Posted on

BBC verzwijgt Westerse rol in opkomst huis van Saoed en salafisme

Je moet het de Britse media nageven. Niemand lijkt beter in het verdraaien van de feiten en vervalsen van de geschiedenis dan de Britse pers. De wijze waarop het Canadees-Britse persbureau Reuters bijvoorbeeld werkt is op dat vlak toonaangevend. Alleen wie zorgvuldig en met achtergrondkennis leest ontdekt de manipulaties.

Ook de BBC is hier een meester in. De driedelige documentairereeks over Saoedi-Arabië die dinsdag op BBC 2 begon (1) is een prachtvoorbeeld van hoe deze zender erin slaagt om alles te vervalsen, niet door te liegen maar vooral door de essentie te verzwijgen. Bijna constant werd de kijker gisteren bedrogen. Een traditie natuurlijk bij de Britse openbare omroep. Om niet te vergeten: Het is een staatsbedrijf.

Stichting Saoedi-Arabië

En voor die vervalsingen waren er gisteren voor wie het dossier van de strapatsen der familie Al Saoed kent voorbeelden zat. Voldoende om te concluderen dat dit geen toevallige fouten waren maar heel bewuste weglatingen om de misdadige sleutelrol van het Westen weg te moffelen. Waardoor men gemakshalve alle schuld voor de huidige toestand alleen bij de inderdaad misdadige familie Al Saoed kon leggen.

De Saoedische koning Salman bin Abdoel Aziz al Saoed, is zonder enige discussie een gevaarlijk man. Bij zijn aantreden als vorst trok praktisch het ganse politieke establishment van Washington naar Riaad om hem eer te betonen. Ook onze koning Philip pakte toen zijn valiezen richting de salafistische dictatuur. Het toont het belang van deze man in de wereldpolitiek. Hij is echter ziek en zijn zoon kroonprins Mohammed bin Salman is nu de ware baas.

 

Neem bijvoorbeeld de stichting van Saoedi-Arabië zelf in de periode 1920-1936. Het klopt inderdaad dat de familie Al Saoed het uiterst sektarische salafisme (abusievelijk soms wahhabisme genoemd) als staatsideologie gebruikte bij haar succesvolle veroveringstocht. Wat men echter vergat te vermelden was de cruciale rol die de Britten hierbij toen speelden.

Het Arabisch schiereiland was na het verjagen van de Ottomanen in 1918 een slagveld waar een serie rivaliserende clans vochten om de macht. Het waren de Britten die via wapenleveranties en politieke druk die strijd beslechtten.

Daarbij joeg men de familie Al Hoessein weg uit Mekka en Medina en kregen zij van de Britten dan maar Irak en Jordanië als geschenk. Ze heersen als westerse pro-consuls nog steeds over Jordanië. De salafistische Al Saoed kreeg dan in ruil praktisch het gehele Arabische schiereiland inclusief Mekka ten geschenke. Dat het salafisme zo macht, geld en islamitische legitimiteit kreeg is dan ook voor een groot deel de schuld van Londen.

Maar dat kan de BBC haar kijkers natuurlijk niet vertellen. En dus kregen deze burgers in plaats daarvan een fantasierijk verhaal opgediend. Maar hadden de Britten in het Interbellum daar anders opgetreden dan was er misschien nu niet eens sprake van die vorm van islamitisch fascisme.

Want zonder het Saoedische oliegeld – zo bewees deze reportage te over – was dit een bijna anonieme visie op de islam gebleven. Netjes verborgen onder enkele tenten in een oasestad ten midden van de grote woestijn, de Rub al Khali. Wat massa’s leed had vermeden.

Joegoslavië en prins Salman bin Abdullah

Neen, het echte verhaal kreeg men niet, zodat de huidige koning Salman de volle laag kreeg. Inderdaad – en de serie bracht hier niets nieuws – het was hij die als verantwoordelijke voor allerlei salafistische stichtingen in o.m. Joegoslavië op grote schaal slachtpartijen organiseerde en zo zorgde voor een stevige verankering van het salafisme op de Balkan. Documenten en getuigenissen tonen overvloedig de betrokkenheid van de huidige Saoedische koning. De man was toen gouverneur van de hoofdstad Riaad.

Maar ook hier weer diezelfde vervalsing. Bekend is immers dat die Saoedische aanwezigheid – Bin Laden was wel eens te gast bij de toenmalige Bosnische president Alia Izetbegovic – gebeurde in nauw overleg met de VS, NAVO en de EU. De Joegoslavische oorlog is immers vooral het werk geweest van de EU die tegen elke prijs de Balkan geheel onder haar controle wou krijgen. En een onafhankelijk Joegoslavië was daarbij onaanvaardbaar.

