Posted on

Nice – Eigen schuld, dikke bult

Zoals verwacht heeft de salafistische terreur nog maar eens toegeslagen in Europa. Ditmaal was Nice het doelwit. Met mensen, veel kinderen incluis, die naar het vuurwerk zaten te kijken en plots geconfronteerd werden met een kamikaze met vrachtwagen die door de massa rijdend meer dan 80 doden maakte. De Franse nationale feestdag passend gevierd zal men bij salafisten zeggen.

Zij aan zij met al Qaeda

Maar dit is natuurlijk allemaal geen verrassing. Salafistische terreurgroepen zullen nog een tijd hier blijven toeslaan en het bloed veelvuldig doen stromen. Maar waar komt dit geweld vandaan? Hoe kon dit zo groeien en zo geraffineerd werken? Het antwoord is doodsimpel. Het westen leerde hen de trucs, hielp met diplomatieke steun en gaf hen zelfs de wapens om ermee toe te slaan.

Neem het Parijse satirische tijdschrift Charlie Hebdo dat begin 2015 werd aangevallen en de redactie gedecimeerd. Het was al Qaeda, niet rivaal ISIS, die had toegeslagen. Maar nog steeds wordt datzelfde al Qaeda in o.m. Syrië en Jemen de hand boven het hoofd gehouden.

Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.
Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.

Kijk naar Jemen waar al Qaeda en ISIS dankzij de Saoedische interventie exponentieel konden groeien. Al Qaeda vecht zelfs aan de zijde van de Saoedische interventiemacht. En die krijgt volop steun van de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Franse president François Hollande – die het lef heeft om zich socialist te noemen – steunt dus nog steeds die groep die bij Charlie Hebdo dat bloedbad veroorzaakte. De man zou dan ook best nu ontslag nemen en voor de rechtbank gesleurd worden wegens medeplichtigheid aan terreur en landverraad. Dit is toch heulen met de vijand.

Typerend is dat men nu in Europa overal een minuutje stilte gaat houden. Mooi gebaar. Maar toen Charlie Hebdo werd aangevallen betuigde de Syrische regering haar condoleances. Als diezelfde terreurgroepen in Syrië toeslaan was er jarenlang zelfs applaus in de salons van Londen, Parijs en Washington. Onze kranten hadden het over een ‘succesvolle bevrijdingsstrijd’. Om van te kotsen.

De Standaard

Kijk naar een invloedrijke krant als De Standaard. Wie in Vlaanderen wil weten wat er allemaal in de wereld gebeurt leest die krant. Maar zie, recent riep men in die krant nog op om aan die Syrische jihadisten modern luchtafweergeschut te bezorgen.

En hun correspondent in het Midden-Oosten, Jorn De Cock, gaf zelfs mediatraining aan die opstandelingen die hij nadien in zijn krantenartikels dan omschreef als de toekomst voor het land, de helden van de (sic) revolutie. En intussen hielp zijn deels Libische vrouw vanuit jihadistenland Qatar mee zodat al Qaeda & Co Libië kort en klein konden slaan. Wat haar vader als premier ooit hielp opbouwen.

Of neem hun andere journaliste, Corry Hancké die zich voor haar berichtgeving over de Krim baseerde op de propaganda van Hizb ut Tahrir, na de Moslimbroeders de belangrijkste internationaal georganiseerde salafistische terreurgroep. En zo gaat die krant onverstoord verder. Excuses? Koerswijziging? Vergeet het.

De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.
De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.

Hoeft het dan te verbazen dat het politiek debat in onze politiek over die terreur en het Midden-Oosten van een onvoorstelbaar laag niveau is. Een man zijn broek zakt er van af. Maar ja, al die parlementsleden lezen De Standaard en denken dan dat ze aan de hand van de verhalen van een Corry Hancké en Jorn De Cock echt weten wat er ginds aan het gebeuren, is.

Joegoslavië

Neem bijvoorbeeld ook de Joegoslavische oorlog uit de jaren negentig van vorige eeuw. Tonnen papier verspilden diezelfde kranten aan de Servische president Slobodan Milosevic – het ‘monster’ – en die voor hen bloeddorstige Serviërs. Maar dat ginds Bin Laden en al Qaeda volop actief waren las men er NOOIT. Men hield het voor de buitenwereld verborgen.

Het resultaat is nu gekend. Niet België is per hoofd van de bevolking in Europa de grootste leverancier van Syriëstrijders zoals onze kranten verkeerdelijk schrijven. Neen, dat zijn Albanië, Kosovo en Bosnië. Landen die volop de steun van de VS genoten, zelfs hun creaties zijn en een bekeringsgebied bij uitstek bleken voor Saoedi Arabië. Het krioelt er tegenwoordig van de minaretten en hoofddoeken.

Daar ligt het probleem. De VS zegt nu toch al Qaeda en haar bondgenoten in Syrië eindelijk te willen gaan aanvallen. Afwachten maar. Met dubbele tong spreken was een uitdrukking van de inheemse bevolking in Noord-Amerika over de regering in Washington. En ze kenden de praktijk van die regering. Luister niet naar hun woorden dus maar kijk naar hun daden. Liefst die achter de schermen.

Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!
Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!

Neen, zolang men de salafistische bekeringsijver van die Arabische woestijnstaten blijft tolereren en zich door hen laat omkopen zal de strijd tegen de terreur alleen maar een lege doos blijven, een slogan zonder inhoud. Maar of we van figuren als Didier Reynders, Hollande, Nicolas Sarkozy of Barack Obama een echte koerswijziging gaan krijgen is zeer twijfelachtig. Eerst zien en dan geloven.

PS: Wie een uitstekend stuk wil lezen over wat de VS in Syrië moet doen kan dit eens lezen. Het is geschreven door twee voormalige Amerikaanse toplui die vroeger onder Obama betrokken waren bij het beleid tegenover het Midden-Oosten. De neo-conservatieven en ‘progressieve’ haviken zoals die van Human Rights Watch zullen het niet graag lezen.

