Posted on

De vuile oorlog tegen cruiseschepen

Cruiseschepen blinken niet uit in milieuvriendelijkheid, dat staat buiten kijf. Dat komt vooral door de gebruikte brandstof. Evenwel is een en ander beduidend minder schadelijk dan veel milieuorganisaties beweren.

Momenteel zijn er zo’n 400 cruiseschepen op de wereldzeeën onderweg. En in 2019 moeten er nog eens 21 bij komen. Het momenteel grootste is de Symphony of the Seas, met 2759 cabines voor bijna 7.000 passagiers. Cruisevaarten mogen zich in steeds grotere belangstelling verheugen. In 2018 staken zo’n 30 miljoen mensen met de pleziervaartuigen van wal. Er klinkt echter ook toenemend kritiek.

Vier cruiseschepen in de haven van Nassau, op de Bahama’s (foto: TampaAGS)

Milieuvervuiling

Enerzijds vanwege de massa’s toeristen die havensteden overspoelen bij het onderweg aan land gaan. Anderzijds vanwege de milieuvervuiling door de schepen. De vaartuigen beschikken in de meeste gevallen weliswaar over uitstekende zuiveringsinstallaties en produceren ook relatief weinig afval. Ze gebruiken echter bijna zonder uitzondering stookolie als brandstof. Dat is zware, zwavelhoudende olie, een restproduct bij de verwerking van aardolie.

De Symphony of the Seas, hier tijdens de bouw in Saint-Nazaire, is momenteel het grootste cruiseschip ter wereld (foto: Gponly).

De verbranding van deze zware olie produceert beduidend meer schadelijke stoffen dan benzine of diesel. De scheepsschoorstenen stoten onder andere fijnstof, roetdeeltjes en stikstofoxide en zwaveldioxide uit. De zware olie bevat immers drie procent zwavel, terwijl bijvoorbeeld diesel voor auto’s 0,001 procent zwavel bevat. Daaruit vloeien gezondheidsrisico’s voort, ook voor de passagiers die in de illusie verkeren “zuivere zeelucht” in te ademen.

Gezondheidsrisico’s

Maar niet alleen op het dek van de drijvende vakantieparadijzen loopt men gezondheidsrisico’s, ook op afstand aan land. Het Helmholz-Institut für Umweltmedizin in München rapporteerde in 2016 dat de scheepsuitstoot op de Noordzee als de wind uit de juiste richting stond tot in de hoofdstad van Beieren kwam. Professor James Corbett van de University of Delaware in de Verenigde Staten, een van de meest gerenommeerde experts op dit gebied, berekende het aantal voortijdige sterfgevallen door de emissie van schepen wereldwijd op 60.000.

Stemmingmakerij

De onbetwistbare schadelijkheid van het gebruik van zware olie in de scheepvaart gebruiken organisaties als de Naturschutzbund Deutschland (NABU) om op alarmistische wijze stemming te maken tegen de cruisevaartindustrie. Bijvoorbeeld met de bewering “een enkele oceaanreus stoot op een cruisevaart evenveel schadelijke stoffen uit als vijf miljoen auto’s”. Dat is natuurlijk appels en peren vergelijken. De doorsnee-auto is 20 à 30 minuten per dag onderweg, terwijl schepen op zee rond de klok varen en daarbij honderden kilometers afleggen. Daar komt bij dat ze duizenden mensen aan boord hebben, terwijl in auto’s meestal maar één of twee personen zitten.

Quantum of the Seas op de Elbe, Hamburg Altona

Fijnstofmetingen

Helge Grammerstorf, directeur van de Duitse tak van de Clia (Cruise Lines International Association) beklaagt dan ook volkomen terecht dat de vergelijkingen van de NABU zelfs voor een opstel van een student nog beneden peil zouden zijn.

Dat geldt ook voor de dilettantisch uitgevoerde fijnstofmetingen, volgens welke passagiers op het dek van een cruiseschip aan meer dan tien keer zo veel roetdeeltjes blootgesteld zouden worden als in de om zijn slechte lucht bekend staande Chinese hoofdstad Peking. Professor Holger Watter van de Hochschule Flensburg kwam bij zijn tegenberekening op heel andere waarden. Met alle factoren rekening houdend zou de emissie van schepen zelfs een zesde lager kunnen zijn dan die van auto’s.

Luchtvervuiling

Blijft staan dat de uitstoot van schepen onmiskenbaar voor luchtvervuiling zorgt. Zo is een grote havenstad als Hamburg meer dan een derde van de stikstofoxidebelasting van schepen afkomstig. Daar zijn echter bij lange na niet alleen cruiseschepen voor verantwoordelijk. Die maken immers minder dan één procent van de wereldwijde burgervloot uit. Tegenover de circa 400 luxe-liners staan circa 50.000 vrachtschepen, die dezelfde brandstof verstoken.

Nabehandeling

Daar komt bij dat de rederijen zich in toenemende mate inzetten om de emissie van hun cruiseschepen door systemen voor nabehandeling te reduceren. Daarmee willen ze zowel het comfort aan boord vergroten als hun imago verbeteren. Voor vrachtschepen is dit nauwelijks een thema. Veel West-Europese cruiseschepen beschikken reeds over stikstofoxidekatalysatoren en de nodige technische voorwaarden om stroom vanaf het land te gebruiken, zodat de generatoren aan boord in de havens uitgeschakeld kunnen worden.

