Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

En alweer gaat Europa ons geld kosten

Na ruim acht jaar aan het financiële infuus van Europa te hebben gelegen wordt het mogelijk en zelfs noodzakelijk geacht dat Griekenland vanaf 21 juni aanstaande weer op eigen benen gaat staan. Vanaf dat moment moet het land wederom zelfstandig toegang krijgen tot de wereldwijde kapitaalmarkten en kan het met de wederopbouw van het land beginnen. Een van de meest slechte, zelfs catastrofale, reddingsacties ooit kan daarmee worden beëindigd, althans in politiek opzicht.

Over de bedragen die in de vorm van nieuwe kredieten aan Griekenland beschikbaar zijn gesteld doen de wildste verhalen de ronde, variërend van 385 miljard euro tot één biljoen, zonder dat vastgesteld kan worden of het medicijn van het grote geldsmijten daadwerkelijk heeft gewerkt, in welke mate en hoe lang. Eén ding staat vast. De Europese Centrale Bank laat zich niet in de eigen boeken kijken, zelfs niet door de Europese Rekenkamer die daarvoor geen politiek mandaat heeft gekregen. Zijn de ECB, het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme), het IMF en de gezamenlijke lidstaten wél open en transparant over Griekenland? Verre van dat. Zelfs Griekenland is er niet open over. Het is in de ogen van velen één grote rommelpot, vooral ten gunste van de banken.

Zelfs in dit late stadium wordt er van Europese officiële zijde opgemerkt dat Griekenland voor 21 juni aanstaande nog één keer een flinke cashinjectie dient te krijgen, ook nu weer als financiële buffer voor de Griekse banken. Er wordt helaas niet bij gezegd dat als Griekenland deze laatste zak met geld onverhoopt niet krijgt, de Griekse banken alsnog kopje onder zullen gaan. Zo flinterdun is dus de marge tussen wederopstanding en falen van het financiële systeem, ook elders in Europa. Het geeft weinig vertrouwen voor de toekomst.

Ineens verschijnen er berichten over de kredietgarantie van de Nederlandse staat aan Griekenland van zo’n 45 miljard euro. Kortweg geformuleerd kunnen wij Nederlanders waarschijnlijk naar dit geld fluiten. Ik – en met mij vele anderen – ben uiteraard benieuwd naar de wijze waarop de Nederlandse regering deze zeperd in de boeken zal verwerken, een forse bezuinigingsronde zal vrijwel zeker het gevolg zijn. Zodra daarenboven ook de totale kosten van sanering van Groningen bekend worden, loopt de Nederlandse welvaart ineens forse klappen op. Die zullen het positieve sentiment in ons land snel kunnen doen keren.

Kunnen wij het ons permitteren om de staatsschuld boven de norm van drie procent van het bruto binnenlands product (BBP) te laten groeien of moeten wij dat mogelijk zelfs aanwakkeren? Misschien is het wel wijs beleid om niet naar de kwijtschelding van schulden te kijken, maar juist naar het burgervriendelijk laten oplopen van deze schuld. Vele landen – met Amerika voorop – trekken zich sowieso niets aan van schuldenplafonds en hebben er zelfs een beetje maling aan.

Tijdens de vorige financiële crisis werd overal in Europa terecht gewezen op de dringende noodzaak van het structureel hervormen van de bancaire sector als onderdeel van een vernieuwd Europees financieel systeem Daar is niet veel van terecht gekomen. Sterker nog, de aanpak van politici van de eerste crisis, heeft onbedoeld een tweede bancaire crisis dichterbij gebracht en misschien zelfs al in gang gezet.

De eerste werd door Amerikaanse banken ingeluid. De tweede zal mogelijk in Europa beginnen. Potentiële kandidaten zijn er genoeg. (Deutsche Bank, Monte de Paschi di Siena, e.v.a.).

Posted on

Het zwarte gat van het grote geld ligt in Duitsland

Dat Deutsche Bank – Duitslands grootste financiële instelling – diep in de problemen verkeert is inmiddels welbekend. Het is niet ondenkbaar dat de neerwaartse spiraal waarin de bank zich al langere tijd bevindt tot slechts één resultaat zal leiden, namelijk tot de overname van Deutsche Bank door de Duitse staat. Eerder viel ABN AMRO deze dubieuze eer ten deel en ook het diep verliesgevende Italiaanse Monte dei Paschi di Siena moest nog niet zo lang geleden dekking zoeken bij de Italiaanse staat. Daarna verdwenen deze beide grootbanken uit het publieke zicht en dat zal dus met Deutsche ook wel gebeuren.

In de luwte van de publieke aandacht wist oud VVD-minister van Financiën Gerrit Zalm een succesvolle turnaround bij ABN AMRO te realiseren. Dat kan en moet zelfs worden gezien als een knap staaltje bestuurlijk jongleren en van politiek en financieel gegoochel op het slappe koord. Gerrit Zalm deed belangrijk werk. Want na de bijna dood ervaring van de bank wist hij de zaak zo op te leuken, dat ook hij waarschijnlijk de geschiedenis in zal gaan als de belangrijkste niet-bancaire bestuursvoorzitter, die het einde van de eerste bankencrisis –toen niemand nog een stuiver voor de banken over had- inluidde. Zal Deutsche Bank op eenzelfde manier gered kunnen worden? Ik hoop het wel, maar ik denk het niet.

De afgelopen week werd bekend dat Christian Sewing de nieuwe topman van Deutsche Bank is geworden, als opvolger van John Crayon en –daarvoor- van het illustere duo Fitschen en Jain. Snel achtereenvolgende bestuurswisselingen zijn doorgaans geen goed teken voor de gezondheid van een bank. Dat is algemeen bekend. De kans is zelfs aanwezig dat Sewing ongewild een nieuwe wereldwijde bankencrisis zal triggeren om Deutsche Bank uiteindelijk weer gezond te kunnen maken, simpelweg omdat de onderlinge afhankelijkheden en belangen van de internationale systeembanken te groot zijn. Weet Sewing of alle beerputten van de eerste bankencrisis inderdaad gedempt zijn en niet meer voor onaangename verrassingen zullen zorgen? Ik hoop het wel, maar ik denk het niet.

Vaststaat dat de markten waarin Deutsche in eigen land en internationaal actief is, fundamenteel veranderd zijn naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. De financiële wereld bestaat nu alleen nog maar uit luchtbellen die inmiddels zo hard zijn opgeblazen dat er een aantal moeten klappen, bijvoorbeeld op de markt van staatsobligaties. Kan er eigenlijk nog wel gesproken worden van een markt voor staatsobligaties nu de ECB praktisch heel Europa ten zuiden van de knoflookgrens heeft opgekocht? Valt er voor partijen nog geld te verdienen aan de beurzen nu de koersen oncontroleerbaar zijn gestegen en bedrijven massaal overstappen op het inkopen van de eigen aandelen? Kunnen Hedgefondsen nog betrouwbaar investeren? Ik hoop het wel maar ik denk het niet.

Het meest venijnige addertje onder het financiële gras vormt de ECB die in korte tijd van grootste vriend van de grootbanken, hun grootste vijand is geworden. De balans van de ECB is zo lang geworden en zit zo vol met toxisch materiaal, dat het meer een kwestie van tijd is dan van beleid eer er enorme ongelukken plaatsvinden. Het anti-crisis beleid van smijten met enorme hoeveelheden geld blijkt de eerste bankencrisis niet te hebben verholpen, maar juist te hebben versneld. De waarschijnlijkheid van een tweede bankencrisis is groot maar zal in essentie dezelfde zijn als de eerste, zij het dus veel groter van omvang. Ik hoop dat dit niet waar zal zijn, maar ik denk het wel.

Als het moment komt dat Deutsche Bank zich inderdaad bij bondskanselier Merkel aanmeldt voor nationalisering dan is dat het beginsignaal voor de gehele Europese financiële sector om dekking te gaan zoeken. De ECB zal mogelijk op hetzelfde moment imploderen. Er zal chaos heersen. De druk op het politieke systeem zal enorm tot onhoudbaar zijn. Ik hoop het niet maar ik denk het wel.

