Posted on

Timosjenko is terug: Oligarchen, steenkool en toiletdiplomatie

Terwijl de bij de akkoorden van Minsk betrokken ministers van Buitenlandse Zaken in de marge van de Veiligheidsconferentie in München een nieuwe wapenstilstand onderhandelden, kwam het in Kiev naar aanleiding van de derde verjaardag van de ‘Euromaidan’ tot opstootjes tussen demonstranten en de politie.

Zo’n 300 nationalistisch ingestelde Oekraïeners demonstreerden afgelopen zondag in het centrum van Kiev tegen de regering. Daarbij kwam het tot schermutselingen met de politie. Onder de mensen die op de vuist gingen bevonden zich ook twee parlementsleden van de conservatieve oppositiepartij Samopomitsj. Zij beschuldigen de oligarchen in de regering ervan, te profiteren van het warenverkeer met de separatisten in het oosten van Oekraïne. Om dit tegen te gaan, blokkeren aanhangers van de partij sinds 25 januari alle kolenleveranties – zowel per spoor als per vrachtwagen – uit het Donetskbekken.

Premier Volodymyr Groysman zag zich gedwongen drie dagen voor de herdenking van de derde verjaardag van de Euromaidan een energienoodtoestand af te kondigen. Hij kondigde daarbij de rantsoenering van stroom en verwarming in grote delen van het land af.

De nationalisten beschuldigden de regering ervan, dat ze zich door handel met de opstandelingen in Donetsk en Loegansk verrijkt zouden hebben. Groysman verklaarde echter dat wanneer er geen antracietkolen uit het Donetskbekken geleverd kan worden, de op dit type steenkool toegesneden Oekraïense elektriciteitscentrales tijdelijk stilgelegd moeten worden. Van de 14 elektriciteitscentrales van Oekraïne in het territorium dat onder controle van de regering in Kiev staat, behoren er 12 tot de holding van de oligarch Rinat Akhmetov. De helft van deze centrales loopt op de hoogwaardige antracietkolen, de andere helft op de inferieure gaskolen.

Probleem is dat alle mijnschachten waaruit antracietkool gewonnen wordt  in handen van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk zijn. Tijdens de gevechtshandelingen werd een aanzienlijk deel van de spoorwegen rond Donetsk vernietigd.

De kolenblokkade wordt echter niet louter ingegeven door weerzin tegen de vermeende zelfverrijking van oligarchen in de regering, er zit ook nog een andere berekening achter. Zo wordt vermoed dat de oligarch Igor Kolomoiski als financier achter de partij Samopomitsj een hand heeft in de blokkade.

Vanwege de onlangs voltrokken nationalisatie van zijn bank, de grootste bank van Oekraïne, heeft Kolomoisky nog een rekening te vereffenen met president Petro Porosjenko. Volgens Oekraïense nieuwsbronnen zou Kolomoisky ervan profiteren als de elektriciteitscentrales van het land, vanwege gebrek aan antracietkolen uit het Donetskbekken, terug zouden moeten vallen op de verbranding van stookolie, aangezien de oligarch zo’n 90 procent van de stookolieproductie in Oekraïne in handen heeft.

Het protest van de nationalisten richt zich ook weer eens tegen Rusland. Terwijl de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov in München over de strijd in Oost-Oekraïne sprak, ondertekende president Vladimir Poetin een decreet waaruit volgt dat de identiteitspapieren van de Volksrepublieken voortaan erkend worden. Bovendien kunnen de bewoners van deze gebieden nu zonder visum naar Rusland reizen.

Moskou ziet dit niet als in tegenspraak met het de akkoorden van Minsk, maar als humanitaire daad, aangezien de bewoners van de Volksrepublieken door de blokkadehouding van Kiev geen mogelijkheid hebben hun verlopen identiteitspapieren te verlengen.

Veel van de fabrieken in de metaal- en chemische industrie in Oekraïne zijn in bezit van Russen. Omdat deze kolen uit het Donetskbekken nodig hebben, profiteren volgens de activisten Oekraïense en Russische oligarchen van de oorlog. De verliezer zou alleen het Oekraïense volk zijn. De protesterende nationalisten eisen dan ook een volledige controle van de handel met de separatistengebieden. Wanneer Oekraïne handel drijft met de “bezetters” dan financiert door middel van “bloedkool” de oorlog tegen zichzelf.

In deze opgehitste stemming weet de oppositiepolitica Julia Timosjenko zichzelf weer in de kijker te spelen. Een week voor de demonstraties in Kiev had ze Porosjenko al een ultimatum gesteld om premier Groysman als verantwoordelijke voor de “megacorruptie” te ontslaan.

Timosjenko verwijt Groysman, die in april 2016 Arseni Jatsenjoek opvolgde, dat het Bruto Binnenlands Product van Oekraïne met de helft gekrompen is. Ook maakt ze hem verantwoordelijk voor de hyperinflatie, het op de fles gaan van kleine ondernemers, de verhoging van de kosten voor gemeentediensten en de verlaging van de sociale standaard. Groysman reageerde hierop door Timosjenko zelf als “moeder van Oekraïnes economische zwakheid en corruptie” te identificeren. Twintig jaar lang heeft ze er alles aan gedaan om Oekraïne in de vernieling te helpen, aldus Groysman.