The New York Times, 15 juli 2016, ‘Why the U.S. military can’t fix Syria’, Simon Stevin en Jonathan Stevens. http://www.nytimes.com/2016/07/14/opinion/why-the-us-military-cant-fix-syria.html?nlid=67751936&src=recpb&_r=0.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op de weblog van Willy Van Damme en met toestemming overgenomen op Novini.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

De islam als gesel van het decadente Westen

Frankrijk, 2022. In verrassend verlopen presidentsverkiezingen weet de partij van de Moslimbroederschap de meerderheid te halen. De politiek, de maatschappij en de diplomatie van Frankrijk staan op hun kop. Dat is, in het kort, het scenario in de laatste roman van Michel Houellebecq, ‘Onderworpen’ (Soumission).

Houellebecq is ongetwijfeld de beste romanschrijver van dit moment in Europa. Al zijn romans bevatten, zij het verborgen, scherpe maatschappijkritiek. De hoofdpersonen zijn eenzame, geïsoleerde mannen, die anoniem hun leven leiden in een volstrekt onpersoonlijke samenleving. Vluchtige, vooral lichamelijke contacten, internet en magnetronmaaltijden houden hen in leven. Zo is het ook in deze laatste roman, die de (toekomstige) politieke actualiteit volgt.

Om het Front National van de overwinning te houden, sluiten de socialisten, samen met centrumrechts, een alliantie met de leider van de Moslimbroeders. De moslimpartij mag de president leveren en de linkse en centrumpartijen krijgen een aantal departementen. In de aanloop naar de verkiezingen vinden er voortdurend rellen plaats en de tweede ronde wordt zelfs geannuleerd omdat stembureaus zijn overvallen door mysterieuze activisten. François, de hoofdpersoon van het boek, docent aan een vooraanstaande Parijse universiteit en geroemd kenner van Joris-Karl Huysmans, volgt dit allemaal wat op afstand. Hij houdt wel van de politieke debatten op televisie, maar verder leidt hij zijn wat eenzame leven (een typisch Houellebecq-personage). Via Alain Tanneur, de man van een vrouwelijke collega van hem, krijgt hij een kijkje achter de schermen van wat er werkelijk plaatsvindt in het Frankrijk van het derde decennium van de 21ste eeuw. Tanneur heeft een hoge functie bij de Franse geheime dienst en volgt extremistische bewegingen (waaronder de Identitairen en islamitische extremisten). Hij waarschuwt François voor wat Frankrijk staat te wachten en adviseert hem de hoofdstad te verlaten. François komt uiteindelijk in het Franse stadje Rocamadour terecht, beroemd vanwege de kapel met de Zwarte Madonna. Het ligt in het gebied waar Karel Martel strijd voerde met de moslimlegers die vanuit het Iberisch schiereiland naar het noorden optrokken. Hij ontmoet daar Tanneur weer, die op non-actief is gesteld omdat hij in een rapport had gewaarschuwd voor allerlei ongeregeldheden in het land tijdens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. De overheid heeft het rapport genegeerd, legt hij uit, en heeft zelfs de rellen toegelaten.

Dat François in Rocamadour terechtkomt is geen toeval. Zijn leven spiegelt dat van J.-K. Huysmans, de auteur waarover hij een omvangrijk proefschrift heeft geschreven. Huysmans sloot zich, na zijn door Zola beïnvloedde naturalistische periode, aan bij de decadente stroming, maar bekeerde zich vervolgens tot het katholieke geloof. Net als Huysmans bezoekt François prostitueés. In de kapel waar de Zwarte Madonna staat ondergaat hij een mystieke ervaring, maar in tegenstelling tot zijn grote voorbeeld – die zich als oblaat verbonden had aan de Abdij van Ligugé – bekeert hij zich tot de islam. Als docent aan een universiteit is hij dat bijna verplicht, wil hij zijn onderwijsbetrekking behouden. De moslimpartij heeft namelijk het hele onderwijs hervormt. De buitenlandse politiek richt zich met name op de moslimlanden; onderhandelingen met Turkije, Marokko en Tunesië voor toetreding tot de EU zijn geopend. Het straatbeeld in de Franse steden is veranderd: geen minirokken en schaarse kleding meer. Vrouwen worden langzamerhand uit het arbeidsproces geweerd.

De vraag is in hoeverre Houellebecq een ironische roman heeft geschreven. Het bevat geen anti-islam boodschap, integendeel. Eerder bevat het een aanklacht tegen de anonieme antireligieuze maatschappij. Alain Tanneur neemt het in een van de gesprekken zelfs op voor de nieuwe regering: “Voor Frankrijk ben ik er absoluut van overtuigd – ik durf erom te wedden – dat de christelijke eredienst niet alleen op geen enkele manier zal worden belemmerd, maar dat de subsidies voor katholieke verenigingen en voor het onderhoud van kerkgebouwen zelfs zullen worden verhoogd – dat kunnen ze zich veroorloven, de subsidies van de oliestaten voor moskeeën zullen nog altijd veel hoger zijn. En vooral, de ware vijand van de moslims, die ze erger vrezen en haten dan wat dan ook, dat is niet het katholicisme: het is het secularisme, de laïciteit, het atheïstisch materialisme.”

onderworpenIn deze zin past ‘Onderworpen’ in de romanreeks die Houellebecq nu sinds de jaren negentig van de vorige eeuw publiceert. Hij spreekt zich met regelmaat uit tegen de consumptiemaatschappij en bekritiseert veel van de zogeheten westerse verworvenheden. De recensent van De Groene Amsterdammer bespeurt een dubbele bodem, en ziet in de “vileine ironie” een felle aanklacht tegen de islam. Zolang je de satire en ironie maar begrijpt. Het Westen laat zich, als een mak schaap, de “verworvenheden van de Verlichting en het feminisme” ontnemen en gaat geruisloos over naar een samenleving waarin de sharia heerst. Maar is dat islam-kritiek? Overtuigender is de diagnose die Houellebecq stelt van de westerse beschaving. Deze is niet langer ziek, zij is terminaal (om de Groene-recensent te citeren). Houellebecq laat de geestelijke leegte van de verweesde en verweekte westerse beschaving zien. Juist omdat onze anonieme en hyper-individuele maatschappij geen identiteit – behalve die van het consumentisme – heeft en religie tot ver achter de voordeuren heeft verbannen, schokken en scheuren de fundamenten van het westen. De islam is in deze roman eerder de stok waarmee de auteur de verwende, brave en tandeloze lezers geselt. De links-liberale intellectuelen en hun media hebben het hier moeilijk mee. Waren we eindelijk verlost van dat ‘achterlijke christendom’ (en dan specifiek de katholieke variant), komt via de achterdeur de islam binnen. Maar in plaats van in te gaan op de holle frasen als ‘onze manier van leven’, is het makkelijker om de auteur weg te zetten als ‘islam-criticus’; als linkse lezer besteedt je immers geen aandacht aan Le Pen of Wilders-adepten.

