Posted on

De moord op Derk Wiersum en de opmars van mantra’s in de politiek

sjamaan

Wanneer dingen hun betekenis verliezen, wordt het steeds moeilijker de gepaste emoties op te roepen, zelfs als het een gruwelijke moord betreft. En wanneer de boodschappers van dat onheil, zoals van een moord, te maken hebben met een publiek dat hen steeds minder vertrouwt, moeten deze lieden hun toevlucht zoeken tot andere middelen dan de feitelijkheid. Dan moeten de emoties worden opgeroepen met magische formules. En wanneer de magie ontbreekt, bijvoorbeeld door gebrek aan charisma, dan vervallen deze formules tot mantra’s: het herhalen van nietszeggende woorden, keer op keer, jaar na jaar, net zo lang tot het publiek in deze eeuwigdurende bezweringen wordt opgenomen. Dan is een moord opeens een ‘aanval op onze rechtstaat’.

Grootse termen

Het zal menigeen opgevallen zijn dat het politieke taalveld in de afgelopen week werd overspoeld met grootse termen. Prinsjesdag was opeens een ‘feest der democratie’ – zoals verkiezingen de laatste jaren ook steevast worden genoemd. Normale aanduidingen schieten blijkbaar tekort. Evenals het denkvermogen van onze zogenaamde elite. ‘Misdaden tegen de menselijkheid’, ‘vertrouwen’, ‘zelfontplooiing’, ‘gelijkheid’ – we worden in de media overspoeld met dergelijke mantra’s. Wie anders denkt, ‘staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis’. Of ‘gaat niet met de tijd mee’. Of is zelfs ‘niet van deze tijd’.

‘Aanval op de rechtstaat’

En zo was de moord op de advocaat Derk Wiersum niet meer een moord, maar allereerst ‘een aanval op de rechtstaat’. Dieptepunt was de journalist van Radio 1 die tijdens een interview inbracht dat ook aanvallen en bedreigingen op en van journalisten een dergelijke aanval op onze rechtsstaat zijn – iets wat overigens ook minister Grapperhaus beweerde.

Boven de burgers

Dit is het resultaat van een oprukkende denkwijze, namelijk dat niet zozeer de burgers de representanten zijn van zoiets als een ‘rechtstaat’, maar ambtelijke en semi-ambtelijke personen. Waar een advocaat, maar ook een journalist, en zelfs een politieagent, oorspronkelijk niets anders waren dan de verbijzondering van eigenschappen die toebehoorden aan elke burger, lijken ze nu opgenomen te zijn in een lichaam dat boven de burgers staat.

Onzin

Terugkomend op de aanslag in Amsterdam: als de dader van de aanslag een advocaat had vermoord vanwege het luttele feit dat deze een advocaat zou zijn geweest, was er weliswaar ook geen aanval op de rechtsstaat geweest, maar van een vijandige houding ten opzichte van de rechtstaat. Maar dat was niet het geval. De moord had namelijk een concrete aanleiding: de uitschakeling van een persoonlijke dreiging (die van de opdrachtgever) doordat deze advocaat zich in de ogen van de criminelen opstelde als handlanger van een verader. Criminaliteit is geen ideologie die de rechtstaat minacht of zelfs verwerpt, maar is misdadig in moreel opzicht. Van criminelen verlangen dat ze de rechtstaat respecteren is hetzelfde als menen dat er misdaad bestaat die recht doet aan diezelfde ‘rechtstaat’. Iedereen weet dat dit onzin is.

Niet uit te leggen

Niemand kan uitleggen waarom de moord op een ‘gewone’ burger geen aanval op de rechtstaat zou zijn, maar die op een advocaat (of journalist) wel. En men kan dat zeker niet uitleggen als niet duidelijk is wat met ‘rechtstaat’ wordt bedoeld. Bedoelt men met ‘rechtstaat’ een ‘staat van recht’ als ‘toestand van rechtvaardigheid, of bedoelt men een ‘systeem van rechtshandhaving’? De eerste betekenis wordt nooit toegepast of zelfs bedoeld. Afgaande op die betekenis zou namelijk elke wetsovertreding, hoe klein ook, een schending van de ‘toestand van recht’ zijn. Sterker nog: de eerste betekenis maakt voor de moderne wetsdenkers te weinig, of zelfs geen, onderscheid tussen recht en moraal. De term ‘moraal’ verwijst juist naar iets waar men van af wil, namelijk naar regels en wetten die voorafgaan aan elk menselijk inzicht. En dat wil men niet. Recht is namelijk gereduceerd tot iets wat is afgesproken en vastgelegd in wetten en waar – om de een of andere reden – iedereen zich aan dient te houden.

Systeem losgemaakt van de gewone burger

De tweede betekenis, die van het systeem van rechtshandhaving, elimineert wel de moraal uit het recht. Niet de vraag naar goed en kwaad, maar de louter instrumentele vraag naar de toepassing van het systeem staat hier centraal. Hier gaat het niet om al te menselijke categorieën als wraak of vergelding.  En ook  niet om iets ‘hogers’ dan de moraal – dit soort zaken spelen hoogstens in tweede instantie een rol of in het geheel niet. Hier gaat het om het systeem, en wel het systeem losgemaakt van de gewone burger. Immers, bij een moord, een geweldsdaad of bedreiging richting een burger wordt er nooit gesproken van een aanval op de rechtstaat. Waarom niet? Wel, de burger mag niet wijs worden gemaakt dat hij of zij de werkelijke drager en hoeder van wat voor rechtstaat dan ook is. Want zou de magie dan niet meteen verdampen? Want burgers willen geen holle termen, maar concrete woorden en daden.

sjamaan

Sjamanen vast in het zadel

De burger mag niet in de gaten krijgen dat niet hij of zij van belang is, maar slechts het systeem dat is opgetuigd. Om de eigen gang te gaan en zich niets aan te hoeven trekken van de burgers, heeft de politieke elite een taal ontwikkeld waarmee de burgers wordt bedot. Vol met termen die nergens anders naar verwijzen dan naar zichzelf. Er wordt als het ware een cirkel getrokken, de mandala, om daarna de mantra’s in gezangen te herhalen, keer op keer. En de betovering werkt. De sjamanen, i.c. de politici en journalisten, zitten vast in het zadel. Hun zangen worden door media en opiniemakers, op scholen en in theaters, als de hoogste wijsheid gerecitieerd.

Dwepen en bagatelliseren

Maar was er voor het kroongetuige-systeem dan geen rechtstaat? Natuurlijk wel. Net zoals moord te allen tijde een schending van het recht is geweest, net als elke andere misdaad. Maar het dwepen met termen – mantra’s – als rechtsstaat doet afbreuk aan misdaden tegen wie dan ook. Òf men moet bij elke misdaad, hoe klein dan ook, spreken van een aanval op de rechtsstaat (wat ondoenlijk is en uiteindelijk nietszeggend), òf men stopt met dit soort termen als er een advocaat wordt vermoord. Niet om deze moord te bagatelliseren, maar juist om het bagatelliseren ervan te voorkomen. Want dat is het: bagatelliseren. Men laat de concrete moord op een mens ondersneeuwen door tranen over een systeemkwestie. En dat laatste is letterlijk onmenselijk.

