Posted on

Duitse bondsdag kritisch over Merkels beschuldiging van Iran

Iran

Aan de vooravond van een zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stelden de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Franse president Emmanuel Macron en de Britse premier Boris Johnson zich relatief laat, maar nog altijd zonder enig bewijs, demonstratief achter de Amerikaanse kijk op de aanval op olie-installaties in Saoedi-Arabië op 14 september. Namelijk dat Iran er achter zou zitten. Dit blijft in de Duitse politiek echter niet onweersproken.

Plaatsvervangend fractievoorzitter van de socialistische partij Die Linke, Sevim Dagdelen, een vertrouweling van Sahra Wagenknecht, heeft klip en klaar gemaakt dat de Duitse regering überhaupt geen eigen waarnemingen of bewijzen van derden heeft voor de bewering dat Iran voor de aanval verantwoordelijk is. Dit deelde de politica mee na de zitting van de commissie Buitenlandse Zaken van de Bondsdag afgelopen woensdag.

Ongefundeerde beschuldiging van Iran

“Bondskanselier Merkel heeft zich met haar beschuldigingen tegen Iran kennelijk geheel overgegeven aan de Amerikaanse geheime diensten”, aldus Dagdelen. Volgens haar handelen Merkel en minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas “onverantwoordelijk en blind voor de geschiedenis” wanneer ze “ongefundeerde beschuldigingen van de Amerikaanse regering of de koppensnellersdictatuur in Saoedi-Arabië” overnemen, in plaats van de resultaten van onafhankelijk internationaal onderzoek af te wachten.

“In tegenstelling tot Merkel en Maas is Die Linke de leugens van de Amerikaanse geheime diensten over vermeende massavernietigingswapens in Irak niet vergeten, die als voorwendsel voor de oorlog en bezetting van dat land in 2003 dienden.”

Beschamende solidariteit met Saoedi-Arabië

Een dag eerder noemde Dagdelen het reeds “beschamend” dat het Brits-Frans-Duitse trio het Saoedische koningshuis onvoorwaardelijke solidariteit verzekerde, zonder ook maar met een woord Riaads verantwoordelijkheid voor de humanitaire catastrofe in Jemen te noemen. De gemeenschappelijke verklaring is bovendien de nagel in de doodskist van het internationale atoomakkoord met Iran, dat de Europese landen juist gepoogd hadden overeind te houden.

Bewijzen zien

Dagdelen is niet de enige die kritisch is. Ook de waarnemende SPD-fractievoorzitter Rolf Mützenich eiste bewijzen na de gemeenschappelijke verklaring van het drietal. “Dat verwachten we in de komende dagen van de regering te horen”, aldus Mützenich voor de radio. Zelfs de buitenlandwoordvoerder van de Groenen, Omid Nouripour houdt de gezamenlijke verklaring voor “een misstap”. Er is weliswaar een zekere plausibiliteit voor de Iraanse verantwoordelijkheid, stelde hij tegenover Deutsche Welle. Het is echter “roekeloos” om voor afronding van het onderzoek al een oordeel te vellen.

Houthi-rebellen eisten aanval op, niet Iran

De aanval van 14 september werd opgeëist door de Houthi-rebellen, die oorlog voert tegen een door Saoedi-Arabië aangevoerde coalitie in Jemen. Niettemin beweert Saoedi-Arabië dat Iran achter de aanval zit. En Washington lijkt deze toedracht nog meer toegedaan dan Riaad. Iran wijst de beschuldigingen echter van de hand.

Posted on

Aramco – Merkwaardige beursgang van Saoedisch oliebedrijf

Een uit de serie grootse plannen van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is de beursgang van de Saoedische staatsoliemaatschappij Aramco die vorig weekend met die aanval een heel zware opdoffer te verwerken kreeg. Een beursgang betekent dat individuen alsmede organisaties zoals instellingen en bedrijven uit vrije wil hierop kunnen inschrijven. Waarna men het aandeel ervan op de beurs vrij kan verhandelen. Maar in Riaad ziet de kroonprins dat ietwat anders.

De Britse zakenkrant The Financial Times, die normaal steeds poeslief is voor de fratsen van de prins, bracht zaterdag het verhaal over hoe hij die beursgang nu wil realiseren. Het is zijn al enkele jaren publiek geuit verlangen en dus moet die beursgang gebeuren wat het ook moge kosten.

Origineel ging men gans Aramco naar de beurs brengen en moest dat volgens Mohammed bin Salman 2.000 miljard dollar opbrengen. Het probleem leek alleen naar welke beurs dit moest gaan, New York, Londen of Hong Kong.

Families onder huisarrest gedwongen aandelen Aramco te kopen.
Het Ritz-Carlton in Riaad, gevangenis voor de ‘happy’ few.

Plan B voor beursgang Aramco

Het werd niets want dan zou Aramco de boeken voor buitenstaanders moeten openen. En dit was voor het land totaal uit den boze. Tonen wat men met dat vele oliegeld precies doet, is zowat het laatste dat men er wil. En dus kwam plan B.

Het zou dan maar naar de totaal onbetekenende beurs van Riaad gaan. Die had men onder controle zodat er van openheid geen sprake kon zijn. Ook ging men niet alles naar de beurs brengen. Eerst was dat slechts 5% en volgens de laatste berichten deze ochtend wordt dan nog maar amper 3%.

Maar zelfs die luttele 3% blijkt veel te hoog gegrepen voor investeerders en dus is er nu plan C. Een centraal probleem was immers dat Mohammed bin Salman stelde dat de waarde van Aramco 2.000 miljard dollar was (2.000.000.000.000) en geen cent minder. Wat allerlei analisten ook beweerden.

Plan C: Dwingen aandelen Aramco te kopen

En dus kwam de kroonprins met nog maar eens een nieuw plan. De rijke Saoedische families die hij voorheen in het Ritz-Carlton van Riaad gijzelde en zo geld aftroggelde, krijgen nu de boodschap dat zij dan maar moeten inschrijven op die beursgang. In sommige gevallen ligt er ook nog steeds beslag op hun gelden en zou men dit geld dan gebruiken om manu militari die aandelen te kopen.

Ook zouden bevriende miljardairs uit de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Koeweit en Libanon aangesproken worden om ook hun duit in het zakje te doen. En voor wie massaal investeerde in bijvoorbeeld de Saoedische bouwsector zoals de Libanese familie van premier Saad Hariri is dat een moeilijk te negeren ‘vraag’.

In wezen komt het er dus op neer dat naast de vermeende 100 miljard dollar die hij in 2017 en 2018 zou hebben kunnen aftroggelen nu nog eens 60 miljard dollar (3% van 2.000 miljard) afperst. Zo zou hij dus 160 miljard extra in zijn kas krijgen. Het is om alle gangsterbendes ter wereld jaloers te maken.

Chateau Louveciennes - 275 miljoen euro - 1
Het Franse kasteel Louveciennes, het optrekje van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Gekocht met geld van de verkoop van de Saoedische olie aan jan modaal.

Zakenbladen staken de loftrompet over plannen MBS

Maar toen men in de zakenbladen als Forbes, The Wall Street Journal en The Financial Times met veel tromgeroffel en onder luid applaus de grote ‘visionaire’ plannen voor Saoedi Arabië van de kroonprins uitrolde was er sprake van een gigantische transformatie van het land. Geen zandbak vol olie meer maar een moderne natie aangepast aan de hedendaagse tijden.

Men ging er op grootschalige wijze het toerisme ontwikkelen en het land cultureel en economisch geheel transformeren weg van de olie. Politiek bleef het bij het oude natuurlijk want de kroonprins blijft een tiran zoals er op deze wereld bijna geen te vinden zijn.

