Posted on

Messenmigratie – Chemnitz past in een patroon

Met één dode en twee zwaargewonde Duitsers was de aanval van Chemnitz een nieuw hoogtepunt van de messenterreur door asielzoekers die sinds de ongecontroleerde grensopening van 2015 over Duitsland neerdaalt.

Toen het Bondsdaglid Markus Frohnmaier (AfD) na de dodelijke aanval door twee asielzoekers uit Irak en Syrië tegen een Duitser van deels Cubaanse afkomst van ‘messenmigratie’ sprak, stak er vanuit de gevestigde partijen meteen protest uit vanwege deze zogezegd discriminatoire woordkeus.

Feit is echter dat men sinds het aanzwellen van de massamigratie in 2015 een sterke toename van dit soort dodelijk geweld door immigranten kan vaststellen. Merkels immigratiebeleid van open grenzen heeft een vicieuze cirkel van geweld in gang gezet. Haast iedere dag komt er een van tientallen mes-aanvallen in de media, met een islamitische, terroristische of antisemitische achtergrond. Met messen, bijlen of machetes bewapende daders met een migratieachtergrond hebben in de afgelopen maanden in alle Duitse deelstaten toegeslagen.

Het epicentrum van het messengeweld is Berlijn, waar sommige buurten zo gevaarlijk zijn, dat het een soort van no-go-zones zijn geworden. Volgens het regionale dagblad Berliner Morgenpost zijn immigranten voor ten minste 45 procent van alle misdaden in de hoofdstad verantwoordelijk. Ook Bremen en Bremerhaven zijn brandpunten van de messenterreur. Alleen in 2016 werden in Bremen al 469  mensen – gemiddeld meer dan 1 per dag – het slachtoffer van een mes-aanval.

Een ander zwaartepunt van de messenterreur is Noord-Rijnland-Westfalen, waarbij vooral de binnenstad van Düsseldorf zwaar getroffen wordt. Familieleden of andere asielzoekers maken een aanzienlijk deel uit van de slachtoffers. Maar er worden in toenemende mate ook mes-aanvallen tegen sociaal werkers,  artsen, politie-agenten en andere ambtenaren die de asielzoekers willen helpen geregistreerd.

Er vond al geweld met messen plaats op feesten, jaarmarkten, op fietspaden en pleinen, in hotels en parken, in het openbaar vervoer, in restaurants, scholen, supermarkten en treinstations. Het gevaar ligt eigenlijk overal op de loer.

Bijzonder vaak zijn mes-aanvallen door immigranten gericht tegen meisjes of vrouwen. De Duitse politie tekende tussen januari en oktober 2017 meer dan 3.500 misdaden op waarbij een mes getrokken werd, vergeleken met 4.000 van zulke misdaden in heel 2016 en slechts 300 in 2007. Met de immigratie uit Arabisch-islamitische landen maakt Europa een beangstigende toename van de messenterreur mee. Politiek en media in Duitsland bagatelliseren en vervalsen zelfs statistieken, in plaats van actie te ondernemen om de eigen burgers beter te beschermen.

De Duitse rechtspraak is op deze geïmporteerde criminaliteit niet voorbereid. Messentrekken wordt in Duitsland als gefährliche Körperverletzung (gevaarlijke verwonding) ingeschaald. De Duitse politievakbond pleit er nu dan ook voor om het in de toekomst als poging tot doodslag te zien, zodat de daders hangende het onderzoek meteen in hechtenis genomen kunnen worden.

Ter zelfverdediging zijn duizenden vooral jonge autochtone mannen er reeds toe overgegaan zelf een mes bij zich te dragen. De burgers merken dat er in hun land iets veranderd is qua openbare orde en dat met name het geweld merkbaar toeneemt. De politie geeft toe dat ze getalsmatig het onderspit delft, te veel op haar bordje heeft en steeds minder in staat is de openbare orde overal te handhaven, vooral ’s nachts.

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

Vuurwerk is niet leuk

Een van mijn grootste angsten is dat secularisatie niet alleen geloof en kerk aantast, maar ook de alledaagse dingen in het leven. Geloof het of niet, maar de discussie over vuurwerk is door en door geseculariseerd en keert zich tegen het diep menselijke aspect van de beleving van Oud en Nieuw. De argumenten tegen vuurwerk slaan wat mij betreft de plank mis, omdat weinig mensen in deze tijd kunnen peilen waarom er eigenlijk vuurwerk juist op dat punt in de tijd wordt afgestoken. Mensen die betogen tegen vuurwerk afsteken veronderstellen een lineaire tijdsdimensie, met andere woorden een geseculariseerde, platte tijd die niks anders is dan de voortgaande opsomming seconden, minuten, uren, zonder onderling verschil.

Dit blijkt vooral uit de argumenten die worden gebruikt, vuurwerk zorgt voor overlast, het is geldverspilling, slecht voor het milieu en huisdier. Zelfs christenen betogen dat vuurwerk afsteken een teken is van slecht rentmeesterschap, en dus zonde. Ook de jaarlijkse gewonden door ongelukken met vuurwerk worden aangedragen. Kortom, laat vuurwerk achterwege of laat het afsteken door professionals op een afgezonderd terrein, maar zorg er in vredesnaam voor dat Oud en Nieuw leuk is voor zoveel mogelijk mensen. Alsof Oud en Nieuw een moment is als ieder ander.

Het idee van vuurwerk is juist dat het past bij Oud en Nieuw omdat dit tijdstip een kwalitatief andere tijd is. Het tapt in een diepere tijdsdimensie, die niet zozeer chronologisch iets uitmaakt, maar wel de kwaliteit van het huidige moment verandert.

Nieuwjaarsduik bij Scheveningen (foto: Alexander Fritze)

En op zo’n moment breekt er een chaos door die alle orde en gevestigde regels op losse schroeven zet. De normale gang van zaken geldt niet meer, nu zijn er andere verhoudingen en regels. De straten zijn chaotisch met veel volk en overal wordt geknald. In de breuklijn van de kalender dringt een diepere tijd door, een tijd van overgang van de ene status naar een andere status, een liminale tijd. Dit wortelt diep in de menselijke tijdsbeleving, het is een fout om te denken dat deze chaos en plotselinge speling in alledaagse regels slechts fungeert als een soort veiligheidsventiel. Het komt voort uit de beleving dat tijd meer is dan het ene inwisselbare moment na het andere inwisselbare moment. Het moment van Oud en Nieuw is speciaal  en er is niets passender bij het moment om vuurwerk af te steken. Daarom is het fout om te betogen dat Oud en Nieuw, en in het bijzonder, vuurwerk afsteken leuk moet zijn voor ieder moment. Vuurwerk is niet leuk, het is chaotisch, gevaarlijk, ondermijnend.

In zijn boek A Secular Age behandelt Charles Taylor dit soort tijden, voornamelijk bij de viering van Carnaval. Daarin breekt de anti-orde sterker en duidelijker door. Naar analogie kunnen we ook deze liminale en chaotische tijdsperiodes terug herkennen in ontgroeningen bij studentenverenigingen, zelfs de examenstunt op een middelbare school wordt in een nieuw licht gezet door het besef van een diepere tijd. Oud en Nieuw met het bijbehorende vuurwerk valt ook onder dit soort tijden van een andere orde, juist omdat zo duidelijk wordt waar het fout gaat. Menselijk welzijn is de enige waarde die geldt, er is niks wat er tegenover staat en menselijk welzijn overstijgt. Het is te zien in de utilistische argumenten tegen vuurwerk. Vuurwerk moet leuk en ongevaarlijk zijn. Vuurwerk is niet leuk en het is niet ongevaarlijk. Het hoort bij een tijd van chaos die de bestaande orde onder een bedreigende spanning zet. Wie betoogt dat vuurwerk leuk en ongevaarlijk moet zijn  is bezig met domesticerende secularisering van de mens in zijn alledaagse leven.

