Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 2 Comments

Nederland potentieel doelwit in kernoorlog

Door het opzeggen van het INF-verdrag is Nederland teruggekomen in de wereld van de Koude Oorlog. In de oorlog van nucleaire dreigingen is Nederland echter niet een passieve speler, maar speelt het ook zelf actief mee op het nucleaire speelveld. 

Reeds lang wordt vermoed dat er ook op Nederlands grondgebied kernwapens worden opgeslagen, namelijk op de luchtmachtbasis in Volkel. Deze vermoedens werden bevestigd toen Wikileaks een cable naar buiten bracht uit 2009 over een bijeenkomst tussen de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland (Phil Murphy), assistent-staatssecretaris Phillip Gordon en Christoph Heusgen, buitenlandse en veiligheidszakenadviseur van bondskanselier Angela Merkel.

In het gesprek merkt Gordon op een gegeven moment op dat het belangrijk is om het voorstel van het verwijderen van kernraketten in het coalitieakkoord goed te doordenken. In de cable staat:

“Bijvoorbeeld, een terugtrekking van nucleaire wapens uit Duitsland en mogelijk uit België en uit Nederland zou het Turkije politiek erg moeilijk maken om haar eigen voorraad te handhaven, ondanks dat het nog steeds overtuigd was van de noodzaak dit te doen.”

Ruud Lubbers

Ook vertelde in 2013 oud-premier Ruud Lubbers in een interview aan National Geographic Channel over zijn tijd als vaandrig op vliegbasis Volkel. In het interview vertelt de oud-premier dat hij in zijn diensttijd ‘nucleaire onderdelen’ heeft moeten categoriseren. Ook vertelt hij over 2013:

“Ik had toch nooit gedacht, dat wij in 2013 nog die onderdelen in Volkel zouden hebben. Ik had toen al lang gedacht dat na Reykjavik en het succes van de 0-0 en na het einde van de Koude Oorlog, dat er op één of andere manier dit allemaal verder zijn weg zou vinden. Maar ergens is nog altijd toch die, ook nu nog weer, die verleiding om weer in een conflict als het ware in een soort Koude Oorlog-verhouding weer te komen.”

Naast de aanwezigheid van nucleaire wapens op de luchtbasis Volkel zijn er geruchten dat er nabij de marinebasis in Den Helder eveneens op enig moment kernwapens opgeslagen zijn. Deze informatie is echter gedateerd, indien correct zou het gaan om kruisraketten.

Kernwapentaak voor Nederland

De atoomwapens die hoogstwaarschijnlijk op vliegbasis Volkel liggen zijn geen wapens die zelfstandig naar hun doel kunnen komen: daar zijn vliegtuigen voor nodig. Momenteel wordt die rol vervuld door de F-16. Maar met de aanschaf van de F-35 door de Nederlandse luchtmacht, zal deze rol moeten worden overgenomen door het nieuwe toestel.

Op Volkel zouden B-61-kernbommen opgeslagen liggen.

Nederland is overigens verplicht een dergelijke missie uit te voeren vanuit NAVO-verband. Dit werd onder andere duidelijk uit een antwoord van toenmalig minister van defensie Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer. Reagerende op de Motie-Van Dijk in 2014 waarin werd aangenomen dat de F-35 geen kernwapentaak zou mogen uitvoeren, gaf de minister aan:

“Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26 488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen.”

Keuze voor Joint Strike Fighter

Het ligt overigens in de rede dat Nederland mede vanwege deze verplichting de F-35 heeft aangeschaft. Veel van de toenmalige concurrenten van de F-35 worden beschouwd als niet in staat te zijn kernwapens af te leveren.

Hoewel de Tweede Kamer zich in 2014 uitsprak tegen het geven van een kernwapentaak aan de F-35, gaf de minister toen ook al aan dit niet uit te kunnen voeren maar dat zij daarvoor in de plaats zou streven naar ontwapening. Aangezien de internationale verhoudingen van Nederland met Rusland zijn verscherpt, is de kans vergroot dat de Tweede Kamer haar opstelling in de toekomst zal wijzigen. Deze kans wordt verder vergroot daar de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies heeft gegeven dat het nieuwe toestel ook dergelijke wapens moet mogen afleveren.

Nederland: een doelwit in een kernoorlog

De aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied en de kernwapentaak maken Nederland ook een potentiële dreiging voor een land als Rusland. Deze kernwapens kunnen namelijk in een eventuele oorlog tegen de Russische Federatie worden ingezet. Nederlandse piloten waren ook voor een dergelijk doel opgeleid in de Koude Oorlog: namelijk om kernwapens te laten vallen op grondgebied van het Warschaupact.

In een eventuele kernoorlog met Rusland zou een dergelijk scenario zich herhalen en dus moeten de Russen rekening houden met de Nederlandse dreiging. Deze dreiging gaat in het geval van Nederland voornamelijk uit van Volkel en mogelijk van Den Helder. Vandaar de vluchten van Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim.

Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim

Het is overigens zeer onwaarschijnlijk dat de Tu-160-bommenwerpers die langs Nederland door internationaal luchtruim vliegen bewapend zijn met kernwapens vanwege veiligheidsoverwegingen. Een ongeluk met een kernwapen zou immers als een nucleaire aanval kunnen worden geïnterpreteerd. Ook is het zeer de vraag of de vluchten gelden als potentiële oefeningen omdat het erg gevoelig ligt dergelijke scenario’s te oefenen. Maar niettemin vervullen de vluchten van de Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim een afschrikkingsfunctie naar de Nederlands politiek. De boodschap is: “Jullie hebben kernbommen, gebruik ze niet tegen ons, anders gebruiken wij onze wapens.”

Een Nederlands antiballistisch raketsysteem?

Twee weken na de Kamerbrief dat de Russische 9M729-raket het INF-verdrag zou overtreden, kwam het kabinet met een Nationaal Plan Defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO. Hierin wordt geschreven dat Nederland voornemens is meer F-35-toestellen aan te schaffen, haar speciale en cyberoperaties-component wil vergroten en ook haar vuurkracht te land en ter zee wil vergroten. Vooral dat laatste blijkt interessant te zijn. Hierin wordt de wens uitgesproken om de Nederlandse ‘Zeven Provinciën-klasse’-fregatten uit te rusten met een (verbeterd) antiballistisch raketsysteem (ABM-systeem).

