Posted on

Keuze voor nieuwe voorzitter bepaalt toekomst CDU

Na 18 jaar aan het hoofd van de CDU treedt Angela Merkel af als partijleider. Ook haar bondskanselierschap loopt ten einde. Wie haar opvolgt kan de Bondsrepubliek op een ander spoor zetten. 

In Hamburg wordt dit weekeinde op het federale congres van de CDU een nieuw partijbestuur gekozen. Eind oktober heeft Merkel bekend gemaakt niet opnieuw te kandideren voor het partijvoorzitterschap. Reeds enkele weken touren nu de kandidaten Annegret Kramp-Karrenbauer, Jens Spahn en Friedrich Merz door het land en treden op bij regionale conferenties van de partij. Al met al hebben zich twaalf kandidaten aangemeld, maar alleen deze drie hebben een goede kans.

Trekt Spahn zich terug?

De 56-jarige oud-deelstaatpremier van het Saarland, binnen de partij dikwijls kortweg AKK genoemd, ligt volgens de officiële peilingen voor. Maar de 62-jarige ex-politicus en zakenadvocaat Friedrich Merz geniet aan de basis grote sympathie. Minister van Gezondheid Jens Spahn is met zijn 38 jaar de jongste kandidaat van de drie. Hij geldt als de geringste kanshebber, maar is een getalenteerde pr-man en tacticus.

In de partij valt over Spahn te beluisteren dat hij vanwege zijn leeftijd nog wel wat kan wachten. Het zou voor hem alleen een testronde zijn, om zijn kansen te peilen en zijn bekendheid te vergroten. In veel opzichten heeft hij vergelijkbare standpunten als zijn concurrent Merz. Hierdoor is Kramp-Karrenbauer in die zin in het voordeel, dat zij de linkervleugel van de partij voor zichzelf alleen heeft. Het wordt dan ook niet uitgesloten dat Spahn zich op het laatste moment terugtrekt uit de race ten gunste van Merz.

Krachtsverhoudingen

De krachtsverhoudingen binnen de partij zijn moeilijk in te schatten. AKK geldt als vertrouweling van Merkel. Diverse partijbonzen hebben dan ook het nodige gedaan om vooral Merz als belangrijkste concurrent in diskrediet te brengen. In Berlijn vertellen journalisten dat door het team van de Saarlandse oud-deelstaatpremier het verhaal de wereld in geholpen is dat de miljonair Merz per helikopter naar optredens zou reizen.

Kramp-Karrenbauer, die sinds haar verkiezing tot secretaris van de federale CDU afgelopen februari intensief door het land gereisd is om de partijbasis te ontmoeten, is een beroepspolitica. Buiten haar loopbaan binnen de partij, heeft ze geen enkele werkervaring. Ze kent het politieke bedrijf en weet aan de juiste touwtjes te trekken. Ook in haar omgeving heerst echter onzekerheid.

Merkel houdt zich er angstvallig buiten

Sinds Ralph Brinkhaus het verrassend won van de Merkel-vertrouweling Volker Kauder in de race om het voorzitterschap van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag, geldt een aanbeveling van de bondskanselier niet meer per se als een vrijkaart, in tegendeel. Zodoende hebben Merkel en haar entourage zich dan ook angstvallig buiten de campagne gehouden.

Het duidelijkst was dit in Noord-Rijnland-Westfalen te zien. 296 van de 1001 afgevaardigden die over het partijvoorzitterschap zullen stemmen, horen bij deze grootste regionale afdeling. Zowel Merz als Spahn zijn afkomstig uit deze deelstaat. Het bestuur van de regionale partijafdeling, onder leiding van Merkel-aanhanger Armin Laschet, heeft echter geen aanbeveling gedaan voor een van de kandidaten.

Nek-aan-nek-race

De drie meest kansrijke kandidaten presenteerden zich op in totaal acht regionale conferenties, waar vooral de goed georganiseerde AKK-aanhang van zich liet horen. Maar onder de afgevaardigden ziet het er naar verluidt anders uit. In NRW zou het een nek-aan-nek-race zijn tussen Merz en AKK, waarbij die eerste een lichte voorsprong zou hebben.

Uit Baden-Württemberg komen geruchten dat zo’n driekwart van de afgevaardigden reeds besloten zou hebben Merz te steunen. En Hessen en Rijnland-Palts zou er nog geen duidelijke voorkeur bestaan. De noordelijke regio-afdelingen, waarvan qua grootte vooral Nedersaksen belangrijk is, zouden meer naar Kramp-Karrenbauer neigen.

In de voormalige DDR, waar de regionale CDU-afdelingen in 2019 zware verkiezingscampagnes te wachten staan, is de stemming verdeeld. Kramp-Karrenbauer doet het goed vanwege haar ervaring in de provincie, maar Merz wordt eerder toevertrouwd kiezers terug te winnen op de AfD.

Merz optimistisch

Merz liet zich onlangs optimistisch uit over zijn kansen om de race om het partijvoorzitterschap te winnen: “Het is niet alleen mijn bedoeling, maar ook mijn vaste overtuiging dat ik de volgende partijvoorzitter wordt.” Na zijn verkiezing zou hij eerst “een uitvoerig en vertrouwelijk gesprek met Angela Merkel voeren.” Ook wil hij alle mensen aanschrijven die in de afgelopen jaren hun lidmaatschap van de CDU hebben opgezegd en ze vragen om terug te keren.

De oud-fractievoorzitter deed tijdens de campagne een poging een spagaat uit te voeren. Enerzijds gaf hij met kritiek op het geldende asielrecht signalen af aan rechtse kiezers, anderzijds zette hij de AfD weg als nationaal-socialisten.

Afrekening

Het immigratiebeleid was het dominante thema in de afgelopen weken. De vrees van het partijestablishment voor een afrekening met Merkel  – en iedereen die haar gesteund heeft, zij zelf dus –  is zo groot, dat zelfs AKK recent enige afstand nam van Merkels beleid. De burgers en ook partijleden hebben het gevoel gehad dat de partij hun zorgen en “terechte angsten” niet serieus nam, aldus Kramp-Karrenbauer. “Dan mag het niet verbazen dat deze mensen omzien naar partijen waarvan ze tenminste de indruk hebben dat die zich er wel mee bezig houden”, zo stelde onder impliciete verwijzing naar de AfD.

In Hamburg zal het er dit weekeinde op aan komen wie de stemming onder de afgevaardigden het beste weet te treffen. Hoewel Kramp-Karrenbauer als favoriet geldt, neemt bij haar aanhangers de vrees toe dat Merz tijdens het congres er nog in zou kunnen slagen de stemming te doen omslaan. Want AKK geldt niet bepaald als een enthousiasmerend spreker. Ook daarin staat ze overigens dicht bij Merkel.

http://www.novini.nl/merkels-opvolger-wacht-een-explosieve-erfenis/

Posted on

Uitgeverij De Blauwe Tijger lanceert nieuw tijdschrift

De Groningse uitgeverij De Blauwe Tijger lanceert deze zomer een nieuw tijdschrift. Het magazine gaat Epoque heten en moet een glossy “boordevol cultuur, geopolitiek, economie, trends, ambacht en kunst” worden.

“Epoque springt in een gat dat al langer aanwezig is op de Nederlandse bladenmarkt”, zo schrijft De Blauwe Tijger op haar website. “Het is gericht op langlopende trends op gebied van economie, literatuur, kunst, (geo)politiek, geschiedschrijving, onderwijs en opvoeding.”

“In een tijdperk waarin mensen steeds minder kranten en bladen lezen, is Epoque Magazine een middel om zicht te krijgen en visie te ontwikkelen op trends in binnen- en buitenland”, zo licht de uitgeverij toe.

Het is de bedoeling dat ieder nummer van het magazine, dat vooreerst als kwartaalblad verschijnt, een katern rond een thema bevat. In het eerste nummer is dat thema rust. “Thema’s worden over meerdere essays en achtergrondcommentaren ontleed. Vervolgthema’s zijn o.a. Brexit, Merkel, stedebouw, popcultuur, Salamanca.”

Daarnaast wil het blad veel ruimte vrijmaken voor reportages en dossiers: “Dossiers besteden aandacht aan gevoelige maatschappelijke onderwerpen als gaswinning en pulsvisserij en Europese regelgeving. (Foto-)reportages gaan over unieke en vakbekwame ondernemers, en beeldend kunstenaars. En met de kunst is ook het laatste vaste onderdeel aangeboord. Epoque besteedt niet alleen veel aandacht aan het chroniqueren van de kunst en literatuur, maar zal ook literatuur, poëzie en essayistiek plaatsen.”

De redactie van het tijdschrift wordt gevoerd door Antoine Bodar, Henk-Jan Prosman en Tom Zwitser. Auteurs die bijdragen aan het tijdschrift zijn onder andere: Willem Jan Otten, Robert Lemm, Fernand Keuleneer, Alexander Zwagerman, Diederik Boomsma, Klaas Maas, Sietske Bergsma, Amanda Kluveld, Charlotte Blaak, Hugo Beuker, Martin van Creveld, Harry Prins, Peter van Duyvenvoorde, Jesper Jansen, Nikko Norte, Rypke Zeilmaker, Jonathan van Tongeren.

Het eerste nummer van Epoque moet in september verschijnen. De uitgeverij vestigt er de aandacht op dat het initiatief tot stand komt zonder investeerders en vraagt zodoende iedereen die dit wil steunen om niet te wachten met abonneren. “We beginnen weliswaar als kwartaalblad, maar willen zo snel mogelijk een maandblad worden. Dit kan alleen met uw hulp! Treuzel niet, en neem een abonnement!”, aldus De Blauwe Tijger. In de losse verkoop gaat het magazine 16,95 euro kosten, een abonnement is 52,- euro.

Meer informatie en abonneren op de website van De Blauwe Tijger

Posted on

Een sociogenese van het begrip geopolitiek

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden. Eén van de sprekers op dit congres was de Nederlandse filosoof en uitgever (De Blauwe Tijger) Tom Zwitser.

Tom Zwitser ziet geopolitiek in essentie als een politiek van heimelijkheid en schetst de opkomst van de geopolitiek, samen met een cultuur en zedelijkheid van heimelijkheid, en het ontstaan van de natiestaat. De opkomst hiervan verloopt omgekeerd evenredig met de afname van publieke openbaarheid en burgerlijke vrijheden. Deze sociogenese is een eerherstel van grote denkers als Norbert Elias, Werner Sombart en Henri Pirenne.

Hieronder is zijn lezing terug te zien:

De boeken waarnaar verwezen wordt in de lezing zijn de proloog en het eerste deel van de ‘Oppervlaktes’-trilogie. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Uitgeverij De Blauwe Tijger:

https://www.facebook.com/geopolitiek.instituut/

Posted on

Vredesproces in Colombia in gevaar

Het vredesakkoord van de Colombiaanse regering met de grootste guerrillabeweging van het land, de FARC, in 2016, dat onder bemiddeling van het Vaticaan en Cuba tot stand kwam, is een van de weinige positieve ontwikkelingen in de wereldpolitiek in de afgelopen jaren.

Het historische akkoord en het daarmee samenhangende verzoeningswerk stonden ook centraal in het bezoek van de paus in september, het ging gepaard met een ware politieke euforie. Na de vrede met de FARC registreerde het Zuid-Amerikaanse land de laagste aantallen slachtoffers sinds decennia.

Na het op 9 januari jongstleden aflopen van de in oktober overeengekomen wapenstilstand met de op een na grootste guerrillagroepering ELN, was het eigenlijk de bedoeling dat in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito de vijfde ronde van de in februari 2017 begonnen gesprekken zou beginnen. Nadat ELN-rebellen echter militairen en een belangrijke oliepijpleiding aanvielen, schortte de regering de onderhandelingen op.