In de alternatieve pers wordt soms de indruk gewekt dat bondskanselier Merkel eigenlijk al wel weet dat het de verkeerde kant opgaat en daarom bij Europa aandringt op een Europese Minister van Financiën. Deze bewindspersoon moet alle overmatige schulden van de Europese landen bijeenrapen en over alle lidstaten uitsmeren (het welbekende socialiseren van schulden), volgens de morele plicht van de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Deze minister moet vervolgens compleet losgaan als het gaat om het introduceren van nieuwe financiële producten voor het wegwerken van schulden, variërend van Europese Staatsobligaties met 0-rente en een looptijd van 100 jaar, tot Europese Volksobligaties met een kortere looptijd en een hogere rente om de bevolking van de lidstaten toch nog iets van een spaarpotje te geven. Alles zal mogen en veel zal moeten om Europa te redden. Is Europa nog te redden? Ik hoop het oprecht, maar ik denk het niet.

Posted on

Sterke Euro versterkt problemen Italië

Wie alleen de wisselkoers als maatstaf voor de stabiliteit van een munt neemt, die kan momenteel met het oog op de euro goed slapen. Na een fase van zwakte heeft de Europese eenheidsmunt tegenover andere belangrijke valuta’s als de Amerikaanse Dollar, de Yen en het Pond duidelijk terrein gewonnen.

Mario Draghi, de directeur van de Europese Centrale Bank (ECB), verheugt zich daarentegen evenmin als leidende economische experts. Ze zien de hoge wisselkoers als nog een bron van problemen, die de euro substantieel kunnen raken.

Productie nog altijd onder niveau van voor 2007

De ogen zijn daarbij vooral gericht op Draghi’s thuisland Italië. Het land lijdt sowieso al onder de euro, die voor de Italiaanse economie te sterk is. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is in de afgelopen acht jaar met 600 miljard afgenomen tot 1800 miljard USD, zo schat het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Volgens de voormalige chef van het Ifo-instituut in München, de econoom Hans Werner Sinn, ligt de productie in de Italiaanse industrie nog altijd 19 procent onder het niveau voor de crisis van 2007. Een wezenlijke reden daarvoor: Sinds 1995 is Italië als productieland tegenover Duitsland maar liefst 42 procent duurder geworden. Hierin ligt de bijzondere moeilijkheid, die de situatie van de op twee na grootste economie van de eurozone in zeker opzicht zelfs nog problematischer maakt dan die van Griekenland.

Devaluatie of hervormingen

De Grieken beschikken niet over noemenswaardige, naar de wereldmarkt exporterende industrie, Italië heeft die daarentegen wel in aanzienlijke mate. Tot het bevriezen van de wisselkoersen in 1999 kon Italië eventuele kostennadelen door middel van devaluatie van de Lira gladstrijken. Sindsdien is deze weg geblokkeerd. De momenteel hoge koers van de euro versterkt de druk op Italië nog extra.

Spanje heeft op een vergelijkbare ontwikkeling met harde hervormingen gereageerd. In het chronisch politiek instabiele Rome zijn dergelijke hervormingen echter nauwelijks door het parlement te loodsen. Hier probeert men de sociale gevolgen van de afglijdende concurrentiekracht en de daaruit voortvloeiende hoge werkloosheid door opname van kredieten te verhullen. Daardoor heeft de staatsschuld een gigantische 133 procent van het BBP bereikt. De staatsschuld van Duitsland ligt ter vergelijking ongeveer bij de helft daarvan.

Vertrek uit de euro

Ondanks massieve ondersteuning door de ECB, die Italiaanse staatsschuldpapieren koopt en daarmee de rente drukt, kan deze ontwikkeling niet eindeloos zo door gaan. Sinn voorspelt zodoende het spoedige vertrek van Italië uit de Euro, ofwel nog dit najaar dan wel, waarschijnlijker, komend voorjaar.

Daarbij loopt een race tegen de klok: Oudere Italiaanse staatsobligaties zijn onderhevig aan een regel die stelt dat het schuldenaarland besluiten kan in welke munt het verschuldigde bedragen uitbetaalt. Rome zou dat dus in (duidelijk gedevalueerde) nieuwe Lira’s kunnen doen. Jongere papieren zijn daarentegen onderhevig aan het principe dat de meerderheid van de schuldeisers met een dergelijke switch moet instemmen, wat niet waarschijnlijk lijkt. In 2016 waren er ongeveer evenveel nieuwe als oude papieren in omloop. Vanaf 2022 zijn er nauwelijks nog oude Italiaanse obligaties in omloop.

Posted on

De Bitcoin-revolutie

In “The Mystery of Banking”[1] schrijft Murray Rothbard over de werking van het fiatgeldsysteem in het bankwezen. Rothbard beargumenteert in dit boek dat inflatie een gevolg is van het uitbreiden van de geldvoorraad. Centrale banken drukken geld bij en lenen dat uit aan de banken; banken lenen dit geld weer uit aan huishoudens en bedrijven. Geld wordt dus gecreëerd op basis van de verwachting dat er toekomstige, economische activiteit tegenover wordt gezet. Maar de realiteit is dus wel dat geld in principe uit het niets gecreëerd wordt. De redenatie is dat de economie hiermee draaiende gehouden wordt, omdat geldcreatie investeringen en consumptie stimuleert. Om die reden hebben centrale banken een inflatiedoelstelling van 2%[2] – betekenis: 2% groei van de geldvoorraad per jaar.

Tot zover het positieve verhaal, nu het negatieve verhaal: een uitbreiding van de geldvoorraad betekent tegelijk dat de waarde van geld (per stuk) daalt. Alleen als de economie harder groeit dan de inflatie, dan stijgt de waarde van het geld (per stuk). In praktijk komt die situatie zelden voor; meestal is de inflatie hoger dan de groei van de economie. Om die reden is er een continue geldontwaarding gaande. Rothbard gaat vervolgens nog in op een nog negatiever aspect van het fiatgeldsysteem: overheden lenen geld van centrale banken, zodat zij aan hun schulden kunnen voldoen. In praktijk betalen ze dit geld niet terug[3], het staat gewoon op de balans van de centrale bank als “uitstaande lening”.

Milton Friedman sprak daarom van een “verborgen belasting”[4]: via inflatie ontnemen overheden munten van een deel van hun waarde. Het is goed dat mensen zich de implicatie van dit systeem goed realiseren. Zuur verdiend spaargeld wordt dus ook steeds minder waard. Als lonen minder hard stijgen dan de inflatiecorrectie, dan worden lonen ook minder waard (en neemt de koopkracht af). Mensen merken dit doordat producten en diensten duurder worden. Geldontwaarding is (helaas) al zo oud als de uitvinding van geld zelf. Om die reden zijn er ook steeds pogingen ondernomen om geld “hard”[5] te maken, i.e. geldontwaarding moeilijk maken. Dat kan bijvoorbeeld door geld te koppelen aan een gewild schaars goed zoals goud, zilver, e.d.

Alternatieven voor inflatie

De economie bestaat dus in een inflationaire wereld: fiatgeld dat continu minder waard wordt. Maar dit systeem is niet vanzelfsprekend; het is ook mogelijk om in een deflationair geldsysteem te leven: geld dat continu méér waard wordt. Ten tijde van de goudstandaard was (milde) deflatie ook precies de situatie. Het nadeel van deflatie is dat schulden dus ook steeds meer waard worden, mensen kunnen minder gemakkelijk schulden aangaan en daardoor dus minder snel investeren, consumeren en speculeren. De meeste economen vinden de nadelen van deflatie daarom groter dan de nadelen van inflatie – maar niet alle economen. Er zijn genoeg economen die waarschuwen tegen de nadelen van inflatie als groter gevaar, zoals Friedrich Hayek.

