Posted on

Regering Pakistan beducht voor Kleurenrevolutie

In Pakistan is de minister van Wetgeving en Justitie, Zahid Hamid, afgetreden onder druk van radicale islamieten die massabetogingen organiseerden in de grote steden. Aanleiding voor de betogingen was dat de minister begin november een nieuwe tekst uitbracht voor de eed die parlementsleden afleggen. De radicale islamieten zagen de ogenschijnlijk onschuldige aanpassing als een affront en de invloedrijke islamitische prediker Khadim Hoessein Rizvi, hoofd van de partij Tehreek-e-Labaik reageerde zeer negatief.

Dientengevolge werd Pakistan ondergedompeld in demonstraties, waarin het aftreden van de regering werd geëist. De autoriteiten probeerden het tentenkamp van de demonstranten in de hoofdstad Islamabad te ontbinden, maar dit leidde tot opstootjes tussen islamisten en de politie.

Kleurenrevoluties

Netwerksites en private nieuwszenders waren enkele dagen uit de lucht. De regering nam deze beslissing, omdat het parallellen zag tussen de gebeurtenissen in het land en die tijdens de Kleurenrevoluties en ‘Arabische Lente’ elders. De demonstranten coördineerden hun acties nauwgezet via de sociale media, arrangeerden provocaties en gedroegen zich uiterst agressief om harde repressie uit te lokken. Zo leidde een actie om een autoweg van Islamabad naar Rawalpindi vrij te maken in een gewelddadige confrontatie.

De autoriteiten melden zes doden. 250 mensen, waaronder politieagenten, raakten gewond. De organisator van de protesten – de  islamistische beweging Tehreek-e-Labaik – claimt dat er 17 mensen gedood zijn. De pogingen om de demonstraties te ontbinden leken ze alleen maar te versterken. Buiten Islamabad werden de hevigste demonstraties gehouden in de grootste bevolkingsconcentraties in de Punjab, waaronder Lahore, en daarnaast in de grootste stad van het land, het zuidelijke Karachi. De demonstranten hielden sit-ins, maar gooiden ook stenen naar de politie en staken autobanden, auto’s en politievoertuigen in brand.

Politieke crisis

De positie van het leger is interessant: voormalig stafchef van het Pakistaanse leger Qamar Javed Bajwa, die juist op bezoek was in de Verenigde Arabische Emiraten, riep ertoe op geen geweld te gebruiken toen hij telefonisch met premier Shahid Khaqan Abbasi sprak.

De protesten van de islamisten vonden plaats terwijl Pakistan al enkele maanden in een politieke crisis verkeert. In juli van dit jaar werd premier Nawaz Sharif uit zijn ambt gezet door het Hooggerechtshof. Hij wordt beschuldigd van corruptie. In 2018 moeten er nieuwe verkiezingen gehouden worden.

De Pakistaanse politicoloog Afrasiab Khattak is er dan ook zeker van dat de demonstraties een al langer geplande actie waren, waarvoor nog slechts op een concrete aanleiding werd gewacht. Het oogmerk was een machtsverschuiving. “Dit is geen spontaan protest. Het is een goed geplande poging door islamisten en hun ondersteuners binnen de overheid om de rellen in Islamabad te gebruiken als ontsteking voor oproer in andere delen van het land, met name Punjab.”

De Punjab, een regio in het oosten van Pakistan, wordt beschouwd als een bolwerk van de regerende conservatieve Pakistaanse Moslim Liga (PML) van ex-premier Nawaz Sharif. Het is een zeer religieus gebied en veel mensen die voorheen op de PML stemden, namen nu deel aan de demonstraties, gemobiliseerd met de hefboom van de veronderstelde godslastering van de minister van Justitie. Denkbaar dus vooral met het doel om hier in 2018 politieke munt uit te slaan.

In Pakistan en Centraal-Azië vallen volken en talen nauwelijks samen met de staatsgrenzen, waardoor instabiliteit in het ene land gemakkelijk over kan slaan naar het andere.

Geopolitieke factor

Recent oriënteert Pakistan zich minder op de Verenigde Staten en zoekt het, zowel economisch als op militair gebied, toenemend samenwerking met regionale partners als China, Rusland en Iran, bijvoorbeeld door de aanleg van transportroutes en -faciliteiten van de Arabische Zee naar China en binnen de Shanghai Samenwerkingsorganisatie.

