Posted on

Strafhof zwicht voor intimidatie VS

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden in Afghanistan. Tot genoegen van de VS, die al sinds 2002 bedreigingen uiten aan het adres van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Afrikaanse landen zien vermoeden bevestigd: Strafhof is neokoloniaal instrument.

De rechters van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag hebben het verzoek afgewezen van de hoofdaanklaagster, de Gambiaanse Fatou Bensouda, om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan door de Taliban, het Afghaanse leger en de Amerikanen die in 2001 het land binnenvielen. Dit ondanks het feit dat ook de rechters aannemen dat er misdaden zijn gepleegd.

Vaagheid

De redenen die de rechters aanvoeren voor hun afwijzing van een strafrechtelijk onderzoek blinken uit in vaagheid. Zij voeren aan dat het voorbereidende onderzoek van Bensouda te lang heeft geduurd, dat “de politieke situatie inmiddels is veranderd” en dat ze verwachten dat betrokken partijen te weinig medewerking zullen verlenen.

Intimidatie

Het heeft er alle schijn van dat de rechters van het Strafhof gezwicht zijn voor intimidatie van de VS. De Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton van de regering Trump dreigde in september vorig jaar met strafmaatregelen mocht het Strafhof een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de betrokkenheid van Amerikanen bij oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Afghanistan, of naar mogelijke misdaden van Israël of een andere bondgenoot. Personeel van het Strafhof zou door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen, Israëliërs of andere bondgenoten van de VS zou worden gestraft. “We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

The Hague Invasion Act

Aan die bedreiging van Bolton voorafgaand, in 2002, het jaar waarin het Strafhof haar deuren opende, namen de VS een wet aan, The American Service-Members’ Protection Act, bijgenaamd The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden.

http://www.novini.nl/eric-van-de-beek-bij-cafe-weltschmerz-over-the-hague-invasion-act/

Dat het niet bij bedreigingen blijft, maakten de VS begin april van dit jaar duidelijk door het visum van Bensouda in te trekken, zodat zij de VS niet meer inkomt. Dit terwijl op dat moment de rechters van het Strafhof nog geen besluit hadden genomen over haar verzoek een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Afrikaanse uittocht

Het besluit van de rechters kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van het Strafhof, vooral wat betreft het lidmaatschap van Afrikaanse landen. De Afrikaanse Unie (AU) nam in januari 2017 een resolutie aan waarin staat dat Afrikaanse landen aandringen op forse hervorming bij het Strafhof, omdat ze anders massaal hun lidmaatschap opzeggen. De AU wil dat het Strafhof stopt met, wat zij noemt, “de dubbele standaard”. Het zijn tot nu toe alleen Afrikanen die door het Hof zijn vervolgd en veroordeeld.

Eén Afrikaans land, Burundi, heeft zijn lidmaatschap al opgezegd; Zuid-Afrika en Gambia kondigden afgelopen jaar aan uit het Strafhof te stappen. De president van Namibië, Hage Geingob, heeft verklaard dat zijn land alleen lid blijft als de VS ook lid worden. Het recente besluit van het Hof een machtig westers land als de VS te ontzien, zal daarom veel Afrikaanse en andere niet-westerse landen in hun vermoeden bevestigen dat het Hof een neokoloniaal instrument is van westerse landen en mogelijk resulteren in een massale opzegging van lidmaatschappen.

Statuut van Rome

Er zijn op dit moment 122 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd , en daarmee lid zijn van het Strafhof. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. Belangrijke landen als de VS, Rusland, China, Israël en India zijn geen lid. Toch kunnen ook burgers van die landen door het Strafhof worden vervolgd als zij hun misdaden hebben begaan in één van de landen die wel zijn aangesloten bij het Hof. Zo kan het Hof wel onderzoek doen naar oorlogsmisdaden van Amerikanen begaan in Afghanistan, dat lid is van het Hof, en niet in Irak, dat geen lid is.

CIA’s ‘black sites’

Een aantal misdaden van Amerikanen begaan in Irak, zoals in de Abu Graib-gevangenis, is bestraft in de VS, al bleven de hogere echelons en politiek verantwoordelijken buiten schot. Misdaden begaan door Amerikanen in Afghanistan zijn echter, op één uitzondering na, onbestraft gebleven. Ene David Passaro, een burger die was ingehuurd door de CIA, en die een Afghaanse man, genaamd Abdul Walid, doodsloeg, is veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ook John C. Kiriakou, een CIA-officier, belandde achter de tralies; niet omdat hij zich schuldig had gemaakt aan een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid, maar omdat hij als klokkenluider de wereld deelgenoot had gemaakt van de manier waarop de CIA verdachten doorgaans verhoort: door ze met hun hoofd onder water te houden, het zogeheten waterboarding.

De onwil of onkunde van de Amerikaanse justitie om degelijk onderzoek te doen naar Amerikaanse verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan en ze strafrechtelijk te vervolgen en te veroordelen, heeft er toe geleid dat het Internationaal Strafhof in actie kwam. In 2006 startte de voorganger van Bensouda een vooronderzoek naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan. In 2016 presenteerde Bensouda het resultaat. Zij verdenkt tenminste 61 Amerikaanse militairen en 27 CIA’ers van marteling, wrede behandeling, aantasting van de menselijke waardigheid en verkrachting. Die verdachte CIA’ers waren overigens niet alleen actief in Afghanistan, maar ook in geheime centra in Polen, Roemenië en Litouwen, de zogeheten CIA black sites, waar ze verdachte Afghanen verhoorden. Bensouda voegt daar aan toe dat het niet om geïsoleerde gevallen lijkt te gaan , maar dat ze onderdeel uitmaakten van een verhoormethode die van bovenaf was opgelegd.

VS dreigen opnieuw

De Amerikaanse regering heeft haar tevredenheid geuit over het besluit van de rechters van het Strafhof af te zien van strafrechtelijk onderzoek naar Amerikanen in Afghanistan en de CIA-blacksites in EU-landen. President Trump bracht een officiële verklaring uit waarin hij het besluit “een enorme internationale overwinning” noemde en nog eens dreigde dat iedereen die Amerikaanse of Israëlische functionarissen wil vervolgen een ‘robuuste’ reactie kan verwachten.

Bensouda heeft echter aangegeven het er niet bij te laten zitten. Zij zegt te broeden op een juridische reactie. Waarschijnlijk zal dit zijn: heropening van het vooronderzoek, zoals eerder gebeurd is in het geval van Britse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in Irak. De rechters gaven Bensouda geen toestemming een strafrechtelijk onderzoek hiernaar in te stellen, waarna Bensouda het vooronderzoek heropende. Bensouda weet zich gesterkt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Die laatste liet in een verklaring weten dat het Strafhof “is gezwicht voor Amerikaanse pesterijen en dreigementen” en “op schokkende wijze slachtoffers in de steek heeft gelaten”. Het besluit van de rechters zal, volgens Amnesty, “de geloofwaardigheid van het Hof nog verder aantasten.”

Nieuwe vuurproef

Intussen wacht Bensouda en de rechters van het Hof een nieuwe vuurproef. Bensouda leidt sinds 2015 een vooronderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden van Palestijnen en Israeliërs tijdens het 51-dagen durende conflict rond Gaza in 2014. Hoewel Israël geen lid is van het Strafhof, kan het Hof wel onderzoek doen naar mogelijke oorlogsmisdaden van Israël begaan op Palestijns grondgebied, omdat Palestina wel lid is. Gezien de dreigende woorden van Bolton in september vorig jaar, waarin hij met name Israël noemde als bondgenoot van de VS die met rust gelaten moest worden, kan het personeel van het Internationaal Strafhof opnieuw zijn borst natmaken.

Posted on

De ontkende grens waar niemand overheen mag

Al een aantal dagen vinden er protesten plaats in de Gazastrook omdat Palestijnen het recht willen hebben om terug te keren naar hun geboorteplaats. Elke dag worden er demonstranten doodgeschoten aan de grens en zelfs journalisten zijn nu doelwit geworden.

De westerse media zitten intussen met hun handen in het haar want er zijn (gelukkig lijkt mij) nog geen Israëliërs omgekomen. Normaal gesproken kunnen tragische verhalen over dode Palestijnen worden afgewisseld met verhalen over omgekomen Israëliërs. Maar het Israëlische leger stelt zich dit keer harder op. Niemand komt nog in de buurt van de grens zonder doodgeschoten te worden. De NOS lijkt compleet verslagen te zijn in dit falende mediastreven naar gelijke berichtgeving. Het woord dood is taboe geworden, over de dode journalist schreef de NOS dat deze was “bezweken”, alsof de dode man was flauwgevallen.

Het laatste redmiddel om deze crisis goed te praten is om maar te beweren dat de Palestijnen niet het recht hebben om de grens over te steken. Zelfs de Israëlische premier Netanyahu roept dat ze de grens niet over mogen steken. Israël spreekt in deze context zelfs over infiltranten. Maar over welke grens hebben we het eigenlijk ineens? Israël, de Verenigde Staten, Nederland en de meeste andere EU-lidstaten erkennen deze grens niet. Volgens deze landen is er slechts één erkende staat tussen de Dode Zee en de Middellandse Zee en dat is Israël.

Maar als Israël wil spreken van infiltranten, het recht op grensbewaking en een veilige en gecontroleerde grens, zullen ze moeten erkennen wat er aan de overkant ligt. Een inwoner die zich van de ene kant van je land naar de andere kant verplaatst is geen infiltrant die doodgeschoten moet worden.

Het is belachelijk dat een van de zwaarst bewaakte grenzen in de wereld alleen wordt erkend als we moeten goedpraten dat Israël demonstranten aan de andere kant doodschiet. Wie vindt dat Israël recht heeft om deze grens te bewaken zal Palestina moeten erkennen als buurland van Israël.

Posted on

Jordanië krijgt sleutelrol in Trumps Midden-Oosten-beleid

Wie kijkt naar het lijstje staatshoofden en regeringsleiders die Donald Trump ontvangen heeft, valt op dat hij al in zijn tweede week als president een ontmoeting had met koning Abdallah II van Jordanië. Daarvoor had Trump weliswaar reeds met de Israëlische regeringsleider Netanyahu getelefoneerd, maar Jordanië komt onder Trump een belangrijke rol toe.

Het kleine maar relatief stabiele koninkrijk kan zowel met het oog op de Palestijnse kwestie een belangrijkere rol gaan spelen dan voorheen als ook in de strijd tegen de islamistische terreur in Syrië en Irak.

In de eerste plaats ging het bij het bezoek van koning Abdallah aan de Verenigde Staten om de economische en politieke stabilisatie van het Hasjemitische koninkrijk. Trump had tijdens zijn campagne al aangekondigd, dat hij geen aanhanger van de twee-statenoplossing voor de Palestijnse kwestie is.  Het heropleven van een Jordaanse rol in de toekomst van de westelijke Jordaanoever verdient in deze visie de voorkeur boven de huidige internationale fixatie op het concept van een Palestijnse staat, waarvan de grenzen met Israël berusten op de grenslijnen van 1967.

Naast een gesprek met Donald Trump, had de Jordaanse koning ook gesprekken met vice-president Pence, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Mattis en Tillerson, en met Trumps National Security Advisor luit.-gen. b.d. Michael Flynn (foto).

Een nieuwe Palestijnse staat zou in de huidige islamitische conjunctuur van de grotere regio een strategische bedreiging voor alle staten in de regio zijn, met inbegrip van Jordanië, zo is de gedachte in Washington. De vrees is namelijk dat een Palestijnse staat op de westelijke Jordaanoever in handen van Hamas zou vallen, waarbij men zegt te vrezen voor Iran. Hieruit blijkt dat Trumps adviseurs ofwel slecht op de hoogte zijn van de verhoudingen dan wel hem bewust verkeerd voorlichten. Op zijn laatst sinds de soennitische Hamas ervoor koos om niet de Syrische regering onder Assad, maar de soennitische rebellen tégen Assad te steunen, zijn de relaties tussen Hamas en Iran bekoeld. Hamas onderhoudt daarentegen wel warme banden met de regeringen van Saoedi-Arabië en Qatar. Dat Hamas op de Gazastrook inmiddels te maken heeft met oppositie van ‘Islamitische Staat’, zoals de protesten van de laatste weken laten zien, roept overigens de vraag op, of de partij wel op het juiste paard gewed heeft.