Posted on 1 Comment

De kaart van het Midden-Oosten verandert, maar Amerika heeft er niets verloren

Het is wel het driemaal beloofde land genoemd. Dat stuk land ten noorden van Mekka en Medina en ten zuiden van Anatolië, tussen de Middellandse Zee en de Perzische Golf. In 1915 – het jaar van de slag bij Gallipoli, die de minister van de Marine Winston Churchill tot aftreden dwong – verplichtten de Britten zich met het McMahon-akkoord tot de onafhankelijkheid van deze gebieden onder Arabisch bewind, om zo de steun van de Arabieren te krijgen in hun oorlog tegen de Ottomaanse Turken. Het was hiervoor, dat Lawrence of Arabia en de Arabieren vochten. In november 1917, een maand voordat generaal Allenby zijn leger Jeruzalem in leidde, verklaarde Lord Balfour echter in een brief aan baron Rothschild dat de Britse regering nu gunstig aankeek tegen de creatie van een nationaal thuisland voor het Joodse volk in deze zelfde gebieden.

Tussen deze tegenstrijdige toezeggingen was er in 1916 een geheime overeenkomst gesloten tussen de Britse en Franse diplomaten Mark Sykes en François Georges-Picot. Met de stilzwijgende instemming van het tsaristische Rusland, dat Constantinopel beloofd was, werden de landen onderverdeeld en onder Brits of Franse bewind geplaatst. Frankrijk kreeg Syrië en Libanon. De Britten Trans-Jordanië, Palestina en Irak inclusief Koeweit.

Vladimir Lenin ontdekte het Sykes-Picot verdrag in de archieven van de tsaar en publiceerde het, zodat de wereld kon zien wat er in de Eerste Wereldoorlog echt gespeeld had. Het bleek onmogelijk om Sykes-Picot te verzoenen met de verklaring van de Amerikaanse president Woodrow Wilson dat hij en de geallieerden – het Britse, Franse, Italiaanse en Japanse imperium – allen vochten om ‘de wereld veilig te maken voor de democratie’. De imperialistische hypocrisie stond in haar hemd. Wilsons idealistische Veertien Punten, begin 1918 aangekondigd, waren er op gericht dit goed te maken. Het was echter de implementatie van Sykes-Picot, waaruit zoveel Arabische vijandigheid en haat voort zou komen en waaruit het hedendaagse Midden-Oosten te voorschijn kwam.

Negen decennia later lijkt het er op dat de kaart van het Midden-Oosten zoals die na Sykes-Picot ontstaan is aan herziening toe is en dat een nieuwe kaart opdoemt, wier grenzen in bloed getrokken worden, in lijn met wat H.G. Wells de ‘natuurlijke grenzen’ van de mensheid noemde. “Er is een natuurlijke en noodzakelijke politieke kaart van de wereld, die” zo schreef Wells, deze kunstmatige staten “overstijgt” en deze natuurlijke kaart van de mensheid zou naties gevestigd zien op basis van taal, cultuur, confessie, ras en stam. De natuurlijke kaart van het Midden-Oosten roert zich.

Al Nusra Front

Syrië is aan het uiteenvallen, met sjiitische alawieten die tegen soennieten vechten, christenen die zich aan de zijde van Damascus scharen, druzen die verdeeld zijn en Koerden die azen op een kans om uit te breken en zich te verenigen met hun volksgenoten in Turkije, Irak en Iran. Hun droom: een Koerdistaanse natiestaat geworteld in een gezamenlijke etnische identiteit. Het sjiitische Hezbollah beheerst het zuiden van Libanon en steunt samen met het sjiitische Iran het door sjiieten geleide leger en bewind van Bashar Assad. Samen creëren ze een sub-staat van Damascus tot Homs tot aan de Middellandse Zee. Het oosten en noorden van Syrië verliest men mogelijk definitief aan de soennitische rebellen en het Al-Nusra-front, een bondgenoot van Al Qaida. Het sektarische conflict breidt zich nu uit naar Libanon. Ook Irak lijkt langzaam uiteen te vallen. De Koerdische enclave in het noorden gedraagt zich als een onafhankelijke staat en sluit oliedeals met Ankara. Tegelijk steunt de soennitische West-Irakese deelstaat Anbar de soennitische rebellen aan de andere kant van de grens in Syrië. En het sjiitische bewind in Bagdad wordt getergd door soennitische terreur die de sektarische burgeroorlog van 2006-2007 weleens kon doen heropleven, ditmaal echter zonder de Amerikaanse militairen van generaal Petraeus om het geweld te temperen. Het soennitische Turkije biedt onderdak aan 15 miljoen Koerden en de 15 miljoen sjiieten. En de rol van de Turkse premier als schakel tussen wapenleveranties uit Qatar en Saoedi-Arabië en de soennitische rebellen in Syrië wordt door zijn eigen bevolking niet op prijs gesteld. Doordat ze de sjiitische halve maan – Hezbollah in Libanon, het Syrië van Assad, het Irak van Noeri al-Maliki en het Iran van de ayatollahs – in gevaar zien door het mogelijke verlies van de Syrische schakel, lijken Teheran en Hezbollah bereid grotere risico’s te nemen in de Syrische oorlog dan de soennitische coalitie van Saoedi’s, Qatari’s en Turken. Wie waagt, wint.