Overstap naar LNG

Daarnaast wordt geprobeerd van zware olie af te stappen. Een belangrijke stap in deze richting ondernam het bedrijf AIDA Cruises met de ingebruikname van het schip AIDAnova in december 2018. Het op de Meyer-werf in Papenburg gebouwde schip is het eerste cruiseschip dat volledig op LNG (vloeibaar gemaakt aardgas) loopt. Mede daardoor stoot het schip praktisch geen fijnstof uit en is de uitstoot van stikstofoxiden zo’n 80 procent geringer.

De AIDAnova voor de 70 meter hoge hal van de Meyer-werf (foto: Dick Elbers)

AIDA Cruises wil tot 2023 nog twee van deze LNG-schepen in gebruik nemen. Andere bedrijven volgen, zo bestelde ook het Zwitserse MSC Cruises twee nieuwe schepen, die in 2022 en 2024 opgeleverd worden en eveneens op LNG varen.

Minder zwavel

Verder mag in de Noordzee en Oostzee inmiddels uitsluitend nog zware olie met een gereduceerd aandeel zwavel van 0,1 procent gebruikt worden. Vanaf 1 januari 2020 laat de International Maritime Organization bovendien wereldwijd alleen nog brandstoffen toe waarvan het zwavelgehalte bij hoogstens een zevende van de momenteel gebruikelijk waarde ligt. Tot slot zijn er reeds cruiseschepen die aanzienlijk afstanden elektrisch kunnen varen, zoals de MS Roald Amundsen van de Noorse rederij Hurtigruten, die in ecologisch gevoelige gebieden als de Noord- en Zuidpool ingezet wordt.

De MS Roald Amundsen, hier in de wateren rond Antarctica, kan lange afstanden elektrisch varen (foto: Hurtigruten).

Simplistische kritiek

Zonder de reële milieubelasting uit het oog te verliezen, mogen we dus vaststellen dat de simplistische kritiek van sommige milieuorganisaties op de cruisevaartindustrie voorbij gaat aan belangrijke technologische ontwikkelingen waardoor de branche de belasting verkleint. Het is goed om te bedenken dat op donaties aangewezen organisaties als de NABU belang hebben bij spectaculair slecht nieuws om zo de aandacht van het grote publiek op zich te vestigen.

Media

Iets dergelijks geldt overigens voor de media. Zo berichtte een Duitse tv-zender dat metingen uitgewezen zouden hebben dat de in de haven van Hamburg liggende AIDAperla daar enorm veel fijnstof zou produceren. In werkelijkheid liepen de stroomgeneratoren van het schip in aangemeerde toestand volledig op LNG, zodat er helemaal geen fijnstof ontstond. Men had alleen de algemene luchtvervuiling in de haven gemeten, die uit vele factoren resulteerde, maar uitsluitend aan het bewuste cruiseschip werd toegeschreven.

Posted on

Rusland reageert op vluchten Amerikaanse bommenwerpers met vluchten boven Noordzee

Eind maart hebben de Verenigde Staten meerdere vluchten met strategische bommenwerpers uitgevoerd nabij Russisch grondgebied. Inmiddels heeft Rusland geantwoord met het uitvoeren van soortgelijke vluchten, onder andere boven de Noordzee.

Op 18 maart maakten de Amerikaanse strategische bommenwerpers vluchten boven de Oostzee. De toestellen vlogen hierbij in het Estse luchtruim en naderden daarbij Sint-Petersburg, de op een na grootste stad van Rusland, tot zo’n 200 kilometer afstand. Deze eerste vlucht viel samen met het jubileum van de dag waarop de Krim en Sebastopol officieel deel werden van de Russische Federatie.

Eerdere Amerikaanse vluchten

Een soortgelijke vlucht werd uitgevoerd op 23 maart en 26 maart. De bommenwerpers werden onderschept door Russische jagers. De B-52’s voeren een aantal trainingsmissies uit met als doel de interoperabiliteit te vergroten. Het is niet de eerste keer dat Amerikaanse B-52-bommenwerpers (tijdelijk) in Europa worden gestationeerd en vluchten uitvoeren. Het is echter wel de grootste inzet van dergelijke bommenwerpers sinds de Irakoorlog in 2003.

Russische vluchten boven Noordzee

Als antwoord op de vluchten van de strategische bommenwerpers van de VS, heeft Rusland deze week twee vluchten uitgevoerd met Tu-160-bommenwerpers. Hierbij werd onder andere geoefend op het in de lucht bijtanken van de vliegtuigen. In de laatste vlucht vlogen twee Tu-160’s uit die gedurende hun vlucht werden onderschept en begeleid door straaljagers van de Deense en Britse luchtmacht.

Posted on

Miljardentunnel onder Oostzee? Tegenstanders betwijfelen economisch nut

In de hoofdstad van Sleeswijk-Holstein is de planfase voor de voorgenomen tunnel onder de Fehmarnbelt, een zeestraat in het westelijk deel van de Oostzee, afgesloten. Kiel gaf op 28 december 2018, na meerdere vertragingen, een vergunning af voor de aanleg van de tunnel.

De tunnel onder de zeestraat moet een vaste verbinding tot stand brengen tussen het Duitse eiland Fehmarn en het Deense eiland Lolland. Momenteel vormt de veerverbinding over de zeestraat nog een flessenhals in het Trans-Europese Netwerk van Scandinavië tot de Middellandse Zee. De TEN-trajecten worden vanuit de Europese Unie gezien als een “bijdrage aan de ontwikkeling van de binnenmarkt en de verbetering van de economische en sociale samenhang van de Unie”. Als onderdeel van het trans-Europese verkeersnetwerk, wil de Europese Commissie het tunnelproject dan ook met 1,4 miljard euro subsidiëren, oftewel zo’n 20 procent van de totale begroting. De vaste verbinding zou de ontsluiting van Scandinavië voor het Europese transitverkeer verbeteren.

Kaart van het Europese netwerk van hogesnelheidsspoorlijnen in 2017

Al jaren vertraagd

Het begin van de aanleg van de 18,6 kilometer lange, tolplichtige caissontunnel onder de Fehmarnbelt wordt al jaren vertraagd door de omslachtige planprocedure in Duitsland voor de verkeerstechnische aansluiting op het wegennet in het achterland (geëlektrificeerde dubbelspooraansluiting Puttgarden-Lübeck, uitbouw van de B 207 tussen Puttgarden en Heiligenhafen).

Financiering

De financiering van de infrastructuurmaatregelen aan Duitse zijde worden volgens een overeenkomst uit 2008 door de Duitse staat betaald. Begin december meldde de federale rekenkamer een kostenstijging van oorspronkelijk 840 miljoen naar meer dan vier miljard euro. Met een verdere stijging moet rekening gehouden worden.

Daarbij komen nog meerdere miljoenen euro’s voor een nieuwe brug over de Fehmarnsund (de zee-engte tussen Fehmarn en het Duitse vasteland). Denemarken moet de op 7,4 miljard euro geraamde aanleg van de tunnel betalen.

De huidige brug over de Fehmarnsund kan de verwachte verkeerstoename door de aanleg van de tunnel niet aan.

Concurrentievervalsing

Daarbij zorgde op 13 december een oordeel van het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg. Deze had op grond van het Deense financieringsmodel voor het tunnelproject met staatssteun de klachten van de rederijen Scandlines en Stena Line toegewezen. Zij klaagden vanwege de staatssteun voor het tunnelproject over concurrentievervalsing. De Europese Commissie heeft nu twee maanden de tijd om in beroep te gaan tegen het  vonnis.

Verkorting transporttijden

De Industrie- en Handelskamer van Sleeswijk-Holstein ziet in de tunnelbouw en de uitbouw van de verkeerswegen een groot potentieel. Door een vaste verbinding over de Fehmarnbelt zouden de Europese landen nader tot elkaar komen. Vooral grote bedrijven in Duitsland en Denemarken verwachten voordelen van de verkorting van de transporttijden tussen Hamburg en Kopenhagen (en het Zweedse Malmö). Het valt overigens te betwijfelen of er ook voor forenzen kortere reistijden ontstaan door de tunnelbouw. Vanwege de te verwachten toename van het autoverkeer moet gerekend worden met een scenario van files tijdens de spits.

De Prins Richard, een van de veerboten op de Vogelfluglinie, in de haven van Puttgarden

Tegenstanders vrezen milieuschade en terugloop toerisme

Ondertussen stellen de tegenstanders van de tunnel dat hij geen economisch nut heeft. Omdat er een goed functionerende veerverbinding tussen Rødby en Puttgarden is, die ieder halfuur in drie kwartier de Fehmarnbelt oversteekt, zou er geen behoefte zijn aan de tunnel. Het huidige verkeersvolume wordt door de veerverbinding immers volledig gedekt. De zelf benoemde Belt-redders verwachten daarentegen zowel milieuschade als economische nadelen voor de regio Oost-Holstein. Vanwege de geluidsoverlast door de geprognosticeerde 120 treinen per dag, waarvan 78 goederentreinen, vrezen tegenstanders een dramatische terugloop van het toerisme in de regio.

Verkeersprognoses

De verkeersprognoses ter rechtvaardiging van het miljardenproject zijn niet sluitend. De IHK Lübeck voorspelt voor de “groeiregio” een toename van het verkeer over de Fehmarnbelt van 4220 (in 2015) naar 7900 personenauto’s per dag bij de beoogde ingebruikname van de tunnel in 2028, voor vrachtwagens van 1070 naar 1520 en bussen van 79 naar 93. Later zou het “toenemende verkeer via Fehmarn eerder per trein” gaan. Ook de Denen rekenen met 9500 voertuigen per dag na de opening van de tunnel. Pas na 25 jaar zou dit aanwassen tot 15.000.

Treinverkeer

Bij de aantallen voor het verwachte treinverkeer krabbelde de projectdrager Femern A/S daarentegen sterk terug. Banedanmark, het Deense spoorwegeninfrastructuurbedrijf, gaat van slechts 17 goederentreinen en 24 personentreinen per dag vanaf de ingebruikname uit. Om deze reden werd de terugverdientijd verlengd tot 36 jaar. Intern rekenen de Deense planners echter al voor een eerder tijdstip als publiek kenbaar gemaakt met een verdrievoudiging van het huidige voertuigentransport op de veerverbinding Rødby-Puttgarden.