(titelafbeelding: sjamaan, foto: Blizzard17x cc by-sa 4.0)

Posted on

Peter Tauber (CDU) wil rechts grondrechten ontnemen

Peter Tauber

De CDU-politicus Peter Tauber wil de grondrechten van rechtse publieke figuren intrekken. De reacties in Berlijn zijn onthullend.

Tauber hoeft niet te vrezen voor zijn positie als staatssecretaris van Defensie. Ook wordt hij niet berispt of zelfs maar van hogerhand tot de orde geroepen. Peter Tauber, die tot 2018 de invloedrijke positie van partijsecretaris bekleedde, kon zonder problemen ertoe oproepen om politiek rechts georiënteerde mensen grondrechten als de vrijheid van meningsuiting of vergadering te ontnemen. Deze boude stellingname heeft voor hem geen enkele consequentie.

Seehofer en Merkel haken in

Dit roept dan ook de vraag op of Peter Tauber met zijn schokkende ontsporing alleen staat of dat hij slechts uitspreekt wat in meer hoofden aan de top van de staat omgaat. Als om dit laatste te bewijzen haakte minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) in dat hij dergelijke ingrepen in de grondrechten wil “onderzoeken”.

‘Rechts-extremisme’

En bondskanselier Angela Merkel kondigde op de landelijke toogdag van de Protestantse Kerk in Duitsland (EKD) aan in de toekomst “zonder taboe” te zullen bestrijden wat ze voor “rechts-extremisme” houdt. Men vat het begrip rechts-extremisme in Duitsland echter al zo ruim op, dat vrijwel alles wat niet links is er onder te scharen valt. Zo kan het gebeuren dat christendemocratische politici zonder problemen hun totalitaire proefballonnetjes op kunnen laten.

Moord op Walter Lübcke

Aanleiding voor de uitspraken van Peter Tauber en co. was de moord op Walter Lübcke. Deze CDU-politicus was president van het Regierungsbezirk Kassel, een onderbestuurslaag van de deelstaat Hessen. Inmiddels is een zekere Stephan E. opgepakt als verdachte van de moord. Deze man zou in kringen van neonazi’s verkeerd hebben.

Morele medeverantwoordelijkheid

Lübcke gold als fervent voorvechter van de welkomscultuur. De moord op deze CDU-politicus gebruiken Peter Tauber en de zijnen nu tegen AfD-politici en andere rechtse publieke figuren die daar kritiek op hebben. Zij hebben niets met de moord te maken, maar Tauber wrijft hen een morele medeverantwoordelijkheid aan. Het is een perverse logica, waarmee je even goed alle ’68-ers of zelfs iedereen die op een of andere manier ‘links’ is verantwoordelijk zou kunnen houden voor de moordaanslagen van de Rote Armee Fraktion.

Politieke concurrentie monddood maken

Voor dergelijke perversiteiten deinzen schaamteloze politici als Peter Tauber en de zijnen echter niet terug, als ze daarmee hun politieke concurrentie monddood kunnen maken. Zo begint zich een nieuw totalitarisme af te tekenen. Het heeft de mond vol over democratie, openheid, tolerantie en een inclusieve samenleving, ondertussen legt het een deel van de samenleving het zwijgen op.

Posted on

Oostenrijkse journalist klaagt geheime dienst Oekraïne aan

De journalist Christian Wehrschütz, correspondent van de Oostenrijkse publieke televisiezender ORF, heeft de Oekraïense geheime dienst SBU aangeklaagd. Wehrschütz is namelijk de verlenging van zijn persaccreditatie geweigerd.

Daarvoor werd als reden gegeven dat hij een gevaar voor de nationale veiligheid van Oekraïne zou vormen. Schijnbaar heeft de ervaren journalist Kiev onwelgevallige feiten aan het licht gebracht.

Inreisverbod

De advocaten van de journalist van de grootste Oostenrijkse televisiezender ORF willen bewijzen dat Wehrschütz geen enkele Oekraïense wet overtreden heeft en dat het hem opgelegde inreisverbod onwettig was.

Ambassadeur op het matje

Mocht er intussen langs diplomatieke weg alsnog een oplossing komen, dan zijn Wehrschütz en zijn advocaten bereid de aanklacht in te trekken. Eerder riep de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Karin Kneissl de Oekraïense ambassadeur reeds op het matje. Tegenover de pers noemde Kneissl het optreden van Oekraïne onacceptabel en niet met Europese waarden verenigbaar.

Italiaanse journalist kreeg ook inreisverbod

Oekraïne heeft ook een journalist van de Italiaanse tv-zender RAI een inreisverbod opgelegd. Deze had over de presidentsverkiezingen willen berichten.

Posted on 1 Comment

Laat internationale jihadisten gewoon door Syrië berechten

Nu het rijk van ISIS, al Qaida en de andere salafistische moordenaars- en plunderbendes in Syrië en Irak ten einde loopt stelt zich de vraag wat er met hen moet gebeuren. Voor de VS en hun huurlingen van de YPG/PKK is dat simpel: De westerse landen moeten hen gewoon terugnemen en er daarna mee doen wat ze willen.

Een wel erg merkwaardige redenering. Deze uit allerlei landen van Indonesië over Mali tot Frankrijk, Nederland en België afkomstige huurlingen moeten niet in hun thuislanden berecht worden maar moeten hun gerechtigde straf krijgen in de landen waar ze hun zware misdaden begingen. En dat zijn Irak en Syrië.

Territoriale integriteit

Zowel Nederland als België onderhouden nog steeds officiële relaties met de regeringen in Bagdad en Damascus en dienen gewoon de rechten van die staten te respecteren zoals onafhankelijke naties horen te doen. Als een Syriër hier een moord begaat gaan we die toch ook niet naar Syrië sturen om hem ginds te laten berechten? Neen, dan is er werk aan de winkel voor de Belgische of Nederlandse rechtbanken. Toch heel simpel.

Wat Syrië in het Belgische geval kan en moet doen is zorgen voor juridische bijstand voor haar landgenoot. Hetzelfde voor diegenen die in Bagdad en Damascus voor de rechter zouden verschijnen waar onze ambassades dan legale bijstand moeten verlenen. Meer niet.

Abdoelhamid Abaaoud
Abdoelhamid Abaaoud, een van de Belgische ‘idealisten’ die het niet overleefden. Moeten wij zijn nog overlevende collega’s echter naar hier halen zodat zij in Syrië en Irak hun rechtmatige straf ontlopen? Het voorstel is een pure schande. Laat hen ginds verder rotten. Ze moesten nu eenmaal naar ginds vertrekken.

Zelfs al zijn het gruwels zoals Mehdi Nemmouche. Bijstand is essentieel. Worden zij vrijgesproken of krijgen zij effectief de doodstraf dan is dan niet onze zaak maar die van de rechtbanken in Syrië of Irak.

Bovendien is het weghalen van die jihadisten een grove schending van het internationaal recht. Wij hebben gewoon het recht niet om hen daar weg te halen. Het zou het schenden van de territoriale integriteit van die landen betekenen. En dat is op zich toch een crimineel feit.

Maar ja, in de redenering van onze westerse regeringen bestaat er niet zoiets als de onschendbaarheid van de Syrische of Iraakse grenzen. Wij zijn de meester en zij, de knechten, moeten naar onze bevelen luisteren. Dat is toch complete waanzin.