Hoewel Jordanië sinds de Oslo-akkoorden een twee-statenoplossing voor Palestina accepteert, zijn er aanwijzingen dat het Hasjemitische koninkrijk flexibel is en open staat voor andere potentiële oplossingen. Jordanië heeft sinds het afzien van zijn aanspraak op de westelijke Jordaanoever 25 jaar geleden zijn grondwet van 1952, waarin sprake is van een koninkrijk op de beide oevers van de Jordaan, niet gewijzigd. Ook geldt Jordanië nog altijd als hoeder van de islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Maakt bestrijding Iran bondgenoten van Israël en Saoedi-Arabië?

In het Midden-Oosten ontstaan soms onverwachte nieuwe samenwerkingen. De toenemende bedreiging door het jihadisme en de grotere rol van Iran in de regio hebben zowaar zelfs Israël en Saoedi-Arabië ertoe gebracht meer contact met elkaar te zoeken.

In het begin van de jaren ’80 blokkeerde Israël nog de verkoop van tanks door Duitsland aan Saoedi-Arabië onder verwijzing naar veiligheidsbedenkingen. In 2011 sprak Israël niet alleen geen veto uit over de verkoop van 200 Leopard-tanks aan de Saoedi’s, maar sprak zelfs over Saoedi-Arabië als een land dat de stabiliteit in de regio zou waarborgen.

Saoedi-Arabië, waar de islam ontstond en dat de hoeder is van de ‘heilige plaatsen’, waartoe overigens ook Jeruzalem behoort, was voor Israël altijd een aartsvijand. De ontwikkelingen van de laatste tijd hebben de Israëlische premier Benjamin Netanyahu er echter toe gebracht toe te geven dat Israël gemeenschappelijke belangen heeft met Saoedi-Arabië.

Saoedi-Arabië erkent het bestaansrecht van Israël niet en kent onder invloed van het wahabisme de meest behoudende, radicale, in bepaalde opzichten obscurantistische en bepaald ondemocratische staatsvorm in de Arabische wereld. In Saoedische schoolboeken worden joden en christenen als ongelovig en verdorven voorgesteld. Joden is vanwege hun godsdienst zelfs het reizen naar Saoedi-Arabië verboden. En ondanks dit alles denken hoge Israëlische ambtenaren, dat er nu ruimte is ontstaan om na te denken over mogelijke samenwerking.

Het kernprogramma van Iran wordt in Israël evenveel zorg bekeken als in Saoedi-Arabië. Beide landen hebben het akkoord van de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad plus Duitsland (P5+1) in vergelijkbare bewoordingen veroordeeld. De toenemende invloed van Iran in Irak, Syrië, Libanon en Jemen wordt door beide met argusogen bekeken. Ook de toenemende terreur van ‘Islamitische Staat’, die ook de aanspraak van Saoedi-Arabië op het beschermheerschap van de heilige plaatsen in gevaar brengt, wordt vanuit Israël met toenemende zorg bekeken.

Met het oog op het veranderende politieke landschap in het Midden-Oosten heeft Netanyahu vastgesteld, dat de gemeenschappelijke veiligheidsbelangen van soennitische staten als Jordanië en Saoedi-Arabië met Israël heel goed tot een gezamenlijk optreden tegen Iran en ‘Islamitische Staat’ zouden kunnen leiden. Op een conferentie van de voorzitters van de grote Joodse gemeenschappen in de Verenigde Staten sprak de directeur-generaal van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken Dore Gold over de soennitische Arabische landen als bondgenoten van Israël. In 2003 bracht Gold nog een boek uit, dat aan het licht bracht hoe Riaad het mondiale jihadistische terrorisme ondersteunt.

In Washington had Gold zelfs een ontmoeting met de gepensioneerde Saoedische generaal Anwar Eshki, die adviseur van de Saoedische regering was. De beide mannen hadden weliswaar geen mandaat van hun regeringen, waren het er echter over eens dat Iran en niet Israël het grootste gevaar in de regio is. Kort na deze ontmoeting werd bekend dat in de afgelopen 17 maanden Israëlische en Saoedische functionarissen elkaar reeds vijf maal hadden getroffen in Italië, India, Tsjechië voor gesprekken over het kernprogramma van Iran. Israël zou zich van de toestemming van Riaad hebben willen verzekeren om door het Saoedische luchtruim te mogen vliegen met het oog op een eventuele vernietiging van de Iraanse nucleaire installaties.

De vooraanstaande Saoedische intellectueel Abdullah al Shammari sprak onlangs in de Wall Street Journal over Israël als een “vijand vanwege zijn bestaan, maar niet vanwege zijn handelen”, in het geval van Iran zou dit precies andersom zijn. De intellectueel zou zonder blikken of blozen met Israël naar een gemeenschappelijke bestrijding van Iran zoeken.

Politici en analisten in de regio zijn het er echter over eens, dat een dergelijke alliantie zonder duidelijke toegevingen van de kant van Israël in het vredesproces met de Palestijnen niet tot stand zal kunnen komen. Saoedi-Arabië was in ieder geval een van de belangrijkste protagonisten van het vredesproces. Vanwege de weigering van Israël om op de vredesvoorstellen van Saoedi-Arabië in te gaan, sloeg het vanuit Jemen met raketten bestookte land zelfs het Israëlische aanbod af om haar het raketafweersysteem ‘Iron Dome’ te verkopen.

Posted on

Israël hartelijk aangemoedigd

De afgelopen maanden is Israël veel in het nieuws geweest. Trouwens, in welke periode is dat niet het geval? Dit speldenknopje op de wereldkaart is vrijwel dagelijks onderwerp van discussie in alle grote media op deze wereld. De laatste maanden kreeg Israël in de Nederlandse pers vooral aandacht vanwege het zogenaamde ontmoedigingsbeleid dat Nederland voert ten opzichte van Israël. Verschillende grote Nederlandse bedrijven (Vitens, Haskoning, PGGM) hebben hun samenwerking met Israëlische bedrijven verbroken. Waar gaat dit over? Wat heeft Israël misdaan?

Door: C.G. van der Staaij en D.J.H. van Dijk

Het ontmoedigingsbeleid houdt in dat onze regering Nederlandse bedrijven aanspreekt op het ontplooien van activiteiten in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen. We hebben het dan over Judea, Samaria (de Westelijke Jordaanoever) en Oost-Jeruzalem. De regering verleent aan dergelijke activiteiten geen ondersteuning, omdat het bestaan van deze nederzettingen in strijd zou zijn met het internationaal recht.

De SGP heeft grote moeite met dit ontmoedigingsbeleid. Het schept een klimaat waarmee zakendoen met Israëlische bedrijven besmet raakt. Hierbij moet beseft worden dat de verwijzingen naar het internationaal recht aanvechtbaar zijn. Het internationaal recht heeft naar zijn aard een hoog politiek gehalte en kan niet vergeleken worden met nationaal recht. Bovendien mag nooit vergeten worden dat de betwiste gebieden in handen van Israël kwamen na een agressie-oorlog (in 1967) van Arabische staten. En dan gaat het ook nog om gebieden die Jordanië en Egypte in 1948 zonder enige rechtsgrond hadden ingenomen na hun aanval op de Joodse staat.

De betreffende nederzettingen zijn op grond van de met de Palestijnen gesloten Oslo-akkoorden momenteel inzet van onderhandelingen over de definitieve status. Aan de onderhandelingstafel moeten oplossingen worden gevonden en niet via oneigenlijke drukmiddelen die de vrede frustreren. Eenzijdige internationale druk op Israël versterkt slechts de weigering van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse democratische staat Israël te erkennen.

Ondertussen is Israël weer op negatieve wijze in het nieuws. De wereld ziet vaak niets anders dan het verweer van Israël en zij begrijpt er vanuit haar vrijheid dikwijls niets van. Gemakkelijke veroordelingen van Israël zijn het gevolg. Veel aandacht gaat zo naar de aangevochten positie die Israël in het Midden-Oosten inneemt. Maar Israël heeft zoveel méér te bieden. Israël is een goed functionerende democratische rechtsstaat. Op het gebied van ICT, innovatie en technologie is Israël een sterspeler. Israël heeft veel ervaring met de integratie van uiteenlopende bevolkingsgroepen. Persvrijheid en godsdienstvrijheid zijn in Israël geborgd. Slachtoffers van het Syrische conflict worden in Israëlische hospitalen verzorgd.

Daarom vond de SGP het belangrijk om een werkbezoek te brengen aan Israël met een positieve agenda! Daaraan is begin van dit jaar gestalte gegeven door een vierdaags werkbezoek aan dit land en de Palestijnse gebieden. Met SGP-parlementariërs uit de Tweede Kamer en het Europees Parlement, vergezeld door medewerkers, werd een leerzame reis afgelegd naar deze bewogen regio.

De timing van het werkbezoek kon niet beter. Juist tijdens deze reis verbrak het pensioenfonds PGGM – na Vitens en Haskoning – haar samenwerking met Israëlische partners. We konden nu uit eerste hand vernemen van Israëlische politici en topmensen uit het bedrijfsleven welke impact dergelijke stappen heeft. Zo spraken we met de directeur van Mekorot, een internationaal opererend en gerenommeerde Israëlisch waterbedrijf. Zij voelden zich bezoedeld door de door Vitens verbroken samenwerking.

SGP - werkbezoek Israel - Vitens
De SGP brengt een werkbezoek aan het waterbedrijf Mekorot in Israël.

Datzelfde gevoel overheerste bij politici. Er gebeuren verschrikkelijke dingen in het Midden-Oosten, gruwelijke mensenschendingen en wrede conflicten. En dan wordt Israël behandelt als paria. Daarover waren zij verbijsterd. Israël is niet perfect, maar in vergelijking met omliggende landen een oase van stabiliteit en een prima functionerende rechtsstaat. Deze gevoelens van onrechtvaardigheid stimuleerden de SGP-delegatie om in zowel de Tweede Kamer als in het Europees Parlement stevig op te komen voor de veiligheid en economische belangen van Israël en de kwalijke effecten van het ontmoedigingsbeleid aan de kaak te stellen.

Na dit werkbezoek zijn er op initiatief van de SGP meerdere debatten over het ontmoedigingsbeleid geweest met minister Timmermans van Buitenlandse zaken. Tijdens die debatten heeft de SGP duidelijk gemaakt, dat zij het ontmoedigingsbeleid het liefst zo snel mogelijk zou laten oplossen in de Dode zee. Voor deze wens is echter geen Kamermeerderheid te mobiliseren. Gelet op die werkelijkheid heeft de SGP aan de minister gevraagd hoe hij voorkomt dat zijn ontmoedigingsbeleid uitdijt en we uiteindelijk in een boycotachtige sfeer terechtkomen. Met kracht is erop aangedrongen dat het kabinet moet uitstralen dat zakendoen met Israël legitiem en vanzelfsprekend is.

Overigens is voor het vredesproces minstens zo belangrijk dat het haatzaaien tegen Joden door Palestijnen in de media, in het onderwijs en tijdens publieke optredens van de Palestijnse autoriteiten, stopt. Zelfs Abbas, de huidige leider van de Palestijnse autoriteit, werkt mee aan de inhuldiging van terroristen die meerdere Joodse burgers hebben vermoord. Zo ontstaat er geen voedingsbodem voor vrede, maar voor genocide. De SGP wil dat financiële hulp aan de Palestijnse autoriteit afhankelijk wordt gemaakt van behaalde resultaten op dit terrein.

Uiteindelijk zijn de reeks debatten over dit trieste thema geëindigd met een lichtpuntje. Een ingediende motie van de SGP, gesteund door de ChristenUnie, kreeg een Kamermeerderheid achter zich. In deze motie is uitgesproken dat het Nederlandse kabinet op zichtbare en overtuigende wijze duidelijk moet maken dat zij economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israelische bedrijven aanmoedigt. De SGP zal al haar mogelijkheden benutten – voor en achter de schermen – om ervoor te zorgen dat deze motie royaal wordt uitgevoerd!