In de bijlage wordt beschreven: “De additionele ABM-systemen zullen de NAVO voorzien van een ABM-sensor en wapensystemen zoals werd verzocht in het ‘2017 capability target package’.”  Hierbij gaat het om het aanschaffen en integreren van raketten die ballistische raketten tot in de ruimte kunnen onderscheppen. De ABM-raketten betreffen waarschijnlijk de SM-3 raket. In eerdere oefeningen bleek verbeterde radar van de ‘Zeven Pronvinciën’-klasse al over voldoende capaciteit te beschikken om dergelijke ballistische-raketten te detecteren, maar het schip is afhankelijk van andere (veelal Amerikaanse) schepen om de ballistische raketten te vernietigen. De aanschaf van de SM-3 raket zou dit veranderen maar wel voor een kostenplaatje van zo’n 20 miljoen per stuk.

Posted on

Russische generaal: “Plaatsing raketten in Europa dwingt tot preventieve aanvalsdoctrine”

In een interview heeft generaal b.d. Viktor Yesin van de Russische Strategische Rakettroepen verklaard dat Rusland geen effectieve reactie heeft op eventuele plaatsing van Amerikaanse nucleaire raketten in Europa. Een dergelijke situatie wordt mogelijk door het opzeggen van het INF-verdrag door de VS. Bijgevolg zou Rusland in dat geval gedwongen zijn af te stappen van haar represaille-aanvalsdoctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanvalsdoctrine moeten aannemen.

“Als de Amerikanen beginnen met het plaatsen van hun raketten in Europa hebben we geen keuze behalve het afstappen van een represaille-aanval-doctrine en over te gaan naar een preventieve-aanval-doctrine”, verklaarde Yesin.

Russische rakettroepen oefenen in het zuiden van Rusland, maart 2018 (foto: mil.ru).

De woorden van de gepensioneerde generaal zijn een reactie op de recente beslissing van de Amerikaanse president Trump om het INF-verdrag op te zeggen, het verdrag over het verbod van middellangeafstandsraketten. Door het voornemen van Trump om eenzijdig het INF-verdrag op te zeggen is de mogelijkheid opnieuw geopend dat korte en middellangeafstandsraketten bewapend met kernkoppen geplaatst kunnen worden in Europa. Het probleem met dergelijke raketten is dat als ze worden afgevuurd de tijd om te reageren maar zeer kort is.

Wederzijds gegarandeerde vernietiging

De belangrijkste factor die landen ervan weerhoudt kernwapens in te zetten wordt daarmee ernstig beperkt, namelijk dat indien één van de partijen kernwapens gebruikt, beide partijen gegarandeerd worden vernietigd (het zogeheten MAD-principe – ‘Mutual Assured Destruction’). Door de korte vliegafstand van dergelijke middellangeafstandsraketten is er maar zeer korte tijd om een beslissing te nemen voor een tegenreactie. Eveneens is er zelfs te weinig tijd om antwoordende middellangeafstandsraketten in staat van paraatheid te brengen. Het gevolg is dat lanceerinstallaties als vernietigd zijn tegen de tijd dat ze in staat van paraatheid zijn gebracht.

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

Door deze situatie wordt een represaille-aanval onmogelijk en is ook de ruggengraat van de nucleaire afschrikking (het MAD-principe) niet meer functioneel. Bijgevolg blijft er alleen de mogelijkheid over om een preventieve aanval uit te voeren indien er een ernstig dreigende situatie ontstaat. Dat wil zeggen dat als deze partij zich ernstig bedreigd voelt op grond van een concreet vermoeden dat haar tegenstander op het punt staat een nucleaire aanval te lanceren, deze partij dan kan besluiten preventief zelf een dergelijk aanval uit te voeren.

Generaal buiten dienst Yesin geeft dus aan dat, als dergelijke raketten worden geplaatst in Europa, Rusland zal afstappen van haar huidige represaille-aanval-doctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanval-doctrine zal ontwikkelen. Dergelijke woorden zijn des te verontrustender aangezien de Russische president Vladimir Poetin al meerdere malen heeft aangegeven dat het op land geplaatste AEGIS-systeem in Roemenië in staat is om middellangeafstandsraketten af te vuren.

‘Dode Hand’

Generaal b.d. Yesin heeft in hetzelfde interview eveneens verklaard dat het dode hand-systeem ‘Perimetr’ operationeel en gemoderniseerd is: “Het Perimeter-systeem is functioneel en is zelfs verbeterd.”

Indien een nucleaire aanval alle Russische commandoposten heeft uitgeschakeld, geeft dit systeem automatisch opdracht aan alle overgebleven lanceerinstallaties (inclusief onderzeeërs) om over te gaan tot lancering.

Hoewel dit uit de Koude Oorlog stammende systeem alleen wordt geactiveerd in het geval dat een kernoorlog op het punt staat om uit te breken, blijkt het, volgens Yesin, nog steeds te bestaan en is het zelfs gemoderniseerd. In het geval dat de wereld zich op de rand van een kernoorlog begeeft kan dit systeem dus worden geactiveerd.

Posted on

De ondermijning van het INF-verdrag en de nucleaire pariteit

Met de recente aankondiging dat de Verenigde Staten uit het INF-verdrag willen stappen, lijkt een einde te komen aan de beperking op het ontwikkelen en inzetten van middellangeafstandsraketten. Het besluit van Trump om uit het verdrag te stappen volgt op een vermeende overtreding van het verdrag door Rusland. De opzegging van het INF-verdrag slaat weer één van de pijlers weg onder de non-proliferatie in een steeds instabieler wordende wereld. Een overzicht van een aantal gebeurtenissen die hebben geleid tot het begin en het nakende einde van het INF-verdrag.

Brussel, 2 oktober, de Amerikaanse ambassadrice voor de NAVO Kay Bailey Hutchison doet een uitspraak waarvan u waarschijnlijk niets weet, maar die kort daarna tot scherpe reacties uit Moskou leidt. Tegenover de pers verklaart Hutchison dat als Rusland besluit een gloednieuwe raket in gebruik neemt, de VS zal “gaan zoeken naar mogelijkheden om raketten uit te schakelen die andere landen kunnen raken.” Hutchison zei verder: “De tegenmaatregelen (van de VS) zouden zijn om de raketten uit te schakelen die ontwikkeld worden door Rusland.”

De uitspraken van Hutchison werden kort daarna al flink op de hak genomen door de woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken Maria Zacharova: “Mensen die zulke uitspraken doen zijn niet bekend met de mate van hun verantwoordelijkheden en het gevaar van agressieve retoriek.”

