Posted on Leave a comment

Is er een Franse Lente in aantocht?

Frankrijk verkeert sinds zondag in een revolutionair klimaat. Na het brutale optreden van de ordediensten tegen de vreedzame betogers van de mars tegen het homohuwelijk, die in Parijs 1,4 miljoen mensen op de been bracht, werd gisteravond in Lyon de auto van de minister van Justitie geblokkeerd door vijfhonderd per sms gemobiliseerde actievoerders. Dinsdag moest de rapporteur van het wetsvoorstel voor het homohuwelijk zijn voordracht beëindigen aan de universiteit van Yvelines, nadat actievoerders de aula innamen. Sinds maandag worden ministers en regeringsleden overal in den lande opgewacht door gelijkaardige actiecomités. En voor vanavond is er opgeroepen tot een massabetoging aan de gebouwen van de staatstelevisie France 2, waar president Hollande, die volgens opiniepeilingen nog slechts de steun geniet van 27% van de Fransen, zal proberen om de natie terug te winnen in een speciale uitzending van 45 minuten.

1678_630651553617276_250548895_n

Het mediaverkeer met betrekking tot deze evenementen loopt voor het grootste deel langs de sociale netwerken en blogs. De reguliere media, op een paar uitzonderingen na, proberen deze massabeweging tegen het homohuwelijk dood te zwijgen of te minimaliseren. Ook bij ons lees en hoor je er nauwelijk iets van. Het is juist deze arrogante en misprijzende houding die de vastberadenheid en oprechte woede van de beweging aanwakkert en haar met de dag doet groeien. We hebben hier te maken met de grootste protestbeweging uit de Franse geschiedenis sinds mei ’68.

Er komen echter meerdere factoren samen. Frankrijk heeft te kampen met meer dan drie miljoen werklozen, een falende economische relance, zeer hoge criminaliteitscijfers, hoge fiscale druk op de middenklasse, overregulering in de industrie, … Al deze factoren zijn nog verergerd sinds het aantreden van de regering Hollande-Ayrault. Het enige succes is de militaire interventie in Mali. Maar die loopt nog en lijkt langer aan te slepen dan verwacht.

Sinds zondag heeft Jean-Luc Mélénchon, de leider van het extreem-linkse Front de Gauche dat tijdens de presidentsverkiezingen goed was voor 14% van de stemmen, de socialistische regeringspartij de rug toegekeerd. Hij uitte zware kritiek op de minister van Financiën, Moscovici, die ‘meer denkt in termen van het internationale financiewezen dan in het belang van de Fransen’. Gezien Moscovici joods is, leverde dit Mélénchon zware beschuldigingen van antisemitisme op, hoewel hij dat niet zo bedoelde.

Waar Mélénchon zijn socialistische discours aan het nationaliseren is, heeft het Front National van Marine Le Pen haar nationalistische discours gesocialiseerd. Wat haar bij de afgelopen partiële verkiezingen in de Oise 45% van de socialistische stemmen opleverde in de tweede ronde tegen de UMP-kandidaat.

Er hangt in Frankrijk momenteel veel spanning in de lucht. Alles zal afhangen van de houding en compromisbereidheid van de socialistische regering in de volgende dagen en weken. Hollande kan de situatie ontmijnen of de Fransen verder negeren en doen alsof er niets aan de hand is. In het laatste geval zou dit het einde van zijn regering kunnen betekenen. Een onbekende factor is de toestand in de licht ontvlambare buitenwijken rond Parijs. Als daar de vlam in de pan slaat, duikt Frankrijk in een oncontroleerbare chaos.

Posted on Leave a comment

Waar komt al dat geweld in Noord-Afrika toch vandaan?

