Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

Het eigenaardige einde van Europa

In The Strange Death of Europe herleidt Douglas Murray deze ‘eigenaardige dood’ tot massa-immigratie, identiteitsverlies en sluipende islamisering. Murray biedt daarbij niet zozeer nieuwe feiten, maar zet voort wat rond het begin van dit decennium met Christopher Caldwells boek Reflections on the Revolution in Europe (De Europese Revolutie, 2009) begon. Hier wordt niet meer slechts met Angelsaksische nuchterheid de balans opgemaakt. Hier gaat het om een gerichte confrontatie met dreigende gevaren en een oproep tot verzet.

Murray maakt weliswaar geen gebruik van Renaud Camus’ term ‘grand remplacement‘ (grote vervanging), maar zijn taxatie van de migratiegolven is helder: Er komen er te veel, die hier niet thuis horen en hier ook nooit thuis zullen horen. Er komen er meer dan de Europese volken met het oog op hun zwakke geboortecijfers zouden kunnen absorberen, en absorptie zou nodig zijn als men de Europese identiteit wil bewaren. Die identiteit is natuurlijk niet eens en voor altijd gefixeerd, maar ook geen mozaïek waarvan de steentjes naar believen steeds opnieuw samengesteld kunnen worden. Er moet zoiets als continuïteit mogelijk zijn, ook een uiterlijke herkenbaarheid. Wie dat bestrijdt, houdt ofwel zichzelf voor de gek dan wel de anderen en voedt de “zelfhaat”, een haast volledig uitdoven van het Europese zelfbewustzijn en van de wil zich te doen gelden met het oog op een eindeloos aangehaalde historische “schuld”, die de blanke man met zending, kolonialisme, fascisme enzovoorts op zich geladen zou hebben. Tegelijk stimuleert de leider een laatste toevlucht, waarvan hij voorwendt die te bestrijden: het “ras” als laatste, onbetwistbare bolwerk van de identiteit.

Hoe ver het proces van de aftakeling al voortgeschreden is, illustreert Murray aan de hand van het lot van het Parijse stadsdeel Saint-Denis. Daar bevindt zich in de kathedraal de crypte waar de Franse koningen begraven liggen. Vandaag de dag wordt de wijk bewoond door zwarten en Noord-Afrikanen. Wanneer er in de kathedraal een kerkdienst plaatsvindt, posteert men zwaar bewapende soldaten rond het gebouw. De schrijver observeert treffend dat zelfs Jean Raspail in zijn dystopische roman Le Camp des Saints (De ontscheping, 2017) dat niet zo geschilderd heeft, net zo min als dat een priester tijdens de mis in zijn dorpskerk de keel doorgesneden wordt.

Dat de daders moslims waren is voor Murray alles behalve toeval. De islam houdt hij voor dé bedreiging voor de Europese identiteit en dat niet alleen vanwege de schier onafzienbare massa van de uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en andere regio’s toestromende immigranten of het grotere kindertal van de reeds in Europa wonende moslims, maar ook vanwege de agressiviteit en primitiviteit van de wereldbeschouwing die velen van hen er volgens Murray op na houden. Murray heeft er in ander verband al eens op gewezen dat hij ‘islamofobie’ niet als pathologische maar als rationeel ziet. Er zijn heel goede redenen om bang te zijn voor de islam, die anders is dan andere religies – zoals het christendom of het jodendom – in de zin dat het een grotere, meer ingrijpende machtsaanspraak zou doen dan andere geloven.

Daarom acht Murray het zaak op te roepen tot gedecideerde verdediging van Europa. De auteur is er zeker van dat het nog niet te laat is, want de Europeanen zijn het weliswaar over veel oneens, maar ze zijn het nog grotendeels eens dat ze het Europa terug willen dat hun Europa was. Met het oog op het feit dat de politieke klasse het zo jammerlijk af heeft laten weten, voorziet Murray echter geen zachte landing. Een “terughoudende reactie” op de uitdagingen die de 21e eeuw voor ons in petto heeft, volstaat niet meer.

N.a.v. Douglas Murray, The Strange Death of Europe. Immigration, Identity, Islam (Bloomsbury Continuum: London, 2017), hardcover, 352 pagina’s

 

 

Posted on

Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet

Onlangs sprak de Amerikaanse publicist John Horvat in diverse steden in de Lage Landen, waaronder Brussel, Amsterdam en Gent over zijn boek Return to Order. Hieronder volgt de tekst van zijn toespraak (vertaling: Jonathan van Tongeren).

John HorvatDames en heren, laat ik beginnen met te zeggen hoe vereerd ik ben om hier te mogen zijn en met u wat overwegingen te delen over een onderwerp dat voor ons allen een voorwerp van bezorgdheid is. Dat onderwerp is de hedendaagse crisis die we zo ongeveer overal om ons heen zien. Er is de crisis in de Kerk, crisis in het onderwijs of crisis in het gezin.

Maar waar ik het vandaag over zou willen hebben is een bijzonder ernstig onderdeel van de algemene crisis, namelijk de crisis in de economie. Het is geen geheim dat de wereldeconomie in problemen verkeert. Zaken werken niet zoals ze zouden moeten werken. Overal zien we overmatige schuld, falend leiderschap en fiscale onverantwoordelijkheid. Men heeft het gevoel overweldigd en uitgeput te worden door de crisis – het staat in geen verhouding tot onze middelen. En voor velen is het niet precies duidelijk hoe we hier mee om zouden moeten gaan. Wat is de oorzaak van deze crisis? Waar strijden we precies voor? Waar zoeken we onze oplossingen?

Dit zijn vragen die besproken worden in het boek ‘Return to Order. From a Frenzied Economy to an Organic Christian Society – Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go’ (Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet). Het is een boek over economie. Het is een boek over morele waarden. Wat meer is, het is een boek over economie én morele waarden. Want dat is wat we nodig hebben om zowel onze maatschappij als onze economie weer op de juiste koers te krijgen.

Laat ik, bij wijze van toelichting, vermelden dat ik dit onderwerp voor het eerst begon te onderzoeken in 1986. Ik raakte betrokken toen de oprichter van de eerste afdeling van Tradition Family Property (TFP), de Braziliaanse TFP, prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij en vijf of zes andere Amerikanen uitnodigde mee te doen in een studiegroep over economie, die hij pragmatisch ‘de Amerikaanse Werkgroep’ noemde.

Prof. De Oliveira meende dat Amerika en het Westen op zekere dag een grote economische crisis zouden ondergaan ten gevolge van een losgeslagen economie. Hij zei dat we moesten onderzoeken hoe christelijke beschaving omging met economische vraagstukken; we zouden een katholiek antwoord moeten ontwikkelen. Zodoende hebben we ons in de Amerikaanse Werkgroep in de loop van de jaren zo nu en dan met deze kwesties bezig gehouden. En in de laatste zes of zeven jaar hebben we ons aan een intens studieprogramma gewijd. En het resultaat is een boek dat uitlicht waar het in onze economie en onze maatschappij verkeerd is gegaan. Belangrijker nog, het boek wijst in de richting van echte oplossingen gebaseerd op christelijke principes. In de loop van deze toespraak zou ik dan ook drie dingen willen doen. Ten eerste wil ik bespreken waar het verkeerd is gegaan in onze economie door de wortel van de huidige socio-economische crisis te analyseren. Ten tweede wil ik oplossingen bespreken door te bezien wat voor maatschappij we ons zouden moeten wensen. Ten slotte wil ik uitleggen hoe we naar een terugkeer tot orde toe zouden kunnen werken.

Wat de crisis aangaat, laat ik beginnen met te zeggen dat ik denk dat ons probleem ten diepste een geestelijk probleem is. Het gaat niet slechts om werkloosheid. Het gaat niet slechts om begrotingstekorten of het beleid van de centrale bank. Het is ook niet slechts goddeloosheid en immoraliteit. Dit zijn allemaal symptomen van agitatie diep binnenin de ziel van de moderne mens. We verkeren niet slechts in onze huidige staat doordat deze problemen hun intrede hebben gemaakt in onze levens maar bovenal doordat morele waarden er aan onttrokken zijn. Mijn stelling is dat economische instabiliteit niet zomaar ontstaat; we veroorzaken het wanneer we ons ontdoen van morele waarden, instituties en gebruiken. Een immorele maatschappij komt niet zomaar uit de lucht vallen, we laten deze ontstaan wanneer we ons losmaken van onze christelijke wortels en onze vitale tradities. Wanneer we deze zaken verliezen, zetten we zelf de deur open die het een vijandige cultuur toelaat om binnen te vallen, doordat moraal en economie ondermijnd worden. We zetten zelf het proces in gang waardoor we onze vrijheden kwijt raken, de economie begint te rafelen en het geloof van mensen vernietigd wordt. Mijn stelling is dat de wortel van wat er met onze economie en onze maatschappij aan de hand is in een socio-economische oorzaak gelegen is. Ik herleid het tot onze cultuur van onmiddellijke bevrediging – wat we onze feesteconomie zouden kunnen noemen.

Losgeslagen onmatigheid
Denk er maar eens over na. Mensen laten het geloof niet achter zich omdat ze gemarteld en vervolgd worden (momenteel althans niet). Nee, mensen laten het geloof achter zich omdat ze worden opgenomen door een cultuur die hen ieder denkbaar pleziert op elk denkbaar moment biedt en de indruk wekt dat iedereen het doet. We hebben geen een-kind beleid dat mensen dwingt abortussen te ondergaan, maar de algemene opvatting van mensen is dat als je een kind krijgt, je niet aan het feest mee kunt doen. In mijn boek noem ik deze drang tot onmiddellijke bevrediging ‘losgeslagen onmatigheid’ (LO). Losgeslagen onmatigheid is een roekeloze en rusteloze geest in bepaalde sectoren van de moderne economie die ons ertoe brengt legitieme beperkingen af te werpen en alle verlangens te bevredigen. Het schept een economie en een samenleving die losgeslagen en uit balans zijn. Vergis u niet, ik heb het niet over hebzucht of algemeen voorkomende ambitie; die zijn er altijd geweest en daar weet de vrije markt raad mee. Ik heb het niet over gewone ondernemingszin, die hebben we nodig. Nee, dit is iets dat mensen er toe brengt het hele idee van matiging te verachten en geestelijke, religieuze, morele en culturele waarden, die normaal dienen om de economische activiteit te ordenen en te matigen, bespotten. Je kunt deze LO aan het werk zien in losgeslagen markten en nieuwerwetse investeringsinstrumenten en hoog-risico derivaten die overal in de financiële wereld te vinden zijn. Je kunt het zien in speculatieve luchtbellen – zoals de ‘sub prime’-hypotheekcrisis van 2008. Of in de omvangrijke schuld. Het is een haast irrationele factor die de toon zet voor grote delen van de zakenwereld en uiteindelijk vrije markten vernietigd.