Hutchison lichtte haar uitspraak later nader toe: “Ik sprak niet over een preventieve aanval op Rusland. Mijn punt is: Rusland moet zich weer houden aan het INF-verdrag. Anders moeten wij hun capaciteiten evenaren om de belangen van de VS en de NAVO te beschermen.” De situatie is een schoolvoorbeeld van hoe een verkeerd gekozen uitspraak wereldwijd de spanningen op scherp kan zetten.

Nieuwe Russische raket

De reden van de spanningen bij de VS is de Russische 9M729-raket. Volgens zowel de Amerikaanse minister van Defensie, James Mattis, als secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg, zou de 9M729-raket het INF-verdrag overtreden omdat deze een groter bereik zou hebben dan 500 km. “Volgens de VS is Rusland begonnen met het inzetten van die raket. Ze hebben die informatie met ons gedeeld”, aldus Stoltenberg. De Amerikaanse minister van Defensie Mattis was rond die tijd in Europa om te praten over de vraag wat er met het INF-verdrag moest gebeuren als Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. “Ik kan niet voorspellen waar het naartoe zal gaan”, vertelde Mattis de pers, “dat is een beslissing voor de president.”

De reactie kwam amper een maand later, toen president Trump verklaarde het verdrag te willen opzeggen omdat Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. Trump verklaarde: “Wij zijn degenen die zich aan het akkoord hebben gehouden. Maar Rusland heeft, helaas, het verdrag niet geëerbiedigd. Dus we gaan het verdrag beëindigen en we trekken ons terug.”

Totstandkoming INF-verdrag

Het Intermediate Nuclear Forces Treaty, oftewel INF-verdrag kwam tot stand aan het einde van de Koude Oorlog en werd opgesteld door de regeringen van Reagan en Gorbatsjov. Het verdrag legt een verbod op het ontwikkelen en gebruiken van middellangeafstandsraketten met een bereik van 500 tot 5500 kilometer die vanaf het land worden afgevuurd op. Het verdrag is ondertekend door de VS en de USSR, andere landen hebben het verdrag dus niet ondertekend en zijn in principe vrij om dergelijke wapens te ontwikkelen en gebruiken.

Gorbatsjov en Reagan ondertekenen het INF-verdrag in 1987.

Een van de belangrijkste redenen voor het verdrag was dat het niet duidelijk was of een dergelijke raket een conventioneel wapen bij zich droeg of een nucleaire. Als een dergelijk wapen werd gebruikt was het voor de andere partij met andere woorden niet duidelijk met wat voor soort wapen ze werden aangevallen. In de gespannen sfeer van de Koude Oorlog waren politici bekend met het feit dat een klein misverstand kon leiden tot een eventuele fatale beslissing en daarmee een nucleaire oorlog. Het gebruik van een middellangeafstandsraket met een conventionele kop zou dus kunnen leiden tot een vergeldingsaanval met een nucleair wapen, met een eventuele nucleaire oorlog tot gevolg.

Het is ook belangrijk te benadrukken dat het INF-verdrag alleen geldt voor raketten die vanaf land worden afgevuurd. De reeds ontwikkelde Amerikaanse Tomahawk-raketten die vanaf zee worden afgevuurd vielen dus buiten het verdrag. Ook heeft de USSR besloten om haar Oka-raketten uit dienst te doen. Ondanks dat deze raketten een bereik hadden van 450 kilometer, en daarmee dus buiten het verdrag vallen, werden ze toch buiten dienst gesteld.

ABM-verdrag

Het proces dat zou leiden tot het opzeggen van het INF-verdrag werd in gang gezet met het opzeggen van een ander verdrag. In december 2001 zegde toenmalig president Bush het Anti-Balistic Missile (ABM) -verdrag op. De reden die hiervoor gegeven werd, was dat er in die tijd in de VS angst bestond voor een nucleaire aanval van een ‘schurkenstaat’ en/of terroristische groeperingen. Specifiek werd er gesproken over Noord-Korea en Iran. Hoewel Iran in die tijd Iran niet beschikte over een ballistische raket met voldoende bereik, noch was aangetoond dat Iran een nucleair programma had voor niet-vreedzame doeleinden, werd gesteld dat de dreiging bestond dat Iran mogelijk Europa of zelfs de VS zou aanvallen.

De VS verklaarde bijgevolg dat het Antiballistische raketten wou stationeren in Europa zodat zij in staat zou zijn ballistische raketten uit Iran te kunnen onderscheppen en vernietigen. Deze ABM-installaties zouden moeten worden geplaatst in Polen en Tsjechië. Dit was echter tegen het zere been van Rusland. Het zou immers veel logischer zijn geweest om deze ABM-installaties verder naar het zuiden te plaatsen en niet tussen Rusland en Europa. In Rusland werd het ABM-systeem – ook wel raketschild genoemd – waargenomen als tegen Russische ballistische raketten gericht. Ruslands tegenvoorstel voor de VS was om een Russisch radarstation te gebruiken in het veel dichter bij Iran gelegen Azerbeidzjan.  De VS wees het Russische voorstel echter van de hand en het ABM-systeem werd uiteindelijk gebouwd in Polen en Roemenië. Hier werd een AEGIS-systeem gebouwd dat doorgaans alleen geïnstalleerd wordt op schepen.

De weerzin van Rusland over het opzeggen van het ABM-verdrag door de VS werd niet begrepen in Europa en andere delen van de wereld. Het ging hier om een antiballistisch raketsysteem, met andere woorden een systeem dat moest beschermen tegen een nucleaire aanval. En wie is nou tegen een bescherming tegen nucleaire wapens?

Mutually Assured Destruction (MAD)

De reden voor de Russische weerwil is dat een raketschild het MAD-principe ondermijnt. Dat principe houdt In dat kernmachten op voorhand weten dat als ze een kernoorlog beginnen ze zelf ook volledig verwoest zullen worden. Hoe luguber dit ook mag klinken, dit principe lag aan de grondslag van de relatief vreedzame periode waarin wij de afgelopen decennia hebben geleefd. Het idee dat beide nucleaire machten elkaar volledig zouden vernietigen, het zogenaamde Mutually Assured Destruction (MAD, wederzijds gegarandeerde vernietiging), maakt een potentiële oorlog voor beide partijen onaantrekkelijk. Een nucleair conflict zou immers enkel verliezers kennen. Het idee is dus dat zolang er een zeker evenwicht bestaat tussen beide partijen met kernwapens, beide partijen niet geneigd zijn elkaar aan te vallen. Dit evenwicht wordt nucleaire pariteit genoemd.

Door de ban op ABM-systemen op te heffen, is het niet meer zeker dat beide partijen de ander kunnen vernietigen. Met andere woorden, één partij heeft in principe de mogelijkheid om een oorlog te beginnen zonder daarbij zelf te worden vernietigd. Een van de partijen heeft in zo’n situatie een groot strategisch voordeel ten opzichte van de andere partij. De nucleaire pariteit wordt zo verbroken.

De partij zonder een raketschild zal bij een dreiging, wetende dat zij zich in het nadeel bevindt, voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Haar strategische wapens zijn immers minder effectief. Bij een vermeende dreiging zal zij dus eerder geneigd zijn om het initiatief te nemen door bijvoorbeeld preventief aan te vallen. Het gebrek in nucleaire pariteit leidt dus tot situaties waarin de partij die zich in het nadeel bevindt eerder geneigd is om haar nucleaire wapens in te zetten.

Dit was voor Rusland overigens begin jaren 2000 meer het geval dan nu. Dit komt omdat haar conventionele strijdkrachten zich toen in een zeer slechte toestand bevonden en de Russische Federatie voornamelijk afhankelijk was van haar nucleaire wapens ter verdediging. Met een beter georganiseerd leger, is Rusland nu ook minder afhankelijk van zijn nucleaire wapens voor zijn verdediging.

Naast dat het wegvallen van nucleaire pariteit leidt tot een situatie waarin landen eerder geneigd zijn hun nucleaire wapens in te zetten, leidt het ook tot een nieuwe wapenwedloop. Het land dat zich in het nadeel bevindt moet haar militaire potentieel verbeteren om de pariteit te herstellen. Deze verbeteringen in wapensystemen van land A leiden weer tot verbeteringen in wapensystemen in land B. Het gevolg is een peperdure wapenwedloop. Het zijn precies de enorme kosten van een dergelijke wapenwedloop die de Sovjet-Unie en de VS destijds deden besluiten om dergelijke ABM-systemen in de ban te doen.

De 9M729 Een overtreding van het INF-verdrag?

Het Amerikaanse antiraketschild heeft in Rusland precies tot de reactie geleid die door Poetin was voorspeld. Misschien wel het meest herkenbare element hiervan kwam in maart dit jaar toen Poetin een zestal gloednieuwe wapens presenteerde die allen het Amerikaanse ABM-systeem op hun eigen wijze wisten te omzeilen. Een wapen dat niet in de presentatie van Poetin zat is de 9M729.

Zoals hierboven al genoemd zijn de VS en ook NAVO Secretaris-Generaal Stoltenberg ervan overtuigd dat de 9M729-raket een bereik heeft dat voorbijgaat aan de 500 kilometergrens opgelegd door het INF-verdrag. Rusland spreekt dit tegen. De informatie van zowel de VS als van de Russische Federatie is, vanwege haar militaire aard, moeilijk te controleren.

Dat Rusland de knowhow in huis heeft om dergelijke raketten te produceren is bekend sinds 2015. De wereld werd wakker geschud toen vier relatief kleine Russische schepen vanuit de Kaspische Zee ISIS-doelwitten bombardeerden in Syrië. Westerse bronnen vermoeden dat de 9M729-raket een gemodificeerde versie van de Ch-101 of van de 3M-54 Kalibr-raket is aangepast voor lanceerinstallaties op land. Indien dat laatste waar is, is de Amerikaanse claim dat de raket verder kan vliegen dan 500 kilometer zeer waarschijnlijk waar.

De 9M729-raket zou afgevuurd worden vanaf een aangepaste versie van de mobiele Russische raketinstallatie Iskandr-M. Omdat het platform dat de 9M729-raket afvuurt veel zou lijken op dat van de Iskandr-M is het moeilijk vast te stellen wat voor soort wapen ergens is gestationeerd. De raketten zouden tijdens hun vlucht in staat zijn te manoeuveren. Hierdoor wordt het erg moeilijk om dergelijke raketten neer te schieten omdat op voorhand niet duidelijk is wat hun doel is en dus ook niet wat hun baan is. Het neutraliseren van potentiële inkomende raketten wordt verder bemoeilijkt doordat een typische brigade van de Iskandr-M lanceerinstallaties bestaat uit 12 van dergelijke voertuigen, elk met twee raketten. Het gelijktijdig afvuren van zoveel raketten verzadigd een anti-raketsysteem waardoor het nog moeilijker is te beschermen voor een dergelijke raketaanval.

Overtredingen INF door VS?

Rusland wijst van zijn kant al enige tijd op een overtreding van het INF-verdrag door de VS, namelijk op de ABM-installaties die zijn geïnstalleerd in Roemenië en Polen. Het systeem wat hiervoor is gebruikt is het AEGIS-systeem, een anti-luchtdoelraketsysteem dat veelal wordt gebruikt op Amerikaanse marineschepen. De lanceerinstallaties die voor het ABM-systeem worden gebruikt zouden volgens de VS een zuiver kinetische werking hebben, d.w.z. ze halen raketten neer door er tegenaan te botsen. Volgens Rusland zijn deze ABM-systemen echter makkelijk om te bouwen, zodat de lanceerinstallatie ook kruisraketten kunnen lanceren. Onlangs verklaarde Poetin hierover nog:

“En de VS hebben (het INF-verdrag) al overtreden door ABM-raketsystemen te plaatsen in Roemenië en daarvoor AEGIS-systemen te gebruiken en die op land neer te zetten. Wat hebben ze gedaan? Deze AEGIS-systemen kunnen worden gebruikt om aanvalsraketten te lanceren, niet alleen voor ABM-raketten. Daarvoor hoeven ze alleen een computerprogramma aan te passen. Dat is alles. Het is een werk van enkele uren. We zullen zelfs niet weten wat er gebeurd. (…) En aanvalsdrones zijn ook overtredingen (van het INF-verdrag – SB). Ze verschillen niet van raketten van korte en middellange afstand. (Beiden verboden door het INF – SB)”

Net als de claims die de VS over de Russische raketten maakt, zijn ook deze beweringen moeilijk te controleren.

Europa en het INF-verdrag

Hoewel de VS vrij makkelijk afstand lijken te hebben genomen van het INF-verdrag lijkt het opzeggen van het verdrag bij Europa op meer weerstand te botsen. De reacties zijn veelal afkeurend. Immers, anders dan voor de VS, zijn het de raketten van middellange afstand die juist een bedreiging vormen voor de Europese staten. De grote angst is dat de 9M729 raketten worden gestationeerd in het Russische Kaliningrad waarvandaan de raketten, indien ze daadwerkelijk het voorspelde bereik hebben, veel Europese landen kunnen bereiken.

