Posted on

Duitsland is geen Frankrijk, maar Merkel speelt met vuur

Nadat haar favoriet Annegret Kramp-Karrenbauer tot nieuwe leider van de CDU gekozen was, reisde Merkel demonstratief zelf naar Marrakesh om het migratiepact te ondertekenen. De wisseling van de wacht in de Duitse regeringspartij kon echter wel eens onrustige tijden inluiden.

Nog op hetzelfde partijcongres waar Annegret Kramp-Karrenbauer (ook wel spotten ‘Angelas Kleine Kopie’ genoemd) tot voorzitter van de CDU gekozen werd, zond ze verzoenende signalen uit in de richting van de conservatieve partijvleugel. De nog resterende conservatieven in de CDU hadden gehoopt op een koerswijziging, maar hun kandidaat Friedrich Merz legde het nipt af tegen AKK.

Conservatieven in de CDU

Onder de conservatieve CDU’ers heerst echter scepsis over de substantie achter de retoriek van de nieuwe partijleider. Ze uiten zich gereserveerd over haar. Te lang, te vast en ogenschijnlijk uit diepe overtuiging is Kramp-Karrenbauer Merkel jarenlang in alles gevolgd. Hoe daaruit nu ineens ‘vernieuwing’ en dan nog wel in conservatieve zin zou moeten voortkomen blijft raadselachtig.

Het linkse weekblad Der Spiegel jubelt dan ook over het “definitieve einde van de Union (zoals we die kennen)”. Met de overwinning van Merkels favoriet zijn volgens het tijdschrift de laatste traditionele CDU-lijnen gekapt. Zo lijkt de bijna succesvolle kandidatuur van Friedrich Merz een finale krachtverzameling van de conservatieven in de CDU te zijn geweest.

Merkel demonstratief naar Marrakesh

Als om te bewijzen dat er helemaal niets zal veranderen nu ze geen partijleider meer is, vloog Merkel hoogst persoonlijk naar Marrakesh voor de VN-migratietop, waar het omstreden Migratiepact ondertekend werd. Oorspronkelijk wilde de bondskanselier helemaal niet zelf naar die top gaan. Haar deelname moest echter een “signaal” zijn, dat ze haar koers tegen alle weerstand in door zal zetten.

Gele hesjes

De Franse president Emmanuel Macron had ook naar Marrakesh willen komen, maar moest afzeggen, omdat hem momenteel zijn land om de oren vliegt. Hij is in zijn poging om zijn beleid, tegen alle kritiek onder de bevolking in, door te zetten faliekant gefaald. Hij heeft een burgerlijk protest uitgelokt dat nauwelijks nog tot bedaren te brengen is.

Veel te laat en te weifelend heeft Macron gereageerd. Inmiddels heeft de roep om het stoppen van de brandstofprijsverhoging zich uitgebreid naar een zeer uiteenlopend scala aan eisen, zodat ook een politieke tegemoetkoming daaraan veel complexer geworden is. Zo kan het gaan wanneer de politieke elite van een land de groeiende woede onder de bevolking te lang eenvoudigweg negeert of probeert weg te zetten als extreem-rechts of dom gemor van het klootjesvolk.

Woede neemt toe

Duitsland is nog geen Frankrijk. Maar de tendensen zijn vergelijkbaar. Ook veel Duitsers zien in Berlijn de arrogantie van de macht aan het werk, die de belangen van de eigen burgers negeert. De woede neemt toe en de binnenlandse inlichtingendienst maakt zich al ernstige zorgen waartoe dat kan leiden.

Merkels demonstratieve reis naar de VN-top, haar koppige vasthouden aan het omstreden migratiepact, het verzwaart de hypotheek voor haar erfgenamen alleen maar. Het voorbeeld van de Gele Hesjes in Frankrijk laat zien dat uiteindelijk een maatregel als verhoging van de brandstofaccijns kan volstaan om de vlam in de pan te doen slaan. Daarna zijn de ontwikkelingen nauwelijks nog onder controle te brengen.

Posted on

Sintgedoe en zeurpieterij

Het is net oktober en daar steken de zeurpieten hun kop al weer op, ze schreeuwen en krijsen moord en brand over vermeend racisme. Gewoon droevig om te zien hoe Nederlanders zichzelf naadloos in een wel-‘denkende’ hoek plaatsen en zichzelf daarmee tegelijk in de NIET-wetende categorie ordenen. Men denkt na, men praat na en kletst naar dat men verstand heeft.

