Posted on

Stelt Trump een oorlogskabinet samen?

De laatste man die nog tussen de Verenigde Staten en oorlog met Iran in staat zou wel eens een vier-sterrengeneraal kunnen zijn die onder zijn mariniers de bijnaam ‘Mad Dog’ heeft.

Generaal James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, lijkt de laatste overgeblevene te zijn in de Situation Room van het Witte Huis, die gelooft dat het nucleaire akkoord met Iran de moeite waard is om in stand te houden en dat oorlog met Iran een verschrikkelijk idee is. Afgezien van Mattis lijkt president Donald Trump echter bezig te zijn een oorlogskabinet samen te stellen.

Trump zelf heeft gezworen weg te lopen bij het nucleaire akkoord met Iran – “de slechtste deal ooit” – en in mei opnieuw sancties op te leggen. Zijn nieuwe nationale veiligheidsadviseur John Bolton, die een commentaar getiteld “Bombardeer Iran om Irans bom te stoppen” schreef, heeft eerder geroepen om preventieve aanvallen en “regime change”. De beoogde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo noemt Iran een “wrede politiestaat”, een “despotische theocratie” en “de voorhoede van een kwaadaardig imperium dat zijn macht en invloed uitbreidt over het Midden-Oosten”.

Trumps favoriete Arabische heerser, de 32-jarige Saoedische prins Mohammed bin Salman, noemt Irans ayatollah Khamenei “de Hitler van het Midden-Oosten”. Bibi Netanyahu is monomaniakaal inzake Iran en noemt het nucleaire akkoord een bedreiging voor Israëls voortbestaan en Iran “de grootste bedreiging voor onze wereld”. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley doet al deze geluiden weerklinken.

Iran lijkt daarentegen geen oorlog te willen. VN-inspecteurs bevestigen regelmatig dat Iran zich strikt houdt aan de voorwaarden van het nucleaire akkoord. Terwijl Amerikaanse oorlogsschepen in de Perzische Golf tussen januari 2016 en augustus 2017 dikwijls in aanraking kwamen met Iraanse snelle aanvalsboten en drones, is dat nu opgehouden. Vaartuigen van beide naties opereren de laatste maanden vrijwel zonder incidenten.

Wat zou het resultaat ervan zijn als Trump het nucleaire akkoord naar de prullenbak verwijst? Ten eerste zouden de Verenigde Staten zich daarmee isoleren. China en Rusland zouden het akkoord niet afbreken, maar Iran welkom heten in hun kamp. Engeland, Frankrijk en Duitsland zouden gedwongen zijn te kiezen tussen het akkoord en de VS. En als Airbus zich gedwongen zou zien om de Iraanse orders voor honderden nieuwe vliegtuigen af te slaan, hoe zouden de Europeanen dat waarderen?

Hoe zou Noord-Korea regeren als de VS het akkoord met Iran naar de prullenbak verwijzen, als ze zouden zien hoe Iran na het accepteren van zware restricties op zijn kernprogramma en het toelaten van hinderlijke inspecties, de door de Amerikanen toegezegde voordelen ontzegd wordt? Waarom zou Pyongyang, na gezien te hebben hoe Amerika Irak aanviel, dat geen massavernietigingswapens had, en Libië, dat zijn massavernietigingswapens opgegeven had om Amerika milder te stemmen, ooit nog overwegen zijn kernwapens op te geven – temeer na het zien van de executies van de leiders van beide naties?

En als de andere vijf ondertekenaars van het akkoord met Iran zouden besluiten er, ondanks de opzegging door Amerika, aan vast te houden en Iran ermee in zou stemmen om de voorwaarden van het akkoord te onderhouden, wat doen we dan? Een casus belli zoeken om te oorlog te trekken? Waarom? Hoe vormt Iran een bedreiging voor Amerika?

Een oorlog, die gevechten tussen Amerikaanse oorlogsschepen en zwermen Iraanse torpedoboten zou inhouden, zou de Perzische Golf afsluiten voor olietransport en tot een crisis in de wereldeconomie leiden. Anti-Amerikaanse sjiitische jihadisten in Beiroet, Bagdad en Bahrein zouden Amerikaans militair personeel aan kunnen vallen. Zouden we dan, aangezien het leger en de mariniers geen manschappen hebben om Iran binnen te vallen en te bezetten, de militaire dienstplicht weer in moeten voeren? En als we zouden besluiten Iran een blokkade op te leggen en te bombarderen, dan zouden we alle anti-schipraketten en onderzeeërs uit moeten schakelen, de marine, de luchtmacht, ballistische raketten en het luchtverdedigingssysteem. En zou een preventieve aanval op Iran de bevolking van dat land niet verenigen in haat jegens ons, net zoals Japans preventieve aanval op Pearl Harbor de Amerikanen verenigde in vastberadenheid het Japanse imperium te vernietigen? Hoe zou de Dow Jones erbij staan na een aanval op Iran?

Trump werd genomineerd voor het presidentschap omdat hij beloofde ons buiten domme oorlogen te houden, oorlogen van het soort waar mensen als John Bolton en de Bush-Republikeinen ons in stortten. Na 17 jaar zijn we nog altijd verwikkeld in Afghanistan, in een poging de Taliban, die we in 2001 van de macht verdreven, ervan te weerhouden terug te keren naar Kaboel. Na onze invasie van Irak in 2003, is dat land, ooit een bolwerk tegen Iran, een sjiitische bondgenoot van Iran geworden. De rebellen die Amerika steunde in Syrië zijn verjaagd. En Bashar Assad heeft – met dank aan de steun van Rusland, Iran, Hezbollah en andere milities – zijn macht weer veiliggesteld. De Koerden die op Amerika vertrouwden zijn teruggeslagen door onze NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië en door het Iraakse leger dat we trainden in Irak.

Wat denkt Trump, die ons verzekerde dat er geen domme oorlogen meer zouden zijn, eigenlijk? Truman en LBJ leidden ons oorlogen in die ze niet ten einde konden voeren, en beiden verloren hun presidentschap. Eisenhower en Nixon eindigden die oorlogen en werden beloond met verkiezingsoverwinningen. Na zijn klinkende overwinning in Desert Storm, werd Bush senior een tweede termijn ontzegd. Na het binnenvallen van Irak verloor Bush junior beide huizen van het Congres in 2006 en verloor zijn partij in 2008 het presidentschap aan Barack Obama als anti-oorlogskandidaat. Ooit leek Trump deze geschiedenis te begrijpen.

Posted on

Wie wil er, behalve ISIS, nog meer een oorlog tussen Amerika en Iran?

“Iran moet vrij zijn. De dictatuur moet vernietigd worden. Containment is appeasement en appeasement is overgave.”

Zo wijst onze Churchill, Newt Gingrich, terzake van Iran, het containmentbeleid van de hand. Een beleid dat ontwikkeld werd door George Kennan en uitgevoerd door negen Amerikaanse presidenten en dat leidde tot een overwinning zonder bloedvergieten in de Koude Oorlog.

Waarom is containment overgave? “Omdat vrijheid overal bedreigd wordt zolang deze dictatuur aan de macht blijft”, aldus Gingrich. Maar hoe wordt de vrijheid van Amerikanen bedreigd door een bewind met 3 procent van het Amerikaanse BBP en dat al bestaat sinds Jimmy Carter president was?

Gelukkig heeft Gingrich een leider gevonden om het Iraanse bewind omver te werpen en de vrijheid van de mensheid veilig te stellen. “In ons land was dat George Washington en … de markies de Lafayette. In Italië was het Garibaldi”, aldus Gingrich. Wie heeft hij gevonden, die zich kan meten met Washington en Garibaldi? Maryam Rajavi.

Wie is dat? De leider van de Nationale Verzetsraad van Iran of de Iraanse Volksmoedjahedien, die tegen de sjah waren, braken met de oude Ayatollah, samenspanden met Saddam Hoessein en tot 2012 door het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken als een terroristische organisatie beschouwd werden.

Op de conferentie van deze organisatie in Parijs eerder deze maand waar Gingrich sprak, en de spreekvergoeding was naar verluidt uitstekend, waren John Bolton en Rudy Giuliani ook te vinden. Giuliani sprak van de tweemaal verkozen president Hassan Rouhani als “een gewelddadige, wrede moordenaar” en stelde dat “de tijd gekomen is voor regime change.”

Ook Bolton deed een duit in het zakje: “Teheran is niet slechts een kernwapendreiging, het is niet slechts een terroristische dreiging, het is een conventioneel gevaar voor iedereen in de regio”. En derhalve “zou het omver werpen van het bewind van de moellahs in Teheran het officiële beleid van de Verenigde Staten van Amerika moeten zijn”. We zullen het samen vieren in Teheran in 2019, zo verzekerde Bolton zijn toehoorders van de Nationale Verzetsraad van Iran.

Succes! Maar zoals de New York Times gisteren stelde, drijft al deze praat, die overal in Washington weerklinkt, ons recht naar een oorlog. “Een patroon van provocatieve woorden, expliciete dreigementen en acties – van president Trump en enkele van zijn vooraanstaande medewerkers, alsmede van soennitische Arabische leiders en Amerikaanse activisten – voert spanningen op die kunnen leiden tot gewapend conflict met Iran.”

Is dat wat Amerika wil of nodig heeft – een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, tegen een land dat drie keer zo groot is als Irak? Zouden, na Afghanistan, Irak, Libië, Syrië en Jemen, Amerika en de wereld gediend zijn met een oorlog met Iran die een soennitisch-sjiitische godsdienstoorlog in het hele Midden-Oosten zou kunnen ontketenen?

Bolton noemt Iran een “kernwapendreiging”. Maar in 2007 verklaarden alle Amerikaanse inlichtingendiensten met grote zekerheid dat Iran geen kernwapenprogramma had. Ze herhaalden dit in 2011. Onder de kerndeal heeft Iran bijna al zijn uranium geëxporteerd, is het land gestopt met verrijken tot 20 procent, heeft het duizenden centrifuges stilgelegd, beton in de kern van zijn zwaar water-reactor gegoten en staat het VN-inspecteurs toe om alle faciliteiten uit te kammen.

Zou Iran, ondanks dit alles, een geheim kernwapenprogramma runnen? Of is dit oorlogspropaganda die bedoeld is ons nog een oorlog in het Midden-Oosten in te slepen? Om de waarheid te achterhalen, zou de commissie Buitenlandse Zaken van de senaat de hoofden van de CIA en DIA en de Director of National Intelligence op moeten roepen, om in een publieke zitting te getuigen.

Men zegt ons dat we ook geplaagd worden door een sjiitische halve maan die opkomt en zich uitstrekt van Beiroet tot Damascus, Bagdad en Teheran. Maar wie heeft deze sjiitische halve maan tot stand gebracht? Het was George W. Bush die bevel gaf tot het omver werpen van het soennitische bewind van Saddam, waardoor Irak in handen kwam van zijn sjiitische meerderheid. Het was Israël wiens invasie en bezetting van Libanon van 1982 tot 2000 het sjiitische verzet voortbracht dat nu bekend staat als Hezbollah. En wat Bashar al Assad in Syrië aangaat, zijn vader stuurde troepen om zij aan zij met de Amerikanen te vechten in de Golfoorlog.

Het bewind van de ayatollahs, de Islamitische Revolutionaire Garde en de Basji-militie staan vijandig tegenover Amerika. Maar Iran wil geen oorlog met de Verenigde Staten – en met goede reden. Iran zou aan stukken geslagen worden als Irak, en zijn onvermijdelijke opkomst als het grootste en meest ontwikkelde land aan de Perzische Golf zou afgebroken worden.

Bovendien hebben we gemeenschappelijke belangen: Vrede in de Perzische Golf, waarvandaan Irans olie vloeit en waarzonder Iran niet kan groeien, zoals Rouhani beoogt, door Irans banden met Europa en de ontwikkelde wereld te verdiepen.

En we hebben gemeenschappelijke vijanden: ISIS, al Qaida en al de soennitische terroristen wiens wildste droom het is om hun Amerikaanse vijanden hun sjiitische vijanden te zien bevechten. Wie wil er nog meer een Amerikaanse oorlog met Iran, behalve ISIS?

Helaas is hun getal legio: Saoedi’s, Israëli’s, neocons en hun denktanks, websites en magazines, haviken in beide partijen op Capitol Hill, democratie-kruisvaarders en velen in het Pentagon die hun gram willen halen voor wat door Iran gesteunde sjiitische milities in Irak gedaan hebben.

President Trump neemt een sleutelpositie in. Als hij doet wat de oorlogspartij wil, zal dat zijn nalatenschap zijn, zoals de Irakoorlog de nalatenschap is van George W. Bush.

Posted on

Imago is alles – JFK moest en zou president worden

Hij moest president van de Verenigde Staten worden. Om het even wat het aan geld, trucs, verhullingen en leugens zou kosten, vader Kennedy had het uitgestippeld voor zijn oudste zoon, Joseph Patrick Kennedy junior. Die stortte echter met zijn vliegtuig neer boven het Kanaal en overleefde het niet. Zijn plaats in de plannen van Joseph P. Kennedy senior werd nu ingenomen door de tweede zoon, John Fitzgerald Kennedy (JFK), die 100 jaar geleden, op 29 mei 1917 ter wereld kwam.

De Kennedys waren vermogend en invloedrijk, alleen een politiek ambt was Joseph P. Kennedy nooit toegevallen. De kinderen van de Kennedys groeiden op in een competitief klimaat. Dat was lastig voor JFK, die een zwakke gezondheid had en vaak ziek was. Als scholier moest JFK zodoende het spelen van football opgeven. Als student brak JFK zijn studie in Londen wegens gezondheidsproblemen af en faalde hij in Princeton vanwege geelzucht.

Pas een jaar later ging hij politicologie studeren aan de Harvard universiteit. Ondertussen verslechterde zijn gezondheid echter. Hij leed onder darmontsteking. De daarop voorgeschreven preparaten leidden tot osteoporose van de lendenwervels. Hij was vatbaar voor infecties. Dagelijks moest Kennedy cortison en sterke pijnstillers innemen.

JFK na een operatie aan zijn rug

Zijn leven lang leed JFK aan allerhande kwalen, dat werd echter zoveel mogelijk uit de publiciteit gehouden. Een zwakke gezondheid past immers niet bij het imago van een daadkrachtige leider. Pas toen JFK als senator na een rugoperatie heel vaak naar het ziekenhuis moest, liet de zaak zich niet langer verbergen. JFK, wiens imago gekenmerkt werd door jeugdig elan, droeg tot het eind van zijn leven een korset.

Bij het heldenimago paste beter het verhaal van de redding van een kameraad. Tijdens de oorlog voerde Kennedy het bevel over een torpedomotorboot. Nabij de Salomonseilanden werd deze door een Japanse torpedobootjager geramd en zonk. Ondanks zijn zieke rug, zwom Kennedy met een gewond bemanningslid onder de arm vijf kilometer naar een eiland. Intussen bestaat er twijfel of Kennedys rol werkelijk zo glansrijk was, maar vader en zoon zorgden destijds voor de verbreiding van dit verhaal. JFK werd een onderscheiden oorlogsheld, het eiland waar hij naartoe was gezwommen werd later Kennedy-eiland genoemd.

Bij het zorgvuldig in stand gehouden imago paste ook JFK’s rol als rokkenjager. Tijdens zijn studie schreef hij aan een vriend: “Ik word hier nu playboy genoemd.” Zo leefde hij ook.  In zijn cabrio reisde hij door diverse landen in Europa. Toen zijn vader een aanstelling kreeg als Amerikaanse ambassadeur in Groot-Brittannië, werd JFK een graag gezien gast in de salons, op ballen en bij regatta’s. De aan hem toegedichte voorhuwelijkse veroveringen in Hollywood waren legendarisch: Joan Crawford, Audrey Hepburn, Zsa Zsa Gabor. Zijn verhoogde libido werd later verklaart uit een medicamenteuze behandeling door een arts waar veel prominenten uit Manhattan kwamen. ‘Dr. Feelgood’ schreef cocktails van medicamenten voor, waarvan de bijwerkingen onder andere verslaving, zware depressie en paranoïde schizofrenie waren.

Toen Kennedy in 1946 in Boston voor de Democraten kandidaat stond voor het Huis van Afgevaardigden, deed hij dat met de slogan “Een nieuwe generatie presenteert een leider”. Hij werd verkozen. Aan zijn later campagne voor een zetel in de senaat droeg zijn vader meerdere miljoenen dollars bij. Dat bedrag was weliswaar tegen alle regels, maar Joe Kennedy senior bedacht een paar trucs om de regels te omzeilen. Ook deze campagne was een succes en de volgende stap richting het presidentschap was gezet.

Alle betrokkenen was echter duidelijk dat een jonge vrijgezel nooit president kon worden; JFK moest trouwen. Daar was Jacqueline Bouvier, 22 jaar, knap, welgemanierd, behorend tot de bovenklasse, de perfecte partij. Een goed geoliede pr-campagne maakte van hen het ideale koppel, ‘Jackie en Jack’. In 1953 traden ze in het huwelijk. Dat het echte liefde was, wordt betwijfeld. Er kwam geen einde aan de seksuele escapades. In 1962 begon JFK een affaire met de schoonzus van de hoofdredacteur van de Washington Post. Het jaar daarop werd de vrouw doodgeschoten aan de oever van de Potomac gevonden. De zaak bleef onopgehelderd.

Net als daarvoor de dood van Marilyn Monroe, de beroemdste geliefde van Kennedy. De affaire was geen geheim. Officieel zou Marilyn Monroe uit levensmoeheid een overdosis slaapmiddelen ingenomen hebben. Volgens een andere theorie zou ze in opdracht van Kennedy door de CIA gedood zijn. Ook Robert Kennedy, destijds minister van Justitie, zou in dat complot betrokken zijn geweest. Anderen verdenken de maffia ervan opdracht te hebben gegeven voor de moord en het leggen van sporen in richting van de gebroeders Kennedy. Verscheidene pogingen om de zaak te heropenen, werden door rechters echter afgewezen of verboden.

Toen de zaak voor krantenkoppen zorgde, was John F. Kennedy als president van Amerika. Het grote doel had hij op 8 november 1960 bereikt. 43 jaar oud, wist hij als jongste presidentskandidaat nipt te winnen van Richard Nixon. Hij betrad het Witte Huis op een moment waarop de wereld weer eens ontwricht leek te zijn. De Koude Oorlog beleefde zijn heetste fase. De Sovjets verscheepten middellangeafstandsraketten naar Cuba, de VS dreigden met de inzet van kernwapens, in Berlijn werd de Muur gebouwd. Grote problemen voor een kort presidentschap.

JFK’s presidentschap zou slechts 3 jaar duren en eindigde op 22 november 1963 met de schoten in Dallas, toen de aanslagpleger Lee Harvey Oswald op de in een open auto rijdende president schoot – zo luidt althans de officiële versie. Oswald ontkende. Twee dagen na zijn arrestatie werd hij door een nachtclubeigenaar, met naar verluidt banden met de maffia, doodgeschoten. Plaats van het misdrijf: De ondergrondse parkeergarage van het hoofdbureau van politie.

Vijf jaar later, in juni 1968, werd broer Robert Kennedy in een hotelkeuken in Los Angeles doodgeschoten. Als schutter arresteerde men een Palestijn. Getuigen zouden echter een tweede schutter gezien hebben. Dit spoor werd echter niet opgevolgd.

Posted on

Geïdealiseerde Jackie Kennedy als troost voor gekwetste Democraten-zieltjes

Gelijk met de wisseling van de wacht in het Witte Huis brengt de Amerikaanse filmindustrie een hommage aan Jackie Kennedy op het witte doek. Het gekozen tijdstip voor de lancering van de film is vanzelfsprekend geen toeval. Zou Hillary Clinton, zoals men in Hollywood verwachtte, de presidentsverkiezingen gewonnen, dan had de boodschap geluid: De nieuwe Amerikaanse president kan aanknopen aan een grootse traditie. Met Jackie Kennedy was er al eens een geweldige, moedige Democraten-vrouw in het Witte Huis. En nu dan eindelijk één als president in plaats van first lady.

Zoals bekend liep het in werkelijkheid anders. De Republikeinse kandidaat won de verkiezingen en zelfs tegenstanders van Trump moeten bij evaluatie van de campagne toegeven dat Hillary Clinton haast perfect beantwoord aan Trumps clichébeeld van het politieke establishment. Na de nederlaag van Clinton kan de film echter ten minste nog als balsem voor gekwetste Democraten-zieltjes dienen, met als boodschap: Niet alle Democraten-dynastieën werden gefnuikt door affaires en schandalen.

Jackie wordt in de gelijknamige speelfilm zacht gezegd welwillend neergezet. Van de hoofdrolspeelsters, de uit Star Wars en Black Swan bekende Natalie Portman, heette het in de Amerikaanse media weliswaar dat ze een treffende gelijkenis met Jackie Kennedy vertoont, maar dat geldt hooguit oppervlakkig. Portmans trekken zijn veel lieflijker. Maar dat past goed in de strategie van de film, waarin Jackie Kennedy als zachte, kwetsbare en door twijfel aan zichzelf geplaagde vrouw voorgesteld wordt.

Het andere beeld van de koude, berekenende vrouw die met de emoties van het volk speelt, moet duidelijk ontkracht worden. Zo komt de beroemde aan deze verdenking voeding gevende scene, waarin John F. Kennedy junior voor de kist van zijn vader salueert in de film niet voor. In plaats daarvan wordt daarentegen Jackie Kennedy geschilderd als een vrouw die de massa’s werkelijk liefhad, een hoogst emotionele vrouw die uit plichtsbetrachting haar gevoelens ten minste ten dele voor het publiek verbergt.

Dat Jackie Kennedy als geen presidentsvrouw voor haar op haar effect in de publieke waarneming bedacht was, wordt in de film niet geloochend, maar zelfs dat wordt positief gepresenteerd. Zo ontvangt Jackie Kennedy als first lady de televisie in haar Witte Huis en krijgt van tevoren door een adviseuse ingeprent wat ze moet zeggen. Tijdens haar optreden voor de camera werpt ze vervolgens dermate verlegen, bevestiging zoekende blikken naar haar adviseuse, dat je er als kijker bijna van zou gaan blozen.

Zo meisjesachtig zullen echter maar weinigen de werkelijke Jackie Kennedy in herinnering dragen. Alle acteurs in de film zijn trouwens erg goed, vooral de Kennedys. Uitzondering daarop is eigenlijk alleen John F. Kennedys opvolger als president, Lyndon B. Johnson.

De eigenlijke handeling van de film bestaat erin dat een journalist, Theodore H. White van het inmiddels door Time opgekochte Life magazine, Jackie Kennedy een week na de moordaanslag op haar man bezoekt in de zomerresidentie van haar familie en haar interviewt. De journalist komt met een taxi, van begin af aan is de kraag van zijn overhemd open en zijn stropdas een weinig los gemaakt. Wanneer de rouwende weduwe iets zegt wat hem onvrijwillig amuseert, onderdrukt hij zijn geamuseerdheid nauwelijks.

Jackie Kennedy doet in hoogst eigen persoon de deur voor de journalist open, personeel is geen velden of wegen te bekennen. Deze enscenering werkt nou niet bepaald geloofwaardig, maar moet kennelijk de indruk wekken van een egalitaire sfeer scheppen waarin een openhartig en eerlijk gesprek plaats vindt. Zodoende laten de filmmakers Jackie Kennedy de journalist ook vermanen dat hij niet alles op mag schrijven wat ze hem nu gaat vertellen.

De hele film had een relatief goedkoop twee-personen-stuk kunnen worden, als er niet een hele reeks veel uitbundigere en actierijkere flashbacks in zaten, die strekken van de aankomst van het presidentiële paar in Dallas tot aan de pompeuze rouwdienst voor de door Peter Sarsgaard gespeelde John F. Kennedy. De flashbacks zijn eigenlijk de krenten in de pap die gevormd wordt door de raamvertelling van het interview.

Behandeld wordt kortom een weliswaar klein, maar niettemin interessant stuk van de Amerikaanse politieke geschiedenis. De manier waarop dit gepresenteerd wordt vraagt wel enig geduld van de kijker en is naar Europese smaak wel erg pathetisch. Dat uit zich in emotioneel geladen dialogen en gedeeltes met close-ups en theatrale achtergrondmuziek. Als men nu wist dat het gepresenteerde authentiek was, kon de kijker zich er tenminste nog mee troosten er iets van op te steken. Maar in de voorstelling van hoe bijvoorbeeld Jackie Kennedy haar met bloed besmeurde jurk uittrekt na de aanslag, of van haar privégesprekken met haar zwager Robert of met haar pastoor, hebben de makers van de film zich erg veel artistieke vrijheid gepermitteerd.

Tegen het einde van de 100 minuten durende film komt het tot zo’n accumulatie van pathetische scènes, dat men als kijker na iedere scène vermoedt dat deze wel het einde van de film zal markeren, om vervolgens verrast te worden door een scène die dit in pathetiek nog weer moet overtreffen. Deze film zal ongetwijfeld de nodige kijkers trekken, maar andere films die in het Witte Huis spelen hebben voor de kijker dikwijls het voordeel meer feiten en minder verheerlijking te bieden.

Posted on

Herhaalt Donald Trump het ware kunststuk van Richard Nixon?

‘Kan Trump het dubieuze kunstje van Nixon nadoen?’ kopte de Volkskrant onlangs. Dat kunstje waar de krant voor vreest is, dat als Donald Trump de 45ste president wordt, hij een speciale aanklager zal benoemen om Hillary Clinton te vervolgen. Waar de journalist echter beter over had kunnen schrijven is de stormachtige en uiteindelijk succesvolle carrière van Richard M. Nixon. Een waar kunststukje.

In 1962 leek de politieke loopbaan van Richard Nixon (1913-1994) voorbij. De gevierde vice-president van Dwight Eisenhower verloor op desastreuze wijze de verkiezing van gouverneur van Californië. Twee jaar daarvoor moest hij het onderspit delven tegen John F. Kennedy, die in 1960 de presidentsverkiezingen won. Nixon was politiek uitgerangeerd, zo leek het.

Nixon groeide op in een arm gezin in Californië. De financiële situatie in het Quakergezin was er de oorzaak van dat de intelligente Richard niet aan een universiteit kon studeren. In 1948 kreeg Nixon – twee jaar eerder gekozen in het Huis van Afgevaardigden – nationale bekendheid door Alger Hiss van spionage te beschuldigen. Hiss werd in 1950 voor hoogverraad veroordeeld, hetzelfde jaar waarin Nixon op overtuigende wijze een senaatszetel wist te veroveren. Het anticommunisme van de Californiër sprak de Republikeinse Partij aan. Hij werd in 1952 vice-president onder oud-generaal Dwight Eisenhower en dwong bij vriend en vijand bewondering af voor zijn standvastigheid en vechtlust. Nixon maakte veel buitenlandse reizen, waaronder het beruchte bezoek aan een aantal Latijns-Amerikaanse landen in 1958. In Venezuela belaagden demonstrerende studenten de vice-president en zijn vrouw. Maar Nixon stapte uit de auto en ging de discussie met de betogers aan.

Mede vanwege zijn politieke ervaring in binnen- en buitenland was het voor Nixon moeilijk te verteren dat de jonge John F. Kennedy hem in 1960 versloeg. Naast de negatieve invloed van het televisiedebat – Nixon was ziekjes en kwam niet overtuigend over – zijn er ook aanwijzingen dat de Kennedy’s door verkiezingsfraude de winst binnen wisten te halen. In 1962 verloor de Quaker de gouverneursverkiezingen in zijn thuisstaat Californië van de rooms-katholieke Democraat Pat Brown. Op een haastig belegde persconferentie sprak Nixon de legendarische woorden “You won’t have Nixon to kick around anymore because, gentlemen, this is my last press conference”. Teleurgesteld en verbitterd geloofde Nixon zijn eigen woorden,  en met hem zo’n beetje alle Amerikanen.

Niets bleek minder waar. In het roerige verkiezingsjaar 1968 – moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de oorlog in Vietnam op een hoogtepunt, en opstandige studenten – won Richard Nixon nipt van de Democratische kandidaat Hubert Humphrey. Vier jaar later maakte Nixon een ware ‘landslide’. Op binnen- en buitenlands terrein boekte hij vele successen. Watergate maakte een einde aan dit alles en in 1974 werd Nixon gedwongen het Witte Huis te verlaten. Eind jaren zeventig volgde eerherstel. President Ford verleende hem gratie en hij verscheen weer op politieke bijeenkomsten. Onder andere bij het officiële bezoek van de Chinese leider Deng Xiaoping aan de Verenigde Staten in 1979. Deng had erop gestaan dat Nixon aanwezig zou zijn bij de ontvangst in het Witte Huis; anders zou het staatsbezoek niet doorgaan! Hij overleed op 22 april 1994.

Een politieke carrière van vallen en opstaan. Als één politicus in de Amerikaanse politiek meerdere keren is afgeschreven, is het Richard Nixon. Een ware ‘comeback kid’. Hij werd beschuldigd van harde campagnes, afluisterpraktijken en bedrog. Maar Amerikaanse presidenten vanaf Roosevelt luisterden hun politieke tegenstanders af. Campagnes van Roosevelt en Johnson waren ongemeen vuil. De Kennedy’s kochten verkiezingen, hadden nauwe banden met de maffia en fraudeerden verkiezingsuitslagen. John F. Kennedy pleegde overspel tot in het Witte Huis. Bill Clinton liet een spoor van verdachte sterfgevallen en seksueel belaagde vrouwen na, kon niet van stagiaires afblijven, maar bleef in de Oval Office.

the-bush-order

Zijn hele leven heeft Nixon een diep wantrouwen gehad tegenover intellectuelen en gevestigde politici, afkomstig uit rijke families aan de Oostkust. Nixon had door dat mensen liever tegen dan voor iets kiezen. Politiek is verdeeldheid. “Het is wij tegen hen: de elites, de overheid, de bevoorrechten, de liberals, zij die macht erven.”

Dit jaar kent de Verenigde Staten eenzelfde politieke strijd. ‘Wij tegen hen’. Een kandidaat die vecht tegen de gevestigde, geërfde politieke macht. Een macht die zich gesteund weet door intellectuelen, die de arrogantie van vanzelfsprekendheid heeft: “We rule this country”. In binnen- en buitenlandse politiek zou de Verenigde Staten heel goed een Richard Nixon kunnen gebruiken. Wie weet is Donald Trump die man. Men vindt hem vulgair en ordinair, net als Nixon. Hij wordt afgeschreven, net als Nixon. Het was echter diezelfde Nixon die ooit zei: “Defeat doesn’t finish a man, quit does. A man is not finished when he’s defeated. He’s finished when he quits.”