Omkopen

Zelfs Noord-Korea, speeltuin van de familie Kim, moet hier waarschijnlijk voor passen. Maar met dit afpersingsgeld kan men amper iets doen behoudens dan allerlei regeringen, politici en ook de media en intellectuelen verder omkopen. Kwestie dat de wereld een mooi beeld blijft krijgen van dit koninkrijk van de familie al Saoed.

Behoudens dan natuurlijk nog wat peperdure kunst kopen om zijn luxe jacht of zijn enorme kasteel in Frankrijk mee te versieren  Van al die grootse Saoedische plannen waarmee die zakenbladen toen pronkten komt dus niets in huis. Dat lijkt nu wel een zekerheid. Maar als vrome moslim kan er bij hem zeker nog wel wat zakat af. Geld voor ‘goede’ doelen dus. Want de man is ongetwijfeld een diep gelovige moslim. Wat dacht je dan?

Posted on

Ecologische voetafdruk van vliegschaamte

vliegschaamte

Maximaal 860 passagiers passen er in een Airbus A380. Stel je eens voor, dat ieder van hen door vliegschaamte bevat zou worden en met het oog op het klimaat met een zeilboot de Atlantische Oceaan over zou steken. Oftewel 860 schepen, met een eigen kapitein, bemanning en eigen proviand aan boord. Wat een logistieke inspanning! Momenteel gunt een jonge klimaat-activiste zichzelf deze luxe, omdat ze niet met het vliegtuig naar de VN-Klimaattop in New York wil reizen.

Vliegen is immers schadelijk voor het klimaat, zo luidt het argument. De gigantische pr-actie van Greta Thunberg veroorzaakt echter alleen maar meer CO2-uitstoot. Een schare begeleiders vliegt de Zweedse achterna. Zelfs de kapitein van het jacht reist met het vliegtuig terug.

Uitstoot van pr-stunt rond vliegschaamte compenseren

Om deze milieubelastende pr-stunt tegen broeikasgassen goed te praten, wil men de activiteiten pecuniair compenseren. Om de uitstoot goed te maken, doneert men dan geld aan milieuorganisaties, om zo het geweten te sussen.

http://www.novini.nl/greta-thunberg-professionele-mediahype-van-grote-spelers/

Vanaf nu kunnen we ons dus de grootste ecologische waanzin veroorloven, als we maar wat geld afdragen aan een milieu-organisatie. Geen grap; jonge lui van de Fridays for Future-beweging denken werkelijk zo. Het is natuurlijk een zelfbedrog van heb ik jou daar. Thunbergs actie stimuleert dit denken.

Koolstofvezel-jachten alles behalve ‘duurzaam’

Als de 860 A380-passagiers waar ik het aan het begin van deze column over had haar ten voorbeeld zouden nemen, zou het klimaat volgens de Greta-ideologie niet meer te redden zijn. Alleen de bouw van dergelijke dure koolstofvezel-jachten waarmee ook Thunberg reist, is alles behalve ‘duurzaam’. In plaats van zoveel energie te investeren in een pr-stunt rond vliegschaamte, zou men die energie eerst in een behoorlijk denkproces kunnen investeren.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 1 Comment

9/11 – Vraag naar Israëlische betrokkenheid is secundair

Ik reageer op het artikel 9/11 – De aanslag op het World Trade Center: Deconstructie van een anti-zionistische complottheorie. Ik had op Novini nog niet eerder bijdragen over 9/11 gezien, vandaar dat ik best benieuwd was. De tekst van de heren Fred Neerhoff en David Bakker bleek ingezonden.

Hieronder wil ik niet op de inhoud of de argumentatie van het bericht zelf ingaan. Ik wil er alleen op wijzen dat ik de formele context niet duidelijk vind. Het is namelijk niet duidelijk of hier de heer van der Pijl berispt moet worden en zo ja waarvoor, omdat hij een antisemitische opmerking gemaakt zou hebben?

Daarbij moet ik direct zeggen dat ik de gewraakte tweet van van der Pijl ook niet onderschrijf. Het was een ‘vluggertje’ waar iedereen die iets van 9/11 af weet meteen aan kon zien dat hier op laag niveau rotzooi en gekissebis van zou komen. Dus geen serieuze bijdrage. Daar had iemand de heer Van der Pijl op moeten wijzen. Wat hij had moeten twitteren was: het is inmiddels duidelijk dat 9/11 alleen mogelijk was door actieve betrokkenheid van de Amerikanen zelf. Het is bovendien zeer waarschijnlijk dat daarbij in ieder geval Saoedi-Arabië en Israël (o.a. door de Amerikaanse zionisten) een rol hebben gespeeld.

Israëlische betrokkenheid

Zoals u weet ligt de zaak bij 9/11 tamelijk gevoelig. Daarbij is het probleem van de Israëlische betrokkenheid eigenlijk geheel van secundaire betekenis. De vraag naar die betrokkenheid heeft namelijk pas zin als de vraag naar 9/11 zelf is beantwoord. Het is kortom een afgeleide vraag. En dat geldt evenzeer voor de betrokkenheid en de positie van Van der Pijl. De opmerking dat van der Pijl een zogenaamd ‘obscure site’ geraadpleegd zou hebben is namelijk van dubieuze aard. Voor iemand die alle kritiek op 9/11 nog steeds als een complottheorie ziet (zie de titel van het artikel van Neerhoff en Bakker) is elke site waarop die kritiek wordt gebaseerd toch automatisch van dubieuze aard? Bovendien is niets dubieus aan deze website. Hij verzamelt een machtige hoeveelheid serieuze informatie over tal van gebeurtenissen in de wereld waar ook andere (alternatieve) visies op kunnen en soms moeten worden los gelaten.

Alleen Arabische terroristen?

De primaire vraag is dus, voordat er überhaupt over betrokkenheid van buitenlandse machten wordt gesproken: waren het inderdaad alleen maar 19 Arabische terroristen die met vier vliegtuigen de aanslagen in New York en Washington (en Shanksville) hebben gepleegd? Spreekt de officiële versie de waarheid?

Het artikel is bovendien ook zeer verwarrend omdat de schrijver aan het eind (conclusie) aangeeft dat ‘de precieze loop van de gebeurtenissen nog onbekend is’. Als dat zo is, dan zou je je daar primair op moeten richten en niet aan de hand van één persoon (Bollyn) en passant het antisemitisme mee moeten nemen en in het kielzog daarvan ook nog eens de heer Van der Pijl. Waar gaat het nu eigenlijk om?

Special Grand Jury

Daar komt bij dat de heren Neerhoff en Bakker ten aanzien van de Grand Jury de zaak totaal verkeerd voorstellen. De zaak is namelijk wat de toedracht betreft (de ‘loop van de gebeurtenissen’) helemaal niet zo ‘onbekend’. De US attorney of the Southern District of New York (openbaar aanklager) heeft zich namelijk ontvankelijk verklaard voor een petitie van enkele advocaten, niet omdat hij 9/11 denkt te kunnen oplossen, maar omdat hij niet onder de 57 bewijsstukken uit kon die aan de petitie waren toegevoegd waarin duidelijk wordt gemaakt dat de drie torens van het WTC onmogelijk alleen door brand in konden storten. Bij die instorting moet, aldus die bewijsstukken, gebruikt gemaakt zijn van externe (niet natuurlijke) factoren dus niet alleen branden, maar van door mensen aangebrachte hulpmiddelen (waarschijnlijk explosieven). Hij moet zo van de bewijsvoering geschrokken zijn, dat hij deze petitie gewoon niet naast zich neer kon leggen en zich gedwongen voelde tot het instellen van een Special Grand Jury.

Complottheorie?

Wat zou die jury moeten of kunnen doen? Net zo min als de US attorney kan zij tot een uitspraak komen wie voor de aanslagen van 9/11 verantwoordelijk zijn (dus ook geen Israëliërs). De jury kan alleen tot de conclusie komen dat deze 57 punten zo overtuigend zijn, dat de nieuwe versie van de door de advocaten geschilderde ‘loop van de gebeurtenissen’ een hoge mate van waarschijnlijkheid bezit en dat begrippen als complottheorie vanaf dit moment (dat van de ontvankelijkheidsverklaring door het Strafhof) niet langer toepasbaar zijn. Immers als hij ook maar een seconde gedacht had met weer zo’n sullige ‘complottheorie’ te maken te hebben, had hij de petitie linea recta teruggestuurd. De titel van hun artikel maakt ook duidelijk dat Neerhoff en Bakker nog geheel in deze ‘complotsferen’ verwijlen, maar dat is dus door deze ontvankelijkheidsverklaring een gepasseerd station.

Er worden uiteraard ook geen schuldigen aangewezen. Dat is zaak van een nieuw onderzoek. Want daar is een jury niet voor. Zij kan wel getuigen oproepen die zij ervan verdenkt tot de mogelijke schuldigen te behoren. Het enige dat de petitie beoogt is duidelijk te maken dat 9/11 onmogelijk uitsluitend door Arabische terroristen kan zijn uitgevoerd er moeten mensen (Amerikanen) bij betrokken zijn die de instorting met behulp van (bijvoorbeeld) explosieven in alle drie de torens (!) hebben mogelijk gemaakt.

Onafhankelijk onderzoek

De petitie doet daarom twee dingen a) hij toont op grond van de  aangeleverde technisch-wetenschappelijke feiten aan dat branden alleen onmogelijk de oorzaak van de instortingen kunnen zijn en b) dat het NIST (National Institute of Standards and Technologies) in zijn twee officiële rapporten zijn toevlucht heeft moeten nemen tot onwetenschappelijk handelen en fraude om tot het vooropgezette resultaat (instorting door branden) te komen. Er zal daarom een nieuw en onafhankelijk onderzoek moeten komen. Daarvoor wordt nu niet meer gepleit, maar op grond van de feiten heeft het Amerikaanse volk recht op een nieuw en onafhankelijk onderzoek.

Ik ben hier zo uitgebreid op ingegaan, omdat de jury door Neerhoff en Bakker op een zeer onbevredigende manier in hun verhaal werd ingevoerd. Zij waren onvoldoende op de hoogte van deze uiterst belangrijke stap van de advocaten (gesteund door de architecten en ingenieurs van de 911-waarheidsbeweging) waardoor het hele speelveld van de 9/11 story inmiddels is veranderd. Voor het eerst zijn mensen die tot deze tijd alle kritiek losjes hebben kunnen wegwuiven gedwongen naar de feiten te kijken.


Als bijlage: een selectie van zeven video’s (Word-document) die elk voor zich een verschillende ingang tot 9/11 bieden en tegelijk zo fundamenteel zijn dat de noodzaak van een nieuw en onafhankelijk onderzoek bij elk van hen onafwijsbaar is.

Posted on

9/11 – De aanslag op het World Trade Center: Deconstructie van een anti-zionistische complottheorie

De politieke wetenschapper Kees van der Pijl kennen we o.a. van Café Weltschmerz waarin hij regelmatig – op zich boeiend – commentaar geeft op de geopolitiek. Recent ontstond er ophef over een tweet – met een verwijzing naar een obscure site – waarin Van der Pijl de nogal boude bewering doet dat Israeli’s met behulp van zionisten in de Amerikaanse regering het World Trade Center (WTC) in New York hebben opgeblazen. De ophef was voor hem echter geen reden voor terughoudendheid. In tegendeel, in de daarop volgende ‘The Richie Allen Show’ laat hij doodleuk weten dat er keihard bewijs is voor zijn beweringen. Van der Pijl beroept zich hierbij op het werk van de onderzoeksjournalist Christopher Bollyn. We lazen diens boek ‘The War on Terror, The Plot to Rule the Middle East‘ (2017) waarin hij een a priori kwaadaardig verondersteld Israël aanwijst als de planmatige dader van de aanval op het WTC.

Yinon-Plan

Als steeds terugkerend thema in zijn boek, begint Bollyn met de feitelijke vaststelling dat Benjamin Netanyahu (de huidige premier van Israël) sinds 1979 – mede via het samen met zijn vader opgerichte Jonathan Netanyahu Institute – consequent de doctrine van de War on Terror heeft gepropageerd. Met steeds als ultiem doel de uitschakeling van Israëls aangrenzende vijanden. ‘Balkanisering’ van de regio (later zo genoemd naar voorbeeld van het uiteenvallen van het vroegere Joegoslavië in de jaren ‘90) was daarbij de te volgen strategie, d.w.z. opdeling van de regio in kleinere etnische en religieuze enclaves die elkaar onderling bestrijden. In 1982 is Netanyahu’s idee als een uitgewerkt operationeel plan in de openbaarheid gebracht onder de naam Yinon-Plan.

In zijn boek plaatst Bollyn dit Plan van meet af aan in een uiterst verdachte hoek. Alsof het staat voor iets onbetamelijks. Maar vanuit het perspectief van Israël dat binnen een vijandige moslim-omgeving moet leven met de voortdurende dreiging om als Joods volk in zee gedreven te worden, zou iedere rechtgeaarde en vaderlandslievende machiavellist zo’n strategisch plan kunnen bedenken. Goed voor het bedreigde Israël maar slecht voor vijandige moslims in de aangrenzende regio. Zo bijzonder is het Yinon-Plan dus niet.

Het complot

Bollyn beschrijft een op het eerste gezicht inderdaad nogal verdachte verzameling van – op zichzelf goed gedocumenteerde (maar niet alle onomstotelijk bewezen) – gebeurtenissen en feiten, die tezamen geframed kunnen worden binnen zijn zionistische complot. Rode lijn van Bollyns (nogal doorzichtige) Zionistische Plot-redenering: Omdat er twijfel bestaat aan de officiële lezing van de aanslag op het WTC (zie hieronder) terwijl die aanslag (inderdaad) Israël vol in de kaart speelde, is Israël DUS de ware dader van deze aanval. En dat zonder ook maar één dode Israëlische soldaat, voegt Alan Sabrosky daar in het voorwoord nogal vilein aan toe. (Alsof Israël geen militaire inzet zou willen leveren om zijn kerndoel – veiligheid – te realiseren!)

Bollyn suggereert dat Israël zich volgens genoemd Yinon-Plan gedurende ruim twee decennia heeft voorbereid op de WTC-aanslag terwijl de mainstream media (volgens Bollyn onder controle van zionisten!) daar bewust over hebben gezwegen. In plaats daarvan hebben die media, en nog steeds onder regie van Israël, de door Bollyn voor onschuldig gehouden (maar door Israëls militaire inlichtingendienst misleidde!) moslim Osama Bin Laden van Al Qaida als zondebok gepresenteerd voor de gewraakte aanslag. Een gefingeerde dader dus, die zich in een Afghaanse rots schuil zou houden. Door dit door Israël georkestreerde plan greep het Westen (aangevoerd door Amerika) deze terreurdaad onmiddellijk aan om Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, enz. in hun oorlog tegen het terrorisme te betrekken met precies het resultaat volgens Netanyahu’s oorspronkelijke opzet van 1979 (ofschoon daarin het WTC als provocatief doel niet werd genoemd)!

Cherry picking

Ter onderbouwing van zijn plot gaat Bollyn opvallend selectief te werk. Zo maakt hij melding van een door mediamagnaat Rupert Murdoch geproduceerde, en een half jaar vóór 9/11 vertoonde TV-serie over een op afstand bestuurd, gekaapt passagiersvliegtuig dat het WTC binnen vloog. Bij de opnames werd gebruik gemaakt van een helikopter die de omgeving van het WTC in kaart kon brengen. Bollyn suggereert dan dat deze verfilming wel eens verband zou kunnen houden met de daarop volgende werkelijke WTC-ramp. Maar verder niets over de piloten van de vliegtuigen die het WTC feitelijk binnen vlogen. Ook zwijgt Bollyn over de aanval op het Pentagon. De kans dat de film en de WTC-aanval los van elkaar staan is evenwel groter dan de kans op een causale relatie tussen beide voorvallen, vooral omdat er – ook volgens Bollyn zelf – reeds lang publiekelijk verhalen de ronde deden over een mogelijke terroristische aanslag op een duidelijk zichtbaar Amerikaans machtscentrum in New York. Een kwaadaardige opzet van de verfilming zou in dit klimaat daarom onmiddellijk doorzien zijn. Maar Bollyn kiest onomwonden voor verdachtmakingen jegens Israël!

En natuurlijk ontbreekt niet de theorie dat Al Qaida mede een product is van superieure Israëlische planning, waarmee de Zionisten een ideale vijand van het Westen creëerde. Voorts wijst Bollyn nadrukkelijk op activiteiten van de Mossad (Israëls geheime dienst) die hij alle – zeer speculatief (geen begin van bewijs!) – in de context van de WTC-tragedie plaatst! (Er zullen ten tijde van deze tragedie ongetwijfeld ook Arabische veiligheidsdiensten in New York actief zijn geweest die kennis hadden van het vermaledijde Yinon-Plan, maar daarover zwijgt Bollyn dan weer.)

Het verbaast dan ook niet dat Bollyn de samenwerking tussen Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten in een kwaad daglicht plaatst. Ten onrechte want de Amerikaanse belangen sporen naadloos met die van Israël waardoor een dergelijke samenwerking voor de hand ligt. Ook beweert Bollyn dat de arrestatie na de aanslagen van 9/11 van Israëliërs die volgens hem (maar nooit bewezen) betrokken zijn geweest bij terroristische praktijken met betrekking tot 9/11 opzettelijk is stil gehouden. Tot slot zorgden ministers met een dubbele nationaliteit (VS en Israël, volgens Bollyn ook al verdacht) er volgens Bollyn voor dat George W. Bush binnen zijn regering ruimschoots de benodigde steun verkreeg voor zijn voorstel om de door Israël beoogde War on Terror te beginnen. Dit met als officieel doel de bronnen van het terrorisme dat de WTC-ramp had veroorzaakt uit te schakelen. Tegelijkertijd kon de VS op het thuisfront al langer gewenste maar onpopulaire veiligheidsmaatregelen door het Congres jagen, zoals de al klaarliggende (!) Patriot Act (elektronische surveillance).

Het is een onloochenbaar gegeven dat Bush’s oorlogsverklaring aan het terrorisme een voor Israël gunstige beslissing was omdat het perfect strookte met het Yinon-Plan. Maar zo bijzonder is dat niet, want dat zou ook het geval zijn voor elk ander land in zo’n penibele geopolitieke situatie als Israël. Maar volgens Bollyn was het ganse scenario – inclusief de aanval op het WTC – met kwade opzet door Israël bedacht, gedurende twee decennia voorbereid en tenslotte onder Israëls regie uitgevoerd!

Gesmolten ijzer

Als één van de hoofdoorzaken van de twijfel aan de officiële lezing van 9/11 noemt Bollyn de (volgens hem) haastige afvoer van het gesmolten ijzer afkomstig van de vernietigde WTC-torens. Daardoor werd forensisch onderzoek naar de precieze herkomst van dit ijzer onmogelijk. Hij koppelt de verdachtmaking van genoemde ijzer-afvoer aan de explosieve instorting van één van de WTC-torens. Zeven minuten voorafgaande aan die instorting zou er volgens Bollyn – hij baseert zich o.a. op getuigenissen van brandweerlieden – namelijk sprake zijn geweest van een onverklaarbaar hete soort lavastroom van gesmolten ijzer vanaf de 81-ste verdieping van de Zuid-Toren. Ook voert Bollyn in dit verband een select groepje Mossad -veteranen op die er aldoor op uit waren om een beveiligingscontract voor het WTC te krijgen. Eén daarvan heeft volgens Bollyn sinds 1993 zo’n contract ook daadwerkelijk bemachtigd, waardoor de Mossad ten tijde van de ramp effectief verantwoordelijk was voor de beveiliging. Verder suggereert Bollyn een causaal verband  tussen dit gegeven en door de autoriteiten verzwegen, maar intussen wel goed gedocumenteerde explosies bij het WTC, en stelt dat sprake is van een  terreurdaad die o.a. de karakteristieke fijn structuur van de gesmolten ijzerstof na de ramp verklaart (NB. Er is nooit aangetoond dat de verzwegen explosies het gevolg waren van een terreurdaad).

Maar waarom zou de Mossad – zoals Bollyn suggereert – een dergelijke gloeiendhete ijzer-stroom faciliteren, als er toch al twee Boeings het WTC binnenvlogen? En waarom die ijzerstroom in de ene toren, en niet in de andere? De ‘waarneming’ van gesmolten ijzer voorafgaande aan de instorting van een WTC- toren vertoont dan ook alle kenmerken van inbeelding (zoals de ‘mannen in witte pakken’ die bij de Bijlmerramp zouden zijn waargenomen).

Conclusies

Twijfel aan de lezing van de autoriteiten over de toedracht van de aanslag op het WTC heeft onlangs geleid tot het instellen van een ‘Grand Jury’. Dit toont ook al aan dat de precieze loop van de gebeurtenissen strikt genomen onbekend is. Bollyn neemt de – mede door hem opgeworpen – twijfel niet weg maar presenteert alles bijeen een suggestieve en onsamenhangende verzameling van feiten en gebeurtenissen met als enige constante dat zij allen zonder uitzondering naar Israël wijzen als de planmatige dader van de aanval op het WTC. Omdat Bollyns onderzoek duidelijk blijk geeft van vooringenomenheid jegens zionisten en Israël (de Joodse zionisten zijn volgens Bollyn de oorzaak van al het terrorisme, waarvan de islamitische Palestijnen het slachtoffer zijn) is zijn boek beslist géén betrouwbare informatiebron.

Ter illustratie van ons eindoordeel geldt dat Bollyn in zijn boek een apart hoofdstuk heeft opgenomen waarin hij de volgens hem ten onrechte getroffen moslimgemeenschap in het Midden-Oosten aan het woord laat, terwijl de door hem belasterde Joden geen weerwoord krijgen. Het typeert de werkwijze van een antisemiet. Met zijn onvoorwaardelijke beroep op Bollyn laadt van der Pijl de verdenking op zich tot dezelfde categorie te behoren als Bollyn zelf.

Posted on

Republikeinen boos over dansvideo Amerikaanse politica, of niet?

In de wondere wereld van de Amerikaanse politiek is weer een relletje aan de gang. Ditmaal niet om een oude verwarde vrouw die claimt dat ze Amerikaans-Indiaans bloed heeft. Of Donald Trump die een conservatief opperrechter wil maken conform zijn eerdere beloftes. Nee, dit keer gaat de rel, of wat ervoor moet doorgaan, over de 29-jarige Amerikaanse politica Alexandria Ocasio-Cortez. Door haar aanhangers liefkozend AOC genoemd.

De rel begon toen persbureau Reuters een persbericht lanceerde met daarin de boodschap dat er “controverse” zou zijn rond een dansvideo van Alexandra, ingegeven door een anoniem twitteraccount.

 

Het bericht werd al snel overgenomen door meerdere websites die tegen de Democratische Partij aanleunen. De website NewsWeek rapporteerde ook dat “Republikeinen” verontwaardigd zouden hebben gereageerd op de dansvideo. Het probleem bij dit statement is: geen enkele Republikein wordt hierbij geciteerd in zowel het Reuters- als het NewsWeek-artikel. Ook een artikel van The Hill over de dansvideo met Alexandria Ocasio-Cortez citeert alleen AOC zelf en geen enkele Republikein.

Waar komt het verhaal vandaan?

De vraag is daarom: Waar komt de video vandaan en hoe komt persbureau Reuters aan het statement dat de Republikeinen verontwaardigd zouden zijn. Mijn antwoord is dat zoiets inmiddels al niet meer te achterhalen is. Ook het anonieme twitter account waarmee de video oorspronkelijk gelekt is, @AnonymousQ1776, is inmiddels niet meer online.

Het verhaal is niet meer te controleren en elk zichzelf respecterend nieuwskanaal zou een dergelijk verhaal nooit op deze manier naar de headlines moeten duwen. De these dat de nieuwskanalen dit verhaal in de wereld helpen omwille van het promoten van de bekendheid van de Amerikaanse politica vind ik daarom ook niet vergezocht. Zeker niet na de bijzonder roerige presidentsverkiezingen van 2016. Ook de timing is bijzonder. De midterm-verkiezingen zijn afgelopen en uitgelopen op een sof voor de Democraten. De Democraten gaan nu de komende 2 jaar alles op alles zetten om de presidentsverkiezingen van 2020 niet uit handen te geven.

Alexandria Ocasio-Cortez potentieel presidentskandidaat

Mijn persoonlijke conclusie is dat we er om kunnen lachen, we kunnen er cynisch om worden, maar dat Ocasio-Cortez zich best tot presidentskandidaat zou kunnen ontwikkelen onder invloed van dit type promotie. Om de inhoud gaat de Amerikaanse politiek allang niet meer. Zo trok Donald Trump veel stemmen omdat hij niet Hillary Clinton was en Hillary Clinton trok haar stemmen met het gegeven dat zij niet Donald Trump was.

En Barack Obama was “community organizer” in Chicago voordat hij presidentskandidaat werd. Waarom werd hij dan toch gekozen als president? Omdat hij tijdens zijn studententijd in contact kwam met de juiste netwerken die in de Verenigde Staten de macht verdelen. Dezelfde energie rond media-netwerken stuwen nu Ocasio-Cortez naar ongekende hoogten met vergelijkbare methoden. En waarom niet? Als Obama president kan worden en dan is er geen reden te bedenken waarom Alexandria Ocasio-Cortez  niet.

De danskunsten van Alexandria zien er best prima uit, maar dat maakt van de jonge vrouw nog geen prima presidentskandidaat. En de “rel”? Ik vrees dat verschillende Amerikaanse media, waaronder persbureau Reuters, zichzelf een beetje ontmaskerd hebben.

Posted on

Spanning loopt op tussen buitenlandse mogendheden in Syrië

De Syrische regering mag praktisch gezien de oorlog tegen de salafistische terreurgroepen en huurlingen van de westerse alliantie gewonnen hebben, de spanning blijft echter nog steeds groot. Het ontsporen van dit conflict dient daarom zeker nog niet uitgesloten te worden. Knelpunten lijken vooral de houding van Israël en de relatie van de VS met Turkije.

Turkse en Amerikaanse dreigingen

De Turkse regering van president Recep Erdogan blijft immers nog steeds de spanning opdrijven in het grensgebied met Syrië waar de VS en haar bondgenoot van de Koerdische nationalistische PKK/YPG actief zijn.

Turkije dreigt dit gebied ten oosten van de Eufraat waar de YPG en de VS baas zijn nog steeds binnen te vallen. Met steeds luider klinkende oorlogstaal. Waarop de VS waarschuwingen geeft. “Val je die groepen aan dan val je automatisch ook de VS aan”, aldus Washington.

De YPG bij de verovering van Rakka, voorheen de vermeende hoofdstad van ISIS, hier op het centrale plein van de stad. Op de achtergrond een reuze spandoek met de beeltenis van Abdoellah Öcalan, leider van de PKK. De YPG en de PKK zijn op alle mogelijke vlakken met elkaar verbonden. Vroeger was de YPG dan ook om die reden voor de VS een terreurorganisatie. Nu zijn het plots bondgenoten in de strijd voor de ‘democratie’.

NAVO-solidariteit?

Deze heeft als afschrikking voor Turkije sinds enkele weken aan de Turkse grens met Syrië door Amerikaanse militairen bemande observatieposten geplaatst. Krijgen we dus binnenkort een oorlog tussen twee bondgenoten van de NAVO? En wat dan met artikel 5 over de onderlinge solidariteit binnen deze militaire alliantie?

Want artikel 5 van de NAVO stelt dan men de bondgenoot in geval van oorlog ter hulp moet snellen. Maar wie dan: Washington of Ankara? Het toont dat de NAVO op dit ogenblik gewoon als los zand aan elkaar hangt. Niet dat een van die twee landen ooit de moeite deden om de vraag te stellen of ze Syrië zomaar mogen binnenvallen? Internationaal recht? En waar blijft de VN, de bewaker van deze rechtsregels?

Neerschieten Russische Iljoesjin-20

En dan is er Israël. Het is daarbij duidelijk dat Israël de drijvende kracht is achter de schermen van deze oorlog. Goed verstopt dat wel maar voor iedere serieuze waarnemer is dat land van in het beginne zeer nauw betrokken geweest bij dit conflict. De VS en de EU doen in deze regio nu eenmaal niets zonder minstens de toestemming van de Israëlische regering.

Toen Rusland eind september 2015 haar luchtmacht en extra troepen naar Syrië stuurde kantelde de oorlog vrij snel in het voordeel van de Syrische regering. De zich op het salafisme beroepende huurlingen verloren het ene bolwerk na het andere – ook aan de Israëlische grens – en houden nu voorlopig alleen nog stand in een gebied rond de provincie Idlib tegen de Turkse grens.

Intussen begon de Israëlische luchtmacht met regelmatige bombardementen op Syrië. Volgens de semi-officiële Israëlische versie – het land weigert er officieel commentaar op te geven – valt men daarbij vooral Iraanse militaire installaties of wapenleveranties van Iran aan de Libanese Hezbollah aan.

Israëlische aanvallen

Wat daar van aan is weten we niet echt. Het zijn immers in essentie beweringen van de betrokken partijen zelf en die zijn dus per definitie onbetrouwbaar. Zeker is wel dat Israëlische vliegtuigen al meerdere aanvallen op Syrië uitvoerden.

Dat veranderde totaal toen Israëlische vliegtuigen op 17 september van dit jaar van uit de zee raketten afschoten op Syrië en zich daarbij verschuilden achter een Russische Iljoesjin Il-20 verkenningsvliegtuig. Wat dan, heel vermoedelijk per vergissing, door de Syrische luchtafweer werd neergeschoten. Met twaalf dode Russische militairen tot gevolg.