Maar waar u en ik de effecten van deze losgeslagen onmatigheid het meeste zien is in onze dagelijkse levens – in onze losgeslagen levensstijl. Onze gehaaste en hectische agenda’s. Onmiddellijke bevrediging is aan de orde van de dag. We moeten alles nu hebben, meteen, ongeacht de gevolgen. Het moet de laatste en de beste versie zijn; het moet nieuw en verbeterd zijn, 5.0, 6.0 of zelfs 7.0. Consumenten worden aangemoedigd om veel meer uit te geven dan hun middelen toelaten met een muisklik of een simpele beweging met een creditcard. Ik zag laatst een voorbeeld van LO in de Wall Street Journal waar ze het hadden over hoe men zijn CV op Twitter kan presenteren, ze gaven tips hoe je je hele leven kon terugbrengen tot een Tweet van 140 tekens.

Politici mengen zich in de losgeslagen onmatigheid door met roekeloze overgave uit te geven. Centrale banken gebruiken allerlei trucs om de effecten van losgeslagen markten te milderen. We verwachten allemaal van onze overheden dat ze als gouvernantes van laatste toevlucht optreden en al onze misstappen compenseren wanneer het fout loopt en dan hopen we maar dat het probleem vanzelf weg gaat. Maar de waanzin gaat gewoon verder.

Om een vergelijking te maken, zouden we kunnen zeggen dat een vrije markteconomie als een heel gezond en robuust menselijk lichaam is. Het is in staat hard te werken en een enorme rijkdom te genereren. Maar er is ook een drug genaamd LO die binnendringt in de vaten van dit gezonde lichaam en vernieling aanricht in zijn systemen. Het kan zelfs de spieren stimuleren nog harder te werken en het lichaam hyperactief maken. Maar het schept een enorme onbalans die er dikwijls toe leidt dat het hele systeem vastloopt.

Crisis is de norm, niet de uitzondering
Dit losgeslagen systeem en zijn constante vastlopen tekenen de geschiedenis van de moderne economieën. Naarmate de tijd vordert worden de krachs steeds groter en gevaarlijker. Nouriel Roubini en Stephen Mihn beweren in hun boek Crisis Economics dat in dit systeem “crises de norm zijn, niet de uitzondering. Dat wil nog niet zeggen dat alle crises het zelfde zijn. Verre van: de details kunnen van ramp tot ramp verschillen en crises kunnen hun oorsprong vinden in uiteenlopende problemen in verschillende sectoren van de economie.” Maar in het algemeen zijn crises de norm. Zoals Mervyn King, de vorige directeur van de Bank of England, in 2010 opmerkte: “Bankencrises zijn endemisch aan de markteconomie die sinds de Industriële Revolutie is ontstaan. De woorden ‘bankieren’ en ‘crises’ zijn vanzelfsprekende bedgenoten.”

Feesteconomie
De moderne economie heeft deze crises en krachs lange tijd overleeft. Maar nu neemt het probleem monstrueuze proporties aan. Ons probleem is dat deze drug van losgeslagen onmatigheid onze robuuste economie ondermijnt en nu domineert; het zet de toon. Het verscheurt onze economie en onze maatschappij. Het erodeert ons geloof. We hebben delen van onze economie omgevormd tot een feesteconomie die nooit op lijkt te houden; we hebben hele volksstammen met creditcards uitgerust met steeds toenemende bestedingslimieten en maandelijkse betalingen. Het verrast me niet dat we ons genoodzaakt zien tot het inbrengen van gigantische hoeveelheden kapitaal en tot ‘quantitative easing’ (kwantitatieve geldverruiming) in onze losgeslagen markten, alleen maar om het feestje gaande te houden.

Het verrast me niet dat onder deze omstandigheden het menselijke element, zo essentieel voor het behoorlijk functioneren van de maatschappij en de economie, is afgenomen. In deze context wordt geld de voornaamste overweging; het heerst. Moderne economische activiteit wordt kil en onpersoonlijk, mechanisch en star. Het wordt vol van onmenselijke regels en regelgeving in een ijdele poging de onmatigheid in te snoeren, waarbij men een parallelle regelgevende onmatigheid creëert. Om een voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk te geven, het handboek regelgeving van de Britse Autoriteit Financiële Diensten (FSA) telt tien hoofdstukken. Het hoofdstuk ‘Prudentiële Normen’ is onderverdeeld in elf subhoofdstukken. Het subhoofdstuk ‘Prudentiëel Bronnenboek voor Banken, Vastgoedmaatschappijen en Investeringsfirma’s’ bestaat uit veertien sub-subhoofdstukken. Het sub-subhoofdstuk ‘Martkrisico’ is onderverdeeld in elf sub-sub-subhoofdstukken. Het sub-sub-subhoofdstuk over ‘Rentepercentage PRR’ heeft zesenzestig paragrafen. Dit boek van 1,1 miljoen paragrafen wordt door de FSA vaak omschreven als “lichte regelgeving op basis van beginselen.” Ik ben er zeker van dat we zonder moeite andere voorbeelden zouden kunnen vinden in Washington of Den Haag of in Brussel bij de bureaucraten van de Europese Unie.

Sociaal kapitaal
In Return to Order zet ik uiteen dat de huidige ‘feesteconomie’ onhoudbaar is. En ik sta niet alleen in die inschatting; er zijn letterlijk honderden boeken die hetzelfde zeggen. We hebben ons sociale kapitaal – dat gevonden wordt in familie, gemeenschap en geloof en dat normaliter de economie onderhoudt en in evenwicht houdt – uitgeput. Losgeslagen onmatigheid neemt proporties van meerdere triljoenen euro’s aan, proporties die onze mogelijkheid er mee om te gaan te boven gaan. Voor wie het wil zien, koersen we een storm in.

Er valt over te steggelen wanneer het feest zal stoppen of wat de eerst volgende grote krach zal ontladen. Maar ik maak me sterk dat het niet de vraag is of het feest zal stoppen maar veeleer wanneer het zal stoppen en waar we vervolgens naartoe gaan. Ons probleem is dat we het feestje moeten verstoren… voor het te laat is. Als het u er om te doen is het feestje gaande te houden, dan is RTO niets voor u. Dan kan ik u werkelijk niet helpen. Als u dat wilt, ga dan vooral uw gang, blijf vooral lenen en ruim geld in de markt inbrengen en de dag van de afrekening voor u uit schuiven.

Wat kunnen we doen?
Maar als u een terugkeer tot orde wilt, laten we dan kijken naar manieren om de economie te bevrijden van de slavernij van losgeslagen onmatigheid, zodat de economie opnieuw vrij kan zijn. Laten we kijken naar oplossingen die ons zullen voeren van een losgeslagen economie naar wat ik een organische christelijke samenleving noem. Laten we het hebben over het soort samenleving dat we nodig hebben en dat we tot stand willen brengen als het feest uit is. Dit brengt me bij het tweede deel van mij toespraak, wat is het katholieke antwoord? Waar liggen de oplossingen? Eén van de vragen die me dikwijls gesteld wordt is die naar oplossingen: Wat we kunnen we doen om dit alles tegen te gaan? Is het wel mogelijk gezien de omvang ervan? Wat kunnen we concreet doen? Vertel me hoe en wel snel, ik heb niet veel tijd.

Ik kan wel invoelen dat mensen dat vragen. Praktische economische problemen vragen om praktische economische oplossingen. Maar wanneer mensen me vragen wat we kunnen doen om de crisis te bestrijden, reageer ik met een vraag: Waar wil je naartoe? Maar al te vaak weten we waar we niet naartoe willen – we willen geen socialisme, geen overregulering. We willen niet dat de staat zich op grote schaal in de schulden steekt om ‘de economie te stimuleren’. Maar soms is het onduidelijk waar we wel naartoe willen. Zodat, wanneer we ineens in de positie zouden geraken om zaken te veranderen, we geen positief programma te bieden zouden hebben. De vraag die ons nu dan ook echt zouden moeten stellen is: Wat voor samenleving hebben we nodig wanneer het feest uit is?

Waar willen we naartoe?
Het is deze belangrijke vraag waarop het boek Return to Order poogt een antwoord te geven. Het stelt vast dat wat er in onze postmoderne economie vernietigd wordt een kader van oriëntatie gevende beginselen is dat we orde noemen. Russell Kirk heeft dat goed verwoord, toen hij zei: “Orde is de eerste behoefte van de ziel.” Zonder orde kan men niet vrij zijn, vervolgt Kirk. Vrijheid, gerechtigheid, recht en deugd zijn alle uiterst belangrijk maar orde is de eerste en meest basale behoefte.

Zonder dit kader dat orde biedt, kunnen belangrijke instituten als de familie, de gemeenschap en de Kerk niet als natuurlijk remmen werken, die de effecten van losgeslagen onmatigheid temperen en het beoefenen van de deugd faciliteren. Het antwoord op onze vraag is dan ook simpel. We willen terug keren naar een kader van orde.

citaat Russell Kirk

We hebben dus orde nodig… maar niet om het even welke orde. Er zijn allerlei mensen die hun eigen orde voorstaan: socialistische ordes, ecologische ordes, neofascistische ordes en vele anderen die orde beloven, maar tirannie brengen. Dat is waarom we moeten terúgkeren naar orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het bestaat al, het is niet nieuws. Het is een maatschappelijke orde die voortvloeit uit onze menselijke natuur zelf, geldig is voor alle tijden en alle volken. Het is een maatschappelijke orde die niet wordt opgelegd of door wetten in het leven wordt geroepen, maar een orde die altijd boven komt drijven wanneer mensen zich voornemen zich te verenigen in een zoeken naar het gemeenschappelijk goede. Het is stevig gegrond in de beginselen van het natuurrecht, de tien geboden en geworteld in sociale instituties als de familie, de gemeenschap en het geloof. En hoewel het op iedereen van toepassing is, is de Kerk de beste en meest betrouwbare hoeder van deze orde.