Syrisch garnizoen

We moeten simpelweg de zaak overlaten aan het gerechtelijk apparaat van die landen. Het is bovendien een grote besparing voor onze begrotingen en het betekent ook dat ze ginds blijven zitten in allerlei gevangenissen, eventueel wachtend op hun executie.

Verder is de Syrische staat, inclusief een stevig garnizoen van het Syrische leger, in dit gebied aanwezig zowel in de provinciale hoofdstad Hasaka als in het aan de Turkse grens gelegen Qamishli. Die moeten die zaak ter hand nemen. Laat hen gewoon hun werk doen.

Ook betekent dit dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheidsproblematiek hier. Wat kan gemakkelijker zijn? Onze politici moeten dan zelfs niet wakker liggen over een eventueel ongeruste publieke opinie. Ze kunnen zonder zorgen gaan slapen.

En het risico op een heel zware (dood)straf zal in die landen zeker groter zijn dan hier waar ze er misschien met vijf jaar – ‘mijnheer, ik was er ambulancier’ – van af komen. Want hoe verzamel je hier bewijslast tegen dat uitschot? Moeten wij onze al overbelaste magistraten en politiemensen hiermee nog gaan belasten? Kom nou!

Posted on

Gelekt telefoongesprek: Oekraïne verbergt misdaden voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Oekraïne verbergt misdaden voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit blijkt uit een telefoongesprek dat eerder deze maand naar Novini is gelekt. In het gesprek spreekt een Oekraïense vertegenwoordiger bij het EHRM met een politieofficier uit Pokrovskij (Oekraïne, Donetsk Oblast). Ze bespreken hoe het beste kan worden omgegaan met een aangifte van een inwoner van Donetsk tegen de Oekraïense luchtmacht voor het bombarderen van haar huis in 2014.

Indien video niet verschijnt, klik op deze link

Gebombardeerd

Het telefoongesprek is naar Novini gelekt samen met een document (PDF) waarin een inwoonster van Donetsk, Antonina Maslova een klacht indient tegen de Oekraïense staat voor het bombarderen van haar huis in augustus 2014. Uit het document blijkt dat Maslova heeft gewezen op het overtreden van haar rechten door Oekraïne. Gebaseerd op de uitkomsten van een inspectie door het Onderzoeksdepartement van het Ministerie van Justitie van Oekraïne op 15 Augustus 2014, vraagt Maslova om een schadevergoeding.

In het bijbehorende telefoongesprek spreekt een officier van de politie (waarvan Novini de identiteit niet heeft kunnen achterhalen) met Margarita Sokorenko, vervangend hoofd van de Oekraïense vertegenwoordiging van strafzaken van het secretariaat van de staatscommissaris van het EHRM. De politiefunctionaris spreekt uit dat de politie alleen doet alsof ze de aangifte van Maslova hebben geregistreerd en wil vragen hoe de politie in de toekomst om moet gaan met dergelijke zaken. De officier vraagt zich af of het in de toekomst misschien beter is om dergelijke zaken toch te registreren maar wijst op de consequenties voor de leiding (van Oekraïne) en dat hij zulke dingen niet zal opschrijven. De agent zoekt naar een contactpersoon die kan helpen om te voorkomen dat dit soort zaken bij het EHRM terecht komen.

Donbass

Sokorenko stelt voor dat er wordt gesproken met de afgevaardigde van Oekraïne bij het EHRM te spreken en dat hij altijd bereid is over dergelijke zaken te spreken. Sokorenko legt ook uit dat soortgelijke zaken in het verleden veelal als onontvankelijk zijn verklaard en er wordt geprobeerd zulke zaken af te houden.

De politieofficier vertelt verder de mensen die in nog Donbass wonen (inclusief burgers) te beschouwen als separatisten en terroristen. Hij beschouwd hun klachten ook als het onterecht belasten van Oekraïne met die zaken en stelt ook dat Oekraïne niet verantwoordelijk is voor de situatie. Sokorenko antwoord: “Wij willen in geen enkel geval zeggen dat de verantwoordelijkheid ligt bij de kant van Oekraïne, dat wil zeggen dat wij… laten zien dat dat niet waar is.” Ook is ze ervan overtuigd dat haar afdeling en de politie een gemeenschappelijke taal zullen vinden over dit dossier.

Gesprek in het kort

Uit het gesprek spreekt een sterke weerzin om burgers te helpen die in niet door de Oekraïense overheid gecontroleerde gebieden wonen (DNR, LNR) te helpen als zij slachtoffer zijn geworden van de oorlog. Met name als zij of hun bezittingen doelwit zijn geworden van het Oekraïense leger. Er wordt gepoogd om de gevoelige zaken weg te houden van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens omdat dit onvoordelig is voor Oekraïne. Ook is de vertegenwoordigster bij het EHRM en haar Oekraïense leiding bereid te adviseren hoe om moet worden gegaan met dit delicate vraagstuk.

Het volledige gesprek is hier te beluisteren. Het gesprek is door Novini van ondertiteling voorzien. Om privacyredenen heeft Novini besloten het telefoonnummer te verwijderen. De stem van de politieofficier die  afkomstig zou zijn uit Pokrovskij is niet door Novini bevestigd. Wel komt de stem van Sokorenko overeen met andere opnames van haar.

Technische analyse opname

De geluidsopname van het gesprek is door middel van spectrumanalyse gecontroleerd. Een aantal dingen die hier in het oog springen zijn:

  • Een geluidloze pauze elke 8,2 seconden,
  • Een verschil in het ruisniveau tussen wanneer de man spreekt in vergelijking met wanneer de vrouw spreekt,
  • Het gesprek is afgekapt op een frequentie van 5kHz. Doorgaans is het gebruikelijk dat, in ieder geval bij mobiele telefoongesprekken, de frequentie is begrenst tot 4kHz,
  • Er een scherpe cutoff-frequentie is bij 5kHz, er zijn geen pieken te zien hoewel dit gebruikelijk is.

Mogelijke verklaringen zijn dat de geluidloze pauze het resultaat is van langzame opname-hardware. Voor de scherpe begrenzing is geen duidelijke verklaring, maar dit kan te maken hebben met het post-processen van de software die het gesprek bijvoorbeeld onder de video heeft gezet. Het lagere geluidsniveau als de vrouw spreekt lijkt vreemd, maar dit suggereert niet meer dan dat er twee kanalen waren waaruit het gesprek voortkomt (zoals te verwachten is bij een telefoongesprek). Hoewel Novini niet over de expertise beschikt om onomstotelijk vast te stellen waardoor deze bijzonderheden zijn ontstaan, zijn er geen evidente aanwijzingen gevonden dat het gesprek is bewerkt.

Reacties

Novini heeft zowel het EHRM en Margarita Sokorenko om een reactie gevraagd. Beiden hebben niet gereageerd op de vragen van Novini.

Posted on

Zweedse pro-life verloskundige naar Europees Mensenrechtenhof vanwege discriminatie

Een verloskundige die in Zweden herhaaldelijk werk geweigerd is vanwege haar bezwaar tegen abortus heeft ten einde raad besloten recht te zoeken bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.

Ellinor Grimmark weigert abortussen uit te voeren onder verwijzing naar haar christelijke geloofsovertuiging. Naar eigen zeggen is ze hierom door diverse klinieken gediscrimineerd.