De VS worden door het opzeggen van het INF-verdrag veel minder benadeeld dan Europese landen. Afgezien van het dunbevolkte Alaska, grenzen de VS vooral aan vriendelijke staten, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat Russische middellangeafstandsraketten in de nabijheid van de VS worden gestationeerd. Hoogstens een (onwaarschijnlijke) stationering van dergelijke raketten op Cuba zou eventueel een mogelijkheid zijn. Waardoor overigens een herhaling van de Cubacrisis op zou kunnen treden, toen het stationeren van Amerikaanse raketten in Turkije ertoe leidde dat de USSR soort gelijke raketten op Cuba plaatste.

Het risico ligt dus voornamelijk bij Europa. Dit werd Europese landen ook duidelijk gemaakt door Poetin. Op een recente persconferentie verklaarde de Russische president het volgende:

“Wat Europa betreft, als de VS zich uit het INF-verdrag terugtrekken, dan is de belangrijkste vraag wat ze zullen gaan doen met deze opnieuw verschenen raketten. Als ze worden geleverd aan Europa dan, natuurlijk, zullen we op een overeenkomstige manier reageren. En de Europese landen die daarmee akkoord gaan, als het zover komt, moeten begrijpen dat ze hun territorium onder het risico plaatsen van een mogelijke vergeldingsaanval (op een aanval met Amerikaanse raketten).”

Met het nakende einde van het INF-verdrag wordt weer een stap gezet naar de verdere afbraak van nucleaire non-proliferatie, nadat eerder al het ABM-verdrag was gesneuveld. Als volgende lijkt het New START-verdrag aan de beurt te zijn, aangezien zowel Trump als zijn Nationale Veiligheidsadviseur, John Bolton, zich al kritisch over dat verdrag hebben uitgelaten. In ieder geval benadrukt het opzeggen van het INF-verdrag de slechte (diplomatieke) relatie tussen Rusland en de VS. Het wegvallen van het INF-verdrag betekent eveneens dat de optie weer open is dat het afvuren van een conventionele raket kan worden geïnterpreteerd als een nucleaire aanval. In de schaarse momenten die dan overblijven voor het beslissingsproces voor het bepalen van een tegenreactie kan dit zomaar leiden tot de fout die de mensheid heel duur kan komen te staan.

Posted on

Werkt Turkije aan kernwapenprogramma?

Terwijl de mainstream media vooral naar de Iraanse en Noord-Koreaanse raket- c.q. kernwapenprogramma’s kijken, zorgen signalen dat in Turkije over het verkrijgen van kernwapens gedacht wordt tot nu toe niet voor opzien.

Momenteel komen in Turkije de eerste twee kerncentrales tot stand. De ene bouwt het Russische staatsbedrijf Rosatom in Akkuyu, zo’n 300 kilometer ten oosten van de badplaats Antalya, de andere wordt door het Japans-Franse consortium ATMEA gebouwd bij Sinope aan de Zwarte Zeekust. In beide gevallen heeft Ankara opmerkelijk genoeg afgezien van de gebruikelijke clausule, dat de buitenlandse firma’s ook het benodigde uranium aanleveren en de gebruikte brandstofstaven terugnemen c.q. afvoeren.

Een voor de hand liggende mogelijke verklaring hiervoor is dat Turkije zelf uranium wil gaan verrijken voor de reactoren en de gebruikte radio-actieve brandstofstaven wil gebruiken om plutonium voor bommen te maken. Daarvoor heeft het land weliswaar nog bepaalde technologie nodig, die zou echter geleverd kunnen worden door het bevriende Pakistan – wat niet in de laatste plaats een tegenprestatie zou kunnen zijn voor jarenlange ondersteuning van de Pakistaanse smokkelaar Abdul Qadir Khan, die onder andere centrifuges voor het verrijken van uranium aan Iran, Libië en Noord-Korea leverde.

Aanwijzingen voor een dergelijke strategische samenwerking op nucleair gebied tussen Turkije en Pakistan, maar ook Qatar, werden recent geboden door artikels van Galip Ilhaner en Sabri Isbilen in de bladen ‘Milat Gazetesi’ en ‘Dirilis Postasi’. Een andere indicatie voor een pril Turks kernwapenprogramma is de officiële opdracht van de staat aan het bedrijf Roketsan, om de middellange-afstandsraket (MRBM) J-600T Yildirim IV met een reikwijdte van 2500 kilometer te ontwikkelen. Dergelijke raketten dienen in de regel om kernkoppen af te leveren.

Opiniestukken van Hayrettin Karaman, een theoloog die als religieus en ideologisch adviseur van Erdogan geldt, sluiten bij deze indruk aan. Hij schreef enkele maanden geleden in de krant ‘Yeni Safak’, dat Turkije zich in zou moeten spannen om zelf massavernietigingswapens als de atoombom te vervaardigen. En wel zonder tijd te verliezen of acht te slaan op de “waarschuwende woorden en belemmeringen van het Westen”. De hoofdredacteur van het dagblad, Ibrahim Karagül, trok in zijn commentaar later dezelfde lijn. Kernwapens kunnen volgens hen ook dienen om het Westen te beteugelen, dat de facto toch al oorlog tegen Turkije voert.

De vraag is echter of Ankara daadwerkelijk over de middelen beschikt om de droom van kernwapens te verwezenlijken. De productie van uranium of plutonium van wapenkwaliteit, alsmede de productie van draagsystemen voor kernkoppen vereisen immers grote financiële investeringen. Momenteel lijdt Turkije echter onder een tekort aan kapitaal.

Aykan Erdemir van de Amerikaanse neoconservatieve denktank ‘Foundation for Defense of Democracies’ acht de kans dat Turkije op afzienbare termijn kernwapens zou verkrijgen vooralsnog gering. In het geval van economisch herstel zou dit echter snel kunnen veranderen.

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

Waarom Kaczynski’s waanbeeld Europese kernmacht niet opgaat

De uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump over de NAVO houden de gemoederen bezig en plotseling wordt zelfs weer gediscussieerd over de vraag of Duitsland een eigen kernwapenpotentieel zou moeten bezitten. Dat idee is echter volstrekt irreëel.

Jaroslaw Kaczynski bekleedt weliswaar geen staatsambt, maar de leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) geldt wel als de sterke man achter de schermen in Polen. Op wat hij zegt wordt ook in het buitenland acht geslagen.

Reeds lang mag hij graag voor vermeende Russische agressie waarschuwen en een sterkere aanwezigheid van de NAVO in zijn land eisen. Intussen is hem dat echter niet meer genoeg, hij droomt nu zelfs van een “supermacht Europa”.

In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette de politieke leider, die als eurosceptisch geldt en onder andere bekend werd door anti-Duitse retoriek, uiteen dat hij het zou verwelkomen, als Europa zich als zelfstandige kernmacht met Rusland zou kunnen meten.

Kaczynski moest daarbij wel toegeven dat Europa daarvoor tot “enorme uitgaven” bereid zou moeten zijn. En zoals altijd wanneer er in Europa geld op tafel moet komen, werd daarmee ook nu de blik op Duitsland gevestigd.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar men de Bondsrepubliek ook na decennia partnerschap in het Noord-Atlantisch bondgenootschap nog altijd met een zekere argwaan bekijkt, kan men zich in het licht van de momentele onzekerheden van het Amerikaanse beleid een kernmacht Duitsland voorstellen.

De reactie van Duitse politici, militairen en wetenschappers op deze impuls is evenwel overwegend negatief. Dat heeft niet alleen politieke en praktische redenen. De jurist Wolfgang Ischinger, voormalig Duits ambassadeur in Washington, staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sinds 2008 directeur van de Münchner Sicherheitskonferenz, zegt duidelijk waarom het debat over een uitrusting van het Duitse leger met kernwapens een schijndebat is: “Het grijpen naar kernwapens zou voor Duitsland een ernstige schending van het internationaal recht zijn.”

Internationaal recht

Duitsland heeft zich er immers in diverse verdragen vastgelegd op het afzien van kernwapens. De eerste stap in deze richting nam de Bondsrepubliek bij het toetreden tot de West-Europese Unie (WEU) in 1954, toen ze verklaarde het bezit noch het beschikkingsrecht over kernwapens na te streven. Korte tijd later, bij het afsluiten van de Verdragen van Parijs bekrachtigde de Bondsrepubliek dit nog eens.

Vervolgens ondertekenden op 1 juli 1968 de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk na zesenhalf jaar onderhandelen het Non-proliferatieverdrag. Dat verdrag legde vast welke landen kernmachten waren en welke niet en stond geen verandering van die situatie toe. Als 91e staat ondertekende op 28 november 1969 ook de Bondsrepubliek Duitsland dit verdrag. Daarin verplicht iedere ondertekenende niet-kernmacht zich ertoe, van niemand direct of indirect kernwapens of het beschikkingsrecht daarover aan te nemen en om ze ook zelf niet te vervaardigen of verwerven, en om geen ondersteuning te geven aan de vervaardiging van kernwapens. Het verdrag werd oorspronkelijk afgesloten voor een periode van 25 jaar, maar geldt sinds 1995 voor onbepaalde tijd. Vandaag de dag zijn 191 staten verdragspartij.

In het zogenaamde Twee-plus-Vier-verdrag bekrachtigden de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek in 1990 “hun afzien van de vervaardiging en het bezit van en van het beschikkingsrecht over atoom-, biologische en chemische wapens. Zij verklaren dat ook het verenigde Duitsland zich aan deze verplichtingen houden zal. In het bijzonder blijven de rechten en verplichtingen uit het Verdrag over de Non-proliferatie van Kernwapens [..] voor het verenigde Duitsland gelden.”

Een legaal Duits bezit van kernwapens is kortom niet mogelijk en een debat daarover overbodig. Toch is het niet voor het eerst dat er over gedacht wordt. Bondskanselier Konrad Adenauer droomde namelijk al van Duitsland als kernmacht.

Geheime overeenkomst

Hoewel Adenauer zeer geloofde in het Noord-Atlantische bondgenootschap, vertrouwde hij toch niet helemaal op de verzekering uit Washington dat iedere Russische agressie met een nucleaire tegenaanval beantwoord zou worden. In een kabinetszitting eind 1956 verklaarde hij dat het nodig was om tenminste over tactische kernwapens te beschikken.

Aangezien de Bondsrepubliek zich er in de Verdragen van Parijs internationaal-rechtelijk op had vastgelegd af te zien van kernwapens, moest hij in het geheim opereren. Hij vond daarbij steun in Parijs, waar men eveneens twijfelde aan de geloofwaardigheid van Washington.

Tijdens een ontmoeting in Adenauers privéwoning in november 1957 deed de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Maurice Faure hem het aanbod om samen Frankrijk en Italië kernwapens te produceren. Nog geen week later ondertekenden de minister van Defensie van de Bondsrepubliek, Franz Josef Strauß, en zijn ambtsgenoten uit Frankrijk en Italië een geheim protocol over de samenwerking, waarbij de Duitse bijdrage als deelname aan een “Europees Instituut voor Raketten” verhuld werd.

In april 1958 ondertekenden de drie ministers van Buitenlandse Zaken het akkoord over het trilaterale bewapeningsprogramma. Er kwam echter niets van terecht. Want toen Charles de Gaulle enkele weken later premier werd, maakte hij meteen een eind aan de plannen. Hij wilde Frankrijk tot een zelfstandige grootmacht met eigen nucleaire slagkracht maken.

Nadat hun plannen om zich van het Amerikaanse kernwapenpotentieel onafhankelijk te maken mislukt waren, bleef Adenauer en Strauß niets anders over dan de ‘nuclear sharing‘, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit gaf (West-)Duitsland de mogelijkheid aan de planning voor de inzet en aan de consultaties over de vrijgave van kernwapens mee te werken. Bovendien verwierf de Duitse krijgsmacht eigen systemen waarmee Amerikaanse kernwapens ingezet konden worden.

Lees ook:

Posted on

Hoe Amerikaanse drones en Jemenitische bruiloft beperkingen Duitse soevereiniteit onthullen

Een van de lopende zaken uit 2016 die mee gaat naar 2017 is een rechtszaak die aan het wezen van de Duitse staat raakt. Het gaat om de aanklacht van de Jemeniet Faisial bin Ali Jaber en twee nauwe verwanten tegen de Bondsrepubliek Duitsland. De zaak draait om de dood van twee van zijn familieleden, die tijdens een bruiloft door Amerikaanse drones getroffen werden.

Voor deze Jemenitische familie was dat een catastrofe, voor de Amerikaanse luchtmacht is het alledaags. Duizenden onschuldige mensen zijn reeds door hun drones om het leven gebracht. Maar waarom vindt een rechtszaak hierover in Duitsland plaats en waarom is de Duitse regering de beschuldigde?

De verklaring is eenvoudig. Zonder de Amerikaanse luchtmachtbasis in het Duitse Ramstein zou de Amerikaanse luchtmacht geen drone-aanvallen uit kunnen voeren in het Midden-Oosten en Noordoost-Afrika. De doelgebieden in Irak, Somalië, Jemen en Pakistan zijn zo ver van de Verenigde Staten verwijderd dat vanwege de kromming van de aarde een relaisstation nodig is, en als zodanig dient Ramstein. Dat is de geografische kant van de zaak, maar er is ook een juridische kant.

Deze eliminaties door drones, zonder proces, zonder bewijsvoering, zonder rechter, op basis van een willekeurig besluit, zouden ook als moord te kwalificeren zijn, als er bij die aanvallen daadwerkelijk slechts terroristen getroffen zouden worden. Ook terroristen hebben immers recht op de bescherming die het strafprocesrecht van een rechtsstaat – waarvoor de VS zich toch uitgeven – biedt.

Maar waarom wordt nu Duitsland aangeklaagd? Heel eenvoudig, Ramstein ligt op de Duitse grond en zodoende laadt de Duitse regering, die het gebeuren op de Amerikaanse basis toelaat, de verdenking van medeplichtigheid op zich. Van deze verdenking kan Berlijn zich slechts ontdoen als ze verklaart dat ze geen toegang heeft tot Ramstein, geen juridisch eigendom en geen mogelijkheid om daar gepleegde misdrijven te vervolgen. Het is nauwelijks voorstelbaar dat bondskanselier Angela Merkel of een van haar ministers zich op een dergelijke argumentatie zou verlaten.

Al jaren gaat de Duitse regering iedere vraag naar Ramstein en wat daar allemaal gebeurt uit de weg. Totdat een paar weken geleden het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan een lid van de Bondsdag bevestigde, dat in Ramstein steun verleend wordt aan “de planning, toezicht en evaluatie van toegewezen luchtoperaties”. Deze toegeving was nogal algemeen verwoord. Dat zonder Duitse betrokkenheid de dronemoorden van de VS niet plaats zouden kunnen vinden, wilde men in ieder geval niet zeggen.

Ook andere zaken met betrekking tot Ramstein houdt men liever voor zich. In de loop van de afgelopen herfst leverden de VS daar – met toestemming van bondskanselier Merkel – 20 atoombommen van de nieuwere soort aan, wat op zich al onverkwikkelijk genoeg is. Daarbij komt echter dat voor de inzet van deze bommen Duitse ‘Tornado’-gevechtsvliegtuigen zijn aangepast en Duitse piloten zijn opgeleid. Dit raakt aan het Non-proliferatieverdag en aan de Duitse grondwet. In artikel II van het verdrag verplicht Duitsland zich ertoe “van niemand direct of indirect kernwapens of andere kernspringladingen aan te nemen” en die “te fabriceren nog op een andere manier te verkrijgen”. De aanwezigheid van kernwapens in Ramstein, die bedacht is voor Duitse vliegtuigen en piloten, gaat duidelijk tegen dit verdrag in.

Met de grondwet zit het wat anders in elkaar. Daarin staat namelijk in artikel 26 iets dergelijks, maar in de paragaaf daarvoor is de NAVO uitgezonderd. Zodoende gelden voor Amerikaanse kernwapens op Duitse bodem niet de de Duitse maar de Amerikaanse regels. In de NAVO wordt in dit verband gesproken van ‘nuclear sharing’. Daarmee worden van nucleaire have-nots handlangers onder Amerikaans bevel gemaakt en wordt een goed deel verantwoordelijkheid op de vazallen afgeschoven. Zo is men er weliswaar in geslaagd met een juridische truc de Duitse grondwet te omzeilen, de schending van het Non-proliferatieverdrag blijft echter staan.

Ook blijft de vraag bestaan, waarom de Duitse regering zich ten aanzien van Ramstein zo terughoudend opstelt. De beide genoemde problemen, drones en kernwapens, zijn immers niet de enige. Andere, zoals de effectieve onmogelijkheid van strafvervolging, komen daar nog bij.

Het kan zijn dat Merkel persoonlijk zo zeer aan de bestaande verhouding van Duitsland en de VS hecht, dat ze dit alles op de koop toe neemt. Joost mag het weten. Het kan echter ook zijn dat ze het gebeuren in Ramstein – en andere Amerikaanse bases in Duitsland – tolereert, omdat ze geen andere mogelijkheid heeft. De keuzemogelijkheden van een Duitse bondskanselier zijn immers beperkt. Het lidmaatschap van een zo nauw bondgenootschap als de NAVO brengt grote beperkingen van de nationale soevereiniteit met zich mee. Dit weegt des te zwaarder met het oog op de casus fœderis die sinds 11 september 2001 geldt in de strijd tegen het terrorisme.

In het geval van Duitsland wordt deze afhankelijkheid versterkt door het feit dat de bezettingsmachten (Amerika, Engeland en Frankrijk) in de geheime onderhandelingen over de hereniging enkele privileges uit het bezettingsstatuut tot op de dag van vandaag veilig gesteld hebben, zoals de toelating om in Duitsland bedrijven en personen te bespioneren. Hier ligt ook de rede voor de ingehouden reactie van de regering op het NSA-afluisterschandaal. Wat de Verenigde Staten in deze gevallen in Duitsland doen, is weliswaar immoreel, maar wel in overeenstemming met de regelingen. Dat geeft weinig basis voor protest van regeringszijde.

Hiermee hangt ook de zogenaamde Kanzlerakte samen, die de SPD-politicus Egon Bahr door zijn getuigenis in Die Zeit op 14 mei 2009 in de openbaarheid bracht. Bahr beschrijft hoe de pas gekozen bondskanselier Willy Brandt drie documenten ter ondertekening voorgelegd kreeg. Woordelijk: “Aan de respectievelijke ambassadeurs van de drie machten – de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië – in hun capaciteit van Hoge Commissarissen gericht. Daarmee moest hij toestemmend bevestigen wat de militaire gouverneurs in hun akte van goedkeuring van de grondwet van 12 mei 1949 aan bindende voorbehouden gemaakt hadden.” Brandt weigerde in eerste instantie een dergelijk “onderwerpingscontract” te ondertekenen, moest het uiteindelijk echter toch doen. Sedert het Twee-plus-Vier-verdrag van 1991 gelden weliswaar de geallieerde voorbehouden als niet meer geldig, maar de Kanzlerakte bestaat tot op de dag van vandaag.