Geweld in Noord-Afrika (en geweld elders in de wereld dat zijn oorsprong vindt in Noord-Afrika) is niets nieuws en ook niet iets van vandaag of gisteren. Ik weet nog heel goed dat ik een keer als kleine jongen met mijn ouders ergens midden in de jaren ’90 meeging naar Disneyland Parijs en dat toen eerst de trein naar Parijs werd doorzocht op explosieven vanwege terreurdreiging van de Algerijnse Groupe Islamique Armé (GIA). De situatie van geweld en dreiging van geweld is dus al een tijdje aan de gang, maar dat ontslaat ons niet van de vraag “waar komt de vloedgolf van geweld in het dagelijkse journaal toch vandaan?”. Het geweld lijkt namelijk te intensiveren en op hetzelfde moment een groter aardoppervlak te bereiken.

Het nieuws wat we in de gangbare kranten lezen en op de gangbare TV stations zien vertoont nogal wat gaten in tijd en logica. “Opeens” is er een “Arabische Lente”. “Opeens” is Khadaffi dood. En “opeens” is er geweld in Mali. De indruk wordt gewekt dat de “Arabische Lente”, de dood van de dictator en het geweld in Mali in ontologisch opzicht op zichzelf staan en zich in aparte universa afspelen. Door deze gefragmenteerde berichtgeving kan de kijker al deduceren dat er nogal wat zaken niet verteld worden in het beste geval en in het slechtste geval feiten bewust worden verzwegen.

Laten we vooropstellen dat het geweld in de eerste plaats wordt gepleegd door Islamitische extremisten. Zij zijn het die uiteindelijk de wapens oppakken om vervolgens hun talloze bedreigingen in daden om te zetten. Toch kan ik met alle goede wil van de wereld niet gemakkelijk een punt zetten achter die laatste zin. Er is namelijk meer gebeurd dan een heleboel extremisten die plotseling de wapens oppakken. Er is ook beleid gevoerd vanuit de Amerikaanse en Europese politieke hoofdsteden om Khadaffi, de dictator van Libië, Ben Ali de autoritaire leider van Tunesië en de belangrijkste: Moebarak, dictator van Egypte uit hun functies te verdrijven. In het geval van Khadaffi werd zelfs moord niet geschuwd om de klus te klaren.

Links-liberaal Nederland
Het begon na de verdrijving van deze 3 leiders al direct met de toon in de mainstream media. Er werden allerlei premature en veel te verre conclusies getrokken over bijvoorbeeld “Geert Wilders die ongelijk zou hebben over de islam” in dagblad Trouw. Maar ook andere kranten zoals de Volkskrant en het NRC gingen mee in het geluid van progressief links-liberaal Nederland dat nu een Arabische Lente was aangebroken en dat de slogans zoals “liberale Arabische internetgeneratie”, “twitterrevolutie”, “vrouwenrechten”, “verdraagzaamheid”, “tolerantie” en “respect” boven “Allah is groot” zouden gaan.

In Libië is veel wapentuig en munitie uit kazernes en wapendepots geplunderd en nooit meer ingeleverd.
In Libië is veel wapentuig en munitie uit kazernes en wapendepots geplunderd en nooit meer ingeleverd.

Vooral Khadaffi lijkt nu dood gevaarlijker dan levend. Het begon al met de wapens die niet ingeleverd werden door de verschillende anti-Khadaffi milities en daarna is het eigenlijk nooit meer goed gekomen. Het democratische debat dat de Westerse media verwachtten in Libië werd vooral gevoerd met bedreigingen waarna de geweren tevoorschijn kwamen en het “democratische debat” aanving. Met de moord op de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens werd zelfs voor de mainstream media duidelijk dat in Libië iets vreselijk mis is gegaan.

Volgens de officiële lezing kwam de Libische dictator op de vlucht de verkeerde mensen tegen en werd vervolgens getroffen door het noodlot. Vooral het “waarom” rond de dood van Khadaffi is interessant. Het hoe, wie, wat, waar, zijn uiteindelijk maar details. Wie durft af te wijken van de mainstream media wordt eenvoudig gepresenteerd op een antwoord. Khadaffi heeft de verkiezingen van Sarkozy gefinancierd en kon dat openbaren. Daarmee zou de herverkiezing van Sarkozy in gevaar komen (die hij overigens verloor, mede door een ander verkiezingsfinancieringsschandaal).

