Posted on

‘Hongarije helpt’ bestrijdt vluchtoorzaken ter plaatse

Hongarije helpt

Terwijl veel landen slechts met de mond de bestrijding van migratieoorzaken belijden, maakt Hongarije het concreet. Het is het hoofddoel van het Hongaarse migratiebeleid: Hongarije helpt.

Programma’s voor de bestrijding van migratieoorzaken, die andere landen slechts als een excuus voor een mislukt passief immigratiebeleid lijken te zien, zijn in Hongarije reeds lang het centrale middel van een actief beleid. De regering in Boedapest ontwikkelde projecten, die de bevolking ondersteunen in hun eigen land te blijven, zodat ze niet naar Europa hoeven te vluchten. De regering noemde het programma ‘Hongarije helpt’. Het levert hulp direct aan plaatsen die kampen met conflicten, wat de hoofdoorzaak voor de meeste politieke emigratie is.

‘Hongarije helpt’ schakelt lokale kerken in

De hulp verloopt niet via corrupte regeringen, maar doorgaans via kerken en charitatieve organisaties. Zo is de kans veel groter dat de hulp ook goed terechtkomt. Daarbij is deze manier van hulp veel goedkoper en zowel politiek als sociaal gunstiger dan het opnemen van islamitische immigranten. Die worden immers gelokt door de westerse uitkeringsstelsels, maar hebben geen interesse in integratie in de landen die hen opnemen. Ze vormen zo een gevaar voor de sociale cohesie in die landen.

Vervolgde christenen

Bovendien profiteren de leden van de wereldwijd meest vervolgde religieuze groep, de christenen, het meest van de Hongaarse hulp. Ook moet de Hongaarse hulp vooral ten goede komen van die mensen die zich de dure tocht naar Europa, met behulp van mensensmokkelaars, niet kunnen veroorloven. Naar Europa komen immers vooral die mensen, die mensensmokkelaars tienduizenden euro’s kunnen betalen.

Een nieuw bestaan opbouwen

Volgens de Hongaarse regering hielp ‘Hongarije helpt’ in slechts twee jaar 35.000 mensen om in hun land te blijven en daar een nieuw bestaan op te bouwen. Daaronder zijn vooral vervolgde christenen, die door westerse regeringen en media dikwijls genegeerd worden.

‘Hongarije helpt’ verbetert onderwijs en gezondheidszorg Nigeria

In Nigeria, waar duizenden christenen vermoord werden, stelde Hongarije het katholieke diocees Maiduguri een miljoen euro ter beschikking. Het geld wordt ingezet voor de verbetering van de onderwijs- en gezondheidszorginfrastructuur in het diocees, dat te lijden had onder herhaaldelijke aanvallen van de islamistische terroristische groepering Boko Haram. Verder ondersteunt Hongarije ook landbouwprojecten, die zich erop richten de zelfvoorzienendheid van huishoudens te verbeteren, voedselschaarste terug te dringen en ziektes te behandelen.

‘Hongarije helpt’ en kerken Ethiopië helpen Eritrese vluchtelingen

Ethiopië is een ander Afrikaans land dat Hongaarse hulp ontvangt, via diverse katholieke en protestantse kerken. Het Mai-Aini-vluchtelingenkamp kreeg 1,5 miljoen euro om onderkomens en basisvoorzieningen als schoon drinkwater, onderwijs en dergelijke voor zo’n 15.000 Eritrese vluchtelingen te bieden en hen zo te weerhouden van een verdere gevaarlijke vlucht door Libië. Ook de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk in Addis Abeba heeft een half miljoen euro ontvangen.

Hulp aan families van slachtoffers terrorisme

Overal waar christenen in het grensgebied tussen christendom en islam in Afrika, zij het in Burkina Faso, Centraal-Afrika, Nigeria of Kameroen getroffen worden door islamistische terreur, bieden de Hongaren ook praktische hulp aan families van slachtoffers.

‘Problemen niet hierheen halen, maar hulp daar naartoe brengen’

In de persoon van Tristan Azbej heeft Hongarije een speciale bewindspersoon die voor de organisatie en verdeling van de hulp van ‘Hongarije helpt’ verantwoordelijk is. Zijn officiële titel is staatssecretaris voor de hulp aan vervolgde christenen. “Tijdens het hoogtepunt van de migratiecrisis in 2015 bekritiseerden internationale actoren de regering Orbán erom, dat ze zich streng opstelde tegenover ongedocumenteerde buitenlanders”, aldus Azbej. “Sommigen stelden dat Hongarije harteloos handelde. Onze benadering is eenvoudig: Om een alternatief voor de uitbuiting door mensensmokkelaars en de manipulaties van migratiebevorderende ngo’s te bieden, zetten we alles op alles, zodat de behoeftigen in hun thuislanden kunnen blijven. Om met premier Orbán te spreken: ‘We moeten geen problemen hierheen halen, maar hulp daarheen brengen waar ze nodig is.’ En precies daarvoor zetten wij ons in.”

Niet harteloos, wel rationeel

Westerse media en liberale politici zetten de Hongaarse premier weg als een extreemrechtse ideoloog. Zijn programma ter bestrijding van migratieoorzaken lijkt echter te functioneren en bij de mensen aan te komen die zich de migratie naar Europa niet kunnen veroorloven. De meeste Hongaren houden dit voor een rationelere benadering om met de migratiegolf die Europa sinds de opening van de Duitse grenzen in 2015 teistert om te gaan, dan wat West-Europese regeringsleiders voorstellen.


Ook in Syrië en  Irak helpt Hongarije christenen om weer een bestaan op te bouwen, bijvoorbeeld op de vlakte van Nineveh. In Epoque magazine nr. 2 verscheen een mooie reportage van Jens De Rycke hierover.

Epoque Magazine nr. 2

Posted on

Europese steun aan Al Qaida

De Britse regering gaat stoppen met haar hulpprogramma aan de Syrische provincie Idlib dat via het Department for International Development liep, de overheidsdienst voor ontwikkelingshulp van de Britse regering. Voor dit jaar voorzag de Britse regering hiervoor 152 miljoen pond, zo’n 177 miljoen euro.

De officiële reden waarom men stopt is om te verhinderen dat via dit kanaal geld naar ISIS zou vloeien. Een merkwaardige redenering die komt na de herrie in de Britse media over een zekere Begum Shamima, een extreem fanatieke salafiste en nog steeds een grote fan van ISIS. Deze wil naar het Verenigd Koninkrijk terugkeren, maar de Britse regering besloot haar de Britse nationaliteit af te nemen. Sensatievoer dus voor de roddelpers.

Idlib

Wat de herrie rond Begum Shamima en ISIS echter te maken heeft met de toestand in Idlib en de Britse regeringsbeslissing is totaal onduidelijk. Behoudens enkele geheime cellen die er actief zijn is er van ISIS in deze provincie niet echt sprake.

Die geheime cellen bestaan vermoedelijk uit leden van de terreurgroep Jund al Aqsa die in Idlib zijn achtergebleven nadat al Qaeda begin 2014 in twee fracties uiteenviel, Jabhat al Nusra en ISIS. Waarbij Jund al Aqsa na lang aarzelen de kant van ISIS koos en dan plots leek verdwenen te zijn.

De ware reden

De ware reden voor deze Britse beslissing is echter niet publiek bekend. Met ISIS kan het nu eenmaal moeilijk te maken hebben. Wil de Britse regering dan toch stoppen met het financieren van de jihadistische oorlog tegen het land? Of speelt er iets anders? (1)

Charlie Hebdo - Betoging wereldleiders - Zonder vrouwen
Dat was de indruk die de media gaven van de solidariteitsbetoging met de redactie van Charlie Hebdo. Diezelfde heren en dames die al Qaida bewapenen kwamen nu hun solidariteit met hun slachtoffers tonen. Voor niets is men beschaamd.

Maar met het publiek maken van die regeringsbeslissing bewijst de regering in London wel officieel dat ze al Qaida financieel steunt. Eerder met goederen en sinds een tijd met pure financiële steun. Geld komende dus van de Britse belastingbetaler.

Charlie Hebdo - Betoging wereldleiders
Een ander beeld van die fameuze mars voor Charlie Hebdo met hier vooraan het solidariteitscomité voor al Qaida. Een tweehonderd meter daarachter de echte betoging van mensen die feitelijk bedrogen werden.

Om in Idlib actief te zijn moet men immers aan de grensovergang met Turkije en de serie controleposten onderweg aan al Qaida (nu genaamd Hayat Tahrir al Sham) geld of goederen afdokken. Soms tot meer dan 50%. Sinds kort is er nu wel een grensovergang van Turkije naar de door de regering gecontroleerde zone. Maar zo geraakt men niet direct in Idlib.

Financiële steun

Terwijl die Britse ‘regeringshulp’ vroeger in essentie goederen betrof, was men sinds een tijd overgestapt op het geven van geld. Dit jaar normaal goed voor 177 miljoen euro. Waarvan dus een aanzienlijk deel de koffers van al Qaida ging vullen. Met als vraag hoeveel geld er zo sinds 2011 vanuit Londen naar al Qaida vloeide.

Natuurlijk is dit qua steun aan de terreur maar het topje van de spreekwoordelijke ijsberg. Zo is er natuurlijk de militaire hulp die vermoedelijk via de geheime diensten liep, de hulp aan de door de Britten opgerichte Witte Helmen, de Mayday Rescue Stichting, en de steun aan projecten van allerlei hulporganisaties. En ook hier verdween dus een aanzienlijk deel richting al Qaida.