Organische christelijke samenleving
Ons voorstel is dan ook eenvoudig en direct. De beste uitdrukking van deze orde vinden we in wat we noemen een organische christelijke samenleving – dezelfde orde waaronder de christenheid opkwam. Deze organische christelijke samenleving is een terugkeer naar onze verre wortels. Het is waar we vandaan komen. Het is een samenleving die historisch gevonden werd in de christenheid. Het gaat er niet om dat we terugkeer naar het verleden, maar dat we terugkeren naar het samenstel van ordenende principes dat onze zo veel van de instituties gebracht heeft die nu vervagen – de rechtsstaat, vertegenwoordigende regering, het traditionele gezin en subsidiariteit.

Het is een organische orde, dat wil zeggen een zeer flexibele samenleving die eerder doet denken aan een menselijk lichaam dan een machine met inwisselbare onderdelen. De organische samenleving en de bijbehorende economie zijn een verfrissend contrast met de moderne maatschappij. Het is geen systeem, maar als een familie, vol vitaliteit en spontaniteit, nuance en betekenis, poëzie en passie. In een organische samenleving heerst de eer, niet het geld.

Het is een christelijke orde. Wat we willen is ook een christelijke samenleving, want wanneer een organische orde christelijk is, vermenigvuldigt dat de mogelijkheden van ons handelen, omdat we God en zijn genade betrekken. Dit maakt het eenvoudiger om de deugd te beoefenen – vooral de kardinale deugden van verstandigheid, rechtvaardigheid, zielskracht en gematigdheid – en legt de fundering voor ware vooruitgang en welvaart.

De economische leer van de Kerk
In RTO heb ik ernaar gestreefd deze vergeten orde, die in de christenheid bestond, te beschrijven. Het is mijn bedoeling uit te leggen hoe in het verleden, onder de invloed van de leer van de Kerk, problemen vergelijkbaar met de onze werden opgelost en hoe wij hetzelfde zouden kunnen doen.

Zoals prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij aanried, heb ik mij vooral op de economie geconcentreerd door de leer van de Kerk in deze zaken te schetsen. Ik heb ernaar gestreefd te beschrijven hoe een christelijke organische samenleving en de bijbehorende economie er uit zien. Ik moet toegeven dat ik, toen ik begon te onderzoeken wat de Kerk leert ten aanzien van de economie, verbaasd werd door wat ik vond. Ik had nooit gedacht dat ik oplossingen zou vinden die van een dergelijke wijsheid en gezond verstand getuigen.

Natuurlijk stonden de zaken er destijds wat anders voor. Om maar één ding te noemen: economen waren heiligen – Sint Antoninus (van Florence, red.), Sint Bernardinus van Sienna, Sint Thomas (van Aquino, red.), Sint Bonaventura en anderen. Er was ook de economische School van Salamanca die onder haar leden enkele geleerde en deugdzame lieden telde. De economische leer van de Kerk is verweven met haar morele leer – maar deze oplossingen zijn ook verrassend efficiënt, economisch steekhoudend en leiden tot welvaart. Tijdens mijn onderzoek vond ik bijvoorbeeld beschrijvingen van de economische effecten van het sacrament van de biecht. Ik vond de reële theorie van de juiste prijs, die evenwicht kan geven aan markten. Er zijn allerlei auteurs die de rustgevende effecten uiteenzetten van de passie van de Kerk voor gerechtigheid en haar nadruk op ware menslievendheid. Wanneer je al deze zaken bijeen neemt, kun je een algemeen beeld krijgen van waar we naartoe moeten.

We hebben allemaal vage noties van deze organische christelijke samenleving. Restanten van familie, eer en geloof overleven maar deze restanten alleen zijn niet genoeg om het tij te keren van gebroken gezinnen, versplinterde gemeenschappen en lege kerken waardoor ons sociale landschap geteisterd wordt. We hebben dringend een terugkeer naar en een herleving van deze orde nodig. Dit is waar we naartoe moeten, omdat het nergens anders naartoe kan, behalve wanorde. Aan hen die vragen hoe we kunnen terugkeren tot orde, zeg ik: laten we eerst overeenkomen waar we naartoe moeten – naar een organische christelijke samenleving. Als we daar over uit, zullen we verrast zijn hoeveel eenvoudiger het is daar naartoe te bewegen.

Hoe keren we terug naar orde?
Dat brengt ons bij het laatste punt: Hoe keren we terug naar orde? Iemand zal misschien tegenwerpen dat we weliswaar overeen kunnen komen dat deze organische christelijke samenleving een mooi idee is, maar dat het onder de gegeven omstandigheden niet realistisch is. Hoe geraken we daar? Je kunt niet maar even Ben Bernanke, Janet Yellen of Christine Lagarde (respectievelijk president en vicepresident van het Federal Reserve System en directeur van het Internationaal Monetair Fonds, red.) opbellen en zeggen: Stop met al die kwantitatieve geldverruimingsonzin en laten we beginnen een organische christelijke samenleving te bouwen.

Ze zullen zeker niet luisteren. Wat we echter wel kunnen doen is het publiek waarschuwen dat de huidige economische situatie van losgeslagen onmatigheid onhoudbaar is. We kunnen als de passagier op een cruiseschip zijn dat door moeizame wateren vaart en het feest uit verklaren. We kunnen al het mogelijke doen om de rampzalige effecten op de maatschappij te verminderen. En als het feestgedruis wegsterft, kunnen we een organische christelijke samenleving presenteren als reëel alternatief – in feite een alternatief dat veel reëler is dan de socialistische, ecologische en anarchistische alternatieven die andere voorstellen. Het is een alternatief dat een aantoonbare verdienste heeft en dat mag wel eens onderkend worden.

‘Als het feest uit is’ willen we niet met lege handen achterblijven. We hoeven echter niet te wachten tot het feest uit is. Het boek reikt genoeg aan dat je zou kunnen doen om naar een terugkeer tot orde dichterbij te brengen. We kunnen ons nu al voorbereiden op de soort samenleving die we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is. Ik moet u echter waarschuwen dat het een vermoeiende afmattende oorlog tegen een doodscultuur en tegen onmiddellijke bevrediging inhoudt. Er zijn geen onmiddellijk afdwingbare oplossingen in deze cultuuroorlog, er is geen app die je kunt downloaden. Er is slechts bloed, zweet en tranen, zoals dat geldt voor ieder conflict.

Ik zou dan ook vijf dingen op willen sommen die u zou kunnen doen. Het eerste advies dat ik kan geven is dit:

1. Identificeer en bestrijdt het probleem
Vlucht er niet van weg. Geconfronteerd met de crisis, moeten we de verleiding weerstaan om ons af te zonderen, om te vluchten naar de een of andere afgelegen plaats en de rest van de wereld af te schrijven.

De crisis is zo wijd verbreid dat je er niet aan kunt ontsnappen. Maak je geen illusies, het bereikt je hoe dan ook, of het nu door middel van overheidshandelen is of middels de media of je iPhone. Velen van u die kinderen hebben weten dat ondanks uw uitmuntende inzet om uw kinderen af te schermen van zovele slechte dingen, er geen manier is om alles buiten te houden. Op een zeker moment moet je ze leren om de cultuur te bestrijden. Op enig moment moeten we deze strijd omarmen, dat is het kruis dat we vandaag de dag moeten dragen.

Niemand kan zich vandaag de dag volledig afzonderen en dat zouden we ook niet moeten willen. De aanval is onze beste verdediging. Het is nu de tijd om te vechten voor de Kerk, niet om haar achter te laten. Dit geldt in het bijzonder aangaande de diverse fronten in de strijd om de doodscultuur.

Ik heb er in RTO naar gestreefd het probleem te identificeren en suggesties te doen voor een oplossing. Prof. Plinio Corrêa de Oliveira adviseerde mij bij het schrijven van het boek en gaf aan dat het stellen van de juiste vragen de helft van de oplossing in zich draagt. Ik zou zeggen dat het identificeren van het probleem en het zoeken naar oplossingen in de juiste richting de helft van de omstandigheden voor een overwinning schept.

2. Terugtrekken uit de feesteconomie
Zo dikwijls hoor ik mensen zeggen: Wat kan ik in mijn eentje doen? De tegenstander beheerst de media, de universiteiten en de banken, heeft dit en dat. Wij beheersen niets. Er is werkelijk niets aan te doen.

Ik zou zeggen dat dat niet helemaal waar is. Er is één ding dat je wel beheerst: jezelf. Waarom beginnen we daar niet? Trek je dus terug uit de feesteconomie.
Let op: Ik zeg dus niet, zoals zoveel mensen zeggen, dat je je terug zou moeten trekken uit de maatschappij, geen gebruik meer moet maken van het elektriciteitsnet of jezelf moet onderdompelen in franciscaanse armoede.

Nee, blijf in de maatschappij, hou je baan, trek je slechts terug uit de feesteconomie. Ik sprak eerder over losgeslagen onmatigheid. We nemen allemaal deel aan onze cultuur van onmiddellijke bevrediging. We kunnen allemaal naar ons eigen persoonlijke leven kijken en zaken veranderen. We kunnen de deur dicht trekken die onze vijandige cultuur toelaat binnen te komen in onze levens en wanorde te scheppen. Dit betekent breken met bepaalde gewoontes en levensstijlen. Bijvoorbeeld meer besteden dan we te besteden hebben of aan modegrillen, onverstandige of zelfs roekeloze investeringen doen, offeren op het altaar van de snelheid met gejaagde agenda’s en levens vol stress, de onmatigheid van technologische hebbedingetjes onze levens en gedachten laten beheersen, geld belangrijker vinden dan familie, gemeenschap en religie.

Je hebt de controle over jezelf. Doe tenminste dit. Een van de dankbare dingen aan het schrijven van RTO is te horen van mensen die het deel over losgeslagen onmatigheid hebben gelezen en me vertellen dat ze hun levens als gevolg daarvan veranderd hebben.

3. We moeten intermediaire lichamen regenereren
We zijn niet alleen. We behoren allemaal tot intermediaire lichamen, verenigingen en gemeenschappen. Ieder van ons kan verenigingen waarbij hij aangesloten is beïnvloeden.

We moeten die intermediaire lichamen regenereren die de beste verdedigingslinie vormen tegen onze vijandige cultuur en onmatige economie. Niemand kan stand houden in een ‘gevecht van mij tegen de wereld’. We moeten de handen in een slaan met anderen die ook naar een terugkeer tot orde verlangen.