Tegelijkertijd zetten de Verenigde Staten vooral in op het aanhalen van de banden met Pakistans aartsvijand India, in de hoop daarmee tegenwicht te bieden aan de groeiende invloed van China. Door Pakistan net als Afghanistan instabiel te houden, kunnen de VS verder de Chinese plannen ten aanzien van de Nieuwe Zijderoutes ten dele frustreren. Gezien de ontwikkelingen in Syrië, waar ook veel jihadisten van buiten Syrië vochten, ligt het in de lijn der verwachting dat een deel van deze strijders naar Afghanistan en het stammengebied aan de Pakistaanse kant van de grens zal komen c.q. terugkeren.

Lees ook:

Posted on 1 Comment

India en Pakistan treden toe tot Shanghai Samenwerkingsorganisatie, Iran volgt

Op de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent vandaag zijn zowel India als Pakistan lid geworden van de Euraziatische politieke, economische en militaire samenwerking, zoals op de top van vorig jaar reeds was besloten. Ook Iran beoogt op termijn lid te worden van de SSO.

De gelijktijdige toetreding van aartsvijanden India en Pakistan tot deze op veiligheid en stabiliteit gerichte organisatie moet gezien worden in het licht van de recente bereidheid van beide staten op het Indische subcontinent om de onderlinge spanningen af te bouwen.

Vertegenwoordigers van Iran zijn eveneens aanwezig op de top in Oezbekistan, de islamitische republiek wil op termijn ook graag toetreden. De Russische president Vladimir Poetin heeft de Iraanse vraag om gesprekken over toetreding te openen van harte aanbevolen bij de andere lidstaten van de SSO, China, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan. Ook China liet op voorhand positieve geluiden horen over eventuele toetreding van Iran.

In Iran wordt toetreding tot de SSO mede gezien als een nieuwe stap in het doorbreken van de geïsoleerde positie van het land. Hoewel Iran goede contacten onderhoudt met de huidige regering van Irak en die van Syrië, moet het van de zijde van de Golfstaten, Saoedi-Arabië, Turkije en organisaties als de Arabische Liga en de Organisatie voor Islamitische Samenwerking met toenemende vijandigheid rekenen.

Volgens een Iraanse regeringswoordvoerder biedt toetreding tot de SSO kansen op het gebied van economische en militaire samenwerking en de bestrijding van terrorisme en internationale misdaadnetwerken.

Posted on

Toenadering tussen kernmachten India en Pakistan terwijl alles op scherp staat

India en Pakistan verkeren sinds hun oprichting in augustus 1947 in vijandschap met elkaar. Beide staten beschikken over talrijke tactische en strategische kernwapens. Deze combinatie bergt het gevaar van een nucleair conflict in zich, maar zou ook islamitische terroristen in de hand kunnen spelen.

Terwijl de wereldpers in de afgelopen jaren vooral aandacht had voor militaire investeringen van landen als Rusland en China, heeft India in alle stilte een indrukwekkend arsenaal van de meest uiteenlopende wapens opgebouwd. Zo beschikt New-Delhi nu onder andere over 10.500 pantservoertuigen, 2600 vliegtuigen en helikopters, 2400 stukken geschut en raketwerpers en een kleine 200 oorlogsschepen – waaronder de meest moderne schepen van eigen makelij.

Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de 'Cold Start'-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo'n USD 50 miljard.
Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de ‘Cold Start’-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo’n USD 50 miljard.

Deze krijgsmacht kan ingezet worden in het kader van de ‘Cold Start’-doctrine, die een reactie op herhaalde terreuracties van Pakistaanse extremisten inhoudt. Deze doctrine gaat uit van een situatie waarin India niet alleen aangevallen wordt door reguliere Pakistaanse troepen, maar ook met grootschalige aanvallen van islamitische rebellen te maken krijgt, waarachter dan de Pakistaanse geheime dienst zou zitten. Een dergelijk offensief zou binnen 48 uur door tegenaanvallen van meerdere tegelijk oprukkende contingenten beantwoordt moeten worden.

Door het uitlekken van deze doctrine voelde Pakistan zich op zijn beurt bedreigd, waarop de Pakistaanse legerleiding dan ook tegenwierp dat wanneer India daadwerkelijk het islamitische buurland binnen zou vallen, men haar gevechtseenheden met inzet van tactische kernwapens zou vernietigen.