De Grote Beltbrug

Vergelijking met Grote Beltbrug

In een interview met radiozender Deutschlandfunk Kultur in juli 2017 vergeleek de voorzitter van de Deense organisatie Femern Belt Development, Holger Rasmussen, de controverse discussie in Denemarken voor de bouw van de Grote Beltbrug (tussen Funen en Seeland) met tolautoweg en spoorverbinding met die in Duitsland over de al jaren omstreden vaste Fehmarnbeltverbinding. De Grote Beltbrug werd in 1998 geopend. “Daarvoor was de transportcorridor (met veren) over de Grote Belt niet meer dan 8.000 voertuigen per dag. Nu zijn er meer dan 34.000 auto’s per dag die deze oversteek maken. En dat zal ook hier (bij de Fehmarnbelt, red.) gebeuren”, aldus Rasmussen. Voor het verkeer over de vaste Fehmarnbeltverbinding zou daarmee met een frequentie van 17.000 voertuigen wellicht al enkele jaren na de ingebruikname van de tunnel gerekend moeten worden, met een stijgende tendens.

‘From road to rail’

Het ligt echter in de rede dat de Europese Commissie het economische nut van het mega-bouwproject en daarmee de miljardensubsidie opnieuw zal evalueren. Ook moet gekeken worden of er sprake is van het EU-beginsel ‘from road to rail’, oftewel de nagestreefde verplaatsing van goederenverkeer van de weg naar het spoor. Het EU-potje voor de TEN-trajecten is uitdrukkelijk bedoelt voor deze verlegging van verkeer van de weg naar het spoor bedoeld.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Polen begint aanleg kanaal door Wislaschoorwal

Op de Wislaschoorwal zijn de eerste voorbereidingen begonnen voor de aanleg van een kanaal dwars door de landtong. Polen wil met het kanaal de haven van de Hanzestad Elbing (Elbląg) vanaf de Oostzee bereikbaar maken zonder door Russische wateren te hoeven.

Voorlopig wordt er alleen nog geologisch en geodetisch voorwerk gedaan, om het voornemen ook vanuit ecologisch gezichtspunt te kunnen beoordelen. Milieuactivisten zijn tegen de plannen voor het kanaal. Zij wijzen er op dat de plannen de migratieroutes van diverse diersoorten zouden verstoren.

Toerisme stimuleren

De bedoeling is dat er een kanaal van 1,3 kilometer lang, tot 80 meter breed en 5,5 meter diep aangelegd wordt dat de Wislaschoorwal doorkruist en het Wislahaf binnen het Poolse territorium met de Bocht van Dantzig verbindt. Met de aanleg van het kanaal hoopt men onder andere de pleziervaart en daarmee het toerisme in de regio te stimuleren.

Nationale veiligheid

Eerder wees de Poolse regering vooral op het belang van de plannen voor de nationale veiligheid. Reddingsboten en schepen van de kustwacht krijgen hierdoor gemakkelijker toegang tot de haf, aldus het Poolse ministerie van Maritieme Economie en Binnenvaart in een toelichting. In de huidige situatie is het Wislahaf vanaf de Oostzee alleen bereikbaar via de straat van Baltiejsk, die in de Russische exclave Kaliningrad ligt. Baltiejsk is een belangrijke Russische marinehaven. 

Kosten

De aanleg van het kanaal kost omgerekend zo’n 190 miljoen euro. De kosten voor het onderhoud van de kanaalinfrastructuur wordt op 700.000 euro per jaar geraamd.

De locatie waar het kanaal moet komen

Strandmeer

Een haf is een strandmeer bij de monding van een rivier, dat van de zee gescheiden wordt door een schoorwal. De Oostzee ken drie grote haffen, het Oderhaf ten noorden van Stettin, het Wislahaf en het Koerse Haf tussen Kaliningrad (Koningsbergen) en Klaipeda (Memel) in Litouwen. Het Wislahaf wordt, anders dan de naam doet vermoeden niet door de rivier de Wisla (Weichsel), die direct in de Bocht van Dantzig uitmondt, gevoed, maar door een zijtak van de Wisla. Via die zijtak hebben binnenvaartschepen vanuit Elbing wel toegang tot de Wisla, die langs belangrijke Poolse steden als Thorn, Warschau en Krakau stroomt.

Posted on

Nord Stream 2 is beslissende slag in economische oorlog

Rond de jaarwisseling kwamen er nieuwe aanvallen vanuit de VS in hun al jaren durende economische oorlog tegen Duitsland. Wat er met de Nord Stream 2-pijpleiding gebeurt is van betekenis voor de toekomst van Europa.

De Amerikaanse ambassadeur in Berlijn bedreigde de bedrijven die de Nord Stream 2-pijpleiding door de Oostzee aanleggen met gerichte sancties – en dat zelfs schriftelijk. Kort daarvoor had de Amerikaanse senaat de Amerikaanse regering en de NAVO ertoe opgeroepen de Nord Stream 2-pijpleiding “met alle middelen” tegen te gaan. En president Trump had de Duitse regering eind vorig jaar reeds meermaals een ultimatum gesteld om de aanleg van de pijpleiding af te breken. Trump schroomt evenmin als zijn ambassadeur om de ware redenen voor zijn strijd tegen Nord Stream 2 bloot te leggen. Deze zou tussen de verkoop van de rond een derde duurdere Amerikaanse energiedragers naar Europa komen.

LNG-terminal

De Duitse regering heeft op deze druk weliswaar een half miljard beschikbaar gesteld om de LNG-handel met Duitsland mogelijk te maken door de bouw van een terminal. De Amerikanen weten echter dat ze qua prijs in Europa niet kunnen concurreren en willen derhalve met alle geweld iedere goedkopere levering door Rusland verhinderen.

Economische oorlog

De slag om Nord Stream 2 is het hoogtepunt van een reeds langer gevoerde economische oorlog tussen de VS en Duitsland. De VS zien Duitsland, niet zonder recht, als economische ruggengraat van de EU en de Eurozone, die  de Amerikaanse plannen voor (economische) wereldheerschappij in de weg zit.

Spionage

De basis van de Amerikaanse maatregelen is het compleet bespioneren van Duitsland. Het recht daartoe hebben de Amerikanen eerst verkregen door het bezettingsrecht en daarna door het Twee-plus-Vier-verdrag veiliggesteld. De Snowden-onthullingen hebben laten zien hoe de Amerikaanse inlichtingendiensten iedere e-mail, surfactie en telefoongesprek door hun in Duitsland geïnstalleerde spionage aftappen, opslaan en door programma’s geautomatiseerd laten uitkammen.

De Amerikaanse overheid kan dus in detail op de hoogte zijn van beslissingen van Duitse bedrijven voor ze überhaupt openbaar gemaakt worden. En kan meteen overgaan tot het opleggen van sancties en boetes om de Duitse concurrentie op de wereldmarkt te schaden. Zo werden aan Deutsche Bank tot nu toe boetes van bij elkaar circa twaalf miljard dollar opgelegd, tegen Volkswagen van meer dan tien miljard en tegen de gezamenlijke Duitse economie meer dan 30 miljard.

Innovatie

Daarbij komt dat overal waar Duitse patenten en kennis superieur waren aan de Amerikaanse, deze door de Amerikaanse overheid aan Amerikaanse bedrijven doorgespeeld werden en buitenlandse opdrachtgevers onder druk gezet om hun opdrachten aan Amerikaanse bedrijven te geven. Edward Snowden heeft hier uitvoerig over gepubliceerd. Al in de oorlog van Boeing tegen Airbus hebben de Duitse regering en de Europese Commissie zich opvallend ingehouden onder de Amerikaanse afpersing, in plaats van te protesteren of de openbaarheid te zoeken.

Eurocraten

In de nieuwe slag om Nord Stream 2 is de opstelling van de Europese politiek volledig onbegrijpelijk. Angela Merkel heeft geprobeerd door hoge compensatiebetalingen aan Oekraïne en Polen de weerstand te verminderen, maar zonder succes. De bondskanselier heeft weliswaar de door de VS geëiste stop niet doorgevoerd, maar ze heeft ook niet geprotesteerd. De eurocraten willen de pijpleiding ook niet, omdat Polen er tegen is, en Amerikaanse financiële kringen de van hen afhankelijke EU-politici en -organisaties intensief bewerken.

Europese belangen of Amerikaanse?

De economische oorlog tussen de VS en de EU wordt in de slag om Nord Stream 2 besloten. Als Duitsland en de EU toegeven aan de afpersing door de VS, dan is definitief duidelijk dat het in economisch opzicht niet meer om Duitse of Europese belangen gaat, maar uitsluitend om Amerikaanse, dat Europa kortom als kolonie van de VS moet gehoorzamen en zich moet laten uitbuiten.

Wordt de slag om Nord Stream 2 echter gewonnen, dan is daarmee ook meer onafhankelijkheid voor Europa van de VS gewonnen, met effect op de lange termijn. Derhalve grijpen de VS nu naar bijzondere maatregelen. Gerichte sancties moeten de contractueel toegezegde deelname van een Nederlands gespecialiseerd schip verhinderen om daarmee de aanleg stil te leggen en te vertragen. Eerder waren reeds alle banken die aan Nord Stream 2 wilden meedoen bedreigd met internationale strafmaatregelen. Het gaat om oorlog met alle middelen om de verkoop van Russisch gas in Europa te hinderen en Amerikaans gas te slijten.

Duitsland staat alleen

Analysten houden het intussen voor waarschijnlijk dat de VS zullen winnen. Ze kunnen voor hun economische oorlogvoering alle internationale organisaties als IMF, Wereldbank en NAVO mobiliseren. Daarnaast hebben ze door hun sanctiedreigementen ook de grote bedrijven en banken van de wereld geneutraliseerd. De VS kunnen praktisch de hele wereld bestraffen, omdat Amerikaanse rechtbanken overal jurisdictie hebben waar een rekening in dollars betaald wordt of werd. Duitsland heeft echter zelfs in Europa nauwelijks echte bondgenoten in deze kwestie. Uitgesproken vijanden, zoals Polen, de Baltische staten en Oekraïne zijn er wel. Ook het Verenigd Koninkrijk, zelf een grote belanghebber bij de toevoer van Russisch gas, is om redenen van trans-Atlantische loyaliteit tegen de pijpleiding.

Posted on

Tegenslagen treffen Russische marine

Het recente zinken van een droogdok waarin het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov was gestationeerd, is slechts een van de vele problemen waar de Russische marine mee te kampen heeft. Ook de constructie van nieuwe schepen verloopt stroef. Het valt nog maar te bezien of deze problemen binnen afzienbare tijd kunnen worden opgelost.

De Russische marine heeft te maken met een aantal grote problemen. Sommige daarvan vormen de erfenis van de economisch slechte jaren ’90. De enorme investeringen die nodig zijn om een vloot op te bouwen en te onderhouden zijn in deze moeilijke periode uitgesteld. Als gevolg daarvan is de Russische vloot grotendeels verouderd; schepen dienen te worden vervangen of gemoderniseerd. Daar komt nog bij dat een deel van de technologische kennis en het industriële potentieel verwaterd zijn. Hierdoor komt het herstel van de Russische marine maar moeizaam op gang. In de afgelopen maanden werd de Russische marine opnieuw getroffen door een reeks tegenslagen. De problemen met betrekking tot de bouw van Russische marineschepen bespreek ik in dit artikel.

Zinkend droogdok

Op 29 oktober 2018 trok het Russische vliegdekschip Admiraal Koeznetsov de aandacht van de wereldpers toen het droogdok waarin zij zich bevond zonk. De Koeznetsov was in dit droogdok geplaatst voor moderniseringswerkzaamheden. Het droogdok was op het moment van zinken afhankelijk van elektriciteit die vanaf de wal werd geleverd. Toen die om onduidelijke redenen uitviel, lieten ook de pompen die de ballast van het droogdok regelden het afweten. Dieselgeneratoren op het dok bleken niet voorzien van brandstof, waardoor er geen noodstroomvoorziening aanwezig was.[1]

Aanvankelijk werd gemeld dat de moderniseringswerkzaamheden geen vertraging zouden oplopen, maar het is maar de vraag of dat zo is. De val van een kraan van het droogdok op het dek van de Koeznetsov heeft een gat van enkele vierkante meters achtergelaten. Plaatsvervangend premier Borisov meldde dat het incident geen gevolgen zou hebben voor de reparatiewerkzaamheden aan de Koeznetsov en hoopt dat het schip in 2021 weer in dienst kan worden genomen.[2] Maar de verwachtingen zijn dat, als het droogdok al te redden valt, dit al snel een half jaar kan duren. Dat betekent dat ook de reparatie en modernisatie van andere schepen vertraging zullen oplopen.

De Koeznetsov wordt overigens al langer geplaagd door problemen. Een van haar bemanningsleden kwam om toen er brand uitbrak in de machinekamer. Ook verloor het schip drie van haar straaljagers tijdens de uitzending naar Syrië.

Vertraging

In augustus 2018 werd bekend dat de modernisatie van de slagkruiser Admiraal Nachimov langer zou duren dan verwacht, namelijk tot 2022. Maar dit kan nog verder oplopen door financieringsproblemen. De Nachimov ligt al sinds 1999 in een droogdok. Nadat in 2014 de opdracht werd gegeven om haar te moderniseren, zou zij oorspronkelijk in 2018 weer in dienst worden genomen. Inmiddels is dit dus al 2022 geworden. Dit betekent dat ook de modernisatie van het zusterschip van de Nachimov, de Pjotr Velikij, wordt uitgesteld.[3] Herstel- en moderniseringswerkzaamheden op de Slava-klasse kruisers, waarvan de laatste in 2016 opnieuw in dienst trad, bleken succesvoller te zijn.

Opstartproblemen door Oekraïne

De bouw van zes Grigorovitsj-klasse fregatten (Project 11356, tonnage: 4000 ton) had al eerder veel vertraging opgelopen doordat de motoren voor de schepen niet geleverd werden. De turbinemotoren zouden van een Oekraïens bedrijf afkomstig zijn, maar door de gebeurtenissen in Oost-Oekraïne en op de Krim zag Oekraïne hiervan af. Hierdoor konden drie van de zes fregatten niet worden afgebouwd. Er was een tijd sprake van om de drie overige Grigorovitsj-fregatten, ironisch genoeg wél voorzien van Oekraïense motoren, te verkopen aan India, maar door de ontwikkeling van Russische turbinemotoren worden de fregatten momenteel toch afgebouwd voor de Russische vloot zelf. De verwachting is dat de overige schepen van de Project 11356-reeks voor 2021 in dienst zullen worden genomen.[4]

Ondanks de ‘opstartproblemen’ met de Oekraïense motoren is Project 11356 uiteindelijk toch een succesverhaal voor de moderne Russische scheepsbouw. De fregatten namen deel aan de operatie in Syrië en raakten beroemd door de salvo’s Kalibr-M-raketten die ze afvuurden op doelwitten aldaar. De schepen zijn eveneens ingezet in A2AD-operaties tegen NAVO-schepen toen er een raketaanval dreigde aan de vooravond van het Idlib-offensief, en al eerder in april, toen Amerikaanse en Franse schepen een vergeldingsaanval uitvoerden voor de vermeende chemische aanvallen in Syrië. Het gevolg is dat India geïnteresseerd is geraakt in het schip en er in totaal vier wil aanschaffen.[5]

Het ontbreken van turbinemotoren teisterde eveneens de constructie van een andere type fregat, de Gorshkov-klasse (Project 22350, tonnage: 5400 ton). Mede door het ontbreken van de motor heeft de bouw van het Gorshkov-klasse fregat geduurd van 2006 tot 2018. Pas enkele maanden geleden is het eerste schip van de Project 22350-serie in dienst genomen: de Admiraal Gorshkov. De verwachting is dat het volgende schip van de Gorshkov-klasse in 2020 gereed is voor dienst.