Posted on

Gemilitariseerd Italië – Willoos in Amerikaans vaarwater

Het was niet de oorlog waarmee Italië zich blijvende roem heeft vergaard onder de volkeren – daarvoor zijn veeleer de kunst en de manier van leven als redenen aan te wijzen. Desalniettemin bevindt het land zich in een toestand van militarisering, alsof het overleven van Europa er van afhing.

Ter verklaring van deze eigenaardige toestand is het belangrijk om te weten waar dan al die krijgslieden vandaan komen die in Italië hun intrek genomen hebben. Het gaat namelijk merendeels niet om Italianen, maar om Amerikanen. Van de bijna duizend militaire bases die de Verenigde Staten, deels gezamenlijk met andere NAVO-lidstaten onderhouden, bevinden zich er zo’n honderd in Italië.

De veiligheidsbehoefte van het land zelf, rechtvaardigt een dergelijke mate van militarisering niet. De geografische ligging van het land maakt echter een strategische positionering tegen zowel Noord-Afrika als het Midden-Oosten mogelijk.

De Italiaanse journalist Antonio Mazzeo, voormalig raadslid in Pisa en defensiedeskundige, zegt: “Italië is in de afgelopen tijd letterlijk gekoloniseerd door steunpunten van de NAVO en de VS.” Rome heeft volgens Mazzeo niets in te brengen. Volgens zijn gegevens zijn er momenteel zo’n 10.000 Amerikaanse soldaten en ondersteunend personeel in Italië gestationeerd, de gezinnen komen daar nog bij. Meer zorgen maakt de journalist zich echter over het materieel van de Amerikanen. Op Italiaanse bodem zijn zo’n 60 à 90 kernkoppen opgeslagen en er is sprake van een toename. “Vanzelfsprekend schendt dat het non-proliferatie-verdrag, dat ook de Italiaanse regering ondertekend heeft”, aldus Mazzeo.

Men kan niet zeggen dat we niet wisten dat de kernkoppen zich op Italiaans grondgebied bevinden.

Het is een vergelijkbare situatie als in het Duitse Ramstein of het Nederlandse Volkel, waar de VS eveneens kernwapens gereed houden voor inzet. Even illegaal en eveneens stilzwijgend geduld door de regering. Net als in Nederland of Duitsland kunnen in Italië in geval van een internationale crisis kernkoppen beschikbaar gesteld worden om er Italiaanse gevechtsvliegtuigen mee uit te rusten.

Een ander punt waar Mazzeo bezwaar tegen maakt, is dat Amerikaanse militairen de steunpunten behandelen alsof ze Amerikaans territorium zijn en zich buiten de Italiaanse wet stellen, Italiaanse functionarissen wordt desgewenst de toegang en de jurisdictie ontzegt. De Italianen zijn volgens de journalist slechts ten dele baas in eigen huis en tegenover de Amerikaanse militairen zijn ze het volstrekt niet. “Daarbij staat de Italiaanse overheid Amerikaanse en NAVO-militairen dikwijls een stationering in civiele objecten toe.”

“Meerdere Italiaanse bases worden aan landen ter beschikking gesteld die geen lid zijn van het bondgenootschap. Zo worden steunpunten en proefterreinen op Sardinië regelmatig gebruikt door Israël en Arabische landen als Saoedi-Arabië en Qatar.” Over dergelijke activiteiten wordt in de media van het land niets gemeld en zodoende is er bij het publiek ook niets over bekend. Dat helpt het karakter van het systeem te versluieren. Mazzeo maakt zich daarbij geen illusies:

De NAVO is nooit een verdedigingsstructuur geweest. Ze deed het zo voorkomen ten tijde van de Koude Oorlog. Maar na de val van het IJzeren Gordijn werd de agressieve imperialistische rol van deze alliantie openbaar.

Met het oog op het nabij gelegen Libië heeft de Italiaanse regering zich bereid verklaard, een Amerikaanse militaire interventie in dat land te ondersteunen. Sinds het door de NAVO gebombardeerd is, heerst er namelijk anarchie. Nieuwe bombardementen door de NAVO moeten daarin uitkomst bieden.

Naar verluidt wil men in Libië de IS-eenheden die daar voet aan de grond hebben gekregen verdrijven. Met zijn ondersteuning van een nieuwe militaire interventie in Libië, kan Italië zich zelf tot doelwit van terroristische aanslagen maken, zo vreest Mirko Molteni, die onder andere voor het vakblad Analisi Difesa schrijft. “Interventie van Italië in Libië vergroot de toch al grote terreurdreiging.” Molteni verwacht echter dat die dreiging nauwelijks nog af te wenden is, want naar zijn inschatting “beweegt Italië zich al jaren willoos in Amerikaans vaarwater”.

Een vergelijkbare inschatting is die van de publicist Mario Sommosa:

Kennelijk zijn de Verenigde Staten in de wereld de dominerende macht en Italië – niets anders dan een kolonie, die slechts een illusoire onafhankelijkheid gegarandeerd wordt.

Langzaam begint een deel van het Italiaanse publiek zich zo bewust te worden van de stand van zaken. Zo maakte in februari van dit jaar het nieuws dat de Amerikaanse inlichtingendienst naast secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki Moon en de Duitse bondskanselier Angela Merkel ook de voormalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi afgeluisterd had, een onverwachte reactie los.

Toen er in eerste instantie sprake was van het afluisteren van de Duitse bondskanselier en de Franse president, voelde men zich in Italië zowaar vernederd: “Ze luisteren ons niet af, omdat we geen invloed hebben”, zo licht Sommosa dit gevoel toe. Toen echter bleek dat in ieder geval ook Berlusconi slachtoffer was geworden van de Amerikaanse afluisterpraktijken, heette het in de mainstream-media dat Italië er weer zeker van kon zijn dat het er toe doet.

Sommosa zelf houden andere vragen bezig: Wat heeft de Italiaanse contra-spionage gedaan? Was ze niet in staat er iets tegen te doen of heeft ze de afluisteroperatie geduld of misschien zelfs geassisteerd? “Als er sprake is van ondersteuning, betekent dat, dat we geen lakeien van Amerika maar slaven ervan geworden zijn.”

Lees ook: