Posted on 1 Comment

Waarom Russisch paspoort voor veel inwoners Donbass van levensbelang is

Rusland krijgt opnieuw felle kritiek uit het Westen. Ditmaal omdat het besloten heeft het voor inwoners van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk gemakkelijker te maken om Russische paspoorten te krijgen. Westerse commentatoren vermoeden vooral geopolitieke motieven, er zijn echter ook humanitaire redenen voor het besluit. Een reisverslag uit 2016 geeft inzicht in de situatie waarmee de bevolking van Donbass te kampen heeft.

Na maanden voorbereiding kondigde het laatste deel van de reis zich aan: de taxirit van de Russische stad Rostov-aan-de-Don naar Donetsk, de hoofdstad van de niet-erkende Volksrepubliek Donetsk. Het spannendste onderdeel van de reis moest echter nog komen: de grensovergang. De angst zat er goed in dat de Russische beveiligingsambtenaar “NJET!” zou zeggen en daarmee in één keer alle moeite te niet zou doen. De grenswacht had deze angst waarschijnlijk opgemerkt en grapte naar zijn collega: “Kijk, ze maken zich zorgen! Rammel maar wat met je handboeien.” De grap brak het ijs. Later pas bleek hoeveel ellende de reis op dat moment werd bespaard.

Glimlach

De reis ging verder, richting Donetsk. Met een glimlach op zijn gezicht legde de taxichauffeur uit in welke situatie hij was beland (en met hem velen anderen) omtrent het terugbetalen van zijn leningen. “Voordat de oorlog begon waren er natuurlijk een boel mensen die leningen hadden afgesloten. Maar nadat de oorlog was begonnen, werden veel banken gesloten.”

De glimlach werd groter en hij zei “Ik wou mijn schulden terugbetalen, maar kon dat niet. Dus op een dag belde de bank en zei dat we onze schulden moesten terugbetalen. Ik legde uit waarom dat niet kon, de bank zei daarop dat ze iemand zouden sturen om het bedrag op te komen halen als ik niet zou betalen.” Hij op zijn beurt gaf zijn adres en zei dat ze welkom waren.

Toen de medewerker het adres had gekregen was hij een tijdje stil, vertelde dat de bank had heroverwogen en besloten had toch niemand te sturen. De hierboven beschreven situatie geeft goed aan in wat voor situatie veel mensen in Donetsk verkeren. Mensen vallen hier constant tussen wal en schip.

Gevangen in eigen land

“In de Sovjet-Unie was het makkelijk om te reizen”, legde een medepassagier ons uit. De vrouw vertelt: “Er waren geen grenscontroles [binnen de USSR] en we konden reizen wanneer we wilden.” Ze benadrukte dat “zij zich niet voelden als Russen, Oekraïners, Wit-Russen of wat dan ook. We waren allemaal deel van een groot land: De Sovjet-Unie.” Dit beeld blijft bestaan tot de dag van vandaag. Haar familie woont overal: in Oekraïne, in Rusland, in Wit-Rusland, waarmee ze nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om naar het buitenland te kunnen reizen.

Op het moment waarop ik dit stuk oorspronkelijk schreef waren er namelijk veel inwoners van de Donbass die in zekere zin gevangen waren in eigen land. Weliswaar waren er door deze niet-erkende landen al paspoorten uitgegeven, maar niemand erkende ze. Om naar het buitenland te reizen is er een Oekraïens paspoort nodig dat aan mensen is verstrekt voor de oorlog. Voor een hele generatie mensen die geen Oekraïense paspoorten hebben is het daarom onmogelijk geworden om naar het buitenland te reizen. Dit veranderde pas in het voorjaar van 2017, toen Poetin per decreet besloot officiële documenten uit de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk te erkennen.

De Russische erkenning van documenten uit LNR en DNR*

Voor de verordening waren veel mensen in de Volksrepublieken* afhankelijk van hun Oekraïense paspoorten. Zonder deze paspoorten was het onmogelijk om naar het buitenland te reizen, naar Rusland bijvoorbeeld. Als men niet beschikte over een Oekraïens paspoort omdat men het tijdens de burgeroorlog kwijt was geraakt, kon men de Volksrepublieken niet uit. De afhankelijkheid van een Oekraïens paspoort is zelfs nog groter als men bedenkt dat veel mensen er voor kiezen via Russisch territorium naar door Oekraïne gecontroleerd territorium te reizen. Evgenia van Amerongen, een manager die werkt voor een busbedrijf, legt de moeilijkheden uit:

“Men moet de oversteek maken via de scheidingslijn (tussen Donbass en Oekraïne – SB). De oversteek verloopt via een controlepost van de DNR/LNR en Oekraïne. Al deze controleposten bevinden zich in ‘instabiele gebieden’. Bijvoorbeeld Zaitsevo, Marinka, Stantisija Luganskaya.” Van Amerongen vervolgt: “Omdat veel mensen hun leven niet willen riskeren, kiezen ze ervoor te reizen via Rusland en dus hebben ze een Oekraïens reisdocument nodig. De situatie is veranderd nu de Russische Federatie besloten heeft paspoorten uit Donbass te erkennen. Inwoners van Donbass kunnen zelfs zonder visum naar Rusland reizen.”

Trouwaktes, diploma’s

De problemen beperken zich echter niet tot reisdocumenten. Ook andere officiële documenten uit de Donbass worden niet erkend. Te denken is aan trouw- en scheidingsaktes. Een soortgelijke situatie bestaat onder studenten. Voor het presidentiële decreet waren studenten die studeerden in Loegansk of Donetsk er nooit van verzekerd of de graad waarvoor zij leerden ooit iets waard zou zijn. Slechts recentelijk heeft het ministerie van Onderwijs van de Russische Federatie tijdelijke diploma’s uit de Volksrepublieken erkend.

Maar deze maatregel gaf studenten nog geen duidelijkheid of de diploma’s ook het volgende jaar nog erkend zouden zijn. “Voorheen waren onderwijscertificaten erkend door Russische universiteiten, op grond van een verordening van het ministerie van Onderwijs” legt Sana Samoylenko, een student aan de Universiteit van Loegansk uit. “De verordening was ondertekend voor een jaar, dus ieder komend jaar zou het ministerie van Onderwijs het moeten vernieuwen.” De nieuwe verordening haalt deze twijfel weg. Samoylenko: “Nu zijn studenten ervan verzekerd dat hun certificaten worden geaccepteerd, zonder de angst dat de vorige verordening van het ministerie van Onderwijs niet zou worden verlengd.”

