Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

Multicultureel kwartetten met ‘The Magnificent Seven’

De film ‘The magnificent Seven’ (2016) is een nieuwe versie van een film met dezelfde naam uit 1960, dat op zijn beurt een Amerikaanse verfilming is van de Japanse film ‘Shichinin no Samurai’ (De zeven samurai – 1954). In die zin wekt de film een hoop verwachtingen.

De film is geregisseerd door de zwarte regisseur Antoine Fuqua en in die zin is de keuze voor de 61-jarige Denzel Washington als vertolker van de belangrijkste rol, namelijk de leider van de ‘magnificent seven’, niet verrassend maar wel opmerkelijk: was er geen jongere (zwarte) acteur voorhanden? Ter vergelijking: in 1954 werd de leidende rol vertolkt door de 50-jarige Takashi Shimura, en in 1960 door de 40-jarige Yul Bryner. Washington is echter een goed acteur en weet zijn rol overtuigend neer te zetten.

Wat direct opvalt aan de film is dat de ‘magnificent seven’ personages zo divers zijn, dat het absurd aandoet: een zwarte, een Oost-Aziaat, een Mexicaan, een Indiaan en op enig moment zelfs een vrouw. Het komt geforceerd over en doet denken aan het kwartetspel met Dick Bruna’s karikaturen van etnische groepen. Het is des te opmerkelijker dat de tegenspelers allemaal blanke Amerikaanse mannen zijn. Hierdoor komt de film wel heel politiek-correct over: de multiculti-crew zijn de goodies en de groep met vrijwel alleen blanke mannen (plus een Indiaan) zijn de baddies.

De slechteriken zijn ook inhoudelijk veranderd: in de twee eerste films zijn het ordinaire bandieten die de dorpelingen voedsel afpersen, maar in deze film is er letterlijk sprake van ‘Wild West kapitalisme’ – een rijke ondernemer, Bartholomew Bogue (Peter Sarsgaard) genaamd, wil de dorpelingen van Rose Creek goedschiks of kwaadschiks onteigenen om zijn mijnbouwbedrijf uit te breiden. Hij steekt de kerk in brand en schiet enkele mondige dorpelingen neer om zijn woorden kracht te zetten.

De vrouw van de neergeschoten Matthew Cullen gaat vervolgens op zoek naar huurlingen (in het Frans heet de film ‘les sept mercenaires’) om haar gramschap te halen. Sam Chisolm (Washington) aanvaardt de opdracht en gaat op zoek naar medestanders, en dan begint het filmscript te rammelen: afgezien van geld, is het niet altijd duidelijk waarom personen zich aansluiten bij de groep. Zo is er de confrontatie met de uit zijn stam verbannen Indiaanse boogschutter ‘Red Harvest’, waarbij deze door de hele groep onder schot wordt gehouden. Toch sluit hij zich onmiddellijk nadien zonder veel woorden  aan bij de groep, en wordt hij door de rest aanvaard.

Eigenlijk is de film, afgezien van de schietscenes in het begin en aan het einde van de film, tamelijk saai. Karakters krijgen nauwelijks diepgang en er is weinig chemie tussen de leden van de ‘magnificent seven’ onderling of met de dorpelingen. Dit is anders in de film van 1960, waar de hoofdrolspeler de dorpelingen onder dreiging van zijn vuurwapen moet dwingen tot gewelddadig verzet, waarna deze zich toch overgeven tijdens zijn afwezigheid. In de oorspronkelijke Japanse film is er zelfs sprake van een liefdesrelatie tussen een groepslid en een dorpsmeisje.

In de laatste en meest spectaculaire scene tracht regisseur Antonio Fuqua zijn publiek aan zich te binden door een enorm schietfestijn: de baddies vallen bij bosjes en de goodies schieten altijd raak, tot zover geen verrassingen. Het ten tonele voeren van een Gatling-gun (een machinegeweer uit de jaren 1860) door de baddies na de zware verliezen is spectaculair, maar het roept ook de vraag op waarom deze niet eerder werd gebruikt in de strijd. Met het oog op het in brand steken van de kerk in het begin van de film, kun je je ook afvragen waarom men daar niet later toe over ging.

Aan het einde van de film komt het tot een persoonlijke confrontatie tussen Chisolm en Bogue, waarbij pas duidelijk wordt dat Chisolm ook persoonlijk wil afrekenen met Bogue in verband met de moord op zijn moeder en zusters. Het is opmerkelijk dat dit niet eerder in de film is opgevoerd. Net als in de voorgaande films sneuvelen vier van de zeven helden, maar de dorpelingen komen er ook niet ongeschonden vanaf. Aan het einde lijkt er nauwelijks nog een mannelijke dorpeling in leven, alleen vrouwen, kinderen en senioren.

De film maakt als opvolger van de twee voorgaande films de verwachtingen niet echt waar. Het is een hele zit (meer dan twee uur) om het saaie voorspel op het spectaculaire einde te moeten zien. Dat is jammer. Er had zoveel meer uit de karakters gehaald kunnen worden en meer onderlinge binding had de kijker wat meer kunnen onderhouden. Zelf viel ik in het midden van de film bijna in slaap. Uiteraard is het uiteindelijk een actiefilm, maar de scenarioschrijvers hebben zich er wel heel gemakkelijk vanaf gemaakt.

Posted on

Poolse boeren demonstreren in Warschau vanwege verlies door Russisch embargo

Honderden Poolse boeren zijn woensdag opnieuw met tractoren naar Warschau getrokken om te protesteren bij het ministerie van Landbouw. Ze eisen compensatie vanwege het verlies dat ze leiden door een Russisch embargo op landbouwproducten uit de Europese Unie.

Het embargo, dat in augustus inging, heeft betrekking op vlees, fruit, groente, vis en zuivel uit Australië, Canada, de Verenigde Staten, de EU en Noorwegen. Het embargo werd ingesteld in reactie op een scala aan westerse sancties volgend op de aansluiting van de Krim bij Rusland in maart 2014. De Poolse regering heeft de EU om 26 miljoen euro compensatie gevraagd, voor het verlies dat boeren hebben moeten nemen vanwege het embargo. De protesterende boeren eisen compensatie voor de sterk gedaalde prijzen voor zuivel en varkensvlees. Ook wil men dat de regering in actie komt tegen wilde zwijnen die gewassen aanvreten.

In 2013 ging volgens cijfers van het ministerie van Landbouw zo’n zeven procent van de Poolse landbouwexport naar Rusland, 86% ging naar andere EU-lidstaten, met name Duitsland. Sinds het embargo zijn prijzen voor varkensvlees gehalveerd van 1,42 euro/kilo naar 0,71. De varkenshouderij is daarmee voor veel Poolse boeren verliesgevend geworden.

Gesprekken tussen de boerenvakbond en het ministerie leidden woensdag echter tot niets. Vakbondsleider Slawomir Izdebski heeft gezegd dat de boeren volgende week weer zullen komen. Dan zullen de mijnwerkers mee komen, in de mijnbouw dreigen massale ontslagen onder andere door import van goedkopere steenkool uit het buitenland.

President Komorowski noemde de eisen van de boeren onrealistisch. Toch zal de regering bij terugkerende protesten de boeren op een of andere manier tegemoet moeten komen. Zeker gezien de presidentsverkiezingen dit voorjaar en de parlementsverkiezingen komend najaar. Vooral voor de kleine boerenpartij PSL die samen met het liberale Burgerplatform de regering vormt, kunnen boze boeren funest zijn.