Sinds haar verpletterende nederlaag tegen haar rivaal Porosjenko in de presidentsverkiezingen in mei 2014 werkt Timosjenko verbeten aan een terugkeer aan de macht. Met haar massieve kritiek op Porosjenko’s regering hoopt ze punten te scoren bij de kiezers. Door de groeiende ontevredenheid onder de bevolking en de teloorgang van Jatsenjoeks Volksfront stijgen de percentages van haar Vaderlandspartij dan ook weer in de peilingen.

Om goed voorbereid te zijn voor een terugkeer aan de macht, maakte Timosjenko van 29 januari tot 4 februari een reis naar de Verenigde Staten om zichzelf te promoten. Daar heeft ze gesproken met senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden, en bijvoorbeeld ook met Victoria ‘Fuck the EU’ Nuland, die tot voor kort op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte als staatssecretaris voor Europa en Eurazië en een belangrijke rol speelde in de opstelling van Amerika in de Oekraïnecrisis.

Timosjenko voerde naar eigen zeggen ook een gesprek met de nieuwe president Donald Trump. De Washington Post bevestigde dat er een korte ontmoeting geweest was, maar geen officiële afspraak. Geoffrey Birnbaum, directeur van de PR-firma BGR, beweerde dat Timosjenko Trump bij het toilet opgewacht zou hebben om zijn aandacht te trekken. Dit werd door supporters van Porosjenko uiteraard gretig opgepikt om de spot te drijven met Timosjenko’s “toiletdiplomatie”.

Wat onder de regering Trump precies de opstelling ten aanzien van Oekraïne zal zijn, is nog niet geheel duidelijk. Diverse door Trump aangestelde ministers en ambassadeurs hebben zich weliswaar in algemene termen aan de zijde van Oekraïne gesteld, met name ten aanzien van de Krim, maar dit lijkt vooral ingegeven door de ophef die politici van de oorlogspartij in Washington maakten. Of de regering Trump zich in de praktijk pragmatischer op zal stellen dan die van Obama, laat staan een eventuele regering van Hillary Clinton, leek voor de verkiezingen aannemelijk, maar valt nog te bezien.

Posted on

Jordanië krijgt sleutelrol in Trumps Midden-Oosten-beleid

Wie kijkt naar het lijstje staatshoofden en regeringsleiders die Donald Trump ontvangen heeft, valt op dat hij al in zijn tweede week als president een ontmoeting had met koning Abdallah II van Jordanië. Daarvoor had Trump weliswaar reeds met de Israëlische regeringsleider Netanyahu getelefoneerd, maar Jordanië komt onder Trump een belangrijke rol toe.

Het kleine maar relatief stabiele koninkrijk kan zowel met het oog op de Palestijnse kwestie een belangrijkere rol gaan spelen dan voorheen als ook in de strijd tegen de islamistische terreur in Syrië en Irak.

In de eerste plaats ging het bij het bezoek van koning Abdallah aan de Verenigde Staten om de economische en politieke stabilisatie van het Hasjemitische koninkrijk. Trump had tijdens zijn campagne al aangekondigd, dat hij geen aanhanger van de twee-statenoplossing voor de Palestijnse kwestie is.  Het heropleven van een Jordaanse rol in de toekomst van de westelijke Jordaanoever verdient in deze visie de voorkeur boven de huidige internationale fixatie op het concept van een Palestijnse staat, waarvan de grenzen met Israël berusten op de grenslijnen van 1967.

Naast een gesprek met Donald Trump, had de Jordaanse koning ook gesprekken met vice-president Pence, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Mattis en Tillerson, en met Trumps National Security Advisor luit.-gen. b.d. Michael Flynn (foto).

Een nieuwe Palestijnse staat zou in de huidige islamitische conjunctuur van de grotere regio een strategische bedreiging voor alle staten in de regio zijn, met inbegrip van Jordanië, zo is de gedachte in Washington. De vrees is namelijk dat een Palestijnse staat op de westelijke Jordaanoever in handen van Hamas zou vallen, waarbij men zegt te vrezen voor Iran. Hieruit blijkt dat Trumps adviseurs ofwel slecht op de hoogte zijn van de verhoudingen dan wel hem bewust verkeerd voorlichten. Op zijn laatst sinds de soennitische Hamas ervoor koos om niet de Syrische regering onder Assad, maar de soennitische rebellen tégen Assad te steunen, zijn de relaties tussen Hamas en Iran bekoeld. Hamas onderhoudt daarentegen wel warme banden met de regeringen van Saoedi-Arabië en Qatar. Dat Hamas op de Gazastrook inmiddels te maken heeft met oppositie van ‘Islamitische Staat’, zoals de protesten van de laatste weken laten zien, roept overigens de vraag op, of de partij wel op het juiste paard gewed heeft.

Hoewel Jordanië sinds de Oslo-akkoorden een twee-statenoplossing voor Palestina accepteert, zijn er aanwijzingen dat het Hasjemitische koninkrijk flexibel is en open staat voor andere potentiële oplossingen. Jordanië heeft sinds het afzien van zijn aanspraak op de westelijke Jordaanoever 25 jaar geleden zijn grondwet van 1952, waarin sprake is van een koninkrijk op de beide oevers van de Jordaan, niet gewijzigd. Ook geldt Jordanië nog altijd als hoeder van de islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem.