Posted on

Nice – Eigen schuld, dikke bult

Zoals verwacht heeft de salafistische terreur nog maar eens toegeslagen in Europa. Ditmaal was Nice het doelwit. Met mensen, veel kinderen incluis, die naar het vuurwerk zaten te kijken en plots geconfronteerd werden met een kamikaze met vrachtwagen die door de massa rijdend meer dan 80 doden maakte. De Franse nationale feestdag passend gevierd zal men bij salafisten zeggen.

Zij aan zij met al Qaeda

Maar dit is natuurlijk allemaal geen verrassing. Salafistische terreurgroepen zullen nog een tijd hier blijven toeslaan en het bloed veelvuldig doen stromen. Maar waar komt dit geweld vandaan? Hoe kon dit zo groeien en zo geraffineerd werken? Het antwoord is doodsimpel. Het westen leerde hen de trucs, hielp met diplomatieke steun en gaf hen zelfs de wapens om ermee toe te slaan.

Neem het Parijse satirische tijdschrift Charlie Hebdo dat begin 2015 werd aangevallen en de redactie gedecimeerd. Het was al Qaeda, niet rivaal ISIS, die had toegeslagen. Maar nog steeds wordt datzelfde al Qaeda in o.m. Syrië en Jemen de hand boven het hoofd gehouden.

Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.
Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.

Kijk naar Jemen waar al Qaeda en ISIS dankzij de Saoedische interventie exponentieel konden groeien. Al Qaeda vecht zelfs aan de zijde van de Saoedische interventiemacht. En die krijgt volop steun van de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Franse president François Hollande – die het lef heeft om zich socialist te noemen – steunt dus nog steeds die groep die bij Charlie Hebdo dat bloedbad veroorzaakte. De man zou dan ook best nu ontslag nemen en voor de rechtbank gesleurd worden wegens medeplichtigheid aan terreur en landverraad. Dit is toch heulen met de vijand.

Typerend is dat men nu in Europa overal een minuutje stilte gaat houden. Mooi gebaar. Maar toen Charlie Hebdo werd aangevallen betuigde de Syrische regering haar condoleances. Als diezelfde terreurgroepen in Syrië toeslaan was er jarenlang zelfs applaus in de salons van Londen, Parijs en Washington. Onze kranten hadden het over een ‘succesvolle bevrijdingsstrijd’. Om van te kotsen.

De Standaard

Kijk naar een invloedrijke krant als De Standaard. Wie in Vlaanderen wil weten wat er allemaal in de wereld gebeurt leest die krant. Maar zie, recent riep men in die krant nog op om aan die Syrische jihadisten modern luchtafweergeschut te bezorgen.

En hun correspondent in het Midden-Oosten, Jorn De Cock, gaf zelfs mediatraining aan die opstandelingen die hij nadien in zijn krantenartikels dan omschreef als de toekomst voor het land, de helden van de (sic) revolutie. En intussen hielp zijn deels Libische vrouw vanuit jihadistenland Qatar mee zodat al Qaeda & Co Libië kort en klein konden slaan. Wat haar vader als premier ooit hielp opbouwen.

Of neem hun andere journaliste, Corry Hancké die zich voor haar berichtgeving over de Krim baseerde op de propaganda van Hizb ut Tahrir, na de Moslimbroeders de belangrijkste internationaal georganiseerde salafistische terreurgroep. En zo gaat die krant onverstoord verder. Excuses? Koerswijziging? Vergeet het.

De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.
De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.

Hoeft het dan te verbazen dat het politiek debat in onze politiek over die terreur en het Midden-Oosten van een onvoorstelbaar laag niveau is. Een man zijn broek zakt er van af. Maar ja, al die parlementsleden lezen De Standaard en denken dan dat ze aan de hand van de verhalen van een Corry Hancké en Jorn De Cock echt weten wat er ginds aan het gebeuren, is.

Joegoslavië

Neem bijvoorbeeld ook de Joegoslavische oorlog uit de jaren negentig van vorige eeuw. Tonnen papier verspilden diezelfde kranten aan de Servische president Slobodan Milosevic – het ‘monster’ – en die voor hen bloeddorstige Serviërs. Maar dat ginds Bin Laden en al Qaeda volop actief waren las men er NOOIT. Men hield het voor de buitenwereld verborgen.

Het resultaat is nu gekend. Niet België is per hoofd van de bevolking in Europa de grootste leverancier van Syriëstrijders zoals onze kranten verkeerdelijk schrijven. Neen, dat zijn Albanië, Kosovo en Bosnië. Landen die volop de steun van de VS genoten, zelfs hun creaties zijn en een bekeringsgebied bij uitstek bleken voor Saoedi Arabië. Het krioelt er tegenwoordig van de minaretten en hoofddoeken.

Daar ligt het probleem. De VS zegt nu toch al Qaeda en haar bondgenoten in Syrië eindelijk te willen gaan aanvallen. Afwachten maar. Met dubbele tong spreken was een uitdrukking van de inheemse bevolking in Noord-Amerika over de regering in Washington. En ze kenden de praktijk van die regering. Luister niet naar hun woorden dus maar kijk naar hun daden. Liefst die achter de schermen.

Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!
Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!

Neen, zolang men de salafistische bekeringsijver van die Arabische woestijnstaten blijft tolereren en zich door hen laat omkopen zal de strijd tegen de terreur alleen maar een lege doos blijven, een slogan zonder inhoud. Maar of we van figuren als Didier Reynders, Hollande, Nicolas Sarkozy of Barack Obama een echte koerswijziging gaan krijgen is zeer twijfelachtig. Eerst zien en dan geloven.

PS: Wie een uitstekend stuk wil lezen over wat de VS in Syrië moet doen kan dit eens lezen. Het is geschreven door twee voormalige Amerikaanse toplui die vroeger onder Obama betrokken waren bij het beleid tegenover het Midden-Oosten. De neo-conservatieven en ‘progressieve’ haviken zoals die van Human Rights Watch zullen het niet graag lezen.

The New York Times, 15 juli 2016, ‘Why the U.S. military can’t fix Syria’, Simon Stevin en Jonathan Stevens. http://www.nytimes.com/2016/07/14/opinion/why-the-us-military-cant-fix-syria.html?nlid=67751936&src=recpb&_r=0.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op de weblog van Willy Van Damme en met toestemming overgenomen op Novini.

Posted on

Jemen: Houthi-rebellen vallen doelen in Saoedi-Arabië aan (video)

De aanhoudende luchtbombardementen van de door Saoedi-Arabië aangevoerde coalitie op delen van Jemen waar de Houthi-rebellen zich ophouden, heeft voor een uitbreiding van het conflict naar het Saoedische territorium zelf gezorgd.

Houthi-rebellen vielen deze week militaire doelwitten in twee steden aan de andere kant van de grens aan, zo bericht persbureau Reuters. Daarbij werden meerdere Saoedische soldaten gedood of verwond.

De Houthi-rebellen strijden in Jemen tegen aanhangers van de gevluchte president Abed Rabbo Mansour Hadi en worden daarbij vermoedelijk ondersteund door het sjiitische Iran, wier soennitische aartsvijand Saoedi-Arabië al maanden luchtaanvallen op haar zuiderbuur uitvoert. De Houthi-rebellen brengen nu de grondoorlog die de Saoedi’ s vooralsnog vermeden naar hun eigen grondgebied.

 

Posted on 1 Comment

Bereidt Saoedi-Arabië invasie Jemen voor?

Nadat een coalitie van Arabische landen onder leiding van Saoedi-Arabië en ondersteund door de Verenigde Staten de bombardementen op Jemen sinds enkele dagen heeft hervat, lijkt een verdere escalatie van het conflict te dreigen. Naast de voortdurende bombardementen lijkt een grondoffensief voorbereid te worden.

Volgens onbevestigde berichten uit de regio staan 150.000 Saoedische militairen aan de grens met Jemen gereed voor een aanval. Het is dan niet vreemd de hernieuwde luchtbombardementen als tactische voorbereiding voor een invasie te zien. Naast een invasie over land, behoort ook een aanval vanuit het zuiden tot de mogelijkheden, daarvoor zou de coalitie de haven van Aden in handen moeten krijgen. In dit scenario zouden dan tegelijk soennitische stammen en Al-Qaida vanuit het oosten naar de hoofdstad Sanaa op moeten rukken. Hoe het ook zij, de Saoedische bombardementen op Jemen heeft de positie van Al-Qaida in dit land duidelijk versterkt.

Het zijn uitsluitend de aan Amerika verbonden Arabische staten die aan deze oorlog meedoen, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Qatar en Koeweit, en ook de militaire junta van Egypte is van de partij. Tekenend is ook dat Israël voor het eerst aan de zijde van een Arabische coalitie aan een oorlog deelneemt. Doelwit van de meest recente luchtaanvallen was onder andere de internationale luchthaven van Sanaa. In een andere aanval zouden “ballistische wapens van de Houthi-milities en van ex-president Ali Abdullah Salih” vernietigd zijn, aldus het Saoedische ministerie van Defensie. Koning Salman heeft voor de volgende operatie, getiteld ‘Herstel der hoop’, de mobilisatie van de Nationale Garde, die als de elitetroepen van het Saoedische leger gelden, bevolen. Momenteel concentreert de strijd zich rond de strategisch belangrijke stad Taiz, die tussen de belangrijkste havenstad Aden en de hoofdstad Sanaa ligt. Binnen een maand hebben de bombardementen op Jemen reeds aan 1000 burgers, waaronder zo’n 100 kinderen, het leven gekost. De Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) gaat in totaal van zo’n 4.400 burgerslachtoffers uit.

De Houthi-milities lijken echter nog een paar troefkaarten te hebben. Ze controleren nog altijd grote delen van het land en naar eigen zeggen hebben ze tientallen precieze en verreikende raketsystemen weten te bemachtigen. Daarmee zouden ze zowel Saoedische aardolie-installaties als schepen op volle zee kunnen raken. De aanvoerder van de milities, Hadi al-Adshilaki meent dat de Saoedi’s hierdoor tot een verandering van strategie gedwongen worden. Dan kan het ook gebeuren dat de Amerikanen zelf ingrijpen. Washington heeft al in april het vliegdekschip Theodore Roosevelt en de kruiser Normandy naar de wateren bij Jemen koers laten zetten.

Zoals zo vaak in een oorlog worden zij die er niet aan deelnemen het hardst getroffen. De Egyptische en Saoedische marine hongeren het land al maanden door middel van een zeeblokkade uit. Wie bedenkt dat Jemen voor zijn voedselvoorziening voor 90% afhankelijk is van invoer, begrijpt hoe ingrijpend deze blokkade is. Het gevolg is een snel toenemend gebrek aan levensmiddelen en een enorme stijging van de prijzen. De Verenigde Naties willen hun voedselvoorraden in Jemen nu aanspreken, om onlusten te voorkomen. Als de oorlog nog lang duurt, lijkt hongersnood echter onvermijdelijk. Ook de levering van medicijnen en brandstoffen valt droog, zodat bijvoorbeeld het ziekenhuis van Sanaa al geen benzine meer heeft om ambulances te laten rijden.

Posted on

Oekraïense rekruten vluchten massaal naar buitenland

Przemysl/Rostov aan de Don – De Oekraïense president Petro Porosjenko wil 104.000 vers gerekruteerde soldaten de strijd in Oost-Oekraïne in sturen. Het is de vierde mobilisatiegolf. Voor april en juni staan nog verdere mobilisatiegolven op de agenda. Mannen tussen de 18 en de 60, met slechts weinig uitzonderingen, worden onder de wapenen geroepen. Wanneer de militaire politie echter aan de deur komt om de dienstplichtigen op te halen, zijn deze dikwijls in geen velden of wegen te bekennen.

De weerstand tegen de mobilisatiegolf schijnt opmerkelijk genoeg vooral in het westen van het land groot te zijn. Zelfs ondersteuners van de Euromaidan-beweging vragen zich inmiddels af waarvoor ze hun leven op het spel zouden zetten. Het gaat als een lopend vuurtje dat de beloofde soldij doorgaans niet uitbetaald wordt. Na een basistraining van slechts drie weken worden ze naar het front gestuurd, waar ze op milities stuiten die het gebied kennen als hun broekzak.

Adviseur van de president, Joeri Birjoekov heeft de dienstplichtigen in Galicië en Wolhynië, in het uiterste westen van Oekraïne, ervan beschuldigd zich aan de mobilisatie te onttrekken door zich over de grens in Polen, Slowakije, Hongarije en Roemenië op te houden. Volgens Birjoekov verscheen in het oblast van Ivano-Frankivsk 57% van de opgeroepenen niet voor de mobilisatie, 37% van hen zou Oekraïne verlaten hebben. In de oostelijker regio’s  zouden er minder deserteurs zijn. In West-Oekraïne demonstreerden in het afgelopen jaar reeds moeders van dienstplichtige mannen tegen de mobilisatie door straten te blokkeren. Zo’n 160 soldaten uit Galicië sneuvelden reeds in Oost-Oekraïne.

Veel inwoners van Oekraïne zijn inmiddels naar Rusland gevlucht. Volgens de Russische immigratiedienst bevinden zich inmiddels 2,4 miljoen Oekraïners op Russisch grondgebied, waaronder 1,7 miljoen mannen in de dienstplichtige leeftijd.

Voor wie zich aan de dienstplicht onttrekt dreigen gevangenis- en geldstraffen, dat is de stok. De wortel die Porosjenko dienstplichtigen voorhoudt is soldij ter hoogte van 50 Amerikaanse dollars per dag. Beide weerhouden velen er echter niet van het land te ontvluchten.

De Russische president toonde in een toespraak voor studenten van een hogeschool in Sint-Petersburg begrip voor de deserteurs: “Ze doen wat verstandig is, want men stuurt ze alleen maar naar het front als kanonnenvoer.” Onder de nieuwe immigratiewetgeving mogen ze zich echter niet meer dan 30 dagen op Russisch grondgebied ophouden. Poetin heeft dan ook een uitzondering voor Oekraïense rekruten gesuggereerd. Een wetsvoorstel laat nog op zich wachten, maar diverse parlementsleden hebben de gedachte ondersteund. Michail Jemeljanov, vice-voorzitter van de sociaaldemocratische partij Rechtvaardig Rusland stelde zelfs voor om gericht Oekraïense officieren tot overlopen te bewegen. Anderen zien in de gevluchte Oekraïners nuttige arbeidskrachten die bij kunnen dragen aan de Russische economie. In het oblast van Rostov aan de Don, in het zuiden van Rusland, grenzend aan Oekraïne, heeft men intussen steeds meer moeite om de vluchtelingenstroom op te vangen. Er zijn daar reeds zo’n 830.000 vluchtelingen, de opvangkampen zijn overvol.

Posted on 1 Comment

Oekraïne, corrupte journalistiek en Atlantisch geloof

Karel van Wolferen, voormalig correspondent van de Nederlandse krant NRC Handelsblad, is verontrust over de escalerende crisis in Oekraïne en de kritiekloze journalistiek in Europa, die zich volledig laat leiden door een blinde verbondenheid met de VS. De huidige escalatie door de NAVO kan volgens hem tot een oorlog leiden.

De EU wordt niet langer geleid door politici met een elementaire kennis van geschiedenis, een nuchter overzicht van de werkelijkheid in de wereld of zelfs maar gezond verstand en een gevoel van verbondenheid met de langetermijnbelangen die ze dienen. Als daar nog bewijs moest voor worden gevonden, dat is dat nu geleverd met de sancties die ze vorige week hebben overeengekomen, om Rusland te bestraffen.

Eén manier om hun waanzin te vatten begint bij de media. Welk begrip of bezorgdheid deze politici persoonlijk mogen hebben, ze willen vooral gezien worden als personen die ‘the right thing’ doen. Daar zorgen tv en kranten voor.

In het overgrote deel van de EU wordt het algemeen inzicht in de werkelijkheid sinds het gruwelijk einde van de mensen aan boord van het toestel van Malaysia Airlines vorm gegeven door de mainstream kranten en tv-zenders. Die hebben de aanpak van de Anglo-Amerikaanse media gekopieerd. Zij hebben ‘nieuws’ gepresenteerd waarin insinuatie en verdachtmaking in de plaats komen van echte berichtgeving.

Gerespecteerde publicaties zoals de Britse Financial Times en het Nederlandse NRC Handelsblad, waar ik zestien jaar heb gewerkt als correspondent voor het Verre Oosten, hebben deze corrupte journalistieke aanpak niet alleen gevolgd maar ook mee begeleid naar zijn krankzinnige conclusies.

De opinies van zelfverklaarde media-experten en de editorialen die hieruit zijn ontstaan, gaan verder dan alle vroegere voorbeelden van mediahysterie voor politieke doeleinden die ik me kan herinneren. Het meest flagrante voorbeeld dat ik vond, was een anti-Poetin hoofdartikel in de Economist Magazine van 26 juli 2014. Het had de toon van Shakespeare’s Henry V, terwijl hij zijn troepen opjut voor de Slag van Agincourt wanneer hij Frankrijk binnenvalt.

Geen Europese media
Er zijn geen kranten of andere publicaties die de volledige EU bereiken, om een Europese publiek forum te vormen waar politiek geïnteresseerde Europeanen met elkaar belangrijke internationale ontwikkelingen kunnen bespreken. Wie belangstelling heeft voor internationale politiek, leest meestal de internationale editie van de New York Times of de Financial Times.

Vragen en antwoorden over geopolitieke aangelegenheden worden zo routinematig gevormd of sterk beïnvloed door wat de hoofdredacteurs in New York en Londen belangrijk vinden. Meningen die hier in belangrijke mate van afwijken vind je in Der Spiegel, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Die Zeit en Handelsblatt. Die blijven echter binnen de Duitse grenzen. We zien bijgevolg geen Europese publieke opinie over wereldzaken, zelfs niet als die een directe impact hebben op de belangen van de EU zelf.

De Nederlandse bevolking werd ruw wakker geschud uit zijn slaperige passiviteit tegenover wat in de wereld gebeurt en op haar toch een impact kan hebben, door de dood van 193 landgenoten (samen met 105 mensen van andere landen) in het neergehaalde vliegtuig. De Nederlandse media volgden daarbij zonder aarzelen de vingerwijzingen naar Rusland, die door de Amerikanen in gang werden gezet.

Eenzijdige interpretaties zonder bewijsgrond
Elke mogelijke uitleg die niet op een of andere manier de verantwoordelijkheid bij de Russische president legde, was onaanvaardbaar. Daarmee gingen de Nederlandse media lijnrecht in tegen de nuchtere verklaringen van eerste minister Rutte. Die stond nochtans onder aanzienlijke druk om mee in dezelfde richting te wijzen maar koos ervoor op een grondig onderzoek te wachten over wat er precies was gebeurd.

De tv-programma’s die ik kon zien in de dagen onmiddellijk na de crash, nodigden onder meer anti-Russische en Amerikaanse neoconservatieve personen uit die hun uitleg gaven aan een verward en oprecht geschokt publiek.

Een Nederlandse expert buitenlandse politiek legde uit dat de (Nederlandse) minister van Buitenlandse Zaken of zijn vervanger niet naar de site van de crash kon gaan (wat Maleisische vertegenwoordigers wel hadden gedaan) om de lichamen van de Nederlandse burgers te repatriëren, omdat dat een impliciete erkenning zou inhouden van de diplomatieke status van de ‘separatisten’. Wanneer de EU unaniem een regime erkent dat is ontstaan uit een door de Amerikanen aangestoken staatsgreep, dan zet je jezelf inderdaad diplomatiek vast.

De omwonenden en de anti-Kievstrijders, die op de site van de crash rondliepen, werden met beelden van YouTube voorgesteld als criminelen die weigerden mee te werken, wat voor heel wat kijkers neerkwam op een bevestiging van hun schuld. Dat veranderde toen latere berichten van echte journalisten de geschokte en diep bezorgde dorpelingen toonden. De discrepantie met de eerste beelden werd echter niet uitgelegd.

Geen ruimte voor objectieve analyse
De aanvankelijke insinuaties van smerig gedrag ruimden geen plaats voor objectieve analyse over de redenen waarom deze mensen in feite aan het vechten zijn. Tendentieuze tweets en YouTube-filmpjes zijn de basis geworden van de officiële Nederlandse verontwaardiging over de Oost-Oekraïners.

Zo werd de algemene indruk geschapen dat er toch ‘iets’ moest worden gedaan om een en ander recht te zetten. Dat werd volgens de overheersende meningen bereikt door een nationaal uitgezonden thuiskomst van de stoffelijke resten (die door Maleisische bemiddeling vrijgekomen waren) met een sobere en waardige rouwceremonie.

Nergens heb ik iets gelezen of gezien dat ook maar suggereerde dat de crisis in Oekraïne – die tot een staatsgreep en een burgeroorlog leidde – in gang werd gezet door neoconservatieven en een aantal R2P-fanatici (Responsibility to Protect) in het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis, die daar blijkbaar van president Obama vrij spel voor hadden gekregen.

De Nederlandse media leken zich evenmin bewust te zijn van het feit dat deze catastrofe onmiddellijk werd omgezet in een voetbalmatch ten bate van het Witte Huis en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De mogelijkheid dat Poetin gelijk had, toen hij stelde dat de ramp niet zou zijn gebeurd als zijn dringend voorstel voor een staakt-het-vuren was aanvaard, werd niet in overweging genomen.

Het was nochtans Kiev dat de wapenstilstand in de burgeroorlog met de Russischsprekende Oost-Oekraïners verbrak op 10 juni 2014. Die willen niet geregeerd worden door een samenraapsel van misdadigers, nakomelingen van Oekraïense nazi’s en oligarchen die in bed liggen met het IMF en de EU.

Deze veronderstelde ‘rebellen’ hebben gereageerd op de start van etnische zuiveringsoperaties, systematische terreurbomcampagnes en wreedheden (meer dan dertig Oekraïners werden levend verbrand) door troepen van Kiev, iets waarover we in de Europese berichtgeving nauwelijks iets vernomen hebben.

5 miljard dollar politieke destabilisatie
Het is weinig waarschijnlijk dat de Amerikaanse ngo’s, die volgens eigen officiële mededelingen vijf miljard dollar hebben uitgegeven voor politieke destabilisatie, voorafgaand aan de putsch van februari 2014 in Kiev, plotseling zouden verdwenen zijn uit Oekraïne. Net zo min hebben Amerikaanse militaire adviseurs en gespecialiseerde troepen lijdzaam staan toekijken terwijl het leger en de milities van Kiev de strategie voor hun burgeroorlog uitstippelden.

Deze nieuwe zware jongens vormen een regime dat overleeft met financiële bloedtransfusies van Washington, de EU en het IMF. Al wat we weten is dat Washington de aan de gang zijnde slachtingen aanmoedigt, in een burgeroorlog die het zelf in gang heeft gezet.

Washington heeft permanent de bovenhand in een propagandaoorlog tegen een tegenstander die het spel weigert mee te spelen, dit in tegenspraak met wat de mainstream media ons willen doen geloven. Washington zendt de ene propagandagolf na de andere om een beeld te scheppen van een Poetin, gedreven door nationalisme en door het verlies van het Sovjet-imperium, en die poogt de Russische Federatie uit te breiden tot aan de grenzen van dat teloorgegane imperium.

De meer avontuurlijke zelfverklaarde media-experten, aangestoken door neoconservatieve koorts, zien Rusland al het Westen omsingelen. De Europeanen wordt dus wijsgemaakt dat Poetin elke diplomatie weigert, terwijl hij daar altijd op aangedrongen heeft. Deze overheersende propaganda heeft de perceptie gecreëerd dat niet de acties van Washington maar die van Poetin gevaarlijk en extreem zijn. Iedereen die een persoonlijk verhaal heeft dat Poetin en Rusland in een kwaad daglicht stelt wordt gemobiliseerd, de Nederlandse hoofdredacteurs lijken voor het ogenblik wel onverzadigbaar.