In zijn Nobelprijs-acceptatiespeech brak Hayek[6] een lans voor concurrerende, gedenationaliseerde geldsoorten om inflatiemisbruik tegen te gaan. Hayek wilde niet dat overheden nog langer de mogelijkheid zouden hebben om geld te ontwaarden voor eigen gewin. Hij stelde daarom voor om geld volledig los te koppelen van de overheid of de natiestaat; iedereen moest vrij zijn om met anderen te handelen in de muntsoort of het ruilmiddel dat zij wenselijk achtten. Hayek zag dit zelfs als een noodzakelijk nieuw amendement voor de grondwet. Het grote voordeel van concurrentie tussen geldsoorten is dat mensen kunnen ontsnappen aan geldsystemen waarvoor ze niet gekozen hebben en nooit zouden kiezen. De beste munt zou dan het meeste waard worden, omdat mensen hier hun rijkdom in bewaren; concurrerende munten zouden zich op andere gewilde functies van geld kunnen onderscheiden. Zo houden munten elkaar in een bepaald evenwicht – en slecht geld zal, net als slechte bedrijven, uit de markt verdwijnen, omdat het geen functie heeft.

Goldbugs[7] zien in het pleidooi van Hayek hun gelijk bevestigd; zij willen graag een alternatief voor fiatgeld, een alternatief dat beter zijn waarde behoudt. Zij zijn daarom voorstander van goud als een internationaal parallel geldsysteem, omdat de waarde van goud een stuk stabieler is dan het alsmaar in waarde dalende fiatgeld. Daarnaast geloven ze dat goud nooit geheel waardeloos kan worden, zelfs niet ten tijde van een crisis van het geldsysteem. Als het goudsysteem namelijk in elkaar dondert, dan kan goud nog altijd gebruikt worden voor andere zaken, bijvoorbeeld grondstof voor juwelen – dit in tegenstelling tot fiatgeld dat na hyperinflatie volledig waardeloos zal zijn. Alle vroegere fiatgeldsystemen zijn dan ook geëindigd met een intrinsieke waarde[8] van “nul”. Goldbugs hebben echter één cruciale blinde vlek: de goudstandaard is overal waar deze is ingevoerd weer verdwenen.[9] De goudstandaard zit overheden al snel dwars in hun mogelijkheden en om die reden zullen overheden geld al snel weer ontkoppelen van goud. Het is vrij naïef om te denken dat als de goudstandaard weer wordt ingevoerd, ontkoppeling niet opnieuw zal gebeuren.

De jurist Nick Szabo kwam daarom met het voorstel van BitGold.[10] Szabo zag de fout van de goldbugs (en de fiatgeldvoorstanders) in: deze systemen hebben altijd een “trusted third party” nodig om te functioneren. Zowel goud als fiat moeten in omloop gebracht worden, opgeslagen, beschermd, enz. Een ideaal geldsysteem zou geen derde partij nodig hebben om te functioneren; het zou de mogelijkheid moeten bieden om tussen twee partijen te handelen. 1-op-1, veilig, anoniem en volledig vrijwillig. Tot BitGold was er nooit een geldsysteem geweest dat deze wensen tegelijk in zich verenigde. Helaas bleef BitGold lange tijd een abstract idee, een theorie zonder praktische implementatie – totdat bitcoin verscheen.

De intellectuele basis onder bitcoin

Onder het pseudoniem “Satoshi Nakamoto”[11] onthulde een anonieme programmeur en hard geld-activist na de kredietcrisis een open-source software project genaamd “Bitcoin: a peer-2-peer electronic cash system”. De intentie van Nakamoto was om het BitGold idee in praktijk te brengen. Nakamoto wilde dat gewone mensen beschermd zouden zijn tegen toekomstige bank bail-outs van overheden om banken te redden. Het was tijdens de kredietcrisis vrij duidelijk geworden dat overheden handhaving van de status quo als eerste prioriteit zagen en het belang van de burger als laatste prioriteit. Rechtvaardigheid speelde al helemaal geen rol, want normale (niet-bank)bedrijven hadden overheden gewoon failliet laten gaan[12] en frauderende bankiers zijn vrijwel allemaal vrijuit[13] gegaan.

Nakamoto’s open source project sloeg direct aan en allerlei geïnteresseerde ontwikkelaars hielpen Nakamoto zijn project verder te ontwikkelen. Het idee van bitcoin[14] was om de goede eigenschappen van goud digitaal te simuleren (schaarste, waardevastheid, stabiel) en te koppelen aan de goede eigenschappen van fiatgeld (draagbaar, deelbaar, licht gewicht en anoniem). Nakamoto kreeg ook veel steun en aandacht van “hard geld”-activisten en libertariërs, die lovende artikelen over zijn initiatief[15] schreven. Nakamoto[16] deelde ook Szabo’s vaststelling, dat het vertrouwen, dat mensen gedwongen moeten hebben in conventionele geldsystemen juist de fatale zwakte is van geldsystemen; “Het kernprobleem met conventionele geldsystemen is dat ze op vertrouwen gebaseerd zijn om het werkbaar te maken. De centrale bank moet vertrouwd worden om de munt niet te ontwaarden, maar de geschiedenis van fiatgeld staat bol van de voorbeelden van schending van vertrouwen. Banken moeten vertrouwd worden om geld aan te houden en elektronisch over te maken, maar ze lenen het [fiatgeld] uit in golven van kredietbubbels zonder een fractie in reserve aan te houden. We moeten ze vertrouwen met onze privacy, ze vertrouwen om identiteitsfraudeurs om onze rekening leeg te halen.” Kortom: een geldsysteem, dat niet berust op vertrouwen, maar op harde, onveranderbare principes is superieur aan de conventionele geldsystemen.

Nakamoto loste Szabo’s “trusted third party” probleem op met de uitvinding van de blockchain: een grootboekrekening, die alle transacties van het systeem steeds controleert en (her)bevestigt. Met deze blockchain wordt fraude voorkomen en de veiligheid van het bitcoin-betaalnetwerk gegarandeerd[17]. De technische aspecten van de blockchain, cryptografie, mining, proof-of-work, hashing, wallets, etc. laat ik weg uit deze bitcoin-bespreking, omdat deze irrelevant zijn voor de economische case vóór bitcoin. (Wie dat wel wil weten, verwijs ik graag door naar de presentatie van Konrad Graf in de voetnoot.[18])

Groei, prijs en waarde

Op de website blockchain.info wordt bijgehouden hoeveel nieuwe gebruikers en transacties er bijkomen; deze groei is exponentieel. Hetzelfde geldt voor het aantal klanten van een bedrijf als BitPay – een bitcoin-intermediair die bedrijven helpt om bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De internationale groei van exchanges, analysetools en blockchain-techbedrijven is gigantisch. Het aantal (prominente) softwareprogrammeurs, die vrijwillig meewerken aan de verdere ontwikkeling van bitcoin is al jaren zeer hoog.

Bitcoin-rivalen, altcoins genaamd, zoals Ethereum, Litecoin en Bitcoin Cash experimenteren met allerlei variaties op het bitcoin-protocol. Uit deze concurrentiestrijd is nu een geheel nieuwe financiële sector voortgekomen: cryptocurrency. Iedereen kan zijn eigen coin starten en in de markt zetten. Ironisch genoeg maakt deze concurrentie bitcoin niet zwakker maar sterker. Bitcoin heeft namelijk zo’n grote voorsprong qua netwerkeffecten, dat overstappen naar een andere currency enorme overstapproblemen geeft aan het ecosysteem. Bitcoin is ook open-source, daardoor kunnen de meest interessante usecases van altcoins gemakkelijk ingepast worden. Om die reden is de redenatie dat Bitcoin de AltaVista of MySpace van cryptocurrency is, die door Google en Facebook uit de markt zijn gedrukt, verkeerd. AltaVista en MySpace hadden met een open source-model zeer waarschijnlijk de beste aspecten van Google en Facebook kunnen integreren.

Sinds de implementatie van bitcoin is bitcoin vrijwel constant gestegen in waarde, van $0,10 tot $4400[19] afgelopen week – alhoewel met constante schommelingen in de prijs. Een ander voordeel van bitcoin is dat het – net als goud – een internationaal, niet-staat gebonden geldsysteem mogelijk maakt. Precies zoals Hayek dat zich had voorgesteld. En nog belangrijker: deelname aan het bitcoin-geldsysteem is, in tegenstelling tot fiatgeld, volledig op vrijwillige basis. Als iemand geen heil in bitcoin ziet, bitcoin niet begrijpt of bitcoin om bepaalde redenen immoreel vindt, dan hoeft hij of zij er niet aan mee te doen.