Het eerste intermediaire lichaam is het gezin. De beste maatregel die men kan nemen is om zijn gezinsleven op orde te brengen en iedere gelegenheid om het gezin te verdedigen in de publieke ruimte aan te grijpen. Dat houdt in dat we de strijd aangaan voor deze belangrijkste christelijke institutie. Geen ander instituut kan het gezin, dat ons in staat stelt te overleven in onze moderne wereld, vervangen. Familie is een krachtig, efficiënt en warm sociaal zekerheidsnet en kan in veel van de diensten voorzien die door de koude, afstandelijke moderne staat zijn geüsurpeerd. Het is een natuurlijke leerschool van matigheid in een wereld van losgeslagen onmatigheid. In tijden van crisis wendt men zich natuurlijkerwijs naar de familie.

Het zelfde kan in mindere mate gezegd worden van gemeenschappen en andere associaties. De gemeenschap is een belangrijke verdedigingslinie die we moeten proberen te ontwikkelen. Dit kan uitgebreid worden naar andere hechte verbanden, zoals parochies, pro-lifegroepen of culturele gezelschappen, die hun eigen gemeenschapsleven vormen. Een organische christelijke samenleving is een in hoge mate verbonden samenleving vol met verbanden en relaties. Het is het tegendeel van onze massamaatschappij die hechte gemeenschap ontmoedigt en extreem individualisme stimuleert.

4. We moeten goede katholieken zijn
Ik heb bewust de Kerk apart van de andere verbanden genoemd, omdat ze bijzonder is. Als je iets wilt doen met het oog op de huidige crisis, wees dan een goede katholiek. Het is de belangrijkste van alle middelen die tot onze beschikking staan. We moeten dan ook ons geestelijke leven op orde brengen.

Het is ook de meest praktische stap om door te voeren. De Kerk voorziet ons van zo veel. Als we matigheid willen praktiseren te midden van de overweldigende verleiding om onmatig te zijn, hebben we Gods genade en de sacramenten nodig om ons deel te krijgen aan het goddelijke leven van God en ons te versterken boven onze menselijke natuur uit. Het stelt ons in staat tot die heroïsche heiligheid die we bij de heiligen aantreffen.

We hebben de enorme kracht van het gebed, die is als een scepter die we kunnen gebruiken om God te vragen om wat we nodig hebben. We kunnen onze toevlucht nemen tot Onze Lieve Vrouwe, die ons in alle omstandigheden als een ware moeder zal helpen.

De Kerk als organisatie is ook een krachtige voorvechter. Ze heeft een heiligende invloed op de samenleving, die de teloorgang van een natie kan voorkomen. De Kerk heeft altijd haar stelling betrokken tegen de ketterijen en misvattingen van iedere tijd – de martelaren getuigen hier van.

We moeten dus goede katholieken zijn. Te denken dat we de storm kunnen doorstaan zonder de hulp van de Kerk is onszelf het krachtigste dat we hebben ontzeggen.

5. We hebben leiderschap en representatieve karakters nodig
Ik heb leiderschap tot het laatst bewaard omdat het een cruciaal ingrediënt is. We moeten zijn wat sommige sociologen representatieve karakters noemen – mensen die het woord nemen, mensen waar je naar op kunt zien, mensen die wat anderen nodig hebben in actie om kunnen zetten. Ze brengen mensen bij elkaar en zetten de toon.

Het probleem is dat echt leiderschap moeilijk is. Een leider is niet iemand die zegt: Hier ben ik, volg mij. Nee, een leider is iemand die het respect van de mensen om hem heen verdient. Mensen willen hem volgen, omdat hij het welzijn van anderen op zich neemt. Het is vol van verantwoordelijkheid en lijden. Het is veel gemakkelijker om mee te deinen op de golven van het leven. Het is ook makkelijker om je met je eigen zaken te bemoeien. Er heerst een ‘ik wil geen held zijn’-mentaliteit.

Wat de zaken nog beroerder maakt, is het feit dat de moderne cultuur het idee van representatieve karakters ontmoedigt en valse en onrepresentatieve karakters naar voren schuift met haar filmsterren en jet set-figuren. Wij moeten het tegenovergestelde doen. Iedereen hier kan iemand zijn waar anderen naar opzien, al is het maar in je eigen gezin. Je hoeft geen medaille te behalen. Maar je moet je wel inzetten.

We willen niet een enkele charismatische leider – dat is de weg van de minste weerstand die vaak verkeerd afloopt. Wat we nodig hebben is om een cultuur van helden te doen herleven op alle niveaus van de samenleving. We zouden dus moeten denken over concrete manieren waarop we werkelijk representatieve figuren kunnen zijn voor hen die naar ons opzien (hetzij in ons gezin, ons bedrijf, onze parochie, onze gemeenschap). Dit zou ons er toe brengen manieren te ontdekken om plichtsbesef, verantwoordelijkheid en zelfopoffering te omarmen. Op deze manier kunnen we opnieuw een sterk en betrouwbaar sociaal weefsel weven en terugkeren tot orde.

Er is iets interessants aan leiderschap. Al de andere dingen die ik genoemd heb – gezin, gemeenschap, intermediaire verbanden – hebben tijd nodig om te groeien, generaties zelfs. Zo vaak heb ik mensen al horen zeggen: “In mijn generatie zal het niet lukken dit te keren.” Maar met goede leiders en helden is het anders. Er is geen groot aantal van nodig en het vraagt geen lange tijd. Wanneer zij het strijdperk betreden, zeggen de sociologen, hebben leiders de capaciteit om dingen vrij snel te keren. Ik ben er zeker van dat u wel gevallen kent van een zakenman die een bedrijf weer op de rails heeft gezet, of een pastoor die een parochie weer op orde gebracht heeft of zelfs een sportcoach die van een team dat er slecht voor staat een landelijke kampioen maakte.

Daarom is het belangrijk dat we een heldencultuur genereren, want een terugkeer tot orde gaat niet vanzelf gebeuren. Mensen moeten betrokken worden. We hebben deze heldencultuur nodig om dingen gedaan te krijgen en ze snel gedaan te krijgen.

Resumerend
Dit zijn enkele ideeën ontleend aan mijn boek, waarvan ik hoop dat het uw begrip zal vergroten van de reden waarom we in crisis verkeren en dat het uwe overtuiging zal versterken dat er een katholiek antwoord is. Om samen te vatten wat er gezegd is: Wat ik gepoogd heb te doen met deze toespraak is twee vragen te beantwoorden: Waarom verkeren we in crisis? Wat voor samenleving hebben we nodig en willen we hebben wanneer het feest uit is?

We hebben twee hoofdpunten gezien. Het eerste is dat we in de huidige situatie verkeren, doordat we een cultuur van onmatigheid omarmd hebben, wat ik losgeslagen onmatigheid noem en wat zo veel van de morele, culturele en religieuze waarden heeft geërodeerd, die we zo hard nodig hebben om weer deugdzame en welvarende mensen te worden.

Ten tweede waar we naartoe moeten. We moeten terugkeren tot orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het is een sociale orde die voortkomt uit onze menselijke natuur zelf, geldig is in alle tijden en voor alle volken, maar met de Kerk als haar beste en meest betrouwbare hoeder. We zagen hoe de beste uitdrukking van deze orde wordt gevonden in wat we een organische christelijke samenleving noemen – dezelfde orde die de christenheid op deed komen.

Tenslotte keken we naar een aantal zaken die we nu vast kunnen doen om de terugkeer tot orde te bespoedigen en ons voor te bereiden op het soort samenleving dat we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is.

Ik kan me zo voorstellen dat er nog altijd sommigen onder u zijn die sceptisch staan tegenover het idee van een terugkeer tot orde. Het is moeilijk om je voor te stellen hoe zoiets zou kunnen lukken. Als ik u met een laatste gedachte achter zou kunnen laten, dan deze: Een terugkeer tot orde is niet alleen nodig, maar ook mogelijk.

Een terugkeer tot orde is mogelijk omdat onze idealen aantrekkelijk zijn. Wat we ons moeten herinneren is dat onze (katholieke, conservatieve) positie naar zijn aard constructief is. De (seculiere) linkse agenda is daarentegen naar zijn aard destructief, omdat het de moraliteit en de autoriteit ondermijnt. We hoeven slechts de progressieve kloosters, die in rap tempo tot bejaardenhuizen worden, te vergelijken met bloeiende traditionele ordes die uit hun voegen barsten van alle jonge mensen.

Omdat links er naar neigt de structuren te vernietigen die de samenleving bij elkaar houden, vernietigt links naarmate de tijd vordert en het verval toeneemt ook de structuren die haar eigen organisaties en denken dragen. Occupy Wall Street was bijvoorbeeld zo’n anarchische organisatie dat er uiteindelijk niets van te maken was en letterlijk uit elkaar viel.

Naarmate de toestand verergert, ziet ons perspectief er steeds beter uit dan dat van hun, aangezien het een kracht tot stabiliteit en zekerheid is. Dit is waar te nemen in allerhande conservatieve reacties overal ter wereld. Een bijzonder sterk bewijs hiervan is het aantal jonge mensen dat zich nu engageert in de strijd tegen abortus. We zien het ook in verbazingwekkende bekeringsverhalen of de toename in het aantal roepingen. Zo was het tien of twintig jaar geleden niet. We moeten onze lijn houden.

Een andere reden waarom ik geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is, is dat de christelijke idealen die een terugkeer tot orde motiveren zeer krachtig zijn… wanneer ze op de juiste wijze en zonder verontschuldigingen gebracht worden. Een organische christelijke samenleving is vol van enorm krachtige concepten die tot de verbeelding spreken en mensen tot sublieme staaltjes en werken gebracht hebben. Deze zelfde idealen weerklonken te midden van de puinhopen van het Romeinse Rijk, bekeerden de barbaren en vestigden beschavingen. Ze hebben steeds mensen tot inkeer gebracht wanneer ze op het verkeerde spoor zaten.

