Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 2 Comments

Nederland potentieel doelwit in kernoorlog

Door het opzeggen van het INF-verdrag is Nederland teruggekomen in de wereld van de Koude Oorlog. In de oorlog van nucleaire dreigingen is Nederland echter niet een passieve speler, maar speelt het ook zelf actief mee op het nucleaire speelveld. 

Reeds lang wordt vermoed dat er ook op Nederlands grondgebied kernwapens worden opgeslagen, namelijk op de luchtmachtbasis in Volkel. Deze vermoedens werden bevestigd toen Wikileaks een cable naar buiten bracht uit 2009 over een bijeenkomst tussen de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland (Phil Murphy), assistent-staatssecretaris Phillip Gordon en Christoph Heusgen, buitenlandse en veiligheidszakenadviseur van bondskanselier Angela Merkel.

In het gesprek merkt Gordon op een gegeven moment op dat het belangrijk is om het voorstel van het verwijderen van kernraketten in het coalitieakkoord goed te doordenken. In de cable staat:

“Bijvoorbeeld, een terugtrekking van nucleaire wapens uit Duitsland en mogelijk uit België en uit Nederland zou het Turkije politiek erg moeilijk maken om haar eigen voorraad te handhaven, ondanks dat het nog steeds overtuigd was van de noodzaak dit te doen.”

Ruud Lubbers

Ook vertelde in 2013 oud-premier Ruud Lubbers in een interview aan National Geographic Channel over zijn tijd als vaandrig op vliegbasis Volkel. In het interview vertelt de oud-premier dat hij in zijn diensttijd ‘nucleaire onderdelen’ heeft moeten categoriseren. Ook vertelt hij over 2013:

“Ik had toch nooit gedacht, dat wij in 2013 nog die onderdelen in Volkel zouden hebben. Ik had toen al lang gedacht dat na Reykjavik en het succes van de 0-0 en na het einde van de Koude Oorlog, dat er op één of andere manier dit allemaal verder zijn weg zou vinden. Maar ergens is nog altijd toch die, ook nu nog weer, die verleiding om weer in een conflict als het ware in een soort Koude Oorlog-verhouding weer te komen.”

Naast de aanwezigheid van nucleaire wapens op de luchtbasis Volkel zijn er geruchten dat er nabij de marinebasis in Den Helder eveneens op enig moment kernwapens opgeslagen zijn. Deze informatie is echter gedateerd, indien correct zou het gaan om kruisraketten.

Kernwapentaak voor Nederland

De atoomwapens die hoogstwaarschijnlijk op vliegbasis Volkel liggen zijn geen wapens die zelfstandig naar hun doel kunnen komen: daar zijn vliegtuigen voor nodig. Momenteel wordt die rol vervuld door de F-16. Maar met de aanschaf van de F-35 door de Nederlandse luchtmacht, zal deze rol moeten worden overgenomen door het nieuwe toestel.

Op Volkel zouden B-61-kernbommen opgeslagen liggen.

Nederland is overigens verplicht een dergelijke missie uit te voeren vanuit NAVO-verband. Dit werd onder andere duidelijk uit een antwoord van toenmalig minister van defensie Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer. Reagerende op de Motie-Van Dijk in 2014 waarin werd aangenomen dat de F-35 geen kernwapentaak zou mogen uitvoeren, gaf de minister aan:

“Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26 488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen.”

Keuze voor Joint Strike Fighter

Het ligt overigens in de rede dat Nederland mede vanwege deze verplichting de F-35 heeft aangeschaft. Veel van de toenmalige concurrenten van de F-35 worden beschouwd als niet in staat te zijn kernwapens af te leveren.

Hoewel de Tweede Kamer zich in 2014 uitsprak tegen het geven van een kernwapentaak aan de F-35, gaf de minister toen ook al aan dit niet uit te kunnen voeren maar dat zij daarvoor in de plaats zou streven naar ontwapening. Aangezien de internationale verhoudingen van Nederland met Rusland zijn verscherpt, is de kans vergroot dat de Tweede Kamer haar opstelling in de toekomst zal wijzigen. Deze kans wordt verder vergroot daar de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies heeft gegeven dat het nieuwe toestel ook dergelijke wapens moet mogen afleveren.

Nederland: een doelwit in een kernoorlog

De aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied en de kernwapentaak maken Nederland ook een potentiële dreiging voor een land als Rusland. Deze kernwapens kunnen namelijk in een eventuele oorlog tegen de Russische Federatie worden ingezet. Nederlandse piloten waren ook voor een dergelijk doel opgeleid in de Koude Oorlog: namelijk om kernwapens te laten vallen op grondgebied van het Warschaupact.

In een eventuele kernoorlog met Rusland zou een dergelijk scenario zich herhalen en dus moeten de Russen rekening houden met de Nederlandse dreiging. Deze dreiging gaat in het geval van Nederland voornamelijk uit van Volkel en mogelijk van Den Helder. Vandaar de vluchten van Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim.

Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim

Het is overigens zeer onwaarschijnlijk dat de Tu-160-bommenwerpers die langs Nederland door internationaal luchtruim vliegen bewapend zijn met kernwapens vanwege veiligheidsoverwegingen. Een ongeluk met een kernwapen zou immers als een nucleaire aanval kunnen worden geïnterpreteerd. Ook is het zeer de vraag of de vluchten gelden als potentiële oefeningen omdat het erg gevoelig ligt dergelijke scenario’s te oefenen. Maar niettemin vervullen de vluchten van de Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim een afschrikkingsfunctie naar de Nederlands politiek. De boodschap is: “Jullie hebben kernbommen, gebruik ze niet tegen ons, anders gebruiken wij onze wapens.”

Een Nederlands antiballistisch raketsysteem?

Twee weken na de Kamerbrief dat de Russische 9M729-raket het INF-verdrag zou overtreden, kwam het kabinet met een Nationaal Plan Defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO. Hierin wordt geschreven dat Nederland voornemens is meer F-35-toestellen aan te schaffen, haar speciale en cyberoperaties-component wil vergroten en ook haar vuurkracht te land en ter zee wil vergroten. Vooral dat laatste blijkt interessant te zijn. Hierin wordt de wens uitgesproken om de Nederlandse ‘Zeven Provinciën-klasse’-fregatten uit te rusten met een (verbeterd) antiballistisch raketsysteem (ABM-systeem).

In de bijlage wordt beschreven: “De additionele ABM-systemen zullen de NAVO voorzien van een ABM-sensor en wapensystemen zoals werd verzocht in het ‘2017 capability target package’.”  Hierbij gaat het om het aanschaffen en integreren van raketten die ballistische raketten tot in de ruimte kunnen onderscheppen. De ABM-raketten betreffen waarschijnlijk de SM-3 raket. In eerdere oefeningen bleek verbeterde radar van de ‘Zeven Pronvinciën’-klasse al over voldoende capaciteit te beschikken om dergelijke ballistische-raketten te detecteren, maar het schip is afhankelijk van andere (veelal Amerikaanse) schepen om de ballistische raketten te vernietigen. De aanschaf van de SM-3 raket zou dit veranderen maar wel voor een kostenplaatje van zo’n 20 miljoen per stuk.

Posted on

VS en Rusland zeggen INF-verdrag op, wapenwedloop dreigt

Nadat de VS afgelopen vrijdag aankondigden uit het INF-verdrag te stappen, heeft vandaag Rusland aangekondigd in dat geval hetzelfde te doen. Een nieuwe wapenwedloop lijkt hiermee onvermijdelijk. Rusland heeft inmiddels opdracht gegeven voor de eerste hypersonische raket voor de middellange afstand. 

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Mike Pompeo, verklaarde vrijdag op een persconferentie:

“Ruslands overtredingen [van het INF-verdrag] zorgen ervoor dat miljoenen Amerikanen en Europeanen een groter risico lopen. Het is erop gericht om de VS militair te benadelen en het ondergraaft ons handelen om bilaterale relaties in een betere richting te doen bewegen. Het is onze plicht om dienovereenkomstig te handelen. Als een verdrag zo onbeschaamd wordt genegeerd en onze veiligheid zo openlijk wordt bedreigd, moeten we handelen.”