Hoessein ibn Ali al Hashimi, emir van Mekka wier familie voor 1920 eeuwenlang heersers waren over Mekka en die een directe afstammeling zou geweest zijn van de profeet Mohammed en diens stam de Hasjemieten. Hij weigerde echter in 1919 het Verdrag van Versailles te ondertekenen. De reden hiervoor was de verklaring van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour die Palestina met daarbij Jeruzalem aan de zionistische beweging schonk. Uit wraak begonnen de Britten dan de familie Al Saoed te steunen tegen Hoessein. Faisal en Abdoellah, zijn twee zoons, kregen als goedmaking van de Britten nadien dan maar Irak en Jordanië om daar koninkje te spelen. Om de zionisten te plezieren gaf men dus gans Saoedi-Arabië aan een salafistische clan!!

Als toen nog prins Salman hier het salafisme introduceerde en er zoals nu in Syrië zijn koppensnellers heen stuurde dan gebeurde dat met medeweten en steun van de EU en het ganse Westen. Wie weet vroeg Brussel het hem zelfs. Afghanistan was toch een Westers ‘succes’ gebleken niet? Over dit aspect kon je in de toenmalige kranten echter wel geen woord lezen. Het was de omerta, de censuur.

Maar ook dit werd door de makers van deze reportage dus heel netjes verborgen. De kijkers zouden het eens kunnen te weten komen hoe men in Brussel, London en Washington dit salafisme ook in Europa op weg hielp naar steeds meer slachtpartijen zoals in Zaventem en Manchester om al die oorlogen en geweld elders niet te vergeten.

Lachwekkend was zeker ook de bewering in de uitzending dat men in Saoedi-Arabië desnoods een salafistische beweging voor de bevrijding van Jeruzalem zou steunen. Sinds het omverwerpen van het koninkrijk in Noord-Jemen in 1962 werken Israël en de familie Al Saoed heel nauw samen. Vroeger in het geheim, nu in alle openheid.

Steun voor een oorlog tegen Israël moet men bij de familie al Saoed dan ook niet zoeken. Hamas kreeg er nog geen cent en de rivalen van Islamic Jihad in Gaza evenmin. En iedere kenner van salafistische terreurbewegingen weet dat deze in hun nu al 40-jarig bestaan nog nooit een aanslag pleegden in Israël zelf. Wel in tientallen landen elders in de wereld. Vooral dan in landen met een moslimmeerderheid. En dat kan uiteraard geen toeval zijn.

Mumbai 2008 en de DEA

Ook de erg bloedige en spectaculaire aanslag van 26 november 2008 in de Indiase stad Mumbai van de Pakistaanse salafistische terreurgroep Lashkar-e-Taiba van 2008 kwam ter sprake. En ook hier weer eenzelfde praktijk; Zo vergaten ze te melden dat de scouting voor deze aanval het werk was van de in Washington DC geboren David Coleman Headley, alias Daoud Sayed Gilanio, een agent van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA).

 

David Headley, drugshandelaar, bajesklant, agent van de DEA, salafistisch terrorist en de man die de cruciale voorbereidingen trof voor de terreuraanslag in Mumbai van 2008. Resulterend in 168 doden. Toen hij later in Denemarken ook een aanslag aan het voorbereiden was stopte men hem echter.

Officieel was deze man door de DEA uit een Amerikaanse gevangenis gehaald om te infiltreren in Pakistaanse drugroutes naar de VS. Maar toen hij in Pakistan aankwam vervoegde hij nog bijna diezelfde dag Laskhar-e-Taiba, een groep die werd gezien als de moorddadigste der lokale terreurgroepen.

Volgens de DEA was men hem nadien en jarenlang gewoon uit het oog verloren. Dit terwijl de man nadien nog regelmatig in de VS op bezoek was geweest en zijn drie vroegere vrouwen de FBI herhaaldelijk hadden verwittigd van zijn terroristische activiteiten.

Maar ja, ook hier zou de kijker over de rol van het westen en die salafistische terreurgolf wel eens rare en voor de Britse overheid ongepaste conclusies kunnen trekken. En dus pleegde men ook hier dan maar nog eens een flinke portie censuur.

Een gelijkaardig systeem paste men trouwens eveneens toe betreffende de Saoedische steun aan Al Qaida en de aanslagen van 11 september 2001 op het WTC in New York en het Pentagon. Er volgde nadien een groot onderzoek dat echter bij nader toezien niets anders bleek dan een schaamteloze witwasoperatie om de ware aard van de feiten en de rol van de familie Al Saoed en de Amerikaanse overheid te verdoezelen.

En dus kreeg men ook hier veel fantasie maar geen harde feiten. Waarbij het verhaal van de slachtoffers en kritische waarnemers door de makers ook maar netjes in die al zeer grote doofpot gestopt werd. Hou ze maar dom die kijkers.

Hoe de EU ISIS bewapende

En dan kwam natuurlijk onvermijdelijk de oorlog in Syrië eveneens aan bod. Daar kwam, een beetje verrassend toch, het recentste rapport van de Britse CAR, Conflict Armaments Research Ltd, (1) over de wapens van ISIS ter sprake. Een erg belangrijk document daar het in detail en op een zo te zien correcte wijze de wapenstroom richting ISIS onderzocht.