In maart zijn er in Colombia parlements- en in mei presidentsverkiezingen. De partijen zijn verdeeld in duidelijk tegenstanders en voorstanders van het vredesakkoord met de FARC. Het slagen of falen van het vredesproces zal in hoge mate afhangen van de samenstelling van de volgende regering. De huidige regering heeft bij het bereiken en uitvoeren van het akkoord waardevolle tijd verloren en zal in de weinige maanden die resteren niet veel meer kunnen bereiken.

Voor de bevolking in de grote steden van Colombia heeft de kwestie van het slagen of falen van het vredesproces weinig prioriteit. Voor de plattelandsbevolking, die inmiddels in de minderheid is, zou het mislukken van het vredesproces echter funest zijn. De circa 7.000 gedemobiliseerde guerrillastrijders zijn immers vooral gekwalificeerd in de omgang met wapens en de uitoefening van geweld. Als de staat geen woord houdt bij de uitvoering van de projecten voor hun re-integratie in de burgersamenleving, dan is het risico zeer groot dat velen van hen nieuwe misdaadbendes zullen vormen of in zullen gaan op een lucratief aanbod van de drugsmaffia of paramilitairen, om vervolgens weer daar te ageren waar ze de omgeving goed kennen. De opschorting van de vredesbesprekingen van de regering met het ELN dempt dan ook de hoop op een spoedige vreedzame toekomst.

Het ELN rekruteert intussen nog altijd jonge mensen, ook minderjarigen, onder de afro- en inheemse bevolking en rukt systematisch in die gebieden op die de FARC ontruimd heeft. En in plaats van dat het Colombiaanse leger onder rechtsstatelijke normen de controle uitoefent over deze gebieden, laat het de bestrijding van de ELN over aan paramilitaire groeperingen, waarvan het bestaan door de regering nog altijd ontkend wordt.

De guerrillabeweging ELN, die ooit door links-katholieken rond de studentenpastor Camillo Torres opgericht is, heeft weliswaar nog slechts 2.000 à 2.500 strijders onder de wapenen, maar een eventueel definitief afbreken van de vredesbesprekingen bergt grote gevaren voor het land, dat na decennia van drugs- en guerrillaoorlog eindelijk tot rust en weer op krachten wil komen. Na de opschorting van de vredesbesprekingen met het ELN, is secretaris-generaal António Guterres dan ook reeds persoonlijk naar Colombia gereisd.

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch

Posted on

Een interview over cultuur en (geo)politiek om eens goed voor te gaan zitten

De collega’s van de Batavierenpodcast hebben onlangs bij wijze van Kerstspecial Tom Zwitser van Uitgeverij De Blauwe Tijger geïnterviewd met als hoofdvraag ‘Wat is cultuur?’

Wim van den Bergh sprak met Tom Zwitser, auteur van ‘Permafrost’ en ‘Heerlijke platte wereld’ over de vraag wat cultuur nu eigenlijk is. Permafrost is het eerste deel van een trilogie over Oppervlaktes en biedt een filosofische kijk op geopolitiek. Heerlijke platte wereld is een proloog op deze trilogie en gaat over onder andere stedebouw, metafysica, liefde en godsdienst.

Beide boeken komen in het gesprek tussen Van den Bergh en Zwitser ter sprake, maar ook andere boeken, zoals ‘Orthodoxie‘ van G.K. Chesterton en ‘Levenslust en Doodsdrift‘ van Sid Lukkassen. In de loop van het gesprek ontstaat er een overzicht van wat er op cultureel vlak aan de hand is in onze samenleving en in de global village.

Cultuur moet daarbij niet opgevat worden alsof het alleen op de ‘cultuursector’ zou slaan, hoewel ook kunst ruim ter sprake komt in het gesprek. Het gaat echter ook om onze cultuur in bredere zin, om tradities, identiteit, cultuurgeschiedenis, cultuurrelativisme, cultuuroorlog, social engineering en om de culturele achtergronden van de (geo)politiek en de uitwerking van de (geo)politiek op de cultuur.

Steekwoorden in Zwitsers denken zijn massa en mobilisatie. Vroeger kwamen de meeste mensen nooit buiten de plaats, tegenwoordig gaan sommigen op vliegvakantie, welk effect heeft dat op (lokale) samenlevingen en op het wereldtoneel? Gevraagd naar de term cultuurmarxisme waarmee Sid Lukkassen recent stof deed opwaaien in weldenkend Nederland, geeft Zwitser een genuanceerd antwoord, maar spaart hij ook ‘rechts’ niet:

Rechts deinst er voor terug om de wortels van het cultuurmarxisme aan te pakken, namelijk de Verlichting zelf.

Het is een interview van ruim anderhalf uur, maar zeer de moeite waard om eens goed voor te gaan zitten.

Posted on

“In gelul kun je niet wonen”. Het naïeve ideaal van een gemeenschappelijk huis

Bas Heijne, columnist en schrijver, is een scherp observator van sociale ontwikkelingen in ons land. In NRC Handelsblad schrijft hij wekelijks een lezenswaardige column over vooral de eigenaardigheden in stad en platteland. Heijne, net geen babyboomer, ziet namelijk overal tegenstellingen. Tussen stedelingen en dorpelingen, tussen hoog en laag opgeleid, tussen rijk en arm, tussen kosmopolitisme en nationalisme, tussen gevestigden en buitenstaanders (zoals Norbert Elias dat in de vorige eeuw zo treffend omschreef).