Het lijdt geen twijfel dat ook Rusland een propagandaoorlog voert. Er bestaan echter middelen voor ernstige journalisten om dergelijke tegenstrijdige propaganda af te wegen en om uit te pluizen hoeveel waarheid, leugens en bullshit ze bevat. Zelf heb ik dat soort journalistiek in beperkte mate alleen waargenomen in Duitsland.

Amerikaanse websites
Voor het overige moeten we tegenwoordig de politieke realiteit samenstellen met behulp van de meer dan ooit onmisbaar geworden Amerikaanse websites die wel gastvrij zijn voor klokkenluiders en ouderwetse onderzoeksjournalistiek. Dat is vooral zo sinds het begin van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en de invasie van Irak. Sindsdien heeft een permanente samizdat-pers vorm gekregen.

In Nederland wordt zowat alles dat van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken komt voor waar aangenomen, ook al is dat een reeks van adembenemende leugens die begint bij de ondergang van de Sovjet-Unie: Panama, Afghanistan, Irak, Syrië, Venezuela, Libië en Noord-Korea; een waslijst omvergeworpen regeringen; geheime en valse-vlag-operaties; de gluiperige bezetting van de planeet met zowat duizend militaire basissen: niets daarvan wordt in overweging genomen.

De opgeklopte hysterie in de dagen na de crash van het vliegtuig belette mensen met enige relevante kennis van de geschiedenis om hun mond open te doen. Werkzekerheid is in de huidige wereld van de journalistiek erg wankel. Tegen de stroom in gaan wordt gezien als spelen met vuur, omdat dat de eigen journalistieke ‘geloofwaardigheid’ zou kunnen beschadigen.

Redactionele onverschilligheid
Het probleem dat de oudere generatie van ernstige journalisten heeft met de geloofwaardigheid van de mainstream media is de redactionele onverschilligheid voor mogelijke aanwijzingen die het officiële verhaal zouden kunnen ondermijnen. Dit verhaal is reeds volledig doorgedrongen in de populaire cultuur.

Je vindt het terug in lukrake verwijzingen die boek- en filmrecensies opsmukken. In Nederland staat het officiële verhaal reeds onwrikbaar vast, niet verwonderlijk als het al tienduizenden malen herhaald werd. Het mag dus ook niet weerlegd worden, ook al is er niet het minste bewijs voor.

De aanwezigheid van twee Oekraïense gevechtsvliegtuigen op de Russische radar in de buurt van het toestel van Malaysia Airlines is een dergelijke aanwijzing, die mij als onderzoeksjournalist of lid van het door Nederland aangestelde onderzoeksteam zou interesseren. Dit wordt blijkbaar bevestigd door een BBC-reportage met ooggetuigen onder de nabije dorpelingen. Die hadden net voor de crash duidelijk een ander toestel gezien vlak bij het passagiersvliegtuig toen ze omhoog keken naar de ontploffingen in de lucht.

Dat bericht kreeg heel wat aandacht omdat het uit het BBC-archief werd verwijderd. Ik zou dan ook willen praten met Michael Bociurkiv, één van de eerste inspecteurs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die de site van de crash bereikten. Hij bleef er meer dan een week om wrakstukken te onderzoeken.

Op (de Canadese zender) CBC World News beschreef hij ‘pokdalige’ inslagen op twee of drie wrakstukken: “(Die inslagen) zagen eruit als wat je verwacht van munitie uit een machinegeweer, van zeer krachtig machinegeweervuur dat zijn unieke merktekens achterliet, die we nergens anders terugvonden.”

Ik zou zeker ook de radar- en stemopnames te horen willen krijgen van de luchtverkeerscontrole in Kiev, waarvan wordt beweerd dat ze in beslag werden genomen. Zo zou ik kunnen begrijpen waarom de Maleisische piloot plots van zijn koers afweek en zeer snel daalde, kort voor zijn toestel neerstortte. Ik zou ook willen onderzoeken waarom buitenlandse luchtverkeerscontroleurs in Kiev onmiddellijk na de crash werden weggestuurd.

Satellietbeelden
Net als de Veteran Intelligence Professionals for Sanity zou ik er bij de Amerikaanse autoriteiten met toegang tot de satellietbeelden zeker op aandringen de bewijzen te tonen die ze beweren te hebben van het BUK-luchtafweergeschut in handen van de ‘rebellen’ en van de Russische betrokkenheid daarbij. Ik zou hun dan ook willen vragen waarom ze dat nog steeds niet gedaan hebben.

Tot nu heeft Washington zich gedragen als een bestuurder die weigert een alcoholtest te ondergaan. Een aantal officieren van de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben hun ‘mindere zekerheid’ gelekt naar een aantal kranten over de Amerikaanse ‘zekerheden’, die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan de wereld heeft kond gemaakt. Dat zou mijn nieuwsgierigheid fel hebben aangewakkerd.

Om de loyaliteit van de Europese media aan Washington in het geval van Oekraïne en het slaafse gedrag van Europese politici enigszins in perspectief te plaatsen, moeten we meer weten over het Atlantisme en dat ook begrijpen.

Het gaat hier over een Europees geloof. Er is geen officiële doctrine uit ontstaan, maar het functioneert wel als dusdanig. Het wordt goed samengevat door deze Nederlandse slogan ten tijde van de invasie van Irak: “Zonder Amerika gaat het niet”.

Atlantisme, product van de Koude Oorlog
Eigenlijk overbodig om het te vermelden, maar het Atlantisme is een product van de Koude Oorlog. Dit geloof werd ironisch genoeg sterker toen de dreiging van de Sovjet-Unie minder en minder overtuigend begon te worden voor een steeds groter aantal leden van de Europese politieke elite.

Dat had waarschijnlijk te maken met een generatiewissel: verder weg van de Tweede Wereldoorlog herinnerden de Europese regeringen zich steeds minder wat het betekent om een eigen onafhankelijk buitenlands beleid te hebben over de wereldpolitiek. De huidige regeringsleiders van de EU hebben geen ervaring in praktisch strategisch overleg. Routineus denken over internationale betrekkingen en wereldpolitiek is diep geworteld in de kennistheorie van de Koude Oorlog.

Atlantisme is vandaag een zware plaag voor Europa: het veroorzaakt historische amnesie, gewilde blindheid en gevaarlijke misleide politieke woede. Zo ontstaat dan onvermijdelijk ‘verantwoordelijk’ redactioneel beleid.

Deze plaag kan echter verder woekeren met een mengelmoes van nooit in vraag gestelde zekerheden uit de tijd van de Koude Oorlog, die zijn blijven hangen, van impliciete koudeoorlogsloyaliteit ingebed in de populaire cultuur, van naakte Europese onwetendheid en van een enigszins begrijpbare weigering om toe te geven dat men ook maar een klein beetje gehersenspoeld is.

Washington kan waanzinnige dingen blijven doen zonder dat Atlantisme te beschadigen, dankzij ieders vergeetachtigheid, terwijl de media nauwelijks iets doen om dat te verhelpen. Ik ken Nederlandse mensen die walgen van de moddercampagne tegen Poetin, maar het idee dat in het geval van Oekraïne Washington met de vinger moet worden gewezen toch zo goed als onaanvaardbaar vinden.

Gebrek aan perspectief
Als gevolg van die houding kunnen Nederlandse publicaties – net als vele andere in Europa – zich er niet toe brengen om de crisis in Oekraïne in het juiste perspectief te plaatsen, door te erkennen dat deze crisis door Washington in gang werd gezet en dat het Washington is – en niet Poetin – die de sleutel voor een oplossing in de hand heeft. Dat zou immers een verzaking aan dat Atlantisme impliceren.