Daarmee hadden de hoogste Franse politieke kringen een objectief motief om Khadaffi te vermoorden. Ook Londen had een motief, namelijk wraak over de Lockerbie-affaire en daarna de vernederende vrijlating van de veroordeelde dader vanwege een oliedeal. Ten overvloede was Khadaffi socialist en dat werkte tegen de Westerse multinationals die in Libië naar olie en gas boren. Daarmee was het executiebevel van Kadhaffi zo goed als getekend. Het toedekken van deze corruptie werd door onze regimemedia verkocht als ideële vrijheidsstrijd, militair gesteund door Frankrijk en Engeland met de Verenigde Staten op de achtergrond.

Toearegrebellen in Mali
Toearegrebellen in Mali

Zwarte Afrikanen
Er is dus weinig twijfel dat diverse kopstukken in Engeland, Parijs en ook Washington bloed aan hun handen hebben. Toen het probleem Khadaffi echter uit de weg was geruimd creëerde men daarmee een nieuw probleem. De huurlingen van Khadaffi. De huurlingen van Khadaffi waren namelijk stammen uit de Subsahara regio. Deze mensen zijn voornamelijk zwarte Afrikanen. Toen in Libië na de moord op Khadaffi een golf van racistisch geweld tegen deze huurlingen de kop op stak, plunderden deze mensen de aanzienlijke wapendepots van de voormalige dictator en vertrokken naar …, u raadt het misschien al, Mali.

Het is dan ook geen toeval dat de moord op Khadaffi vloeiend overging in een geweldsspiraal in het noorden van Mali. Het voorlopige dieptepunt is een gijzeling in Algerije als “protest” tegen het militaire ingrijpen in Mali, maar ik vrees dat dit bloedbad niet het eerste, noch het laatste zal zijn.

Om tot een conclusie te komen is het een keuze tussen iets slechts en iets minder slechts. Tussen een onrechtvaardige status quo met duivels die we kennen, of een nieuwe situatie, met duivels die we nog niet kennen. Maar als dat de keuze is dan moeten we daar mee leren leven. Daarom: ja, ik wil liever een nieuwe Moebarak voor Egypte dan een nieuwe islamitische dictator. Ja, liever president Assad en zijn kliek aan de macht in Syrië dan iemand met een baard en een AK-47 in zijn handen als president.  Ja, liever Khadaffi en zijn maffe toespraken en rare streken dan de huidige wanorde in Libië.

Maar gezien de voldongen feiten op de grond vrees ik dat we in de toekomst opgescheept zullen zitten met een islamitisch Egypte, een islamitisch Syrië en een islamitisch Libië. En waarom daar stoppen? Een radicaal-Islamitisch Noord-Afrika vol met onrust en geweld is met deze feiten niet ondenkbaar. Sterker nog, er is helemaal niets dat het geweld tegenhoudt zich te verspreiden naar ons mooie Europa en gezien de actualiteit lijkt vooral Frankrijk in direct gevaar. Dit omdat president Hollande in naam van tolerantie en wat neer komt op linkse zelfhaat het heeft vergemakkelijkt om tussen Frankrijk en Algerije te reizen. De Franse politieke elite is daarmee net een pyromaan die eerst benzine uitgiet over zijn eigen huis en daarna het huis van de buren in brand steekt.

Deze voldongen feiten en de dreiging van geweld in Europa zijn dus niet los te koppelen van het beleid dat in Parijs, Londen en Washington bedacht en uitgevoerd werd. En dat is geen fijne gedachte nu diezelfde Europese landen hun legers hebben wegbezuinigd en nu met verdragen (lees: stukken papier) en leningen ons Europeanen uit de Noord-Afrikaanse gehaktmolen proberen te houden.

Dit opinieartikel is oorspronkelijk verschenen in het Katholiek Nieuwsblad van 25 januari 2013.