Het rapport bewijst nogmaals wat critici zoals hier op deze site al jaren zeggen en dat is dat ISIS gewoon een creatie van het westen is die hen voorzag van alle nodige fondsen, wapens, materiaal en politieke steun. ISIS moest Irak vernielen en Syrië zodanig verzwakken dat het overleven van Assad een bij voorbaat verloren zaak was. Syrië als chaosstaat.

Gebleken is dat vooral Bulgarije maar ook andere landen uit het vroegere Warschaupact op grote schaal oude Sovjetwapens zijn blijven produceren die o.m. Washington en Riaad dan kochten en langs Jordanië en Turkije en via derden, vooral dan andere salafistische Syrische terreurgroepen, leverden aan ISIS. Alhoewel er ook sprake is van nachtelijke leveringen met ongemarkeerde vliegtuigen.

ISIS in voor hen betere tijden. De meeste door hen gebruikte wapens kwamen uit de EU, vooral Bulgarije, die door vooral de VS en Saoedi-Arabië er speciaal voor hen waren gekocht. Zie maar wat mooie uniformen deze vrienden van het westen hier dragen.

 

Vooral de VS en Saoedi-Arabië kochten volgens dit verslag wapens die voor de eigen legers niet geschikt waren – het Westen en Saoedi-Arabië gebruiken nu eenmaal ander niet-compatibel wapentuig – en dus alleen konden dienen voor waar ze toen nodig waren: Syrië.

Uiteraard wist men dat in Brussel en zeker in Bulgarije, maar de handel ging gewoon door en in crescendo. Met andere woorden: Bulgarije, toch een lidstaat van de EU, leverde illegaal wapens aan Al Qaida, ISIS en andere bendes. Zolang men Syrië, en Irak, maar vernielde. De moreel hoogstaande waarden van de EU nietwaar?

Het misschien wel meest schokkende deel van dit rapport is echter dat bleek dat die wapenleveringen door o.m. Saoedi-Arabië vanuit Bulgarije aan ISIS tot in de lente van vorig jaar bleven duren. Dus op een ogenblik dat het Iraakse leger zich opmaakte voor de bevrijding van de stad Mosoel. Transporten die uiteraard ook maar konden gebeuren met medeweten van de EU.

Dus terwijl België en Nederland beweerden dat ze ISIS in Irak en Syrië bombardeerden leverde de EU hier bij ISIS bommen, raketten en geweren. Hoeft het te verbazen dat de EU in de regio niet echt een geliefde partner is? Onze minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) mocht met Nieuwjaar van de regering in Bagdad zelfs de Belgische soldaten in het noorden van Irak in de Koerdische Autonome Regio niet bezoeken. Tot zijn ongenoegen. Nou, hij zocht het zelf.(3)

Al Saoed de nieuwe Moebarak?

Dat de BBC-reportage het dus ook over dit rapport van CAR had kwam wel wat verrassend. Het verslag is nu eenmaal pure dynamiet. Maar geen zorgen, ook hier zorgde men er netjes voor dat alleen de familie Al Saoed als de slechteriken in beeld kwamen. Dat de VS hier volgens CAR via dit systeem eveneens grootschalig wapens aan ISIS leverde werd mooi verzwegen.

Het eerste deel van deze documentaire was dan ook een regelrechte aanval op Saoedi-Arabië zelfs al poogde men schuchter kroonprins Mohammed bin Salman wat krediet te geven. Totaal ten onrechte. De man is een crimineel van het zuiverste water die voor zijn plannen voor niets terugschrikt en zelfs Saad Hariri, de premier van Libanon, liet ontvoeren om hem zo op televisie te laten paraderen. Uniek in de moderne geschiedenis.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Saoedi’s weigerden mee te werken aan de uitzending en de makers ervan de toegang tot Saoedi-Arabië ontzegden. En ongetwijfeld zal er achter de schermen tussen Riaad, Londen en Washington hierover ontzettend veel ruzie geweest zijn. De BBC is nu eenmaal een staatsomroep die luistert naar de Britse regering en zo naar de VS.

De 32-jarige Kroonprins Mohammed bin Salman regeert als een alleenheerser die zelfs de eigen familie laat arresteren. Nadat hij de Libanese premier Saad Hariri ontvoerde riep hij de Palestijnse president Mahmoed Abbas bij zich en eiste hij dat de PLO in Libanese vluchtelingenkampen in opstand zou komen. Die weigerden echter. Nadien liet Abdoellah bin Hoessein, de Jordaanse koning, Ali bin Hoessein, Faisal bin Hoessein en prins Talal bin Mohammed, twee broers en een neef en topfiguren in het leger, arresteren wegens verdachte contacten met kroonprins Mohammed bin Salman. Eerder weigerden Israël en Egypte in Libanon militair tussenbeide te komen tegen Hezbollah. Toen de kroonprins echter in die periode in Washington een nooit geziene schrobbering kreeg haakte hij af en kwam Hariri vrij.

 

Het was dan ook geen toeval dat er bijna alleen oud-gedienden de CIA of andere Britse en Amerikaanse ‘specialisten’ aan het woord kwamen. Alsof alleen die er iets serieus over kunnen zeggen.

Dat men een David Petraeus, ex-baas van de CIA, hierover aan het woord liet spreekt eveneens boekdelen. Men had hem kunnen vragen over de steun aan Al Qaida en ISIS door de CIA en het Pentagon toen hij er baas was. Men deed het uiteraard niet. De man die ISIS mee hielp creëren die dan zijn beklag doet over de Saoedische steun aan ISIS. Je moet maar durven. BBC met de B van bedrog.

Deze reportage gaat natuurlijk bij de familie Al Saoed de indruk versterken dat zij weleens hetzelfde lot zouden kunnen ondergaan als bijvoorbeeld de Sjah van Iran of president Hosni Moebarak in Egypte.

Reportages als deze zijn een belangrijk politiek teken vanuit Londen en Washington dat de speeltijd wel eens voorbij zou kunnen zijn voor de Al Saoeds. De scenario’s circuleren trouwens al volop in Saoedi-Arabië, met het land omgevormd tot een lappendeken van elkaar bestrijdende woestijnstaatjes. Balkanisering heet dat. Of een nieuw Syrië?


1) BBC Two, ‘House of Saud: A family at war’, Michael Rudin, 9 januari 2018. Driedelige reportagereeks. Volgende afleveringen op 17 en 23 januari telkens om 22 uur.

De kaart van het Midden-Oosten van 28 september 2013 uit The New York Times. Of hoe men in de VS Irak en Syrië in drie of vier stukken zag met geel/okergeel voor Assad, groen voor ISIS/Al Qaida en paars voor de huidige bewindvoerders in Bagdad, als ze de hoofdstad tenminste konden behouden. Saoedi-Arabië valt dan uiteen in een centraal Wahhabistan en een Noord-, Zuid-, Oost- en Westelijk Arabië. Ook Jemen valt dan terug in twee stukken. Volgens de toenmalige Amerikaanse leerling-tovenaars.

 

2) Conflict Armaments Research Ltd, ‘Weapons of the Islamic State, a three-year study in Syria and Iraq’, December 2017.

Opvallend is dat de in de uitzending geïnterviewde medewerker van dat CAR eveneens zweeg over de rol van de VS en de EU. De sponsor van dit rapport is de EU en de Duitse regering. In een eerdere studie sprak CAR alleen over de herkomst van de wapens, niet over wie ze had gekocht en daarna aan ISIS leverde. Uit deze studie is ook gebleken dat de meeste wapens die ISIS gebruikte via dit kanaal waren verkregen.

3) Peter De Roover, fractieleider van de N-VA, schreef op 26 november 2015 op Knack.be een stevig pleidooi ter verdediging van Saoedi-Arabië tegen de toen toenemende Belgische kritiek op het land. De argumentatie van De Roover was dat wij het land broodnodig hadden in de strijd tegen ISIS en dus kritiek op dat land niet kon. Grapjas die De Roover. Maar de familie Al Saoed kan ook heel genereus zijn. Dat is bekend.

Posted on

De metropool als panacee

Planoloog Zef Hemel heeft recentelijk zijn ideeën in een nieuw boek opgeschreven: “De toekomst van de stad[i]”, hierin pleit hij voor metropoolvorming in Nederland. Hemel stelt zich m.n. tegenover de planologen en beleidsmakers, die het principe van de “concentrische” Randstad voorstaan – een slierterige reeks van dorpjes en stadjes – en het zogenaamde groeikernenbeleid – het actief stimuleren van industrie en werkgelegenheid in provinciale stadsgebieden. Hemel vindt juist dat de natuurlijke metropoolvorming ruim baan gegeven moet worden. Het is wereldwijd de tendens voor mensen van het platteland om naar de stad te trekken voor werk en kansen.

Hemel stelt zichzelf de vraag: waarom houdt de overheid deze metropoolvorming eigenlijk tegen? In vrijwel alle landen zijn een aantal grote steden uitgegroeid tot metropolen (ondanks aanvankelijke scepsis) en zij plukken daar nu de vruchten van. Hemel noemt daarvoor een aantal redenen: angst voor armoede en opstanden enerzijds, en leegloop van de rurale gebieden anderzijds. Hemel vindt deze houding onbegrijpelijk, omdat de stad juist rijkdom creëert (a.g.v. complexiteit van de stad zelf); steden tolerantie en kosmopolitisme aanwakkeren; en mensen gewoon vrij moeten kunnen kiezen. Daarnaast is deze angst ondertussen achterhaald, aangezien vele metropolen hebben aangetoond dat zij niet alleen levensvatbaar zijn, maar fraaie successen.

Welvaartcreatie

Het is tegenwoordig bekend[ii] dat ondernemerschap en innovaties achterblijven in vergelijking met vroeger. Elk decennium nemen de groeicijfers verder af en sinds de financiële crisis lijkt de groei praktisch tot stilstand te komen. Economische groei kan gerealiseerd worden door bestaande sectoren verder door te laten groeien, maar de meeste economische groei wordt gerealiseerd door A) nieuwe economische sectoren aan te boren of B) bestaande economische sectoren in een positie te plaatsen waar nieuwe groei mogelijk is. Te denken[iii] valt aan;

  • maatregelen om intellectuele eigendomsrechten verder in te perken (patenten hinderen innovatie)[iv];
  • overheidsgeld te spenderen aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (vergroot kansen op nieuwe ontdekking nieuwe groeigebieden[v]; en
  • burgers beter te scholen voor de arbeidsmarkt van de toekomst[vi].

Ergo, Hemel snijdt een uitstekend punt aan als hij daarnaast ook de stad zelf als welvaart creërend systeem kenmerkt. In de stad zullen deze economische hervormingen het snelste leiden tot uitvindingen en ondernemerschap. Robert Gordon[vii] noemde recentelijk “zes tegenwinden”, die de groei uit de Amerikaanse economie halen en tot stagnatie leiden; demografische krimp, achterblijvende resultaten in het onderwijs, ongelijkheid, globalisering, klimaatverandering en de enorme hoeveelheid schulden van zowel overheid als privé-huishoudens. Deze problemen plagen Europa, in meer of mindere mate, op dezelfde wijze. Steden kunnen de kosten van klimaatverandering beter dragen via schaalvoordelen door slimmer en goedkoper te werken; ongelijkheid en (negatieve effecten van) globalisering beter tegengaan, omdat steden meer werkgelegenheid creëren.

Kortom: urbanisatie is een welvaartsmotor, die met het oog op de toekomst aangewend moet worden. Economische groei is namelijk nodig; overheidsfinanciën (en –verplichtingen) zijn gebouwd op de verwachting van toekomstige groei[viii]. Als metropoolvorming economische groei kan aandrijven, dan zou beleid dat metropoolvorming tegenwerkt herzien moeten worden. Hemel staat daarom een relatief libertarische handelswijze voor; laat de mensen – alle mensen – maar naar de stad komen en zo ontstaan er vanzelf nieuwe ondernemingen, ideeën, levensstijlen, diensten, etc.

Migratie naar de stad

Voor Hemel lijkt elke stad in feite dezelfde stad, en elke stadsgemeenschap inwisselbaar – met cultuur slechts als een van de vele modes, die het stadsbeeld aandoen. Hemel lijkt te denken, dat het eindpunt van een metropool per definitie een resultaat oplevert van het niveau Londen[ix], Parijs, Tokyo of New York. Maar dat zou onjuist zijn: Djakarta, Mumbai, Lagos, Caïro en Mexico City zijn al decennia metropolen, maar leveren geen noemenswaardige bedrijven, entertainment, toeristische attracties of Nobelprijswinnaars op. Het is dus zeker niet noodzakelijk het geval, dat vrije metropoolvorming tot successen leidt.

Deze week berichtte het blad Nature nog, dat er bijvoorbeeld gigantische metropoolvorming in Afrika[x] gaande is, maar dat de armoede daarmee niet lijkt te verdwijnen. Het trieste antwoord is natuurlijk, dat de metropool niet los te zien is van de mensen, die er wonen. En zo geldt het eigenlijk voor vrijwel alle steden buiten Oost-Azië (Japan, Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, China), de Westerse landen en de oliestaten[xi]. Welk derde wereldland heeft er een eerste wereldstad, laat staan eerste wereldmetropool? Er zijn natuurlijk zat derdewereldmigranten in OECD-steden, en hun bijdrage mag niet gemarginaliseerd worden, maar zij hebben die steden niet groot gemaakt. Ze zijn vooral afgekomen op de grootsheid, die er al was.

Denkt Hemel werkelijk dat bijvoorbeeld Franse banlieus probleemwijken zouden worden genoemd, als er geen Marokkanen en Senegalezen, maar Polen en Chinezen zouden wonen? Hemel lijkt te denken van wel, omdat hij denkt dat deze wijken falen, als gevolg van verkeerd overheidsbeleid. Dit is waarschijnlijk onwaar – en dat weet Hemel best. Derde wereldmigranten hebben immers vergelijkbare problemen in verschillende landen. Desondanks, Afrikaanse bootvluchtelingen en Syrische vluchtelingen zijn allemaal van harte welkom in de stad van Hemel; hij ziet hij deze armen migranten als “de middenklasse van de toekomst” van de stad. Op basis van uiteenlopende statistieken, verzameld voor elk denkbare sociale pathologie – van criminaliteit tot overgewicht en van schooluitval tot alcoholisme – kan nu al voorspeld worden, dat deze mensen niet de middenklasse van de toekomst zullen vormen. Vrije migratie vanuit de derde wereld naar de metropool leidt juist tot aanzienlijke problemen.

Hemel zal ongetwijfeld tegenwerpen, dat de heilzame werking van de stad migratieproblematiek juist zal verlichten, in plaats van verzwaren; maar zelfs als hij gelijk heeft, dan is het zeer de vraag of de reeds gevestigde stedelingen dat offer willen dragen. Voorlopig onderzoek heeft aangetoond dat derde wereldmigratie in combinatie met de huidige sociale organisatie van Nederland zeer kostbaar is, i.e. zelfs verarmend[xii] werkt voor de gemiddelde Nederlander. Nu is de vraag of dat ook in Hemels voorstel dezelfde resultaten zou opleveren, maar de voorlopige analyses en geschiedschrijving zijn niet bemoedigend. Het lijkt heilzaam beleid als steden wat kritischer zijn op het type migranten dat ze aan wensen aan te trekken.

Amsterdam, de juiste keuze?

Wat genoeglijk is aan Hemels stellingname, is dat hij echt durft te kiezen. Hij stelt dat de overheid voor Amsterdam moet kiezen en dat dit ten koste zal gaan van andere steden, m.n. provinciesteden. Hemel wil dat de overheid afstapt van allerlei lokale bebouwing en infrastructuur en vol inzet op Amsterdam. Hij bekent kleur. In Nederland is zo’n houding vloeken in de kerk. Zowel nivellering als de provincie zijn politiek gezien heilige koeien, en zeker in een tijd van Brexit, “populisme”, e.d. is het lastig te verdedigen om veel geld te investeren in de toch al rijke stad. De provincie zal zeker verontwaardigd zijn als ze voor hun gevoel nog meer worden achtergesteld. (En, gezien het gedraai rondom de gasboringen in Groningen, is dat natuurlijk begrijpelijk en terecht.) Hemel heeft waarschijnlijk gelijk, dat Amsterdam de meest logische kandidaat voor de te vormen Nederlandse metropool is. Rotterdam heeft de haven en Den Haag de regering, maar Amsterdam heeft al het andere wat een metropool een metropool maakt[xiii]. Wie daaraan twijfelt, moet eens kijken waar toeristen en young professionals het liefst vertoeven.

Als geheel heeft Hemel een onderhoudend, leesbaar boek geschreven, dat duidelijk als doel heeft om de beleidsmakers van zijn geliefde Amsterdam wakker te schudden – opdat ze nu eindelijk de stad eens ruimte geven om te groeien. Hemel verdient daarvoor volle steun. Amsterdam heeft gigantisch veel potentie en er is zeker dubbel zoveel animo om in Amsterdam te wonen dan er ruimte is. Dat laatste komt waarschijnlijk niet voort uit stupiditeit en irrationele angsten voor groei, maar is meer het effect van bewust gelobby van allerlei belangengroepen – belangengroepen, die zelf profiteren van de honger naar Amsterdamse woonruimte.

Allereerst, de Amsterdamse woningbouw is al sinds jaar en dag een politieke speelbal van gevestigde (vaak linkse) politieke partijen[xiv]; zij willen het percentage sociale woningbouw zo hoog mogelijk houden. Dit percentage zit ver boven het landelijke gemiddelde en kan ook niet verdedigd worden met speciale argumenten – het is gewoon een middel om lage inkomens binnen de stad te houden en zo stemvee te garanderen. Er is geen reden waarom deze huishoudens met lage inkomens op een A-locatie zouden moeten wonen. Sociale woningbouw kan ook aan de rand van Amsterdam.

Ten tweede, er lijkt steeds maar zeer beperkte gelegenheid voor de bouw van nieuwe woningen en flats. Dat is vreemd, omdat er juist zoveel vraag naar deze woongelegenheid is. De gemiddelde woningprijs in Amsterdam ligt sinds juli ‘16 boven de 3 ton[xv], binnen “de ring” dus nog hoger. De gebrekkige hoeveelheid nieuwbouw staat in schril contrast met de vraag: slechts 8000 woningen in 2015 en 6500 in 2016. Het Amsterdamse stadsbestuur zou wat meer ambitie en urgentie mogen tonen voor deze uitdaging. Waarom dat nog niet het geval is, blijft onduidelijk. Hemel had wat meer op deze problematiek mogen ingaan. Voor de lezer is dat nu een open vraag.

toekomst_van_de_stad_een_pleidooi_voor_de_metropool_zef_hemel_500Ten slotte, Amsterdammers zijn zelf nogal voorzichtig met hun eigen stad en dat is goed te begrijpen. Wat niet goed te begrijpen is, zijn Amsterdammers die: opeisen, dat de omgeving rondom Amsterdam groen (en onbewoond) moet blijven; er geen infrastructuur mag worden bijgebouwd, vanwege korenwolven of zeldzame vleermuizen; er niet boven drie verdiepingen gebouwd mag worden, vanwege uitzicht; etc., etc. Op die manier houden ze namelijk andere mensen tegen, die graag in deze metropoolregio zouden wonen. Er is genoeg groen in Nederland, waar liefhebbers kunnen vertoeven. Overigens, mag het deelbelang van Amsterdammers meer wegen dan het hoofdbelang van anderen om in een metropoolregio te wonen waar ze betere banen kunnen vinden en hogere salarissen zullen bedingen? Dat lijkt ethisch onverdedigbaar. Als Amsterdammers toch voor zichzelf wensen te kiezen, dan is dat uiteindelijk ook een keuze voor de rest van het land om een andere locatie voor metropoolvorming te kiezen. Amsterdammers moeten en mogen dan niet verbaasd zijn, dat er wordt ingezet op de Rotterdam-Den Haag regio of agglomeratie Utrecht.

N.a.v. Zef Hemel, De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool (Amsterdam University Press, 2016), paperback, 274 p.


[i] http://nl.aup.nl/books/9789462982468-de-toekomst-van-de-stad.html

[ii] http://www.vox.com/2016/8/1/12131216/theories-gdp-growth-slow

[iii] Zodra groene energie en fracken volwassen – zowel schoon als goedkoper dan de alternatieven – economische sectoren zijn, zullen deze sectoren ook veel economische groei opleveren. De VS loopt voorop met fracken; China met groene energie.

[iv] Stephan Kinsella – Against intellectual property

[v] Mariana Mazzucato – The entrepreneurial state

[vi] Er is een slechte afstemming tussen geleerde skills op school en de arbeidsmarkt. Studenten met zogenaamde STEM-opleidingen of vakdiploma’s voor technische beroepen leveren meer inkomen op. Er is een groeiende literatuur, die stelt dat meer en meer beroepsgroepen last hebben van automatisering en “technological unemployment”; Andrew McAfee & Erik Brynjolffson – The second machine age; Tyler Cowen – The great stagnation; Tyler Cowen – Average is over; Martin Ford – Rise of the robots; etc., etc.

[vii] Robert J. Gordon – The rise and fall of American growth; http://www.nber.org/papers/w18315

[viii] http://www.telegraaf.nl/dft/goeroes/rick-willem/24019891/__Voor_groei_en_welvaart_hebben_we_robots_nodig__.html

[ix] http://mori-m-foundation.or.jp/pdf/gpci2015_release_en.pdf

[x] http://www.nature.com/news/where-to-put-the-next-billion-people-1.20669

https://www.youtube.com/watch?v=lpQTni1wF0E

[xi] Het is allerminst zeker dat Dubai, Abu Dhabi en Riyad hun rijkdom zullen behouden, als er een echt alternatief voor fossiele brandstoffen is. Deze steden drijven op geïmporteerde kennis en arbeid en worden vrijwel volledig – en zeer riant, v.w.b. kennis – bekostigd met de olie- en gasinkomsten.

[xii] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/immigration-and-dutch-economy.pdf (blz. 59 e.v.); Pieter Lakeman – Binnen zonder kloppen

[xiii] https://fd.nl/blogs/1126992/maak-amsterdam-inderdaad-twee-keer-zo-groot

[xiv] http://www.elsevier.nl/politiek/news/2014/02/de-slag-om-amsterdam-pvda-dreigt-almacht-in-hoofdstad-kwijt-te-raken-1471510W/

[xv] http://www.parool.nl/amsterdam/gemiddelde-woningprijs-amsterdam-voor-het-eerst-boven-de-3-ton~a4334622/

Posted on

Toenadering tussen kernmachten India en Pakistan terwijl alles op scherp staat

India en Pakistan verkeren sinds hun oprichting in augustus 1947 in vijandschap met elkaar. Beide staten beschikken over talrijke tactische en strategische kernwapens. Deze combinatie bergt het gevaar van een nucleair conflict in zich, maar zou ook islamitische terroristen in de hand kunnen spelen.

Terwijl de wereldpers in de afgelopen jaren vooral aandacht had voor militaire investeringen van landen als Rusland en China, heeft India in alle stilte een indrukwekkend arsenaal van de meest uiteenlopende wapens opgebouwd. Zo beschikt New-Delhi nu onder andere over 10.500 pantservoertuigen, 2600 vliegtuigen en helikopters, 2400 stukken geschut en raketwerpers en een kleine 200 oorlogsschepen – waaronder de meest moderne schepen van eigen makelij.

Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de 'Cold Start'-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo'n USD 50 miljard.
Toenmalig opperbevelhebber van de Indiase strijdkrachten Vijay Kumar Singh ontkende in 2011 het bestaan van de ‘Cold Start’-doctrine. Verscheidene sindsdien gehouden militaire manoeuvres wijzen echter wel op een dergelijke doctrine. Daarbij komt de permanente verhoging van het Indiase defensiebudget geircht op uitbouw van de aanvalscapaciteiten, dat steeg in de afgelopen tien jaar met bijna 50 procent tot zo’n USD 50 miljard.

Deze krijgsmacht kan ingezet worden in het kader van de ‘Cold Start’-doctrine, die een reactie op herhaalde terreuracties van Pakistaanse extremisten inhoudt. Deze doctrine gaat uit van een situatie waarin India niet alleen aangevallen wordt door reguliere Pakistaanse troepen, maar ook met grootschalige aanvallen van islamitische rebellen te maken krijgt, waarachter dan de Pakistaanse geheime dienst zou zitten. Een dergelijk offensief zou binnen 48 uur door tegenaanvallen van meerdere tegelijk oprukkende contingenten beantwoordt moeten worden.

Door het uitlekken van deze doctrine voelde Pakistan zich op zijn beurt bedreigd, waarop de Pakistaanse legerleiding dan ook tegenwierp dat wanneer India daadwerkelijk het islamitische buurland binnen zou vallen, men haar gevechtseenheden met inzet van tactische kernwapens zou vernietigen.

Dat is een gevaarlijke, zelfs suïcidale strategie, die twee dodelijke risico’s inhoudt. Ten eerste zou de inzet van dergelijke kleine springkoppen – in 1999 ingevoerd door generaal Pervez Musharaf, die later president zou worden –  wier explosieve kracht hoogstens een tiende van de Hiroshima-bom bedraagt, tot nucleaire besmetting van grote delen van Pakistan leiden. Naar inschatting van de Indiase deskundige Jaganath Sankaran, werkzaam voor het Amerikaanse Center for International and Security Studies, zou Pakistan om de Indiase strijdkrachten werkelijk tegen te houden ook grotere kernwapens in moeten zetten, waarbij dan onvermijdelijk ook honderdduizenden Pakistaanse burgers om zouden komen.

Ten tweede zijn er de veiligheidsproblemen, die nu al, in vredestijd, voor algemene onrust zorgen. Een groot aantal, decentraal opgeslagen kleinere kernwapens is immers moeilijker te bewaken als een paar grote – zeker aangezien er geen veiligheidscodes nodig zijn om de wapens op scherp te zetten, zoals het geval is bij de Amerikaanse en Russische kernwapens.

Het zou voor islamitische terroristen dus al interessant zijn om één nucleair wapendepot te bestormen. Dat zou verder vergemakkelijkt kunnen worden door het feit dat een deel van de Pakistaanse militairen sympathiseert met de Taliban en andere jihadistische groeperingen.

Hoe dan ook hebben de beide landen zich met hun respectievelijke plannen in een bedreigende situatie gemanoeuvreerd. En dat verklaart dan weer de toenaderingspogingen in de afgelopen maanden tussen de twee aartsvijanden. Zo vond op 25 december een buitengewoon harmonieuze ontmoeting plaats tussen de Indiase regeringsleider Narendra Modi en zijn Pakistaanse ambtsgenoot Nawaz Sharif. Die ontmoeting werd dan ook al snel gevolgd door een aanslag van de islamitische terreurmilitie Jaish-e Mohammed op de Indiase luchtmachtbasis Pathankot. De islamisten hebben immers belang bij het voortbestaan van de spanningen op het Indisch subcontinent.

De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.
De Indiase premier Narendra Modi bracht eind december een bezoek aan de Pakistaanse premier Nawaz Sharif in Lahore, de hoofdstad van de Punjab, in het noorden van Pakistan, vanouds een belangrijk brandpunt in de strijd tussen de beide landen.

Tussen 1947 en 1999  voerden India en Pakistan vier oorlogen met elkaar. Driemaal ging het daarbij om het bezit van de betwiste regio Kasjmir in de Himalaya, en eenmaal om de onafhankelijkheid van het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. In India zetten daarnaast aanslagen van Pakistaanse terroristen kwaad bloed. Zo pleegde Jaish-e Mohammed op 13 december 2001 een aanslag op het Indiase parlement waarbij 14 mensen omkwamen en pleegde Lashkar-e Taiba in november 2008 een aanslag in Mumbai (Bombay) waarbij 174 doden en 239 gewonden vielen. Op basis van de militaire precisie waarmee vooral die laatste aanslag werd uitgevoerd en uitspraken van gevangengenomen terroristen, acht men in India de betrokkenheid van de Pakistaanse geheime dienst ISI waarschijnlijk. De ISI ontkent iedere betrokkenheid en wijst daarentegen op steun van de Indiase geheime dienst R&AW aan separatisten in de Pakistaanse zuid-westelijke provincie Beloetsjistan en betrokkenheid bij aanslagen op Pakistaans grondgebied.

Midden jaren ’60 wees de Indiase premier Lal Bahradur Shastri kernwapens nog als immoreel van de hand. Maar onder premier Indira Gandhi, dochter van Nehru, voltrok zich een koerswissel. Zo vond op 18 mei 1974 de eerste Indiase kernproef plaats. Dit bracht de Pakistaanse regeringsleider Zulfikar Ali Bhutto er toe ook naar kernwapenbezit te streven, wat in de loop van de jaren ’90 werkelijkheid werd.

Beide landen breidden in de afgelopen jaren hun kernwapenarsenaal steeds uit, zodat India nu over 110 springkoppen beschikt en Pakistan naar schatting over 150. Pakistan heeft bovendien nog dermate grote voorraden hoog verrijkt uranium en plutonium, dat het voor de hand ligt dat het land zijn arsenaal nog uit wil breiden. Ook nu beschikken de beide landen echter al over een groter kernwapenarsenaal dan het naburige China. Beide landen ontwikkelden ook diverse raketten om de kernkoppen af te leveren. Zo beschikt India over raketten die vanuit India op iedere plaats in Pakistan afgevuurd kunnen worden en vanaf onderzeeërs. Pakistan onderscheidt zich vooral door de tactische kernwapens, waartegen grondtroepen praktisch weerloos zijn.