WEL wetende mensen hebben zonder al te veel inspanning duizenden jaren oude kennis opgedaan en vegen het racismeverhaal dat er aan de haren wordt bijgetrokken finaal en radicaal van tafel. Onzingeklets van de bovenste plank, te vergelijken met de onzinverhalen die jarenlang de ronde deden dat 50.000 naamplaatjes van Mascotte-vloeitjes recht gaf op een gratis rolstoel (ja.. rook zoveel en je eindigt als wrak aan de zuurstof in een rolstoel) of nog infantieler, de toentertijd oerdegelijke kwaliteitsmeubelen van Oisterwijk die – dat wist men zeker – gevuld waren met beton, het is maar net wat je wilt geloven.

Historisch besef

Sinterklaas & Zwarte Piet mag niet is de giftige boodschap van een stel krijsende harpijen zonder enig historisch besef en kennis die met gif en venijn de ‘rechten’ van minderheden denken te verdedigen maar daarmee hun eigen en ook mijn eeuwenoude erfgoed te grabbel gooien. Het heeft niks met slavernij of racisme te maken en is hetzelfde broodje aap verhaal als dat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog van de aan het front gesneuvelde soldaten zeep, olie en munitie maakten, niets anders dan een gruwelijk sprookje.

Gelukkig heeft Nederland buiten de gesubsidieerde schreeuwers in de grote steden nog meer dan voldoende ruggengraat, zoals de blokkeer-Friezen onder aanvoering van Jenny Douwes die zich straks notabene voor het gerecht moeten verantwoorden. Helemaal van de pot gerukt! Net als de komende intocht waar een stel historisch debiele minkukels voor u heeft besloten dat er alleen roetveeg-pieten mogen deelnemen aan de Nationale intocht.

Mag ik bij deze een oproep aan ALLE zwarte pieten in Nederland doen om in vol tenue naar de intocht te komen en de Sint vanaf de kant hartelijk welkom te heten?!

Maancyclus

Voor wie tot zover meegelezen heeft, nog iets ter afsluiting van dit stukje: Noteer maar ergens in je agenda voor de volgende keer, want die zeurpieterij is nog lang niet afgelopen, zolang als die gesubsidieerde beroeps-zeikerds hun gang kunnen gaan (daarin gesteund door meekrijsers) zullen ze doorgaan. Waar we het over hebben is een oud, zelfs pre-christelijk maanfeest. Het is ook de maancyclus die door later ontstane religies als basis genomen is voor de eigen leer, bijvoorbeeld terug te vinden in het Jodendom en de Islam die volledig schatplichtig zijn aan de maan en haar verschijningen.

Even over de feesten die wij hier al eeuwen (en in steeds wisselende gedaanten) vieren: Sint Maarten (laatste maankwartier van de 12e maan) Sint Nicolaas (laatste volle maan van de 12e maan) Kerst & Nieuwjaar (laatste nieuwe maan van de 12e maan). Misschien moeten het islamitische Suikerfeest en de Hadj bij deze ook maar afgeschaft worden om zo maar een paar dingen te noemen, of het Joods of Islamitisch nieuwjaar, verdiep u er maar eens in, kijk naar de stand van de maan..

Posted on

Over de ‘idealisten’ die Blok tegenover zich had tijdens zijn failed state-opmerking

NRC meldde dat ​de toehoorders​ van minister Blok​ stuk voor stuk idealisten waren “die willen bijdragen aan een betere wereld.​” Immers: “Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen”, aldus NRC.

Ik betoog dat o​pportunisme verkocht als liefdadigheid​ (dus het uit eigen belang verdedigen van vrome idealen)​​ voortkomt uit een typisch koloniale traditie. Veel mensen denken ten onrechte dat kolonialisme allé​é​n om brute uitbuiting gaat​.​ ​In werkelijkheid spelen mensenrechten, goede bedoelingen, paternalisme, vrome praatjes, al meer dan honderd jaar een belangrijke rol in de Westerse ​imperiale macht.