Een eerste, veelgehoorde bedenking ten aanzien van bitcoin is dat het een tulpenmanie/bubbel zou zijn: de prijs neemt namelijk zo snel toe dat er vrijwel geen andere vergelijking bestaat, dan met die twee fenomenen. Maar toch, het ligt ditmaal niet zo simpel. Er zullen uiteindelijk slechts 21 miljoen bitcoins bestaan, maar er zijn nu slechts zo’n 16 miljoen bitcoins in omloop. Daarnaast zijn er bitcoins verloren gegaan als gevolg van vergeten paswoorden en defecte harde schijven. Hierdoor is bitcoin dus schaars. Zeer schaars. Doordat de vraag exponentieel toeneemt, maar het aantal bitcoins zeer langzaam stijgt, zal de prijs heel hard stijgen. De huidige waarde van bitcoin is onmiskenbaar speculatief, omdat veel mensen verwachten dat bitcoin meer waard wordt en daarom bitcoins opsparen; ze zien bitcoin als een manier om snel rijk te worden. Het gaat echter te ver om te stellen dat bitcoin’s prijs alleen op manie gebaseerd is. Een tweede bedenking is dat bitcoin een Ponzi- of piramidespel zou zijn. Op basis van de snel stijgende prijs leek dit op voorhand een goede duiding, maar er zijn een aantal duidelijke verschillen. Zo heeft een Ponzi-spel een Ponzi nodig, een oplichter – die is er niet. De enige mensen die lijken te profiteren van bitcoin zijn de gebruikers en bezitters van bitcoin. (Wie meer weerleggingen van onterechte bitcoin-kritieken wil lezen, kan goed beginnen bij de blogs van Peter Surda[20] en Konrad Graf.)

In een binnen de bitcoin-scene zeer gewaardeerde youtube-video[21], gemaakt door bitcoin-supporter James DeAngelo, wordt een alternatieve verklaring voor de scherpe prijsstijging gegeven. DeAngelo vergeleek bitcoin met een snelgroeiende startup als Twitter. Toen Twitter startte hadden ze maar 50 gebruikers, maar het aantal gebruikers bleef steeds verdubbelen, totdat ze uiteindelijk miljoenen gebruikers hadden. Het was geen perfect exponentiële ontwikkeling, gemeten op dag- of weekniveau; er waren tal van tegenslagen, concurrenten, geldzorgen, technische uitdagingen, enz. Toch bleef Twitter hard en gestaag doorgroeien, daardoor nam de waarde per aandeel steeds meer toe. Uiteindelijk werd Twitter een miljardenbedrijf en een globale, dominante speler in media. DeAngelo’s theorie is, dat het bij de bitcoinprijs dus niet om een spel van oplichters of speculatiemanie gaat, maar om de dynamiek van een volatiele valuatie van een snelgroeiend ecosysteem – vergelijkbaar met het aandeel van een snelgroeiende startup. Hij vergelijkt de bitcoinprijs met een aandeel in Twitter.

Internet als voorbeeld

Er is een precedent voor snel in waarde toenemende, virtuele assets geweest: dotcom-domeinnamen. Midden jaren ’90 werden de beste domeinnamen opgeslokt door domeinhandelaren. Domeinhandelaren kochten deze domeinen op, omdat ze de visie hadden dat domeinnamen een digitaal onroerend goed waren. Domeinnamen zijn een waardevolle bezitting gebleken.[22] Sinds de stormachtige groei van het internet, zijn domeinen gemiddeld steeds duurder geworden. Logisch: een schaars goed, ook als dit virtueel is, wordt meer waard als er meer vraag is. Dit prijsmechanisme geldt voor elk jaar sinds ’95[23] en dat zal zo door blijven gaan – zolang het internet blijft groeien.

Daarnaast, een tweede gevolg van domeinnamen-schaarste: elke domeinnaam kan maar eenmalig uitgegeven worden. Om die reden is een domeinnaam als home.com veel geld waard. Op dit stukje digitaal onroerend goed kunnen vele soorten bedrijven zich huisvesten – qua mogelijkheden is home.com te vergelijken met een stukje onroerend goed op het Londense Picadilly Circus! Domeinnaamhandelaren zagen destijds dus correct in, dat toekomstige bedrijven en ondernemers deze domeinnamen in de toekomst voor veel geld weer van hen over zouden nemen. Veel bitcoinbezitters denken hetzelfde bij bitcoin: ze zien het als digitaal goud en zijn niet van plan het opnieuw af te staan totdat ze er, in hun ogen, een fair value voor krijgen. Als bitcoin blijft doorgroeien tot de munteenheid van het internet dan zal 10-100x zoveel zijn als nu – in de verre toekomst, dat wel.

Voorts, niet alle domeinnamen zijn gelijk geschapen. Een korte, herkenbare, pakkende domeinnaam zonder streepje en – allerbelangrijkst! – met DOTCOM op het eind is veel geld waard. Home.com is veel meer waard dan huizen-bekijken-innederland.net. Dotcom is de de facto standaard[24] van domeinnamen geworden en dat is niet meer terug te draaien. Zie hier de link met bitcoin en altcoins: bitcoin is de dotcom-standaard van cryptocurrency. Bitcoin heeft de meeste status, alleen een crypto-concurrent die vele malen beter is dan bitcoin zou een kans maken – en zo jong is bitcoin ook niet meer, het stamt uit ’98. Ter vergelijking: Google stamt uit ’98 en AltaVista uit ’95 – zoveel tijd zat er niet tussen. MySpace stamt uit 2003 en Facebook uit 2004. De voorsprong van bitcoin ten opzichte van andere altcoins neemt echter nog steeds toe. De huidige concurrenten voldoen niet.

Toekomst

Het is natuurlijk mogelijk dat bitcoin uiteindelijk toch niet zal slagen, als gevolg van een technologische bug die niet voorzien was; omdat er een altcoin blijkt te zijn, die 10x beter is; omdat bitcoin op verkeerde, economische principes is gebaseerd; omdat overheden bitcoin succesvol konden uitbannen nadat de ecologie meer centraliseerde; omdat bitcoin toch meer speculatie dan asset was; enz. enz. Allemaal mogelijkheden die bestaan, maar deze risico’s zijn met de tijd steeds onwaarschijnlijker, omdat bitcoin al een aantal extreme tests heeft doorstaan.

Bitcoin overleefde bugs, een mogelijke 51% attack, het faillissement MtGox, hacks van (destijds) belangrijke exchanges als Bitcoinica en Tradehill, exit-scams als Cryptsy, associaties met SilkRoad, Russisch verbod, Ethereum’s opkomst en andere altcoin-uitdagers, een onverwachte hard fork en een continue stroom van chaotische taferelen die breed uitgemeten worden in de media. Elke tegenslag van bitcoin lijkt bitcoin juist sterker te maken. Bijvoorbeeld, toen de SilkRoad-website[25] in 2013 door de FBI werd ontmanteld, begon de bitcoin-prijs kort daarna hard te stijgen. Geheel tegen de verwachting in, omdat bitcoin door tegenstanders als vehikel voor criminelen werd versleten. In realiteit was het opheffen van de SilkRoad-website juist positief voor bitcoin: mensen durfden te beleggen in en betalen met een digitale munt die niet langer 1-op-1 met criminaliteit werd geassocieerd. Bitcoin lijkt het voorbeeld van “antifragiel”[26] te zijn; door elke uitdaging lijkt het bitcoin-ecosysteem sterker en groter te worden en stijgt vervolgens de prijs.