Dat is een gevaarlijke, zelfs suïcidale strategie, die twee dodelijke risico’s inhoudt. Ten eerste zou de inzet van dergelijke kleine springkoppen – in 1999 ingevoerd door generaal Pervez Musharaf, die later president zou worden –  wier explosieve kracht hoogstens een tiende van de Hiroshima-bom bedraagt, tot nucleaire besmetting van grote delen van Pakistan leiden. Naar inschatting van de Indiase deskundige Jaganath Sankaran, werkzaam voor het Amerikaanse Center for International and Security Studies, zou Pakistan om de Indiase strijdkrachten werkelijk tegen te houden ook grotere kernwapens in moeten zetten, waarbij dan onvermijdelijk ook honderdduizenden Pakistaanse burgers om zouden komen.

Ten tweede zijn er de veiligheidsproblemen, die nu al, in vredestijd, voor algemene onrust zorgen. Een groot aantal, decentraal opgeslagen kleinere kernwapens is immers moeilijker te bewaken als een paar grote – zeker aangezien er geen veiligheidscodes nodig zijn om de wapens op scherp te zetten, zoals het geval is bij de Amerikaanse en Russische kernwapens.

Het zou voor islamitische terroristen dus al interessant zijn om één nucleair wapendepot te bestormen. Dat zou verder vergemakkelijkt kunnen worden door het feit dat een deel van de Pakistaanse militairen sympathiseert met de Taliban en andere jihadistische groeperingen.

Hoe dan ook hebben de beide landen zich met hun respectievelijke plannen in een bedreigende situatie gemanoeuvreerd. En dat verklaart dan weer de toenaderingspogingen in de afgelopen maanden tussen de twee aartsvijanden. Zo vond op 25 december een buitengewoon harmonieuze ontmoeting plaats tussen de Indiase regeringsleider Narendra Modi en zijn Pakistaanse ambtsgenoot Nawaz Sharif. Die ontmoeting werd dan ook al snel gevolgd door een aanslag van de islamitische terreurmilitie Jaish-e Mohammed op de Indiase luchtmachtbasis Pathankot. De islamisten hebben immers belang bij het voortbestaan van de spanningen op het Indisch subcontinent.

De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.
De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.

Tussen 1947 en 1999  voerden India en Pakistan vier oorlogen met elkaar. Driemaal ging het daarbij om het bezit van de betwiste regio Kasjmir in de Himalaya, en eenmaal om de onafhankelijkheid van het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. In India zetten daarnaast aanslagen van Pakistaanse terroristen kwaad bloed. Zo pleegde Jaish-e Mohammed op 13 december 2001 een aanslag op het Indiase parlement waarbij 14 mensen omkwamen en pleegde Lashkar-e Taiba in november 2008 een aanslag in Mumbai (Bombay) waarbij 174 doden en 239 gewonden vielen. Op basis van de militaire precisie waarmee vooral die laatste aanslag werd uitgevoerd en uitspraken van gevangengenomen terroristen, acht men in India de betrokkenheid van de Pakistaanse geheime dienst ISI waarschijnlijk. De ISI ontkent iedere betrokkenheid en wijst daarentegen op steun van de Indiase geheime dienst R&AW aan separatisten in de Pakistaanse zuid-westelijke provincie Beloetsjistan en betrokkenheid bij aanslagen op Pakistaans grondgebied.

Midden jaren ’60 wees de Indiase premier Lal Bahradur Shastri kernwapens nog als immoreel van de hand. Maar onder premier Indira Gandhi, dochter van Nehru, voltrok zich een koerswissel. Zo vond op 18 mei 1974 de eerste Indiase kernproef plaats. Dit bracht de Pakistaanse regeringsleider Zulfikar Ali Bhutto er toe ook naar kernwapenbezit te streven, wat in de loop van de jaren ’90 werkelijkheid werd.

Beide landen breidden in de afgelopen jaren hun kernwapenarsenaal steeds uit, zodat India nu over 110 springkoppen beschikt en Pakistan naar schatting over 150. Pakistan heeft bovendien nog dermate grote voorraden hoog verrijkt uranium en plutonium, dat het voor de hand ligt dat het land zijn arsenaal nog uit wil breiden. Ook nu beschikken de beide landen echter al over een groter kernwapenarsenaal dan het naburige China. Beide landen ontwikkelden ook diverse raketten om de kernkoppen af te leveren. Zo beschikt India over raketten die vanuit India op iedere plaats in Pakistan afgevuurd kunnen worden en vanaf onderzeeërs. Pakistan onderscheidt zich vooral door de tactische kernwapens, waartegen grondtroepen praktisch weerloos zijn.