Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

#EP2019 Demonisering eurosceptici onderstreept: EU niet van binnenuit hervormbaar

Inhoudelijke leegte wordt overschreeuwd, iedere kritiek op Brussel gedemoniseerd. Het mag voor iedereen duidelijk zijn; het staat er bar slecht voor met de EU. 

De ten einde lopende campagne voor de Europese Parlementsverkiezingen van komende zondag (in de meeste lidstaten althans) wierp een ongenadig licht op de hopeloze staat van de Europese Unie. Het establishment probeert haar inhoudelijke leegte te overschreeuwen. Wie problemen als het voortdurend in crisis verkerende euro-systeem, het ontspoorde immigratiebeleid of de democratische tekorten van de EU eindelijk ter discussie wilde stellen, werd met hysterische clichés bestreden.

Polemische mottenkist

Daarbij grepen die partijen die het tot nog toe in Brussel voor het zeggen hebben diep in de polemische mottenkist. Critici werden per definitie weggezet als populistisch en anti-Europees. Geen bewering was plat genoeg om niet te berde te brengen. Bijvoorbeeld dat er zonder deze EU een nieuwe Europese oorlog waarschijnlijker zou worden. Daarbij wordt voor het gemak buiten beschouwing gelaten, dat de beide Europese hoofdvijanden van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, Rusland en het Verenigd Koninkrijk, ofwel nooit EU-lid waren, dan wel het zeer binnenkort waarschijnlijk niet meer zullen zijn.

Verdeeldheid

Intussen speelt de EU een belangrijke rol in het opstoken van de spanning met Rusland. Ook de Britten die hun eigen weg willen gaan, worden door Brussel niet bepaald als ‘even goede vrienden’ uitgezwaaid. Als iedereen zich nou maar zou conformeren aan wat Brussel wil, dan was er geen verdeeldheid, zo simplistisch lijkt de gedachtegang van de EU-mandarijnen.

EU ≠ Europa

Ze spreken als vanzelfsprekend over de EU als ‘Europa’ en doen daarmee alsof de landen buiten dat politieke arrangement überhaupt en per definitie niet tot ons continent en onze beschaving behoren. Alsof het alleen maar over achtergebleven buitenstaanders gaat, die men gerust negeren of slecht behandelen kan.

Zelfsacralisatie

Naar binnen heeft de zelfsacralisatie de plaats ingenomen van argumentatie en dialoog. Wie kritiek oefent, wordt als een afvallige uit de kring van de goeden uitgesloten. Die hoort eigenlijk niet in het Europees Parlement of in de Europese Raad thuis en moet zoveel mogelijk geïsoleerd worden. Tegen zulke ketters is ook meteen iedere vuile truc geoorloofd, zoals de affaire Strache nog eens duidelijk maakt.

Façademanifestaties

De afstand tussen de eurocraten en de burgers wordt op deze manier alleen maar groter. Geënsceneerde pro-EU-‘bewegingen’, zoals Pulse for Europe of de demonstraties die afgelopen zondag in Duitsland plaats vonden, doen daar niets aan af. Te eenvoudig is voor iedereen herkenbaar, dat het hier om geconstrueerde façade-manifestaties gaat, die aan de geforceerde optochten in dictaturen doen denken. De naamgeving spreekt daarbij al boekdelen; bij goede gezondheid is de polsslag immers geen onderwerp.

Van binnenuit hervormbaar?

Als deze campagne iets heeft gedaan, dan is het wel een domper zetten op de hoop dat de EU nog van binnenuit te hervormen zou zijn. Hoewel partijen als Rassemblement National, Lega en Forum voor Democratie voor deze verkiezingen hun koers hebben bijgesteld en duidelijk maken een ultieme poging te willen doen om de EU van binnenuit te hervormen in plaats van direct naar de uitgang te bewegen, worden ze nog altijd voor ‘anti-Europees’ versleten. Establishment-krachten sluiten samenwerking met zogenaamde ‘anti-Europese’ populisten op voorhand uit en zijn daarvoor desnoods bereid een monsterverbond aan te gaan.