‘Liefdadigheid’

Typerend voor de Britse attitude is dat men al Qaida in Syrië, waaronder in Idlib, en desnoods ook elders kan bevoorraden, desnoods zelfs gasmaskers. Dit via One Nation, een ngo met burelen in onder meer Leicester. En alhoewel de leiding ervan al meerdere malen met de overheid problemen had blijft One Nation officieel geregistreerd als een liefdadigheidsinstelling en laat de overheid betijen.

Joan Cox, het door een Britse ultranationalist doodgeschoten parlementslid voor Labour en gewezen medewerkster van Oxfam UK, stuurde de mensen van One Nation via Twitter zelfs felicitaties toen de leiding ervan op missie naar de broeders in Syrië ging.

Amnesty International manipuleert

Het is dan ook merkwaardig dat de klassieke media al meer dan 8 jaar blijven zwijgen over de Britse en Europese directe en indirecte steun aan al Qaida. Je krijgt uit de verhalen van dagbladen als The Guardian, NRC, De Standaard en The Financial Times soms zelfs de indruk dat al Qaida in Syrië niet eens bestaat.

Typerend is dat toen Amnesty International eerder dit jaar een persbericht uitgaf over Jemen en de westerse wapenleveringen ze het had over steun aan wat ze noemde ‘extremistische groepen’. Het woord al Qaida kreeg ze niet over de lippen alhoewel dit haar boodschap naar de buitenwereld veel krachtiger had gemaakt.

FN Herstal Minimi
De minimi van FN Herstal. Met plezier door België verkocht aan de Verenigde Arabische Emiraten die het met evenveel plezier cadeau doet aan Al Qaida van het Arabisch Schiereiland (AQAP), de slachters van de redactie van Charlie Hebdo. Al Qaida is vooral actief rond de Jemenitische stad Taiz, de derde stad van het land en gezien als de culturele hoofdstad van Jemen,  wiens belegering al jaren aansleept.

Verenigde Arabische Emiraten

“We hebben geen weet van wapens die daar naar al Qaida gaan”, was de reactie van de woordvoerster van Amnesty Vlaanderen op de vraag waarom men in dat persbericht over al Qaida zweeg.(2) Dit ondanks de massa bewijzen dat al Qaida ginds zelfs de minimi van FN Herstal gebruikt, naast dan schiettuig uit een ganse serie andere Europese landen. Geleverd via de Verenigde Arabische Emiraten.

Wat echter crimineel is, daar die wapens aan de Emiraten worden verkocht met een eindverbruikerscertificaat. Men mag ze niet zomaar doorverkopen of weggeven. Maar geen zorg: De Emiraten zijn onze vriend. En zowel de PS, de MR als de rest van onze politieke partijen laten begaan. Zelfs in zogenaamd extreem linkse kringen doet men alsof er niets aan de hand is.

Recept om niets te doen

Zo verdedigde Nico Cué tijdens een debat op de RTBF, de Franstalige radiozender, die indirecte leveringen aan al Qaida.(3) Dit met als argument de werkgelegenheid. De man is de Franstalige secretaris-generaal van de Metaalvakbond van het ABVV en een van de twee zogenaamde spitzenkandidaten voor de Europese verkiezingen van 26 mei van de Europese linkerzijde. Een groepering waartoe de Duitse Linke, de Franse PCF en hier in België de PVDA/PTB behoort.

Voor hem moest er eerst hierover een akkoord binnen de EU zijn. Een recept om niets te doen want in de EU krijgt men, zoals hij vermoedelijk wel goed weet, hierover nooit een akkoord. Zie maar hoe de Fransen en onze regering(en) die leveranties blijven steunen en ook stelselmatig verzwijgen.

Maxime Chaix - Boek over Syrië - La guerre de l’ombre en Syria, CIA, petrodollars et djihad’

Wapenembargo

Toen Duitsland een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië afkondigde was er onmiddellijk zwaar protest van onder meer de Franse en Britse regeringen, want dat belemmerde de leveringen van Europese bommenwerpers aan de Saoedi’s. Maar dankzij de media en dubieuze ngo’s zoals Amnesty International blijven die wapenleveringen aan al Qaida netjes verborgen.

Het is nochtans diezelfde tak van al Qaida die op 7 januari 2015 de redactie van het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo grotendeels afslachtte. Waarop de grote leiders van het Westen met president François Hollande voorop een grote steunbetoging voor Charlie Hebdo organiseerden. Maar geen probleem, jaren later leveren diezelfde politici nog steeds oorlogstuig, dus ook België, in Jemen en al Qaida. Hoe hypocriet kan men zijn?

Maar op de VRT bijvoorbeeld zal je dat niet horen. Reportages van bijvoorbeeld Rudi Vranckx of die van Majd Khalifeh gemaakt tijdens het bezoek van de paus aan de Verenigde Arabische Emiraten zwijgen netjes over die steun. Die van Majd Khalifeh was gewoon zelfs een grote reclameadvertentie voor de dictators van die Emiraten.

Hongersnood - Stervend kind
Jemen, een natie van ongeveer 28 miljoen inwoners, sterft aan honger, cholera en de kogels komende van o.m. de minimi’s van FN Herstal. Geen probleem zelfs voor figuren als Nico Cué, topkandidaat bij de komende Europese verkiezingen voor Europees Links met o.m. de PVDA, Die Linke en de PCF. Ondertussen in Jemen…..

Franse militaire veiligheidsdienst

Maar geen enkele verbazing natuurlijk. Zo bleek uit onderzoek rond de Syrische cementfabriek van multinational Lafarge van onder meer auteur Maxim Chaix (4) dat de Franse militaire veiligheidsdienst toezicht hield op de via de Syrische cementfabriek in Jalabaya lopende financiering van ISIS en andere terreurgroepen. Deze ligt in het nu door de VS en de YPG/PKK bezette noordoosten van Syrië, voorheen het kernland van ISIS.

En om die te laten draaien betaalde men dan maar die terreurgroepen. De Franse regering liet dus gewoon begaan en was door niet op te treden dus medeplichtig. De serie terreuraanslagen in Frankrijk veranderden aan dit beleid niets. Maar Lafarge moet zich hiervoor nu in Parijs wel voor de rechter verantwoorden. De schaamte reeds lang voorbij.

Maar natuurlijk maakt dit zwijgen over de ware relatie van het Westen met al Qaida en ISIS het mogelijk om hoog van de toren te blazen en zich nog steeds het imago van de goeden, de verdedigers van de mensenrechten, de democratie en de vrede aan te meten. Dit terwijl dagelijks blijkt dat men juist het tegenovergestelde doet en dat is oorlog voeren, honderdduizenden mensen laten afslachten en, zoals in Jemen, ganse naties doen verhongeren.


Noten

1) Het Qatarese tijdschrift Middle East Eye schreef recent een stuk waaruit blijkt dat de Britse Charity Commission de Britse ngo’s waarschuwde dat het leveren van hulp aan de provincie Idlib in wezen hulp aan al Qaida betekent. Acht jaar nadat de Syrische oorlog begon ontdekt men nu plots dit probleem. De indruk is ook dat de bevrijding van Idlib door het Syrische leger van die jihadistische kanker elke week kan starten. Past het Britse beleid hierin?

Middle East Eye, 8 december 2018, Simon Hooper,‘Charities warned that sending aid to Syria’s Idlib could be a ‘terror offence’. ‘’https://www.middleeasteye.net/news/charities-warned-sending-aid-syrias-idlib-could-be-terror-offence

2) Een goed overzicht van de wapenleveranties van onder meer FN Herstal aan al Qaeda in Jemen geeft Deutsche Welle, de Duitse wereldomroep. Maar bij Amnesty International heeft men geen weet van Belgische wapens bij al Qaeda in Jemen.

Deutsche Welle, Kersten Knipp, 29/11/2018, ‘Yemen: The devastating war waged with European weapons’.  https://www.dw.com/en/yemen-the-devastating-war-waged-with-european-weapons/a-46515199?fbclid=IwAR1UF3Mdn8n30UHn1CXZcZWvob8CK-C5ehcXq4dQE3wdoqFoUs3DjT3haiU.

3) RTBF, https://www.rtbf.be/auvio/detail_faut-il-stopper-la-vente-d-armes-a-l-arabie-saoudite?id=2412836. Debat tussen Nico Cué en Philippe Hensmans, directeur van de Franstalige sectie van Amnesty International over de levering van wapens aan Saoedi-Arabië. De afslachting van een natie is voor een Nico Cué zo te zien geen probleem. Zolang men maar bommen en machinegeweren kan maken voor al Qaeda. De moraal van het verhaal: Er is er geen.

4) Global GeoNews.com, Maxime Chaix, ‘La guerre de l’ombre en Syria, CIA, petrodollars et djihad’, Editions Erick Bonnier.http://maximechaix.info/?p=3821. Ook de Franse schrijvers Christian Chesnot en Georges Malbrunot kwamen eerder al tot ongeveer diezelfde conclusie over de collusie van de Franse regering met al Qaeda.

Posted on

Over de ‘idealisten’ die Blok tegenover zich had tijdens zijn failed state-opmerking

NRC meldde dat ​de toehoorders​ van minister Blok​ stuk voor stuk idealisten waren “die willen bijdragen aan een betere wereld.​” Immers: “Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen”, aldus NRC.

Ik betoog dat o​pportunisme verkocht als liefdadigheid​ (dus het uit eigen belang verdedigen van vrome idealen)​​ voortkomt uit een typisch koloniale traditie. Veel mensen denken ten onrechte dat kolonialisme allé​é​n om brute uitbuiting gaat​.​ ​In werkelijkheid spelen mensenrechten, goede bedoelingen, paternalisme, vrome praatjes, al meer dan honderd jaar een belangrijke rol in de Westerse ​imperiale macht.

Eerder deze week las ik nog dat staatszender NOS op wonderlijke wijze in bezit was gekomen van een interne brief die rondging op het ministerie van BuZa. Een brief waarin een groep onbekende ambtenaren Blok op het hart drukte dat “diplomatie gebaseerd is op het gegeven dat verschillende naties en culturen vreedzaam kunnen samenwerken en kunnen samenleven.” Het departement moest volgens deze ambtenaren een organisatie zijn “waar mensen met verschillende culturele achtergronden, seksuele oriëntaties, genderidentiteiten, leeftijden, religies en lichamelijke beperkingen kunnen werken en zich ook thuis en gehoord voelen.” Dit klonk​ heel inclusief,​ niet bepaald ​VVD-retoriek. Maar van welke politieke kleur waren deze anonieme groep ambtenaren dan wel? En waarom zwegen ze in alle talen over Blok zijn racistische opmerkingen, waarom noemden ze het beestje niet gewoon bij de naam? En waarom werd een intern schrijven als dit stiekem aan een NOS-journalist doorgeseind?

Blok wordt nu (terecht) bekritiseerd voor zijn racistische en denigrerende opmerkingen. Toch betekent dat niet dat de aanwezige “idealisten” in het zaaltje niet zelf ook pionnen zijn in een neokoloniaal machtsspel. Alleen al de foto van het zaaltje, een volledig wit feestje zo te zien…​ ​

Vanuit historisch perspectief is het een misvatting te denken dat witte kolonialen een eensgezinde elitegroep vormden.​ ​​Onderling ​speelden zij ​ook allerlei machtspelletjes en waren enorm corrupt naar het eigen systeem toe. De witte elite vocht elkaar de tent uit en redetwistte over hoe er gekoloniseerd moest worden. Met aan de ene kant de openlijke diehard kolonialen en aan de andere kant de politiek-correcte “humane” kolonialen. (Uiteraard een contradictio in terminis.) Neem bijv. Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijver van Max Havelaar, die vaak onterecht als antikoloniaal herinnerd wordt. In werkelijkheid was hij echter helemaal niet tegen kolonialisme op zich, hij pleitte slechts voor een verantwoordelijke manier van koloniseren.

Het verraderlijke aan het ethische sausje is dat het de werkelijke koloniale uitgangspunten verbloemt. Vandaar dat je nu nog regelmatig hoort: “Ja maar, naast alle negatieve dingen hebben we ook veel goede dingen gedaan hoor.”

Toen het Nederlandse koloniale regime in 1900 de “ethische politiek” invoerde ontstonden felle disputen tussen voor- en tegenstanders van dit nieuwe beleid. Waarbij het conservatieve deel van de koloniale elite zonder gedoe wilde kunnen blijven graaien en een ander deel zich kritisch opstelde en koloniale uitbuiting afkeurde. Desalniettemin maakten laatstgenoemden zich​ eveneens ​niet druk om de vraag: “wie geeft ons het recht om dit gebied als ​koloniaal ​bezit te beschouwen,” zij redeneerden slechts: het mag niet ALLEEN om eigengewin gaan, we moeten ook iets terugdoen voor de lokale bevolking. Zo werd het onderwijzen en opvoeden van de gekoloniseerde een nobele taak die de witte meester zichzelf stelde. Terwijl het graaien onder dit politiek-correcte beleid in werkelijkheid onverminderd doorging. Er was dus weinig antikoloniaals aan de retoriek van de ethische politiek die het verheven superioriteitsgevoel alleen maar versterkte. Als de werkelijke machtsverhoudingen ongelijk blijven betekenen goeie bedoelingen helemaal niets. Sterker nog, met de beste bedoelingen kan je heel veel kwaad berokkenen.

Nu meen ik dat het ethisch kolonialisme ook een continuïteit kent. Denk bijv. aan de witte arrogantie die een op een terug te zien is in de ontwikkelingssector. Waarbij het negen van de tien keer gaat om het spekken van eigen kas. De Wereldbank die dan in landen als Indonesië bankrekeningen gaat aanprijzen.

Het is om die reden dat we het basale besef (dat kolonialen geen eensgezinde elite vormen) ook moeten toepassen op de neokoloniale realiteit van vandaag de dag. Welke machtspelletjes worden gespeeld tussen traditioneel politiek links en rechts​?​

Het gaat erom de wolf in schaapskleren te herkennen.

Op alternatieve nieuwssites lees je dat Hillary Clinton al dan niet nog erger is dan Trump. Omdat zij het neo-koloniale beleid beter zou weten te verkopen. Daarmee wordt bedoeld dat ze onder het mom van democratie en vrijheid van meningsuiting tegelijkertijd brute interventies rechtvaardigt. Zoals het filmpje met haar duivelse lach om Gaddafi’s val. Niet voor niets is “Killary” haar veelbetekenende bijnaam. Terwijl Trump voor traditioneel links de grootste “capitalist pig” is die openlijk racistisch uitspraken doet, zijn Hillary en Obama voor (nieuw) rechts de neo-koloniale “warmongers” van deze wereld die het military industrial complex in stand houden. Tegelijkertijd ziet rechts een complot in traditionele linkse idealen mbt diversiteit en multiculturele samenleving.​ ​

Maar waarom die opdeling? Vertegenwoordigen zittende Westerse regeringen of ze nu links of rechts zijn niet allemaal dezelfde neo-koloniale belangen van het kapitalistisch systeem? Wat maakt het dan nog uit als het linksom of rechtsom gaat. Neo-koloniale bemoeienis onder het mom van het verdedigen van mensenrechten, het verspreiden van democratie… Tja… we zijn natuurlijk ook alleen maar tegen Poetin omdat hij een autocraat is.

Wat ik wil zeggen is: als een dominant witte redactie als NRC het racisme van Blok gaat aankaarten dan is dat niet per definitie vanuit anti-racistisch, dekoloniaal perspectief. Aangezien ze zich doorgaans niet bepaald anti-koloniaal opstellen, druk als ze zijn met het verspreiden van oorlogspropaganda in lijn met Washington. Het was op zijn minst opvallend dat meteen nadat het filmpje uitlekte er een artikel over verscheen in The Washington Post. Je vraagt je toch af, wat is de relevantie van deze affaire voor een van de grootste politieke nieuws platformen in de VS?

Nu was het niet zomaar een clubje mensen dat Blok tegenover zich had. Het waren geen studenten, geen ambtenaren of gelijkgestemde VVD-ers. Het waren 70 Nederlanders die o.a. in Genève, Rome of Washington werken en hoge functies bekleden bij de Wereldbank, VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR of Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Hierbij enkele kernvragen die bij mij opkomen na het zien van het gelekte filmpje dat slechts enkele minuten van zijn presentatie toont:

  1. Waar zijn de beelden van zijn volledige toespraak, zijn praatje duurde niet 1:46 neem ik aan. Op foto’s is te zien dat er een grote camera ​op hem gericht was. Heeft BuZa of Zembla deze beelden in bezit, zo ja, kunnen we eisen dat ze deze in zijn geheel, ongeknipt online plaatsen?
  2. Volgens een artikel in NRC waren de aanwezigen stuk voor stuk “idealisten die willen bijdragen aan een betere wereld. Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen.” Zeg maar een clubje “white saviors.” Dan is de vraag: wat was de onderliggende boodschap van Blok zijn praatje? Is het mogelijk dat de aanwezigen deze speech als voorbode zagen van bezuiniging op hun werkzaamheden en daar een stokje voor wilden steken? Hij suggereerde immers dat er geen multi-etnische/multi-culturele samenlevingen zijn waar een vreedzaam samenlevingsverband mogelijk is. Volgens NRC kwam dit op hen over als: “jullie werk is zinloos, een vreedzame multiculturele samenleving is een utopie.”
  3. Daarom: welke persoon lekte het filmpje naar de media? Voor welke organisatie werkt hij/zij? Wat zijn de belangen van deze uiteenlopende club van wereldverbeteraars?

Net als in de oude koloniale situatie zijn er ook nu diverse neo-koloniale machten die elkaar de tent uit vechten. ​Traditioneel links/rechts lijken misschien tegenpolen, maar vanuit anti-koloniaal perspectief zegt dat niet zoveel. Het lijkt mij in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de aanwezigen in het zaaltje niet bepaald onschuldige pionnen zijn. Er is allang gebleken dat Westerse hulp aan voormalig gekoloniseerde landen maar een partij ten goede komt.