De zaak heeft tot een fel debat geleid in Zweden, dat een van de hoogste abortuscijfers van Europa heeft, waarbij de verloskundige ook persoonlijk aangevallen is.

Nadat zowel de kantonrechter als Zwedens anti-discriminatie-autoriteit in Grimmarks nadeel besloten, oordeelde deze week het Arbeidshof dat ze niet gediscrimineerd was toen haar een baan als verloskundige geweigerd werd.

“Het Arbeidshof heeft geen onderzoek gedaan naar het recht van gewetensvrijheid volgens het internationaal recht of het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens”, aldus haar advocaat Ruth Nordstrom in een verklaring. “We hebben nu besloten om de zaak door te zetten naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens”, aldus Nordstrom tegenover persbureau AFP.

Grimmark zijn sinds 2013 banen geweigerd bij diverse klinieken, omdat ze weigert abortussen uit te voeren en dit niet onder stoelen of banken stak. In één geval werd ze eerst aangenomen en werd het contract kort daarna ingetrokken. Het Arbeidshof oordeelde echter dat de gemeente Jönköping Grimmark niet weigerde vanwege haar geloof, maar omdat ze bepaalde taken die vereist werden niet wilde uitvoeren.

Posted on 2 Comments

Secularisatie en Revolutie? Groeiende seculiere intolerantie in West-Europa

Voor Zijn hemelvaart zei Jezus tegen Zijn discipelen dat ze om hun geloof vervolgd zouden worden. In Nederland kunnen vandaag de dag steeds vaker belemmeringen worden waargenomen in de vrije uiting van het christelijke geloof en de algemene acceptatie daarvan in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn de discussies over het vrouwenstandpunt van de SGP, “weigerambtenaren” en homoseksuele docenten op confessionele scholen.

De bron van deze belemmeringen, zo blijkt uit sociologische en historische onderzoeken, is een steeds radicaler secularisme, gestoeld op de overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij. Deze overtuiging gaat veelal gepaard met een grote intolerantie voor diegenen – voornamelijk christenen – die dat niet delen. Ook ontstaat er grote spanning tussen fundamentele grondrechten die in de praktijk neerkomt op inperkingen van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Dit fenomeen kan aangeduid worden als “seculiere intolerantie” of “radicaal secularisme.”

Radicaal secularisme zou in zekere zin gezien kunnen worden als een “moderne” vorm van christenvervolging, met eigen mechanismen en uitingen. Europarlementariër Mario Mauro (2010) typeert seculiere intolerantie dan ook als “bloodless persecution.” Vanuit staatkundig gereformeerd perspectief kan seculiere intolerantie gezien worden als een exponent van het immer aanwezige verlichtingsdenken in de samenleving. Anderhalve eeuw geleden analyseerde Groen van Prinsterer het gevaar van een onjuiste visie op de scheiding van kerk en staat en van de grote invloed van het gelijkheidsdenken.

Het is noodzakelijk om meer tegenwicht te bieden aan de toenemende druk op christenen en christelijke instituties in Nederland vanuit de ‘motor’ van seculiere intolerantie. Dat kan door helder te krijgen hoe dat mechanisme van de seculiere intolerantie verloopt en door strategieën op af te stemmen.

Het werk van Groen van Prinsterer over de verhouding tussen ongeloof en revolutie en de daaronderliggende humanistische overheidsvisie is nog steeds actueel. De secularisering van de samenleving heeft niet alleen gevolgen gehad voor de rol van religie in het publieke debat, maar gaat ook gepaard met een groeiend onbegrip voor christelijke waarden. Boyd-McMillan (2006) toont aan dat seculiere intolerantie in de samenleving zich uit doordat geloofsovertuigingen steeds vaker worden aangemerkt als een kwestie van smaak (godsdienst wordt gerelativeerd). Op politiek gebied gebeurt dat door godsdienst te privatiseren.

Vanuit die gedachte kan gesteld worden dat seculiere intolerantie een direct gevolg is van de secularisering. Dit kan zowel vanuit theoretisch (politiek-filosofisch) perspectief geanalyseerd worden, als vanuit een praktische beschrijving van de mechanismen van seculiere intolerantie.

Ondanks het feit dat er in West-Europa formeel godsdienstvrijheid is, worden de rechten van christenen op subtiele wijze ondermijnd en fundamentale grondrechten opzij geschoven. De “revolutionaire” geest die Groen van Prinsterer een anderhalve eeuw geleden al uitvoerig aan de kaak stelde, nog steeds aanwezig is, maar nu in de vorm van “seculiere intolerantie.” Van Ruler waarschuwde in 1948 dat het einde van de neutrale verhouding van kerk en staat in zicht was, omdat een kerk die de soevereiniteit van God uitdraagt over alle aspecten van het leven, maar in het bijzonder over de staat, een groot risico loopt om uitgeroeid te worden.

Dit ondervindt niet alleen de Kerk maar ook politieke organisaties. In de naam van mensenrechten en principes als “gelijkheid”, “non-discriminatie” en “respect van het pluralisme” worden fundamentele rechten als godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting steeds vaker opzij geschoven, voor een vaag begrip van tolerantie. Het is daarom relevant om de verschillende vormen die seculiere intolerantie aanneemt te onderzoeken en te begrijpen hoe die de grondslagen van de Nederlandse rechtstaat aantasten.

De combinatie van radicaal secularisme, politieke correctheid en discriminatie (verminderde juridische bescherming voor de christelijke minderheid) perken de fundamentele vrijheden in.

Mogelijk vormt seculiere intolerantie in het Westen een grotere bedreiging voor getuigende christenen dan de “klassieke” vormen van christenvervolging, door haar subtiele infiltratie in maatschappelijke en politieke instituties. De Belgische hoogleraar Vanbeckevoort (2008) ziet met name dat de onderwijssector langzaamaan wordt overgenomen door seculier-humanistische ideeën en hoe dit zijn doorwerking heeft op andere gebieden van de samenleving. Zo worden instituties die voor christenen belangrijk zijn steeds vaker gemarginaliseerd. Een voorbeeld hiervan is de zondagsrust omdat de 24-uurseconomie die in grote delen van Europa een gezond gezinsleven ondermijnt.

Ruse (2009) toont aan dat VN-instrumenten worden gebruikt om een humanistische agenda te bevorderen. Het verbieden of anderszins beperken van abortus wordt politiek en steeds vaker ook juridisch aangemerkt als “discriminatie tegen vrouwen” en zelfs als een vorm van “geweld.” Vanuit VN-instellingen wordt actief beleid gevoerd om “alle soorten gezinnen gelijke rechten” te geven, om de mogelijkheden voor euthanasie te verruimen en om stamcelonderzoek te bevorderen. De Raad van Europa oefent druk uit op alle Europese landen om abortus te legaliseren. Politici die in het openbaar getuigen van hun geloof worden in de media verguisd. Auteur Hans van Dam pleit er in zijn boek Euthanasie, de praktijk anders bekeken voor om artsen strafrechtelijk te vervolgen als ze verzoeken voor hulp bij zelfdoding afwijzen.