Onlangs verscheen van de Amsterdammer een klein boekje over de ‘erfenis van Gandhi, King en Mandela’, met als titel Wereldverbeteraars. Heijne onderzoekt in dit essay wat de idealen van de drie genoemde leiders kunnen betekenen voor onze huidige tijd. Een tijd die Heijne, in navolging van de Britse schrijver Pankaj Mishra, labelt als één vol van ressentiment, van groepsdenken, van woede, van tegenstellingen. Filosofisch duiden beide essayisten ons tijdsgewricht als een reactie op en afkeer van het Verlichtingsdenken. Mishra ziet “een zekere spanning en tegenspraak in het idee van de emancipatie van het individu”, het gelijkheidsideaal van de Verlichting. Want hoe los je de spanning op tussen de emancipatie van individuen en het vormen van een gemeenschap? Een spanning die volgens de auteurs de afgelopen eeuwen alleen maar is toegenomen, nu het Verlichtingsideaal universeel is geworden en iedereen modern is.

Die vaststelling is een handige zet van beide auteurs. Deels klopt het natuurlijk. We kennen allemaal de fameuze ‘Kloof van Lessing’, die stelt dat wij, moderne mensen, nooit meer kunnen denken als iemand die bijvoorbeeld in de Middeleeuwen leefde. De premoderne denkwereld is voorgoed afgesloten. En als we in de stoel van de tandarts liggen prijzen we de technologische vooruitgang. Maar aan de andere kant kunnen de auteurs door hun vaststelling voorbijgaan aan het feit dat er groepen mensen zijn die helemaal geen boodschap hebben aan het moderne denken. Die voor hun doeleinden handig gebruik maken van alle technologische middelen die de moderniteit biedt, zoals vliegtuigen, internet, smartphones en ingrediënten voor verwoestende bommen, maar in hun denken diametraal tegenover het Verlichtingsdenken staan. Een paradox die de Britse auteur V.S. Naipaul in zijn reisboeken over het Midden-Oosten en India al eerder constateerde.

Want hoe definieer je modern? Als een filosofisch denkraam van waaruit het individu de wereld beschouwt? Of als een maatschappij die technologische vooruitgang omarmt? Maar Heijne gaat, in navolging van collega Mishra, voorbij aan deze vraag, en stelt unverfroren dat de tegenstelling – alweer! – gaat tussen het geëmancipeerde individu en de gemeenschap. En hij trekt vervolgens de conclusie dat de moderne (!) reactie hierop “terugvallen op een groepsidentiteit” is. Heijne gebruikt zelfs het ‘verdachte’ woord “identitaire groep” om deze, in zijn ogen, slechte ontwikkeling te duiden. Want je opsluiten in een eigen groep betekent je afsluiten van de wereld. En dat is slecht, aldus Heijne.

De essayist noemt ze niet bij naam en het is aan de lezer om deze zelf in te vullen: de identitaire groep. Bij een progressief schrijver als Heijne denk je dan al snel aan ‘boze, blanke burgers’. Maar de kosmopolitische bewoner van de grachtengordel behoort net zo goed tot een identitaire groep. Net als de salafistische moslim. Net als de zwarte, politiek bewuste migrant uit Afrika. Maar door het bewust gebruik van het woord ‘identitair’ framet Heijne de besloten groep tot één die zich voor de lezer al snel beweegt in het rechtse, nationalistische en conservatieve kamp. Dagblad Trouw, dat een voorpublicatie van het boekje van Heijne afgelopen zaterdag plaatste, doet daar nog een schepje bovenop en plaatst bij het stuk alleen foto’s van woedende burgers bij een inspraakavond over een te vestigen azc. Lekkere hapklare brokken voor de progressieve lezer.

Gandhi, hier met de latere Pakistaanse leider Jinnah, kon zijn ideaal van een gemeenschappelijk huis in eigen land niet waar maken.

Tegenover deze groepen plaatst de auteur het gedachtegoed van Gandhi, King en Mandela (in een vervolg op dit boekje zal ongetwijfeld die andere heilige van progressief seculier Nederland worden bijgevoegd, Obama). Volgens Gandhi is onze identiteit als een huis, waar vele mensen van diverse afkomst samen kunnen leven. De tragiek van de Indiase geweldloze activist is natuurlijk dat zijn eigen geboorteland dat idee niet kon waarmaken. Net zo goed als de erfenis van Martin Luther King ten onder ging in het geweld van Black Power en de Regenboognatie van Nelson Mandela een nachtmerrie van moord en corruptie is geworden. De idealisten die Heijne laat opdraven om zijn ideeën over de toekomst van Nederland en de wereld daarbuiten vorm te geven, laten tegelijk zien hoe naïef zijn wereldbeeld is. Want wat doe je als je imaginaire huis wordt overvallen, volstroomt met mensen die bezit nemen van alles dat je lief is? Die je huis in de brand steken en proberen op te blazen? Die geen boodschap hebben aan de huisregels? Praat maar eens met mensen in een gemiddelde volkswijk, Bas, voordat je een doorwrocht intellectueel essay schrijft. Het is toch opmerkelijk dat iedereen een groep mag vormen, behalve autochtone Nederlanders buiten de Amsterdamse grachtengordel.

Ironisch is dat een paar pagina’s na de voorpublicatie uit het boekje van Heijne Trouw een recensie plaatst van het boek Het Huis van de Regering (what’s in a name?). Dat gebouw werd door de Sovjet-autoriteiten tien jaar na de revolutie gebouwd om de voorhoede van de communisten te huisvesten. “De appartementen werden het thuis van burgers met verdiensten voor de revolutie, staats- en partijfunctionarissen, militairen, geleerden, modelarbeiders en andere zorgvuldig geselecteerden met hun gezinnen.” Weer tien jaar later waren veel van die gezinnen verdwenen, slachtoffers van de zuiveringen onder Stalin. Daarna kwam de oorlog met nazi-Duitsland, die ook het leven eiste van een groot aantal bewoners. De utopische grootheidswaanzin van de bouw van zo’n huis laat zien waar de idealen van de Verlichting, van de moderniteit, toe leiden: controle, terreur, moord. Niet toevallig begon de politieke Verlichting met dit drietal. En de dromen van dat andere drietal, die uit de titel van het boekje van Heijne, leidden eveneens tot dezelfde nachtmerrie.

Want de ideeën van de drie wereldverbeteraars zijn niet alleen grenzeloos naïef in een wereld waar macht en het streven daarnaar leidend zijn, ze leiden ook tot gruwelijke ongelukken. “In gelul kun je niet wonen”, zei de laatste echte arbeider in de sociaaldemocratische beweging ooit. Dat weten ze buiten de Amsterdamse ring, dat weten ze in de voormalige Sovjetunie, en dat beseft Bas Heijne binnenkort hopelijk ook.

Posted on

Gratis reclame voor conservatieve denkers in een nazomer-Volkskrant

Zo’n typische nazomer-Volkskrant op zaterdag. De katernen zijn samengevoegd, zodat er een dagblad op de mat valt dat niet veel dikker is dan de wekelijkse Huis-aan-Huis. Met dat verschil dat het wekelijks verschijnende informatieblad inhoudelijk vele malen sterker is dat het landelijke dagblad.

In de samengevoegde katernen enkel nietszeggende sfeerreportages, zoals die al enkele decennia in de landelijke kranten zijn te lezen. Van het slag dat altijd begint met “Op de stoffige weg naar nergens zit een schurftige hond. Hij staart naar niets. In de verte zindert de horizon.” Etc, etc. Op de voorpagina twee blikvangers: Fatima Elatik – “Kennelijk ben ik de bitch from hell” – en drie heren onder de kop ‘Het complot tegen Europa’. Het gaat om Thierry Baudet, Paul Cliteur en de Duitse schrijver/uitgever Götz Kubitschek.

Onder de kop ‘Het is een Marokkanenjacht’ mag netwerker (sic) Elatik vier pagina’s lang klagen over het schijnbare onrecht dat de samenleving haar aandoet. Uiteraard niets over haar contacten met radicale moslims, niets over duistere financiële transacties, niets over de torenhoge budgetten die voor haar nutteloze projecten werden uitgetrokken.

In twee pagina’s fileert Peter Giesen het begrip ‘cultuur marxisme’ en moeten Baudet, Cliteur en Sid Lukkassen het ontgelden. Aan het slot een verwijzing naar het interview met Götz Kubitschek. Journalist Sterre Lindhout beschrijft op de typerende wijze – een lange plattelandsweg die voert naar het riddergoed Schnellroda – haar ontmoeting met de Duitse schrijver en uitgever. Lindhout’s leuzen zijn “weg van het modernisme en de multiculturele samenleving”, “ridder van nieuw-rechts” en “natuurlijk, rein en mannelijk”. Kubitschek is een vertegenwoordiger van ‘nieuw-rechts’, maar dat is alleen maar een denkmantel voor (neo)nazi’s, weet Sterre. De ‘plattelandsheer’ is rechts (eng), onderscheidt zich in niets van neo-nazisme (nog enger), heeft zich bewust terugtrokken op het platteland (verdacht), de naam van zijn uitgeverij verwijst naar een reus uit de Griekse mythologie (raar), zijn vrouw schrijft columns over de traditionele rol die vrouwen moeten vervullen (absurd), de schrijver voelt zich verwant met bioboeren (fout, want ‘blut und boden’), zijn kinderen zijn vernoemd naar Noordse of Germaanse sagen (idem).

Een typisch groot Volkskrantverhaal, vol verdachtmakingen en insinuaties. In één zucht worden de partij van Thierry Baudet en de boeken van Sid Lukkassen erbij gehaald. Zie je wel, nazi’s nemen Europa over; de spoken uit het verleden zijn springlevend, probeert de Volkskrant de lezer duidelijk te maken. Wat de redactie niet weet is dat het een mooi staaltje ‘free publicity’ is. Op dezelfde wijze is ondergetekende zijn werdegang van progressief naar conservatief begonnen…

Posted on

De metropool als panacee

Planoloog Zef Hemel heeft recentelijk zijn ideeën in een nieuw boek opgeschreven: “De toekomst van de stad[i]”, hierin pleit hij voor metropoolvorming in Nederland. Hemel stelt zich m.n. tegenover de planologen en beleidsmakers, die het principe van de “concentrische” Randstad voorstaan – een slierterige reeks van dorpjes en stadjes – en het zogenaamde groeikernenbeleid – het actief stimuleren van industrie en werkgelegenheid in provinciale stadsgebieden. Hemel vindt juist dat de natuurlijke metropoolvorming ruim baan gegeven moet worden. Het is wereldwijd de tendens voor mensen van het platteland om naar de stad te trekken voor werk en kansen.

Hemel stelt zichzelf de vraag: waarom houdt de overheid deze metropoolvorming eigenlijk tegen? In vrijwel alle landen zijn een aantal grote steden uitgegroeid tot metropolen (ondanks aanvankelijke scepsis) en zij plukken daar nu de vruchten van. Hemel noemt daarvoor een aantal redenen: angst voor armoede en opstanden enerzijds, en leegloop van de rurale gebieden anderzijds. Hemel vindt deze houding onbegrijpelijk, omdat de stad juist rijkdom creëert (a.g.v. complexiteit van de stad zelf); steden tolerantie en kosmopolitisme aanwakkeren; en mensen gewoon vrij moeten kunnen kiezen. Daarnaast is deze angst ondertussen achterhaald, aangezien vele metropolen hebben aangetoond dat zij niet alleen levensvatbaar zijn, maar fraaie successen.