Succesvolle korvetten

Een onderdeel van de Russische scheepsbouw dat relatief voorspoedig loopt, is de bouw van de kleinere korvetten. Die bleken erg effectief in de oorlog in Syrië, toen een aantal Boejan-M-korvetten Kalibr-M kruisraketten afvuurden op doelwitten in Syrië vanuit de Kaspische Zee. Het was een unicum dat schepen met een dergelijke kleine waterverplaatsing voor zulke grondaanvallen werden gebruikt. Daarom heeft Rusland een reeks van deze korvetten gebouwd, allen capabel om kruisraketten af te vuren. Het gaat hier om de bovengenoemde Boejan-M-klasse, de Steregoesjsjiy-klasse (een multipurpose-fregat met anti-onderzeeër-capaciteit) en de Karakoert-klasse. Daarnaast is de ontwikkeling en bouw van het Bykov anti-piraterij-korvet relatief succesvol tot stand gekomen.

Toch blijkt ook de afbouw van Karakoert-klasse korvetten problemen te ondervinden, wederom met betrekking tot de levering van motoren. De problemen liggen ditmaal niet bij Oekraïne, maar bij de binnenlandse productie van de dieselmotoren. Het gebruik van Chinese motoren bleek niet mogelijk te zijn, omdat dat een aanpassing van de al bestaande schepen zou betekenen. De scheepswerf heeft hierdoor de levering van twee korvetten al met een jaar moeten uitstellen.[6]

De weg naar herstel

Al met al kampt de Russische marine met grote problemen. Moderniseringswerkzaamheden lopen vertraging op, net als de bouw van nieuwe schepen. Desondanks lijkt een aantal problemen te worden verholpen, meer specifiek die veroorzaakt door het gebrek aan turbinemotoren. Het valt nog te bezien hoe goed de Russische marine in staat zal zijn de bouw van grote schepen in goede banen te leiden. De bouw van de Lider-klasse torpedobootjagers, het Sjtoerm-vliegdekschip en de helikopterschepen zullen een nieuwe uitdaging vormen voor de Russische scheepsbouwsector. Maar ondanks de problemen kent de Russische scheepsbouw ook een aantal successen, namelijk de Grigorovitsj-klasse fregatten en de vele verschillende korvetten die zijn ontwikkeld. Het zal echter nog wel een tijdje duren voor de Russische marine zich volledig heeft hersteld.


[1] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[2] http://tass.com/defense/1028625

[3] https://russiandefpolicy.blog/2018/10/30/admiral-nakhimov-slipping/

[4] https://sputniknews.com/russia/201707011055145630-russian-navy-frigates/

[5] http://navyrecognition.com/index.php/news/naval-exhibitions/2018/euronaval-2018/6650-first-locally-built-11356-frigate-to-be-handed-over-to-indian-navy-in-2023.html

[6] http://www.navyrecognition.com/index.php/news/defence-news/2018/october-2018-navy-naval-defense-news/6556-russian-navy-rejects-switch-to-chinese-engine-for-project-22800-corvettes.html

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Ruimterevolutie: Hoe de walvisjacht ons wereldbeeld veranderde

Het boek Land en zee van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt is een opvallende afwijking van zijn gebruikelijke discours. In zijn andere werken schrijft hij vooral over recht, politiek en direct aanverwante zaken. Een voorbeeld is het boek Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus waarin Schmitt in 1923 de parlementaire democratie van de Weimarrepubliek bekritiseert. Bekender is het werk Der Begriff des Politischen waarin hij de politiek tot wij-zij tegenstellingen herleidt. In Land en zee gaat hij echter op heel andere zaken in.

Wat is de aarde eigenlijk en hoe komt het dat we de aarde zien zoals wij die zien? Hoe komt het dat wij anno 2018 de aarde zien als een groen-blauwe bol in een oneindige ruimte? Hoe kan dat zo verschillen van het wereldbeeld van andere volkeren? Volgens Carl Schmitt ligt hier een zogenoemde “ruimterevolutie” aan ten grondslag en die heeft alles te maken met de manier waarop onze voorouders naar hun wereld keken.

De eersten die de omslag maken zijn de oude Grieken in de klassieke Oudheid. Griekenland bestaat uit vele stadstaten, maar de zeemacht Athene en de landmacht Sparta steken in deze Griekse wereld boven allen uit. Het denken van de Grieken veranderde van een volk dat zich enkel met landbouw bezighield naar een zeemacht, omdat het op een gegeven moment het gehele oostelijke deel van de Middellandse zee ging beheersen. De Grieken waren opgesloten in deze context en ze misten de mankracht om hieruit te breken.

Pas toen het Romeinse Rijk uitdijde naar het tegenwoordige Frankrijk en dus naar de Atlantische oceaan, wist de klassieke Oudheid uit deze kooi te breken in de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar toen was het eigenlijk al gedaan. Het Romeinse Rijk stortte zichzelf daarna in chaos en er was onder Romeinse leiding geen paradigmaverschuiving.