Posted on Leave a comment

Afrikanistiek en koloniale geschiedenis

Afrikanistiek, de studie betreffende het Afrikaanse continent, is jong. De vroegste studies die op schrift gesteld zijn en die vandaag als studiemateriaal gebruikt kunnen worden, dateren van 1880. De archeologische vondsten en overleveringen laten veel ruimte over voor vrije interpretatie. De grote leemten in studiestof maken dat deze discipline gemakkelijk door ideologische stromingen wordt opgeslokt. Aangezien in Zwart Afrika veelal schriftloze volkeren leefden, en er weinig of geen archeologische vondsten van gebruiksvoorwerpen of woningen te vinden zijn, maken de leemten daarom in verreweg de meeste studies plaats voor onwetenschappelijke beweringen. Deze beweringen, waar aan historische feiten voorbij wordt gegaan ten gunste van subjectieve interpretaties waarin de ‘goede’ en ‘slechte’ rollen in het verhaal van tevoren al worden vastgesteld, vindt men terug in het debat rondom de kolonisatie. « Kolonisatie » staat daarom gelijk aan uitbuiting, onrecht en slavernij.

Zo zou de oorsprong van de mensheid in Afrika liggen, de technische (en daarmee de economische) achterstand te wijten zijn aan de “Eerste Wereldlanden” die de bodemschatten leeggeroofd zouden hebben. De oorzaak van de bloederige stammenoorlogen zou bij de kolonisten liggen, die het land hebben afgepakt, de slavenhandel ontwikkeld en na de onafhankelijkheid grenzen hebben achtergelaten die niet overeenkomen met de etnische kaart van Afrika.

Oorspronkelijke bewoners van Afrika
Falilou Diallo schreef in 1987 wat de laatste decennia op de meeste scholen in ons land wordt aangenomen en onderwezen: “Alle wetenschappelijke studies bewijzen dat de eerste bewoners van Zuid-Afrika zwart waren. Sinds vele duizenden jaren bevolken Zuid-Afrikaanse negers, Australopithecus, zuidelijk Afrika.” (Le Soleil, 4 februari 1987)

De wetenschap die uitgaat van de evolutietheorie geeft echter aan dat de Australopithecus leefde in een tijd dat de rassenvorming nog niet was begonnen (deze zou pas tegen 100.000 v. Chr. Begonnen zijn). Hoewel er veel verwantschappen aan te wijzen zijn tussen de Australopithecus en de Homo Erectus, die ook buiten Afrika is gevonden, heeft niemand tot nu toe kunnen bewijzen dat de Homo Erectus van de Australopithecus afstamt. De bewering van Falilou Diallo stuit op een ander probleem, namelijk door de oorspronkelijke afrikaan als zwarte voor te stellen.

Vijf- tot tienduizend jaar geleden werd Subsaharisch Afrika bevolkt door 4 dominerende rassen: de zwarte voorouders van de Bantoevolken in de omgeving van Nigeria en de Nijl-Sahariërs, tevens zwart van huidskleur, woonachtig in de streek rond Nubië. De twee andere volkeren zijn niet-negroïde en noemen wij Pygmeeën, die het gehele gebied van de Kongo bevolkten en de Khoisan, die heel Oost- en zuidelijk Afrika bevolkten. Door archeologische vondsten kennen wij de aanwezigheid van zwarte West-Afrikanen vanaf 15.000 v. Chr. Pas tegen 10.000 v. Chr. vinden wij ook sporen van deze bevolking in Nigeria.

De zwarte West-Afrikaanse en Nubische negerbevolking koloniseerde gaandeweg Oost- en zuidelijk Afrika waardoor de oorspronkelijke bewoners werden gedecimeerd of van hun oorspronkelijke leefomgeving werden beroofd en zich moesten terugtrekken in onherbergzame plaatsen zoals de Pygmeeën in de tropische wouden. Naast de Pygmeeën en Khoisan hebben enkele stammen zich in leven weten te houden in oost- en zuidelijk Afrika. De autochtone bewoners van Bambouk (Senegal/Mali) zijn in de negentiende eeuw door de Fulbe afgeslacht. De oudste bevolking van West-Afrika zijn de Bassari, die hun cultuur hebben weten te behouden, maar vanwege de gemengde huwelijken niet meer als autonoom ras worden onderscheiden van de Zwarten uit hun regio.De Toucouleur (Senegal/Mauritanië/Mali) danken hun overleving tevens aan de vermenging met de Peulen en bestaan als volk slechts sinds de tiende, elfde eeuw. Het is pas vanaf de vijftiende, zestiende eeuw dat een gevestigde, georganiseerde cultuur van zwarte volkeren in West-Afrika en elders ontstaat.