Repressie en intimidatie

Het EU-establishment is kennelijk niet in staat om problemen als de eurocrisis of de immigratie op een manier op te lossen, waarin alle lidstaten mee kunnen komen. Dus zetten ze in op repressie en intimidatie van iedere oppositie. Deze ondemocratische opstelling – en niet het populisme – kan de EU in de komende jaren nog lelijk opbreken.

Posted on 1 Comment

Tijd voor reflectie over anti-Rusland-houding NAVO en EU

Het is deze week precies 70 jaar geleden dat de NAVO is opgericht. De Atlantici waren de afgelopen jaren qua stemming nog euforisch, maar de laatste jaren lijkt hun invloed tanende te zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat de NAVO als instituut nog steeds één van de invloedrijkste machthebbers is als het er om gaat een agenda uit te stippelen voor buitenlands beleid. De opmars naar het oosten gaat gestaag door evenals de negatieve beeldvorming van het ‘Russische gevaar’.

Met de Europese verkiezingen in het oog is goed dat we eens stil staan bij ons lidmaatschap van de NAVO – over het lidmaatschap van de EU zelf is trouwens ook genoeg te zeggen. Hoeveel is het lidmaatschap van de NAVO nou echt waard?

Het ‘Russische gevaar’

Daar waar bij de oprichting van de NAVO nog vol trots een ‘Westers front’ werd gevormd tegen het ‘Russische gevaar’ – de angst dat de Sovjet-Unie heel Europa zou beïnvloeden met het marxisme – zien we nu dat de Atlantische mediamachine nog steeds de Russen als grootste gevaar afschildert. In de ogen van de links-liberale orde is het Rusland van Poetin een gevaar voor onze ‘Westerse waarden’ en probeert Poetin onze democratie te ondermijnen.

‘Westerse waarden’

Dat de NAVO zich al jaren naar het oosten uitbreidt wordt vaak voor het gemak achterwege gelaten. De Russen heten namelijk per definitie de agressor of de agressieve partij, het Westen is de onschuld zelve. Het Westen zou namelijk staan voor diverse waarden die de hele wereld zou moeten omarmen. Hierbij schuwen zowel media als overheid het niet om totaal ongefundeerde smaadcampagnes tegen Poetin en zijn ‘aanhangers’ te houden. In de ogen van de Atlantici staat Poetin aan het hoofd van de ‘boze blanke mannen’-beweging – lees populistische golf.

Trumps ‘samenspanning met Rusland’

Voor bijna 2 jaar zocht het team van Mueller naar een samenzwering tussen het campagneteam van Trump en het Kremlin. Het complotdenken van het anti-Trump-kamp (Democraten,  links-liberale media, buitenlandse overheden) bereikte werkelijk zeer diepe dalen. WikiLeaks postte een korte video die pijnlijk laat zien dat de media hun rol als criticasters al lang kwijt zijn.[1] Als drammende kinderen die hun gelijk willen halen en zich laten leiden door emotie in plaats van ratio hebben zij zich compleet voor schut gezet. Waarom zij hiervoor niet ter verantwoording worden geroepen is een raadsel.

Ongefundeerde hetze

Ook in Nederland doen we mee met de vaak ongefundeerde hetze tegen Rusland. Met minister Kajsa Ollongren voorop grossieren ook de Nederlandse politiek en media in de demonisering van Poetin. Sinds haar aanstelling als minister is zij een lastercampagne begonnen tegen de Russen. De Russen zouden namelijk ook hier in Nederland proberen de kiezers te beïnvloeden. Thierry Baudet werd tijdens en na het Oekraïne-referendum al vaak ‘spottend’ een spion van Poetin genoemd bijvoorbeeld.