DSC_0172
De Koeweitse journalist Elijah J. Magnier is een der betere en goed geïnformeerde analisten van dit conflict.

Sindsdien zijn de tot dan toe normale relaties van Rusland met Israël in de diepvries verzeild. Bezoeken als voorheen van de Israëlische eerste-minister Benjamin Netanyahu of andere regeringsleden aan Moskou blijven sindsdien uit. Dit terwijl er voordien maandelijks verscheidene reizen door de regering vanuit Israël naar Rusland waren. Men zat als het ware meer in Moskou dan in Washington.

Ook kwam er in het Israëlische parlement vanuit de regeringspartij Likoed zelfs het voorstel om Rusland te vergoeden voor het neerhalen van dat vliegtuig. Wat merkwaardig is want tot nu steekt deze regering de schuld allemaal op de Syriërs. En dat Israël wil betalen voor de schade die ze aanricht is eveneens een grote zeldzaamheid. Vermoedelijk zelfs een primeur. Het toont dan ook de penarie waarin men zichzelf geschoten heeft.

Wijzigde Rusland de afspraken met Israël?

Deze week was er dan toch een Israëlische militaire delegatie op bezoek in Moskou om er met hun Russische collega’s te overleggen. Er was tussen beide partijen opnieuw een verstandhouding ontstaan klonk het nadien in de Israëlische media. Zonder echter voor zover geweten een Russische bevestiging voor dit verder onduidelijk gebleven verhaal. Maar welke verstandhouding?

Volgens de Arabische journalist Elijah J. Magnier – een van de beter over deze oorlog ingelichte analisten met goede contacten in Iran, Irak, Syrië en ook in Libanon, o.m. bij Hezbollah – heeft Rusland tijdens die gesprekken haar positie gewijzigd. Daarbij zou Syrië nu de toestemming hebben gekregen om terug te schieten in geval het door Israël wordt aangevallen.

Dit mits evenredigheid. Valt de Israëlisch luchtmacht bijvoorbeeld de internationale luchthaven van Damascus aan dat mag Syrië dat ook doen in Israël. Het land beschikt daarbij over voldoende geleide raketten om elk doelwit in de zionistische staat te treffen.

Daarbij zou Rusland ook eigen personeel plaatsen op elke Syrische militaire installatie. Zodat diegene die er op schiet dan eveneens Russen dreigt te doden. Wat als afschrikking kan tellen. Zeker is dat Israël sinds het neerhalen van die Il-20 geen enkele aanval op Syrië meer gedaan heeft. Over een recent vermeend incident met Israëlische raketten bestaat onvoldoende zekerheid.

De Russische Iljoesjin Il-20 is te vergelijken met de AWACS, het verkenningsvliegtuig van de NAVO. Het bevat pakken hoogtechnologisch materiaal om de omgeving in de gaten te houden. Het neerhalen ervan is tot heden de grootste strategische Israëlische blunder in deze oorlog.

Of dit verhaal wel klopt weten we niet. Voorlopig ontbreekt het immers nog aan een bevestiging door andere partijen. Er is hier ook alleen sprake van anonieme Syrische bronnen. Logisch is wel dat dit soort zaken geheim wordt gehouden.

Dat Israël Syrië sinds 17 september niet meer ging aanvallen is ook tot heden nergens geschreven. Het was zo blijkt toch een geheim akkoord tussen Rusland en Israël. Verbazen mag dit verhaal dus zeker niet.

Spanning

Maar zoals met de relatie tussen Turkije en de VS is ook dit een teken dat de spanning rond Syrië blijft bestaan. Alleen de terughoudendheid van de verschillende partijen zorgde ervoor dat dit tot heden nooit ontspoorde.

Een positieve evolutie is dan weer dat het parlement van de Arabische Liga deze week instemde om Syrië weer toe te laten tot deze organisatie. Zij was er uitgezet bij het begin van deze oorlog. Het is wel een advies en de beslissing zelf dient nog unaniem door de verschillende lidstaten te worden genomen. Het toont wel dat de landen van het Arabische schiereiland hun verzet tegen de Syrische regering aan het opgeven zijn.

Posted on

Europese landen veroordelen situatie Zee van Azov en verkiezingen in Donbass

Het Europees Parlement heeft een resolutie aangenomen waarin het de EU oproept om Rusland strengere sancties op te leggen indien de situatie in de Zee van Azov verslechtert. Daar bovenop hebben een aantal Europese landen Rusland opgeroepen om de verkiezingen van 11 november in Donbass tegen te houden.

In de resolutie van het Europees Parlement wordt het handelen van Rusland in de Zee van Azov veroordeeld. Het Europees Parlement stelt dat de inspecties die Rusland in de Zee van Azov uitvoert in strijd zijn met VN-Zeerechtverdrag.

“Hoewel de situatie in de Zee van Azov werd aangekaart in het bilateraal verdrag van 2003 tussen Oekraïne en Rusland, die deze gebieden als interne wateren van de twee staten oormerkt en beide partijen de mogelijkheid geeft om verdachte schepen te inspecteren, garanderen de overeenkomst van 2003 en het VN-Zeerechtverdrag vrijheid van navigatie.”

Het EP wijst er verder op dat de brug in Kertsj tussen de Krim en (de rest van) Rusland illegaal gebouwd zou zijn en dat door de brug 20% van de schepen niet meer door zou kunnen varen. Eveneens stelt het dat de brug ecologische schade teweegbrengt. De resolutie waarschuwt verder voor het risico dat Rusland gasvelden in de Zee van Azov in kan nemen. De resolutie veroordeelt verder ook het ongerelateerde bloedbad op een school in Kertsj.

Situatie in Zee van Azov

In maart van dit jaar heeft Oekraïne een vissersboot, de Nord, vastgezet. De vissersboot had haar thuishaven in de door Rusland gecontroleerde Krim. Ondanks dat Oekraïne geen controle meer uitoefent over de Krim, beschouwt Kiev het schiereiland nog altijd als haar eigen grondgebied en wil zodoende nog altijd bepalen wie er wel en wie niet mag komen. Het reizen naar de Krim (net als naar Donbass overigens) via Russisch territorium geldt volgens de Oekraïense wet als ‘illegaal de Oekraïense grens oversteken’. Dit heeft al tot veel bijzondere situaties geleid, waaronder dat een Russische zangeres die in de Krim heeft opgetreden de toegang tot Oekraïne werd geweigerd om daar deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival in Oekraïne in 2017. Een dergelijk verbod om de Krim of de Donbass via Russisch territorium binnen te reizen is daarmee ook een verkapte sanctie tegen deze gebieden.