Dit Atlantisme haalt veel van zijn kracht uit de NAVO, het is zijn institutionele belichaming. De bestaansreden van de NAVO is echter verdwenen met de ondergang van de Sovjet-Unie, dat wordt grotendeels vergeten. Het bondgenootschap werd in 1949 opgericht op basis van het idee van transatlantische samenwerking voor veiligheid en defensie, die nodig was geworden na de Tweede Wereldoorlog, omdat het door Moskou georchestreerde communisme van plan was de volledige planeet over te nemen.

Waar men veel minder over praatte, was het toenmalige interne Europese wederzijdse wantrouwen. De Europeanen zetten toen immers hun eerste stappen in de richting van economische integratie. De NAVO werd een soort Amerikaanse garantie dat geen Europese grootmacht zou pogen de anderen te domineren.

De NAVO is voor de EU al een tijdje een blok aan het been, omdat de organisatie de ontwikkeling verhindert van een overlegd buitenlands en defensiebeleid. Het heeft de EU-lidstaten gedwongen instrumenten te worden ten dienste van het Amerikaanse militarisme.

Het bondgenootschap is tevens een morele last geworden, omdat de regeringen die (in Irak) deelnamen aan de ‘coalition of the willing’ aan hun eigen burgers de leugen moesten verkopen dat Europese soldaten in Irak en Afghanistan gingen sterven als noodzakelijke prijs om Europa te vrijwaren van terroristen.

Deze regeringen, die troepen hebben geleverd voor de gebieden die de VS bezet hielden, deden dit meestal met grote weerzin, wat hen het verwijt opleverde van een reeks Amerikaanse vertegenwoordigers dat de Europeanen te weinig doen voor de collectieve verdediging van democratie en vrijheid.

Typisch voor een ideologie is het Atlantisme ahistorisch. Als paardenmiddel tegen de storm van fundamentele politieke dubbelzinnigheid schrijft het zijn eigen geschiedenis, een geschiedenis die op zijn beurt wordt herschreven door de Amerikaanse mainstream media, die het Woord verspreiden vanuit Washington.

Je kan daar nauwelijks een beter voorbeeld voor vinden dan de huidige Nederlandse ervaring. De voorbije drie weken heb ik tijdens gesprekken oprechte verrassing bespeurd toen ik vrienden erop wees dat de Koude Oorlog door diplomatie werd beëindigd. Er werd een deal gesloten in Malta tussen Gorbatsjov en president Bush senior in december 1989. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker kreeg Gorbatsjov zo ver de hereniging van Duitsland en de terugtrekking van de troepen van het Warschaupact te aanvaarden, met de belofte dat de NAVO ‘geen duimbreed’ zou uitbreiden naar het Oosten.

Gebroken beloftes
Gorbatsjov beloofde daarop geen geweld te gebruiken in Oost-Europa, waar de Russen op dat ogenblik nog troepen hadden, 350.000 in Oost-Duitsland alleen, in ruil voor de belofte van Bush senior dat Washington geen misbruik zou maken van de terugtrekking van de Sovjets uit Oost-Europa. President Bill Clinton kwam terug op die Amerikaanse beloftes toen hij om puur electorale redenen opschepte over een uitbreiding van de NAVO.

In 1999 maakte hij de Tsjechische Republiek en Hongarije volwaardige leden. Tien jaar later zijn daar nog negen andere landen bijgekomen, zodat de NAVO nu dubbel zoveel leden had als tijdens de Koude Oorlog. De befaamde Amerikaanse Rusland-expert George Kennan noemde Clintons initiatief ‘de meest fatale vergissing van het Amerikaanse beleid sinds het einde van de Koude Oorlog’.

De historische onwetendheid inherent aan het Atlantisme is vlijmscherp zichtbaar in de bewering dat de invasie van de Krim het ultieme bewijs zou zijn tegen Poetin. Ook deze politieke realiteit werd gecreëerd door de Amerikaanse media. Er was helemaal geen invasie. De Russische soldaten en matrozen waren al ter plaatse omdat het de thuisbasis is van de warmwaterhaven van de Russische zeemacht in de Zwarte Zee De Krim was reeds een onderdeel van Rusland voor het bestaan van de VS.

Het belang van geschiedenis
In 1954 heeft Chroesjtsjov – zelf uit Oekraïne – de Krim aan de Oekraïense Socialistische Republiek gegeven. Dat kwam neer op de verplaatsing van een regio naar een andere provincie, want Rusland en Oekraïne behoorden toen tot hetzelfde land. De Russischsprekende bevolking van de Krim was nu maar al te blij. Ze stemden in een referendum eerst voor onafhankelijkheid van het regime in Kiev, dat uit de staatsgreep was ontstaan, en vervolgens voor hereniging met Rusland.

Zij die beweren dat Poetin het recht niet had om iets dergelijks te doen, zijn zich niet bewust van een ander historisch gegeven, namelijk dat de VS zijn (Star Wars) antiraketsystemen steeds dichter bij de Russische grenzen heeft geplaatst. Dat gebeurde zogezegd om vijandige raketten uit Iran op te vangen, die echter niet eens bestaan. Plechtige oproepen voor territoriale integriteit en soevereiniteit zijn in die omstandigheden weinig zinvol. Wanneer dergelijke uitspraken van Washington komen – dat het concept van soevereiniteit in zijn eigen buitenlands beleid heeft overboord gegooid – zijn ze zonder meer hilarisch.

Een verwerpelijk Atlantisch initiatief was de uitsluiting van Poetin uit de ontmoetingen en andere activiteiten voor de herdenking van de landing (van de geallieerde troepen) in Normandië, voor de eerste keer in zeventien jaar.

Geheugenverlies en onwetendheid hebben de Nederlanders blind gemaakt voor een geschiedenis die hen nochtans rechtstreeks aanbelangt. Het is immers de Sovjet-Unie die het hart van de nazi-oorlogsmachine – die Nederland bezet hield – heeft uitgerukt. Zij betaalde daar een prijs voor met een onvergelijkbaar aantal militaire doden dat de verbeelding tart. Zonder de Sovjet-Unie zou er nooit een landing geweest zijn in Normandië.

Een godsgeschenk voor de NAVO
Nog niet zo lang geleden leek het erop dat de rampzalige mislukkingen van Irak en Afghanistan de NAVO dicht bij zijn onvermijdbare ontbinding zou brengen. De crisis in Oekraïne en Poetins gedecideerde reactie, die voorkwam dat de Krim en zijn Russische zeemachtbasis mogelijk in de handen zouden zijn gevallen van een door de Amerikanen geleide alliantie, zijn echter een geschenk uit de hemel gebleken voor de tot dan uit elkaar vallende organisatie.

De leiding van de NAVO heeft al troepen gestuurd om zijn aanwezigheid in de Baltische staten te versterken en heeft luchtdoelraketten en gevechtsvliegtuigen in Polen en Litouwen gestationeerd. Sinds het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines heeft het nog verdere militaire initiatieven genomen die gevaarlijke provocaties tegen Rusland kunnen worden.

Het werd daarna duidelijk dat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken samen met de Baltische staten hier de drijvende kracht achter waren. Deze landen waren niet eens lid van de NAVO toen deze organisatie nog een enigszins verdedigbare reden van bestaan had. De voorbije dagen hangt er (in die landen) een sfeer van mobilisatie.

De buiksprekende handpoppen Anders Fogh Rasmussen en Jaap de Hoop Scheffer (de huidige en voormalige NAVO-secretaris-generaal) deden hun werk door luid te protesteren tegen elke aarzeling van NAVO-lidstaten. Rasmussen verklaarde op 7 augustus 2014 in Kiev dat “de steun van de NAVO voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne onwrikbaar is” en dat hij van plan is het partnerschap met het land te verstevingen op de komende top van de NAVO in Wales in september. Dat partnerschap is nu sterk, beweert hij, “en als antwoord op de agressie van Rusland gaat de NAVO nog meer samenwerken met Oekraïne om zijn gewapende strijdkrachten te versterken”.