Posted on

Franse anti-terrorismesoldaten zelf geliefd doelwit terroristen

Na de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo en de Joodse supermarkt riep de toenmalige Franse president François Hollande in januari 2015 de missie ‘Sentinelle’ (schildwacht) in het leven. Sedertdien patrouilleren 7.000 bewapende leden van deze bijzondere eenheid van het Franse leger in alle grotere steden, vooral in de buurt van toeristenattracties en kerken.

De soldaten konden niet verhinderen dat sinds het begin van hun missie 239 mensen in Parijs, Nice en Rouen door islamisten op gruwelijke wijze werden vermoord. De soldaten, die voor meer veiligheid en minder terrorisme moesten zorgen, zijn zelf mede tot doel van veel aanslagen geworden.

Na aanslagen onder andere op de Champs-Ëlysées, de Eiffeltoren, in het Louvre, voor de kathedraal Notre Dame en in Versailles, sloeg onlangs voor de zesde keer in zo’n twee jaar een islamistische aanslagpleger met een voertuig toe, door te proberen een groep van zes soldaten met een huurauto aan te rijden. “De auto reed langzaam en accelereerde vervolgens ineens”, zo schilderde minister van Binnenlandse Zaken Gérard Collomb de aanslag. Plaats van de aanslag was de kleine stad Levallois-Perret bij Parijs.

Geheime dienst

In deze goed bewaakte stad bevindt zich zowel de zetel van de binnenlandse geheime dienst DGSI als ook de Anti-Terrorisme Eenheid SDAT, die beide op slechts enkele honderden meters van de plaats van de aanslag liggen. Videocamera’s registreerden ook het kenteken van de huurauto. Zes uur na de aanslag stopten politieagenten op snelweg 16 tussen Parijs en Boulogne-sur-Mer in het noorden van Frankrijk een verdachte Algerijn, die in de bewuste auto op weg was, hij raakte daarbij zwaar gewond door vijf schoten. De dader zou bewust Operatie Sentinelle als doelwit gekozen hebben.

Zij patrouilleren in groepen van drie of vier in goed herkenbare uniformen en zijn tot een geliefd doelwit voor terroristen geworden. De meest spectaculaire aanslag vond in februari in het Louvre plaats, toen een als toerist vermomde terrorist met een machete op Sentinelle-soldaten inhakte en “Allahu akbar” riep, voordat hij neergeschoten werd. Begin augustus probeerde een islamist militairen bij de Eiffeltoren met een mes aan te vallen.

Noodtoestand

President Emmanuel Macron had bij zijn aantreden op 14 juli aangekondigd de Operatie Sentinelle aan een grote revisie te onderwerpen. Voor september kondigde hij voorstellen aan, hoe de missie, die volgens opinieonderzoek gesteund wordt door 77 procent van de Fransen, duurzaam voortgezet kan worden. “Sentinelle blijft zo lang bestaan als ze voor de bescherming van de Fransen nodig is”, verzekerde minister van Defensie Florence Parly.

Macron is voornemens op 1 november de al meer dan twee jaar geldende noodtoestand op te heffen en door een anti-terrorismewet te vervangen. Het wetsontwerp voorziet onder andere in de mogelijkheden van huisarrest van tot drie maanden en huiszoeking bij iedereen “die een bijzonder zware bedreiging voor de veiligheid en de openbare orde” vertegenwoordigd. Met haar maatregelen probeert de regering niet alleen de Fransen gerust te stellen, maar ook de toeristen. Na de aanslagen in Parijs en Nice is het toerisme in de hoofdstad en aan de Côte d’Azur duidelijk merkbaar afgenomen.