Het is goed mogelijk dat bitcoin crasht of gecrasht is, terwijl dit stuk uitkomt en/ of gelezen wordt. Gezien de enorme stijging van de bitcoin-prijs is dit zelfs zeer aannemelijk. Wel is het dan goed om erop te wijzen dat bitcoin al 5 grote crashes[27] heeft gehad en zich na de crash steeds herstelde op een hogere gemiddelde prijs dan voor de crash. Op de lange termijn is de bitcoin-prijs ook elk jaar toegenomen[28], met uitzondering van een correctie in 2014. Daar moet wel bij gemeld dat bitcoin in 2013 5500%(!) steeg. Bitcoin heeft nog steeds veel problemen en zal nog heel veel problemen tegemoet treden in de toekomst – zonder meer. Maar er moet langzamerhand ook serieus rekening gehouden worden met het meest onwaarschijnlijk denkbare scenario: bitcoin zou weleens kunnen slagen.


[1] https://mises.org/library/mystery-banking

[2] https://www.ecb.europa.eu/mopo/strategy/pricestab/html/index.en.html

[3] https://www.ronpaul.com/fiat-money-inflation-federal-reserve-2/

[4] https://www.youtube.com/watch?v=GJ4TTNeSUdQ

[5]http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/shell.html

[6] https://mises.org/library/choice-currency-0

[7] https://www.goodreads.com/book/show/25894053-the-new-case-for-gold

[8] https://en.wikipedia.org/wiki/Fiat_money

[9] Meer hier http://nakamotoinstitute.org/static/docs/denationalisation.pdf

[10] http://nakamotoinstitute.org/bit-gold/

[11] Ik vermoed zelf dat Satoshi Nakamoto een alias van Nick Szabo is. De vergelijkingen tussen Bitcoin en BitGold zijn zo sterk en opvallend, dat er vrijwel zeker een link moet zijn.

[12] http://www.econtalk.org/archives/2012/09/barofsky_on_bai.html

[13]  https://www.theatlantic.com/business/archive/2016/08/why-arent-any-bankers-in-prison-for-causing-the-financial-crisis/496232/

[14] https://bitcoin.org/bitcoin.pdf (Satoshi Nakamoto – Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System)

[15] https://www.coindesk.com/live-free-or-mine-how-libertarians-fell-in-love-with-bitcoin/

[16] https://freedomnode.com/blog/66/21-wise-and-funny-bitcoin-quotes-by-satoshi-nakamoto#h-central-banking-is

[17] https://www.youtube.com/watch?v=HvfO5u4ImAU&t=856s (Bitcoin Decrypted II)

[18] Szabo en Nakamoto waren absoluut niet de enige ontwikkelaars, die probeerden om een digitaal cash-alternatief te bedenken en/of te ontwerpen; zo zijn er Chaum’s DigiCash, Adam Back’s HashCash, Jackson & Downey’s e-Gold, PayPal’s originele implementatie, Wei Dai’s B-Money, etc. Al deze projecten stammen uit eind jaren ’90. Meer hier: https://bitcoinmagazine.com/articles/quick-history-cryptocurrencies-bbtc-bitcoin-1397682630/

[19] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zvzl (Rond de $4440 per 17-8-’17)

[20] http://www.economicsofbitcoin.com/

http://www.konradsgraf.com/bitcoin-theory/

[21] https://www.youtube.com/watch?v=qHUPPYzzZrI&t=22s&list=PLzctEq7iZD-7-DgJM604zsndMapn9ff6q&index=16

[22] Zie het essay op http://www.jointventures.com/ van Rick “Domain King” Schwartz, meer hier: http://www.ricksblog.com/2015/12/rick-schwartz-20th-anniversary-post-trust-numbers-not-people/#.WZcDHD4jHIU

[23] http://domainnamewire.com/2016/01/14/impressive-domain-name-stats-from-escrow-com/

[24] https://www.domainstate.com/registrar-tld-breakup.html

[25] http://edition.cnn.com/2013/10/04/world/americas/silk-road-ross-ulbricht/index.html

[26] https://btctheory.com/2015/01/16/antifragile-bitcoin/

[27] https://www.youtube.com/watch?v=XbZ8zDpX2Mg

[28] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zi1gRSIzvzl

Posted on

Krijgt Weidmann dubieuze eer Draghi op te volgen als hoofd Europese Centrale Bank?

De ambtstermijn van de president van de Europese Centrale bank (ECB), Mario Draghi, loopt weliswaar pas in 2019 af. Maar nu al wordt er over mogelijke opvolgers gespeculeerd. Goede kansen worden toegeschreven aan Jens Weidmann. Of Weidmann daar blij mee moet zijn, is een tweede vraag. Voor een Duitser is een toppositie bij de ECB namelijk geen pretje.

Vooral vanuit CDU/CSU is de sterke wens te horen geweest dat er na Mario Draghi een Duitser de leiding van de ECB zou krijgen. Na acht jaar eindigt in 2019 Draghi’s termijn, een verlenging is niet mogelijk. Bondskanselier Angela Merkel en minister van Financiën Wolfgang Schäuble (beiden CDU) hadden het er in mei over dat ze bij de bezetting van de ECB-leiderspositie Duitse aanspraken wilden doen gelden. CSU-politici hadden daar al eerder toe opgeroepen. Draghi’s opvolger zou een Duitser moeten zijn “die zich verplicht voelt aan de traditie van monetaire stabiliteit van de Duitse Bundesbank”, aldus de vice-voorzitter van de CDU/CSU-fractie, Hans-Peter Friedrich (CSU), in het voorjaar van 2016.

Als verdere mogelijke kandidaten gelden naast Jens Weidmann momenteel ook François Villeroy de Galhau van de Banque de France en de Nederlander Klaas Knot. In Weidmanns voordeel spreekt dat met Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet reeds een Nederlander en een Fransman aan het hoofd van de ECB gestaan hebben. Ook is het moeilijk voor te stellen dat Draghi door een Italiaan opgevolgd zou worden. Tegen deze achtergrond zou een Spanjaard of Portugees nog een gooi naar de positie kunnen wagen, als Jens Weidmann niet zou kandideren.

Jens Weidmann maakt dus goede kans om de opvolger van Mario Draghi te worden, maar het is de vraag of hij daar blij mee moet zijn. Het risico dat de door Draghi en deels al door zijn voorganger Trichet in gang gezette expansieve geldpolitiek faalt is al enorm, en het risico neemt alleen nog verder toe. Na de omstreden aankoop van staatsobligaties door de ECB, komt nu steeds meer het probleem van diep in de schulden stekende ondernemingen in beeld, die dreigen failliet te gaan als de ECB zijn nul-rentebeleid zou beëindigen.

De Bank of America schaalt rond de negen procent van de grootste beursgenoteerde ondernemingen in Europa als zogenaamde ‘zombie-firma’s’ in. Bedrijven met andere woorden, die door het beleid van de centrale bank naar het voorbeeld van Japan kunstmatig in leven gehouden worden, hoewel ze zich op eigen kracht eigenlijk niet meer overeind zouden kunnen houden op de markt. Klinisch dood, zou je ook kunnen zeggen. In de Neue Zürcher Zeitung waarschuwde de consultant Markus Krall voor de gevolgen van de tien jaar aanhoudende goedkope rentepolitiek van de ECB: “In essentie stuwen een grote faillissementsgolf voor ons uit, die des te groter wordt, naarmate we hem verder doorschuiven.”

Krall, die bedrijven en banken al 25 jaar van advies dient in de inschatting van risico’s, wees verder op het grote volume aan slechte kredieten in de boeken van Europese banken. Het Europese banktoezicht becijferde de som van de kredieten met een hoog uitvalsrisico bij Europese banken eind 2016 op rond een biljoen euro, meer dan het drievoud van de Duitse federale begroting. Een EU-brede golf van bedrijfsfaillissementen, ingeleid door een renteverhoging van de ECB, zou de berg noodlijdende kredieten snel verder opdrijven. Gevaar dreigt ook op de aandelenmarkten en bij de vastgoedprijzen, als de vloed van het goedkope geld wegebt.

Iedere opvolger van Draghi, vooral echter een Duitse kandidaat, dreigt daarmee in een zwickmühle terecht te komen. Houdt de ECB aan de ultralosse geldpolitiek vast, kan ze daarmee staten en ondernemingen met teveel schulden weliswaar nog wat langer lucht geven, maar vooral de Duitsers moeten de lasten van deze geldpolitiek dragen: door achterblijvende rente op spaartegoeden, hoge vastgoedprijzen en huren en merkbare prijsopdrijving in het leven van alledag. Als het uiteindelijk tot een crash komt, krijgt de Bundesbank als grootste lidbank de grootste verliezen door de obligatieaankopen van de ECB voor de kiezen.

Maar dat is nog niet alles. Want Duitsland dreigt nadat het een groot deel van de financiële lasten van de pogingen tot redding van de euro voor zijn rekening heeft genomen, uiteindelijk ook nog de rol van zondebok toegeschoven te krijgen.

Mocht het namelijk een Duitser zijn die als ECB-chef de geldsluizen in de eurozone weer sluiten moet, dan rolt een faillissementsgolf van zombie-ondernemingen en diep in de schulden stekende staten als Griekenland en Italië door Europa. Een Duitser aan het hoofd van de ECB is in zo’n situatie de ideale zondebok.

Posted on

Italië: Referendum kan startschot voor vertrek uit de Euro zijn

Na het Brexit-referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen kan het establishment zich komende zondag voor de derde maal voor een ongewenste uitslag gesteld zien. Niet alleen omdat dan de uitgestelde herhaling van de tweede ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen plaats vindt, maar ook omdat de Italianen dan ter stembus gaan. Zij stemmen over een hervorming van de grondwet die onder andere de bevoegdheden van de senaat inperkt.

De peilingen wijzen er al weken op dat de nee-stemmers in de meerderheid zijn en de regering van Matteo Renzi aan het kortste eind trekt. Volgens James McCormac van kredietbeoordelaar Fitch kan dat op de langer termijn “het begin van het einde voor [het verblijf van] Italië  in de de EU en de euro zijn”. Renzi heeft namelijk ook zijn politieke lot verbonden aan de instemming van de bevolking met de grondwetswijziging.

Als Renzi het referendum inderdaad verliest, ligt het in de verwachting dat er vervroegde verkiezingen uitgeschreven worden. Renzi is namelijk niet van zins in zo’n geval een overgangsregering te vormen die nog tot 2018 aan zou moeten blijven.

“Als er nieuwe verkiezingen gehouden zouden worden, zou de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo volgens de peilingen de sterkste politieke partij worden. Door het huidige kiesstelsel zou de partij dan ook over een absolute meerderheid in het Huis van Afgevaardigden beschikken en zou ze Beppo Grillo als premier aan kunnen stellen”, aldus chef-econoom Jörg Krämer van de Commerzbank.

De Vijfsterrenbeweging heeft al aangekondigd de Italianen de kans te willen geven zich uit te spreken over voortzetting van het lidmaatschap van de Euro. Als dit scenario werkelijkheid zou worden, zou er uitgerekend in dat land een referendum over de euro gehouden worden waar de eenheidsmunt het meest ongeliefd is.

Ook bij een voor Renzi positieve uitslag van het referendum over de grondwetswijziging bestaat overigens een groot risico dat Italië zich meer en meer tot middelpunt van een nieuwe eurocrisis ontwikkelt. Zo kan de situatie van de aangeslagen bankensector snel acuut worden.

Zo heeft de bank Monte dei Paschi di Siena onlangs opnieuwe dieprode cijfers voor het afgelopen jaar gemeld. De oudste bank ter wereld heeft een minus van zo’n 4,8 miljard euro aangekondigd. Bij elkaar belopen de verliezen van de bank daarmee sinds 2011 zo’n 20 miljard euro. Naast de verkoop van slechte kredieten ter waarde van 28 miljard euro, is nu een kapitaalverhoging van meer dan vijf miljard gepland. Ook andere Italiaanse banken hebben bergen riskante kredieten opgehoopt. Al met al geldt de terugbetaling van leningen ter waarde van 360 miljard euro als twijfelachtig.

Posted on

John Gray: De EU is niet de wereld

Na de Brexit is Europa onherroepelijk veranderd, en het Verenigd Koninkrijk ook. Voor mij staat dit voor een nieuw begin, een kans voor het Verenigd Koninkrijk om zich te ontdoen van het blok aan haar been dat het falende Europese project geworden is en haar plaats in te nemen in de grotere wereld. Tegelijkertijd kunnen we ons voordeel doen met een sceptischer houding tegenover de politieke klasse, waarvan een groot deel het referendum zo ontzettend verkeerd had ingeschat.

Er zijn echter velen die met een bang voorgevoel naar de toekomst kijken, zij vrezen dat de Brexit ons zal veranderen in een meer gesloten en teruggetrokken samenleving, dat we een vergeten hoekje zullen worden waar weinig gebeurt, afgesneden van de culturele rijkdom en economische levendigheid van de rest van de wereld. Een dergelijke zwarte kijk op de toekomst wordt gehuldigd door veel van de tegenstanders van de Brexit, voor hen is dat wat Brexit betekent.

Voor mij is er echter iets onwerkelijks, iets irrationeels en zelfs hysterisch aan deze reactie. De EU is niet de wereld, of het meest dynamische deel van de wereld. De EU is zelfs niet Europa. Het is alleen maar een specifieke set aan regelingen die over de afgelopen decennia opgebouwd zijn door een deel van de Europese landen. Een vertrek uit deze zelfingenomen en claustrofobische instelling is geen terugtrekking uit de wereld, het is eerder een terugkeer naar de wereld.

Misschien zullen weinigen het zich nog herinneren, maar vanaf het prille begin was het Europese project een middel om de macht van Europa opnieuw te vestigen in de wereld. Schrijvend in 1919, volgend op de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog, vroeg de Franse essayist en dichter Paul Valéry zich af: “Zal Europa worden wat het in werkelijkheid is, dat wil zeggen een klein voorgebergte aan het Aziatische continent? Of zal het blijven wat het lijkt te zijn, dat wil zeggen het uitverkoren deel van de aardkloot, de parel van de wereld, het brein van een groot lichaam?” Voor Valéry en menigeen die dacht zoals hij, destijds en later, had Europa de eerste wereldomspannende beschaving geschapen. Gebruik makend van hun superieure kennis en uitvindingen, hadden Europeanen hun dynamisme geprojecteerd naar immobiele culturen overal ter wereld. Het waren Europeanen die Afrika gekoloniseerd hadden en hun schepen naar China en Japan hadden gestuurd. Ook waren het Europeanen die de energieke beschaving gecreëerd hadden die was uitgegroeid tot de Verenigde Staten. Europa was de bron van de vooruitgang. De vraag in 1919 was of Europa de positie van wereldmeesterschap kon hernemen die het ooit gehad had.

Het Europese project begon op te doemen na wat wel Europa’s tweede burgeroorlog genoemd is, maar was niet louter een poging om de wonden van Europa te helen. Het was ook, in de optiek van veel van haar voorstanders, een manier om een tegenwicht te creëren tegen de Amerikaanse macht. Europa was in die jaren een braakland, zoals dat ook in 1919 voor grote delen ervan gegolden had. Internationaal stond het zwakker dan ooit. Vanuit het oosten werd Europa bedreigd door Rusland, terwijl het van de andere zijde van de Atlantische Oceaan uitgedaagd werd door de grote macht van Amerika. De taak waarvoor men zich gesteld zag was om Europa om te vormen tot een enkele staat, die zich kon meten met deze twee grote rivalen. Het nieuwe Europa zou een derde weg zijn tussen kapitalisme en socialisme in een supranationale staat die zich uitstrekte over het hele continent.

Na de conferentie van Jalta in februari 1945, werd Europa verdeeld in twee sferen, waarvan een, de oostelijke, gedomineerd werd door de Sovjet-Unie. Deze scheiding duurde bijna een halve eeuw. Maar toen de Sovjet-Unie instortte, grepen de hoeders van de Europese gedachte de kans aan die het einde van de Koude Oorlog bood. Ze zetten het project door van een supranationale staat die Europa weer een plaats als mondiale supermacht moest geven.