Hoewel de Krim de facto Russisch is en ook uit een referendum en meerdere onafhankelijke peilingen is gebleken dit feit ook door de bevolking wordt ondersteund, geldt de Krim voor verreweg de meeste landen nog altijd als onderdeel van Oekraïne. De situatie die door het vastzetten van de Nord is ontstaan, namelijk het aantasten van economische belangen op grondgebied dat Rusland als haar eigen beschouwt, kan dus niet via internationale organen worden aangekaart omdat zij de Krim als Oekraïens beschouwen. Bijgevolg werd er geantwoord door een groot deel van de schepen die naar Oekraïense havens varen te inspecteren. De inspecties leverden de desbetreffende rederijen tijdverlies en daarmee kosten op. De inspecties gelden als legaal, aangezien Oekraïne en Rusland een verdrag hebben gesloten dat zij de Zee van Azov als een gedeelde binnenlandse zee zien. Het gevolg is dus dat de Russische inspecties een de facto sanctie is voor het vasthouden van de Nord door Oekraïne.

http://www.novini.nl/met-marinebasis-en-navo-oefening-wil-oekraine-rusland-onder-druk-zetten-in-zee-van-azov/

De situatie leidt tot spanningen in de Zee van Azov tussen Oekraïne en Rusland. Beide landen hebben al meerdere marineschepen naar de zee verplaatst. Aangezien Oekraïne zelf geen marine van betekenis heeft, heeft de steun van het EP en ook een aantal oefeningen die NAVO-landen met de bescheiden Oekraïense marine hebben gedraaid een aanzienlijke betekenis. Daarnaast wordt er door de VS momenteel overwogen om Oekraïne Oliver Hazard Perry-klasse fregatten te leveren. Hier moet echter nog over besloten worden.

http://www.novini.nl/nederlands-fregat-houdt-oefening-met-oekraiense-marine/

Verkiezingen Donbass

Na de aanslag op het hoofd van de Volksrepubliek Donetsk (DNR), Zachartsjenko, werden snel daarna verkiezingen georganiseerd voor een opvolger voor Zachartsjenko. Deze verkiezingen staan momenteel gepland voor 11 november. Tegelijk met de verkiezingen in de DNR worden ook de in Volksrepubliek Loegansk (LNR) soortgelijke verkiezingen gehouden.

In de aanloop naar een zitting van de VN-veiligheidsraad heeft een aantal Europese landen, waaronder ook Nederland, de verkiezingen in een verklaring veroordeeld. In de verklaring van de landen wordt Rusland opgeroepen haar invloed aan te wenden op de DNR en LNR om deze verkiezingen tegen te houden.

“Als deze illegitieme ‘verkiezingen’ doorgang vinden, dan is het een overtreding van het Minsk-akkoord en de wet van Oekraïne. Alle soortgelijke illegale verkiezingen zijn niet-compatibel met de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne.”

De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN, Karel van Oosterom, verklaarde namens Nederland:

“Mijn eerste aandachtspunt betreft het aankondigen van lokale verkiezingen in gebieden die niet door de overheid worden gecontroleerd in het oosten van Oekraïne. We veroordelen deze illegitieme zogenaamde verkiezingen. Als ze worden gehouden, zullen deze nep-verkiezingen afspraken overtreden die onder het Minsk-akkoord zijn gemaakt en de Oekraïense wet overtreden. In overeenkomst met de Minsk-akkoorden, kunnen lokale verkiezingen in bepaalde delen van de regio’s Donetsk en Loegansk alleen plaats vinden in overeenstemming met de Oekraïense wet.”

Minsk-akkoord

Het vervangend hoofd van de DNR, Dennis Poesjilin, heeft inmiddels gereageerd op de stellingname van de landen. Hij wijst erop dat er in het Minsk-akkoord enkel over wordt gesproken dat beide partijen (Oekraïne en de DNR+LNR), zijn overeengekomen lokale verkiezingen te houden in de Donbass. Over een verbod wordt niet gerept in de akkoorden.

Rusland had voorgesteld om de vertegenwoordigers van de DNR en LNR aanwezig te laten zijn bij het debat over de verkiezingen. Het Russische voorstel werd echter van de hand gewezen. Dit overigens tot ergernis van zowel Rusland als de DNR:

Financiële en militaire steun

Rusland werd verder opgeroepen haar steun voor de DNR en LNR stop te zetten. De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN Karel van Oosterom verklaarde: “Rusland moet haar rol vervullen door haar financiële en militaire steun aan de separatisten te stoppen en haar militaire krachten en militair materieel terug te trekken uit het territorium van Oekraïne.”

Een dergelijke oproep is opmerkelijk; het noemen van de plaatsing van Russisch militair materieel suggereert dat Rusland het territorium veroverd zou hebben. Volgens het Verdrag van Den Haag  is de oorlogvoerende partij die een gebied bezet heeft echter verantwoordelijk voor de zorg voor de bevolking. Gezien de economische blokkade die Oekraïne het gebied heeft opgelegd zou een dergelijke oproep om de financiering van de DNR en LNR een humanitaire ramp betekenen. Een dergelijke oproep zou verder een oproep zijn het bovengenoemde verdrag te overtreden, wanneer men Rusland als oorlogvoerende partij beschouwt.

http://www.novini.nl/de-omvang-van-de-russische-aanwezigheid-in-donbass/

Posted on

Over de ‘idealisten’ die Blok tegenover zich had tijdens zijn failed state-opmerking

NRC meldde dat ​de toehoorders​ van minister Blok​ stuk voor stuk idealisten waren “die willen bijdragen aan een betere wereld.​” Immers: “Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen”, aldus NRC.

Ik betoog dat o​pportunisme verkocht als liefdadigheid​ (dus het uit eigen belang verdedigen van vrome idealen)​​ voortkomt uit een typisch koloniale traditie. Veel mensen denken ten onrechte dat kolonialisme allé​é​n om brute uitbuiting gaat​.​ ​In werkelijkheid spelen mensenrechten, goede bedoelingen, paternalisme, vrome praatjes, al meer dan honderd jaar een belangrijke rol in de Westerse ​imperiale macht.

Eerder deze week las ik nog dat staatszender NOS op wonderlijke wijze in bezit was gekomen van een interne brief die rondging op het ministerie van BuZa. Een brief waarin een groep onbekende ambtenaren Blok op het hart drukte dat “diplomatie gebaseerd is op het gegeven dat verschillende naties en culturen vreedzaam kunnen samenwerken en kunnen samenleven.” Het departement moest volgens deze ambtenaren een organisatie zijn “waar mensen met verschillende culturele achtergronden, seksuele oriëntaties, genderidentiteiten, leeftijden, religies en lichamelijke beperkingen kunnen werken en zich ook thuis en gehoord voelen.” Dit klonk​ heel inclusief,​ niet bepaald ​VVD-retoriek. Maar van welke politieke kleur waren deze anonieme groep ambtenaren dan wel? En waarom zwegen ze in alle talen over Blok zijn racistische opmerkingen, waarom noemden ze het beestje niet gewoon bij de naam? En waarom werd een intern schrijven als dit stiekem aan een NOS-journalist doorgeseind?

Blok wordt nu (terecht) bekritiseerd voor zijn racistische en denigrerende opmerkingen. Toch betekent dat niet dat de aanwezige “idealisten” in het zaaltje niet zelf ook pionnen zijn in een neokoloniaal machtsspel. Alleen al de foto van het zaaltje, een volledig wit feestje zo te zien…​ ​

Vanuit historisch perspectief is het een misvatting te denken dat witte kolonialen een eensgezinde elitegroep vormden.​ ​​Onderling ​speelden zij ​ook allerlei machtspelletjes en waren enorm corrupt naar het eigen systeem toe. De witte elite vocht elkaar de tent uit en redetwistte over hoe er gekoloniseerd moest worden. Met aan de ene kant de openlijke diehard kolonialen en aan de andere kant de politiek-correcte “humane” kolonialen. (Uiteraard een contradictio in terminis.) Neem bijv. Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijver van Max Havelaar, die vaak onterecht als antikoloniaal herinnerd wordt. In werkelijkheid was hij echter helemaal niet tegen kolonialisme op zich, hij pleitte slechts voor een verantwoordelijke manier van koloniseren.

Het verraderlijke aan het ethische sausje is dat het de werkelijke koloniale uitgangspunten verbloemt. Vandaar dat je nu nog regelmatig hoort: “Ja maar, naast alle negatieve dingen hebben we ook veel goede dingen gedaan hoor.”