Het is meer dan ooit noodzakelijk om onderzoek te doen naar de betekenis van het fenomeen seculiere intolerantie vandaag de dag, opdat Nederlandse politieke partijen en organisaties hier daadkrachtig op kunnen reageren.

Relevante literatuur (selectie):

– Boyd-MacMillan, R. Faith That Endures: The Essential Guide to the Persecuted Church (2006)
– Burke, E. Reflections on the Revolution in France (1987)
– Casanova, J., Public Religions in the Modern World (1994)
– Couwenberg, S.W. (red.), Opstand der burgers. De Franse revolutie na 200 jaar (1988)
– Dekker, G., Van centrum naar de marge. De ontwikkeling van de christelijke godsdienst in Nederland (2006)
– Dekker-Bijsterveld, S.C., De verhouding kerk en staat in het licht van de grondrechten (1988)
– Groen van Prinsterer, G., Ongeloof en Revolutie (1847, tweede herziene druk 2011)
– Hoedemaker, P.J., Een Staat met de Bijbel. Vier lezingen (1902)
– Holdijk, G. ‘Christendom en cultuur in het gereformeerd protestantisme: De les van de geschiedenis. De opdracht van de kerk en de christen in de hedendaagse cultuur’, in: G. van den Brink en E. van Burg (red.), Strijdbaar of lijdzaam. De positie van christenen in het publieke domein (2006)
– Jackson D., Constructing European Secularity (in press)
– Jaeghere, M. de, Enquete sur la christianophobie (2006)
– Kennedy, J., Stad op een berg. De publieke rol van protestantste kerken (2010)
– Kuyper, A., De gemeene Gratie (1902)
– Marshall, P. Religious Freedom in the World (2000)
– Mauro, M., War against Christians (2010)
– Middelkoop, E. van, Reformatie en tolerantie (1985)
– Mulder, H.W.J., Groen van Prinsterer, staatsman en profeet (1973)
– Observatory on Intolerance and Discrimination, Shadow Report on Intolerance and Discrimination Against Christians in Europe, 2005-2010
– PEW, Global Restrictions on Religion (2009)
– Ruler, A.A. van, Religie en Politiek (1945)
– Ruse, A., Remarks at the World Congress of Families Amsterdam 2009
– SCP, Godsdienstige verandering in Nederland. Verschuivingen in de binding met de kerken en de christelijke traditie (2006)
– Staaij, K. van der, Bavincklezing Theocratie en democratie, 27 april 2005, opgenomen in: Religie en democratie (2006)
– The Christian Institute, Marginalizing Christians (2009)
– Vanbeckevoort, E., Secular Humanism and Biblical Christianity (in press)
– Woldring, H.E.S., De Franse revolutie. Een aktuele uitdaging (1989)

Posted on Leave a comment

Handelsverdrag EU-India: meer dan geld alleen!

Vorige maand was ik in India met een delegatiereis van het Europees Parlement. We bezochten de hoofdstad New Delhi, en de zuidelijke stad Chennai, in de deelstaat Tamil Nadu. Het cliché van India als land van de grote tegenstellingen is absoluut waar. Bijna nergens ter wereld zijn de armen zo arm en de rijken zo rijk. Daarbij is het land nog eens bijzonder dichtbevolkt, waardoor arm soms letterlijk bij rijk op de deurmat ligt.

De laatste jaren is de berichtgeving over India wel wat eenzijdiger geworden. Het land heeft een goede positie verworven als ‘I’ in de BRICS. In de internationale media gaat het vaak over “shining India” en zijn er velerlei verhalen van een snel rijker wordende middenklasse. Deze groep houdt van fel licht, glitter, glamour en juwelen, vandaar het “shining”. Indiase politici doen vaak ook erg hun best om dit verhaal te benadrukken en spreken dan vol trots over de economische groeicijfers, de sterke IT-sector, of een nieuwe raketlancering waarmee Pakistan nu definitief overtroffen is.

Met dit India wil de Europese Unie graag een handelsverdrag sluiten. Een verdrag dat, indien aangenomen, het grootste handelsverdrag ter wereld kan worden. Het gaat om een verdrag waarmee meer dan 100 miljard Euro is gemoeid. De voorstanders van dit verdrag zeggen dat de snelgroeiende Indiase middenklasse een enorme afzetmarkt is voor Europese producten. Bovendien zou India Europese investeringen hard nodig hebben en op haar beurt profiteren van 500 miljoen vaak welvarende consumenten.

Laat ik meteen duidelijk zijn: ik ben vóór internationale handel. Het kan zeker helpen om mensen uit de armoede te trekken en zelfredzaam te maken. Handel bevordert ook internationale contacten. Maar na dit, en eerdere, werkbezoeken aan India ben ik wel steeds meer overtuigd dat een handelsverdrag alleen goedgekeurd moet worden als het rekening houdt, ja zelfs opkomt voor ‘het andere India’.

Op de voorlaatste dag van de India-reis organiseerde ik een bijeenkomst met International Justice Mission (IJM), een van origine Amerikaanse organisatie die zich tot doel heeft gesteld de rechtssystemen in ontwikkelingslanden zo te hervormen dat ze niet alleen de rijken, maar eindelijk ook de armen en kwetsbaren gaan dienen.

Wat is de situatie nu: naar schatting 40 miljoen Indiërs werken en leven iedere dag als slaven. Ze worden door afpersing, wurgcontracten en geweld gedwongen tot 18 uur per dag te werken voor een paar cent. Contracten en schulden worden van generatie op generatie doorgegeven. Hele families zitten op deze manier opgesloten in steenfabrieken, zoutmijnen en rijstmolens. De kinderen weten niet beter en de volwassenen zijn door ondervoeding en uitputting niet meer in staat om zich te verweren. In het Indiase kastensysteem zijn de mensen van de laagste kaste – of klasse – de Dalits, meer dan wie dan ook slachtoffer van dit soort praktijken.

IJM speurt naar dit soort ‘werkplekken’. Onlangs nog werden nabij Chennai 512 slaven en hun gezinnen bevrijd uit een rijstmolen. En dan begint het werk pas echt: het op weg helpen van de bevrijde slaven naar een nieuw leven (‘victim care’), hen begeleiden in een nieuw bestaan (‘victim aftercare en freedom training’) en herstel vanuit een jarenlange situatie van fysiek en emotioneel lijden. Maar IJM brengt ook de ‘bazen’ voor de rechter: dat betekent het aanbrengen van een onderbouwde klacht bij de Openbare Aanklager, en steunverlening in de procesgang tot aan de veroordeling. Zo werd de eigenaar van die rijstmolen veroordeeld tot 5 jaar cel en een geldboete van bijna 1000 Euro. Een unicum! Sinds de 19e eeuw was er in India niet zo’n straf uitgedeeld. Want dat de Indiase wetgeving er op papier schitterend uitziet is één ding, maar die toepassen is iets totaal anders. Deze boodschap is bij mijn collega’s van het Europees Parlement goed aangekomen!

Toen ik in Chennai de minister-president van Tamil Nadu (een deelstaat van India, red.) vroeg naar de situatie van de Dalits en slavenarbeid in haar deelstaat, verzekerde ze mij dat er niets aan de hand was. Slavenarbeid? Dat komt hier niet voor! Dankzij het goed gedocumenteerde werk van IJM en andere organisaties weten we wel beter. In het op handen zijnde EU-India handelsverdrag zal dus een hoofdstuk moeten komen waarin concreet staat beschreven hoe vrije handel de slavenarbeid niet zal verergeren. En datzelfde geldt voor kinderarbeid, discriminatie van Dalits, van christenen. Dit hoofdstuk moet dezelfde status krijgen als hoofdstukken over import- en exporttarieven, overheidsaanbestedingen en investeringsclausules. Wanneer India, of Europa, niet voldoende hun best doen om slavenarbeid en andere uitwassen tegen te gaan, moet het handelsverdrag worden opgeschort. Alleen op deze manier kan handel ook echt iets betekenen voor de allerarmsten en kwetsbaren.

Posted on 2 Comments

Midden-Oosters christendom onder druk

In december 2010 ontstond er een golf van straatprotesten in de Arabische wereld op initiatief van jonge mensen die protesteerden tegen dictaturen, corruptie en werkeloosheid. Ze slaagden er in dictators om ver te werpen, die hun landen decennia lang geregeerd hadden, mensen werden vrijer dan voorheen, verbannen leiders kwamen weer terug en hadden de mogelijkheid deel te nemen aan verkiezingen. Maar de kunstmatige conflicten onder de bevolking die gecreëerd waren door de oude regimes bleven aanwezig en zullen nog wel enige tijd aanwezig blijven.

Een voorbeeld: Op 9 oktober vorig jaar, gingen honderden koptische christenen de straat op om te protesteren tegen de vernieling van een kerk in Zuid-Egypte. De kerk van de Marinab had alle vergunningen van lokale overheden sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, maar de autoriteiten stelden dat deze niet geldig waren en begonnen de sloop. Er zijn 53 andere kerken die door de autoriteiten gesloten zijn en niet gebruikt kunnen worden. De christelijke minderheid ziet dit als een aanval op zijn identiteit en als een teken van een gebrek aan vrijheid net als in de tijd voor de revolutie.

Een mars werd georganiseerd van Shubra naar het hoofdkwartier van de staatstelevisie in Masbero. Het leger gebruikte militaire voertuigen om de mars tot stilstand te brengen en reed door het publiek heen, waarbij in slechts enkele uren 29 burgers gedood werden en 232 gewond raakten. De officiële toedracht wil dat de demonstranten machinegeweren gehad zouden hebben en 3 soldaten gedood zouden hebben. Er volgden geen arresten onder de militairen, maar wel onder de organisatoren van de mars. Deze zaak laat duidelijkheid de wreedheid zien van de militairen die het land besturen en hun vijandigheid tegenover de christelijke minderheid. De Egyptische media stelden echter dat de kopten als enigen verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Er waren diverse linkse en gematigd islamitische partijen en organisaties die de gebeurtenissen veroordeelden, maar er was niet genoeg druk om de machthebbers te dwingen de echte verantwoordelijken voor de geweldsescalatie ter verantwoording te roepen.

Dit is één van de bloedigste repressies tegen christenen in decennia, er zijn nog veel meer misdaden begaan tegen de koptische minderheid (Kosheh 2000, Nag Hammadi 2010, Imbaba 2011), maar slechts in een paar zaken werden de daders voor het gerecht gebracht. In Kosheh werden 21 mensen gedood (de jongste martelaar was slechts 11 jaar oud). Naar aanleiding hiervan werden 93 mensen gearresteerd, deze werden na 11 maanden allemaal vrijgelaten behalve één, die per abuis een moslim had gedood, hij kreeg een gevangenisstraf van 13 jaar. Om je een idee te geven van de omvang van deze rellen, in 48 uur werden 4500 winkels en huizen geplunderd, de politie had zich terug getrokken uit de stad gedurende die periode en een zeer groot percentage van de slachtoffers was christelijk. Men beweert wel dat veel van de betrokken criminelen tegenwoordig dienen als militair in de regio Sohag.

Een aanval op een klooster, de ontvoering van een christelijk meisje om haar te dwingen met een moslim te trouwen, de afbranding van een kerk of het huis of de winkel van een christen, opstootjes door lokale bendes gericht tegen winkels en auto’s van christenen, het zijn wekelijkse gebeurtenissen in de Egyptische media en bronnen van conflict tussen radicale moslims en christenen. Deze trend omvat islamisering en radicalisering op diverse sociale niveaus, weerstand van christenen tegen duidelijke verschijnselen van islamisering en de betrokkenheid van het regime in het aanwakkeren van animositeit tussen verschillende religieuze groepen.

Ik schrijf dit alles omdat een christelijke beschaving in het Midden-Oosten bedreigd wordt. Een kerk die is gesticht door de evangelist Marcus, die tenminste 1950 jaar oud is, wereldwijd 12 miljoen leden telt, 2500 kerken en kloosters, is in gevaar, zeker nu islamisten na de verkiezingen een absolute meerderheid hebben gekregen in de Algemene Vergadering (extremistische islamisten van Al-Nur hebben meer dan een kwart van de stemmen gekregen).

Ik vraag me dikwijls af wat kan ik, wat kunnen wij als christenen, doen om te helpen? Hoe kunnen we mensen attenderen op wat hier gebeurt? Hoe kunnen we een massale christelijke uittocht voorkomen? Wat is een effectieve reactie wanneer we nieuws horen dat er opnieuw een kerk is afgebrand? Welke plannen kunnen we voorstellen om hen te helpen? Bij wie en waar zullen we protesteren om een einde te maken aan het bloedvergieten? We moeten over deze vragen nadenken en handelen.

De hierboven besproken zaken hebben betrekking op Egypte, maar wat van Irak? Meer dan de helft van de Irakese christenen in zijn huis ontvlucht uit angst voor moord en ontvoering, 500 à 1000 zeer oude kerken zijn afgebrand en Amerikaanse troepen hebben geen vinger uitgestoken om dit te voorkomen.

En wat zal er gebeuren als het regime van Assad in Syrië valt? Nagenoeg alle ‘vrijheidsstrijders’ zijn radicale soennieten uit Syrië en het Arabisch schiereiland.

En wat te denken van Turkije? De regering weigert nog altijd de Armeense genocide te erkennen, die gepleegd werd door Turkse soldaten. Recente christelijke bekeerlingen worden lastig gevallen, velen brengen jaren in de gevangenis door op grond van valse beschuldigingen.

En wat van Iran? Het is nog altijd onzeker of Youssef Nadarkhani (die zich bekeerde van de islam tot het christendom) nog in leven is, hij werd overgebracht naar een gevangenis en veroordeeld tot dood door ophanging.

En Saoedi-Arabië? Het hebben van een Bijbel of een christelijk boek wordt daar al als een misdaad beschouwd.

Of Pakistan.. Asia Bibi, beschuldigd van godslastering omdat ze zich niet tot de islam wilde bekeren, verkeert na 2 jaar nog altijd in gevangenschap.

Sinds de start van de burgeroorlog in Libanon, die de christenen verloren, neemt het christendom in het Midden-Oosten af. De wortels van onze godsdienst, het voortbestaan van de eerste christelijke naties in de geschiedenis, zijn in gevaar. Dit is geen unieke situatie, ook voor de Kruistochten werden ze al verdrukt en onder het Ottomaans-Turkse bewind, maar ze hebben deze perioden overleefd en ik hoop dat ze ook de komende decennia en eeuwen zullen doorstaan.