In Zuid-Afrika bestaat tot vandaag de dag een etnische groep, die door de blanke kolonisten “Hottentotten” werden genoemd en vandaag bekend staan als de San (Bosjesmannen) en de Khoi. Oorspronkelijk houden deze volken geen verband met de zwarte bevolking die rond de zestiende eeuw in Zuid-Afrika aankwam. Deze oorspronkelijke bewoners kozen soms de kant van de blanke boeren, soms die van de zwarte overheersers, met als resultaat dat velen in de gevechten tussen blanke en zwarte kolonisten sneuvelden. Vandaag leven er nog slechts enkele duizenden San.

Oorzaken van de Afrikaanse achterstand
De droogte in noordelijk Afrika begon ongeveer twaalf eeuwen geleden en bracht de Sahara tot stand. Hiermee ontstond een klimaatbreuk en een culturele grens in Afrika: ten noorden van de Sahara ontwikkelde zich een rijke beschaving die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de rijke cultuur van het Middellandse Zeegebied. Ten zuiden van de Sahara raakte Afrika geïsoleerd, vergeten en zelfs onbekend voor de rest van de wereld, tot de mosliminvasie enerzijds en de kolonisatie anderzijds. Ten zuiden van het Marokkaanse Mogador heeft de archeologie nog nooit iets gevonden waaruit een invloed van het Middellandse zeegebied blijkt. Slechts de Nijlstreek, de Rode Zee en de Oost-Afrikaanse kuststreek waren reeds in de vijftiende eeuw v. Chr. bekend. Het is juist via deze streek dat de zwarten, rond het begin van onze jaartelling naar zuidelijk Afrika trokken. De oude Grieken en de Romeinen kenden het bestaan van zwarten. Deze waren echter afkomstig van de Nijlstreek Nubië.

De enige nijverheid die men buiten Noord-Afrika met de opkomst van de Islam kan ontdekken zijn de handelssteden zoals Essouk (Tadmakka) en Audoghast, die gesticht waren door (blanke) Berbers, die zwarten aanstelden voor het bestuur. Resultaat van dit isolement en klimaat is naast een culturele achterstand vooral een hopeloze achterstand in de basisbehoeften. Subsaharisch Afrika moest tot de kolonisatie wachten om het gebruik van vee voor landbouw, het wiel en de katrol te leren. Rond het begin van onze jaartelling was de primitieve landbouw in tweederde van subsaharisch Afrika onbekend. Landbouw in Afrika bleef tot die tijd beperkt tot Egypte, het huidige Libië en de noordelijke Sahara. De gewassen die daar werden verbouwd waren niet opgewassen tegen het subsaharische klimaat. Rond 2000 v. Chr. begon men in West-Afrika met het verbouwen van eigen producten. Tot die tijd voedde men zich door verzamelen en kleinschalige veehouderij.

IJzertijd in Afrika
De koper- en bronstijd zijn aan Afrika voorbij gegaan. De steentijd werd opgevolgd door de ijzertijd, doordat Egypte rond de zevende eeuw v. Chr., Axoum (Ethiopië) rond de eerste eeuw v. Chr. en Carthago rond 800 v. Chr. ijzerwerktuigen in omloop brachten. In de streek rondom het Victoriameer begon de ijzertijd tegen 300 v. Chr, in Midden-Afrika tussen 300 en 500 na Chr. en in zuidelijk Afrika tussen 500 en 1100 na Chr.

Rond 2000 v. Chr. trokken zwarte Bantoestammen richting het westen en verbreidden zo de zwarte bevolking over het grootste deel van het continent. Hun kennis van landbouw en metallurgie maakten dat zij een grote voorsprong hadden op de autochtone bevolking van Oost- en zuidelijk Afrika en een dominante positie konden innemen. De trek naar het zuiden van de Bantoe moet niet vroeger dan de tweede eeuw v. Chr. hebben plaatsgevonden.

Khoisanmannen op jacht in Angola.

Lange tijd werd zonder bewijs aangenomen dat de ijzertijd dankzij de Bantoes het licht zag in Afrika. Velen blijven vasthouden aan deze theorie die wetenschappelijk gewoonweg niet hard te maken is en zelfs tegenstrijdig is met de gegevens die nu voorhanden zijn. Men nam de ontwikkeling van landbouw en metallurgie (tussen 500 en 1100 in zuidelijk Afrika) als bewijs van aanwezigheid van Bantoevolkeren en gaf daarmee aan dat de Bantoevolkeren lang voor de komst van de blanken Zuid-Afrika bevolkten. Het enige dat wij met zekerheid over de bevolking van Zuid-Afrika kunnen zeggen is dat er mensen boven de Oranjerivier hebben geleefd vanaf de ijzertijd (vierde, vijfde eeuw) en dat de Nederlandse kolonisten zich in de Kaapprovincie vestigden vanaf 1652. Archeologisch onderzoek wijst echter uit dat er in Zuid-Afrika twee “ijzertijden” hebben plaatsgevonden. De tweede, die rond de twaalfde eeuw ontstaat, gaat samen met nieuwe smeedtechnieken en houdt verband met landbouw. Naar alle waarschijnlijkheid is deze Tweede IJzertijd aan de komst van Bantoevolken toe te schrijven. Deze twee periodes bleven echter beperkt tot het oostelijk deel van Zuid-Afrika, ten oosten van de Visrivier en ten noorden van de Oranjerivier. Aan de rest van Zuid-Afrika is die ijzertijd voorbij gegaan. Deze Tweede IJzertijd duurt ongeveer zes eeuwen. De huizen die in die periode werden gebouwd waren van gedroogde modder. Vanaf het einde van de zestiende eeuw begon men stenen huizen te bouwen. De zestiende en de zeventiende eeuw zijn essentieel voor de geschiedenis van zuidelijk Afrika, omdat de volken rond die tijd zich in rijkjes en stammen met hiërarchie beginnen te organiseren.

Slavenhandel
Om de slavernij in Afrika te kunnen begrijpen is het nodig het ontstaan hiervan in herinnering te brengen. Terwijl de slavenhandel ontstond na de komst van de moslim- en Europese kolonisten wijst alles er op dat deze op suggestie van de Afrikaners zelf is ontstaan.

Nooit hebben de Westerlingen vrije Afrikanen gevangen genomen met het oog op de slavenhandel. Van oudsher werden de overwonnen vijanden tijdens de stammenoorlogen door de Afrikaners zelf in slavernij weggevoerd. Het koninkrijk Dahomey jaagde zo in het binnenland actief op mensen die zij als slaven konden verkopen. Koning Tegbessou leverde zo in 1750 9000 slaven per jaar, hetgeen hem meer opleverde dan de scheepsreders van Liverpool of Nantes. Voor de Europeanen was het tot 1795 verboden zich buiten het kustgebied te begeven. Zo had « vrijheidsstrijder » Samory Toeré een grootschalig slavennetwerk opgezet.

Vanaf de dertiende eeuw waren de moslims voornamelijk geïnteresseerd in vrouwen en jonge jongens. In de loop van de negentiende eeuw trachtten de Engelse kolonisten de slavenhandel in Oost-Afrika, die voornamelijk in handen was van Arabieren, door middel van het Verdrag van Hamerton, drastisch te verminderen. Tot afschaffing werd éénzijdig, namelijk van Europees-Amerikaanse zijde, besloten, zonder de mening van de Afrikanen of de Arabieren te raadplegen. Arabische karavanen met slaven waren in Libië tot 1929 bekend. Mauritanië heeft de slavernij in de twintigste eeuw vier maal moeten verbieden. In Soedan was het de kolonisatie die een eind maakte aan de slavenhandel. Met de onafhankelijkheid bloeide deze echter weer op.