Verder maakte het decreet van 2017 het mogelijk om voertuigregistratie uit de Volksrepublieken te accepteren in Rusland.

“Elena”

Met het geluid van een koffiezetapparaat op de achtergrond begonnen we ons eerste interview met Elena (pseudoniem), een journaliste die werkt voor een groot Russisch persbureau. Sinds het begin van het conflict werkt ze als journaliste in haar geboortestreek: de Donbass. Na de gebruikelijke inleidende vragen vroegen wij haar de voor de hand liggende vraag over persvrijheid in het rebellengebied: Waarom durf je je gezicht niet op camera te laten zien?

“In Oekraïne wonen mijn naaste verwanten”, antwoord ze. “Ik ben gewoon bang dat als ik mijn gezicht laat zien en mensen deze reportage zien, dat mijn familie problemen zal krijgen. Ze kunnen worden opgeroepen door de SBU (Oekraïense veiligheidsdienst) en worden verhoord. Ik wil niet dat zij vanwege mijn werk in problemen komen.” Het is echter niet de enige reden waarom Elena liever anoniem blijft. Ze is namelijk nog steeds burger van Oekraïne. “Ik zou graag willen reizen naar Oekraïne en niet dat ze mij vasthouden en zeggen, hier, we hebben een [strafwet]artikel bedacht over separatisme en terrorisme en dat ze mij daarna opsluiten.”

Intimidatie van journalisten

“Er zijn veel voorbeelden”, vertelt Elena over journalisten die werken in Donbass maar problemen hebben in Oekraïens gebied. “Er is in Oekraïne een website genaamd ‘Mirotvorjets’. Ze publiceren alle informatie over journalisten en hun verwanten met paspoorten, geboortedata. En mensen die daar familie hebben worden door hen onder druk te zetten naar Oekraïne gelokt, zodat ze hen gevangen kunnen zetten.”

Deze situatie gaat trouwens niet alleen op voor journalisten, maar ook voor soldaten in de volksmilitie (het de facto-leger van LNR en DNR) en zelfs voor lokale ambtenaren. Reizen naar Oekraïne om daar bijvoorbeeld een nieuw Oekraïens paspoort aan te vragen zit er om die reden voor veel inwoners van Oost-Oekraïne niet in.**


* In Rusland wordt doorgaans verwezen naar de DNR en LNR in officiële taal als ‘Bepaalde gebieden in de oblasten Donetsk en Loegansk’.

** Overigens hebben niet alleen lokale bewoners problemen met het reizen van en naar Oost-Oekraïne. Ook journalisten wordt het niet makkelijk gemaakt om naar de DNR en LNR te reizen. Een goed voorbeeld is dat van Oxana Chelysheva, een journalist die in ballingschap leeft uit angst om terug te keren naar Rusland, haar geboorteland. Daar het niet mogelijk was via Rusland te reizen moest ze de Oekraïne-route nemen. In ieder geval had ik verwacht dat een Russische dissidente doorgang zou worden gegeven naar rebellengebied door een land dat zo worstelt met ‘Russische agressie’, toch schrijft ze ironisch: “Terwijl ik in Donetsk had kunnen zijn, reisden alle westerse journalisten via de Russische Federatie.”

Posted on

Oekraïne straft journalist voor vredesoproep

Als er niemand is om te vechten, geen kanonnenvlees, dan zal men wel móeten onderhandelen, zo dacht de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba. Nu wordt er 13 jaar gevangenisstraf tegen hem geëist, omdat hij zich in een video-boodschap op zijn YouTube-kanaal tegen de mobilisatie uitsprak.

In 2015 klaagde de Oekraïense staat de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba aan wegens landverraad. De reden was dat de uit West-Oekraïne afkomstige journalist, die in 2014 openlijk zijn steun had uitgesproken voor de EuroMaidan, zich op zijn eigen YouTube-kanaal tegen de mobilisatie had uitgesproken. Uiteindelijk werd de journalist vrijgesproken voor landverraad. Hoewel Amnesty International hem erkende als politiegevangenen werd Kotsaba wel een gevangenisstraf opgelegd voor het hinderen van het leger. Sinds januari 2019 staat Kotsaba opnieuw terecht opnieuw voor landverraad.

In het eerste deel van een tweetal interviews spraken we met hem over het conflict in Oekraïne van 2014 tot de dag van vandaag. In dit tweede deel van het interview met Kotsaba spreken we over zijn proces en de status van de journalistiek in Oekraïne.

Posted on

Wonen op de frontlinie in Oekraïne

Toegang Zaitsevo Oekraine

Een monument voor de Tweede Wereldoorlog, middenin het dorp, trek direct de aandacht. Doordat het vlakbij een vernietigd gebouw staat valt de verse verflaag meteen op. “We hebben het monument al drie keer gerestaureerd. Ze weten waar ze schieten, het is een monument ter ere van de veteranen van de Tweede Wereldoorlog”, zo legt Irina Dikoen, de burgemeester van Zaitsevo uit. “Wanneer 9 mei, Bevrijdingsdag, dichterbij komt, worden alle monumenten vernietigd.”

Het vernietigde huis waar we naar kijken was vroeger het gemeentehuis van Zaitsevo. De vorige burgemeester werkte vroeger in dit gebouw. Hij verliet het dorp, maar niet voordat hij het gemeentegebouw had vernietigd met de hulp van drie tanks. Een ‘nieuw’ gemeentehuis staat vlakbij, maar de toestand van het gebouw laat veel te wensen over. De buitenkant is bezaaid met kogelgaten en gebroken ramen. In het kantoor van Dikoen zijn de meeste ramen gesloten met behulp van houten borden. Alleen een deel van het venster is afgeschermd met transparant plastic. Ondanks de moeilijkheden hangt er een vlag van de Volksrepubliek Donetsk (DNR) aan de muur. Twee foto’s zijn aan de vlag gespeld; één van Aleksandr Zachartsjenko, het hoofd van de DNR, de andere is een foto van president Poetin.

“Kijk. Gisteren, het mag dan wel niet een zwaar gevecht zijn geweest, maar het vuurgevecht duurde de hele nacht”, legt Dikoen uit. Zaitsevo ligt in Oekraïne, niemand zal het daar mee oneens zijn. Toch, een ander deel van het dorp ligt in een land dat geen ander land in de wereld erkent: De Volksrepubliek Donetsk (DNR). Het dorp ligt niet alleen vlakbij de frontlinie, de frontlinie gaat midden door het dorp heen. Het gevolg is dat het dorp bijna dagelijks onder vuur ligt. Wanneer Dikoen, zelf moeder van twee kinderen, wordt gevraagd hoe mensen in het dorp leven, antwoord ze: “Hier leven we niet, we overleven. Hoe kan je leven wanneer je bang bent naar buiten te gaan? Hoe kan je je kinderen naar buiten laten gaan als al drie keer mortieren zijn geland op de speelplaats?”

“Het gelach van kinderen hangt niet langer in de lucht. We vragen onze kinderen: ‘Wat moeten wij doen zodat jullie in orde zullen zijn?’ Er is alleen maar één antwoord: ‘Dat de oorlog moet eindigen’. Terwijl Dikoen vertelt begint ze te huilen. “De kinderen weten met wat voor kaliber er wordt geschoten. Ze weten wanneer een tank schiet, wanneer een BMP (een infanteriegevechtsvoertuig, red.) schiet, wanneer zware wapens worden gebruikt. Is dat een leven voor kinderen? Is dat een jeugd voor kinderen?”

Eén van de families in het dorp vertelt hun verhaal. Het is een familie van vier: een moeder met haar twee dochters en hun grootmoeder. De familie vertelt over hun leven in Zaitsevo en hoe de kinderen naar school gaan. “Ze hebben een busdienst gecreëerd van en naar school.” De dienst werd ingesteld omdat de school in Zaitsevo in een slechte staat verkeert, in het bijzonder sinds het dorp onder vuur kwam te liggen. Eén van de meisjes vertelt zelfs dat glas door de school vloog. Haar moeders woordgebruik imiterend: “Dank God dat niemand gewond is geraakt.”

De twee meisjes vertellen verhalen van mortiergranaten die rondom hen zijn gevallen terwijl ze op de schoolbus wachtten. Verhalen van kogels die door hun tent vlogen terwijl ze speelden in de tuin of verhalen over hoe ze van de speeltuin wegrenden toen er werd begonnen met schieten. De vraag die zich opdringt is: ‘Waarom verhuizen jullie niet naar elders?’ Tanya, de moeder van de meisjes antwoordt: “Maar waar moeten we naartoe? We hebben geen pensioen, we hebben niets. Alleen één persoon werkt, dat geeft ons 500 roebel (ongeveer 7 euro, red.) eens per twee weken. Dat is alles. Waar kan ik naartoe? Hier heb ik mijn eigen aardappelen. Maar als ik naar een appartement verhuis, moet ik dan mijn hand ophouden?”

 

Zaitsevo is misschien wel één van de meest bekende frontlinie-dorpen in de DNR. Ondanks dat, klaagt Svetlana over het gebrek aan interesse in het dorp. “Niemand komt naar ons toe.” Ze doelt daarmee echter niet op journalisten, die hier best vaak komen. Ze heeft het over de OVSE-missie. Sarcastisch voegt ze toe: “Daar, daar zijn mensen, maar hier niet. Hier zijn geen kinderen, geen mensen, geen vrouwen. Hier zijn alleen ‘separs’ (een Oekraïens scheldwoord voor de inwoners van de volksrepublieken,red.)”. De grootmoeder gaat verder: “Wat zijn separs? De separ die vrede wil, die een normaal leven wil zodat zijn kinderen in vrede kunnen leven? Is dat een separ? Ik zal niet rondrennen met een pan op mijn hoofd terwijl ik schreeuw ‘Glorie aan Oekraïne!’ (deel van een veelgebruikte leus van Banderisten, red.). Ja, laat er voorspoed zijn in Oekraïne, maar laat ze ons niet aanraken.”

Dit sentiment lijkt te worden gedeeld door de burgemeester. Iets eerder maakte zij eenzelfde opmerking. Ze vertelde over burgers die dagelijks naar de DNR rezen vanuit Oekraïne. Toen deze mensen werden gestopt op de grens en werden ondervraagd waarom ze niet in Oekraïne werkten, was het antwoord: ‘Geef me werk hier en ik zal in Oekraïne blijven!’ De burgemeester vertelt over een vader, ook op Oekraïens territorium, terwijl er een geweer op hem werd gericht werd hij met de dood bedreigd. Hij werd alleen vrijgelaten toen hij smeekte te worden vrijgelaten, niet voor hemzelf, maar voor het belang van zijn kinderen. “Toen het Oekraïense leger hier was, werden dat soort gevallen niet waargenomen. Toen Aidar, Dnjepr, Rechtse Sector (ultranationalistische vrijwilligersbataljons die inmiddels in het Oekraïense leger geïntegreerd zijn, red.) hier kwamen, toen begonnen de klachten. Toen begonnen de tranen te stromen.”

Terwijl het einde van het interview met de burgemeester naderde, vroeg ik haar wat haar hoop was voor de toekomst. Ze begon herinneringen op te halen over hoe prachtig het dorp vroeger was, dat mensen er kwamen voor vakantie, de prachtige bossen, het schone water. “Ik hoop dat mijn dorp zal bloesemen.”, verteld Irina Dikoen, “Ik weet dat de Volksrepubliek Donetsk zal helpen om huizen en de rest te herstellen. We leven met deze hoop: dat alles goed zal zijn. En dat we dit allemaal zullen herinneren als een vreselijke droom.”

Posted on

Oekraïne en Hongarije in de clinch over taalwet

Een wet die de Oekraïense taal verplicht stelt in Oekraïense scholen leidt tot spanningen tussen Oekraïne en Hongarije. De wet regelt dat, naast de Russische, ook de Hongaarse minderheid onderwijs in het Oekraïens moet volgen in plaats van in hun moedertaal. Er wordt openlijk gesproken over het opleggen van een inreisverbod voor Oekraïne voor de Hongaarse minister die zich met het dossier moet bezighouden. Ook is er sprake van het stationeren van een extra bataljon militairen nabij de Hongaarse grens.

Het onderwerp van het geschil is een Oekraïense taalwet die eerder dit jaar is aangenomen. Waar het voor etnische minderheden voorheen mogelijk was onderwijs in eigen taal te ontvangen als tien procent van de lokale bevolking die taal sprak, is de drempel nu verhoogd naar 33% van de plaatselijke bevolking. Hoewel de moedertaal nog wel geleerd kan worden op school, worden vakken als wiskunde en geschiedenis gegeven in het Oekraïens.

Eind vorige maand heeft de Hongaarse minister voor Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto in een interview verklaard:

“Volgens internationale regelgeving kunnen aan nationale minderheden geen rechten worden ontnomen die hen al zijn toegekend (…) In een vorige wet stond dat als een minderheid 10% van de bevolking uitmaakte van een regio, dat betekende dat die taal één van de officiële talen werd van het dorp, de stad, het district of de plaats waar de leden van de minderheid de meerderheid vormden van een lokale bevolking. (…) De nieuwe wetgeving verhoogt dat naar 33% van de bevolking. Natuurlijk zullen wij ons verzetten tegen zulke veranderingen.”

Oekraïne beschouwt dit als inmenging van Hongarije in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Des te meer daar Hongarije bekend heeft gemaakt een ministerspost te zullen creëren die gewijd is aan de ontwikkeling van Transkarpatië, het Oekraïense gebied met een grote Hongaarse minderheid grenzend aan de Hongaarse grens. Er werd door Oekraïne bekend gemaakt dat de Hongaarse minister een inreisverbod kan krijgen voor Oekraïne indien geen uitleg zal worden gegeven aan Oekraïne over de situatie. Tevens kwam op dezelfde dag nieuws naar buiten over een gesprek tussen Oekraïense minister van Defensie Stepan Poltorak en de gouverneur van Transkarpatië over het mogelijk stationeren van een extra bataljon militairen in de provincie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne legde er de nadruk op dat de opmerkingen van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de Europese integratie en NAVO-aspiraties van Oekraïne onacceptabel zijn omdat ze af zouden wijken van het beleid van de EU en zouden doen denken aan de benadering van een agressor. Hongarije heeft vanwege de kwestie reeds de totstandkoming van enkele gezamenlijke initiatieven van Oekraïne en de NAVO tegengewerkt en besloten de Europese integratie van Oekraïne voorlopig niet te ondersteunen.

Hongarije reageerde met een verklaring dat “Oekraïne faalde om vooruitgang te maken met het toetreden tot de EU en NAVO door haar eigen schuld (…) Hongarije heeft er niets mee te maken.” Verder reageerde de pas aangestelde Hongaarse afgevaardigde voor Transkarpatië op insinuaties over zijn functie vanuit Kiev met te zeggen: “Er is geen enkele grond voor beschuldigingen (van separatisme, red.). Er zijn geen verholen separatistische bedoelingen Het doel is slecht het ondersteunen van mensen die in Transkarpatië wonen ongeacht hun nationaliteit.”

De controversiële nieuwe taalwet is niet alleen door Hongarije, maar ook door Roemenië en Rusland bekritiseerd, alsmede door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Oekraïne stelt dat de wet bedoeld is om de kansen van de nationale minderheden te vergroten door ze Oekraïens te leren op school. Ook wil Oekraïne met de taalwet de invloed van Rusland op Oekraïne verminderen. Rusland beschouwt de taalwet als discriminerend. De parlementaire vergadering van de Raad van Europa nam een resolutie waarin onder andere gesteld wordt dat de wet “geen gepaste balans heeft tussen de officiële staatstaal en de talen van de nationale minderheden. (…) In het bijzonder betekent de wet een sterke beperking van de rechten als voorheen toegekend aan de ‘nationale minderheden’ aangaande hun eigen onderwijstaal.”

Oekraïne kent diverse grote etnische minderheden, doordat de Oekraïense staat relatief jong is en de grenzen tussen diverse staten in dit gebied historisch herhaaldelijk verlegd zijn. De Hongaarse minderheid in Oekraïne is vooral gevestigd in Transkarpatië, dat van 896 tot 1918 deel van Hongarije was.

Posted on

MH17 – Wie verdraait feiten, Britse BBC of Russische Vesti?

Het aantal niet-anonieme getuigen waarvan bekend is dat ze het rookspoor hebben gezien van de raket die de MH17 neerhaalde is zeer beperkt. Ik ben opzoek naar één van hen: Valentina Kovalenko. Kovalenko heeft in een interview aan de BBC verteld dat zij een raketlancering heeft gezien. Er is echter iets raars, Kovalenko vertelt in een later interview met het Russische Vesti (Вести) iets heel anders. Aan Vesti vertelt ze dat de BBC woorden heeft weggelaten. Wie te geloven? Vesti of de BBC? De enige manier om erachter te komen is om Kovalenko zelf op te zoeken en te controleren wat ze heeft gezegd.

Rijdend naar Kovalenko kijk ik uit naar een pas gemaaid veld. Het is een boerenveld net als alle andere in de regio, op één groot verschil na. Volgens het JIT is dit het veld waar de BUK heeft gestaan op het moment dat hij de MH17 zou hebben neergeschoten. Behalve dat ik dat weet, is er niets wat eraan herinnert. Ik kijk nog even om terwijl ik met mijn fixer praat, maar dan is het weer business as usual, we zijn op weg naar Krasnij Oktyabr: Rode Oktober, het dorp waar Kovalenko woont.

Kovalenko is één van de weinige mensen waarvan het bekend is dat zij een raketlancering heeft gezien. In de BBC documentaire ‘The Conspiracy Files: Who shot down MH17?’  vertelt Kovalenko dat ze al werkende in haar tuin een vliegtuig zag neerstorten. Alleen, zo merkte ze toen al op, het vliegtuig viel niet naar beneden, maar naar boven. Toen begreep ze dat het een raket was die werd aangedreven door een raketmotor en een zwarte rookpluim achterliet. Even later hoorde ze een explosie. “Het was de eerste en laatste keer dat ze zoiets heeft gehoord sindsdien”, aldus Kovalenko aan de BBC.

 

Niet de eersten

Kovalenko woont in een klein dorp, Krasnij Oktyabr, de weg ernaartoe is niet verhard. ’s Winters is het zelfs niet mogelijk er naartoe te gaan. De eerste persoon die wij spreken is een vrouw die we naar Kovalenko vragen. Met moeite begrijp ik wat de vrouw vertelt en dat we niet de eerste zijn. Ik kom er pas later achter dat het een keer niet aan mijn Russisch lag dat ik haar moeilijk versta; de vrouw is namelijk één van de weinige mensen die hier in de DNR Oekraïens spreekt. Russen, Nederlanders en Engelsen ging ons al voor, vertelt ze. Ze zegt de journalisten zat te zijn. Maar de altijd goede stemming van mijn fixer en een grap lijken haar te overtuigen ons te helpen Kovalenko te vinden.

Ik vraag de vrouw nog wat ze zelf heeft gezien op de dag dat de MH17 neer werd geschoten. Ze legt uit hoe ze op die dag naar buiten ging om haar geiten te voeren. Veel van de tijd zat ze binnen omdat er in de regio zwaar werd gevochten op dat moment. Ze vertelt over twee zwarte rookpluimen die ze op die dag zag: één hele brede, de ander wat dunner. Ze heeft het over de plaats waar de MH17 neerkwam, meer dan twintig kilometer van de rampplek nog steeds goed te zien.

Struiken, kuilen en omwegen van belang

We blijken nog ongeveer een uur te moeten wachten voor Kovalenko terug is van haar werk. En besluiten in die tijd opzoek te gaan naar andere bewoners. Aan het einde van het dorp kloppen we aan bij een gezin dat op dat moment bezoek heeft. Er staat een auto met aanhangwagen vol stro, op het erf meer stro en modder, biggetjes rennen rond. Een vreemd gezicht voor iemand die de Nederlandse stad gewend is.

Ook hier blijken we niet de eerste te zijn, vier journalisten gingen ons al voor. De man die op bezoek is blijkt in de militie te hebben gevochten. We zijn opzoek naar Valentina Kovalenko, vertellen we, en dat we onderzoek doen naar de MH17. We laten een kaart zien van de plaats waar de BUK zou hebben gestaan waarop ineens de man die in de militie heeft gevochten enthousiast uitroept: “Dat heb ik gezien! Dat is waar die struik is als je rijdt! Waar je om heen rijdt als je op het veld bent. Er waren daar buitenlandse specialisten, er zou daar een BUK zich hebben gekeerd.” De man heeft het over de plaats waar volgens het JIT de BUK zou hebben gestaan toen die de raket afschoot. Wat hij vertelt over de buitenlandse specialisten klopt ook.

Video: Nederlandse experts die grondmonsters nemen op het gebied waar de BUK zou hebben gestaan die de MH17 zou hebben neergeschoten. Lokale hulpdiensten zijn aanwezig o.a. voor het verwijderen van explosieven.

Één van de redenen dat men denkt dat de BUK hier stond toen hij de raket afschoot van dat veld is omdat er een brand heeft gewoed op deze plaats. Naar men vermoedt veroorzaakt door de lancering van een BUK-raket. Op satellietbeelden is inderdaad te zien dat het veld opeens een andere kleur heeft gekregen, ook hebben twee journalisten vastgesteld dat tenminste een deel van het veld in brand heeft gestaan. Verder zijn er band- of rupsbandsporen te zien zijn op de satellietbeelden van het veld. Er is gesuggereerd dat deze veroorzaakt zouden zijn door de BUK.

De brand op het veld bevestigen de mannen. Maar ze voegen eraan toe dat er veel werd beschoten in die tijd, waardoor constant velden in de brand vlogen. De man gaat verder over de weg. “Maar er is daar een struik”, vertelt hij, “en we reden toen via het veld. En er is daar een gat.” Hij legt uit waarom: “Hier was een weg [over het veld – SB], want hier was een kuil. En daar zaten we altijd vast. Dat was constant.”

Vliegtuigen en rooksporen

‘Wat heeft u nog meer gezien op die dag?’, vraag ik. De bewoner van het huis antwoord: “Ik zag twee vliegtuigen die vlogen. Dat is alles wat ik gezien heb. Twee vliegtuigen, ze draaiden en ze gingen naar Grabovo.” De andere man vertelde dat heel veel mensen ze hebben gezien. Ik vraag of de man ook een spoor van een raket heeft gezien. “Ik heb helemaal geen raketten gezien.” Mijn fixer vraagt nog een keer “Er was geen spoor, juist?” De man die in de militie zat antwoord “Begrijp me, het spoor van een BUK is zo’n enorm spoor. Zodanig dat als ie er was, hem niet zien onmogelijk zou zijn geweest.”

Sporen van de oorzaken van het conflict

Voordat het tijd is om naar Kovalenko te gaan is het gesprek, zoals zo vaak gebeurt als het over de MH17 gaat, al lang uitgelopen op de politiek. De gebeurtenissen die zich voor hebben gedaan ten tijde van het conflict komen daarbij zo goed als altijd naar boven. “Oekraïense taal, vanaf de eerste klas heb ik het tien jaar gehad”, vertelt de man die in de militie heeft gezeten. “Ik kan normaal in het Russisch denken. Maar als ik in het Oekraïens denk… Hoe kan ik… Ik kan jou toch ook niet dwingen om te denken in het Russisch? Je kunt alleen denken in jouw moedertaal. Zo is het ook met ons.” De man refereert hier aan één van de reden waarom de mensen in Donbass in opstand kwamen: jarenlange Oekraïnificatie en een controversiële taalwet die door de ultranationalisten vlak na de Maidan is opgesteld. President Porosjenko zou uiteindelijk een veto uitspreken over de taalwet, maar de stemming was toen allang gezet onder de veelal Russisch sprekende bevolking van Donbass.

Frontlinies in de hoofden

De sporen van het conflict zijn hier nog steeds voelbaar onder de bevolking. “Ze kwamen hier, stoere criminelen, allemaal”, begint de bewoner, “In tanks, Oekropi (een woord wat in de DNR veel gebruikt wordt om Oekraïense soldaten aan te duiden. Het woord betekend letterlijk Dille), Oekraïners. Maar wij zijn ook Oekraïners, maar wij hebben ons systeem, houden van Poetin. Ja, dat is geen vraag.” De andere man, die vocht in de militie vult hem aan. “Het gaat niet om Poetin. In Rusland hebben wij familie. We zijn verbonden, daar wonen mijn familieleden.”

De man die in de militie vocht, vertelt dat hij een broer heeft in Oekraïne. Zijn broer aan één kant van het front, hij aan de andere kant. “Ik heb een broer in Dnjepr”, zegt hij me, “Hij geloofde het ook niet, toen ik in de loopgraven zat, dat ik mijzelf zou beschieten toen ik hem video’s stuurde.” De man spreekt hier over een verhaal dat in Oekraïne veel de ronde heeft gedaan op momenten dat burgerdoelwitten in door rebellen gecontroleerd gebied werden beschoten. In Oekraïne werd dit vaak weggezet, dat het de milities waren die naar hun eigen gebied schoten. “Dat is hun propaganda”, vertelt de man rustig, “De onzen zijn ook niet heilig, dat je het weet. Maar hier is meer waarheid. Veel meer.” Mijn gedachten zijn echter blijven steken bij een bijzin van de man: ‘Hij geloofde het ook niet.’ Dat lijkt te suggereren dat zijn broer in Oekraïne naar veel andere gebeurtenissen anders keek. Het lijkt alsof het front niet alleen fysiek tussen de broers ligt, maar ook mentaal, qua denken.

Het gesprek gaat echter verder over de beschietingen die zich hier hebben voorgedaan. “Als er bij ons voertuigen waren als een BUK”, vertelt de zus van de bewoner over de beperkte militaire capaciteiten bij de rebellen in 2014, “dan, neem mij niet kwalijk, dan zou ons huis nog heel zijn.” De man voegt eraan toe dat hij op een dag bij het huis was met zijn dochter, en toen plotseling alles om hem heen ontplofte. “Ik laat jullie zien wat voor granaten naar ons toevlogen.” Hij neemt ons mee naar een veld slechts enkele tientallen meters van hun huis. Bijna rechtop in de grond staat een paal, althans zo lijkt het van veraf. Dichterbij blijkt het een Oeragan, een zware artillerieraket te zijn. Ik vraag of hij nog steeds kan ontploffen. Rustig, alsof er niets aan de hand is, laat staan dat het ding slechts enkele meters van zijn huis ligt, antwoord hij: “Ja”.

Kovalenko

“Mogen we u een paar vragen stellen?”, vraag mijn fixer als we eindelijk bij Valentina Kovalenko zijn aangekomen. “Waarover?”, antwoordt ze kort. Mijn Fixer antwoordt kort en vrolijk “Over de Boeing natuurlijk”. Nog korter voelt het volgende antwoord: “Nee, tot ziens. Je vertelt het één… Ik heb het gezien, dus, dit is alles.” Mijn fixer laat het er niet bij zitten, hij zet door en weer antwoordt Kovalenko: “Nee, genoeg, ik wil niet.”

Het kost heel veel moeite uiteindelijk Kovalenko te overtuigen. Maar ze gaat dan toch akkoord met het kijken van de reportage die recentelijk is opgenomen door Vesti. (Die van de BBC had ze al gezien.) In de reportage van Vesti is namelijk te zien dat Kovalenko zegt dat de raket niet kwam uit de JIT-lanceerplaats, maar van een locatie die heel goed onder controle kon liggen van Oekraïne.

Na het bekijken van de beelden vraagt mijn fixer: “Van de hele vraag blijft eigenlijk alleen over, waar is meer… Deze jongen is uit Nederland gekomen om er concreet achter te komen wie de waarheid vertelt: Vesti of BBC?” Kovalenko’s antwoord is kort maar doeltreffend: “Vesti”

Kovalenko vertelt verder dat de raket geen rook achterliet, waardoor er geen spoor achterbleef van een raket. Ze heeft alleen de raket zelf gezien. Ook Kovalenko bevestigt dat er op het desbetreffende veld inderdaad een brand heeft gewoed en het graan op het veld heeft in de brand gestaan. We controleren de dag waarop ze alles heeft gezien en de richting waar ze de raket vandaan heeft zien komen. Beide antwoorden lijken inderdaad te kloppen met wat ze al verteld had in de Vesti-reportage. Ook vertelt Kovalenko vliegtuigen te hebben gehoord. Ze heeft niet de moeite genomen om te kijken vanwege de wolken op die dag. Wel vertelt ze dat wat ze hoorde vanuit het zuiden vloog, richting het noorden.

Afscheid van de Rode Oktober.

De vraag is natuurlijk of hetgeen wat Kovalenko heeft gezien inderdaad de raket is geweest die de MH17 heeft neergehaald. Maar het lijkt erop dat de BBC een deel van Kovalenko’s verhaal eruit heeft gelaten en, uitgaande van Kovalenko’s woorden, dat het het Russische Vesti was die wel haar woorden juist heeft weergegeven. Pijnlijk voor de BBC-documentaire die juist de Russische ‘complottheorieën’ onderuit wou halen.

Het is inmiddels een jaar verder sinds het bezoek aan Krasnij Oktyabr. Ik vraag mij nog steeds af of de man waarmee ik heb gesproken nog leeft. Hij had kanker, vertelde hij mij en hij wist dat er voor hem snel een einde zou komen. Toen de man ons meebracht naar Kovalenko vertelde hij mij nog dankbaar te zijn dat ik gekomen was om erachter te komen wie de MH17 neerschoot.  In het korte gesprek voor het afscheid vertelde hij dat hij zelf heel erg met de ramp heeft gezeten. “Ik heb gehuild, echt. Om de Boeing heb ik gehuild.” Hij voegt eraan toe: “Ik heb zelf kinderen.” Ik begrijp wat hij bedoelt.


Update 23 juli 2018:

In een reactie op vragen van Novini aan de maker van de genoemde BBC-documentaire geven de makers aan dat Kovalenko naar het oosten, waarschijnlijk naar het noordoosten wijst, dat wil zeggen in de richting van de JIT-lanceerlocatie. Er is echter niet ingegaan op het verzoek van Novini om het ruwe beeldmateriaal vrij te geven.

Posted on

Franse oud-premier overweegt burgemeesterschap Barcelona

Uitgerekend een Fransman wil de eenheid van Spanje redden. De voormalige premier Manuel Valls overweegt in mei volgend jaar voor het ambt van burgemeester in zijn geboorteplaats Barcelona te kandideren.

Het idee daarvoor kwam van partijleider Albert Rivera van de liberale Ciudadanos, een natuurlijke bondgenoot van de Franse regeringspartij La République en marche. Momenteel probeert Valls “de politieke voorwaarden” te scheppen voor een eventuele kandidatuur. Daartoe probeert hij de Partido Popular en de Socialistenpartij van Catalonië over te halen tot een gezamenlijke lijst.

Valls werd in 1962 in Barcelona geboren en is als kind met zijn ouders naar Frankrijk geëmigreerd. Tot 1982 bezat hij het Spaanse staatsburgerschap. Na eerder afgevaardigde en minister voor de Parti Socialiste te zijn geweest, slaagde hij er in 2017 nog in als partijloze kandidaat in de Nationale Vergadering herkozen te worden. Hij sloot zich daarna bij de fractie van president Emmanuel Macrons beweging aan. Daar heeft hij als zijn voormalige chef echter weinig vrienden. Zodoende kan een terugkeer naar zijn oude heimat aantrekkelijk zijn. Er zijn ook geen formele bezwaren, want EU-lidstaten staat het het alle EU-burgers toe om zich in lokale verkiezingen kandidaat te stellen.

Sinds de Catalaanse crisis in het najaar van 2017 lijkt de relatief nieuwe liberale partij Ciudadanos de best gepositioneerde verdediger van de Spaanse eenheid.. Met ruim 25 procent wonnen de ‘Burgers’ (Ciutadans in het Catalaans) de regionale verkiezingen in december. De voormalige Franse premier is tot één van de Europese stemmen geworden, die zich het sterkst tegen de Catalaanse onafhankelijkheid uitspreken en voor de Spaanse eenheid: “Met het antwoord van de koning en van Europa is het separatistische project dood”, aldus Valls in zijn beste Catalaans.

Posted on

Waarom de ‘Noord-Syrische’ staat er niet zal komen

Op dinsdag 10 april jongstleden was er op het initiatief van ‘Sallux’, de denktank van de pan-Europese partij ECPM, een conferentie plaats onder de naam ‘A future for democracy in Syria’.

Meer specifiek ging het over de toekomst van DFNS, Democratic Federation of Northern Syria. Een bestuur dat zichzelf heeft gevormd in het Noord-Oosten van Syrië. In dit gebied leven Koerden, Assyriërs, Turkmenen, Syriërs, … en staat onder controle van de Syrian Democratic Forces. Zij vroegen aandacht voor de humanitaire crisis die dankzij de Turkse agressie (Afrin, Idlib,…) is ontstaan.

In het panel zaten onder ander Branislav Skripek (ECR-fractie Europees Parlement), Sanharib Barsom (Co-president van DFNS), Sanharib Barsom (Co-president van het kanton Jazira) en een aantal leden van de bestuursraad van DFNS. Het Geopolitiek Instituut Vlaanderen – Nederland was uitgenodigd op dit congres.

De vragen gingen om een halt toe te roepen aan de Turke militaire interventie in de regio, te helpen aan de heropbouw van de regio, een zetel bij de VN, hulp bij het onderwijs en hulp voor een veilige terugkeer van vluchtelingen. Buiten ogenschijnlijk nobele doelstelling rest de vraag wat de slaagkansen zijn van een zelfstandige regio in het Noordoosten van Syrië.

Turkse agressie

Het Turkse militaire offensief is nog volop bezig, en de vraag is of ze bij de Europese Unie gehoor krijgen op hun vraag om deze interventie te stoppen. De Europese Unie is natuurlijk al lang specialist in met een moreel vingertje te wijzen als het gaat om landen te veroordelen. Maar handelen is nog iets anders, laat staan dat ze militair iets gaan doen om het Turkse leger tegen te houden.

Bovendien heeft de EU Turkije momenteel nodig. De honderdduizenden vluchtelingen die zich momenteel in Turkije bevinden, zouden geen goed nieuws zijn voor de publieke opinie in Europa, als die plots richting het Europese continent zouden komen.

De grootmacht die wel een rol van betekenis zou kunnen spelen, of moeten spelen voor de Syrian Democratic Forces, zijn de Verenigde Staten. Echter heeft Afrin al wel bewezen dat wanneer NAVO-bondgenoot Turkije in het spel komt meespelen, de bescherming wegvalt voor de Koerdische milities. Als de Verenigde Staten moeten kiezen tussen Turkije en DFNS gaan de VS niet riskeren dat Turkije zich verder afkeert van de NAVO.

De Amerikanen hebben de Koerden met andere woorden gebruikt voor hun eigen geopolitieke doeleinden, terwijl de Koerden het tegenovergestelde dachten te kunnen doen. Eerst heette het immers dat de Amerikanen de SDF (die in feite vooral bestaan uit de aan de PKK gelieerde YPG)  slechts ondersteunden in de strijd tegen ISIS, maar nu lijkt het er op dat de Amerikanen zich ingegraven hebben met ettelijke militaire bases. De Koerden dachten van de strijd tegen ISIS gebruik te kunnen maken om een veel groter gebied dan het traditionele vestigingsgebied van de Koerden in Syrië te bezetten. So far so good, maar nu Turkije in het spel komt, kan men niet zonder meer op Amerikaanse ruggensteun rekenen.

Onzekere toekomst

Zolang de militaire veiligheid niet gegarandeerd is, kan er moeilijk sprake zijn van heropbouw. Op de lange termijn is een conflict tussen Syrië, dat zich vermoedelijk niet zal neerleggen bij een onafhankelijk DFNS, niet uit te sluiten.

De situatie is ook niet vergelijkbaar met Noord-Irak, waar er Irakese troepen mee de bescherming opnemen voor de Koerden. Een rechtstreekse bescherming van Syrië, en vooral van bondgenoten Rusland en Iran, zouden Turkije mogelijk wel een voorzichtigere houding doen aannemen.

Tegen welke prijs zouden de Verenigde Staten en de Europese Unie een onafhankelijk DFNS willen faciliteren is dus maar de vraag. Zeker gezien ze beide voorlopig geen openlijk militair conflict riskeren met zowel Turkije als Rusland. Turkije heeft de afgelopen jaren meer toenadering gezocht met  Rusland. Die Russen hebben al eerder laten zien, na het incident met een neergeschoten vliegtuig, dat ze de nodige druk kunnen opleggen aan Turkije. Turkije zal niet gratis uit Syrië vertrekken, maar de Russen maken zich op termijn minder druk om de Turken dan om een blijvende aanwezigheid van Amerikaanse troepen. Het is niet voor niets dat er voortdurend gesprekken plaatsvinden tussen Moskou, Teheran en Ankara.

Een nieuwe staat lijkt ondenkbaar

Bovendien is de erkenning van DFNS niet zomaar een gegeven. Er is geen enkel mandaat gegeven door een verkiezing en een referendum, laat staan sprake van een degelijk staatsapparaat, en de buurlanden staan er niet op te wachten.

Er lijkt ook geen legitieme basis te zijn voor het oprichten van een nieuwe staat. Hoewel in de naam Democratic vermeld staat, is er geen sprake van een democratische afscheiding die erkend kan worden. Er is enkel de militaire situatie dat een militie daar grotendeels de macht tijdelijk in handen heeft. Dit tijdelijke zal vluchtig weg zijn als de Verenigde Staten hun troepen terugtrekken uit Syrië.


Het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland (GIVN) houdt op zaterdag 5 mei aanstaande in Leuven een congres onder het thema ‘Wereld in conflict? Weg naar stabiliteit’, waar onder andere pater Daniël Maes zal spreken over de heropbouw van Syrië na 7 jaar oorlog.

Meer informatie is te vinden op facebook of op de website van het GIVN.

Lees ook onze interviews met respectievelijk pater Daniël Maes en Sacha Vliegen, voorzitter van het GIVN:

Posted on

Macron wijst eisen Corsicaanse nationalisten af

De Franse president Emmanuel Macron lijkt niet van zins enige toegeving te doen aan de Corsicaanse nationalisten die regeren op het eiland in de Middellandse Zee. Bij zijn eerste officiële bezoek aan Corsica heeft hij de belangrijkste eisen van de Corsicaanse regering afgewezen.

Zo keerde Macron zich in zijn toespraak in Bastia tegen het gelijkstellen van Corsicaans en Frans op het eiland. Ook over de vraag om meer politieke autonomie zei de president slechts dat hij deze suggestie “respecteert”. Eerder had hij reeds de vrijlating van prominente Corsicaans-nationalistische gevangenen van de hand gewezen.

In zijn toespraak in de tweede stad van Corsica, die ongeveer een uur duurde, deed Macron alleen een meer symbolische tegemoetkoming aan de eisen van de Corsicaanse regering: Hij zei er voor te zijn Corsica in de Franse grondwet te noemen. Daarmee zou de specifieke identiteit van het eiland erkend worden en “in de republiek verankerd” worden.

Tijdens zijn bezoek ontmoette de Franse president onder andere de voorzitter van de Corsicaanse regioregering, Gilles Simeoni, en andere autonomisten. Macrons uitnodiging voor een “republikeins middagmaal” op woensdag sloeg het Corsicaanse leiderschap echter af. Een woordvoerder noemde als reden daarvoor de “heftige inhoud” van Macrons toespraak.

Posted on

Spanje: Kosovo alleen bij EU als deel van Servië

Eind februari wordt een informele top van de Europese Raad gehouden, waar onder andere een nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan op de agenda staat. Spanje benadrukt naar aanleiding hiervan opnieuw dat het toetreding van Kosovo tot de EU zal blokkeren, behalve als Servische regio.

Madrid stelt zich op het standpunt dat Kosovo alleen lid kan worden van de Europese Unie, als een aparte regering binnen Servië, zo meldt het Servische dagblad Vecernje Novosti. Op deze wijze hoeft Spanje Kosovo niet als staat te erkennen. De meeste EU-lidstaten hebben de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Het eveneens Oosters-Orthodoxe Griekenland echter niet, daarnaast hebben Spanje, Roemenië en Slowakije Kosovo niet erkend, mede om de reden dat het een precedent zou scheppen voor eventuele secessie van regio’s in hun eigen land.

Spanje heeft naar aanleiding van de nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan (i.e. voormalig Joegoslavië en Albanië), bezwaar gemaakt tegen de suggestie dat Kosovo als staat toe zou kunnen treden tot de EU en hierover diverse documenten naar EU-functionarissen gestuurd. Het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde dit tegenover het Servische dagblad en stelde dat het voet bij stuk zal houden: “Het standpunt van Spanje over het niet erkennen van de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo is gebaseerd op de verdediging van de beginselen van de territoriale integriteit van staten, respect voor internationaal recht en de rule of law.”

De situatie in Catalonië lijkt de opstelling van Spanje ten aanzien van Kosovo alleen nog geconsolideerd te hebben. Vecernje Novosti roept in dit verband in herinnering dat de Europese Commissie na het illegale onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië stelde dat de situatie in Catalonië niet te vergelijken is met die in Kosovo, omdat Spanje lid is van de EU en Servië niet. Belgrado had destijds op het punt gestaan om te protesteren tegen deze dubbelhartige opvatting van het internationaal recht, maar president Aleksandar Vucic zag hier destijds op aandringen van Madrid vanaf, omdat het de situatie voor Spanje verder zou kunnen compliceren. Vucic stelde destijds ook dat hij weet hoeveel druk er op premier Mariano Rajoy wordt uitgeoefend om Kosovo te erkennen.

Posted on

Regionalisten winnen absolute meerderheid op Corsica

In de tweede ronde van vervroegde regionale verkiezingen op Corsica heeft een Corsicaans-nationalistische alliantie zondag een absolute meerderheid gewonnen.

Pè a Corsica, een alliantie van twee linkse Corsicaans-nationalistische partijen, de ene gericht op autonomie en de andere op uiteindelijke onafhankelijkheid, hebben zondag in de tweede ronde van de regionale verkiezingen op het mediterrane eiland 56,46% van de stemmen gekregen. Centrumrechts en La République En Marche van president Emmanuel Macron kwamen niet verder dan respectievelijk ruim achttien en een kleine dertien procent. Het Front National keert niet in het regionale bestuur terug.

In 2015 was de Corsicaans-nationalistische alliantie met 35,34% ook al de grootste geworden. Er moesten nu echter vervroegd nieuwe verkiezingen worden gehouden vanwege een territoriale herindeling op het eiland. De alliantie van linkse, Corsicaans-nationalistische partijen wil na de niet mis te verstane verkiezingsoverwinning van zondag op korte termijn met de Franse regering spreken over meer autonomie voor het eiland en onder andere een gelijkberechtiging van het Corsicaans met het Frans.

Vanaf de jaren ’70 pleegde het Nationale Bevrijdingsfront van Corsica aanslagen om de aandacht te vestigen op het Corsicaanse onafhankelijkheidsstreven. In 2014 en 2016 kondigde het Bevrijdingsfront aan de gewapende strijd te staken. Hoewel de meer radicale partner binnen de verkiezingsalliantie van Corsicaans-nationalisten ‘Corsica Libera’ de activiteiten van het Bevrijdingsfront niet veroordeeld, streeft deze partij niet naar onmiddellijke afscheiding van Frankrijk, maar wil het hier geleidelijk naartoe werken. De grotere partner binnen de alliantie ‘Femu a Corsica’ streeft echter slechts naar een grotere mate van zelfbestuur voor het eiland.

Corsica neemt een bijzondere positie in binnen Frankrijk. Het eiland was lange tijd van de Italiaanse handelsstad Genua en werd in de achttiende eeuw onafhankelijk, om vervolgens al snel veroverd te worden door de Fransen. Na de verovering door de Fransen duurde het nog jaren voor het eiland ook daadwerkelijk bij Frankrijk ingelijfd werd en tot in de 19e eeuw was het Italiaans de cultuurtaal op het eiland.