Maar onze taak is om aandacht te blijven vragen voor hun zaak en hen te helpen om in hun thuisland te kunnen blijven in vrede en met waardigheid. 50.000 Syrische christenen werden door de al Faruq brigade uit hun huizen in Homs verdreven in de afgelopen 4 weken, zij zullen Pasen in angst doorbrengen. Het is dus tijd om in actie te komen.

Ik wens jullie een gezegend Pasen,

Joseph Y.F. Potter

Posted on 3 Comments

Poetins filosofie

Het paradoxale ‘liberaal-conservatisme’ met een sterke staat

Stel je voor dat je een lesboek over de Amerikaanse geschiedenis zou opslaan en niets zou tegenkomen over Thomas Paine, Benjamin Franklin of Thomas Jefferson. Dit is zo ongeveer de situatie voor iedereen in het Westen die iets probeert te begrijpen van het hedendaagse Rusland. De standaard lesboeken vermelden nagenoeg niets over de conservatieve ideeën die momenteel het politieke speelveld domineren. De Sovjet-Unie onderdrukte uiteraard krachtig de belangrijkste rechtse denkers gedurende het grootste deel van de vorige eeuw, maar zelfs nu het niet langer als een misdaad wordt beschouwd wanneer Russen hun boeken lezen, blijft het Westen deze denkers negeren.

Daar is een reden voor. Historici zijn geneigd tot een teleologische focus. Ze hebben een bepalend eindpunt – de telos – en willen uitleggen hoe we daar gekomen zijn. Informatie die niet bijdraagt aan deze uitleg wordt genegeerd. In het geval van Rusland was de telos ettelijke decennia het communisme. Iedereen wilde begrijpen wat het was en waarom het er in geslaagd was de macht te grijpen. Studies van de Russische intellectuele geschiedenis concentreerden zich begrijpelijkerwijs dan ook vooral op de ontwikkeling van liberaal en socialistisch denken. Russisch conservatisme daarentegen, werd beschouwd als een historisch dood lopend spoor en het bestuderen niet waard.

Het gevolg daarvan is, dat Westerse commentatoren – die het aan enige kennis van Ruslands conservatieve erfgoed ontbreekt – heden ten dage niet in staat zijn de Russische regering in de juiste intellectuele context te plaatsen.

Analyses van Poetin neigen ernaar de nadruk te leggen op zijn verleden bij de KGB en schilderen hem als iemand die er op gebrand is democratische vrijheden te onderdrukken. Zoals de vermoordde journalist Anna Politkovskaja het stelde, Poetin “is er niet in geslaagd zijn herkomst te ontstijgen en te stoppen zich te gedragen als een luitenant-kolonel in de Sovjet KGB. Hij is nog altijd bezig om zijn vrijheidslievende landgenoten in de pas te laten lopen; hij volhardt in het vermorzelen van de vrijheid, net zoals hij dat eerder in zijn loopbaan deed.” Voor velen in het Westen is daarmee alles gezegd.

In feite staat Poetin, in tegenstelling tot het hierboven beschreven gezichtspunt, in een lange Russische traditie  van ‘liberaal-conservatisme’.  De moderne Russische auteur A.V. Vasilenko omschreef deze school van denken als volgt: “Een sterke staat is nodig, niet in de plaats van liberale hervorming, maar om die mogelijk te maken. Zonder een sterke staat zijn liberale hervormingen onmogelijk.” Dit is de basis van wat de Britse academicus Richard Sakwa “een unieke synthese van liberalisme en conservatisme” noemt en belichaamd wordt door Poetins bewind.

Boris Tsjitsjerin (1828-1904) is wellicht de grondlegger van deze ideologie. Volgens de historicus Richard Pipes, huldigde hij enerzijds “Manchester liberalisme [het klassiek-liberalisme van de Manchester School red.] en burgerrechten, en steunde hij tegelijkertijd de autocratie.” “De Russische liberaal” zo schreef Tsjitsjerin, “reist op een aantal verheven woorden: vrijheid, openheid, publieke opinie… die hij als grenzeloos interpreteert. … Hij acht derhalve de meest elementaire concepten, zoals gehoorzaamheid aan de wet of de noodzaak voor politie en bureaucratie, reeds de producten van een ongehoord despotisme.” “De extreme ontwikkeling van de vrijheid, inherent aan democratie,” zo stelde hij, “leidt onvermijdelijk tot de instorting van het organisme van de staat. Om dit tegen te gaan, is het nodig om sterk gezag te hebben.”

Een andere belangrijke figuur was de filosoof Vladimir Solovjov (1853-1900). Solovjov geloofde dat christelijke liefde, belichaamd in de Kerk, de opperste politieke waarde was en tot uiting kwam in politieke en economische regelingen die de waardigheid en rechten van individuen respecteerden. Zodoende was Solovjov, terwijl hij een nauwe band tussen kerk en staat steunde, een tegenstander van de doodstraf en ging hij tekeer tegen het officiële antisemitisme. Hij was wat alleen omschreven kan worden als een ‘liberale theocraat’.

Nog een andere centrale persoonlijkheid in de annalen van het Russische liberaal-conservatisme was Pjotr Struve 1870-1944). Oorspronkelijk een marxist, schreef Struve het eerste manifesto van de Russische Sociaal Democratische Arbeiders Partij (de voorloper van de Communistische Partij), maar uiteindelijk zwoer hij het marxisme af en in ballingschap in de jaren ’20 werd hij een prominente supporter van het oudste overlevende lid van de Russische koninklijke familie. Struve maakte deze opmerkelijke transformatie door zonder ooit de kern van zijn liberale overtuigingen aan te passen.

Wellicht het belangrijkste werk in de liberaal-conservatieve canon is een bundel uit 1909 getiteld Vechi (Bakens), dat in 2009  door een Russische regeringsfunctionaris  als “ons boek” werd aangeduid. Het bestaat uit een reeks scherpe aanklachten van de Russische intelligentsia door prominente liberalen zoals Pjotr Struve, Nikolaj Berdjajev en Sergej Boelgakov, wier weerzin gewekt was door de anarchie van de revolutie van 1905. Vechi beweerde dat de intelligentsia zich zelf had afgesneden van het Russische volk door slaafs Westerse ideeën te kopiëren en Russische te negeren en dat het geen respect had voor het recht. De auteurs concludeerden dat het fundament van de regering een sterk rechtssysteem moet zijn.

Poetin zelf lijkt vooral twee tijdgenoten van de auteurs van Vechi te bewonderen, Pjotr Stolypin (1862-1911), premier van Rusland van 1906 tot 1911, en de filosoof Ivan Iljin (1883-1954).

Stolypin nam het roer over als premier te midden van de revolutie en deinsde er niet voor terug extreem geweld te gebruiken om die te onderdrukken. Zoveel radicalen werden verhangen dat de strop bekend kwam te staan als ‘Stolypins das’. Tegelijkertijd streefde hij liberale hervormingen na in de sociale en economische sfeer, hij werd vooral bekend door het doorvoeren van hervormingen om grond aan boeren in bezit te geven, met als doel een samenleving gebaseerd op privaat eigendom te creëren.

Net als Stolypin heeft Poetin gewerkt aan de verankering van het eigendomsrecht en de liberalisering van de economie.

