Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.