Hoewel de Turken een 400.000 man sterk leger met NAVO-uitrusting hebben, een bevolking drie keer zo groot als die van Syrië en een economie die twaalf keer zo groot is, en ze naast Israël, de sterkste staat in de regio zijn, lijkt het erop dat ze hopen dat de Amerikanen hun problemen voor ze oplossen. Het is in president Obama te prijzen dat hij het aandringen op interventie van de neoconservatieven en liberalen weerstaat, die ons opnieuw in een eindeloze oorlog zouden storten. Amerika heeft immers geen vitaal belang bij het omverwerpen van Assad. Veertig jaar konden we met hem en zijn vader leven. En wat heeft onze interventie in Libië om Muammar Gadaffi omver te werpen opgeleverd, behalve een failed state, een afschuwelijke aanslag op onze diplomatieke missie in Benghazi en uitwaaiering van Al Qaida in Mali en Niger? Waarom zouden Amerikaanse soldaten moeten sterven voor een overwinning van de soennieten in Syrië? In het gunstigste geval leidt dit tot een regering van de Moslimbroederschap in Damascus, net als in Caïro. In het ongunstigste geval creëren we zo een bevoorrecht toevluchtsoord voor die bondgenoot van Al Qaida die Al Nusra heet. Terwijl de grenzen van Sykes-Picot verdwijnen en de staten die door de cartografen van Parijs in 1919-1920 gemaakt werden uiteenvallen, breekt er wellicht een islamitische variant op de Dertigjarige Oorlog uit in het driemaal beloofde land. Dit is echter niet Amerika’s oorlog en dat moet het ook niet worden.

Posted on 3 Comments

Morsi zet Westen te kijk

Het Tahrirplein staat weer vol met demonstranten, ditmaal demonstreren ze niet tegen de voormalige dictator Hosni Moebarak, maar tegen de democratisch gekozen president Mohammed Morsi. Morsi heeft namelijk gepoogd zijn democratisch verkregen positie onaantastbaar te maken door onder andere de rechterlijke macht de macht te ontnemen zijn besluiten onwettig te verklaren.

Een aanzienlijk deel van de Egyptische bevolking gaat hier niet mee akkoord. Feit blijft echter dat Morsi democratisch verkozen is met de steun van een meerderheid van de kiezers. Het optreden van Morsi zet dan ook niet zozeer hemzelf als wel het Westen te kijk, de Verenigde Staten voorop.

Het was immers puur opportunistisch dat de Verenigde Staten Moebarak, waarmee vele jaren was samengewerkt, liet vallen, zogezegd omdat hij geen democraat was. Alsof men dat voordien nooit geweten had. Het was verder ronduit naïef om te veronderstellen, dat Egypte door democratische verkiezingen te houden zich ook in bredere zin in liberaal-democratische richting zou ontwikkelen. Het was eenvoudig te voorzien dat een meerderheid van de Egyptische kiezers voor de moslimbroeder Morsi zou kiezen, wat het seculiere karakter van de Egyptische staat vanzelfsprekend onder druk zou zetten. En zo gebeurde. Morsi presenteerde zich als ware democraat, die vrouwen en christenen in zijn regering op zou nemen. Niets van dat alles gebeurde. Het was zoals men van tevoren kon bevroeden: de democratische gezindheid van Morsi reikt niet dieper dan in zijn eigen belang en dat van de Moslimbroederschap is.

Intussen maakte Morsi goede sier door zijn bemiddeling bij het tot stand komen van het bestand tussen Israël en de Palestijnen in de Gazastrook. Morsi, die zich daarmee denkelijk niet populair maakt bij zijn eigen achterban, verzekerde zich hiermee van de verdere financiële steun van de Verenigde Staten. Er is dus niets nieuws onder de zon. Er moet in de regio nog altijd samengewerkt worden met ondemocratische leidslieden, seculier of moslim.

Morsi heeft het slim gespeeld, de timing van zijn greep om zijn machtspositie te versterken was uitstekend, alle ogen waren immers gericht op Gaza. Onder druk van binnenlandse en internationale protesten zal Morsi wellicht nog enigermate in moeten binden, maar voorlopig zit hij stevig in het zadel.

Posted on 1 Comment

Godsdienstvrijheid verre van zeker in Egypte ondanks toezeggingen

In het Nederlands Dagblad van 17 oktober 2012 schrijft Kees Hulsman dat het volgens de Moslimbroeders (Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid) en de Salafisten (Noer Partij) van Egypte geen probleem is als Egyptenaren de islam verlaten, op voorwaarde “dat ze niet aan nestvervuiling doen.” Dit zegt Hulsman naar aanleiding van een uitspraak van Dr. Ahmed Kadry van de Noer Partij en lid van een Egyptische vijfpartijendelegatie die Nederland vorige week bezocht en die onder andere gesprekken voerde met staatssecretaris Henk Bleker.

De Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid en de Noer Partij zijn partijen op islamitische grondslag en hebben samen twee derde van de zetels in het Egyptische parlement. Ze zijn ook de grootste partijen in de Constituerende Vergadering van het land, die belast is met het schrijven van een nieuwe grondwet.

Het optimisme van Hulsman is misplaatst. Dat Kadry daadwerkelijk gezegd heeft dat Egyptenaren zonder gevolgen de islam kunnen verlaten, zal hier niet in twijfel worden getrokken. Het is echter maar de vraag of zijn toezegging werkelijkheid zal worden met de invoering van de nieuwe grondwet.

De Moslimbroederschap zei eerst geen presidentskandidaat naar voren te schuiven, maar kandideerde later Mohammed Morsi, die nu president is.

Zowel de Salafisten als de Moslimbroederschap zijn goed in het bespelen van de westerse media, maar hebben een verleden van gebroken beloftes. De Moslimbroederschap zei eerst geen presidentskandidaat naar voren te schuiven, maar deed dat toch. Later beloofde president Mohamed Morsi (van de Moslimbroederschap) dat hij een christelijke en vrouwelijke vicepresident zou benoemen, en ministers van koptische achtergrond. Daar is bijna niets van terecht gekomen. De christelijke vicepresidente is er nooit gekomen. Slechts één minister in het kabinet is Kopt en heeft een onbeduidende portefeuille.