Welvaartcreatie

Het is tegenwoordig bekend[ii] dat ondernemerschap en innovaties achterblijven in vergelijking met vroeger. Elk decennium nemen de groeicijfers verder af en sinds de financiële crisis lijkt de groei praktisch tot stilstand te komen. Economische groei kan gerealiseerd worden door bestaande sectoren verder door te laten groeien, maar de meeste economische groei wordt gerealiseerd door A) nieuwe economische sectoren aan te boren of B) bestaande economische sectoren in een positie te plaatsen waar nieuwe groei mogelijk is. Te denken[iii] valt aan;

  • maatregelen om intellectuele eigendomsrechten verder in te perken (patenten hinderen innovatie)[iv];
  • overheidsgeld te spenderen aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (vergroot kansen op nieuwe ontdekking nieuwe groeigebieden[v]; en
  • burgers beter te scholen voor de arbeidsmarkt van de toekomst[vi].

Ergo, Hemel snijdt een uitstekend punt aan als hij daarnaast ook de stad zelf als welvaart creërend systeem kenmerkt. In de stad zullen deze economische hervormingen het snelste leiden tot uitvindingen en ondernemerschap. Robert Gordon[vii] noemde recentelijk “zes tegenwinden”, die de groei uit de Amerikaanse economie halen en tot stagnatie leiden; demografische krimp, achterblijvende resultaten in het onderwijs, ongelijkheid, globalisering, klimaatverandering en de enorme hoeveelheid schulden van zowel overheid als privé-huishoudens. Deze problemen plagen Europa, in meer of mindere mate, op dezelfde wijze. Steden kunnen de kosten van klimaatverandering beter dragen via schaalvoordelen door slimmer en goedkoper te werken; ongelijkheid en (negatieve effecten van) globalisering beter tegengaan, omdat steden meer werkgelegenheid creëren.

Kortom: urbanisatie is een welvaartsmotor, die met het oog op de toekomst aangewend moet worden. Economische groei is namelijk nodig; overheidsfinanciën (en –verplichtingen) zijn gebouwd op de verwachting van toekomstige groei[viii]. Als metropoolvorming economische groei kan aandrijven, dan zou beleid dat metropoolvorming tegenwerkt herzien moeten worden. Hemel staat daarom een relatief libertarische handelswijze voor; laat de mensen – alle mensen – maar naar de stad komen en zo ontstaan er vanzelf nieuwe ondernemingen, ideeën, levensstijlen, diensten, etc.

Migratie naar de stad

Voor Hemel lijkt elke stad in feite dezelfde stad, en elke stadsgemeenschap inwisselbaar – met cultuur slechts als een van de vele modes, die het stadsbeeld aandoen. Hemel lijkt te denken, dat het eindpunt van een metropool per definitie een resultaat oplevert van het niveau Londen[ix], Parijs, Tokyo of New York. Maar dat zou onjuist zijn: Djakarta, Mumbai, Lagos, Caïro en Mexico City zijn al decennia metropolen, maar leveren geen noemenswaardige bedrijven, entertainment, toeristische attracties of Nobelprijswinnaars op. Het is dus zeker niet noodzakelijk het geval, dat vrije metropoolvorming tot successen leidt.

Deze week berichtte het blad Nature nog, dat er bijvoorbeeld gigantische metropoolvorming in Afrika[x] gaande is, maar dat de armoede daarmee niet lijkt te verdwijnen. Het trieste antwoord is natuurlijk, dat de metropool niet los te zien is van de mensen, die er wonen. En zo geldt het eigenlijk voor vrijwel alle steden buiten Oost-Azië (Japan, Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, China), de Westerse landen en de oliestaten[xi]. Welk derde wereldland heeft er een eerste wereldstad, laat staan eerste wereldmetropool? Er zijn natuurlijk zat derdewereldmigranten in OECD-steden, en hun bijdrage mag niet gemarginaliseerd worden, maar zij hebben die steden niet groot gemaakt. Ze zijn vooral afgekomen op de grootsheid, die er al was.

Denkt Hemel werkelijk dat bijvoorbeeld Franse banlieus probleemwijken zouden worden genoemd, als er geen Marokkanen en Senegalezen, maar Polen en Chinezen zouden wonen? Hemel lijkt te denken van wel, omdat hij denkt dat deze wijken falen, als gevolg van verkeerd overheidsbeleid. Dit is waarschijnlijk onwaar – en dat weet Hemel best. Derde wereldmigranten hebben immers vergelijkbare problemen in verschillende landen. Desondanks, Afrikaanse bootvluchtelingen en Syrische vluchtelingen zijn allemaal van harte welkom in de stad van Hemel; hij ziet hij deze armen migranten als “de middenklasse van de toekomst” van de stad. Op basis van uiteenlopende statistieken, verzameld voor elk denkbare sociale pathologie – van criminaliteit tot overgewicht en van schooluitval tot alcoholisme – kan nu al voorspeld worden, dat deze mensen niet de middenklasse van de toekomst zullen vormen. Vrije migratie vanuit de derde wereld naar de metropool leidt juist tot aanzienlijke problemen.

Hemel zal ongetwijfeld tegenwerpen, dat de heilzame werking van de stad migratieproblematiek juist zal verlichten, in plaats van verzwaren; maar zelfs als hij gelijk heeft, dan is het zeer de vraag of de reeds gevestigde stedelingen dat offer willen dragen. Voorlopig onderzoek heeft aangetoond dat derde wereldmigratie in combinatie met de huidige sociale organisatie van Nederland zeer kostbaar is, i.e. zelfs verarmend[xii] werkt voor de gemiddelde Nederlander. Nu is de vraag of dat ook in Hemels voorstel dezelfde resultaten zou opleveren, maar de voorlopige analyses en geschiedschrijving zijn niet bemoedigend. Het lijkt heilzaam beleid als steden wat kritischer zijn op het type migranten dat ze aan wensen aan te trekken.

Amsterdam, de juiste keuze?

Wat genoeglijk is aan Hemels stellingname, is dat hij echt durft te kiezen. Hij stelt dat de overheid voor Amsterdam moet kiezen en dat dit ten koste zal gaan van andere steden, m.n. provinciesteden. Hemel wil dat de overheid afstapt van allerlei lokale bebouwing en infrastructuur en vol inzet op Amsterdam. Hij bekent kleur. In Nederland is zo’n houding vloeken in de kerk. Zowel nivellering als de provincie zijn politiek gezien heilige koeien, en zeker in een tijd van Brexit, “populisme”, e.d. is het lastig te verdedigen om veel geld te investeren in de toch al rijke stad. De provincie zal zeker verontwaardigd zijn als ze voor hun gevoel nog meer worden achtergesteld. (En, gezien het gedraai rondom de gasboringen in Groningen, is dat natuurlijk begrijpelijk en terecht.) Hemel heeft waarschijnlijk gelijk, dat Amsterdam de meest logische kandidaat voor de te vormen Nederlandse metropool is. Rotterdam heeft de haven en Den Haag de regering, maar Amsterdam heeft al het andere wat een metropool een metropool maakt[xiii]. Wie daaraan twijfelt, moet eens kijken waar toeristen en young professionals het liefst vertoeven.

Als geheel heeft Hemel een onderhoudend, leesbaar boek geschreven, dat duidelijk als doel heeft om de beleidsmakers van zijn geliefde Amsterdam wakker te schudden – opdat ze nu eindelijk de stad eens ruimte geven om te groeien. Hemel verdient daarvoor volle steun. Amsterdam heeft gigantisch veel potentie en er is zeker dubbel zoveel animo om in Amsterdam te wonen dan er ruimte is. Dat laatste komt waarschijnlijk niet voort uit stupiditeit en irrationele angsten voor groei, maar is meer het effect van bewust gelobby van allerlei belangengroepen – belangengroepen, die zelf profiteren van de honger naar Amsterdamse woonruimte.

Allereerst, de Amsterdamse woningbouw is al sinds jaar en dag een politieke speelbal van gevestigde (vaak linkse) politieke partijen[xiv]; zij willen het percentage sociale woningbouw zo hoog mogelijk houden. Dit percentage zit ver boven het landelijke gemiddelde en kan ook niet verdedigd worden met speciale argumenten – het is gewoon een middel om lage inkomens binnen de stad te houden en zo stemvee te garanderen. Er is geen reden waarom deze huishoudens met lage inkomens op een A-locatie zouden moeten wonen. Sociale woningbouw kan ook aan de rand van Amsterdam.

Ten tweede, er lijkt steeds maar zeer beperkte gelegenheid voor de bouw van nieuwe woningen en flats. Dat is vreemd, omdat er juist zoveel vraag naar deze woongelegenheid is. De gemiddelde woningprijs in Amsterdam ligt sinds juli ‘16 boven de 3 ton[xv], binnen “de ring” dus nog hoger. De gebrekkige hoeveelheid nieuwbouw staat in schril contrast met de vraag: slechts 8000 woningen in 2015 en 6500 in 2016. Het Amsterdamse stadsbestuur zou wat meer ambitie en urgentie mogen tonen voor deze uitdaging. Waarom dat nog niet het geval is, blijft onduidelijk. Hemel had wat meer op deze problematiek mogen ingaan. Voor de lezer is dat nu een open vraag.

toekomst_van_de_stad_een_pleidooi_voor_de_metropool_zef_hemel_500Ten slotte, Amsterdammers zijn zelf nogal voorzichtig met hun eigen stad en dat is goed te begrijpen. Wat niet goed te begrijpen is, zijn Amsterdammers die: opeisen, dat de omgeving rondom Amsterdam groen (en onbewoond) moet blijven; er geen infrastructuur mag worden bijgebouwd, vanwege korenwolven of zeldzame vleermuizen; er niet boven drie verdiepingen gebouwd mag worden, vanwege uitzicht; etc., etc. Op die manier houden ze namelijk andere mensen tegen, die graag in deze metropoolregio zouden wonen. Er is genoeg groen in Nederland, waar liefhebbers kunnen vertoeven. Overigens, mag het deelbelang van Amsterdammers meer wegen dan het hoofdbelang van anderen om in een metropoolregio te wonen waar ze betere banen kunnen vinden en hogere salarissen zullen bedingen? Dat lijkt ethisch onverdedigbaar. Als Amsterdammers toch voor zichzelf wensen te kiezen, dan is dat uiteindelijk ook een keuze voor de rest van het land om een andere locatie voor metropoolvorming te kiezen. Amsterdammers moeten en mogen dan niet verbaasd zijn, dat er wordt ingezet op de Rotterdam-Den Haag regio of agglomeratie Utrecht.

N.a.v. Zef Hemel, De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool (Amsterdam University Press, 2016), paperback, 274 p.


[i] http://nl.aup.nl/books/9789462982468-de-toekomst-van-de-stad.html

[ii] http://www.vox.com/2016/8/1/12131216/theories-gdp-growth-slow

[iii] Zodra groene energie en fracken volwassen – zowel schoon als goedkoper dan de alternatieven – economische sectoren zijn, zullen deze sectoren ook veel economische groei opleveren. De VS loopt voorop met fracken; China met groene energie.

[iv] Stephan Kinsella – Against intellectual property

[v] Mariana Mazzucato – The entrepreneurial state

[vi] Er is een slechte afstemming tussen geleerde skills op school en de arbeidsmarkt. Studenten met zogenaamde STEM-opleidingen of vakdiploma’s voor technische beroepen leveren meer inkomen op. Er is een groeiende literatuur, die stelt dat meer en meer beroepsgroepen last hebben van automatisering en “technological unemployment”; Andrew McAfee & Erik Brynjolffson – The second machine age; Tyler Cowen – The great stagnation; Tyler Cowen – Average is over; Martin Ford – Rise of the robots; etc., etc.