Rusland ontkent schending

Rusland heeft steeds ontkend dat het het INF-verdrag zou overtreden. De beide verdragspartners konden het de afgelopen tijd echter niet eens worden over de nodige stappen om het verdrag overeind te houden. Zo eisten de VS van Rusland de vernietiging van alle raketten die het INF-verdrag zouden overtreden. Van Russische zijde wordt echter ontkend dat de bewuste raketten het bereik hebben dat de Amerikanen er aan toeschrijven.

NAVO steunt VS

De NAVO steunt de beslissing van de VS om het INF verdrag op te zeggen. Zo schreef Jens Stoltenberg op Twitter:

Pompeo en Stoltenberg doelen in hun uitspraken op de ontwikkeling van de 9M729-raket door Rusland. Volgens de VS en de NAVO zou deze raket een bereik hebben dat wordt verboden door het INF-verdrag. In de afgelopen maanden zou het aantal bataljons uitgerust met deze raketten zijn verhoogd van drie naar vier. Hoewel veel informatie over de 9M729 afkomstig is uit militaire bronnen van westerse overheden, is het goed mogelijk dat de 9M729-raket de aangewezen capaciteiten heeft. In ieder geval is duidelijk dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren sinds het afvuren van de Kalibr-M-raketten door de Russische Kaspische Zee-vloot.

Rusland stapt ook uit INF-verdrag

De dag erop kwam het Russische antwoord op het opzeggen van het INF-verdrag door de VS bij monde van president Poetin. Bij een uitgezonden zitting van de Russische president Poetin met de minister van Defensie Sjoigoe en minister van Buitenlandse zaken Lavrov, verklaarde Poetin:

“Onze reactie zal identiek zijn. De Amerikaanse partners hebben aangekondigd hun deelname aan het verdrag op te schorten: Wij zullen ook uit het verdrag stappen.”

De Russische president droeg tevens het ministerie van Defensie op een hypersonische, vanaf de grond afgevuurde raket voor de middellange afstand te ontwikkelen.

Dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren is waarschijnlijk. De eerdergenoemde vanaf de zee afgevuurde Kalibr-M raketten zijn in staat dergelijke afstanden af te leggen. Ook heeft Rusland met de presentatie van de hypersonische Kanzjal-raket aangetoond dat het ook hypersonische wapens kan produceren. Dit overigens waarschijnlijk als eerste land ter wereld.

‘VS al sinds 1999 in overtreding’

Tijdens de zitting stelde minister Lavrov dat de VS al sinds 1999 het INF-verdrag overtreedt door het gebruik van drones, die Rusland ook als een soort raket beschouwt.  Deze kunnen de 500-kilometergrens van het verdrag overschrijden. Verder wees Lavrov op het in Roemenië gestationeerde Aegis-ashore systeem.

Het Aegis-ashore systeem is reeds lang een doorn in het oog voor Moskou. Dit anti-ballistisch-raketsysteem  (ABM-systeem) is oorspronkelijk in Oost-Europa gestationeerd om, volgens de VS, te beschermen tegen een raketaanval uit Iran. Moskou wees er al eerder op dat het plaatsen van een ABM-systeem het MAD-principe ondergraaft en daardoor kan leiden tot een nieuwe wapenwedloop.

“In 2014 begonnen de VS met het inzetten van lanceerplatforms voor ABM-systemen, de Mk41-lanceerplatforms, die kunnen worden gebruikt – zonder het maken van veranderingen (aan het systeem) – om Tomahawk middellangeafstandsraketten af te vuren.”

Nederland en het INF-verdrag

Vanuit Nederland wordt door verschillende politieke partijen met afkeur gereageerd op de Amerikaanse en Russische beslissingen, waarbij de schuld veelal eenzijdig bij Rusland wordt gelegd.

Eind november vorig jaar stuurde minister van Defensie Bijleveld de Tweede Kamer een brief over de Russische 9M729-raket. Volgens de minister beschikte Nederland over bewijs dat de raket inderdaad het INF-verdrag zou schenden. Zo’n twee weken hierna kwam de regering met een nationaal plan voor de NAVO. Hierin werd gemeld dat Nederland wil inzetten op het ontwikkelen van een eigen ABM-systeem door het aanschaffen van nieuwe radarsystemen voor de ‘Zeven Provinciën’-klasse-fregatten en het aanschaffen van SM-3-raketten.

Russische bommenwerpers in Venezuela

Nadat eerder deze maand al duidelijk was geworden dat de VS uit het INF-verdrag zouden stappen, kondigde Rusland aan strategische lange-afstandsbommenwerpers te stationeren in Venezuela. Deze supersonische Tu-160-bommenwerpers, die uitgerust kunnen worden met nucleaire wapens, zijn zo vlak bij de Amerikaanse zuidkust gestationeerd. De stationering van de bommenwerpers in Venezuela werd door de Russische luchtmacht direct in verband gebracht met de dreigende opzegging van het INF-verdrag door de VS.

Posted on

Gevolgen confrontatie over straat van Kertsj

Naar aanleiding van het incident nabij de Straat van Kertsj hebben zowel Oekraïne als Rusland een reeks  maatregelen genomen. Zo heeft Rusland een raketsysteem geplaatst op de Krim. Oekraïne heeft van haar kant Russische mannen van 16 tot 60 jaar de toegang tot haar grondgebied ontzegd. Inmiddels is ook meer informatie naar buitengekomen die een ander licht werpt op het incident in de Zee van Azov.

Volgend op het incident van afgelopen zondag kondigde Oekraïne een staat van beleg af. De duur van de staat beleg werd echter door het parlement beperkt van 60 dagen naar 30 dagen. Bij een duur van de oorspronkelijke 60 dagen zouden namelijk de verkiezingen van eind maart moeten worden verplaatst.Het huidige besluit om voor 30 dagen de staat van beleg in te voeren, betekent echter wel dat in tien regio’s de lokale verkiezingen uitgesteld worden. De staat van beleg is namelijk niet geldig in heel Oekraïne maar is beperkt tot de provincies die grenzen aan Rusland, de Zee van Azov, de Zwarte Zee en aan Transnistrië (een gebied dat zich begin jaren ’90 onafhankelijk verklaarde van Moldavië en waar een contingent Russische troepen is gestationeerd).

Onder de staat van beleg hebben machtsorganen zoals politie en leger meer bevoegdheden en kunnen bijvoorbeeld controleposten worden opgesteld. Verder worden verkiezingen opgeschort en is het mogelijk persorganen te ‘reguleren’ en demonstraties en stakingen te verbieden. Transnistrië en de van Oekraïne afgescheiden Volksrepublieken Donetsk en Loegansk hebben als antwoord op het invoeren van de staat van beleg hun burgers opgeroepen voorzichtig te zijn met bezoeken aan Oekraïne.

Raketsystemen

Als antwoord op o.a. het Oekraïense uitroepen van de staat van beleg heeft Rusland een vierde luchtdoelraketsysteem gestationeerd op de Krim. Het gaat om een S400-systeem. Eerder, in september werd het derde S400-systeem gestationeerd op de Krim. Eveneens verscheen er een video van een BAL kustverdedigingsraketsysteem dat werd gestationeerd op de Krim. Elk BAL-lanceervoertuig is in staat acht Kh-35 raketten af te vuren, ieder uitgerust met 145 kg aan explosieven.

Het stationeren van dergelijke wapensystemen en het ook publiekelijk presenteren van de aanwezigheid van dergelijke systemen benadrukt hun A2AD-functie. Deze boodschap is zowel bedoeld voor Oekraïne als voor eventuele NAVO-landen. Vooral voor Oekraïne betekent de aanwezigheid van de S400-luchtdoelraketten een sterke beperking op haar militaire handelen daar zij, door haar beperkte marine, erg afhankelijk is van haar luchtmacht.

Russische mannen niet welkom

Naast het uitroepen van de Staat van Beleg heeft Oekraïne ook afgekondigd dat zij geen Russische mannen in de gevechtsleeftijd meer toelaat via haar grenzen. Alle Russische mannen in de leeftijd van 16 tot en met 60 jaar worden daarom geweigerd aan de grens.

Dit is een ingrijpende beslissing aangezien er veel families zijn in Oekraïne met familie in Rusland. Ook heeft Oekraïne ondanks alles nog altijd sterke zakenrelaties met Rusland die hierdoor onder druk komen te staan.

De reden die vanuit Oekraïne wordt gegeven voor het inreisverbod is dat zij wil voorkomen dat Rusland paramilitaire cellen op kan zetten op Oekraïens grondgebied.

Verbod op reizen naar de Krim

Daarnaast heeft het land ook de toegang tot de Krim ontzegd aan alle niet-Oekraïners. Er bestaat natuurlijk voor niet-Oekraïners de optie om de Krim via Rusland te bereiken. Maar omdat Oekraïne de Krim als haar grondgebied beschouwt, ziet het land een dergelijke reis als het illegaal oversteken van haar landsgrenzen. Op een reis naar de Krim (overigens ook naar Donbass) via Rusland staat een gevangenisstraf in Oekraïne. Het reisverbod naar de Krim geldt ook buitenlandse journalisten.

Bosporus

President Porosjenko heeft volgend op het incident Turkije opgeroepen om de Bosporus, de doorgang van de Middellandse naar de Zwarte Zee te blokkeren. Het lijkt op dit moment onwaarschijnlijk dat Turkije aan deze oproep gehoor zal geven, aangezien Rusland samen met Turkije in het kader van Turkish Stream bezig is met de aanleg van een nieuwe pijpleiding en het verder ook een S-400-systeem aan Turkije levert.

Blokkade straat van Kertsj

Er zijn op dit moment berichten dat de Straat van Kertsj is afgesloten voor schepen die een Oekraïense haven als eindbestemming hebben. Dit werd ook gesteld door president Porosjenko. Het is duidelijk te zien op sites als Marine Traffic dat aan beide zijden van de Krim-brug grote hoeveelheden schepen liggen. Door vaak lange controles die worden uitgevoerd op schepen door Rusland in de Zee van Azov is het vooralsnog onduidelijk of schepen ook daadwerkelijk vastgehouden worden. In ieder geval is wel duidelijk dat er niet alleen schepen in de wacht staan die als eindbestemming een Oekraïense haven hebben.

Incident straat van Kertsj

Inmiddels is meer informatie naar buitengekomen over het incident dat zich heeft voortgedaan tussen Oekraïense en Russische schepen nabij de straat van Kertsj.

Hoewel het al langer duidelijk was dat één van de Oekraïense patrouillevaartuigen is beschoten door een Russisch schip, zijn inmiddels foto’s vrij gekomen over de schade. Hoogst waarschijnlijk is het Oekraïense schip geraakt door een HE 30mm kanon. Minsten drie leden van de bemanning zouden hierbij verwondingen hebben opgelopen.

Inmiddels zijn twee belangrijke documenten naar buitengekomen. Een betreft een bevel aan de Oekraïense schepen om ongezien naar de Zee van Azov te varen. De andere betreft een opgenomen radiogesprek tussen de Russische en Oekraïense schepen, hieronder besproken. Eveneens zijn een aantal verklaringen afgelegd door Oekraïense matrozen aan de Russische geheime dienst FSB waarin zij stellen dat ze de Russische grens zijn overgestoken. Oekraïne spreekt de verklaringen tegen en stelt dat de ze onder extreme druk tot stand zijn gekomen.

Geluidsopnamen

Een populaire Oekraïense blogger en onderzoeksjournalist, Anatolij Sharij, bracht de opname naar buiten van de schepen vlak voordat de Russische marine het vuur opende op Oekraïense schepen. De Russische Douane roept op de opname de Oekraïense schepen meerdere keren op zich buiten de territoriale wateren van Rusland te begeven en daar te wachten terwijl er op een hoger niveau tussen Oekraïne en Rusland wordt besloten wat er moet gebeuren. De douane meldt daarbij dat hun doorgang niet is aangevraagd bij Kertsj. Dit is belangrijk omdat het hier om een doorgang door een zeestraat, hetgeen vermoedelijk wordt bemoeilijkt door stromingen, tegenverkeer en een relatief nauwe doorgang. De Russen wijzen er ook op dat eerder ook Oekraïense schepen mochten passeren, zij het onder een escorte.

Na enige tijd veranderen de Russen hun houding en verbieden de Oekraïense schepen de territoriale wateren van Rusland te verlaten. De Oekraïense schepen stellen dat de straat van Kertsj Russisch én Oekraïens is. Op een gegeven moment geeft het Oekraïense schip aan te vertrekken terug naar Odessa. De Russen blijven echter eisen dat de schepen stoppen. Het Oekraïense schip wijst erop dat zij geen wapengeweld gebruikt en blijft stellen dat de straat van Kertsj en Zee van Azov Russisch én Oekraïens zijn. De Russische schepen herhalen nu hun eis dat het moet stoppen. Het Oekraïense schip begint nu te herhalen dat het geen geweld gebruikt, wijst op het gedeelde bezit van de straat van Kertsj van Oekraïne en Rusland en dat het terug gaat naar de Zwarte Zee en begint dit ook alle andere schepen in de buurt dit te melden. Overigens tot de frustratie van andere schepen in de buurt.

Tijdens het Kertsj-incident bleek zich overigens ook een voor de Russische marine gênant incident te hebben voorgedaan. Zo is zeer waarschijnlijk het Russische douaneschip Don tegen haar zusterschip aangevaren nadat de Don de Oekraïense sleepboot ramde. Dit wordt duidelijk doordat in de film het andere Russische douaneschip, niet zichtbaar, zich aan bakboordzijde bevindt van de Don. Ook zijn foto’s te vinden van na het incident met daarop een duidelijk zichtbare beschadiging op de het zusterschip van de Don, ongeveer op de hoogte van de boeg van de Don.

Eveneens geeft een geluidsopname van de generale staf van het Oekraïense leger inzicht in hetgeen er is gebeurd. Er moet wel rekening mee worden gehouden dat hier bepaalde aspecten uit zijn gesneden die onvoordelig zijn voor Oekraïne.

Incident Straat van Kerst en Zeerecht

Direct na het incident hebben beide partijen elkaar beschuldigd van het over treden van het VN-zeerechtsverdrag. Zo stelt artikel 17 van het verdrag dat onschuldig verkeer door de straat niet opgeschort mag worden. Ook hebben onder het verdrag van de Zee van Azov zowel Oekraïne als Rusland vrije doorgang naar de Zee van Azov via de straat van Kertsj.

De Oekraïense schepen hadden echter hun kanonnen niet afgedekt, en het feit dat één foto zeer waarschijnlijk is gemaakt door het vizier van het boordkanon, doet vermoeden dat haar vuurgeleidingscomputer aanstond. Dit alles heeft weinig weg van de onschuldige passage als genoemd in het VN-zeerechtsverdrag.

Genoemd moet worden dat eerder in september een aantal Oekraïense schepen uit de Zee van Azov is vertrokken via de Straat van Kertsj. Destijds werd dit in de Oekraïense media met veel poeha gepresenteerd als het door die Oekraïense schepen doorbreken van een Russische marine-blokkade. De schepen werden destijds echter geëscorteerd door een Russisch douaneschip terwijl ze door de straat van Kertsj voeren.

Achtergrond

De spanningen tussen Rusland en Oekraïne in de Zee van Azov spelen al sinds maart toen een Russische vissersboot (Nord) werd vastgezet door Oekraïne omdat het een haven in de Krim had aangedaan. Rusland reageerde daarop door tijd- (en daarmee geld) rovende inspecties in te stellen voor vrachtschepen met Oekraïense havens als bestemming. Kortgeleden werd bekend dat inmiddels al 15 schepen zijn vastgehouden door de Oekraïense douane voor bezoeken aan de Krim. In ieder geval liggen sommige van die schepen tot op de dag van vandaag nog in Oekraïne. Afgelopen zondag escaleerde de situatie in de regio doordat Rusland drie Oekraïense schepen vastzette voor het illegaal oversteken van de Russische grens.

Posted on

Confrontatie in Zee van Azov heeft voorgeschiedenis

Opnieuw heeft zich een serieus incident voorgedaan vlakbij de Zee van Azov. Ditmaal heeft Rusland beslag gelegd op een aantal schepen van Oekraïne. De reden hiervoor zou zijn dat de schepen, die zich binnen de territoriale wateren van Rusland bevonden op het moment van het incident, weigerden bevelen van de Russische douane op te volgen. Bij het incident zou door Russische schepen geschoten zijn op de Oekraïense.

Op zondag gaf de Russische marine een aantal foto’s vrij van manoeuvres uitgevoerd door Russische en Oekraïense marineschepen. Op de foto is duidelijk te zien dat één van de Oekraïense schepen op ramkoers lag naar een (bijna) stilliggend Russisch douaneschip. Pas op het laatste moment brak het Oekraïense schip haar koers af.

Rammen

Ook de Oekraïense marine publiceerde een foto van het rammen van een Oekraïense sleepboot door een Russisch schip van de kustwacht. Gemeld moet worden dat de foto waarschijnlijk is genomen vanaf het beeldscherm van een wapensysteem. Kort daarop publiceerde de Russische marine een video gemaakt vanaf de brug van het Russische douaneschip. Op de video is duidelijk te zien dat het Russische schip opzettelijk de Oekraïense sleepboot ramt. Direct na het incident werden twee SU25-grondaanvalsvliegtuigen en een KA52-gevechtshelikoper ingezet in het gebied rond de brug over de Straat van Kertsj.

Tijdens de confrontatie tussen de Russische en Oekraïense schepen zouden de Russische schepen hebben gevuurd op de Oekraïense. Hierbij zouden 3 tot 6 mensen gewond zijn geraakt. De drie Oekraïense marineschepen, inclusief de sleepboot werden vervolgens in beslag genomen door de Russische marine. De schepen liggen op het moment van schrijven in de haven van Kertsj en hun bemanning is gearresteerd.

Verklaring Rusland

De Russische FSB op de Krim verklaarde dat de Oekraïense schepen illegaal de grens over waren gestoken. De schepen zouden volgens de FSB gevaarlijke manoeuvres hebben uitgevoerd, ook zouden ze niet zijn opgenomen in een rooster voor doorgang van de straat. Doorvaart verloopt volgens persbureau TASS via een schema.

In een recente verklaring van de Russische minister van buitenlandse zaken, Sergej Lavrov, (overigens gemaakt de dag vóór het incident), stelde hij:

“Laat me jullie eraan herinneren dat de straat van Kertsj (waar het incident plaats zou vinden), geen straat is die wordt gereguleerd door de internationale wet. Het is een straat die Russisch is, en niet toevallig waren we daar genoodzaakt onze grenscontrole en militaire krachten te versterken in de regio, nadat Oekraïense overheidsfunctionarissen eenzijdig beloofden de brug op te blazen.”

Afsluiten Straat van Kertsj voor scheepvaart

Na het incident sloot Rusland de doorgang naar de Zee van Azov af. Rusland deed dit door een vrachtschip onder de brug te plaatsen waardoor doorvaart onmogelijk werd. Veel vrachtschepen (de meesten met Russische havens als eindbestemming) waren daardoor gedwongen te wachten tot hen doorvaart werd verleend. Inmiddels is de doorgang naar de Zee van Azov weer vrijgegeven. Op maandagmorgen om 10.00 uur was de doorvaart naar de Zee van Azov onder de Kertsj-brug door weer geopend.

Staat van beleg

Als antwoord op de beslaglegging op de Oekraïense schepen hebben de Oekraïense veiligheidsraad en de president en vanochtend aan het parlement voorgesteld een staat van beleg af te kondigen over geheel Oekraïne. De staat van beleg geldt vooralsnog voor een duur van 60 dagen.

Onder de staat van beleg zijn demonstraties en stakingen verboden. Ook worden verkiezingen uitgesteld onder de staat van beleg. Daarmee zou de staat van beleg zo’n twee maanden voor de presidentiële verkiezingen van 31 maart 2019 ten einde komen. Ook kunnen onder de staat van beleg media worden gesloten indien ze een grondwettelijke bedreiging vormen voor Oekraïne.

Verder meldde de generale staf van Oekraïne op Facebook dat de Nationale Veiligheidsraad het bevel had gegeven alle Oekraïense troepen in de hoogste staat van paraatheid te brengen.

Internationale reacties

Ook de VS, Canada en de NAVO veroordeelden het Russische handelen. De VN Veiligheidsraad komt vandaag bijeen over het incident. Een NAVO-woordvoerder verklaarde:

“De NAVO steunt Oekraïnes soevereiniteit en territoriale integriteit volledig, inclusief haar vrijheid van navigatie in haar territoriale wateren. We roepen Rusland op om ongehinderd toegang te geven tot Oekraïense havens in de Zee van Azov in overeenstemming met het internationale recht.”

Voorzitter van de Europese Commissie Donald Tusk liet zich in vergelijkbare termen uit:

“Ik veroordeel het Russische gebruik van geweld in de Zee van Azov. Russische autoriteiten moeten de Oekraïense matrozen en schepen teruggeven en zich onthouden van verdere provocaties. Ik heb de situaties besproken met president Porosjenko en zal zijn vertegenwoordiger later vandaag ontmoeten. Europa is verenigd in haar steun voor Oekraïne.”

Voorgeschiedenis

De situatie in de Zee van Azov is al lange tijd gespannen. In maart legde Oekraïne beslag op een Russisch schip omdat het de Krim had aangedaan. Rusland begon als antwoord met het uitgebreid inspecteren van vrachtschepen in de Zee van Azov. Recentelijk maakte de Oekraïense douane bekend dat inmiddels 15 schepen zijn vastgezet in Oekraïense havens voor het bezoeken van de Krim.

Posted on

Oekraïne zet 15 schepen vast vanwege bezoeken Krim

In de Oekraïense havens van Marioepol en Berdjansk bevinden zich 15 schepen die zijn vastgezet vanwege het bezoeken van havens in de door Rusland gecontroleerde Krim. In de Russische senaat gaan stemmen op om harde tegenmaatregelen te nemen.

Het persbureau ‘Oekraïense Nationale Nieuws’ (УНН) meldt dit op basis van berichten van de Oekraïense Douane: “In totaal worden er 15 schepen vastgehouden in de havens van Berdjansk en Marioepol. Een deel van hen is gearresteerd, van een ander deel loopt de rechtszaak nog.” Volgens de Oekraïense Douane hebben ongeveer 940 schepen ‘bezette havens’ in de Krim bezocht.

Vanuit het Russische parlement is inmiddels al fel gereageerd. Frants Klintsevitsj, Lid van Defensiecommissie van de Federatieraad (senaat) schreef op facebook:

“Wij worden in een positie gedrukt om harde maatregelen te nemen. Ja, wij zijn letterlijk binnen minuten in staat om de Zee van Azov af te sluiten voor ieder willekeurig Oekraïens schip. En ik sluit niet uit dat iets dergelijks kan gebeuren.”

De situatie in de Zee van Azov is al langer gespannen. Sinds het aanhouden van een Russische vissersboot door Oekraïne voor het bezoeken van een haven op de Krim, worden over en weer maatregelen genomen.

Lees ook:

Posted on

Tegenslagen treffen Russische marine

Het recente zinken van een droogdok waarin het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov was gestationeerd, is slechts een van de vele problemen waar de Russische marine mee te kampen heeft. Ook de constructie van nieuwe schepen verloopt stroef. Het valt nog maar te bezien of deze problemen binnen afzienbare tijd kunnen worden opgelost.

De Russische marine heeft te maken met een aantal grote problemen. Sommige daarvan vormen de erfenis van de economisch slechte jaren ’90. De enorme investeringen die nodig zijn om een vloot op te bouwen en te onderhouden zijn in deze moeilijke periode uitgesteld. Als gevolg daarvan is de Russische vloot grotendeels verouderd; schepen dienen te worden vervangen of gemoderniseerd. Daar komt nog bij dat een deel van de technologische kennis en het industriële potentieel verwaterd zijn. Hierdoor komt het herstel van de Russische marine maar moeizaam op gang. In de afgelopen maanden werd de Russische marine opnieuw getroffen door een reeks tegenslagen. De problemen met betrekking tot de bouw van Russische marineschepen bespreek ik in dit artikel.

Zinkend droogdok

Op 29 oktober 2018 trok het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov de aandacht van de wereldpers toen het droogdok waarin zij zich bevond zonk. De Koeznetsov was in dit droogdok geplaatst voor moderniseringswerkzaamheden. Het droogdok was op het moment van zinken afhankelijk van elektriciteit die vanaf de wal werd geleverd. Toen die om onduidelijke redenen uitviel, lieten ook de pompen die de ballast van het droogdok regelden het afweten. Dieselgeneratoren op het dok bleken niet voorzien van brandstof, waardoor er geen noodstroomvoorziening aanwezig was.[1]

Aanvankelijk werd gemeld dat de moderniseringswerkzaamheden geen vertraging zouden oplopen, maar het is maar de vraag of dat zo is. De val van een kraan van het droogdok op het dek van de Koeznetsov heeft een gat van enkele vierkante meters achtergelaten. Plaatsvervangend premier Borisov meldde dat het incident geen gevolgen zou hebben voor de reparatiewerkzaamheden aan de Koeznetsov en hoopt dat het schip in 2021 weer in dienst kan worden genomen.[2] Maar de verwachtingen zijn dat, als het droogdok al te redden valt, dit al snel een half jaar kan duren. Dat betekent dat ook de reparatie en modernisatie van andere schepen vertraging zullen oplopen.

De Koeznetsov wordt overigens al langer geplaagd door problemen. Een van haar bemanningsleden kwam om toen er brand uitbrak in de machinekamer. Ook verloor het schip drie van haar straaljagers tijdens de uitzending naar Syrië.

Vertraging

In augustus 2018 werd bekend dat de modernisatie van de slagkruiser Admiraal Nachimov langer zou duren dan verwacht, namelijk tot 2022. Maar dit kan nog verder oplopen door financieringsproblemen. De Nachimov ligt al sinds 1999 in een droogdok. Nadat in 2014 de opdracht werd gegeven om haar te moderniseren, zou zij oorspronkelijk in 2018 weer in dienst worden genomen. Inmiddels is dit dus al 2022 geworden. Dit betekent dat ook de modernisatie van het zusterschip van de Nachimov, de Pjotr Velikij, wordt uitgesteld.[3] Herstel- en moderniseringswerkzaamheden op de Slava-klasse kruisers, waarvan de laatste in 2016 opnieuw in dienst trad, bleken succesvoller te zijn.

Opstartproblemen door Oekraïne

De bouw van zes Grigorovitsj-klasse fregatten (Project 11356, tonnage: 4000 ton) had al eerder veel vertraging opgelopen doordat de motoren voor de schepen niet geleverd werden. De turbinemotoren zouden van een Oekraïens bedrijf afkomstig zijn, maar door de gebeurtenissen in Oost-Oekraïne en op de Krim zag Oekraïne hiervan af. Hierdoor konden drie van de zes fregatten niet worden afgebouwd. Er was een tijd sprake van om de drie overige Grigorovitsj-fregatten, ironisch genoeg wél voorzien van Oekraïense motoren, te verkopen aan India, maar door de ontwikkeling van Russische turbinemotoren worden de fregatten momenteel toch afgebouwd voor de Russische vloot zelf. De verwachting is dat de overige schepen van de Project 11356-reeks voor 2021 in dienst zullen worden genomen.[4]

Ondanks de ‘opstartproblemen’ met de Oekraïense motoren is Project 11356 uiteindelijk toch een succesverhaal voor de moderne Russische scheepsbouw. De fregatten namen deel aan de operatie in Syrië en raakten beroemd door de salvo’s Kalibr-M-raketten die ze afvuurden op doelwitten aldaar. De schepen zijn eveneens ingezet in A2AD-operaties tegen NAVO-schepen toen er een raketaanval dreigde aan de vooravond van het Idlib-offensief, en al eerder in april, toen Amerikaanse en Franse schepen een vergeldingsaanval uitvoerden voor de vermeende chemische aanvallen in Syrië. Het gevolg is dat India geïnteresseerd is geraakt in het schip en er in totaal vier wil aanschaffen.[5]

Het ontbreken van turbinemotoren teisterde eveneens de constructie van een andere type fregat, de Gorshkov-klasse (Project 22350, tonnage: 5400 ton). Mede door het ontbreken van de motor heeft de bouw van het Gorshkov-klasse fregat geduurd van 2006 tot 2018. Pas enkele maanden geleden is het eerste schip van de Project 22350-serie in dienst genomen: de Admiraal Gorshkov. De verwachting is dat het volgende schip van de Gorshkov-klasse in 2020 gereed is voor dienst.

Succesvolle korvetten

Een onderdeel van de Russische scheepsbouw dat relatief voorspoedig loopt, is de bouw van de kleinere korvetten. Die bleken erg effectief in de oorlog in Syrië, toen een aantal Boejan-M-korvetten Kalibr-M kruisraketten afvuurden op doelwitten in Syrië vanuit de Kaspische Zee. Het was een unicum dat schepen met een dergelijke kleine waterverplaatsing voor zulke grondaanvallen werden gebruikt. Daarom heeft Rusland een reeks van deze korvetten gebouwd, allen capabel om kruisraketten af te vuren. Het gaat hier om de bovengenoemde Boejan-M-klasse, de Steregoesjsjiy-klasse (een multipurpose-fregat met anti-onderzeeër-capaciteit) en de Karakoert-klasse. Daarnaast is de ontwikkeling en bouw van het Bykov anti-piraterij-korvet relatief succesvol tot stand gekomen.

Toch blijkt ook de afbouw van Karakoert-klasse korvetten problemen te ondervinden, wederom met betrekking tot de levering van motoren. De problemen liggen ditmaal niet bij Oekraïne, maar bij de binnenlandse productie van de dieselmotoren. Het gebruik van Chinese motoren bleek niet mogelijk te zijn, omdat dat een aanpassing van de al bestaande schepen zou betekenen. De scheepswerf heeft hierdoor de levering van twee korvetten al met een jaar moeten uitstellen.[6]

De weg naar herstel

Al met al kampt de Russische marine met grote problemen. Moderniseringswerkzaamheden lopen vertraging op, net als de bouw van nieuwe schepen. Desondanks lijkt een aantal problemen te worden verholpen, meer specifiek die veroorzaakt door het gebrek aan turbinemotoren. Het valt nog te bezien hoe goed de Russische marine in staat zal zijn de bouw van grote schepen in goede banen te leiden. De bouw van de Lider-klasse torpedobootjagers, het Sjtoerm-vliegdekschip en de helikopterschepen zullen een nieuwe uitdaging vormen voor de Russische scheepsbouwsector. Maar ondanks de problemen kent de Russische scheepsbouw ook een aantal successen, namelijk de Grigorovitsj-klasse fregatten en de vele verschillende korvetten die zijn ontwikkeld. Het zal echter nog wel een tijdje duren voor de Russische marine zich volledig heeft hersteld.


[1] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[2] http://tass.com/defense/1028625

[3] https://russiandefpolicy.blog/2018/10/30/admiral-nakhimov-slipping/

[4] https://sputniknews.com/russia/201707011055145630-russian-navy-frigates/

[5] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[6] http://www.navyrecognition.com/index.php/news/defence-news/2018/october-2018-navy-naval-defense-news/6556-russian-navy-rejects-switch-to-chinese-engine-for-project-22800-corvettes.html

Posted on

Europese landen veroordelen situatie Zee van Azov en verkiezingen in Donbass

Het Europees Parlement heeft een resolutie aangenomen waarin het de EU oproept om Rusland strengere sancties op te leggen indien de situatie in de Zee van Azov verslechtert. Daar bovenop hebben een aantal Europese landen Rusland opgeroepen om de verkiezingen van 11 november in Donbass tegen te houden.

In de resolutie van het Europees Parlement wordt het handelen van Rusland in de Zee van Azov veroordeeld. Het Europees Parlement stelt dat de inspecties die Rusland in de Zee van Azov uitvoert in strijd zijn met VN-Zeerechtverdrag.

“Hoewel de situatie in de Zee van Azov werd aangekaart in het bilateraal verdrag van 2003 tussen Oekraïne en Rusland, die deze gebieden als interne wateren van de twee staten oormerkt en beide partijen de mogelijkheid geeft om verdachte schepen te inspecteren, garanderen de overeenkomst van 2003 en het VN-Zeerechtverdrag vrijheid van navigatie.”

Het EP wijst er verder op dat de brug in Kertsj tussen de Krim en (de rest van) Rusland illegaal gebouwd zou zijn en dat door de brug 20% van de schepen niet meer door zou kunnen varen. Eveneens stelt het dat de brug ecologische schade teweegbrengt. De resolutie waarschuwt verder voor het risico dat Rusland gasvelden in de Zee van Azov in kan nemen. De resolutie veroordeelt verder ook het ongerelateerde bloedbad op een school in Kertsj.

Situatie in Zee van Azov

In maart van dit jaar heeft Oekraïne een vissersboot, de Nord, vastgezet. De vissersboot had haar thuishaven in de door Rusland gecontroleerde Krim. Ondanks dat Oekraïne geen controle meer uitoefent over de Krim, beschouwt Kiev het schiereiland nog altijd als haar eigen grondgebied en wil zodoende nog altijd bepalen wie er wel en wie niet mag komen. Het reizen naar de Krim (net als naar Donbass overigens) via Russisch territorium geldt volgens de Oekraïense wet als ‘illegaal de Oekraïense grens oversteken’. Dit heeft al tot veel bijzondere situaties geleid, waaronder dat een Russische zangeres die in de Krim heeft opgetreden de toegang tot Oekraïne werd geweigerd om daar deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival in Oekraïne in 2017. Een dergelijk verbod om de Krim of de Donbass via Russisch territorium binnen te reizen is daarmee ook een verkapte sanctie tegen deze gebieden.

Hoewel de Krim de facto Russisch is en ook uit een referendum en meerdere onafhankelijke peilingen is gebleken dit feit ook door de bevolking wordt ondersteund, geldt de Krim voor verreweg de meeste landen nog altijd als onderdeel van Oekraïne. De situatie die door het vastzetten van de Nord is ontstaan, namelijk het aantasten van economische belangen op grondgebied dat Rusland als haar eigen beschouwt, kan dus niet via internationale organen worden aangekaart omdat zij de Krim als Oekraïens beschouwen. Bijgevolg werd er geantwoord door een groot deel van de schepen die naar Oekraïense havens varen te inspecteren. De inspecties leverden de desbetreffende rederijen tijdverlies en daarmee kosten op. De inspecties gelden als legaal, aangezien Oekraïne en Rusland een verdrag hebben gesloten dat zij de Zee van Azov als een gedeelde binnenlandse zee zien. Het gevolg is dus dat de Russische inspecties een de facto sanctie is voor het vasthouden van de Nord door Oekraïne.

http://www.novini.nl/met-marinebasis-en-navo-oefening-wil-oekraine-rusland-onder-druk-zetten-in-zee-van-azov/

De situatie leidt tot spanningen in de Zee van Azov tussen Oekraïne en Rusland. Beide landen hebben al meerdere marineschepen naar de zee verplaatst. Aangezien Oekraïne zelf geen marine van betekenis heeft, heeft de steun van het EP en ook een aantal oefeningen die NAVO-landen met de bescheiden Oekraïense marine hebben gedraaid een aanzienlijke betekenis. Daarnaast wordt er door de VS momenteel overwogen om Oekraïne Oliver Hazard Perry-klasse fregatten te leveren. Hier moet echter nog over besloten worden.

http://www.novini.nl/nederlands-fregat-houdt-oefening-met-oekraiense-marine/

Verkiezingen Donbass

Na de aanslag op het hoofd van de Volksrepubliek Donetsk (DNR), Zachartsjenko, werden snel daarna verkiezingen georganiseerd voor een opvolger voor Zachartsjenko. Deze verkiezingen staan momenteel gepland voor 11 november. Tegelijk met de verkiezingen in de DNR worden ook de in Volksrepubliek Loegansk (LNR) soortgelijke verkiezingen gehouden.

In de aanloop naar een zitting van de VN-veiligheidsraad heeft een aantal Europese landen, waaronder ook Nederland, de verkiezingen in een verklaring veroordeeld. In de verklaring van de landen wordt Rusland opgeroepen haar invloed aan te wenden op de DNR en LNR om deze verkiezingen tegen te houden.

“Als deze illegitieme ‘verkiezingen’ doorgang vinden, dan is het een overtreding van het Minsk-akkoord en de wet van Oekraïne. Alle soortgelijke illegale verkiezingen zijn niet-compatibel met de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne.”

De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN, Karel van Oosterom, verklaarde namens Nederland:

“Mijn eerste aandachtspunt betreft het aankondigen van lokale verkiezingen in gebieden die niet door de overheid worden gecontroleerd in het oosten van Oekraïne. We veroordelen deze illegitieme zogenaamde verkiezingen. Als ze worden gehouden, zullen deze nep-verkiezingen afspraken overtreden die onder het Minsk-akkoord zijn gemaakt en de Oekraïense wet overtreden. In overeenkomst met de Minsk-akkoorden, kunnen lokale verkiezingen in bepaalde delen van de regio’s Donetsk en Loegansk alleen plaats vinden in overeenstemming met de Oekraïense wet.”

Minsk-akkoord

Het vervangend hoofd van de DNR, Dennis Poesjilin, heeft inmiddels gereageerd op de stellingname van de landen. Hij wijst erop dat er in het Minsk-akkoord enkel over wordt gesproken dat beide partijen (Oekraïne en de DNR+LNR), zijn overeengekomen lokale verkiezingen te houden in de Donbass. Over een verbod wordt niet gerept in de akkoorden.

Rusland had voorgesteld om de vertegenwoordigers van de DNR en LNR aanwezig te laten zijn bij het debat over de verkiezingen. Het Russische voorstel werd echter van de hand gewezen. Dit overigens tot ergernis van zowel Rusland als de DNR:

Financiële en militaire steun

Rusland werd verder opgeroepen haar steun voor de DNR en LNR stop te zetten. De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN Karel van Oosterom verklaarde: “Rusland moet haar rol vervullen door haar financiële en militaire steun aan de separatisten te stoppen en haar militaire krachten en militair materieel terug te trekken uit het territorium van Oekraïne.”

Een dergelijke oproep is opmerkelijk; het noemen van de plaatsing van Russisch militair materieel suggereert dat Rusland het territorium veroverd zou hebben. Volgens het Verdrag van Den Haag  is de oorlogvoerende partij die een gebied bezet heeft echter verantwoordelijk voor de zorg voor de bevolking. Gezien de economische blokkade die Oekraïne het gebied heeft opgelegd zou een dergelijke oproep om de financiering van de DNR en LNR een humanitaire ramp betekenen. Een dergelijke oproep zou verder een oproep zijn het bovengenoemde verdrag te overtreden, wanneer men Rusland als oorlogvoerende partij beschouwt.

http://www.novini.nl/de-omvang-van-de-russische-aanwezigheid-in-donbass/

Posted on

Asielzoekers verdwenen – Salvini ziet zijn gelijk bevestigd

Het schip van de Italiaanse kustwacht ‘U. Diciotti’ (CP 941) liep op 20 augustus jongstleden met 177 uit de Middellandse Zee voor de kust van Libië opgepikte immigranten de haven van Catania op Sicilië binnen. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en Lega-leider Matteo Salvini  weigerde aanvankelijk om, naast minderjarigen en medische noodgevallen ook de overige passagiers van boord te laten.

Pas na tien dagen stemde hij in met het aanbod van de Rooms-Kahtolieke Kerk in Italië en van Albanië en Ierland om de immigranten op te nemen. Na slechts enkele dagen waren de meeste van de 100 in Italië ondergebrachte overwegend Eritrese asielzoekers echter al weer uit de opvang verdwenen.

De Italiaanse bisschoppenconferentie noemde het onderduiken van de immigranten “onverstandig”. De voorzitter van de bisschoppenconferentie, kardinaal Gualtiero Bassetti verklaarde dat hij de keuze van de immigranten om verder te trekken weliswaar respecteert, ook al beschouwt hij die als “grotendeels absurd”.

De katholieke kerk in Italië had zich er bij de regering voor ingezet, om de mensen aan boord van de U. Diciotti aan land te laten en zelf 100 van 177 personen in kerkelijke instellingen opgevangen. De kerk zag het echter alleen als haar taak om opvang te bieden en kon niet bewaken waar de immigranten bleven, aldus de kardinaal. Bassetti zei tegenover Italiaanse media te vrezen dat ze in het criminele circuit terecht zijn gekomen, “Ze zijn niet gekomen om in Italië te blijven”.

Saillant detail: Een dag voor het verdwijnen van de groep immigranten had kardinaal Konrad Krajewski als pauselijke vertegenwoordiger voor liefdadigheid het kerkelijke opvangcentrum in Rocco di Papa nog bezocht. In Rocco di Papa bevinden zich nog enkelen uit de groep van 100. Het is te verwachten dat ook zij binnenkort verdwenen zijn.

Wat er van de immigranten geworden is die door Albanië zijn opgenomen is eveneens onduidelijk. Het laat zich denken dat zij zich ook reeds via de Balkanroute naar elders begeven hebben.

De Italiaanse regering ziet in het verdwijnen van de zogenaamde hulpbehoevenden een duidelijk bewijs dat deze helemaal niet hulpbehoevend waren en voelt zich zodoende bevestigd in haar beleid van gesloten havens. Volgens minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini is het verdwijnen van de asielzoekers van de U. Diciotti het bewijs dat “diegenen die in Italië aankomen geen skeletten zijn die voor oorlog en honger vluchten”. De asielzoekers in kwestie hadden “zo zeer behoefte aan bescherming, bed, bad en brood, dat ze zodra ze dat kregen ervoor kozen te verdwijnen”, schimpte Salvini op Twitter.

Posted on

Idlib – De tranen van oorlogsmisdadigers

Stilaan maar zeker nadert het uur 0 voor wat uiteindelijk moeilijk anders dan de bevrijding van de Syrische provincie Idlib genoemd kan worden. Het Syrische leger heeft zich massaal samengetrokken in een cordon rond dit vooral door al Qaida gecontroleerde gebied. Het is de laatste bewoonde kern in het land die door deze jihadisten bezet wordt en de opkuis ervan is gewoon een kwestie van tijd.

In fasen

Hoe hard die gevechten zullen zijn en hoe lang ze zullen duren is koffiedik kijken. Maar vermoedelijk zal dit tegen Nieuwjaar voorbij zijn en kan het land dan eindelijk herademen. Maar al Qaida en bondgenoten zitten ditmaal met de rug tegen de muur en dus wordt het of overgave of de dood. In zoverre velen al niet gevlucht zijn, ondergedoken onder de massa’s vluchtelingen.

Hoeveel jihadisten er zich daar nog bevinden is onduidelijk, maar het zijn er heel vermoedelijk meer dan 50.000, waaronder veel buitenlanders zoals de Chinese Oeigoeren van de Turkestan Islamic Party. Ooit met hulp van de VS en Turkije – ze waren aan het begin van deze waanzinnige oorlog zelfs bondgenoten – vanuit China naar Syrië en Irak gelokt.

De erg complexe toestand rond Idlib. De groene bolletjes zijn Turkse militaire observatieposten rond deze provincie, de blauwe Russische en de rode bollen zijn die van het Syrische leger en aanverwante milities. Deze posten zijn er gekomen als een gevolg van een akkoord tussen Rusland, Turkije en Iran. Bovenaan zijn er twee driehoeken die grensposten met Turkije voorstellen. De groene is open en de rode is gesloten. De kaart komt van de Turkse overheidsinstelling het Omran Center for Strategic Studies.

Hoe groot de invloed van al Qaida hier is is merkbaar aan het feit dat volgens Joshua Landis, een Amerikaanse specialist in deze materie, bijna 90% van alle goederen die vanuit Turkije het gebied binnenkomen passeren via de grensovergang van Bab al Hawa.

Deze douanepost is in handen van Al Qaida en daar heft deze groep (hier officieel Hayat Tahrir al Sham) belastingen op. Volgens sommige analyses gebeurt dat niet in geld maar in de vorm van goederen die men in beslag neemt. Met een taks die zelfs kan oplopen tot 50%. Wie de mensen in deze provincie dus hulp geeft financiert zo al Qaida.

Vermoedelijk zal de strijd dit weekend definitief losbarsten. De reden is dat de Syrische geallieerden, Iran, Rusland en, raar maar waar, ook Turkije op 7 september nog maar eens vergaderen. En daar zal praktisch zeker het licht definitief op groen gezet worden voor de laatste veldslag van het Syrische leger tegen die salafistische terreurgroepen die Syrië met steun ook van Nederland en België zolang teisterden.

Vermoedelijk zal deze slag in fasen verlopen en zal men vooral het zuiden en westen van Idlib aanvallen. Met als voornaamste eerste doelwit Jisr al Shughur, de normaal qua inwoners derde stad van die provincie. In een latere fase zou men dan de provinciehoofdstad Idlib innemen. Afhangend van het verzet dat al Qaida & co hier dan nog gaan bieden. Men hoopt nog steeds op een overgave.

Mislukte onderhandelingen

Probleem was dat Turkije, Rusland en Iran wekenlang gesprekken voerden met al die jihadistische groepen, zelfs met Al Qaida. Het idee was om de al bestaande kloof tussen groepen als de alliantie (Het Nationaal Bevrijdingsleger) van Nour al Din al Zinki, Suqur al Sham en Ahrar al Sham en de alliantie rond al Qaida verder uit elkaar te drijven. Ook hoopten sommigen op de ontbinding van al Qaida in Syrië. Een waanzinnig idee dat geen enkele kans maakte.

De groep rond Ahrar al Sham krijgt veel steun van Turkije maar bleek uiteindelijk niet bereid tot een compromis met de Syrische regering. Alhoewel zij al jaren tegen al Qaida een bloedige strijd voeren, besloten ze hun lot met elkaar te verbinden en dus samen te sterven.

Uiteraard tot ongenoegen van Turkije dat snel af wil van deze oorlog. Die willen opnieuw handel voeren in plaats van oorlog. Opvallend daarbij is dat Turkije eind augustus Hayat Tahrir al Sham voor het eerst officieel bestempelde als een terreurgroep. Voordien telde dit alleen voor de vroegere benamingen van de lokale afdeling van al Qaida zoals Jabhat Fatah al Nusra.

De controle van al Qaida, nu Hayat Tahrir al Sham geheten, over de provincie Idlib is heel sterk. Merk op hoe het financieel cruciale grensgebied met Turkije in handen is van deze terreurgroep en hoe ze ook alle enigszins interessante steden bezetten. Deze machtsgreep kon uiteraard alleen met steun van Turkije en de westerse alliantie tot stand komen. Bovendien betekent dit dat alle andere terreurgroepen zoals Ahrar al Sham voor hun bevoorrading afhankelijk zijn van al Qaida en dat alle organisaties die er humanitaire hulp geven zo ook al Qaida steunen. Wel is het gebied in het oosten rond de stad Abu Duhur sinds begin dit jaar in handen van het leger. Het is trouwens een van de speerpunten voor de aanval op Idlib.

Om zoveel mogelijk burgers aan het komende geweld te laten ontsnappen maakten Syrië en Rusland daarvoor in het zuidoosten van de provincie een vluchtroute. Die werd echter recent onder druk van die jihadistische groepen gesloten. Vooral al Qaida arresteert continu mensen die men er van verdenkt een akkoord te willen sluiten met de regering in Damascus.

En natuurlijk hoopte ook de regering in Damascus op een zo vreedzaam mogelijke verovering van de provincie. Dat scheelt in de kosten voor de latere wederopbouw en het leger en zorgt voor minder vluchtelingen die men dan moet herhuisvesten.

Ook voor Turkije zou dit een goede zaak geweest zijn. Daar heeft men immers grote schrik voor de mogelijk honderdduizenden vluchtelingen die in Turkije een veilig heenkomen zouden willen zoeken. Het Turkse leger heeft aan haar grens om dit te verhinderen trouwens ook zwaar legermaterieel samengetrokken.

Een verschil met vroeger, toen Turkije wel veel interesse had voor vluchtelingen die ze dan in kampen onderbracht van waar men uit die hongerige wanhopige massa nieuwe huurlingen voor die jihadistische oorlog kon rekruteren. Maar dat is geschiedenis.

Turkije voelt zich tegenwoordig terecht in gevaar omwille van de VS en ook de EU die voluit achter de PKK/YPG gingen staan en zo de eenheid van Turkije bedreigden. En dus kon president Recep Erdogan moeilijk anders dan de kant van zijn vroegere tegenstanders kiezen, Assad en Poetin. Simpele logica, maar men moet het natuurlijk willen zien. Wel is deze ontwikkeling voor Erdogan een enorme opdoffer en een zeer zware nederlaag.

Al Qaida redden

Ondertussen klinkt overal in westerse regeringskringen, de media en het wereldje van corrupte ngo’s genre Amnesty International de noodkreet want ze beweren te vrezen voor het lot van die mensen in Idlib. VN-bemiddelaar Staffan De Mistura, Federica Mogherini, verantwoordelijk voor het buitenlands beleid van de EU, het Rode Kruis, president Donald Trump en Antonio Guterres,secretaris-generaal van de VN luiden allemaal de noodklok.

Je moet maar durven, eerst stuurt men vanuit het Westen vele tienduizenden jihadisten naar Syrië en Irak en bezorgt hen massa’s wapens, materieel en politieke steun in de vorm van de meest walgelijke propaganda. En nu dat hun luguber oorlogsspel op zijn einde loopt roepen zij de Syrische regering op tot terughoudendheid. Voor hen mag het Syrische leger niet aanvallen. Het toont nog maar eens aan hoe het Westen al Qaida nog steeds steunt.

Turkije, Rusland, Iran en Syrië hebben er de voorbije maanden alles aan gedaan om hier een zwaar bloedbad te vermijden. Tevergeefs. En wat deden Guterres, Mogherini en de anderen in diezelfde periode? Niets, behoudens zoals voorheen al Qaida alle steun verlenen om die oorlog toch maar te laten voortduren.

Clownesk hierbij was zeker het voorstel van De Mistura om eigenhandig burgers uit dat gebied weg te halen. Wat een onbenul moet je zijn om dit in het publiek voor te stellen? Uiteraard zal die veldslag om Idlib uiterst bloedig zijn en massa’s onschuldigen treffen. Maar de ware schuldigen hiervoor zitten in Israël, Washington, Riaad, Doha, Ankara en bij de EU in Brussel. Zij stuurden die jihadisten en gaven hen wapens.

De ingewikkelde toestand rond die jihadistische bewegingen in Idlib blijkt uit dit van september 2017 daterende organigram. Sindsdien is Nour al Din al Zinki toegetreden tot de alliantie van Ahrar al Sham en Suqour al Sham. Deze laatste terreurgroep is die waartoe de Molenbeekse salafistische sjeik Bassam Ayachi behoort. Praktisch al die veranderingen zijn het gevolg van ruzies over geld met al Qaida. Die laatste is dankzij de controle over de invoer uit Turkije de veruit sterkste partner en dus een aanlokkelijke bruid voor de anderen. Dit uit elkaar spelen is zoals verwacht was mislukt.

Er is een al eeuwen geldend principe dat wie het potje breekt dat ook moet betalen. Het Westen heeft Syrië doen vernielen en dus stelt de logica dat ze de wederopbouw nu ook maar betalen. Waarbij men de verantwoordelijken voor dit bloedbad zoals Barack Obama naar het Internationaal Strafhof in Den Haag stuurt, liefst om hen levenslang te laten opsluiten. En daar mogen best ook wat persmensen tussen zitten. Zij wisten immers beter maar verkozen de kant van al Qaida te kiezen.

Russische oorlogsvloot

Bovendien heerst er volgens informatie komende uit die terreurgroepen zelf een erg deprimerende stemming in dit milieu. Velen zien geen uitweg meer en wantrouwen iedereen, ook de eigen leden. Om de haverklap zijn er ook aanslagen onder die groepen en gaat het gerucht dat ook westerse inlichtingendiensten er actief bezig zijn met het uitschakelen van als te gevaarlijk geziene terroristen. Niet onlogisch natuurlijk.

Verder is de spanning internationaal op dit ogenblik zeer hoog. Zo trok Rusland een belangrijk deel van zijn oorlogsvloot, goed voor een dertigtal oorlogsbodems en 25 vliegtuigen, samen voor de Syrische kust. Officieel om er militaire oefeningen te houden. Die stoppen op 8 september, de dag na de nieuwe geallieerde topconferentie in Teheran met Moskou en Ankara. Toeval?

De Russische kruiser Moskva. Het Russische leger toont in het noorden voor de Syrische kust op dit ogenblik met 30 oorlogsschepen en 25 gevechtsvliegtuigen haar tanden. Niet toevallig ligt dit vlakbij de gevechtszone.

Ook waarschuwde men vanuit Syrië en Rusland herhaaldelijk voor een zoveelste nepaanval met chemische wapens door de Witte Helmen en al Qaida. Waarbij men in Moskou en Damascus zelfs de naam van het Verenigd Koninkrijk liet vallen, de oprichters van de Witte Helmen.

Zowel Londen, Parijs als Washington dreigden er immers de voorbije weken mee om bij een nieuwe vermeende aanval met chemische wapens zware represailles te zullen nemen. Met de VS die, zoals minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo vandaag deed, het ene uur haar zegen geven voor deze operatie en een uur later dan waarschuwen voor de gevolgen van een aanval en dreigen. De klassiek geworden Amerikaanse kakafonie.

Veel meer dan de stuiptrekkingen van de verliezers van deze oorlog zullen dat echter niet zijn. Zoals ook de serie Israëlische aanvallen op Syrië in essentie alleen maar dienen om de woede van het zionistische establishment omwille van hun nederlaag te koelen. Slechte verliezers.