Russian Aggression Prevention Act
Ondertussen hebben 23 Republikeinse senatoren in het Amerikaanse Congres een wetsvoorstel ingediend – de Russian Aggression Prevention Act – dat de bedoeling heeft Washington toe te laten van Oekraïne een niet-NAVO-bondgenoot te maken. Dat is een stap die een direct militair conflict met Rusland mogelijk maakt. We zullen waarschijnlijk moeten wachten tot na de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen om te zien wat ervan komt. Het voorstel heeft een excuus bezorgd aan hen die in Washington nog nog verdere stappen willen ondernemen in Oekraïne.

In september 2013 hielp Poetin Obama nog om een bommencampagne tegen Syrië te voorkomen, die de neoconservatieven toen wilden doordrukken. Hij hielp hem ook om het kerndispuut met Iran te ontmijnen, eveneens een neoconservatief project. Dat heeft deze ‘neocons’ ertoe gedreven de band tussen Obama en Poetin te breken. Je kan het nauwelijks een geheim noemen dat zij de omverwerping van Poetin wensen en als het even kan ook de ontmanteling van de Russische Federatie.

Minder bekend in Europa is dat er talloze ngo’s actief zijn in Rusland, die hen daarbij helpen. Vladimir Poetin kan nu of binnenkort toeslaan om de NAVO en het Amerikaanse Congres voor te zijn, door het oosten van Oekraïne in te nemen, iets wat hij eigenlijk al had moeten doen onmiddellijk na het referendum in de Krim. Dat zou dan voor de Europese redactionele ogen uiteraard het ultieme bewijs zijn geweest van zijn duivelse plannen.

Europa moet wakker worden

Gezien al het voorgaande dringt zich een van de meest cruciale vragen in de huidige wereldpolitiek op: wat moet er nog gebeuren om de Europeanen wakker te schudden dat Washington met vuur aan het spelen is, dat de VS opgehouden hebben de beschermer te zijn waar ze op konden rekenen en dat de VS hun veiligheid in gevaar brengt? Gaat het ogenblik komen dat het voor hen duidelijk wordt dat de crisis in Oekraïne bovenal draait om de Star-Wars-raketten die langs de Russische grens verspreid staan en die Washington de capaciteit geven voor een ‘first strike’ – in het krankzinnige jargon van de nucleaire strategen?

Bij oudere Europeanen neemt het besef toe dat de VS vijanden hebben die geen vijanden van Europa zijn, omdat het land hen nodig heeft voor interne politieke redenen; om een economisch uiterst belangrijke oorlogsindustrie draaiend te houden en om de politieke ‘goede trouw’ van mededingers voor de openbare macht op de proef te stellen.

Het gebruik van ‘schurkenstaten’ en terroristen als doelwitten voor ‘juiste oorlogen’ is nooit erg overtuigend geweest. Het door de militaristische NAVO gedemoniseerde Rusland van Poetin kan echter het transatlantisch status quo verlengen. Van zodra ik er de eerste berichten over vernam, meende ik dat het lot van het vliegtuig van Malaysia Airlines politiek zou worden bepaald. De zwarte dozen zijn in Londen. In de handen van de de NAVO?

Er blijven nog enorme obstakels tegen een dergelijk Europees ontwaken; het neoliberaal beleid en de overname van de economie door de financiële instellingen hebben een intieme transatlantische vervlechting voortgebracht van plutocratische belangen. Samen met het Atlantisch geloof heeft deze evolutie de politieke ontwikkeling van de EU in de kiem gesmoord. Sinds Tony Blair heeft Washington Groot-Brittannië in de zak en sinds Nicolas Sarkozy kan van Frankrijk min of meer hetzelfde worden gezegd.

Duitse stemmen in de woestijn

Zo blijft alleen Duitsland nog over. Angela Merkel was duidelijk ongelukkig met de sancties maar stapte er uiteindelijk in mee aan de ‘goede kant’ van de Amerikaanse president. De VS hebben als de overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog immers nog steeds een grote speelruimte, dankzij een groot aantal bestaande samenwerkingsakkoorden.

Duits minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier werd geciteerd in de kranten en verscheen op tv, terwijl hij de sancties afkeurde. Hij wees naar Irak en Libië als voorbeelden van wat er gebeurt met escalatie en ultimatums. Ook hij ging uiteindelijk overstag en schaarde er zich achter.

Der Spiegel is één van de Duitse podia die nog hoop geven. Jakob Augstein, één van zijn columnisten, valt de ‘slaapwandelaars’ aan die de sancties goedgekeurd hebben en berispt zijn collega’s die Moskou met de vinger wijzen.

Gabor Steingart, uitgever van Handelsblatt, protesteerde krachtig tegen de Amerikaanse neiging “tot verbale en daarna militaire escalatie, isolering, demonisering en aanval tegen vijanden”. Hij trekt de conclusie dat de Duitse journalistiek “in een aantal weken is omgeslagen van koelbloedig naar geagiteerd. Het spectrum van opinies is verengd tot het zichtveld door het vizier van een scherpschutter.” Er zijn zeker nog wel meer journalisten in andere delen van Europa die gelijkaardige dingen zeggen. Hun stemmen zijn nauwelijks hoorbaar door de stormram van de smeercampagnes.

Opnieuw wordt geschiedenis geschreven. De uiteindelijke lotsbestemming van Europa wordt niet alleen bepaald door de verdedigers van het Atlantische geloof maar evengoed door hen die zich er niet toe kunnen brengen het disfunctioneren en totale onverantwoordelijkheid van de Amerikaanse staat in te zien.


Vertaling: Lode Vanoost, met toestemming overgenomen van DeWereldMorgen

Posted on 2 Comments

Karel van Wolferen: De verraderlijke kracht van propaganda

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte. In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst. Maar er is een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen. Daar komt bij, dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten, en men is het er wel over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaarsleerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws, en het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend. Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid, het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland.

Nadat de crisis wekenlang voort heeft gesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zou kunnen worden als een vijfde colonne, heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen. Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er allle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donjetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben. Maar zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donjetsk Alexander Zachartsjenko antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken. Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donjetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen, maar hij is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuis hoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten. “Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt. Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Maar ‘patriottische ketters’, zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen slecht vanaf in de gedrukte pers, zo krijgt hij zelf de wind van voren van de New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de niets vermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook. We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?” Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie.” Dit soort prietpraat zien we overal; het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met machofantasieën en een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie. Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis. Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat  de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Europese mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donjetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russischsprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza. Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de Verenigde Staten niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder, en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen. Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten, en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen kunnen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan. De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te repareren. Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische leerstuk is goed te begrijpen onder een politieke elite die na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen. Maar er was meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De wond had zalf nodig, en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid. Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven. Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide  van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen. Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel, in deze context, dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen. Maar gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de Verenigde Staten. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

Garten Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in de Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties; belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle redelijke mensen weten dat het redelijk is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt. Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven. De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik: Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het. Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, red.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden. Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de Verenigde Staten zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoudigheid die kenmerkend is voor  stripboeken. Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat geen ruimte zelfs voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement waardoor Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen). Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben.  En zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in de New York Times schreef, is een goed voorbeeld. Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan. In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, de erfenis bestond in een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste. Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Jeltsin, geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het Communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden. Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien. Wat ze kregen was derhalve kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen.  Dit vernietigde zo ongeveer de relatief stabiele Russische middenklasse en liet de Russische levensverwachting kelderen.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment. Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Lees ook: Paul Robinsons artikel over ‘Poetins filosofie’

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger? Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium. Er is geen enkel bewijs geweest van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaats vond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben die de overhand kregen de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans? Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de Verenigde Staten een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. En ik voel diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, waaronder veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.


Vertaling: Jonathan van Tongeren

Posted on

OVSE: ‘Geen aanwijzingen voor aanwezigheid Russische militairen in Oekraïne’

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft op grond van haar waarnemingen in het oosten van Oekraïne geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden in Oekraïne. Dat zegt een woordvoerder van de OVSE tegenover het blad Deutsche Wirtschafts Nachrichten (DWN). Er zijn zo’n 250 medewerkers van de organisatie in de regio aanwezig, die relatief ongehinderd zaken waar kunnen nemen.

De NAVO beweerde onlangs bewijzen te hebben voor Russische militaire operaties op Oekraïens grondgebied. De regering in Kiev spreekt al dagen van een “invasie” door het Russische leger. Roland Bless, woordvoerder van het Zwitserse voorzitterschap van de OVSE zegt tegenover DWN echter: “De OVSE heeft op grond van haar waarnemingen geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden op Oekraïens grondgebied.”

De NAVO kwam kort geleden met satellietbeelden die een sterke Russische aanwezigheid in de regio aan zouden moeten tonen. De Verenigde Staten spraken van toenemende bewijzen van directe Russische operaties in Oekraïne. De Oekraïense regering sprak van een invasie en president Porosjenko stelde dat de Russen zijn land binnen marcheerden. De Litouwse regering twijfelt niet aan wat de Amerikaanse regering en de illegale de facto-regering in Kiev beweren en ziet Rusland in oorlog met Oekraïne en dus met Europa, aldus de Litouwse president Dahlia Grybauskaite – die haar politieke carrière ooit begon bij de Communistische Partij van de Sovjet-Unie – op de top van de Europese Raad, waar zij uiteindelijk als enige tegen de benoeming van de Italiaanse Federica Mogherini tot Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid stemde, omdat ze niet anti-Russisch genoeg zou zijn. Op maandagmorgen had ook bondskanselier Angela Merkel van president Poetin uitleg geëist over de vermeende aanwezigheid van Russische troepen in Oekraïne.

OVSE-woordvoerder Bless stelt daarentegen niets te hebben kunnen vaststellen dat wijst op de aanwezigheid van het Russische leger in Oekraïne: “De opdracht van de waarnemingsmissie bestaat er in door anderen naar voren gebrachte voorstelling van zaken te objectiveren door haar waarneming ter plaatse.” De OVSE gaat te werk op twee niveau’s: enerzijds voert ze waarnemingen uit op twee punten aan de Russisch-Oekraïense grens. Gezien de lengte van de grens kan de OVSE daarmee natuurlijk niet alles controleren. Maar anderzijds bewegen OVSE-waarnemers zich ook door de hele regio en beschikt de zogeheten Special Monitoring Mission inmiddels over een goed netwerk. De OVSE is een van de conflictpartijen onafhankelijke organisatie die haar rapporten samenstelt op basis van waarnemingen van eigen medewerkers. “Onder de gegeven omstandigheden kunnen de medewerkers van de OVSE vanwege hun eigen veiligheid slechts beperkt opereren. Niettemin is de organisatie in 10 oblasten op verschillende plaatsen aanwezig, waaronder ook die waar de strijd woedt.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De medewerkers van de OVSE kunnen zich na een moeilijke start volgens Bless nu vrijer bewegen. Aan het begin van de missie werden twee teams van de OVSE door rebellen opgehouden. De aanwezigheid van militairen onder de OVSE-waarnemers had hun argwaan gewekt. Inmiddels heeft de OVSE, aldus Bless, tot op zekere hoogte het vertrouwen van alle partijen in het conflict kunnen winnen. Dat zou doorslaggevend kunnen zijn voor een eventuele rol als bemiddelaar. Voorlopig is het echter nog niet zo ver.

“De volgende stap” moet volgens Roland Bless zijn “dat de conflictpartijen het eens worden over een wapenstilstand. Dan kan de OVSE een nadere rol opnemen.” Bless stelt verder dat diverse Europese landen meer zouden kunnen doen om de enige onafhankelijke partij in het conflict te versterken. Zo is er een mandaat om nog eens 250 waarnemers in te zetten, ook zou Bless graag apparatuur inzetten voor het waarnemen van vluchtbewegingen.

De OVSE neemt ook deel aan een contactgroep, waaraan de Oekraïense regering in Kiev en de Russische regering deelnemen en die in de Wit-Russische hoofdstad Minsk bijeenkomt. Ook een leider van de rebellen zou aan deze ontmoeting deelnemen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat Rusland geen invasie van Oekraïne voorheeft en voorstander is van een door de OVSE bemiddelde wapenstilstand.

Posted on

Oligarchen strijden om buit privatiseringsgolf Oekraïne

Sinds de ondertekening van de associatieovereenkomst met de Europese Unie strijden diverse oligarchen met elkaar om de beste stukken van de Oekraïense economie met het oog op de aanstaande privatisering van een groot aantal staatsbedrijven.

Anders dan in Rusland hebben in Oekraïne veel oligarchen een politieke positie weten te verwerven. Niet alleen oud-president Janoekovitsj, maar ook de eerste president van Oekraïne na de val van de Sovjet-Unie, Leonid Koetsjma, oud-premier en gasbarones Joelia Timosjenko en de zittende president Petro Porosjenko, ze hebben zich allemaal weten te verrijken door de privatisering van staatsbedrijven. Na de eerste privatiseringsgolf in de jaren negentig staat Oekraïne nu een hernieuwde grootschalige privatisering te wachten. Met het oog daarop woedt inmiddels reeds een strijd tussen Igor Kolomojski, een oligarch die na de coupe door de illegale de facto regering tot gouverneur van de regio Dnjepropetrovsk werd benoemd, en zijn bankenketen, en oud-bondgenoten van Janoekovitsj, Dmitro Firtasj en Sergej Levotsjkin. Die laatsten zouden gesteund worden door voormalig mediamagnaat Boris Losjkin, die inmiddels hoofdsecretaris van president Porosjenko is. Via de nationale televisiezender Inter voert de clan van Porosjenko een mediacampagne tegen Kolomojski. Hij wordt er onder andere van beschuldigd het zuidoosten van Oekraïne “in te willen palmen”. Kolomojski financiert diverse formaties van huurlingen die in het zuidoosten van het land tegen de rebellen vechten. In Rusland is hij intussen aangeklaagd voor samenspanning tot moord en het opdracht geven tot oorlogsmisdaden.

Een dergelijke strijd tussen oligarchen was te verwachten. Na de associatie met de EU staan Oekraïne verder privatiseringen van failliete staatsbedrijven te wachten. De onlangs teruggetreden premier Arsenij Jatsenjoek had eerder al aangekondigd dat Oekrspirt, een concern dat alcoholische dranken fabriceert, geveild zou worden. Dat is echter slechts het begin van een privatiseringsgolf, zoals die in Oekraïne sinds 23 jaar niet gezien is. Andere voorbeelden van staatsbedrijven die geprivatiseerd zullen worden, zijn het olie- en gasbedrijf Naftogaz en Energoatom, een bedrijf dat alle elektriciteitscentrales van het land beheert. Verder zullen er onder andere zee- en rivierhavens van de hand gedaan worden.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De strijd tussen de oligarchen om de te privatiseren staatsbedrijven wordt naar verwachting nog feller. Te meer omdat veel oligarchen er financieel slechter voor staan dan velen veronderstellen. Wie niet alleen naar de activa maar ook naar de schulden van hun bedrijven kijkt, ziet een gemengder beeld. Sommige bedrijven staan aan de rand van een bankroet en financiële instellingen kunnen vaak alleen met staatssteun bestaan. De Interpipe Group van Viktor Pintsjoek en voormalig president Koetsjma, fabrikant van onder andere stalen buizen en wielen, was in 2013 bijvoorbeeld niet in staat om zijn schulden bij buitenlandse banken ter hoogte van 1,3 miljard Amerikaanse Dollars af te lossen. Ook met Porosjenko’s chocoladefabriek gaat het niet goed. De aandelen van Roshen hebben in het afgelopen jaar meer dan 40% aan waarde ingeboet, vooral door een Russisch invoerverbod vanwege zorgen over de hygiëne. De Russische markt is voor veel Oekraïense oligarchen nog altijd van groot belang. Voor de crisis ging de helft van de snoepproductie van de firma naar Rusland. In Europa kon Porosjenko tot nu toe geen afnemer voor zijn snoepgoed vinden. Voor hij voltijds de politiek in ging, probeerde hij zijn bedrijf dan ook tevergeefs te verkopen. Met demagogische publieksoptredens legt Kolomojski Porosjenko het vuur aan de schenen. Hij keert zich openlijk tegen de president en probeert zich een deel van het bezit van de voormalige Janoekovitsj-kliek, die nu deels met Porosjenko geallieerd is, toe te eigenen. Hij heeft het daarbij vooral op de zakenimperia van Dmitro Firtasj en Rinat Achmetov voorzien, hun bezit zou door de staat geconfisqueerd en opnieuw geprivatiseerd moeten worden.

Dat opnieuw diverse oligarchen zich politieke posities verwerven, terwijl hun bedrijven tegelijk nog altijd zeer van de Russische markt afhankelijk zijn, schept mogelijkheden voor Rusland om blijvend economische invloed uit te oefenen in Oekraïne. Sommige waarnemers speculeren over scheuren in het machtsblok van de Russische president Poetin, tot nog toe heeft echter geen enkele Russische oligarch zich tegen zijn beleid inzake Oekraïne uitgesproken. Het is ook niet waarschijnlijk dat ze dat alsnog zullen doen, aangezien de meest recente Levada-peiling laat zien dat de meeste Russen van mening zijn dat de sancties vooral de oligarchen treffen, Poetin blijft intussen onverminderd populair onder de bevolking. De Russische oligarchen merken weliswaar de eerste gevolgen van de Europese en Noord-Amerikaanse economische sancties, maar beschikken niet over de politieke posities waarin hun Oekraïense tegenhangers grossieren.

Posted on Leave a comment

Militair ingrijpen helpt burgers in Syrië niet verder

Victims Civil War Syria - Novini

Ontelbare levenloze lichamen die naast elkaar liggen opgebaard in kleine kamertjes en gangen wegens een gifgasaanval. Zulke beelden schreeuwen om een antwoord van de internationale gemeenschap. Een militaire aanval zal de kans op vrede verkleinen en de humanitaire ramp in Syrië echter hoogstwaarschijnlijk verergeren. De ChristenUnie pleit er daarom voor dat Minister Timmermans zich uitspreekt tegen militair handelen.

Een chemische aanval mag niet ongestraft voorbij gaan. Er zijn aanwijzingen dat President Assad achter de aanval zit. De resultaten van de VN-inspecteurs zullen waarschijnlijk aantonen dat er sprake is geweest van een chemische aanval maar kunnen geen antwoord geven op de schuldvraag. De Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland; Rusland zegt goede gronden te hebben om aan te nemen dat de rebellen er juist achter zitten. Inmiddels heeft Minister Timmermans laten weten dat hij ook ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ ervan overtuigd is dat Assad verantwoordelijk is voor het gebruik van chemische wapens. Daarom hebben we een verzoek gedaan om opnieuw vertrouwelijk een briefing te krijgen van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Een andere cruciale vraag wordt echter vrijwel niet gesteld: wat wordt er eigenlijk bereikt met een militaire aanval? Een mogelijk antwoord hierop ligt verscholen in het principe van de rechtvaardige oorlog. Heel simpel gezegd: bezint eer gij begint!

Dit concept, ooit bedacht door filosofen als Hugo de Groot en Thomas van Aquino, leidt ook voor het Syrische conflict tot heldere inzichten. Het uitgangspunt is dat een staat haar soevereiniteit verliest wanneer zij handelingen pleegt die ‘het morele geweten van de mensheid shockeren’. De chemische aanval heeft dit teweeg gebracht, al moeten we ook de enorme aantallen slachtoffers die al gevallen zijn niet vergeten. In dergelijke gevallen kan de internationale gemeenschap met militaire middelen haar morele verantwoordelijkheid nemen.

Het principe van de rechtvaardige oorlog verbindt wel eisen aan een militaire aanval. Zo moeten diplomatieke mogelijkheden zijn uitgeput, het geweld proportioneel zijn en de initiatiefnemers geleid worden door zuivere motieven.

Maar er is nog een belangrijk aspect. De militaire ingreep, de aanval moet een gerede kans van slagen hebben. Om twee redenen: een kansloze aanval betekent het slachtofferen van je eigen militairen. En een aanval die de kans op vrede verklein en niet tot minder, maar juist tot meer slachtoffers leidt, moet alleen al om die reden achterwege blijven. Dan is het middel erger dan de kwaal. En dat is er wel aan de hand als we het hebben over militair ingrijpen in Syrië.

Voorstanders van militair ingrijpen benadrukken dat afzijdig blijven geen optie is, omdat een chemische aanval een misdaad tegen de menselijkheid is. Dat is helaas maar al te waar. Toch kun je niet voorbijgaan aan de complexiteit van het Syrische conflict. Het gaat hier niet alleen om monster Assad dat in gevecht is met heldhaftige vrijheidsstrijders. De rebellen zijn niet eensgezind en bestrijden ook elkaar omdat ze verschillende ideeën hebben over de toekomst van Syrië.

Een militaire aanval op het regime van Assad zal de krachtsverhoudingen veranderen in het voordeel van de rebellen. Maar wie zijn dat eigenlijk? Het Amerikaanse congres bevroeg Minister Kerry juist hierover maar zijn antwoorden waren zeer verontrustend. Volgens Kerry is de Syrische oppositie gedurende de laatste maanden ‘steeds gematigder geworden’ en veel meer dan voorheen ‘voorstander van het democratische proces en een grondwet die minderheden beschermt’.

Niets blijkt minder waar. Ook uit Amerikaanse veiligheidsbronnen blijkt dat de oppositie verre van gematigd is. Ook de oppositie heeft zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden aldus VN-onderzoeker Pinheiro. Ook zij zijn verantwoordelijk voor standrechtelijke executies, het bestoken van woonwijken en gijzelnemingen. Het meest prangende is echter dat niet kan worden uitgesloten dat deze groeperingen ook chemische wapens hebben gebruikt.

Radicaal islamitische strijdkrachten, zoals Al Nusra, maken een cruciaal onderdeel uit van het verzet tegen Assad. Zij hebben geen oog voor andersdenkenden, of het nu gematigde moslims zijn, of christenen of alawieten. Afgelopen week kwam naar buiten dat jihadisten het christelijke dorp Maaloula zijn binnengevallen. Kerken werden verbrand en christenen vermoord. Wanneer het Assad-regime wordt verzwakt door een militaire aanval, wordt het bijltjesdag: voor de geloofsgenoten van Assad, voor christenen en voor iedereen die de jihadisten in de weg staan. Wat is dan het antwoord van Obama, Hollande en Cameron?

Wij moeten niet met een roze bril naar de oppositie te kijken. Een militaire oplossing zorgt er niet zo maar voor dat de mensenrechten, waaronder bescherming van minderheden, zullen worden gerespecteerd. En het is al helemaal geen recept voor democratie. Er bestaan geen gemakkelijke oplossingen om het bloedvergieten in Syrië te stoppen.

Natuurlijk moet duidelijk zijn dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet ongestraft kunnen blijven. Niet voor Assad en niet voor de oppositie. Maar daar zijn meer wegen voor. Nu afzien van ingrijpen is niet hetzelfde als voor altijd een vrijbrief geven aan oorlogsmisdadigers.

Beëindiging van het conflict moet het eerste doel zijn. Hopelijk is het ontmantelen van de chemische wapens waar nu over wordt gesproken daartoe een eerste stap. Alle aandacht dient nu gericht te zijn op het laatste initiatief binnen de VN-veiligheidsraad om tot een vreedzame oplossing te komen. Maar zelfs indien dat initiatief niet slaagt moet een militaire aanval op Syrië pertinent worden uitgesloten. Het komt ongetwijfeld voort vanuit een nobel streven maar zal de situatie voor de Syriërs waarschijnlijk alleen maar verergeren

Daarna zijn er mogelijkheden om het recht alsnog te laten zegevieren. Bijvoorbeeld door Assad en andere leiders die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid hebben bedreven voor het Internationaal Strafhof te krijgen. In de Bijbel roept de profeet Amos ons op om het recht te laten stromen als water en gerechtigheid als een rivier. In dit geval staat militair handelen haaks op dat streven.

Joël Voordewind & Shamir Ceuleers (respectievelijk Tweede Kamerlid en beleidsmedewerker van de ChristenUnie-fractie)

 

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.