In Soedan komt ook tegenwoordig nog slavernij voor.

Toen de slavenhandel werd verboden, zagen de Westerse mogendheden geen belang meer in verdere contacten met subsaharisch Afrika. Deze werd aan het begin van de 19e eeuw zelfs als een blok aan het been gezien, die de economie in het thuisland belemmerde. Dat Europa zich niet geheel terugtrok, was om humanitaire redenen: het Britse Lagerhuis verbood in 1807 de slavenhandel en in 1833 de slavernij als zodanig en stuurde schepen die illegale slavenhandel onderschepten.

Deze andere kant van de kolonisatie wordt door Derde Wereldideologen maar al te graag verzwegen. Hun beweringen gaan echter nog verder. Zo zou de slavenhandel één van de oorzaken zijn van de honger in Afrika. Het verdwijnen van de nodige mankracht zou de mislukking in de landbouw verklaren. De feiten spreken deze bewering echter zonder meer tegen. De komst van de Portugese kolonisten brachten juist rijke, snelgroeiende producten met zich mee, die de arme gewassen overbodig maakten en de lokale bevolking tot voeding kon strekken.

De onderverdeling van koloniaal Afrika vond echter pas tussen 1885 en 1900 plaats en duurde tot de onafhankelijkheid van deze landen, zestig of zeventig jaar later. Tot het einde van de 19e eeuw hadden de Westerse mogendheden geen enkele hand in de Afrikaanse landen zelf, maar bleef hun werkveld beperkt tot enkele kuststeden die de handel met de Afrikaanse volkeren mogelijk maakte.

Kolonisatie als Verlichtingsideaal
Onder de verschillende kolonisatiemethoden neemt de Franse een bijzondere plaats in. De Engelse kolonisatie ging doorgaans uit van segregatie. En terwijl de Portugezen mestizaje (vermenging van Portugezen en inboorlingen, red.) invoerden, gingen de Fransen uit van een Verlichtingsideaal. Slechts enkele jaren na de Franse Revolutie zagen veel Fransen het kolonialisme als opdracht om de primitieve volkeren te beschaven. Frankrijk had geen enkel economisch belang bij het koloniseren: slavernij was afgeschaft en rietsuiker was inmiddels vervangen door suikerbieten die op eigen bodem werden verbouwd.

Jules Ferry, de oprichter van het openbaar onderwijs in Frankrijk, verklaarde openlijk aan Jean Jaurès dat zijn politieke doeleinde was: een « mensheid zonder God en koning » op te bouwen. Tegen de koningsgezinde partijen van het parlement en Clémenceau, die waarschuwde dat het kolonialisme tot verarming van zowel Frankrijk als Afrika zou leiden, zette Jules Ferry die minister-president werd, de kolonisatiepolitiek op touw. « Frankrijk, het Vaderland van de Rechten van de Mens, moest de kruistocht voor de vrijheid van de primitieve volkeren aanvoeren ».

In een taalgebruik dat in zijn tijd ontvankelijk werd gezien verklaarde Jules Ferry in 28 juli 1885 : « De superieure rassen hebben rechten ten aanzien van de inferieure rassen maar ook een plicht: om deze te beschaven. De Spanjaarden hebben gefaald door de slavenhandel in Centraal-Amerika in te voeren. Het superieure ras verovert niet voor eigenbelang, maar om de zwakke te beschaven en tot haar niveau op te voeden. »

Leon Blum, de linkse politicus van het Front Populaire verklaarde: « De superieure rassen hebben het recht en de plicht om de rassen die hun niveau nog niet hebben bereikt tot de vooruitgang te roepen aan de hand van wetenschap en industrie. » Ook Emile Zola, altijd begaan met de arbeiders, verklaarde ten opzichte van Algerije dat dit land toebehoort aan hen die er werk van maken.

Albert Bayet, voorzitter van de Liga van Mensenrechten, verklaarde in 1931 dat de kolonisatie rechtvaardig is omdat deze de boodschap van de « illustere voorouders van 1789 » met zich meedraagt. « Rechten van de mens te doen kennen is geen imperialisme, maar een broederlijke taak. »

Victor Schoelcher, vermaarde abolitionist schonk de medaille van de « Société anti-esclavagiste » aan generaal Galliéni, die met harde hand de oude cultuur van Madagascar met wortel en tak uitroeide, maar de slavernij afschafte.

De tegenstanders van dit ideaal vond men in de eerste plaats onder de koningsgezinde partijen maar ook bij de republikeinse nationalisten Maurice Barrès en Paul Deroulède. Zij zagen het verlies van Elzas en Lotharingen als belangrijker en het koloniseren, zeker als verlichtingsideaal, als een kostbare verspilling die de investering niet waard was.Rond 1890 kwam aan dit tegengeluid een einde, toen kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich over de slavernijproblematiek gingen buigen. Mgr. Lavigerie verklaarde in 1888, dat het kolonialisme noodzakelijk was om de slavenhandel, die op dit moment hele volkeren dreigde te vernietigen, een halt toe te roepen. Vanaf dit moment steunden ook de kerk en conservatieve krachten de kolonisatie.

Het is verleidelijk om in deze houding een invloed van het Eerste Vaticaans Concilie te zien. Door de onfeilbaarheid van de Paus uit te roepen werd de universaliteit van de jurisdictie van Rome en daarmee van haar boodschap benadrukt. Het Patriarchaat van Alexandrië, onder wie het Afrikaanse werelddeel sinds de eerste eeuw viel, heeft zich nooit in de Afrikaanse stammenproblematiek willen mengen, ondanks hun aanwezigheid in Oost-Afrika, waar de meeste slaven vandaan kwamen. Het verklaart echter niet het belangrijke aandeel dat de protestanten hebben gehad in de koloniale geschiedenis, die doorgaans meer van privé-initiatieven uitgingen. Het resultaat van de religieuze inmenging in de Afrikaanse culturen is op zuiver politiek vlak desastreus te noemen: Burundi, voor 90% christelijk, kent sinds 1972 meer dan 2 miljoen doden. Landen waarin de christenen in de meerderheid zijn: Rwanda, Oeganda, Kongo, Liberia, Sierra Leone, de Ivoorkust, zijn tonelen waar christenen elkaar onderling uitmoorden. De oppervlakkige kerstening van deze volkeren heeft de etnische verschillen niet weten te overbruggen.

Balans
Voor de balans die Lugan opmaakt betreffende Afrika verwijzen wij de lezer naar zijn werken, waarin hij met veel feiten- en vakkennis de volgende stellingen onderbouwt: zo zouden de westerse landen meer kwijt dan rijk geweest zijn aan de Afrikaanse kolonies. De westerse investeringen in infrastructuur, vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw, zijn kolossaal. Terwijl slechts enkelen zich hebben weten te verrijken in deze korte tijd, heeft het aan de westerse landen vooral geld gekost.

De kolonisatie had een eind gemaakt aan vele stammenoorlogen, epidemieën, slavernij en zelfvoorzienende landbouw mogelijk gemaakt. Bij de onafhankelijkheid welden sommige van deze rampzalige gebeurtenissen weer op, maar de nataliteit is daardoor explosief toegenomen. De onafhankelijkheid heeft de verstedelijking tevens verregaand doorgezet en de ontwikkelingshulp geeft het Afrikaanse achterland geen kans om zelfvoorzienende landbouw weer op te pakken.

Bronnen:
Bernard Lugan:

  • Afrique, l’histoire à l’endroit, Perrin, 1989
  • Afrique, de la colonisation philantropique à la reconolisation humanitaire, Bartillat, 1995
  • Pour en finir avec la colonisation, Editions du Rocher, 2006