[vii] Robert J. Gordon – The rise and fall of American growth; http://www.nber.org/papers/w18315

[viii] http://www.telegraaf.nl/dft/goeroes/rick-willem/24019891/__Voor_groei_en_welvaart_hebben_we_robots_nodig__.html

[ix] http://mori-m-foundation.or.jp/pdf/gpci2015_release_en.pdf

[x] http://www.nature.com/news/where-to-put-the-next-billion-people-1.20669

https://www.youtube.com/watch?v=lpQTni1wF0E

[xi] Het is allerminst zeker dat Dubai, Abu Dhabi en Riyad hun rijkdom zullen behouden, als er een echt alternatief voor fossiele brandstoffen is. Deze steden drijven op geïmporteerde kennis en arbeid en worden vrijwel volledig – en zeer riant, v.w.b. kennis – bekostigd met de olie- en gasinkomsten.

[xii] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/immigration-and-dutch-economy.pdf (blz. 59 e.v.); Pieter Lakeman – Binnen zonder kloppen

[xiii] https://fd.nl/blogs/1126992/maak-amsterdam-inderdaad-twee-keer-zo-groot

[xiv] http://www.elsevier.nl/politiek/news/2014/02/de-slag-om-amsterdam-pvda-dreigt-almacht-in-hoofdstad-kwijt-te-raken-1471510W/

[xv] http://www.parool.nl/amsterdam/gemiddelde-woningprijs-amsterdam-voor-het-eerst-boven-de-3-ton~a4334622/

Posted on

Economisch overheersen de metropolen, het platteland trekt leeg

In veel Europese landen heeft in de afgelopen jaren een regelrechte ontvolking van het platteland plaats gevonden. Dat vertaalt zich ook in de verkiezingsuitslagen.

United_Kingdom_EU_referendum_2016_voting_regions_results.svgDat fenomeen kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren in het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de hoofdstad Londen tegen de Brexit stemde, stemde de Engelse bevolking in de provincie met overweldigende meerderheid voor. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is deze trend een indirect gevolg van de globalisering: “In de grote steden, de knooppunten van de wereldeconomie, ligt de productiviteit veel hoger; zo produceren bijvoorbeeld de inwoners van Londen per hoofd bijna het vijfvoudige van de Britse doorsnee”, zo heet het in een analyse. De economische groei concentreert zich toenemend in de metropolen, de provincie blijft achter.

In Frankrijk ziet de situatie er vergelijkbaar uit. Meer dan de helft van de toename van het Bruto Binnenlands Product vindt plaats in de agglomeratie van Parijs. Het landelijke Frankrijk, ‘la France profonde’, heeft aanzienlijk lagere cijfers.

Het is daarbij een vergissing om aan te nemen dat de mensen in de provincie noodzakelijkerwijs ontevredener zouden zijn. Juist in gebieden die nog altijd door landbouw gedomineerd worden, bestaat er een idyllisch levensgevoel, het gevoel dat de wereld nog klopt. Anderzijds zijn er in Frankrijk en Engeland gebieden die vanouds sterk door industrie bepaald zijn en die nu grote structurele problemen ondervinden. Oude mijngebieden in het noorden van Frankrijk worstelen evenzeer met de structuurveranderingen als braakliggende gebieden in Engeland die ooit een grote tol speelden in de staalproductie.

Austrian_presidential_election_2016,_first_round_results_by_stateDit gemengde verhaal zie je terug in de verkiezingsuitslagen. De eurosceptische UK Independence Party is zowel daar sterk waar frustratie heerst als daar waar men iets te verliezen heeft. In Londen, een hoofdpodium van internationale financiële transacties, heeft de partij het traditioneel moeilijk. In Frankrijk doet Marine le Pen het met haar Front National even goed in idyllische plattelandsregio’s als in verlopen industriesteden. De hoofdstad Parijs, in het centralistische Frankrijk een belangrijke draaischijf, blijft voor het Front National echter een terra incognita. In Oostenrijk haalde Norbert Hofer van de FPÖ overal in de provincie geweldige resultaten, maar in de hoofdstad Wenen bleef Alexander Van der Bellen van de Groenen hem voor.

De vraag is echter of anti-establishmentpartijen op den duur niet toch door kunnen breken in de metropolen, wanneer zoveel mensen daar naartoe trekken. De situatie in Italië lijkt daar op te wijzen. In Italië zag je aanvankelijk het zelfde verschijnsel als in Engeland en Frankrijk. De Vijf-Sterrenbeweging van Beppe Grillo deed het aanvankelijk vooral goed in de arme regio’s in het zuiden enerzijds en de klassieke landbouwgebieden in het midden van het land. Maar bij de recente lokale verkiezingen veroverde de protestpartij zowaar de burgemeesterszetel in de hoofdstad Rome. De vraag is natuurlijk of het om een uitzondering gaat, of om een nieuwe trend.

De lonen liggen in de Europese hoofdsteden duidelijk hoger dan in de provincie, schrijft de OESO. De bevolking is er gemiddeld dan ook welvarender, hoger opgeleid en tevredener met haar leven. In Duitsland is de situatie volgens de onderzoekers nog relatief goed. Toch is er ook in het oosten van Duitsland al jaren sprake van ontvolking van het platteland. Daar steekt de Alternative für Deutschland bovengemiddeld goed af. Sinds de val van de muur hebben volgens het Berlin-Institut 1,5 miljoen mensen hun oude heimat verlaten, om zich in het westen van Duitsland te vestigen, oftewel zo’n tien procent van de bevolking van de DDR ten tijde van de Wiedervereinigung. Vooral jonge, hoger opgeleide en vrouwelijke personen vertrokken.

Prognoses van het Bundesinstitus für Bau- Stadt und Raumforschung (BBSR) komen bovendien tot de conclusie dat grote delen van Duitsland in de komende twee decennia tot tamelijk verlaten landschappen dreigen te verworden. Tot nu toe zijn de verschillen in beschikbaar inkomen nog relatief gering, duidelijk kleiner dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Frankrijk of Polen. Dat immigratie een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn geloven de onderzoekers echter niet. Ook arbeidsmigranten trekken immers daarheen waar de kansen op werk of de betere carrièremogelijkheden zijn, en dat zijn de metropolen waar de economische activiteit zich concentreert.