Kadry’s opmerking dat Egyptenaren de islam kunnen verlaten op voorwaarde dat ze niet aan nestvervuiling doen, is op zijn minst tegenstrijdig. De conservatieve interpratie van de islam die met name de Salafisten aanhangen leert dat misleiden toegestaan is als hiermee een hoger doel – de expansie van de Islam – wordt gediend. Deze gedragsregel is bekend als Taqyyia. Natuurlijk is niet bekend of Kadry in dit geval taqyyia toegepast heeft, maar vergeet niet dat Kadry zijn opmerking maakte tijdens een overleg in Nederland, waar handelsbelangen van afhingen. Tegen zijn achterban zal hij dit niet snel zeggen.

Als reden voor zijn optimisme, noemt Hulsman de uitlatingen van Dr. Tarek Shaalan, lid van de Noer Partij, die sprak over ‘een positieve houding’ en ‘tolerantie en acceptatie van onze verschillen’. Tolerantie is echter ver te zoeken in een land waar geweld tegen christenen nog steeds aan de orde van de dag is en waar fanatieke groeperingen in een context van straffeloosheid opereren.

In Egypte is het geweld tegen christenen sterk toegenomen na de revolutie van januari 2011. Uit eigen mediaonderzoek tel ik inmiddels 88 gewelddadige incidenten tegen christenen tussen september 2011 en september 2012, waaronder bedreigingen, gewapende overvallen, moorden en ook een groot aantal verkrachtingen van met name koptische meisjes. In deze incidenten zijn groeperingen die verbonden zijn aan de Salafisten hoofdverwantwoordelijke.

In zijn bijdrage schrijft Hulsman dat volgens Dr. Amr Darrag, lid van de partij voor Vrijheid en Gerechtigheid, er “naast een artikel over de sharia er ook een artikel wordt opgenomen over christenen en joden die overeenkomstig hun eigen godsdienstige principes kunnen leven.” Volgens Hulsman is dit eveneens een positieve ontwikkeling. Maar welk rechtssysteem zal gelden in conflicten tussen christen en moslims of tussen joden en moslims? Men kan ervan uitgaan dat dan de sharia zal gelden. Ook ligt het dan in de lijn der verwachting dat religieuze minderheden alleen getolereerd zullen worden mits ze zich committeren tot het dhimmi contract, waardoor ze feitelijk tweederangsburgers worden. Nederlandse democraten zouden helder naar voren moeten brengen dat de sharia geen democratisch rechtssysteem is, maar dat het op veel vlakken in feite een antidemocratische regeringsvorm is.

In de gesprekken van de Egyptische delegatie ging het vooral over economische samenwerking tussen Egypte en Nederland. Godsdienstvrijheid kwam maar gedeeltelijk ter sprake. De Nederlandse regering lijkt genoegen te nemen met de zachte toezeggingen van de Egyptische delegatie en stelt de verbetering van de positie van christenen en andere minderheden in Egypte niet als voorwaarde voor nadere samenwerking. Echter, zoals ik ook al schreef in mijn artikel van 12 juli, moeten politieke strategen niet beoordeeld worden op hun woorden, maar op hun daden. Temeer omdat het om woorden gaat die ver weg van Egypte, in Nederland, zijn uitgesproken. Ondertussen zijn er geen stappen gezet om godsdienstvrijheid in Egypte te waarborgen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen onder de titel ‘Holle woorden Egyptische delegatie’ in het Nederlands dagblad van maandag 29 oktober 2012.

Posted on Leave a comment

Positie van christenen in Turkije en Egypte helemaal niet positief

Op 30 juni stonden in het Nederlands Dagblad twee artikelen over de positie van christenen in Egypte en Turkije. Helaas is het beeld dat beide artikelen schetsen, te positief.

Hoewel de moslimwereld in het kader van de Arabische Lente belangrijke veranderingen ondergaat, kan moeilijk gesteld worden dat in de nabije toekomst de positie van christenen zal verbeteren. Het artikel over de positie van christenen in Turkije stelt, bij monde van Rober Koptas (redacteur van de Armeense krant Agos en opvolger van de vermoordde Hrant Dink), dat de islamistische AKP-regering positiever staat tegenover religieuze minderheden dan de nationalistische partijen.

En dat het nationalisme eerder een bron van vervolging is, dan het islamitisch extremisme. Hoewel veel geweld tegen christenen, maar ook tegen andere minderheden als Joden en alevieten, het werk is van nationalisten, moet de snel groeiende rol van de islam in Turkije niet worden onderschat.

Hoofddoekjes
In de eerste plaats wordt het straatbeeld, als afspiegeling van de Turkse samenleving, steeds islamitischer. Hoofddoekjes (ook in de publieke ­sector) en moskeeën worden zichtbaarder. Daarnaast is de politieke islam, ­belichaamd door de AKP, al een decenniumlang de belangrijkste kracht in het politieke landschap. Bovendien moet de aanwezigheid van extremistische organisaties als al-Qaeda en Hezbollah in Turkije niet worden onderschat.

Vertegenwoordigers van de AKP verklaren dat de partij haar islamitische wortels heeft verlaten en dat het een moderne Europese middenpartij is. Maar politieke strategen moeten niet beoordeeld worden op hun woorden, maar op hun daden.

Bescherming
Nu de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie definitief voorbij lijken te zijn, richt Turkije zich steeds meer op de islamitische wereld, verstevigt het de positie van de nationale instelling die islamitisch onderwijs op scholen bevordert, en islamiseert het overheidsbeleid in rap tempo. Rechtszekerheid voor christenen en hun organisaties is verre van gegarandeerd. Verklaringen over het teruggeven van het historisch eigendom over kerken blijken loze beloftes.

Van het Mor Gabrielklooster wordt nog steeds land afgesnoept en de veelbesproken Malatya-casus is nog steeds niet opgelost. De Vereniging van Protestantse Kerken in Turkije uit nog regelmatig haar ongenoegen over discrimerende maatregelen. De vraag is dus of de situatie van christenen in Turkije nou echt zo veel ­ vooruit is gegaan. Misschien gaf Rober ­Koptas zijn commentaar wel om zichzelf in bescherming te nemen en ligt de werkelijkheid heel anders.

Godsdienstvrijheid
Dan Egypte. Hoeveel waarde moet er worden gehecht aan de mooie woorden van de nieuwe president Mohamed Morsi over godsdienstvrijheid en zijn ‘open gesprekken’ met vertegenwoordigers van Egyptische kerkgemeenschappen? Het is overduidelijk dat in Egypte het geweld tegen christenen sterk is toegenomen na de revolutie van vorig jaar.