Toen het Nederlandse koloniale regime in 1900 de “ethische politiek” invoerde ontstonden felle disputen tussen voor- en tegenstanders van dit nieuwe beleid. Waarbij het conservatieve deel van de koloniale elite zonder gedoe wilde kunnen blijven graaien en een ander deel zich kritisch opstelde en koloniale uitbuiting afkeurde. Desalniettemin maakten laatstgenoemden zich​ eveneens ​niet druk om de vraag: “wie geeft ons het recht om dit gebied als ​koloniaal ​bezit te beschouwen,” zij redeneerden slechts: het mag niet ALLEEN om eigengewin gaan, we moeten ook iets terugdoen voor de lokale bevolking. Zo werd het onderwijzen en opvoeden van de gekoloniseerde een nobele taak die de witte meester zichzelf stelde. Terwijl het graaien onder dit politiek-correcte beleid in werkelijkheid onverminderd doorging. Er was dus weinig antikoloniaals aan de retoriek van de ethische politiek die het verheven superioriteitsgevoel alleen maar versterkte. Als de werkelijke machtsverhoudingen ongelijk blijven betekenen goeie bedoelingen helemaal niets. Sterker nog, met de beste bedoelingen kan je heel veel kwaad berokkenen.

Nu meen ik dat het ethisch kolonialisme ook een continuïteit kent. Denk bijv. aan de witte arrogantie die een op een terug te zien is in de ontwikkelingssector. Waarbij het negen van de tien keer gaat om het spekken van eigen kas. De Wereldbank die dan in landen als Indonesië bankrekeningen gaat aanprijzen.

Het is om die reden dat we het basale besef (dat kolonialen geen eensgezinde elite vormen) ook moeten toepassen op de neokoloniale realiteit van vandaag de dag. Welke machtspelletjes worden gespeeld tussen traditioneel politiek links en rechts​?​

Het gaat erom de wolf in schaapskleren te herkennen.

Op alternatieve nieuwssites lees je dat Hillary Clinton al dan niet nog erger is dan Trump. Omdat zij het neo-koloniale beleid beter zou weten te verkopen. Daarmee wordt bedoeld dat ze onder het mom van democratie en vrijheid van meningsuiting tegelijkertijd brute interventies rechtvaardigt. Zoals het filmpje met haar duivelse lach om Gaddafi’s val. Niet voor niets is “Killary” haar veelbetekenende bijnaam. Terwijl Trump voor traditioneel links de grootste “capitalist pig” is die openlijk racistisch uitspraken doet, zijn Hillary en Obama voor (nieuw) rechts de neo-koloniale “warmongers” van deze wereld die het military industrial complex in stand houden. Tegelijkertijd ziet rechts een complot in traditionele linkse idealen mbt diversiteit en multiculturele samenleving.​ ​

Maar waarom die opdeling? Vertegenwoordigen zittende Westerse regeringen of ze nu links of rechts zijn niet allemaal dezelfde neo-koloniale belangen van het kapitalistisch systeem? Wat maakt het dan nog uit als het linksom of rechtsom gaat. Neo-koloniale bemoeienis onder het mom van het verdedigen van mensenrechten, het verspreiden van democratie… Tja… we zijn natuurlijk ook alleen maar tegen Poetin omdat hij een autocraat is.

Wat ik wil zeggen is: als een dominant witte redactie als NRC het racisme van Blok gaat aankaarten dan is dat niet per definitie vanuit anti-racistisch, dekoloniaal perspectief. Aangezien ze zich doorgaans niet bepaald anti-koloniaal opstellen, druk als ze zijn met het verspreiden van oorlogspropaganda in lijn met Washington. Het was op zijn minst opvallend dat meteen nadat het filmpje uitlekte er een artikel over verscheen in The Washington Post. Je vraagt je toch af, wat is de relevantie van deze affaire voor een van de grootste politieke nieuws platformen in de VS?

Nu was het niet zomaar een clubje mensen dat Blok tegenover zich had. Het waren geen studenten, geen ambtenaren of gelijkgestemde VVD-ers. Het waren 70 Nederlanders die o.a. in Genève, Rome of Washington werken en hoge functies bekleden bij de Wereldbank, VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR of Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Hierbij enkele kernvragen die bij mij opkomen na het zien van het gelekte filmpje dat slechts enkele minuten van zijn presentatie toont:

  1. Waar zijn de beelden van zijn volledige toespraak, zijn praatje duurde niet 1:46 neem ik aan. Op foto’s is te zien dat er een grote camera ​op hem gericht was. Heeft BuZa of Zembla deze beelden in bezit, zo ja, kunnen we eisen dat ze deze in zijn geheel, ongeknipt online plaatsen?
  2. Volgens een artikel in NRC waren de aanwezigen stuk voor stuk “idealisten die willen bijdragen aan een betere wereld. Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen.” Zeg maar een clubje “white saviors.” Dan is de vraag: wat was de onderliggende boodschap van Blok zijn praatje? Is het mogelijk dat de aanwezigen deze speech als voorbode zagen van bezuiniging op hun werkzaamheden en daar een stokje voor wilden steken? Hij suggereerde immers dat er geen multi-etnische/multi-culturele samenlevingen zijn waar een vreedzaam samenlevingsverband mogelijk is. Volgens NRC kwam dit op hen over als: “jullie werk is zinloos, een vreedzame multiculturele samenleving is een utopie.”
  3. Daarom: welke persoon lekte het filmpje naar de media? Voor welke organisatie werkt hij/zij? Wat zijn de belangen van deze uiteenlopende club van wereldverbeteraars?

Net als in de oude koloniale situatie zijn er ook nu diverse neo-koloniale machten die elkaar de tent uit vechten. ​Traditioneel links/rechts lijken misschien tegenpolen, maar vanuit anti-koloniaal perspectief zegt dat niet zoveel. Het lijkt mij in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de aanwezigen in het zaaltje niet bepaald onschuldige pionnen zijn. Er is allang gebleken dat Westerse hulp aan voormalig gekoloniseerde landen maar een partij ten goede komt.

​De organisator van de bijeenkomst, ene Jean-Pierre Kempeneers verdedigd​e Bloks presentatie​ toen de club wereldverbeteraars hem geschokt vragen stelde. Volgens Kempeneers zou de minister de zaal een realistisch verhaal hebben willen voorschotelen. “Dat internationale betrekkingen in de ogen van veel Nederlanders een nationaal belang moeten dienen. Niet goed doen om goed te doen, maar opdat Nederland daarvan kan profiteren.” En ook: “Wij kunnen hier met zijn allen wel idealistisch zitten wezen maar de minister verwoordde hoe een deel van de samenleving erover denkt.”​ ​

​Was dit de spreekwoordelijke aap uit de mouw? Eigenlijk gaf deze meneer hier openlijk toe dat de zogenaamde Nederlandse liefdadigheid​ wel een opportunistisch trekje had, precies in lijn met de toenmalige ethische koloniale politiek. Een aspect dat de “idealisten” in de zaal (neem ik aan) niet graag bevestigd zien. Misschien dat de ambtenaren van BuZa dáár eens over na kunnen denken als ze een brief schrijven aan de minister over het belang van inclusief beleid!?


NRC over groep aanwezige “idealisten”: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/na-afloop-is-er-gemompel-wat-was-dit-nou-a1610706

Washington Post over uitspraken Blok: https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2018/07/18/the-dutch-foreign-minister-says-multicultural-societies-breed-violence/?noredirect=on&utm_term=.e0fad5626e4a

NRC, brief van ambtenaren over diversiteit:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/ambtenaren-willen-met-blok-in-gesprek-over-diversiteit-a1610761

Tweet NOS verslaggever over brief ambtenaren: https://twitter.com/bosalbert/status/1020365477313425409