Poetin leidt een comité dat de realisatie van een monument voor Stolypin in Moskou beoogt. Hij heeft Stolypin “een ware patriot en een wijs politicus” genoemd, die “inzag dat zowel alle soorten van radicaal sentiment als aarzeling en weigering noodzakelijke hervormingen door te voeren, gevaarlijk waren voor het land, en dat alleen een sterke en effectieve regering vertrouwende op zakelijk en burgerlijk initiatief van miljoenen progressieve ontwikkeling zou kunnen veilig stellen.” Zoals een commentator opmerkte, “Poetin had over zichzelf kunnen spreken.”

Voor wat Iljin betreft, hij begon zijn intellectuele loopbaan als een student van Hegel. Door Lenin in 1922 uitgewezen uit de Sovjet-Unie, verhuisde hij naar Berlijn. Anderhalf decennium later, toen hij zijn baan verloor omdat hij niet wilde doceren in overeenstemming met Nazi-voorschriften, ontvluchtte hij ook Duitsland  en leefde de rest van zijn leven in Zwitserland.

Poetin haalt Iljin geregeld aan in zijn schrijfsels en toespraken. In 2005 speelde hij een rol in de terugkeer van Iljins stoffelijk overschot naar Rusland en zijn herbegrafenis in Moskou, met veel vertoon omkleed. Later betaalde hij persoonlijk voor een nieuwe grafzerk voor Iljin.

Net als Stolypin en de bijdragers aan Vechi, geloofde Iljin dat de bron van Ruslands problemen een onvoldoende ontwikkeld ‘rechtsbesef’ (правосознание) was. Gezien dit gegeven, was democratie geen gepaste regeringsvorm. Hij schreef  “aan het hoofd van de staat moet er een enkele wil zijn.” Rusland had een “verenigde en sterke staatsmacht, dictatoriaal in de scope van zijn bevoegdheden” nodig. Tegelijkertijd moesten er duidelijk grenzen aan deze bevoegdheden zijn. De heerser moet de steun van de bevolking hebben; staatsorganen moeten verantwoording afleggen; het beginsel van de legaliteit moet bewaard blijven en alle personen moeten gelijk zijn voor de wet. Vrijheid van geweten, meningsuiting en vergadering moeten gegarandeerd zijn. Privaat eigendom moet sacrosanct zijn. Iljin geloofde dat de staat het opperste gezag moest hebben op die terreinen waar zij competent is, maar geheel buiten die terreinen moest blijven waar ze niet competent is, zoals het privéleven en godsdienst. Totalitarisme, zo stelde hij, is “goddeloos”.

De realiteit van Poetins Rusland sluit vrij nauw aan op dit liberaal-conservatieve model. Poetin heeft bijvoorbeeld, net als Stolypin, belangrijke stappen ondernomen om het eigendomsrecht te verankeren, alsmede om de economie te liberaliseren. In januari schreef Poetin dat “de motor van de groei in het initiatief van de bevolking moet en zal liggen. We zijn gedoodverfd te verliezen als we ons enkel verlaten op de besluiten van ambtenaren en een beperkt aantal grote investeerders en staatsbedrijven. … Ruslands groei in de komende jaren staat gelijk aan de uitbreiding van vrijheden voor een ieder van ons.” Poetin en Dmitri Medvedev hebben een reeks van liberaal denkende ministers van financiën aangesteld, die gewerkt hebben aan het terug brengen van de regeldruk voor kleine ondernemingen. Vooruitgang op dit vlak is fragmentarisch maar tastbaar, zoals ook de recente toelating van Rusland tot de Wereld Handels Organisatie (WTO) laat zien. Westerse beschouwers neigen er naar dit over het hoofd te zien en in plaats daarvan de focus te leggen op het negatieve, zoals het terug brengen onder staatscontrole van de belangrijkste spelers in de energiesector.

Net als de liberaal-conservatieven heeft Poetin de nadruk gelegd op wat hij ‘de dictatuur der wet’ noemt. Westerse commentatoren hebben de voortdurende misbruiken in de rechtspraak veroordeeld. Maar zoals William Partlett van de Brookings Institution opmerkt, “Poetin heeft veel meer aandacht besteed aan hervorming van het recht dan zijn voorganger … en heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in het bij de tijd brengen van het tegenstrijdige Russische rechtssysteem. … Voorts staat hij verrassend open voor de implementatie van mensenrechtennormen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in Russische rechtszalen.”

Onder de Poetin-doctrine van ‘soevereine democratie’ is de staat beperkt; ze streeft er niet naar ieder aspect van het leven te beheersen. Het ziet vrijheid terdege als essentieel voor sociale en economische vooruitgang. Maar waar de staat wel optreedt, moet ze soeverein zijn – krachtig, verenigd en vrij van de invloed van buitenlandse machten. In de ogen van Westerse critici was Poetins besluit in zijn eerste termijn als president om de bevoegdheden van de regionale gouverneurs te beperken een directe aanval op de democratie. Voor Poetin was dit echter een cruciale stap om een einde te maken aan de praktijk dat regio’s ongehoorzaam waren de federale wet en om de ‘eenheid van recht’ in de natie te herstellen.

Liberaal-conservatisme ligt ook ten grondslag aan Poetins houding ten opzichte van het maatschappelijk middenveld. James Richter van Bates College stelt: “de regering Poetin was een veel consistentere voorvechter van het maatschappelijk middenveld dan het Kremlin onder Jeltsin, ofschoon ze probeerde het concept voor haar eigen doeleinden bij te stellen.” Sinds 2004 heeft de Russische regering op alle bestuursniveaus  ‘publieke kamers’ opgezet, die moeten dienen als een forum waarin maatschappelijke organisaties en staatsorganen samen kunnen werken. Deelnemers hebben genereuze publieke financiering ontvangen. Tegelijkertijd betwijfelen sommigen in het Westen de waarde van deze kamers omdat ze er op ingericht zijn het maatschappelijk middenveld te helpen met de staat samen te werken en niet om haar uit te dagen.

Russische liberaal-conservatieven waren nooit democraten in Westerse zin en het is niet verwonderlijk dat velen hier hun ideologie verwerpen. Richard Pipes beschouwt Tsjitsjerins filosofie als een “abstracte en onrealistische doctrine.” Het idee dat de krachtige staat “de burgerrechten zou kunnen respecteren was eenvoudigweg quixotisch.” Op een vergelijkbare wijze kan Iljins visie van een beperkte, op het recht gebaseerde en verantwoording afleggende dictatuur naïef onpraktisch lijken.

Maar het punt van dit betoog is niet of liberaal-conservatisme de juiste keuze is voor Rusland. De kwestie is veeleer dat wij in het Westen er niet in slagen deze ideologie als zodanig te herkennen. Poetin heeft een heldere visie van een sterke, gecentraliseerde, op het recht gebaseerde regering met duidelijk bepaalde en beperkte competenties, consistent met inheems Russische scholen van denken. Onze betrekkingen met Rusland zouden fors verbeteren als we deze realiteit zouden erkennen en ons daartoe zouden verhouden in plaats van aan te slaan op irrelevante karikaturen van een politiestaat.

__________

Met toestemming overgenomen. Copyright 2012 TheAmericanConservative.com.
Vertaling: Jonathan van Tongeren