingen dragen bij aan de instabiele, gewelddadige situatie in het land, aangezien het merendeel van de slachtoffers burgers zijn, waaronder vrouwen en kinderen. De Afghaanse regering wil vooral vrede en stabiliteit bereiken, maar staat onder zware druk van de VS.

De Pakistaanse regering wil vooral haar eigen bewind uit de wind houden en de Taliban de ruimte geven zijn activiteiten op Afghanistan en niet op delen van Pakistan te richten.

Een complicerende factor is de Jalaluddin Haqqani. Het Haqqani-netwerk, dat zowel in Afghanistan als Pakistan actief is, beschouwt de Verenigde Staten als een terroristische organisatie en werkt actief samen met de Taliban.

AfPak

China wil een veilige transportroute door Pakistan naar de haven van Gwadar (foto: J. Patrick Fisher).
China wil een veilige transportroute door Pakistan naar de haven van Gwadar (foto: J. Patrick Fisher).

China heeft belang bij het tot stand brengen van veilige corridors voor gas- en oliepijpleidingen en spoorwegen, die onderdeel uit kunnen gaan maken van de Nieuwe Zijderoute. Voor China is vooral de route van de havenstad Gwadar, aan de Arabische Zee net buiten de Golf van Oman,  naar het noorden van Pakistan, oftewel de grens met China, van groot belang.

De VS pretenderen een vredesproces tot stand te willen brengen. In feite hebben de VS er voordeel bij de zwakke regeringen van Afghanistan en Pakistan in het zadel te houden, zodat ze de regio in de hand kunnen blijven houden. De VS hebben geen belang bij een stabilisatie van de regio, die ten gunste zou komen van de economische relatie van China en Pakistan.

Eerdere pogingen om vreedzame relaties tot stand te brengen in Afghanistan liepen stuk. In plaats van een vredesakkoord, begon de Taliban in diverse provincies een lenteoffensief, waarop het Afghaanse leger de tegenaanval in moest zetten.

Het grootste probleem in de vredesonderhandelingen in is de aanwezigheid van de Verenigde Staten. De Amerikanen willen hun aanwezigheid in het Rimland versterken en zijn bereid een escalatie van de spanningen op de koop toe te nemen. De Taliban zien de onderhandelingen dan ook als zinloos en willen er niet aan deelnemen. De Amerikanen zijn in dezen dus de verstorende factor, zonder hun aanwezigheid aan de onderhandelingstafel, zouden de andere partijen, die meer op stabilisatie uit zijn, eenvoudiger tot een akkoord kunnen komen.