Wat mij betreft was dit altijd een naar binnen gekeerde visie. Andere culturen waren niet statisch tot de Europeanen kwamen kijken en de boel opschudden. Tot voor een paar eeuwen geleden waren India en China de meest innovatieve economieën ter wereld. De periode van Europese dominantie was kort. Tegen de laatste decennia van de 19e eeuw was Japan snel aan het industrialiseren, terwijl de meeste Europese economieën nog altijd op landbouw gebaseerd waren. In 1905, tijdens de Russisch-Japanse oorlog, in de Slag bij Tsushima, waar de Russische keizerlijke vloot verslagen werd door Japan, werd dat land het eerste niet-Europese land dat een beslissende militaire slag toebracht aan een Europese grootmacht. De betekenis van die gebeurtenis ging niet voorbij aan de leiders van anti-koloniale bewegingen zoals Sun Yat-sen in China en Jawaharlal Nehru in India, die het vierden als een overwinning voor de onafhankelijkheidszaak.

De Europese gedachte is nog altijd naar binnen gericht. Ik kan me goed herinneren dat ik enkele jaren geleden luisterde naar een Europese academicus, die een internationaal publiek vertelde dat het ongeveer een eeuw zou duren om een Europese regering tot stand te brengen. Ik hoorde het aan met ongeloof en enig vermaak. Stelde deze spreker zich nou voor dat de rest van de wereld zo’n honderd jaar zou afwachten hoe Europa een naar binnen gerichte obsessie najaagt?

In het midden van de 19e eeuw vreesde de liberale denker John Stuart Mill dat Engeland een soort China zou worden, een beschaving, zo schreef hij in zijn essay On liberty, die stationair was geworden. Als China nog vooruit gebracht zou worden, dan moest dat volgens Mill wel door buitenlanders gedaan worden. Met het oog op de tijd waarin hij schreef kunnen we de Victoriaanse wijsgeer zijn tunnelvisie misschien wel vergeven. Maar hoe kan ook maar iemand niet zien welk deel van de wereld nu stationair is?

Zij die vrezen dat de Brexit van het Verenigd Koninkrijk een stilstaand hoekje zal maken, hebben niet opgemerkt wat een backwater Europa al geworden is. Het Verenigd Koninkrijk kan er alleen maar op vooruit gaan als het zijn banden uitbreidt met regio’s wier economieën groeien, zoals China, India en Afrika. Politiek zit Europa muurvast in onoverkomelijke dilemma’s.

Hoewel het geruststellend zou zijn om te denken dat een Brexit hervorming [van de EU] zou stimuleren, is een meer plausibel scenario dat de EU zal versplinteren. In cultureel opzicht heeft Europa iets van zijn vitaliteit behouden, maar het kunnen toch alleen de meest provinciale tegenstanders van een Brexit zijn die denken dat een vertrek uit de EU het Verenigd Koninkrijk zou afsnijden van de belangrijke stromingen in de cultuur en de kunst. De werken van Michel Houellebecq en Bernardo Bertolucci zullen ons niet ontzegd worden, omdat de handelsvoorwaarden tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk enigszins veranderd zullen zijn.

Maar terwijl we een andere verhouding met Europa krijgen, krijgen we misschien ook betere toegang tot de culturen van het leeuwendeel van de wereld. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het meer open staan voor de creatieve vitaliteit van India, China, Rusland, Japan, Afrika, het Midden-Oosten, Australazië en Noord- en Zuid-Amerika, een conditie van culturele armoede is.

Brexit zal niet betekenen dat we afgesneden zijn van de rest van de wereld, wel integendeel. Maar het Verenigd Koninkrijk zal er gewis fundamenteel door veranderd worden. En dat kon wel eens zijn waar de tegenstanders van Brexit zo bang voor zijn.

Het referendum staat voor een groot falen van de regerende klasse. Niet alleen had men er niet serieus bij stil gestaan dat de kiezers daadwerkelijk voor een Brexit zouden kunnen kiezen. Dat de kiezers de toegenomen fragiliteit van de Europese Unie zouden doorzien werd niet eens in overweging genomen. Toen de kiezers de koers die door zo’n groot deel van het establishment aanbevolen werd van de hand wezen, kon dat alleen maar uit irrationale motieven zijn. Vreemd genoeg zijn het nu niet de wereldvreemde politici die al zo lang aan de macht zijn die aangevallen worden, maar de gewone mensen die tegen hen stemden. Stompzinnig en bevooroordeeld zouden de onwetende massa’s de leiding van hun meer rationale meesters afgewezen hebben en een waanvoorstelling omhelsd hebben.

Op een bepaalde manier is het een begrijpelijke reactie. Er zijn irrationale krachten die een rol spelen in de politiek. Maar onze politieke klasse is veel irrationeler geweest dan de massa die hen al zo lang moet verdragen. Tegen al het bewijs van de jaren sinds de financiële crisis in, waarin de EU van de ene misslag naar de andere ging, zijn zij die ons regeerden er op blijven staan dat de EU te hervormen is.

Onheilspellend gerommel in de Europese politiek is afgeschreven als tekenen van achterlijkheid die vanzelf zullen verdwijnen als de nieuwe orde gevestigd wordt. Maar er is nu een domino-effect in werking getreden. Overal in Europa keren nationale regeringen of groeiende oppositiekrachten zich tegen onderdelen van de Europese integratie, bijvoorbeeld de herverdeling van vluchtelingen. Nationale regeringen hernemen langzaam maar zeker hun machtspositie.

De toenemende tekortkomingen van de EU zijn onderdeel van de bredere crisis van de globalisering. Terwijl het enerzijds de welvaart van veel mensen heeft doen toenemen heeft de mondiale markt anderzijds grote aantallen mensen in een positie van chronische ontbering en verarming geplaatst. Zij die in de steek gelaten zijn, hebben niet slechts minder geld te besteden, hun hele bestaan kan getekend zijn doordat ze van hun positie in de samenleving beroofd zijn. In sommige delen van de ontwikkelde wereld is de levensverwachting weer teruggevallen naar het niveau van ontwikkelingslanden. De armen onder ons zijn anders, ze sterven eerder dan de rest. In de tussentijd kunnen ze echter stemmen.

Brexit is de eerste in een reeks revoltes die in veel andere landen uit zullen breken. Het zijn niet alleen die groepen die verarmd zijn, die het slachtoffer zijn geworden van globalisering. Delen van de middenklasse hebben hun inkomens en vooruitzichten al decennia zien stagneren. De vrees die vat krijgt op deze mensen is ook onderdeel van wat achter de opkomst van Donald Trump zit. Met een gebrek aan uitzicht op een toekomst heeft men geen vertrouwen meer in mainstream-politici.

De gebruikelijke remedie is meer onderwijs. Maar zoals menigeen ondervonden heeft, is een universitaire graad dikwijls niet veel meer dan een paspoort naar een levenslange schuld, gekoppeld aan een eindeloze baanonzekerheid.

Stemmen uit het establishment stellen dat beperkingen aan handel en migratie deze situatie niet zullen veranderen, die voortvloeit uit technologische vooruitgang. Een gerobotiseerde economie komt op die grote aantallen arbeiders overtollig zal maken. Maar de ontwrichting die deze nieuwe technologieën gewrocht hebben, is versneld en vergroot door goedkope import en arbeidsmigranten die weinig kosten. De miljoenen die aan de scherpe kant van deze ontwikkelingen zitten, weten dat zij die hen tot nu geregeerd hebben niets anders te bieden hebben dan een zich nog verder verslechterende status quo. Het is niet geheel toevallig, dat de eerste duidelijke tekenen dat kiezers deze status quo zouden gaan verwerpen, in de vroege ochtenduren van 24 juni uit de steden van het post-industriële noorden van Engeland kwamen. Het was nooit realistisch om te denken dat de miljoenen verworpenen eindeloos zouden kunnen bestaan op een dieet van loze beloften. Vroeger of later moest er zich wel een politieke opstand voordoen. Hoe kan het dat zoveel politici en opiniemakers bezeten waren van zo’n absurde visie? Het antwoord is dat ze geloofden dat ze aan wat sommigen graag de goede kant van de geschiedenis noemen stonden. Welke moeilijkheden er misschien ook overwonnen moesten worden, de globalisering zou vanzelf op koers blijven met hen aan de leiding. Vandaag kunnen deze heersende klassen niet meer zo zeker zijn dat de geschiedenis aan hun kant staat. En toch blijven sommigen spreken en handelen alsof wat er gebeurt is niet meer is dan een incident en alles al snel weer zal gaan zo als voorheen. Zij die zichzelf als verlicht en vooruitstrevend beschouwen verkeren vandaag de dag in een staat van ontkenning.

Sommigen zeggen dat de Brexit nooit werkelijk voltrokken zal worden, anderen zeggen dat het Verenigd Koninkrijk voor een apocalyptische ramp staat. Dit zijn fantasieën, die verder verwijderd zijn van enige waarneembare werkelijkheid of realistisch voorstelbare toekomst dan de percepties van gewone mensen.

De grootste verandering die de Brexit op de kortere termijn teweeg zal brengen heeft betrekking op de manier waarop het Verenigd Koninkrijk bestuurd wordt. Iedere partij die weigert de boodschap van het referendum in acht te nemen heeft een zeer onzekere toekomst. Sommigen die claimen voor de 48 procent te spreken die tegen de Brexit stemden, zeggen dat ze ‘hun land terug willen’. Het is een vreemd bezitterige taal waarin ze hun boosheid en teleurstelling uitdrukken. Het Verenigd Koninkrijk is niet meer hún land dan het het land van de voorstanders van de Brexit is. Mij klinken deze klagerige protesten een beetje in de oren als die opmerking van de apocriefe hertogin in het Dorchester Hotel, die toen ze hoorde dat Labour de parlementsverkiezingen van 1945 gewonnen had, sputterde: “Het land zal het niet nemen!” Wat het referendum duidelijk heeft gemaakt, is dat er een meerderheid in het land is die niet langer van zins is gezag op vertrouwen te accepteren. Zij die terug verlangen naar de status quo van voor de referendumuitslag, zijn nostalgisch naar een verleden dat niet meer terug zal keren. Laten we de kans die we gekregen hebben aangrijpen en ons huis opbin een ruimere wereld.

Deze tekst is gebaseerd op een toespraak uit juli 2016.

Posted on

Beschermt de ECB Amerikaanse belangen?

Op het hoogtepunt van de financiële crisis behoorde de roep om het tot stand brengen van een Europees alternatief voor de drie grote Angelsaksische kredietbeoordelaars tot het standaardrepertoire van menig politicus en commentator. Verschillende pogingen daartoe zijn echter al mislukt. Niet in de laatste plaats vanwege nalatende ondersteuning door de politiek.

Desalniettemin lijkt het Duitse bedrijf Scope nu een kans te hebben de lang verbeide uitwijkmogelijkheid voor Standard & Poor’s, Moody’s en Finch te worden. Met de ontwikkelingsbank KfW, de Zwitserse grote bank UBS en het gasconcern Linde zijn gerenommeerde klanten overgehaald, waar het nog aan ontbreekt is de erkenning door de Europese Centrale Bank (ECB).

“De toelatingscriteria van de ECB zijn de grootste toetredingsbarrière voor een Europese kredietbeoordelaar”, aldus bestuursvoorzittter Torsten Hinrichs van Scope. Naast de ‘grote drie’ is tot nu toe alleen de Canadese kredietbeoordelaar DBRS door de ECB erkent.

De vraag is of de verantwoordelijken bij de ECB goed doen aan deze opstelling naar nieuwe kredietbeoordelaars. De aanstelling van de voormalige Goldman Sachs-manager Mario Draghi als hoofd van de ECB en de latere aanwerving van voormalig voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso door de omstreden investeringsbank Goldman Sachs, om nog maar te zwijgen van de lopende onderhandelingen van de EU met de VS over het TTIP-handelsakkoord, hebben al rijkelijk voeding gegeven aan het vermoeden dat de ‘Europese eenwording’ vooral in dienst staat van financiële elites van de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Posted on

Slavoj Zizek: Sanders’ steun voor Clinton schaadt links

Dat Bernie Sanders zich achter Hillary Clintons kandidatuur voor het Amerikaanse presidentschap heeft geschaard, schaadt links. Dat schrijft de populaire linkse filosoof Slavoj Zizek.

Uit de drang om de rechtse populist Donald Trump te verslaan, heeft Bernie Sanders zich net als veel andere progressieven achter Hillary Clinton geschaard, maar die “democratische consensus is niet gezond voor de politiek noch voor links”, aldus Zizek in Newsweek. De Sloveense filosoof bepleit een stap terug om eens te laten bezinken wie er allemaal wel niet deel uitmaakt van die consensus. Inmiddels staan immers zowel Wall Street als de restanten van de Occupy-beweging achter Clinton, zowel big business als de vakbonden en zowel de milieubeweging als neoconservatieven uit het Republikeinse establishment.

“Maar wat verdwijnt er in dit alles omvattende conglomeraat?”, vraagt Zizek zich af. De links roep om sociale gerechtigheid gaat dikwijls gepaard met het bepleiten van vrouwen- en homorechten, van multiculturalisme en de bestrijding van discriminatie en racisme. Volgens de filosoof is het strategische doel nu echter om al deze zaken los te maken van de roep om sociale gerechtigheid.

Een symbool daarvan is Tim Cook, CEO van Apple, die een oproep voor LGBT-rechten ondertekende en zich nu geen zorgen meer hoeft te maken over de slavernijomstandigheden van honderdduizenden Foxconn-arbeiders die in China producten in elkaar zetten voor Apple, hij heeft immers zijn grootse gebaar van solidariteit met de minder bevoorrechten gemaakt, door de afschaffing van gendersegregatie te eisen.

Dezelfde houding werd in het extreme doorgevoerd door de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken in de VS, Madeleine Albright, een groot supporter van Clinton die in de eerste regering van haar man  van 1997 tot 2001 diende. In het tv-programma 60 Minutes op CBS (12 mei 1996), werd Albright gevraagd naar de kruisraketaanvallen op Irak in dat jaar bekend als Operation Desert Strike: “We hebben gehoord dat ene half miljoen kinderen omgekomen zijn. Ik bedoel, dat zijn meer kinderen dan er omkwamen in Hiroshima. En, weet je, is het die prijs waard?” Waarop Albright kalm antwoordde: “Ik denk dat dit een hele moeilijke keuze is, maar de prijs .. we denken dat het die prijs waard is.” Laten we alle vragen die dit antwoord oproept negeren en ons op een aspect focussen: kunnen we ons voorstellen wat een ophef er uit zou breken als iemand als Poetin of de Chinese president Zi hetzelfde zou antwoorden? Zouden ze niet onmiddellijk als kille en rücksichtslose barbaren gedenuncieerd worden in westerse kranten?

Campagne voerend voor Hillary, zei Albright: “Er is een bijzonder plekje in de hel voor vrouwen die elkaar niet steunen!” (Lees: die voor Sanders stemmen in plaats van Clinton.) Misschien moeten we deze uitspraak amenderen: er is een bijzonder plekje in de hel voor vrouwen (en mannen) die denken dat een half miljoen dode kinderen een prijs die men zich kan veroorloven voor een militaire interventie die een land ruïneert, terwijl men zich in eigen land hard maakt voor vrouwen- en homorechten.

Zizek waarschuwt vervolgens dat de fixatie op Trump er niet toe mag leiden dat links geen oog meer heeft voor de aard van de Clinton consensus. De boodschap daarvan vat hij zo samen, dat links op cultureel gebied in alles zijn zin kan krijgen, zolang het globale kapitaal maar ongehinderd zijn gang kan gaan. Obama’s “Yes, we can!” krijgt zo een nieuwe lading: Ja, we kunnen tegemoet komen aan al jullie culturele eisen zonder de mondiale markteconomie in gevaar te brengen en dus is er geen noodzaak voor radicale economische maatregelen.

Uiteindelijk moet Zizek Trump dan ook gelijk geven als hij Sanders’ steunverklaring voor Hillary Clinton vergelijkt met een Occupy-activist die zijn steun voor Lehman Brothers verklaart. Sanders had er volgens de filosoof beter aan gedaan zich stilletjes terug te trekken en zich niet meer te laten zien in de campagne, als een duidelijk teken van wat er aan links gedachtegoed ontbreekt in Clintons platform.