In de middeleeuwen was heel Europa, van het noorden tot het hele zuiden, opgemaakt uit verschillende agrarische staten. Aan de randen van deze boerenstaten werd er visserij bedreven. Met de Bijbel in de hand werden de Germaanse volkeren van noord tot zuid bekeerd tot het Christendom. De ruimte op de aarde is wat de Middeleeuwers betreft een heleboel land en een heleboel agrarische producten op dat land. Tot het einde van de middeleeuwen is er geen echte verandering in deze zienswijze.

In het Oude Testament is er een mythisch zeedier te vinden, de leviathan (Job, hoofdstuk 40 en 41), en leviathan gaat een grote rol spelen in de omslag van het besef van ruimte van de Germaanse volkeren in Europa. De leviathan, meestal afgebeeld als walvis, lokt de vissers van Europa de zee op omdat deze vis zich niet laat vangen aan de kust. Zonder de walvisjacht zouden de Europese vissers in een smalle strook van de kust zijn gebleven. Het besef van de ruimte op aarde verandert onder druk van de walvisjacht razendsnel. Carl Schmitt beschrijft dit fenomeen als een “ruimterevolutie”. De ruimte waarin men denkt te leven verandert van landmassa naar land- en zeemassa.

Ook de middelen om zich op de zee te begeven veranderen. De galei van de Klassieke wereld worden afgedaan en schepen die de wind opvangen met zeilen doen hun intrede. Men kan veel verder en veel sneller zich op zee begeven. Er wordt een nieuw continent ontdekt en daarmee nieuwe handel, nieuwe regels, nieuwe innovaties. Ongeveer tussen de jaren 1490 en 1600 vinden deze veranderingen plaats. Het besef van de ruimte waarin men denkt te leven verandert en de middeleeuwse ordening der dingen komt definitief ten einde. Hulpeloos rolt de Europese beschaving een nieuw tijdperk binnen.

Het begin is nog wat onhandig. Er gebeurt ook iets geks met Engeland. Vooral Engeland is in de middeleeuwen ook een boerenstaat die zich voornamelijk bezighoudt met schapen, textiel en Frankrijk proberen te veroveren. Het protestantse Engeland draait zijn rug naar het continent Europa en richt zich op de zee. Met zo’n succes zelfs dat het de katholieke landen Spanje en Portugal inhaalt. De heerschappij van de zee is van niemand of iedereen. Maar eigenlijk vooral van één land: Engeland. Dit Germaanse volk beheerst in de negentiende eeuw de zee, de zeehandel en daarmee de wereld. Zozeer zelfs dat Engeland zichzelf niet meer als Europese macht ziet.

We belanden aan in de 20e eeuw en dan vindt een tweede ruimterevolutie plaats. Het oudtestamentische monster, Leviathan, is niet meer zozeer een vis, maar een ijzeren monster in de vorm van een modern slagschip. De overgang van stoomboot naar modern slagschip is niet kleiner dan de overgang van galei naar zeilschip, verklaart Carl Schmitt. Duitsland en enkele andere landen zijn industriële machten geworden en kunnen net zo produceren als Engeland. Hiermee komt de onbetwiste heerschappij over de zee door Engeland ten einde.

Land en Zee is een bijna dichterlijke beschrijving van deze gigantische veranderingen. Het zijn mooie woorden die laten zien hoe het komt dat de Europese beschaving andere volkeren ontdekte en dat het niet die andere volkeren zijn geweest die ons ontdekt hebben.

Carl Schmitt ~ Land en Zee

Posted on

Polen wil 2 miljard betalen voor Amerikaanse basis

De Poolse regering wil een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid in Polen. Dat komt naar voren uit een recent voorstel van het Ministerie van Defensie. Polen wil daar anderhalf à twee miljard dollar voor betalen.

Polen streeft reeds langer nauwe militaire banden met de Verenigde Staten na en heeft sinds zijn toetreding tot de NAVO in 1999 herhaaldelijk gevraagd om een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden-Europese land.

Het huidige voorstel* komt ruim een maand voor een geplande top van NAVO-leiders in Brussel. Het voorstel  spreekt van “een duidelijke en aanwezige nood aan een permanente Amerikaanse pantserdivisie gestationeerd in Polen”. Momenteel zijn er reeds militairen uit de VS en andere NAVO-landen in Polen gestationeerd op basis van rotatie.

Het Poolse Ministerie van Defensie bevestigde aan Poolse journalisten dat het voorstel dat zij in handen hadden echt is en zei dat het niet geclassificeerd is. Het voorstel bevat informatie over voorgestelde locaties voor militaire bases en de faciliteiten die daar gerealiseerd kunnen worden voor Amerikaans militair personeel. Het voorstel was bestemd voor de Amerikaanse regering en het Congres en zij hebben het inmiddels ook ontvangen.

Dominik Smyrgała, die tot afgelopen januari staatssecretaris van Defensie was, stelde tegenover Poolse journalisten dat sinds afgelopen zomer aan het voorstel gewerkt is door een groep ambtenaren en militaire officieren.

Saillant detail is dat het Ministerie van Defensie bevestigde dat het voorstel naar de Amerikaanse regering en het Congres gestuurd is zonder afstemming met het Ministerie van Buitenlandse Zaken of president Andrzej Duda, die tevens de opperbevelhebber van het Poolse leger is.


Proposal-for-a-U.S.-Permanent-Presence-in-Poland-2018 (pdf)