​De organisator van de bijeenkomst, ene Jean-Pierre Kempeneers verdedigd​e Bloks presentatie​ toen de club wereldverbeteraars hem geschokt vragen stelde. Volgens Kempeneers zou de minister de zaal een realistisch verhaal hebben willen voorschotelen. “Dat internationale betrekkingen in de ogen van veel Nederlanders een nationaal belang moeten dienen. Niet goed doen om goed te doen, maar opdat Nederland daarvan kan profiteren.” En ook: “Wij kunnen hier met zijn allen wel idealistisch zitten wezen maar de minister verwoordde hoe een deel van de samenleving erover denkt.”​ ​

​Was dit de spreekwoordelijke aap uit de mouw? Eigenlijk gaf deze meneer hier openlijk toe dat de zogenaamde Nederlandse liefdadigheid​ wel een opportunistisch trekje had, precies in lijn met de toenmalige ethische koloniale politiek. Een aspect dat de “idealisten” in de zaal (neem ik aan) niet graag bevestigd zien. Misschien dat de ambtenaren van BuZa dáár eens over na kunnen denken als ze een brief schrijven aan de minister over het belang van inclusief beleid!?


NRC over groep aanwezige “idealisten”: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/na-afloop-is-er-gemompel-wat-was-dit-nou-a1610706

Washington Post over uitspraken Blok: https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2018/07/18/the-dutch-foreign-minister-says-multicultural-societies-breed-violence/?noredirect=on&utm_term=.e0fad5626e4a

NRC, brief van ambtenaren over diversiteit:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/ambtenaren-willen-met-blok-in-gesprek-over-diversiteit-a1610761

Tweet NOS verslaggever over brief ambtenaren: https://twitter.com/bosalbert/status/1020365477313425409

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

De morele ongenaakbaarheid van ontwikkelingswerkers

Plan International biedt verontschuldigingen aan voor misbruik van kinderen door medewerkers. De Nederlandse afdeling schrijft op haar website dat “de bescherming van kinderen en jongeren boven alles staat. Het is daarom niet te bevatten en schokkend dat er personen in de organisatie zijn die dit principe schenden”.

Plan is, na Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis, Save the Children en Oxfam de zoveelste hulporganisatie die misbruik van kinderen en jongeren door hulpverleners moet bekennen. Schokkend nieuws, waarvan je zou verwachten dat de media bol zou staan van hijgerigheid. Maar in de slagschaduw van het #MeToo gebeuren waren er voor het journaille gelukkig Olympische Winterspelen, een politiek debat over het referendum en iets met een filmpje van Patricia Paay.

Bovendien, volgens Trouw-columnist Stevo Akkerman is het wel te begrijpen, die seksfeesten van Oxfam. En valt het dus allemaal wel mee. Want, zo citeert hij journalist Koert Lindijer (veteraan van de Afrika-correspondenten, die ‘zo kwetsbaar’ schrijft): aan de frontlinie is het vechten of neuken. Het patroon volgens Akkerman is dan ook: “Het doet zich overal voor waar macht onmacht treft en rijkdom het pad kruist van armoede: er ontstaat afhankelijkheid. En handel. Die kan uit van alles bestaan, ook seks, maar vruchtbare business is het zelden.” Het is dus eigenlijk de schuld van ongelijke verdeling en machtsverhoudingen, aldus de crypto-marxistische analyse van de columnist. De goedwillende hulpverleners, die juist strijden tegen die ongelijkheid, treft geen blaam.

De eerste reactie van Dolf Jansen, ambassadeur van Oxfam Novib, bij DWDD was “Als het waar is, dan…”, om vervolgens snel over te gaan op het formuleren van een antwoord op zijn eigen vraag “Wat is je volgende stap als hulporganisatie?” Bagatelliseren kun je leren!

Een nog verbijsterender conclusie trekt oud-hulpverlener Willem van der Put. Volgens hem is de aanwezigheid van buitenlanders fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen. Je ontneemt hen de eigen verantwoordelijkheid. Goed punt! Opmerkelijk genoeg horen we dit argument uit deze hoek nooit als het gaat om de situatie in Nederland, maar dit terzijde. Vervolgens houdt Willem echter een pleidooi voor meer geld naar ontwikkelingslanden. We halen de hulpverleners weg vanwege afhankelijkheid en verruilen die voor afhankelijkheid van westers geld. Heel logisch. Terwijl medestrijder Akkerman juist constateert dat het allemaal onderdeel is van handel.

Columnist en dominee Rikko Voorberg haalt er ‘je kruis opnemen’ bij: “de waardes dragen waaraan je zelf opgehangen kunt worden”. Want Oxfam is een moreel hoogstaande organisatie die “onwaarschijnlijk goed werk doet en absoluut gesteund moet worden”. Zit hier niet de crux? De moraliteit die de Akkermannen, Jansens en Voorbergen zichzelf toeëigenen en die hen blind maakt voor de negatieve en verwoestende kanten van hulpverleningsorganisaties en hun doelstellingen. Want wat is de moraal van ngo’s, met grote kantoren, hoge salarissen, four-wheel drives, stromend water en ‘room for a pony’? Die toegeëigende moraal staat een discussie over de doeltreffendheid en noodzaak van buitenlandse hulp in de weg. En dan is het makkelijk moralistisch sneren naar bijvoorbeeld een politicus als Jacob Rees-Mogg (toch al verdacht als Brexiteer), die toevallig een dag na de onthulling van het Oxfam-seksschandaal een petitie “Stop de buitenlandse hulpgekte’ op 10 Downing Street aanbood.

De ingehuurde Haïtiaanse prostituees (nee Stevo, ze kwamen zichzelf niet aanbieden) zijn een smet op de hulporganisaties. Maar hun getuigen à decharge hijsen hen al snel weer op het smetteloze blazoen en gaan over tot de orde van de dag. Je opwinden over vermeend racisme of Assad doodwensen bijvoorbeeld.

Posted on

Gesprek met een innovatieve ondernemer in het hart van de samenleving

Recent werd ik aangesproken door een ondernemer naar aanleiding van de presentatie van mijn boek. Er volgde een interessante gedachtewisseling. Een gesprek over de staat van het land en dagelijkse ervaringen waarin velen zich zullen herkennen. Om mensen te doen inzien dat zij niet alleen staan, heb ik gevraagd of ik het mocht publiceren.

Maurik:
Het linkse fascisme begint me steeds meer te storen. Nu krijg ik zelfs al negatief commentaar wanneer ik een post van jou like. Zeer ernstig deze cultuur waarin er enkel plaats is voor de waarheid van de linkse kerk. Intolerant en nihilistisch, met een moreel-superieur toontje.

Sid:
Wie zijn deze mensen die jou hierop aanspreken? Wat is hun achtergrond, wat is hun motivatie om dat te doen, hoeveel invloed hebben zij op anderen?

Maurik:
De achtergrond is zeer divers, variërend van zakenlui, tot docenten aan de universiteit, tot schrijvers, tot kunstenaars. Ze hebben wel gemeen dat ze een linkse opvoeding ondergingen met een moeder die de broek aan heeft en feministische trekjes heeft.

Sid:
Hoe groot is het probleem?

Maurik:
Vanaf het moment dat ik openlijk mijn steun heb uitgesproken voor FvD merk ik dat dit mijn zakelijke kansen heeft geschaad. Ik heb letterlijk opdrachten en posities misgelopen. Privé sta ik mijn mannetje. Mensen in mijn omgeving die mij aanspreken op mijn mening en overtuiging, die zijn verbaal niet tegen mij opgewassen. Mijn dochter die mix is (haar moeder komt uit Afrika) is zeer slim. Gelukkig kan ik daardoor de context schetsen, haar uitleggen hoe het komt dat mensen reageren zoals ze doen. Mijn dochter snapt ook waarom blanke conservatieve mensen klaar zijn met de aanval op Zwarte Piet. Zij verdedigt als donker meisje de mensen in Dokkum die de snelweg hebben geblokkeerd. Ouders op school kijken mij raar aan en zeggen dat ik mijn dochter vast heb gehersenspoeld.

Sid:
Heb je overwogen om de namen van deze mensen te noteren en hen terug te blokkeren?

Maurik:
Jazeker. Hoewel ik ook heb geleerd dat je je vijanden beter dichtbij kan houden… Dan weet je waar zij mee bezig zijn. Dan confronteer ik hen met de vraag of ze het normaal vinden dat ik een eigen mening heb die afwijkt van hun opvatting. Dat levert altijd een lange stilte op.

Sid:
Er is veel voor te zeggen om ze af te stoten. Dan zorg je dat ze geen informatie over jouw activiteiten krijgen, waarmee zij schade kunnen aanrichten. Als zij jou uitsluiten vanwege je mening, zorg dan ook dat zij op geen enkele wijze van je kunnen profiteren. Wanneer je jouw contact met hen in stand houdt, zullen ze van invloed blijven zijn in jouw leven. Dan komt er een moment dat je dingen niet meer gaat zeggen. Omdat je geen conflict wil met de ouders van de vriendjes van je kinderen, collega’s etc.

Maurik:
Dat laatste zal zeker niet gebeuren. Misschien heb je een punt om hen af te stoten. Het zou mooi zijn als ik in mijn zakelijk bestaan meer mensen zou tegenkomen die geen onderdeel uitmaken van het establishment en hun intolerante houding. Ik merk dat ik al meerdere zakelijke kansen heb gemist omdat ‘men’ weet dat ik een overtuiging heb die haaks staat op die van het establishment. Kwaliteit is van ondergeschikt belang geworden, wat me doet denken aan de strijd die mijn voorouders doormaakten tijdens de Reformatie. Zij waren en bleven bij hun geloof, wat ze hun maatschappelijke positie heeft gekost en uiteindelijk hun vermogen.

Sid:
Die parallel blijkt inderdaad precies op te gaan met vandaag. Hieruit blijkt dat we ons moeten verenigen en zakelijke contacten onderling dienen te gunnen.

Maurik:
Helemaal mee eens. Nu nog zorgen dat we weten waar we ons verenigen zodat we elkaar kunnen vinden.

Sid:
Voorzie je nu dat mensen openlijker hun middelvinger zullen opsteken naar ‘de elite’, dat ze vrijer en ongeremder zullen worden in hun communicatie. Of denk je dat ze juist in hun schulp zullen kruipen, conformistischer worden en de echo’s in de echoput gaan napraten?

Maurik:
Ik zie juist dat mensen die wat te verliezen hebben nu meer op hun hoede zijn. Op politiek vlak zien ze de tegenwerking door FvD en in de media zien zij onthullingen door mensen zoals jijzelf. Kortom geef mensen een hypotheek en een TV en je hebt geen last meer van ze. Financieel speel ik met vuur, maar mijn trots is te groot. Als ik een kameleon zou zijn had ik de afgelopen jaren veel meer geld verdiend. Door ons meerpartijenstelsel en de fragmentatie van partijen zie ik politieke verandering somber in; ik weet wel dat er een verandering gaat komen. Maar die zal zijn over de ‘harde as’.

Sid:
Hoe verklaar je dan de opkomst van partijen als neem nu PVV en FvD? Hebben de mensen die zo negatief naar jou reageren ook specifieke politieke voorkeuren?

Maurik:
De mensen die negatief naar mij reageren stemmen op de middenpartijen. PVV trekt stemmen van de groepen die keihard ploeteren voor hun geld, zoals onderklasse en ondernemers. Deze mensen reageren puur op het gegeven dat de politiek kiest voor uitgaven aan groepen en landen die er niks voor hebben gedaan. FvD profiteert van het feit dat deze groep die aanvankelijk op PVV stemde zich toenemend onmachtig voelt. Zij springen op een andere rijdende trein: FvD snoept een beetje af van VVD en CDA – maar dit is alleen omdat het statusverhogend is om te stemmen op een voorman en partij die goed ontwikkeld ogen.

Sid:
Je noemde herhaaldelijk de samenhang tussen enerzijds negatieve reacties op mijn artikelen, en anderzijds de populariteit van FvD in de huidige tijd. Maar hoe verklaar je dit dan, want ten slotte ben ik VVD-gemeenteraadslid en als je kijkt naar de crowdfunding, komt een deel daarvan ook vanuit VVD-grassroots-achterban. Op mijn boeklancering waren er tot verrassing ook CDA’ers en zelfs SP’ers aanwezig…

Maurik:
Ik begrijp waarom er CDA’ers en SP’ers op jouw boeklancering waren. CDA en SP zijn partijen die consolideren, terwijl ze zeggen dat ze significante veranderingen willen doorvoeren. Dit geldt overigens ook voor de VVD. In mijn netwerk zitten veel mensen die een goed leven hebben. Zij zijn gebaat bij geen verandering en reageren daarom negatief nu deze zaken aan het licht worden gebracht.

Sid:
Zijn er niet juist drastische veranderingen nodig om dat goede leven te behouden? Migratie en enclavevorming zullen dit land dwingend veranderen. Veel mensen worden opgeleid voor banen die spoedig niet meer bestaan; er vindt vergrijzing plaats en voor Europa is er een veranderende geopolitieke realiteit. Ondertussen belanden we via de Europese Centrale Bank in een transferunie. En het trucje van de elite om steeds maar geld bij te drukken, dat raakt uitgewerkt nu crypto-currencies in opkomst zijn, denk aan Bitcoin, Cardano, enz.

Maurik:
Dat klopt helemaal, en is precies wat je zou denken. Maar het gedrag van mensen die het goed hebben is ontkennen. Ze ontkennen dat er grote gevaren op komst zijn. Pas als de rellen uitbreken in de straten van Rotterdam tussen Turken en Feyenoord-aanhang dan wordt deze groep wakker. En wellicht zelfs dan nog niet, omdat ze hun leven zó hebben ingericht dat ze betrekkelijk veilig en geïsoleerd binnen hun eigen kosmopolitische bubbel kunnen functioneren. Zij hebben die optie doordat ze er het geld en de connecties voor hebben.

Sid:
Vind je het goed als ik de nuttige inzichten van dit gesprek anonimiseer en gebruik als artikel?

Maurik:
Ja dat mag.

Posted on

Toenemende invloed Saoedi-Arabië en Turkije in Kosovo

Vanwege werving voor de jihad in Syrië en Irak, aanstichting tot haat, het propageren van religieuze intolerantie en tenslotte belastingontduiking, is in de Kosovaarse hoofdstad Pristina de hoofdprediker van de centrale moskee Shefet Krasniqi (51) gearresteerd.

De opperimam van Kosovo hoorde in de jaren ’90 tot de eerste Kosovo-Albanezen die hun studie in Saoedi-Arabië deden. Krasniqi is geen uitzondering. Volgens een bericht van Le Figaro zou in de omgeving van Pristina in 22 moskeeën zijn opgeroepen tot de heilige oorlog. En dat bij wijze van spreken onder het toeziend oog van EU-soldaten en -ambtenaren, die daar gestationeerd zijn.

Het Balkanlandje is tot Europa’s jihadcentrale geworden. In Kosovo heeft de radicale Saoedi-Arabische staatsislam van de Wahhabieten zich gevestigd. Net als de Salafisten staan de Wahhabieten voor een primitieve islam, die zich strikt op Mohammeds 7e eeuw oriënteert.

Van de momenteel meer dan 800 moskeeën in Kosovo stammen er 240 van financiers uit Saoedi-Arabië, die via stichtingen en ngo’s sinds de afscheiding in 1999 geld naar Kosovo overmaken. Vooral de nieuwe moskeeën worden verantwoordelijk gehouden voor de Wahhabitische indoctrinatie van de Kosovaren.

Terwijl het westen onder aanvoering van de Amerikanen in 1999, onder het mom van democratie en mensenrechten, militair intervenieerde om de afscheiding van Kosovo van (romp-)Joegoslavië mogelijk te maken, gebruikten de Saoedi’s de ontstane situatie om hun versie van de islam ingang te doen vinden.

Maar de geldschieters uit Saoedi-Arabië, Qatar, Koeweit en Bahrein maakten niet alleen de bouw van moskeeën mogelijk, ze betaalden ook de opleiding van honderden imams op het Arabisch schiereiland. Volgens het Franse dagblad betaalden religieuze stichtingen ook premies variërend van 100 à 300 euro aan mannen die een salafistenbaard lieten staan en vrouwen die zich sluierden.

Terwijl er voor 2000 nauwelijks gesluierde vrouwen te zien waren in Kosovo, wordt hun aantal inmiddels steeds groter. De Ramadan, vroeger een privézaak, wordt nu publiek doorgevoerd en door de staat bewaakt. Het Albanese nationalisme, dat eens tot de opstand tegen Slobodan Milosevic leidde, heeft met het Wahhabisme een belangrijke wereldbeschouwelijke concurrent gekregen.

Van de Europese Unie heeft Kosovo sinds 1999 zo’n vijf miljard euro aan hulpgelden ontvangen, veel meer per hoofd van de bevolking dan bijvoorbeeld de 16 miljard dollar Marshall-hulp aan 16 Europese landen na de Tweede Wereldoorlog. Desondanks is Kosovo nog altijd het armste land van Europa. De werkloosheid ligt bij 30 en de jeugdwerkloosheid bij 70 procent.

Terwijl toetreding tot de EU voor het straatarme land veraf is, toont Recep Tayyip Erdogan in het kader van zijn nieuwe Turkse grootmachtpolitiek belangstelling voor Kosovo. De opvolger van het Ottomaanse rijk investeert in luchthavens, wegen en banken en stuurt imams naar Kosovo. Een van de wederdiensten die Ankara verlangt, is dat Kosovo zijn schoolboeken zo corrigeert dat de Ottomaanse geschiedenis mooier voorkomt.

Posted on

Afrika: demografisch booming, economisch een dwerg

Met het oog op de snelle bevolkingsgroei op het Afrikaanse continent zou eigenlijk een extreem hoge economische groei nodig zijn. Na decennia ontwikkelingshulp is Afrika in economisch opzicht echter nog altijd een dwerg.

Zo nu en dan is er weer sprake van Afrika als ‘markt van de toekomst’, maar de economische situatie van het continent blijft ontnuchterend. Momenteel woont ruim 16 procent van de wereldbevolking in Afrika, maar bij elkaar opgeteld dragen alle 54 Afrikaanse landen slechts drie procent bij aan het gezamenlijke Bruto Binnenlands Product van de wereld. Ter vergelijking: Frankrijk had in het jaar 2014 een BBP van 2,849 biljoen dollar, heel Afrika bij elkaar slecht 2,427 biljoen.

Een relatief groot aandeel in de economische macht van Afrika hebben de beide zwaargewichten Nigeria en Zuid-Afrika. Het economische potentieel van het continent is onbetwistbaar. Zo bereikte Subsahara Afrika in de afgelopen jaren gemiddelde economische groeicijfers van meer dan vijf procent. De OESO gaat ook voor het jaar 2017 van een gemiddelde economische groei van 4,5 procent uit.

Met het oog op de voorzienbare demografische ontwikkeling zijn echter groeicijfers van een heel andere dimensie nodig. Terwijl mondiaal gezien het gemiddelde vruchtbaarheidscijfers intussen gedaald is naar 2,5 kind, ligt die waarde voor vrouwen op het Afrikaanse continent bij gemiddeld 4,7 kinderen. Als die hoge geboortecijfers aanhouden, dan zal de bevolking van Afrika zich van 1,3 miljard nu verdubbelen tot 2,6 miljard in het jaar 2050 en mogelijk zelfs groeien tot meer dan zes miljard mensen aan het eind van de eeuw.

De econoom en socioloog Gunnar Heinsohn heeft er inmiddels herhaaldelijk op gewezen dat met een dergelijke bevolkingsgroei massieve, ook gewelddadige strijd uit zal breken over de verdeling van grondstoffen in de betroffen samenlevingen, wat ook kan overslaan naar de rest van de wereld. Zo is de gemiddelde leeftijd in Afrika momenteel 18 jaar. In de economisch maar zwak ontwikkelde landen van Afrika woedt dan ook een felle strijd om arbeidsplaatsen, terwijl de rest van de jonge mannen zijn hoop vestigt op emigratie.

Welke dimensies dit probleem al binnen een paar jaar aan zal nemen, maken berekeningen voor Subsahara Afrika duidelijk. Voor dit deel van Afrika is de prognose dat al in de komende 15 jaar 370 miljoen jongemannen extra op de arbeidsmarkt zullen komen. Tot het jaar 2050 zou dat aantal zelfs meer dan 800 miljoen kunnen bedragen.

Met de eerste voorbodes van deze bevolkingsexplosie krijgt Europa inmiddels in toenemende mate te maken. Nog niet zo lang geleden zorgde een analyse van de Oostenrijkse militaire inlichtingendienst voor ophef, daarin werd gewaarschuwd voor een nieuwe migratiegolf vanuit Nigeria, de Congo, de Soedan en Ethiopië. Als reden daarvoor werd door de geheime dienst aangevoerd, dat het aanbodoverschot op de arbeidsmarkt in de belangrijkste landen van herkomst in Afrika al in de jaren tot 2020 met een verdere 15 miljoen personen aan zou kunnen groeien.

Het is de vraag of de gevolgen van deze ontwikkeling überhaupt nog door een conventionele forcering van de economische ontwikkeling aanmerkelijk afgeremd kunnen worden. Onlangs heeft – na Merkels gezwollen retoriek over een soort Marshallplan voor Afrika – de Duitse minister van Ontwikkelingssamenwerking Gerd Müller (CSU) een nieuw concept voor de economische ontwikkeling van Afrika voorgesteld. Müller wil daarvoor geen extra geld naar Afrika overmaken, maar de beschikbare middelen anders inzetten. Zo moet een budget voor ‘hervormingen’ ter hoogte van 300 miljoen euro ontstaan. Dit geld moet dan aan die staten ten goede komen, die zich inspannen voor hervormingen en de bestrijding van corruptie. Cliëntelisme en corruptie zijn naast de slecht uitgebouwde infrastructuur, een gebrek aan vaklieden, nepotisme, kleptocratie en een vaak gebrekkige rechtsstatelijkheid, hoofdproblemen in de economische ontwikkeling van Afrika. Müller heeft ook aangekondigd de strijd aan te willen binden met de belastingontwijkingsstrategieën van grote concerns, waardoor Afrika jaarlijks miljardenbedragen misloopt. De vraag blijft echter waarom de ontwikkelingssamenwerking van Duitsland en andere westerse landen met en in diverse Afrikaanse landen nu ineens wel zoden aan de dijk zou zetten.

In kringen van de Europese Unie doet intussen de gedachte de ronde om een speciale eurocommissaris voor Afrika aan te stellen, die zich bezig zou moeten houden met onder andere een vrijhandelsverdrag tussen de EU en de Afrikaanse landen aan de Middellandse Zee. In het afgelopen jaar had voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker reeds een Marshallplan voor Afrika aangekondigd en in het vooruitzicht gesteld dat vanaf 2017 88 miljard euro aan investeringssteun gemobiliseerd zou worden.

De verwachting is dat het concept van de Duitse minister van Ontwikkelingssamenwerking in de komende maanden gevolgd wordt door initiatieven van andere landen. Duitsland heeft dit jaar het voorzitterschap van de G20 en wil dat vooral gebruiken om aandacht te vragen voor de economische ontwikkeling van Afrika.

Posted on

Hoe Bill en Hillary Clinton hun politieke posities financieel uitmelken

In januari 2001 verliet Bill Clinton het Witte huis na zijn tweede ambtstermijn als Amerikaans president. Voor de buitenwereld een joviale, welbespraakte en charismatische man die links en rechts wel een bijverdienste er op nahield. Zijn vrouw, Hillary Rodham Clinton, werd bekeken als een sterke en onafhankelijke vrouw, die echter wel bij haar man bleef en hem zijn affaires vergaf.

Degenen die in de periode van de presidentiële termijn van Bill Clinton ook regelmatig in het Witte Huis vertoefden, vertellen echter een ander verhaal. Hillary Clinton komt over als een paranoïde machtswellusteling, Bill als een paranoïde polygamist. Zo lieten zij een nieuw telefooncircuit aanleggen zodat personeel eventueel niet zou kunnen meeluisteren via andere toestellen. Wanneer personeel de kamer betrad, maakten zij zich vlug uit de voeten of viel er snel een doodse stilte. Agenten van de staatsveiligheid werden met evenveel argwaan bekeken. Na het uitbreken van de affaire Lewinsky werd de paranoia nog erger en werd elk personeelslid of elke agent een potentiëel lek. Dingen die u trouwens niet in Clinton Cash zult lezen, maar in The Residence. Het boek is een verzameling van interviews die de schrijfster, Kate Andersen Brower, had met voormalige personeelsleden van het Witte Huis. Het boek geeft via korte anekdotes, aangezien de overgrote meerderheid van personeelsleden zich aan een morele zwijgplicht houdt, een inzicht in de mentaliteit van de Clintons.

The residenceEigenlijk waren zij parvenu’s. Idealistische progressievelingen die zich naar de top hebben kunnen knokken door Bill (echte naam: William) Clintons charisma en Hillary’s meedogenloos achter-de-schermen aansturen van haar man. Wanneer zij, tegen de verwachtingen in, het Witte Huis betreden, komen zij in een wereld terecht die voor hen vreemd is. In tegenstelling tot de Bush-dynastie zijn zij geen personeel gewend (George Bush senior was veruit de meest geliefde president onder het personeel) en ook geen echte grote macht. Clinton was gouverneur van Arkansas geweest, niet direct de meest bekende of flitsende Amerikaanse staat. Vanuit die functie zorgde hij voor lucratieve banden voor het advocatenkantoor waar Hilary voor werkte waardoor ze zich toen reeds aan de vetpotten van de macht laven konden. Waarmee we van The Residence zijn aangekomen bij het eigenlijke onderwerp: Clinton Cash, uit de pen van Peter Schweizer.

Peter Schweizer

De schrijver van het boek Clinton Cash is te situeren aan de rechterkant van het Amerikaanse politieke spectrum. Waarmee niet gezegd is dat hij zich enkel richt op de Democratische Partij (DNC) hondstrouw is aan de Republikeinse Partij (GOP: Grand Old Party) en corruptie daar met de mantel der liefde bedekt. Zo werd zijn onderzoekswerk naar corruptie gebruikt voor de documentaire Insiders:  the road to the STOCK act, waarin de onethische beursactiviteiten van politici werden aangeklaagd. Door voorkennis, verkregen door deelname aan gesloten commissies, konden zij bepaalde beursbewegingen voorspellen en daarop speculeren. Benoemingen tot die commissies konden gebeuren door betalingen aan machtige figuren binnen zowel de DNC als de GOP. Op basis daarvan zijn snelle politieke hervormingen gebeurd die, in theorie, dit onmogelijk zou moeten maken.

Op dit moment is Peter Schweizer een schrijver voor Breitbart News en voorzitter van het Goverment Accountability Institute (GAI). Daarvoor heeft hij geadviseerd in het schrijven van toespraken voor George W. Bush en diende hij als adviseur voor Sarah Palin tijdens haar kort bestaan als potentiële vice-presidente.

The Clinton Foundation

De Clinton Foundation werd in 2001 opgericht, kort na het vertrek van Bill Clinton uit het Witte Huis. Hillary Clinton schreef over die periode dat ze platzak waren. Al is dat een grove overdrijving, we mogen de kosten van het verblijf van het Witte Huis niet onderschatten. In tegenstelling tot de Europese vetpotten die klaar staan voor de top van het establishment, is dit in de Verenigde Staten veel minder het geval. Zo betalen presidenten en hun gezin zelf voor de maaltijden die zij nuttigen en de boodschappen die gedaan dienen te worden. Voor een lid van de Bush-dynastie is dit geen probleem, voor twee parvenu’s met dochter uit Arkansas zal het toch krapper zijn geweest. De Clinton Foundation was in het begin opgebouwd rond de persoon Bill Clinton die door het geven van lezingen geld zou inzamelen voor de Clinton Foundation. Die zou op haar beurt dit dan schenken aan goede doelen. In de praktijk waren die goede doelen Bill en Hillary Clinton.

Het boek “Clinton Cash” zegt niet luid en duidelijk dat de Clinton Foundation een middel tot corruptie was, maar duidt op verdachte overeenkomsten en gedragingen van donoren. Net als Peter Schweizers onderzoek naar onethische beursactiviteiten zegt het niet duidelijk “Er is een misdaad begaan”, maar legt het patronen bloot. Dit doet het door zich te richten op 7 punten, naast de bedenkingen die Obama zelf al had bij zijn aantreden als president. Beginnen doen we echter met de oprichting van de Clinton Foundation zelf.

De oprichting van de Clinton Foundation

In juni 1999, anderhalf jaar voor het einde van zijn presidentstermijn, zat Bill Clinton samen met zijn chief fundraiser en veertig CEO’s in La Grenouille (Manhattan). Hier gaf Bill Clinton zijn visie op de op te richten Clinton Foundation waarbij Hillary een belangrijke rol zou spelen. Volgens de New York Times als volgt te omschrijven: “an important role in shaping both the foundation’s organization and the scope of its work”. Karen Tramontano, eerste personeelschef van de Clinton Foundation, merkte snel dat de Clinton Foundation de facto rond Hillary zou draaien met Bill als uithangbord. Nog voor de officiële oprichting was er achter al controverse rond machtige zakenmensen en Bill Clintons daden als president in zijn laatste maanden.

In september 1999 gaf Clinton opdracht aan zijn regering om reguleringen van bier, wijn en sterke drank niet door te voeren. Deze reguleringen waren erop gericht om minderjarigen van de fles te houden. Desondanks annuleerde Clinton deze. Een maand later stortte Anheuser-Busch Companies (een drankconcern) de eerste van vijf betalingen van in totaal USD 1.000.000 voor de bouw van de William J. Clinton Presidential Library and Museum. In augustus 1999 liet het ministerie van justitie weten dat William A. Brandt Jr., een bankroete advocaat en fundraiser voor Clinton die verdacht werd van meewerken aan corruptie, vrij van vervolging zou worden verklaard. Drie maanden eerder zorgde hij voor een bijdrage van USD 1.000.000 aan de Clinton Library. Tevens in 1999 keurde Clinton een verandering aan Medicare (onderdeel van de Amerikaanse sociale zekerheid) aan. Hierbij zouden betaalde hospitaalkosten toch mee vergoed worden. Het kwam goed uit voor dr. Richard Machado Gonzalez en diens advocaat Miguel Lausell. Die eerste was eigenaar van een privaat ziekenhuis dat goed zou boeren bij het doorvoeren hiervan. Acht maanden voor deze wijziging stortte advocaat Lausell USD 1.000.000 voor de Clinton Library. Twee maanden voor de wijziging stortte dr. Machado USD 1.000.000.

Kers op de taart was echter Marc Rich. Een zakenman in olie en kredietverstrekker die gezocht werd voor een waslijst aan feiten en de VS ontvlucht was. Zijn zakelijke belangen omvatten o.a. Fidel Castro, Muammar Khadaffi en ayatollah Khomeini. Zo had Rich olie verhandeld met Iran toen dat verboden was. Meer dan USD 48 miljoen aan belastingen was hij de Amerikaanse staat verschuldigd en hij werd geconfronteerd met de mogelijkheid van 325 jaar gevangenis. Hij stond dan ook op de Most Wanted List van de FBI. Op zijn laatste dag als president verleende Bill Clinton de man echter gratie. Dit vond plaats kort nadat de ex-vrouw van Mar Rich USD 100.000 aan de campagne voor de verkiezing van Hilary tot senator in 2000 had gestort, USD 450.000 aan de Clinton Library en USD 1.000.000 aan de DNC. Na zijn presidentschap zou Bill Clinton met de Clinton Foundation echter pas echt beginnen met het bijeen harken van geld. Tussen 2001 en 2012 bracht hij voor de Clinton Foundation USD 105,5 miljoen binnen aan lezingen en verzorgde hij honderden miljoenen dollars aan donaties voor de Clinton Foundation.

CEO van de Clinton Foundation was in het begin Bruce Lindsey die daarvoor belangrijke functies bekleedde in het Witte Huis onder Clinton. Een ander belangrijk bestuurslid doorheen de jaren was onder andere Doug Band. Hij is een professor aan de New York University en bestuurslid bij Coca-Cola. Voor hij zich bezighield met de Clinton Foundation hielp hij meerdere staatshoofden wereldwijd de overgang weer te maken van het politieke naar het private leven. Hij zou dit netwerk omzetten voor de Clinton Foundation naar het Clinton Global Intiative dat tegelijkertijd met VN-bijeenkomsten plaatsvindt. Hier zijn reeds meer dan 150 staatshoofden, 20 Nobelprijswinnaars en honderden voorname CEO’s samengekomen onder deze paraplu. Bilderberg lijkt er haast een dwerg bij. Doug Band is echter ook belangrijk vanwege zijn functie als onderhandelaar met Obama.

Toen Barack Obama president werd was hij goed op de hoogte van de mogelijke controverse rond de Clinton Foundation. Voordat hij Hillary tot Secretary of State (minister van buitenlandse zaken) wou benoemen, werd er onderhandeld over een MOU (Memorandum of Understanding). Daarvoor had senator John Kerry reeds gezegd dat er het gevaar was dat buitenlandse overheden en andere entiteiten zouden kunnen denken dat zij beslissingen van Hillary Clinton als Secretary of State kunnen beïnvloeden via de Clinton Foundation. Obama zag dit ook goed in en eiste daarom een MOU. Hierin eiste hij transparantie met betrekking tot de Clinton Foundation. Bill en Hillary Clinton moesten elke lezing die zij zouden geven eerst ethisch laten doorlichten voor zij enige betaling zouden aanvaarden. Ook de donoren aan de Clinton Foundation moesten bekend gemaakt worden. Zij hielden zich hier af en toe aan. Zo vermeldde de Clinton Foundation geen schenking van USD 500.000 van de Algerijnse overheid, zogezegd voor steun na de aardbeving in Haïti. Deze schenking vond plaats in 2010 en werd pas bekend gemaakt in 2015. Tevens moest de Clinton Foundation stoppen met het aannemen van donaties van buitenlandse donoren (private personen of overheden). Wat geen groot succes was, gezien de persoon van Gulnora Karimova.

Gulnora is de oudste dochter van de president van Oezbekistan. Haar vader wordt omringd met verhalen dat hij zijn politieke tegenstanders zou hebben laten koken. Desondanks is het niet haar vader, maar zij die de eerste plaats bezit als meest gehate persoon in het land. Zij wou een mode- en juwelenketen voet aan de grond doen krijgen in Europa en Amerika. Volgens een diplomatiek bericht, gelekt via Wikileaks, wou zij dit doen door een goede relatie op te bouwen met Bill Clinton. Hoe deed zij dit? Zij zorgde voor een fundraiser in Monaco voor de Clinton Foundation, poseerde daar met Bill Clinton en al snel stond zij bekend als een vriend van Bill Clinton. Of zij hier effectief iets mee gedaan zou krijgen is onbekend aangezien zij in 2013 door haar vader onder huisarrest werd geplaatst. Zij toonde echter wel wat meerdere niet-Amerikaanse oligarchen en andere belanghebbenden wisten: de Clinton Foundation is een weg naar de gunst van de Clintons. Men kan dat naïef noemen in het beste geval, maar dat is geen adjectief dat door tegenstanders of bondgenoten voor de Clintons wordt gebruikt…

Amerikaans uranium voor de Russen

De schrijver gaat in op enkele opvallende patronen waarbij donaties en beslissingen van Hillary Clinton samenvallen. Ook merkt de schrijver op dat Bill Clinton steeds grotere vergoedingen krijgt naargelang de beslissingen die Hillary kan nemen groter worden. Het zou teveel tijd kosten, en niet passen in een boekbespreking, om heel het boek hier samen te vatten. Toch is het interessant om dieper in te gaan op één specifiek punt, gezien de Amerikaanse hysterie over het land de laatste tijd: de Russen.

In 2008, terwijl Hilary Clinton een eerste poging deed om de presidentskandidate te worden van de DNC, verweet ze Poetin geen ziel te hebben. Waarop Poetin reageerde dat een staatshoofd toch op z’n minst een hoofd zou moeten hebben. Presidente werd ze niet, maar haar baan als Secretary of State vanaf januari 2009 hield toch regelmatige contacten in met die zielloze Poetin. In 2005 was Bill Clinton reeds naar Kazachstan gereisd. Zogezegd om te spreken over de rol van de Clinton Foundation in de strijd tegen AIDS. In zijn kielzog was echter Canadees zakenman Frank Giustra meegereisd. Al is kielzog weinig gezegd aangezien Bill Clinton en Frank Giustra samen naar Kazachstan vlogen in een vliegtuig van Giustra. In 2006 zou Giustra tegen de New Yorker dan ook duidelijk zeggen: “All of my chips, almost, are on Bill Clinton. He’s a brand, a worldwide brand, and he can do things and ask for things that no one else can”. Reeds in 1987 hadden de twee gemeenschappelijke belangen. Beiden waren verbonden aan mijnbouwondernemer Jean-Raymond Boulle. Clinton stond toe aan Boulle om een diamantmijn te openen in een staatspark en zorgde ervoor dat dit openging in 1987. Deze contacten waren geregeld via tussenpersoon Jim Blair, die later Hillary zou helpen om USD 1.000 aan beursproducten om te zetten in  USD 100.000. Ook Giustra was als mijnondernemer hieraan verbonden.

Na Bill Clintons bezoek aan Kazachstan, waar hij de president prees voor zijn inzet voor mensenrechten, ondanks zijn zeer autoritair regime, werd een bedrijf van Giustra gekozen om concessies met betrekking tot mijnbouw van uranium, uit te baten. Dit bedrijf was UrAsia Energy en had niet de minste ervaring in deze sector. Desondanks slaagde die erin om bedrijven met véél meer ervaring opzij te duwen. Deze concessies werden vervolgen overgegeven aan offshore constructies waar Giustra later van zou zeggen dat hij zelf niet wist wie eigenlijk de concessies in handen had. Uiteindelijk zou een bedrijf met de naam Uranium One een controlerend aantal aandelen van UrAsia Energy opkopen. Dit zou de basis vormen voor een opmerkelijk besluit van Hillary Clinton als Secretary of State.

Hillary Clinton pleitte als Secretary of State voor een “reset” van de Amerikaans-Russische relaties. Moskou was tevreden met de keuze voor Clinton als Secretary of State. Zij zagen haar als iemand die een evenwichtige visie bood op de Amerikaanse relaties met Rusland. Op hetzelfde moment hadden de Russen plannen om hun aandeel op de wereldmarkt voor kernenergie uit te breiden. Zo wilden zij vanaf 2006 USD 10 miljard uitgeven om de Russische jaarlijkse uraniumproductie op te drijven met 600%. Poetin, destijds afgestudeerd met een studie naar energiebevoorrading als geopolitiek wapen, noemde dit één van zijn prioriteiten. Alles wat betrekking heeft tot kernenergie in Rusland is in handen van Rosatom (het Russische staatsagenschap voor nucleaire energie). Zij zijn ook actief in Noord-Korea, Iran, Venezuela en Myanmar. Een staatsagentschap dat duidelijk past in Poetins geopolitieke visie op energiebevoorrading. In juni 2009 kocht Rosatom 17% van Uranium One. Op dat moment produceerde Uranium One bijna 3 ton uranium per jaar. Uranium One breidde ook sterk uit in de VS. In 2010 had het 61 lopende of geplande projecten in Wyoming. Daarnaast bezat het ook concessies in Utah, Texas en South Dakota. Tegen 2015 werd verwacht dat Uranium One de helft van de Amerikaanse uraniumproductie in handen zou hebben. Wat goed paste in de plannen van Rosatom dat erop mikte om zoveel mogelijk buitenlandse uraniumreserves in handen te krijgen. Waarbij het Kremlin voor het nodige geld zou zorgen.

Eind 2009 was Hillary Clinton verwikkeld in onderhandelingen met Rusland over het toestaan van commerciële handelingen tussen Amerikaanse en Russische bedrijven m.b.t. nucleaire projecten (waaronder de productie van uranium). In mei 2010 werd een regeringsvoorstel aangenomen in het Amerikaanse congres dat commerciële handelingen m.b.t. nucleaire projecten met Russische bedrijven werden toegestaan. Enkele weken later kondigde Rosatom aan dat zij 52% van Uranium One zouden kopen, waardoor zij uiteindelijk de helft van de Amerikaanse uraniumproductie in handen van het Kremlin kregen.

Een slimme zet van de Russen die niet verwacht werd door Washington? Enkele transacties doen anders vermoeden. Bestuursraadvoorzitter van Uranium One Ian Telfer was een donor van de Clinton Foundation en vanaf 2009 zorgde hij via een Canadees bedrijf voor een instroom van USD 2,35 miljoen naar de Clinton Foundation. Dit deed hij door meerdere donaties aan het Clinton Giustra Sustainable Growth Intitiave (een samenwerking tussen Bill Clinton en, jawel, Frank Giustra) dat op zijn beurt alles doorstortte naar de Clinton Foundation. Deze donaties werden niet meegedeeld door de Clinton Foundation, ondanks het MOU met president Obama. Uranium One nam ook twee financiële adviseurs onder de arm, Robert Disbrow en Paul Reynolds. Ook zei doneerden miljoenen aan de Clinton Foundation. Een belangrijke aandeelhouder van Uranium One was US Global Investor Funds wiens CEO Frank Holmes was. Frank Holmes was, u raadt het al, een donor van de Clinton Foundation en tevens adviseur m.b.t. grondstoffenhandel in ontwikkelingslanden. Endeavour Financial, een bedrijf van Giustra, begleide deze overname. CEO van Endeavour Financial was Eric Nonancs. Nonancs was senior adviser bij de Clinton Foundation en had daarvoor als buitenlandexpert gediend onder Bill Clinton.

De overname werd goedgekeurd door het Committee on Foreign Investment in the United States (CFIUS) op 22 oktober 2010. Had Hillary Clinton vanuit haar functie bezwaar aangetekend, was dit op het bureau van de president beland en waarschijnlijk afgevoerd. Kort hierna kreeg een klein Canadees bedrijf, Salida Capital, een anonieme donatie van USD 3,3 miljoen voor goede doelen. USD 780.220 hiervan ging in 2010 naar de Clinton Foundation. In totaal zou tussen 2010 en 2012 Salida Capital USD 2,6 miljoen naar de Clinton Foundation sturen. Op 21 mei 2010 sprak Bill Clinton ook voor Salida Capital in Canada en kreeg in ruil een vorstelijke vergoeding. Waarom is dit belangrijk? Omdat Salida Capital verschijnt in een jaarverslag van Rosatom als een dochterbedrijf van dit Russische staatsbedrijf. Ook kort na het goedkeuren van de overname werd Bill Clinton uitgenodigd om in Moskou te komen spreken. Vergoeding; USD 500.000 betaald door organisator RenCap (Renaissance Capital). RenCap heeft zijn zetel in Cyprus en staat bekend als een mantelorganisatie van de Russische FSB. Uitvoerend directeur van RenCap is Yuri Kobaladze, met 32 jaar ervaring in KGB en SVR. Morgen een zielloos man, vandaag goed om zaken mee te doen.

Conclusie

clinton-cash-coverHet boek geeft een uitgebreid overzicht van enkele stinkende potjes van de Clinton Foundation. Men mag nooit vergeten dat het uit Amerikaans perspectief geschreven is. De deal met Rusland, die ik hierboven heb uitgelicht, is daar een deal met een aartsvijand. Daarnaast heeft men nog deals die Afrikaanse warlords ten goede komen, het ondersteunen van de Indiase kernwapenlobby, gesjoemel met centen bestemd voor het herbouwen van Haïti, etc… Zodra Hillary Clinton beslissingen kan nemen, verschijnen grote bedragen voor lezingen van Bill Clinton of grote spontane donaties direct aan de Clinton Foundation. De auteur is eerlijk en slim genoeg om er meerdere malen op te wijzen dat hij geen directe bewijzen aanreikt. Hij duidt echter wel op patronen die een verdachte correlatie tonen tussen donaties en belangrijke beslissingen door Hilary genomen.

Men kan sommige dingen toeval noemen of een naïef vertrouwen van Hillary Clinton dat de Russen opeens vanuit een filantropische visie aan geopolitiek gaan doen. Naïviteit is echter geen rode lijn die men doorheen haar leven kan trekken. Telkens zijn er steeds toevalligheden die allen samen een andere rode lijn aanwijzen: een cynische drang naar het vergroten van macht. Een progressief gedreven vrouw die macht wou verwerven om zichzelf te bewijzen en om haar progressieve agenda uit te voeren. Doorheen de jaren is dit gemuteerd naar het gebruiken van een progressieve agenda om macht te verwerven.

Wie dit cynische manipulatieve gedrag van Clinton wil zien, hoeft enkel maar te kijken naar haar keuze voor running mate. Tim Kaine was voorzitter van de DNC van 2009 tot 2011. Hij gaf deze functie op nadat hij, niet met volle zin, had besloten campagne te voeren voor het ambt van senator. Het leek alsof hij plotseling een stap opzij deed waarbij men zich kon afvragen welke prijs hij hiervoor had gevraagd. In zijn functie als voorzitter van de DNC werd hij opgevolgd door Debbie Wasserman Schultz. Daarvoor was zij één van de topfiguren in de campagne van 2008 van Hillary Clinton om presidentskandidate te worden. Debbie Wasserman Schultz werd tot aftreden gedwongen in 2016 en direct opgenomen in de campagne van Hilary Clinton. In 2016 werd het ook duidelijk voor welke prijs Tim Kaine was afgetreden als voorzitter van de DNC. Op 27 juli 2016 werd hij gekozen tot kandidaat vice-president voor Hillary Clinton.

En zo doet Hillary Clinton denken aan de serie House of Cards. U mag het passende Frank Underwood-citaat zelf kiezen: “When money is coming your way, you don’t ask questions.”, “For those of us climbing to the top of the food chain, there can be no mercy. There is but one rule: hunt or be hunted”, “Don’t let a little dirt stop you”. Of gezien de situatie is misschien Claire Underwood beter gepast: “Am I really the sort of enemy you want to make?