‘Groot Rusland’

Oud-minister Halbe Zijlstra produceerde een compleet onzinverhaal over een besloten toespraak waarin Poetin sprak over de ambities van een ‘groot Rusland’. Dit verhaal werd gelukkig snel ontkracht, maar de schade was aangericht. Nederland onderging een internationale blunder, maar waarschijnlijk is het gros van de Nederlanders dit alweer vergeten. Men krijgt immers niets anders te horen dan dat de Russen altijd alles fout doen.

‘Pro-Russische’ populisten

Binnen de EU zien we eenzelfde trend als het gaat om de anti-Russische houding. Bij een groei of overwinning van populistische partijen wordt al direct gespeculeerd over Russische bemoeienis of geldfondsen. In de VS zagen we dat met de verkiezing van Trump. In andere landen zien we het ook bij ‘pro-Russische’ bewegingen of personen. Denk maar aan Lega Nord, AfD, en in Frankrijk bij Le Pen maar ook Fillon. De oud-premier was immers voor betere relaties met Rusland, iets wat bijna taboe is tegenwoordig.

Na 70 jaar hoog tijd voor reflectie

Nu de NAVO 70 jaar bestaat is het wellicht eens goed dat we meer aandacht gaan besteden aan het nut van de NAVO tegenwoordig. Zowel de NAVO als de EU zijn anti-Russisch. De EU en diverse Europese regeringsleiders menen dat de tijd rijp is om zelf deel te nemen aan het geopolitieke schaakbord. Plannen voor een Europees leger worden bijvoorbeeld steeds concreter. Een andere Europese koers ten aanzien van Rusland tekent zich daarbij echter nog niet af.

Nord Stream 2

Zo neemt het Europees Parlement net als de Amerikaanse regering en de NAVO scherp stelling tegen de aanleg van de Nord Stream 2-pijpleiding. Bedrijven uit Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Nederland nemen deel aan de pijpleiding omdat ze de toevoer van goedkoop gas veilig willen stellen en niet te afhankelijk willen zijn van het instabiele Oekraïne. Voor het Europees Parlement is het echter van groter belang om in alle opzichten anti-Russisch te zijn.

Is samenwerking met Rusland nog mogelijk?

Een open en kritisch gesprek over de te varen koers van de EU is hard nodig, zeker met de economische ontwikkeling die we nu zien. De komende verkiezingen gaan een klap worden voor het eurofiele establishment, de ‘populistische trein’ is de komende maand zeker niet te stoppen. Wellicht dat het ervoor zorgt dat we kritisch gaan kijken naar onze huidige koers en dat pijnlijke vragen worden gesteld. Want is die anti-Russische retoriek terecht? Kunnen we nog zorgen voor betere samenwerking met de Russen of hebben we dat definitief verspeeld?

Poetin heeft het gedaan

Zaterdag 20 april organiseert de Nieuwe Zuil een themabijeenkomst in de Oosterkerk in Amsterdam. Sander Boon en Arno Wellens zullen gaan spreken over de EU, de euro en de gele hesjes. Meer informatie over het evenement vindt u hier: https://denieuwezuil.nl/dnz-sprekersmiddag-in-amsterdam/

Er zijn genoeg vragen die de politieke elite zichzelf mag stellen, want het neo-McCarthyisme wat we zien neemt steeds extremere vormen aan. Bij iedere hobbel op de weg voor de politieke elite wordt het anti-Rusland-paard van stal gehaald. Van de gele hesjes tot de opkomst van FvD, het moet en zal de schuld van de Russen zijn. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling die totaal niet constructief is voor ons continent.


[1] https://www.facebook.com/watch/?v=405381826945379

 

Posted on

Alain de Benoist: Identiteit en soevereiniteit kunnen niet buiten elkaar

In bepaalde milieus heeft men de neiging om twee noties waar iedereen het tegenwoordig over heeft tegenover elkaar te stellen: identiteit en soevereiniteit. In het Front National zou Marion Maréchal-Le Pen het eerste hebben vertegenwoordigd, tegenover Florian Philippot die vooral het tweede zou verdedigen. Is een dergelijke tegenstelling volgens u terecht?

Toen Marine Le Pen een paar maanden geleden in het tijdschrijft Causeur hiernaar gevraagd werd, stelde zij: “Mijn project is intrinsiek patriottisch, omdat het in één en dezelfde beweging de soevereiniteit en de identiteit van Frankrijk verdedigt. Wanneer we een van beide vergeten, bedonderen we de kluit.” Wel, laten we de kluit niet bedonderen. Waarom zouden we in identiteit en soevereiniteit tegengestelde ideeën moeten zien, wanneer ze elkaar aanvullen? Soevereiniteit zonder identiteit is een lege huls, identiteit zonder soevereiniteit heeft alle kans zich om te zetten in ectoplasma. Dus we moeten ze niet scheiden. Beide worden bovendien getranscendeerd in de vrijheid. Soeverein zijn is immers vrij zijn om je eigen politiek te bepalen. Het bewaren van je identiteit impliceert voor een volk dat het vrijelijk over de voorwaarden van zijn sociale voortplanting kan beschikken.

Is het niet zo, dat aangezien identiteit noodzakelijkerwijs een dynamisch concept is, soevereiniteit gemakkelijker te definiëren is?

Minder dan het lijkt. De ‘ene en ongedeelde’ soevereiniteit waar Jean Bodin een beroep op doet in ‘Les Six Livres de la République’ (1576) heeft niet erg veel van doen met gespreide soevereiniteit, gebaseerd op subsidiariteit en het beginsel van toereikende competentie, waarover Althusius het in 1603 had in zijn ‘Politica methodice digesta’. De benadering van Bodin is uitgesproken modern. Het impliceert de natiestaat en het verdwijnen van het onderscheid dat daarvoor werd gemaakt tussen macht (potestas) en gezag of de waardigheid van de macht (auctoritas).

Soevereiniteit in de zin van Bodin is gevaarlijk omdat het de soeverein tot een wezen maakt dat niet afhankelijk kan zijn van enig ander dan zichzelf (het individualistische principe), het is blind voor de natuurlijke gemeenschappen en onderdrukt iedere grens aan despotisme: alles wat het besluit van de vorst in de weg staat wordt beschouwd als een aanval op zijn onafhankelijkheid en absolute soevereiniteit. Zo verliezen we het zicht op het uiteindelijke doel van politiek, namelijk het gemeenschappelijk goede.

Daarbij is volkssoevereiniteit ander dan nationale soevereiniteit of de soevereiniteit van de staat. De eerste legt de basis voor de legitimiteit van politieke macht, terwijl de laatste twee verwijzen naar het veld van handeling en de vormen van handelen voor deze macht. Aan de andere kant maakte Jacques Sapir (Frans publiek intellectueel en heterodox econoom, red.) onlangs onderscheid tussen sociaal soevereinisme, identitair soevereinisme en het soevereinisme van de vrijheid, “dat de waarborg van de politieke vrijheid van het volk gelegen ziet in de nationale soevereiniteit.” Identitair soevereinisme, zo merkte hij op, is niet compatibel met de neoliberale orde der dingen, terwijl nationaal en sociaal soevereinisme haar bevoogding geheel vanzelfsprekend verwerpen.

Men moet bovendien niet vergeten dat een Europese soevereiniteit zeer wel zou kunnen bestaan, zelfs als het vandaag slechts een droom is. De tragedie is, vanuit deze optiek, niet dat natiestaten hele segmenten van hun soevereiniteit (op politiek, economisch, begrotings- financieel en militair gebied) hebben afgestaan, maar dat die soevereiniteit zelf verloren is geraakt in het zwarte gat van de Brusselse instellingen zonder dat het ooit een hoger niveau bereikt heeft.

Wat is er dan te zeggen over identiteit, een notie die vandaag de dag een eis en een slogan is van velen, maar waaraan men de meest uiteenlopende invullingen kan geven?

Individueel of collectief, identiteit heeft nooit slechts één dimensie. Als we onszelf definiëren aan de hand van het ene of het andere facet ervan, dan zeggen we daarmee alleen dat dat de dimensie of het onderscheidende kenmerk is dat we het belangrijkste achten om uit te drukken wie of wat we zijn. Een dergelijke benadering heeft altijd iets willekeurigs, zelfs wanneer ze gebaseerd is op feiten die empirisch geverifieerd zouden kunnen worden.

Moet een individu meer belang hechten aan zijn nationale, linguïstische, culturele, religieuze, seksuele of beroepsmatige identiteit?

Er is geen antwoord dat zich als inherent juist opdringt. Voor een volk is de identiteit onafscheidelijk van de geschiedenis die zijn collectieve sociale gebruiken gevormd heeft. De identitaire stem van protest steekt op wanneer het er op lijkt dat deze dreigen te verdwijnen. Dan treedt het dus op om te vechten voor het voortzetten van gedeelde manieren van leven en waarden. Maar men moet zich geen illusies maken: identiteit moet blijken, niet alleen gevoeld worden, anders lopen we het gevaar te vervallen in fetisjisme en necrose. Zowel voor individuen als voor volken geldt, dat het de scheppende capaciteit is die het beste de voortzetting van de persoonlijkheid tot uitdrukking brengt. Zoals Philippe Forget (germanist en vertaler, red.) schreef, “een volk brengt zijn geest niet tot uitdrukking omdat het een identiteit heeft, maar het toont een identiteit doordat zijn geest die activeert.”

Dit is een vertaling van een interview van Nicolas Gauthier voor Boulevard Voltaire.

Posted on

Zo zou een proportioneel Frans parlement er uit zien

In de eerste ronde heeft de partij van president Emmanuel Macron bijna een derde van de stemmen gehaald en dat lijkt genoeg te zijn om uiteindelijk twee derde à driekwart van de zetels in de Nationale Vergadering te bezetten. Nog nooit is de discrepantie tussen de steun voor een partij in het land en het aantal zetels in de Nationale Vergadering zo groot geweest. Dat roept de vraag op hoe het Franse parlement er uit zou zien in een systeem van evenredige vertegenwoordiging. Novini rekende het uit op basis van de stemmen in de eerste ronde.

In de derde kolom van de tabel hieronder worden de zetels weergegeven zoals Ipsos/Sopra Steria die projecteren op basis van de eerste ronde. In de vierde kolom worden de zetels weergegeven als de percentages de uitslag zouden zijn in een stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

Percentage van stemmen Zetelprojectie Evenredig
Presidentiële meerderheid 32,32 415 à 455 186
La République en Marche (LREM) 28,21 162
Mouvement Démocrate (MoDem) 4,11 24
Centrumrechts 21,57 70 à 110 124
Les Républicains (LR) 15,77 91
Union des Démocrates en Indépendants (UDI) 3,03 17
Overig rechts (DVD) 2,76 16
Centrumlinks 9,51 20 à 30 80
Parti Socialiste (PS) 7,44 43
Parti Radical de Gauche (PRG) 0,47 3
Overig links (DVG) 1,60 9
Milieupartijen 4,30 25
Overigen
Front National (FN) 13,20 3 à 10 76
La France Insoumise (LFI) 11,02 8 à 18 63
Parti Communiste Français 2,72 16
Debout la France (DLF) 1,17 7
Regionalisten 0,90 5
Overig extreemlinks (EXG) 0,77 5
Overig extreemrechts (EXD) 0,30 2
Overigen (DIV) 2,21 13

 

Veel van de kleine partijen, die nu grote moeite hebben om een zetel in de Nationale Vergadering te bemachtigen zouden onder een stelsel van evenredige vertegenwoordiging meerdere zetels behalen. Verder is het verschil tussen de grote blokken veel kleiner, doordat het aantal zetels evenredig is aan de steun onder de kiezer.

Onder evenredige vertegenwoordiging zou er echter geen basis zijn voor een regering alleen op basis van het blok van de president. Er zou onderhandeld moeten worden met het centrumrechtse blok, dan wel met links. Hierbij moet uiteraard wel aangetekend worden dat kiezers ook anders zouden stemmen onder een ander kiesstelsel.

De vergelijking van het aantal zetels dat nu te verwachten is voor het blok van de president en wat het onder een stelsel van evenredige vertegenwoordiging zou zijn, laat echter goed uitkomen hoe groot de discrepantie wel is tussen de massieve meerderheid die er straks in de Nationale Vergadering zal zijn en de eerder geringe steun die het blok in het land heeft. Ter vergelijking: In 2012 haalde de (linkse) presidentiële meerderheid 39,86 procent van de stemmen in de eerste ronde; in 2007 haalde de (centrumrechtse) presidentiële meerderheid 45,58 procent in de eerste ronde. Nog nooit heeft een blok onder het huidige Franse kiesstelsel met zo’n gering aantal stemmen in de eerste ronde uiteindelijk zo’n massieve meerderheid van de zetels in de Nationale Vergadering behaald.

 

Posted on

Macrons minister van Europese Zaken verdacht van fraude

Terwijl de regering er koud twee weken is, wordt president Emmanuel Macron al in verlegenheid gebracht door nieuws dat zijn minister van Europese Zaken verdacht wordt van fraude.

Het gaat om Marielle de Sarnez (MoDem), die tot voor kort lid was van het Europees Parlement. De Sarnez is een van 19 Franse europarlementariërs wier praktijken rond het inhuren van personeel verdenkingen heeft gewekt.

Franse openbaar aanklagers vermoeden dat de europarlementariërs van verschillende politieke kleuren collega’s en familieleden inhuurden, zodat zij niet uit partijfondsen betaald hoefden te worden, maar in plaats daarvan door het Europees Parlement betaald werden.

De Sarnez ontkent iets verkeerd te hebben gedaan en stelt zich aan de regels van het Europees Parlement te hebben gehouden. Voor de president is echter de verdenking tegen zijn minister al ongemakkelijk, temeer omdat hij in de verkiezingscampagne beloofde “het publieke leven te moraliseren”. Macron kon daarmee in de campagne gemakkelijk punten scoren, gezien de lopende onderzoeken tegen François Fillon en Marine Le Pen.

De Franse gerechtelijke politie en de anti-corruptie-eenheid verrichten het onderzoek naar de europarlementariërs. Mogelijk wordt op enig moment ook OLAF, de anti-fraudewaakhond van de Europese Unie, betrokken. Het vooronderzoek werd in maart geopend na een tip van Sophie Montel, europarlementariër voor het Front National.

Posted on

Marine Le Pen wil Franse parlement in

Marine Le Pen, die eerder deze maand de presidentsverkiezingen verloor van Emmanuel Macron, is kandidaat voor de Nationale Vergadering in de parlementsverkiezingen die op 11 en 18 juni in twee rondes gehouden worden. Dat zei Le Pen in een interview op televisiezender TF1

Le Pen is kandidaat in Hénin-Beaumont, in het departement Pas-de-Calais. Dat is één van de twee departementen waar ze Macron wel versloeg. In 2012 (en 2007) was Le Pen hier ook al kandidaat voor de Nationale Vergadering, maar werd ze in de tweede ronde nipt verslagen door een kandidaat van de Parti Socialiste.

De leider van het Front National stelde verder nog eens goed na te willen denken over het standpunt dat Frankrijk uit de euro zou moeten stappen, omdat dit veel kiezers kennelijk zorgen baarde. Binnen de partij had dit punt, dat herleidt wordt tot Le Pens rechterhand Florian Philippot, ook het nodige verschil van inzicht gegeven.

Le Pen reflecteerde verder op haar optreden in de campagne voor het presidentschap en gaf toe dat ze in het tweede televisiedebat “misschien met te veel passie en te veel vuur” had opgetreden.

Posted on

Macron zal Berlijn nog veel zorgen bereiden

In Berlijn haalde men even opgelucht adem toen zondagavond definitief uitgesloten kon worden dat Marine Le Pen de nieuwe president van Frankrijk zou worden. Die opluchting was echter van korte duur. Macron zal de Duitsers namelijk met onmatige eisen confronteren.

Laatste toevlucht

Het complete politieke establishment zowel in Parijs als in Brussel en Berlijn schaarde zich voor de presidentsverkiezingen achter de kandidatuur van Emmanuel Macron en verwelkomde vervolgens zijn overwinning. Hier wordt een fundamentele verandering in het politieke landschap van Europa zichtbaar. De achterhaaldheid van het politieke driestromenland trad hier aan de dag, terwijl het establishment hier juist aan vast hield om nog enige schijn van pluralisme voor te kunnen wenden.

Zo bezien had het ‘enthousiasme’ van de gevestigde politiek voor Macron ook duidelijk trekken van vertwijfeling. Ze kwam voor als laatste toevlucht van een kartel dat tot nog toe in staat was geweest alle postjes onder elkaar te verdelen en nu ineens genoodzaakt was alles op één paard te zetten om de indringer buiten te houden. Hiermee heeft het establishment zich nog een keer kunnen redden, maar hoe lang kan met het uithouden met dit soort lapmiddelen.

Homeopathische hervormingen

Het presidentschap van Macron zit van begin af aan in een lastig parket en hij zal zijn Duitse partners in een vergelijkbare situatie manoeuvreren, omdat hij gezien zijn eigen positie geen andere opportune keus heeft. Macron heeft immers ‘hervormingen’ aangekondigd, die in vergelijking met die van toenmalig bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) op zijn best als homeopathisch  te typeren zijn.

Maar zelfs daarvoor kreeg hij een dag na de verkiezingen al flink de wind tegen van radicaal links, dat zich na de bijna 20 procent van haar kandidaat in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen met recht sterk voelt. Deze radicaal-linkse krachten kunnen allicht ook in de komende parlementsverkiezingen profiteren van de verzwakking van de Parti Socialiste, die Macron mee bewerkt heeft, en nog bewerkt door politici over te laten stappen naar zijn eigen partij.

A spoon full of sugar…

Om de bittere pil van de ‘hervormingen’ voor de onwillige Fransen wat zoeter te maken, streeft hij vergemeenschappelijking van de schulden van de EU-lidstaten na en eist een EU-Ministerie van Financiën alsmede een EU-werklozenverzekering.

Dat wil zeggen: De Duitsers, Nederlanders, Finnen enzovoort, moeten ervoor betalen, dat in Frankrijk met zijn 35-urige werkweek, riante verzorgingsstaat, schuldenpolitiek en relatief minder concurrerende economie zo weinig mogelijk hoeft te veranderen. Dat zullen we nog wel eens zien, is de weinig verrassende eerste reactie van de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble (CDU), maar dat is tegen het zere been van minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel (SPD), die allicht nog de ijdele hoop koestert dat iets van de overwinning van Macron afstraalt op de ‘Schulzzug’ die allang niet meer op tijd rijdt.

De Duitsers het zuur, de Fransen het zoet

In realiteit zal het effect van Macron op de Duitse kiezers denkbaar helemaal niet zo gunstig zijn voor de gevestigde partijen, zoals Schäuble wel aanvoelt. De Duitsers mogen immers de beurs trekken voor de ‘hervormingen’ van Macron. De Duitse kiezers, ook en met name die van de SPD, zullen zich dan ook afvragen, waarom zij de lasten moesten dragen van Gerhard Schröders Hartz-hervormingen en toe moesten zien hoe door het monetair beleid hun spaartegoeden wegsmolten ten gunste van de staatskas, en de vruchten van hun ontberingen nu over de Rijn gedragen worden.

In zo’n geval maakt het niet meer uit of de SPD in de Bondsdagverkiezingen nu aangevoerd wordt door Macrons goede vriend Gabriel of door voormalig voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz. Hun beroep op ‘Europese solidariteit’ klinkt hier onvermijdelijk als hoon, de suggestie dat de Duitsers in werkelijkheid het meeste zouden profiteren van de Europese integratie als een drieste leugen. De politiek van de eenheidsmunt die economische convergentie zou moeten brengen, maar de zo verschillende Europese economieën juist in de problemen heeft gebracht, zucht steeds zwaarder onder de interne tegenstrijdigheden. Het kon wel eens zo zijn dat juist de ‘pro-Europese’ Macron straks degene blijkt te zijn die het vermolmde vloertje waarop de Euro rust overbelast.

Posted on

Van der Bellen binnen honderd dagen meest impopulaire president ooit

De brede verontwaardiging in de Oostenrijkse samenleving over uitspraken van president Alexander Van der Bellen houdt aan. In een recent gepubliceerde peiling duikelt zijn populariteitscijfer van 17 naar slechts 3 procent. Van der Bellen heeft daarmee een record gezet, het is het slechtste populariteitscijfer dat een federale president ooit heeft gehad in de Oostenrijkse Politbarometer.

Van der Bellen die op 6 mei aanstaande pas zijn honderd dagen in het ambt bereikt, had in een discussie met Weense scholieren in het vooruitzicht gesteld, dat het er nog van zou komen dat alle vrouwen opgeroepen moesten worden “uit solidariteit” een hoofddoek te dragen.

Van der Bellen was voorheen voorzitter van de Oostenrijkse Groenen. Zijn forse afname in populariteit trekt ook zijn voormalige partij naar beneden in de peilingen, naar 8 procent. FPÖ-leider Heinz-Christian Strache zinspeelde er ondertussen op dat Van der Bellen beter af zou kunnen treden.

Van der Bellen versloeg in de tweede ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen, die herhaald moest worden vanwege grootschalige onregelmatigheden, Norbert Hofer van de FPÖ. Hofer had de eerste ronde duidelijk gewonnen en Van der Bellen, kwam als opponent van Hofer bovendrijven, vanwege de tanende populariteit van SPÖ en ÖVP die Oostenrijk al jaren in een ‘grote coalitie’ met een steeds smallere electorale basis regeren. Van der Bellen werd vervolgens door vrijwel het gehele politiek-mediale establishment op het schild geheven om het scenario van een overwinning voor de FPÖ-kandidaat te voorkomen.

Curieus genoeg was Oostenrijk met dit scenario van een ‘onafhankelijke’ kandidaat, die door vrijwel het gehele establishment gesteund wordt om het tegen een ‘extreemrechtse’ kandidaat op te nemen, een voorafschaduwing van de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Of Emmanuel Macron, als hij tot president van Frankrijk verkozen wordt, even snel als Van der Bellen aan populariteit in zal boeten moet blijken.

Kurz und kräftig

In 2018 moeten er federale parlementsverkiezingen gehouden worden. Momenteel is de FPÖ met zo’n 32 procent de grootste partij in de peilingen, voor de regerende SPÖ en ÖVP met respectievelijk 29 en 22 procent. Als de ÖVP echter de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Sebastian Kurz, lijsttrekker zou maken, zou ze volgens de opiniepeiler de grootste partij worden. De 30-jarige Kurz valt op door zijn eigenzinnige optreden in het buitenlandbeleid, ook waar het gaat om het vluchtelingenvraagstuk.