Uit eigen mediaonderzoek tel ik ruim 59 gewelddadige incidenten tegen christenen in de afgelopen tien maanden, waaronder bedreigingen, gewapende overvallen, moorden en ook een groot aantal verkrachtingen van met name koptische meisjes. Dramatisch is niet alleen dat het geweld tegen christenen toeneemt, maar ook dat extremistische groepen en bendes volledig rechteloos opereren. Het lijkt niet in het belang van zowel het leger als de Moslimbroederschap ook maar iets te doen om christenen beter te beschermen.

Uitzonderingen
Een goede graadmeter is het grote aantal christenen dat Egypte verlaat. Betrouwbare statistieken zijn er niet, maar er is onmiskenbaar een exodus gaande. Uiteraard zijn er uitzonderingen, meestal van helfdhaftige broeders en zusters, die het als een roeping ervaren om in deze moeilijke tijden in Egypte te blijven, zoals in het voorbeeld dat dr. Jabbour aanhaalt in het ND van 30 juni. Maar de algehele situatie is ­verre van rooskleurig.

Het veelbesproken Turkse model, waarin het leger opereert als waakhond van de democratie en het secularisme, lijkt voor Egypte niet waarschijnlijk. Militairen, met name die in de lagere rangen, zijn sterk islamitisch. Om deze redenen lijkt de boodschap van dr. Jabbour te optimistisch. Wel stelt hij terecht dat in Egypte een moeilijke tijd aangebroken is voor christenen, maar een goede voor het Koninkrijk van God. De kerk groeit onder grote verdrukking. In het islamitische Iran, waar christenen enorm lijden, is juist nu een grote opwekking aan de gang.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het Nederlands Dagblad van donderdag 12 juli 2012.

Posted on 2 Comments

Midden-Oosters christendom onder druk

In december 2010 ontstond er een golf van straatprotesten in de Arabische wereld op initiatief van jonge mensen die protesteerden tegen dictaturen, corruptie en werkeloosheid. Ze slaagden er in dictators om ver te werpen, die hun landen decennia lang geregeerd hadden, mensen werden vrijer dan voorheen, verbannen leiders kwamen weer terug en hadden de mogelijkheid deel te nemen aan verkiezingen. Maar de kunstmatige conflicten onder de bevolking die gecreëerd waren door de oude regimes bleven aanwezig en zullen nog wel enige tijd aanwezig blijven.

Een voorbeeld: Op 9 oktober vorig jaar, gingen honderden koptische christenen de straat op om te protesteren tegen de vernieling van een kerk in Zuid-Egypte. De kerk van de Marinab had alle vergunningen van lokale overheden sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, maar de autoriteiten stelden dat deze niet geldig waren en begonnen de sloop. Er zijn 53 andere kerken die door de autoriteiten gesloten zijn en niet gebruikt kunnen worden. De christelijke minderheid ziet dit als een aanval op zijn identiteit en als een teken van een gebrek aan vrijheid net als in de tijd voor de revolutie.

Een mars werd georganiseerd van Shubra naar het hoofdkwartier van de staatstelevisie in Masbero. Het leger gebruikte militaire voertuigen om de mars tot stilstand te brengen en reed door het publiek heen, waarbij in slechts enkele uren 29 burgers gedood werden en 232 gewond raakten. De officiële toedracht wil dat de demonstranten machinegeweren gehad zouden hebben en 3 soldaten gedood zouden hebben. Er volgden geen arresten onder de militairen, maar wel onder de organisatoren van de mars. Deze zaak laat duidelijkheid de wreedheid zien van de militairen die het land besturen en hun vijandigheid tegenover de christelijke minderheid. De Egyptische media stelden echter dat de kopten als enigen verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Er waren diverse linkse en gematigd islamitische partijen en organisaties die de gebeurtenissen veroordeelden, maar er was niet genoeg druk om de machthebbers te dwingen de echte verantwoordelijken voor de geweldsescalatie ter verantwoording te roepen.

Dit is één van de bloedigste repressies tegen christenen in decennia, er zijn nog veel meer misdaden begaan tegen de koptische minderheid (Kosheh 2000, Nag Hammadi 2010, Imbaba 2011), maar slechts in een paar zaken werden de daders voor het gerecht gebracht. In Kosheh werden 21 mensen gedood (de jongste martelaar was slechts 11 jaar oud). Naar aanleiding hiervan werden 93 mensen gearresteerd, deze werden na 11 maanden allemaal vrijgelaten behalve één, die per abuis een moslim had gedood, hij kreeg een gevangenisstraf van 13 jaar. Om je een idee te geven van de omvang van deze rellen, in 48 uur werden 4500 winkels en huizen geplunderd, de politie had zich terug getrokken uit de stad gedurende die periode en een zeer groot percentage van de slachtoffers was christelijk. Men beweert wel dat veel van de betrokken criminelen tegenwoordig dienen als militair in de regio Sohag.

Een aanval op een klooster, de ontvoering van een christelijk meisje om haar te dwingen met een moslim te trouwen, de afbranding van een kerk of het huis of de winkel van een christen, opstootjes door lokale bendes gericht tegen winkels en auto’s van christenen, het zijn wekelijkse gebeurtenissen in de Egyptische media en bronnen van conflict tussen radicale moslims en christenen. Deze trend omvat islamisering en radicalisering op diverse sociale niveaus, weerstand van christenen tegen duidelijke verschijnselen van islamisering en de betrokkenheid van het regime in het aanwakkeren van animositeit tussen verschillende religieuze groepen.

Ik schrijf dit alles omdat een christelijke beschaving in het Midden-Oosten bedreigd wordt. Een kerk die is gesticht door de evangelist Marcus, die tenminste 1950 jaar oud is, wereldwijd 12 miljoen leden telt, 2500 kerken en kloosters, is in gevaar, zeker nu islamisten na de verkiezingen een absolute meerderheid hebben gekregen in de Algemene Vergadering (extremistische islamisten van Al-Nur hebben meer dan een kwart van de stemmen gekregen).

Ik vraag me dikwijls af wat kan ik, wat kunnen wij als christenen, doen om te helpen? Hoe kunnen we mensen attenderen op wat hier gebeurt? Hoe kunnen we een massale christelijke uittocht voorkomen? Wat is een effectieve reactie wanneer we nieuws horen dat er opnieuw een kerk is afgebrand? Welke plannen kunnen we voorstellen om hen te helpen? Bij wie en waar zullen we protesteren om een einde te maken aan het bloedvergieten? We moeten over deze vragen nadenken en handelen.

De hierboven besproken zaken hebben betrekking op Egypte, maar wat van Irak? Meer dan de helft van de Irakese christenen in zijn huis ontvlucht uit angst voor moord en ontvoering, 500 à 1000 zeer oude kerken zijn afgebrand en Amerikaanse troepen hebben geen vinger uitgestoken om dit te voorkomen.

En wat zal er gebeuren als het regime van Assad in Syrië valt? Nagenoeg alle ‘vrijheidsstrijders’ zijn radicale soennieten uit Syrië en het Arabisch schiereiland.

En wat te denken van Turkije? De regering weigert nog altijd de Armeense genocide te erkennen, die gepleegd werd door Turkse soldaten. Recente christelijke bekeerlingen worden lastig gevallen, velen brengen jaren in de gevangenis door op grond van valse beschuldigingen.

En wat van Iran? Het is nog altijd onzeker of Youssef Nadarkhani (die zich bekeerde van de islam tot het christendom) nog in leven is, hij werd overgebracht naar een gevangenis en veroordeeld tot dood door ophanging.

En Saoedi-Arabië? Het hebben van een Bijbel of een christelijk boek wordt daar al als een misdaad beschouwd.

Of Pakistan.. Asia Bibi, beschuldigd van godslastering omdat ze zich niet tot de islam wilde bekeren, verkeert na 2 jaar nog altijd in gevangenschap.

Sinds de start van de burgeroorlog in Libanon, die de christenen verloren, neemt het christendom in het Midden-Oosten af. De wortels van onze godsdienst, het voortbestaan van de eerste christelijke naties in de geschiedenis, zijn in gevaar. Dit is geen unieke situatie, ook voor de Kruistochten werden ze al verdrukt en onder het Ottomaans-Turkse bewind, maar ze hebben deze perioden overleefd en ik hoop dat ze ook de komende decennia en eeuwen zullen doorstaan.

Maar onze taak is om aandacht te blijven vragen voor hun zaak en hen te helpen om in hun thuisland te kunnen blijven in vrede en met waardigheid. 50.000 Syrische christenen werden door de al Faruq brigade uit hun huizen in Homs verdreven in de afgelopen 4 weken, zij zullen Pasen in angst doorbrengen. Het is dus tijd om in actie te komen.

Ik wens jullie een gezegend Pasen,

Joseph Y.F. Potter

Posted on 2 Comments

Versterk de rechtstaat in Egypte!

Het gebeurde onlangs in een Egyptisch dorp, niet ver van Alexandrië. Een christen werd ervan beschuldigd dat hij zich had misdragen. Het verhaal ging als een lopend vuurtje – en het volksoordeel was al gauw geveld: de christen was schuldig en een stevige collectieve straf was geboden, zo meende men. Maar liefst acht christelijke families kregen te horen dat zij zo snel mogelijk hun biezen moesten pakken. De geschrokken families vroegen natuurlijk de autoriteiten om hulp, maar kregen nul op het rekest. De overheid hield zich maar liever afzijdig. Er zat voor de betrokken families niets anders op dan maar weg te gaan.

Dit relaas kreeg ik te horen tijdens een werkbezoek in Egypte, eind februari. Het verhaal staat helaas niet op zichzelf. Salafistische groepen laten niet alleen luid horen dat je christenen niet moet liefhebben, maar deinzen er ook niet voor terug huizen, kerken of woningen te belagen of brand te stichten.

In Egypte is het een spannende overgangstijd, een tijd van hoop en vrees. Juist in zo’n overgangstijd is het heel belangrijk dat heldere grenzen worden getrokken. Het is immers ook de tijd waarin trends van verdere verslechtering zich kunnen zetten. Na de Franse revolutie aan het eind van de achttiende eeuw kwam de guillotine. Na de Iraanse revolutie van de twintigste eeuw kwam er een afschuwelijke dictatuur.

Daarom is het van groot belang dat ook vanuit andere landen, zoals Nederland, actief betrokkenheid wordt getoond bij de ontwikkelingen in de Arabische wereld en wordt gevolgd wat zich daar afspeelt. We moeten de mogelijkheden benutten om ook de positie van minderheden hoog op de agenda te houden. Bijvoorbeeld door het verlenen van financiële hulp expliciet te koppelen aan vooruitgang op het gebied van geloofsvrijheid. Het komt erop aan te voorkomen dat de Arabische revolutie door islamisten wordt gestolen. Democratie zonder rechtsstaat is een nachtmerrie.

Essentieel is het ook om steun en aanmoediging te geven aan degenen die in de Arabische wereld zelf zich inzetten voor goed bestuur en mensenrechten.
Daarom vond ik het goed nieuws dat de collectieve strafoefening in het dorpje in Noord-Egypte aandacht kreeg in het nieuw gekozen Egyptische parlement.

Ik hoorde het van Emad Gad, een van de zeer weinige christenen in het grote parlement en gerespecteerd politiek analist. Hij liet het er niet bij zitten. Hij was zeer verontwaardigd over het schrijnende onrecht dat zich hier afspeelde, en was vastbesloten dit niet te accepteren. De Egyptische Kamervoorzitter weigerde aanvankelijk een debat. Emad Gad liet het er niet bij zitten: hij zocht de media op en vertelde in geuren en kleuren wat er aan de hand was. Hij ontmaskerde de camouflagepraatjes die inmiddels in omloop waren gebracht – er werd verteld dat het hier ging om wat overbezorgde christenen die tijdelijk even naar elders waren gegaan. Nee, wat hier gebeurde was een buitengewoon grove vorm van schending van mensenrechten, waarin niet berust mag worden!

De media-aandacht hielp. De Kamervoorzitter was om, een parlementaire delegatie ging op onderzoek uit. Er werd heel wat gesoebat in het dorpje en veel thee gedronken. Het resultaat was dat een groot deel van de families weer terugmocht.
Dat was goed nieuws voor deze families, en goed nieuws over de inzet van het parlement. Een stevig parlement doet ertoe. Dat is een belangrijk winstpunt.

Maar er moet meer gebeuren. Youssef Sidhom, hoofdredacteur van een christelijke krant in Egypte, was blij met de inzet van het parlement in deze zaak, zo vertelde hij mij. Niet alle families konden echter terug. Bovendien was het allemaal resultaat op basis van onderhandelen. Het blijft allemaal nog teveel in de sfeer van soebatten en compromissen steken. Het blijft ontbreken aan daadwerkelijke rechtshandhaving. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat de Kopten, de Egyptische christenen, net als alle andere burgers in hun rechten beschermd worden door de overheid! Echte vooruitgang vraagt meer dan van tijd tot tijd verkiezingen. Versterking van de rechtsstaat is wat Egypte nodig heeft!

Posted on Leave a comment

Een ander conflict: Syrie

De NAVO-missie in Libië kan alweer beëindigd worden. Na maanden van bombarderen en beschietingen is het doel bereikt: de burgers bescherming bieden tegen het regime van Kaddafi. Nu de schokkende beelden van een gedode Muammar Kaddafi de wereld over gaan verschuift de internationale aandacht naar een ander land: Syrië. 

De strijd om Libië is gestreden en des te meer wordt duidelijk hoe moeizaam de zogenaamde ‘Arabische Lente’ in Syrië verloopt. Ondanks talloze anti-regeringsdemonstraties en honderden militaire deserteurs blijft president Assad’s regime het land in een ijzeren greep houden. Steeds grover wordt het optreden van het Syrische leger tegen de protesten die afgelopen maart begonnen. Sinds het begin van de opstand zijn meer dan 3000 mensen om het leven gekomen, meldde de VN vorige week, en zijn tienduizenden gearresteerd. Duizenden Syriërs zijn naar Turkije gevlucht, verdreven uit angst voor represailles en op zoek naar vrijheid. Officiële cijfers zijn er echter niet aangezien onafhankelijke waarnemers het land niet in mogen.

“Waarom grijpen de VS en Europa hier niet in?” is de vraag die steeds vaker en luider klinkt. Tegoeden van Syrië zijn weliswaar al bevroren, financieel-economische sancties zijn ingesteld en Assad en aanhangers komen Europa niet meer in maar van enige militaire actie is geen sprake. Onlangs werd de Syrische Nationale Raad opgericht. In tegenstelling tot de Libische Overgangsraad die massaal erkend werd door het Westen blijft het voor de Syrische variant bij steunbetuigingen. Waarom is het Westen nu wel zo terughoudend en bij Libië niet?

Dit omdat het om een conflict in een totaal andere context gaat. Weliswaar wordt Syrië, een land met ongeveer 14 miljoen inwoners, al decennialang geregeerd door dezelfde Ba’ath-partij. Een Arabisch socialistische partij die eenheid in het Midden-Oosten nastreeft. Als secretaris-generaal voert president Bashar al-Assad de regering aan. Hij volgde in 2000 zijn vader Hafez al-Assad op, die in 1970 via een staatsgreep aan de macht kwam. Zijn politieke opstelling naar het buitenland is milder dan die van zijn vader, die samen met Egypte in 1973 de Jom-Kippoer oorlog tegen Israel begon. In eigen land echter heerst hij met harde hand. Maar daar houden de overeenkomsten met Libië wel op.

Muammar Kaddafi opereerde veelal op eigen houtje en kwam in een steeds groter isolement terecht. President Assad daarentegen weet zich gesteund door de ayatollahs in Teheran en heeft sterke banden met Libanon. Kaddafi maakte zich door zijn grillige optredens en banden met het terrorisme niet populair, terwijl Assad een vrij stabiele factor is in het Midden-Oosten. De situatie in Syrië en de omliggende landen lijkt ondanks de stabiliteit in eigen land al veel langer op een kruitvat. Grenzend aan landen als Irak, Jordanië en Libanon is er genoeg onrust aan de grenzen. Het Israelisch-Palestijns conflict ligt heel gevoelig, ieder moment kan de spanning weer hoog oplopen. Daarom zullen de VS en Europa zich niet zomaar in dit conflict gaan mengen.

Verder speelt ook de vraag wie straks de macht in handen krijgt als Assad verjaagd of gedood is. De Moslim Broederschap is net als in Egypte sterk vertegenwoordigd. De situatie in Egypte wijst uit dat het wegjagen van een dictator conflicten tussen religies alleen maar kan vergroten.

En waar houdt het ingrijpen op? Als Syrië gebombardeerd en bevrijd is moeten dan Jemen, Qatar en nog een reeks landen volgen? Op dit moment is er geen mandaat van de VN-veiligheidsraad voor militair ingrijpen. Voor het optreden in Libië onthielden China en Rusland zich van stemming, maar een VN-resolutie voor ingrijpen in Syrië zullen ze zeker torpederen. Bovendien, wat doet de Arabische Liga? Zij keuren het optreden van Assad zeker niet goed, maar het blijft bij woorden.

Als laatste kan gesteld worden dat twee langslepende oorlogen in Irak en Afghanistan wel genoeg is voor het Westen. Tenslotte is een land binnenvallen niet al te moeilijk, maar het ordelijk verlaten na het instellen van een democratie is een ander verhaal. Buurland Turkije heeft al gedreigd met stappen tegen het regime uit Damascus, maar durfde tot dusver niet militair in te grijpen. Turkije ziet ook in dat militaire actie tegen Syrië vrijwel zeker leidt tot oorlog met Iran en dat is wel het laatste wat de Turken willen. Het niet ingrijpen door de VS en Europa (en dus de NAVO) is dan ook de enige juiste optie.

Nu de opstand in Libië succesvol is gebleken, zal de opstand in Syrië weer met nieuwe energie opbloeien. Echter zonder ruggensteun vanuit het Westen. Het is te hopen dat president Assad zelf inziet dat zijn dagen geteld zijn als hij geen hervormingen doorvoert. Alleen op die manier creëert hij stabiliteit voor zichzelf, zijn land en de omgeving.