Wat ik in RTO gepoogd heb te doen is deze krachtige concepten te beschrijven. Ik presenteer idealen als de weg van het kruis, de passie voor gerechtigheid, onze zoektocht naar het goede, ware en schone en een waarachtig gevoel van eer. Ik stel dat deze concepten ons nog altijd kunnen brengen tot vergelijkbare prestaties te midden van de huidige crisis. Bovendien stel ik dat de kracht en de aantrekkingskracht van onze christelijke idealen zodanig is, dat we ons er van nature toe keren, omdat ze zo goed passen bij onze menselijke natuur, we worden er toe aangetrokken wanneer wanorde heerst.

Deze christelijke orde, geïnspireerd door deze idealen, is waar je van nature naar neigt. En ik zou deze gedachte nog iets verder willen ontwikkelen, niet alleen worden mensen van nature aangetrokken tot deze organische christelijke orde, maar, te midden van de huidige chaos, worden mensen op dit moment aangetrokken tot deze orde. Naarmate de dingen erger worden, zullen meer en meer mensen bij zichzelf te rade gaan en zoeken naar een orde waarvan zij voelen dat die er moet zijn en misschien terug kan keren.

Overal ter wereld vinden we mensen die zoeken naar authenticiteit en orde. Ik zeg niet dat het een meerderheid van de mensen is – maar de geschiedenis wordt nooit bepaald door meerderheden, ze wordt bepaald door bevlogen minderheden die een grote invloed uitoefenen over de meerderheid. En er zijn aanzienlijke minderheden met grote passie en moed die durven hun mond open te doen en de cultuur uit te dagen. We moeten bakens zijn voor hen die zoeken.

Ter bemoediging
Om af te sluiten zou ik u een klein verhaaltje willen vertellen. Ons werk onder studenten, TFP Student Action, is veelvuldig betrokken geweest in het debat over het ‘homohuwelijk’ in Amerika. Ze gaan naar de meest liberale gebieden en voeren campagne rond dit vraagstuk. We worden vaak aangevallen maar verrassend genoeg worden we vaker gesteund. Op een keer gingen ze naar de Bronx (een wijk van New York, red.), waar ze bij een drukke verkeersader stonden en begroet werden door allerlei uitingen van steun, automobilisten claxonneerden, riepen steunbetuigingen en staken hun duim op. Een man zag ons, parkeerde zijn auto en kwam naar ons toe. Hij zei: “Ik wou kijken of ik het goed gezien had – jullie zijn vóór het traditionele huwelijk. Ik zag zoveel mensen hun steun betuigen dat ik het niet kon geloven. Ik dacht dat ik de enige in de Bronx was die tegen het ‘homohuwelijk’ was. Nu zie ik dat er duizenden zijn.”

Onze taak is dan ook om bakens van orde in een wereld van wanorde te zijn. We hebben heel krachtige principes. Soms is alles wat er nodig is een vonkje en je hebt een miljoen mensen op de Champs-Elysées staan om het traditionele huwelijk te verdedigen … in 2013. Een levendige pro-life-houding kan ineens en onverwacht tienduizenden op de been brengen in de straten van Brussel, Parijs, Madrid of Rome … in 2013. De organisatie ‘Nul Abortus’ hield in Spanje demonstraties in 46 steden. Mensen waren in staat bijna twee miljoen handtekeningen te verzamelen om het ‘Een van ons’-initiatief te ondersteunen (een Europees burgerinitiatief voor de beschermwaardigheid van embryo’s, red.). Of het brengt jongeren in Kroatië er toe 600.000 handtekeningen te verzamelen ter verdediging van het traditionele huwelijk. Ik heb met bewondering naar deze Europese initiatieven gekeken. Zulke inzet versterkt mijn geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is als we doen wat we moeten doen.

Maar deze visie zal alleen krachtig en aantrekkelijk zijn in zoverre we trouw blijven aan onze principes. We kunnen onze waarden niet aanlengen om tegemoet te komen aan de politiek-correcte tijden. Op een zeer categorische en Spaanse manier, heet de Spaanse pro-life-campagne nul abortus, niet vijftig procent abortus. De Fransen deden niet onder voor de Spanjaarden en erkenden de universele aantrekkingskracht van het huwelijk, riepen derhalve een manif pour tous (manifestatie voor allen, red.) uit, niet een manifestatie voor enkelen. Als we de weg van de minste weerstand kiezen, zullen we falen.

RTO coverEr is nog een laatste reden waarom ik denk dat een terugkeer tot orde mogelijk is en voor mij is dat de meest overtuigende: we kunnen rekenen op de hulp van God en Zijn genade. Ik zeg nog maar eens dat onze situatie is als die van de verloren zoon. Als je het verhaal van de verloren zoon leest, zul je zien dat hij het geld van zijn vader nam en uitgaf aan de losgeslagen onmatigheid van spelen en feesten. De verloren zoon kwam niet tot inkeer door een moreel probleem, maar door een economisch probleem – 1. Zijn geld was op en hij had geen manier om in zijn onderhoud te voorzien. 2. Een grote hongersnood teisterde het land. Het was toen dat de verloren zoon zich zijn vergissing realiseerde en terug verlangde naar het huis van zijn vader. Hij stond op en ging terug naar de vader.

In het verhaal van de verloren zoon weten we dat de zoon naar zijn vader verlangde. Maar we vergeten dat de vader nog veel meer naar zijn zoon verlangde. De vader keek al uit naar zijn zoon toen hij kwam en rende hem tegemoet. We mogen er van overtuigd zijn dat God verlangt naar onze grote terugkeer naar huis, veel meer dan wij dat doen. En wanneer hij ziet dat wij ons inzetten daarvoor, zal Hij niet onderdoen in zijn gulheid en zal Hij wat wij ondernemen gunstig gezind zijn. Aan de zorg van de vader mogen we de moederlijke genegenheid toevoegen van een moeder die ook intens het beste met ons voor heeft. Onze Gezegende Moeder is een voorvechter van onze zaak.

Het is mijn hoop dat, te midden van persoonlijk economische problemen en de economische crisis die onze landen bedreigd, het boek Return to Order mag dienen tot opwekking van een verlangen naar het huis van de vader en u er toe mag brengen op te staan en u met anderen aaneen te sluiten om de cultuur te veranderen en tot de vader en omarming van de moeder te komen. Het is mijn hoop dat u aan deze krachtige een aansprekende ideeën vast zult houden die ons oproepen dat te doen wat natuurlijk is – terugkeren naar huis.


N.a.v. John Horvat II, Return to Order. Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go (York, PA: York Press, 2013), 380 p, harde kaft met stofomslag, ISBN: 978-0-9882148-0-4, 20,99 euro.

Posted on 7 Comments

Waarom is Roemenië niet rijk?

Het is verbazingwekkend om te bemerken dat naar schatting tussen de 4 en 8 miljoen Roemenen het land hebben verlaten. President Traian Basescu heeft het aantal zelfs op 12 miljoen geschat. En dit voor een land met een bevolking van 22 miljoen, wat betekent dat tussen de 18 en 36% van de bevolking het land verlaten heeft. Waar zou ik dat aantal nu mee kunnen vergelijken? Denk hier maar aan: In Ierland, tussen 1845 en 1852, stierven één miljoen mensen en nog één miljoen emigreerden, op een totaal van 8 miljoen mensen, oftewel 25% van de bevolking. Maar Ierland was een onderdrukt land, bezet door buitenlanders en verkeerde middenin een grote nationale tragedie, de Ierse hongersnood, ook wel bekend als ‘Potato Famine’ (aardappelhongersnood). Ik wil maar zeggen, het soort emigratie dat we in Roemenië zien, zouden we normaliter associëren met oorlog, hongersnood en onderdrukking.

Maar er lijkt geen grote tragedie te zijn in Roemenië die zoveel van haar kinderen ertoe gebracht heeft het land te ontvluchten, noch is er in dit land van vruchtbare akkers en vaardige boeren enige sprake van hongersnood. Sterker nog,  het heeft er alle schijn van dat niet de onderdrukking, maar het eind van de onderdrukking de exodus in gang heeft gezet. Zodoende kunnen we ons afvragen, “Waarom betekende vrijheid voor Roemenië voor zoveel van haar kinderen de vrijheid om Roemenië te verlaten? Waarom betekende ‘een beter leven’ voor zoveel Roemenen een leven buiten Roemenië?”

Het is verleidelijk om te antwoorden, dat Roemenië een arm land is, maar de volgende vraag is dan: “Waarom is Roemenië niet rijk?” Als we een arme samenleving zien, kunnen we ons afvragen of hun armoede natuurlijk is. Misschien heeft God dat land, net als de uitgestrekte Sahara, niet gezegend met de gaven waar rijkdom vanaf hangt. Als we echter een land als Roemenië beschouwen, dan zien we vruchtbare hoogvlakten en valleien, groene weiden, rivieren vol vis, bergen rijk aan mineralen. We zien een land met grote natuurlijke rijkdom, met al het denkbare waarmee een liefdevolle God een volk zou kunnen zegenen.  Het probleem kan dus niet bij God liggen. Het moet derhalve wel bij de mens liggen. Als de mensen de boer een slaaf van de bankier hebben gemaakt, kunnen de mensen het probleem oplossen. Als een natie  in de schuld is komen te staan van buitenlandse mogendheden, kan ze haar eigen vrijheid hervinden. Ze kan werkelijk vrije markten tot stand brengen, en niet het kapitalistische schijnbeeld daarvan; ze kan werkelijk vrije mensen voort brengen, en niet de mythische ‘homo economicus’ of ‘homo sovieticus’; ze kan waarachtige burgers voortbrengen, die in echte families en echte steden leven gebaseerd op echte rijkdom, niet financiële rijkdom. En ze kan dit alles doen, als ze het echt wil. Er is niets dat een dergelijke natie in de weg staat, behalve zijzelf.  Wat weerhoudt Roemenië er dan van – en wel dermate dat zovelen menen het land te moeten verlaten om serveerster te worden in Italië of aardbeienplukker in Spanje?

“Als we een land als Roemenië beschouwen, zien we vruchtbare hoogvlakten en valleien, groene weiden, rivieren vol vis, bergen rijk aan mineralen.”

Staat u mij toe om te suggereren dat wat hier mankeert een Roemeense oplossing voor Roemeense problemen is. Eeuwenlang betekende Roemeen zijn, of ten minste, deel uitmaken van de Roemeense elite, dikwijls vooral naar buiten kijken en niet zozeer naar binnen. Nu moet ik hier bij voorbaat om uw verschoning bidden, aangezien ik me hier ver buiten mijn domein van expertise begeef om slechts wat terloopse en wellicht oppervlakkige observaties te debiteren over het Roemeense karakter, en ik hoop dat niemand zich beledigd zal voelen. Het komt me echter voor, misschien op basis van ontoereikend bewijsmateriaal, dat er een zekere aangeboren bescheidenheid is onder de Roemenen. Dit is wellicht het resultaat van eeuwen onder vreemde overheersing, toen eerbied voor buitenlanders een overlevingsvaardigheid was. En studerende op de Roemeense taal valt vanuit het gezichtspunt van een Engelstalige op, dat de Roemeense taal zwaar leunt op de lijdende vorm, de aanvoegende wijs en de wederkerende vorm.

Nu is bescheidenheid een deugd; er kan bijvoorbeeld niet werkelijk iets geleerd worden zonder eerbied voor de bronnen van kennis. Wanneer de overlevingsvaardigheid echter een filosofische gewoonte wordt, bestaat het gevaar dat men de gaven die men ontvangen heeft over het hoofd ziet door altijd te denken dat de gaven van anderen zoveel beter zijn. En zo komt het, of zo komt het mij tenminste voor, dat Roemenen maar al te vaak ideeën hebben gevolgd die niet goed hebben uitgepakt voor de Roemenen om de eenvoudige reden dat ze voor niemand goed uit hebben gepakt. Maar aangezien deze ideeën prestige hadden in buitenlandse hoofdsteden, kregen ze ook prestige onder Roemeense elites.

Laat me bij wijze van voorbeeld wijzen op een curieuze parallel. In de laatste dagen van het bewind van de tiran, liet Ceausescu zijn volk verhongeren om de buitenlandse schuld af te betalen. Kijk nu eens naar de situatie in Europa vandaag en we zien dat de oplossing die voor Griekenland wordt voorgesteld is dat ze haar volk zou moeten laten verhongeren om de buitenlandse schuld te kunnen betalen. Dat wil zeggen, wat het communisme bewerkstelligde met tanks en de Securitate, bewerkstelligt het financiële kapitalisme met schuldpapieren en bankiers.

Maar Ceausescu bereikte tenminste zijn doel; de nieuwe liberale regering ving aan zonder dat de staat ook maar een leu schuldig was aan wie dan ook. Ik ben hier niet om op welke manier dan ook de tiran te verdedigen, maar ik teken wel aan dat Ceausescu ten minste tot het inzicht kwam dat alle leningen van Washington een val waren en hij wilde de controle vanuit Moskou niet inruilen voor controle door Washington. Ceausescu besefte wat de Grieken nu pas leren: dat het verlies van de eigen munt het verlies van de eigen soevereiniteit betekent.

Maar onder het bewind van de nieuwe globalisten staat de buitenlandse schuld opnieuw op 33% van het BBP en groeit hard; al het lijden van de natie is voor niets geweest. Buitenlandse entiteiten hebben nu een ferme greep op de economie, Griekse, Oostenrijkse en Franse banken controleren meer dan de helft van de middelen van de banken van de natie, terwijl 60% van de schulden van de natie in buitenlandse valuta zijn. Het is waarschijnlijk zelfs waar dat Ceausescu in sommige opzichten meer onafhankelijkheid van Moskou had dan Basescu van Brussel. Het is bijvoorbeeld aan Basescu noch het Roemeense volk om de omvang van de Roemeense begroting te bepalen, dat wordt in een bureau in België gedaan.

Dit brengt ons ertoe een curieuze parallel op te merken tussen het universalisme van Marx en het globalisme van de kapitalisten. Voor beide betekenden plaats en cultuur niets; mondiaal kapitalisme kent, net als internationaal communisme, geen beperkingen en erkent geen grenzen. Is het niet op zijn plaats om te vragen of Brussel de basis is van een Vierde Internationale, met teksten geleverd door Goldman-Sachs, op een wijsje gespeeld op een kassa en begeleid door de onheilige drie-eenheid van de Wereldbank, het WTO en de ECB? Zoals de criticus van het marxisme Slavoj Zizek opmerkte, “Het socialisme faalde doordat het uiteindelijk een ondersoort van het kapitalisme was … Marx’ notie van de communistische samenleving is zelf de inherente kapitalistische fantasie.”

De parallellen tussen deze Vierde Internationale en haar grove voorlopers kunnen verbazingwekkend zijn. De communisten verzamelden bijvoorbeeld de productie in omvangrijke collectieven, conglomeraten die iedere concurrerende bron van productie en politieke macht uitsluiten, en concentreerden het effectieve eigendom in de handen van de bureaucraten. In de kapitalistische wereld wordt echter de productie verzameld in omvangrijke conglomeraten, collectieven die iedere concurrerende bron van productie en politieke macht uitsluiten, en het effectieve eigendom concentreren in de handen van bureaucraten. Als je een willekeurige ‘supermarkt’ in Amerika binnengaat, zul je een breed scala aan ‘concurrerende’ producten vinden. Maar als je de etiketten af pelt, zul je zien dat er in iedere sector slechts twee of drie conglomeraten zijn die als kartel de markt verdeeld hebben, waarmee je de illusie van concurrentie gegeven wordt, zonder de realiteit. Stalin zou stom verbaasd zijn over de mate van collectivisatie die men in het Westen bereikt heeft, als iets dat zijn wildste dromen te boven gaat.

De kapitalisten hebben laten zien dat ze efficiënter zijn in de keuze van middelen voor sociale controle. De communisten zouden bijvoorbeeld de geheime politie inzetten tegen de arbeiders. Maar de kapitalisten kunnen het een beter: zij zetten de arbeiders tegen de arbeiders in. Autoproducent Dacia die in Frans bezit is opende bijvoorbeeld recent een fabriek in Marokko, die werkgelegenheid weg zal nemen van de fabriek in het Roemeense Moveni. Jerome Olive, CEO van Automobile Dacia, stelde dat het bedrijf de concurrentie tussen de twee fabrieken wil “stimuleren”, zodat “de fabriek die de goedkoopste [auto’s] maakt, de meeste orders zal krijgen.” Ik vermoed dat dit een efficiëntere manier is om de arbeiders te onderdrukken en daarbij veel goedkoper dan het inhuren van politieagenten.

Posted on 1 Comment

Europees christendom onder druk

In dit artikel wil ik het hebben over de rol van het christendom in Europa en de situatie waar het in verkeert. Ik werd hiertoe geïnspireerd door de artikelen van de Hongaarse journalist Gergely Szilvay en het vijf-jaarrapport over christianofobie in Europa, gepubliceerd door het Observatorium van Intolerantie en Discriminatie tegen Christenen in Europa (OIDCE).

“485 begraafplaatsen of religieuze plaatsen van samenkomst werden gevandaliseerd tussen 1 januari en 30 september 2010. 410 daarvan waren christelijke plaatsen, 40 islamitische en 35 joodse”, aldus de voormalig Franse minister van Binnenlandse  Zaken Brice Hortefeux.

Dit betekent dat de symbolen van de meerderheid het vaakst het doelwit zijn van anti-religieuze, of om precies te zijn anti-christelijke, aanvallen. Dit is vreemd als we weten dat het katholicisme lange tijd de officiële godsdienst is geweest in Frankrijk en dat meer dan de helft van de Fransen zich nog altijd als katholiek beschouwt. We moeten echter beseffen dat praktiserende katholieken inmiddels een minderheid zijn in Frankrijk.

We kunnen ons niettemin afvragen hoe het kan dat de zwijgende meerderheid gediscrimineerd wordt of misschien zelfs vervolgd in extreme gevallen. Er zijn andere demografische kenmerken waarbij dit een algemeen bekend verschijnsel is. Neem bijvoorbeeld vrouwen, er is altijd een meerderheid van vrouwen geweest in de samenleving, tot op de dag van vandaag horen we echter zelfs in West-Europa over vrouwen die worden achtergesteld op het werk. Zwarten zijn altijd een meerderheid geweest in Zuid-Afrika, toch werden ze decennia lang gediscrimineerd onder het apartheidsbewind.

Om tegen het christendom gericht vandalisme en discriminatie te begrijpen, moeten we eerst inzien dat de scheiding van kerk en staat in toenemende mate wordt geïnterpreteerd als de scheiding van kerk en samenleving. Het begrip ‘kerk’ wordt bovendien gelijkgesteld aan de clerus. Deze tendens neemt alleen maar toe en vind bijvoorbeeld ook zijn weg binnen de recent opkomende Piratenpartij.

Anti-clericale bewegingen hebben altijd bestaan in Europa en hebben lange tradities in veel samenlevingen, maar de gebeurtenissen van mei 1968 waren een belangrijke mijlpaal voor de huidige situatie. In mei ’68 protesteerden duizenden studenten tegen de regering van Charles de Gaulle en tegen de maatschappelijke status quo voor ‘een betere wereld’. Ze relden in de straten, blokkeerden de toegang tot universiteiten, hun leider Daniël Cohn-Bendit piste tegen de muur van de Sorbonne, ze staken de ingang van de Parijse aandelenbeurs in brand.

Deze ‘betere wereld’ betekende meer vrijheid in onderwijs, gezondheidszorg (legalisering van abortus en euthanasie), verdere stappen in de scheiding van kerk en staat, meer vrijheid in het leven van alledag (gedrag tussen kinderen en ouders, tussen leerlingen en leraren), seksualiteit (voor-huwelijkse sex) en de publieke zaak (geen militaire dienstplicht en geen doodstraf meer), minder ongelijkheid, bescherming van minderheden, bescherming van flora en fauna en ‘wereldvrede’.

Het is interessant dat, als continent, Europa het eerste christelijke continent is. Sinds de jaren ’60 wordt de rol van de christelijke godsdienst, van christelijke kerken echter zwakker, niet alleen omdat het uit de mode is, maar ook vanwege verbale en fysieke aanvallen op het christendom. We leven in een tijdperk van ‘dictatuur’ van de politieke correctheid. Hoe is het zo ver gekomen?

Er zijn veel methoden die hiertoe gebruikt zijn. Ik noem maar een paar voorbeelden uit verschillende landen:

  • EU-ambtenaren stelden een schoolagenda voor waarin feestdagen van alle godsdiensten waren opgenomen, behalve christelijke;
  • Extreem-linkse anarchistische groepen riepen op tot het in brand steken van kerken in Duitsland, ze werden uiteindelijk vrijgesproken;
  • In Frankrijk werden protestanten tegen een godslasterlijke theatervoorstelling gearresteerd door de politie;
  • Een lokale overheid organiseerde een tentoonstelling waarin christelijke persoonlijkheden werden gesodomiseerd;
  • Christelijke evenementen worden op televisie belachelijk gemaakt;
  • Missen worden verstoord door Holebi-activisten;
  • Religieuze symbolen (inclusief christelijke) worden uit scholen verbannen vanwege immigranten;
  • Religieuze websites worden gehackt;
  • Holebi-mars belastert het christendom;
  • Een verbod op het dragen van een kruisje op het werk en daaropvolgend ontslag van christelijke werknemers;
  • Bekende personen en parlementsleden die bedreigd worden, omdat zij publiekelijk hun steun uitspreken voor het traditionele huwelijk;
  • Stilzwijgen over discriminatie van christenen in Europa en in andere delen van de wereld;
  • Het opleggen van politiek-correcte maatregelen aan religieuze scholen.

Na het nader bekijken van veel van de 620 verzamelde gevallen, scheen het me toe dat het om een systematisch proces gaat en iemand er achter moet zitten. Welnu, volgens de OIDCE zitten er 3 groepen achter deze gevallen: radicale Holebi-organisaties, radicale feministen en radicale secularisten. De OIDCE verdeeld de zaken in haar rapport over 2011 over de volgende categorieën:

I- Gevallen van discriminatie

-Vrijheid van godsdienst (19)

-Vrijheid van meningsuiting (12)

-Vrijheid van geweten (12)

-Anti-christelijk handelen ingegeven door discriminerende wetten gebaseerd op gelijkheid (10)

II- Intolerantie

-Verdringing uit het openbare leven (14)

-Daden tegen religieuze symbolen (19)

-Laster (18)

III- Handelen ingegeven door haat

Een parlementair rapport in het Verenigd Koninkrijk gaf aan dat de staat tekort schiet in het beschermen van de rechten van christenen, of het nu gaat om de rechten van de meerderheid op het werk of om andere zaken. Veel deskundigen concludeerden dat christenen niet van zich laten horen. Algemeen directeur van de BBC Mark Thompson stelde dat het christendom met veel minder fijngevoeligheid behandeld wordt dan andere godsdiensten omdat het bredere schouders heeft.

Het echte probleem is de lijdzaamheid van christenen in het openbare leven en het geringe zelfbewustzijn in het spreken over het christelijk geloof en de christelijke identiteit, deels vanuit angst daar op aangevallen te worden en deels door succesvolle negatieve campagnes tegen de kerk (bijvoorbeeld inzake pedofilie, geheimen van het Vaticaan, de rol van de Kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog enzovoort) en tegen mensen en instituten verbonden aan oude tradities of oude aristocratische/nationale/christelijke elites.

De mainstream media en contemporaine kunst vallen deze het meest aan. De traditionele kerken (katholieken, lutheranen, calvinisten) zijn verzwakt en nieuwe religieuze stromingen komen op in de samenleving (evangelischen, islamieten, boeddhisten). Dit gaat niet zonder moeilijkheden omdat religie onderdeel is van de persoonlijke maar ook van de nationale identiteit en de meeste mensen zich hiervan bewust zijn.

We kunnen zien dat de generatie van mei ’68 er in is geslaagd veel van zijn claims heeft weten te realiseren, maar de effecten zijn, in samenspel met andere factoren, catastrofaal:

Europa heeft de meest vergrijsde (Duitsland, Zwitserland) bevolking en de bevolking met de laagste vruchtbaarheidsgraad (Tsjechië, Bulgarije) ter wereld. Tientallen miljoenen abortussen zijn uitgevoerd. Het bevolkingsaantal neemt af ook al is er immigratie. Meer en meer kinderen worden geboren zonder dat de ouders getrouwd zijn (Hongarije, Frankrijk). En de meeste huwelijken eindigen in scheiding (63% in Zweden).

Een hedonistische samenleving gebaseerd op consumptie in de meeste stedelijke gebieden in Europa en een zeer groot deel van de huishoudens dat lijdt onder schulden, de consumptie is lange tijd groter geweest dan de inkomsten. En onze regeringen hebben de economische crisis waar we nu in verkeren niet voorkomen.

Onze taak als jonge christenen is om onze stem te laten horen ten aanzien van belangrijke onderwerpen die betrekking hebben op het alledaagse leven van mensen. We moeten duidelijk maken wat de voordelen zijn van tradities, van het traditionele gezin, van de traditionele samenleving, van familiebedrijven enzovoort. De mensen moeten het belang beseffen van de godsdienst en van de historische rol van de clerus. Zelfs die mensen die geen praktiserend christen zijn hebben er recht op te weten wat religie werkelijk betekent.

Vrijheden zijn wat ons betreft iets anders dan politieke correctheid.

De staten in het Westen slagen er niet in de rechten van christenen te beschermen omdat ze onder druk staan van kleine maar goed georganiseerde lobbygroepen van secularisten en minderheden en het is onze taak om onze stem te laten horen voor de zwijgende meerderheid. We moeten het goede voorbeeld geven aan de samenleving en zelf lobbygroepen vormen om op te komen voor hen die ‘bang‘ zijn om hun gezichtspunt te uiten. Het zal een lange slag zijn, maar het is de moeite waard.

Posted on Leave a comment

Jerzy Buzek: Morele krimp groter gevaar dan economische crisis

Het tanende bewustzijn van morele waarden kon wel eens een groter gevaar zijn voor Europa, dan het inboeten aan economische of politieke macht, dat stelde de voorzitter van het Europese Parlement tijdens het European Prayer Breakfast op 30 november jongstleden. De Poolse lutheraan Jerzy Buzek sprak bemoedigende woorden voor de 300 aanwezige christelijke politici en leiders uit diverse maatschappelijke verbanden.

Buzek riep in herinnering dat we in 2013 de 1700e verjaardag van het Edict van Milaan mogen vieren. Sindsdien waren christenen in het Romeinse Rijk vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen: “Van toen af aan heeft het christendom Europa gevormd.” Dit christelijke erfgoed is in de twintigste eeuw vooral uitgedaagd door het atheïstische communisme en het fascistische nazisme, aldus Buzek. Deze ideologieën hebben gepoogd het aanzien van Europa op wrede wijze te verminken. Toen de beide delen van Europa deze ideologieën ten langen leste te boven kwamen, betekende dit ook een opleving van het christendom. Christelijke politici speelden dan ook een grote rol bij het streven naar duurzame vrede in Europa. Buzek waarschuwde echter dat christenen daarom niet maar kunnen berusten: “Een moedig getuigenis van christenen – ook door hun aanwezigheid in de politiek – is één van krachtigste dingen die we tot onze beschikking hebben. Als we dat opgeven zijn we veroordeeld tot de afkalving van de Europese geest [..] en een toename van de geestelijke leegte die zo kenmerkend is voor onze consumptiemaatschappij.”

Naar aanleiding van het Edict van Milaan benadrukte Buzek ook dat de wederzijdse onafhankelijkheid van kerk en staat niet begrepen moet worden als een onoverkomelijke scheiding. De kerk heeft in de visie van Buzek de taak om de staat het beeld van een eerlijke en rechtvaardige samenleving voor te houden. De voorzitter van het Europees Parlement noemde in dit verband ook het agressieve secularisme dat men tegenwoordig veel ziet, met als in het oog springend voorbeeld de poging het kruis te verbannen uit de schoollokalen: “Een agressieve, en in werkelijkheid intolerante, minderheid zou ons geloof het liefste in de kleine privésfeer willen opsluiten. Dit zou daadwerkelijk het schrappen van de idee van de godsdienstvrijheid betekenen, een idee dat we sinds het Edict van Milaan gekend hebben. De geschiedenis heeft echter laten zien dat de lege ruimte die achterblijft waar het kruis wordt weggehaald, altijd is veroverd door totalitaire ideologieën. Het verdwijnen van het kruis resulteert niet in het bevrijden, maar in het knechten van de mens.”

Buzek sprak verder over de economische crisis, waaraan volgens hem een diepere, geestelijke crisis ten grondslag ligt, omdat “de materiële groei niet gevolgd wordt door geestelijke en morele groei.” Deze morele krimp zou wel eens een groter gevaar voor Europa kunnen zijn dan verlies aan welvaart of politieke macht. Onder verwijzing naar Solidarnosc, dat gefundeerd was op christelijke waarden en door gebed gedragen werd, stelde hij dat het communisme door het geloof overwonnen is. “Waarom zou dan het kapitalisme niet gered kunnen worden door het geloof?” Europa zal daarom altijd gevoed moeten worden vanuit het christelijk erfgoed en het levende geloof van verantwoordelijke politici, zo benadrukte hij tot slot.

Posted on Leave a comment

De morele crisis van de consumptiemaatschappij

De beelden van plunderende en rellende bevolkingsgroepen in de straten van Londen, Birmingham en andere steden van Engeland, deden Europa even op haar fundamenten schudden. Hoe is het mogelijk dat in een welvarende staat als Engeland, dat zich bevindt in het hart van de westerse, vrije democratieën het zo uit de hand kan lopen? Één ding is glashelder; de westerse wereld is, ondanks haar liberale verworvenheden, zoals gelijkheid en (economische) vrijheid, verwikkeld in een morele crisis.

Geweldsexplosie
De vlam sloeg in de pan toen een agent de 29-jarige Mark Duggan, vader van vier kinderen, doodschoot. Een vreedzaam protest in de Londense wijk Tottenham tegen het politiegeweld escaleerde in een geweldsuitbarsting, waarbij honderden jongeren hun frustratie botvierden op de politie. Al snel verspreidden de rellen zich naar andere wijken van Londen; spoedig daarna ook naar de grote steden Birmingham en Manchester. Het eindresultaat bestond uit vijf slachtoffers en een schadepost van miljoenen euro’s.

De vraag hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen in Engeland wordt verschillend beantwoord. In de meeste reacties die volgden op de gebeurtenissen in Engeland wordt duidelijk dat de rellen dit keer niet afgedaan kunnen worden als protest van een gewelddadige minderheid of kansloze onderklasse. In de straten van Londen stonden geen protesterende immigranten die opkwamen voor hun politieke rechten, of werkelozen die maatschappelijk gezien in een uitzichtloze situatie verkeerden. Er was dan ook geen sprake van vernielingen aan overheidsgebouwen of politiek bolwerken. De relschoppers, of beter gezegd plunderaars, in Londen hadden het gemunt op winkels en commerciële instellingen. Met grof geweld werden winkels opengebroken en de nieuwste elektronische gadgets gestolen.

‘A broken society’
Vrij breed is men er van overtuigd dat we hier niet te maken hebben met een plotselinge uitbarsting van geweld, maar dat er een dieperliggend probleem ten grondslag ligt aan de rellen van afgelopen zomer. Dat de schrik er goed in zat blijkt wel uit de reactie van premier – Cameron, die voortijdig terugkwam van vakantie en sprak over een diep moreel verval van de samenleving. De conservatieve Cameron legde schuld voor de rellen vooral bij de burgers en hun gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid. Hij typeerde de Engelse samenleving als een ‘broken society’, die gekenmerkt wordt door ‘onverantwoordelijkheid, egoïsme, kinderen zonder vaders, scholen zonder discipline, beloning zonder inspanning en rechten zonder verantwoordelijkheden’.[1] De sociaal democratische voorman Ed Miliband legde de zere vinger juist bij de grote kloof tussen arm en rijk. Volgens hem speelt die de Engelse samenleving parten.

Voorop moet gesteld worden dat er geen eenduidige verklaringen te geven zijn voor de rellen en de sociale onrust in Engeland. De groepen burgers die betrokken waren bij de rellen zijn te divers om enkel te spreken van een sociaal conflict, zoals de socialisten menen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat het al langer broeide in de buitenwijken van Londen. Bij een relatief klein gedeelte van de Engelse bevolking heerst grote armoede. De Britse psychiater Theodore Dalrymple, die veel met deze groep in aanraking komt, spreekt zelfs over een onderklasse.[2] Het probleem is dat deze onderklasse slechte huisvesting heeft en dikwijls werkeloos thuis zit. Bovendien leeft deze groep samen in sterk geürbaniseerde gebieden. Zo telt alleen de stad Londen al de helft van het aantal inwoners in Nederland.[3]

Discrepantie
De grote vraag is of dergelijke rellen ook kunnen ontstaan in Nederland. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) meent dat het zo’n vaart niet zal lopen, hoewel hij het ook weer niet uitsluit. Zijns inziens heeft het Verenigd Koninkrijk te maken met een aantal structurele sociale problemen, die niet of in geringe mate van toepassing zijn op Nederland. Deskundigen wijzen erop dat de verzorgingsstaat in Nederland een factor van betekenis is in het voorkomen dergelijke rellen. Het Nederlandse stelsel heeft namelijk een nivellerende werking. Met andere woorden, de kloof tussen rijk en arm is relatief klein.[4]

Hoewel Nederland dus niet te maken heeft met ernstige, structurele sociale problemen, heerst er wel degelijk onrust. In een opiniërende bijdrage in het Reformatorisch Dagblad wijzen twee onderzoekers op de discrepantie in het beleid van het huidige kabinet. Enerzijds wordt de bal vooral gekaatst naar de bevolking; dikwijls spreekt de overheid haar afschuw uit over morele misstanden, die vooral het gevolg zouden zijn van een te grote overheid. Anderzijds worden, in het kader van een kleine overheid, de handen van de samenleving afgehouden en komt de nadruk te liggen op eigen verantwoordelijkheid. Tegelijk geeft het kabinet een statement door repressief op te treden. In de woorden van de auteurs: ‘de democratische bewijslast wordt omgekeerd: niet de overheid ziet zichzelf genoodzaakt haar beleid te verantwoorden, maar legt de burger langs de morele meetlat.’[5] Deze politieke houding heeft consequenties. Als het in de praktijk immers bij gesproken woorden blijft en de daadwerkelijke misstanden uiteindelijk niet worden aangepakt, veroorzaakt dat onbegrip bij de burger.

De les die hieruit te leren valt, is dat burgerschap een tweerichtingsverkeer is. Van elke burger mag tenminste verwacht worden dat hij anderen niet tot last is. Nog liever zien wij burgers die zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun medemens die, op welke manier dan ook, buiten de boot dreigt te vallen. Tegelijk heeft de overheid de taak daartoe de juiste kaders te bieden. Dit kan eenvoudig door te wijzen op de rechten en plichten van haar onderdanen.[6]

De waarde van het gezin
Laten we terugkeren naar de casus-Engeland. Het probleem van Engeland, en impliciet ook van Nederland, gaat namelijk veel dieper. De hebzucht die tijdens de Engelse rellen duidelijk zichtbaar was, gaat de midden- en bovenklasse niet voorbij. Hebben we hier eigenlijk niet te maken met een zieke moraal? In de huidige consumptiemaatschappij staan individualisme en zelfontplooiing hoog in het vaandel. De wrange vruchten zijn egoïsme en nihilisme. Veel burgers zien alleen hun rechten en verzaken hun plichten. Oplossingen om (mogelijke) misstanden te voorkomen mogen daarom niet alleen gezocht worden in ‘meer banen, meer ontmoetingsplaatsen voor jongeren en meer jongerenwerkers’. De eerste hobbel die genomen moet worden, is van morele aard. Het onderscheid tussen goed en kwaad kan niet gedegradeerd worden tot een persoonlijke keuze, maar is ons door God Zelf aangereikt. Het morele tekort op de maatschappelijke balans moet daarom omgeslagen worden.[7] Concreet dient de politiek daarom de geborgenheid van het gezin te benadrukken en actief burgerschap te stimuleren.

Er wordt weleens lacherig over gedaan, maar het gezin is nog altijd de hoeksteen van de samenleving. In het gezin wordt het individu zowel moreel als sociaal gevormd. Het blijkt dat, waar liefde en geborgenheid in een gezin centraal staan, de leden voor zichzelf en tot elkaar beter tot hun recht komen.[8] In het natuurlijke gezin ligt de verantwoordelijkheid echter niet alleen bij de moeder, maar heeft de vader eveneens een taak. Ten onrechte wordt de positie van de vader vaak ondergewaardeerd. Man en vrouw vullen elkaar namelijk aan in een gezin; beiden zijn nodig. Een kind is gebaat bij het geduld van moeder, maar ook bij de duidelijkheid van vader.[9] Het toenemend aantal scheidingen en ontwrichte gezinnen verdient daarom de aandacht van de politiek. Een gezinsvriendelijk beleid is één van de nuttige kaders die de overheid kan bieden om kinderen in een veilige, vertrouwde omgeving te doen opgroeien. Een minister van Jeugd en Gezin, die oog heeft voor het belang van het gezin, is daarom geen overbodige luxe.

Een morele crisis
Na de economische crisis zijn het nu de rellen in Engeland die onze moderne maatschappij een spiegel voorhouden. Wat beide crises met elkaar gemeen hebben is de hang naar materialisme, zonder morele verplichtingen en verantwoordelijkheden. Ze zijn tekenend voor de morele crisis waarin onze consumptiemaatschappij zich bevindt.

In de moderne westerse cultuur ligt de nadruk op wat iemand bezit en niet op hoe iemand leeft. Geluk wordt meestal in verband gebracht met materieel gewin en genot. Het is de consumptiemaatschappij die de jongeren steeds meer ‘musthaves’ opdringt. Het roept ons dagelijks toe: ‘koop en geniet! Het goede leven kan op aarde bereikt worden’. Morele waarden en normen lijken hieraan ondergeschikt te zijn gemaakt. Het probleem van onze liberale samenleving is het uitgangspunt dat ieder vrij is om zijn of haar eigen geluk na te streven. Niettemin moeten al die individuen samen een samenleving vormen.[10] Wat als er geen hogere moraal is die de samenleving bindt? Waarschijnlijk staat het ergste ons dan nog te wachten. Terecht noemt Theodore Dalrymple de rellen ‘symptomatisch voor een maatschappij die snel uiteenvalt, voor een volk dat geen leiders en geen volgelingen telt, maar enkel nog egoïsten.’[11]

Het volstaat daarom niet om de relschoppers weg te zetten als criminelen. Wij maken zelf eveneens onderdeel uit van een cultuur van hebzucht en afgunst, die in beweging blijft door een onverzadigbare hang naar materialisme. De Engelse theoloog en apologeet C.S. Lewis laat in een van zijn belangrijkste werken zien waar de rotte plek zit in onze samenleving, namelijk in de hoogmoed en de afgunst. In onze competitiesamenleving, waarin we het altijd beter moeten doen dan de ander. Lewis merkt dan ook scherp op: ‘De Hoogmoed beleeft geen plezier aan het hebben van iets, maar aan het hebben van meer dan een ander’.[12] Helaas wordt ons dat ook nu nog met de paplepel in gegoten.

Gert-Jan van Panhuis MA & Johan van de Worp BA

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het studieblad Zicht. Het magazine  van het wetenschappelijk instituut van de SGP. http://www.wi.sgp.nl/Home/HomeNieuws_6030/16155.wlid


[1] G. Drosterij en R. Peeters, ‘Burger in de beklaagdenbank’, Reformatorisch Dagblad, 24 september 2011.

[2] Voor een uitgebreide analyse over de Engelse onderklasse, zie Theodore Dalrymple, Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse instandhoudt. Zijn stelling luidt in het kort dat het bestaan van de onderklasse eerder een keuze is dan een vorm van determinisme.

[3] De Volkskrant, ‘Britse rellen zullen niet snel overslaan naar Nederland’, 10 augustus 2011.

[4] Ibidem.

[5] G. Drosterij en R. Peeters, ‘Burger in de beklaagdenbank’, Reformatorisch Dagblad, 24 september 2011.

[6] Kernideeën, Politiek-filosofische uitgangspunten voor de SGP-jongeren (z.p., z. j.), p. 25.

[7] Jan Schippers, ‘Morele moed gevraagd’, De Banier.

[8] Partijprogramma SGP, verkiezingen 2010.

[9] G. de Jong, ‘Vaderschap heft geen status’. Interview met Rob  De Oogs september 2011.

[10] A.Th.van deursen, De geest is meer dan het lichaam. Opstellen over geschiedenis en cultuur (Amsterdam 2010) 230.

[11]Volkskrant, ‘Theodore Dalrymple: ‘Rellen Engeland zijn het loon van laf leiderschap’,12 augustus 2011

[12] C.S.Lewis, Onversneden christendom (Kampen 2002) 125.