Eerder deze week las ik nog dat staatszender NOS op wonderlijke wijze in bezit was gekomen van een interne brief die rondging op het ministerie van BuZa. Een brief waarin een groep onbekende ambtenaren Blok op het hart drukte dat “diplomatie gebaseerd is op het gegeven dat verschillende naties en culturen vreedzaam kunnen samenwerken en kunnen samenleven.” Het departement moest volgens deze ambtenaren een organisatie zijn “waar mensen met verschillende culturele achtergronden, seksuele oriëntaties, genderidentiteiten, leeftijden, religies en lichamelijke beperkingen kunnen werken en zich ook thuis en gehoord voelen.” Dit klonk​ heel inclusief,​ niet bepaald ​VVD-retoriek. Maar van welke politieke kleur waren deze anonieme groep ambtenaren dan wel? En waarom zwegen ze in alle talen over Blok zijn racistische opmerkingen, waarom noemden ze het beestje niet gewoon bij de naam? En waarom werd een intern schrijven als dit stiekem aan een NOS-journalist doorgeseind?

Blok wordt nu (terecht) bekritiseerd voor zijn racistische en denigrerende opmerkingen. Toch betekent dat niet dat de aanwezige “idealisten” in het zaaltje niet zelf ook pionnen zijn in een neokoloniaal machtsspel. Alleen al de foto van het zaaltje, een volledig wit feestje zo te zien…​ ​

Vanuit historisch perspectief is het een misvatting te denken dat witte kolonialen een eensgezinde elitegroep vormden.​ ​​Onderling ​speelden zij ​ook allerlei machtspelletjes en waren enorm corrupt naar het eigen systeem toe. De witte elite vocht elkaar de tent uit en redetwistte over hoe er gekoloniseerd moest worden. Met aan de ene kant de openlijke diehard kolonialen en aan de andere kant de politiek-correcte “humane” kolonialen. (Uiteraard een contradictio in terminis.) Neem bijv. Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijver van Max Havelaar, die vaak onterecht als antikoloniaal herinnerd wordt. In werkelijkheid was hij echter helemaal niet tegen kolonialisme op zich, hij pleitte slechts voor een verantwoordelijke manier van koloniseren.

Het verraderlijke aan het ethische sausje is dat het de werkelijke koloniale uitgangspunten verbloemt. Vandaar dat je nu nog regelmatig hoort: “Ja maar, naast alle negatieve dingen hebben we ook veel goede dingen gedaan hoor.”

Toen het Nederlandse koloniale regime in 1900 de “ethische politiek” invoerde ontstonden felle disputen tussen voor- en tegenstanders van dit nieuwe beleid. Waarbij het conservatieve deel van de koloniale elite zonder gedoe wilde kunnen blijven graaien en een ander deel zich kritisch opstelde en koloniale uitbuiting afkeurde. Desalniettemin maakten laatstgenoemden zich​ eveneens ​niet druk om de vraag: “wie geeft ons het recht om dit gebied als ​koloniaal ​bezit te beschouwen,” zij redeneerden slechts: het mag niet ALLEEN om eigengewin gaan, we moeten ook iets terugdoen voor de lokale bevolking. Zo werd het onderwijzen en opvoeden van de gekoloniseerde een nobele taak die de witte meester zichzelf stelde. Terwijl het graaien onder dit politiek-correcte beleid in werkelijkheid onverminderd doorging. Er was dus weinig antikoloniaals aan de retoriek van de ethische politiek die het verheven superioriteitsgevoel alleen maar versterkte. Als de werkelijke machtsverhoudingen ongelijk blijven betekenen goeie bedoelingen helemaal niets. Sterker nog, met de beste bedoelingen kan je heel veel kwaad berokkenen.

Nu meen ik dat het ethisch kolonialisme ook een continuïteit kent. Denk bijv. aan de witte arrogantie die een op een terug te zien is in de ontwikkelingssector. Waarbij het negen van de tien keer gaat om het spekken van eigen kas. De Wereldbank die dan in landen als Indonesië bankrekeningen gaat aanprijzen.

Het is om die reden dat we het basale besef (dat kolonialen geen eensgezinde elite vormen) ook moeten toepassen op de neokoloniale realiteit van vandaag de dag. Welke machtspelletjes worden gespeeld tussen traditioneel politiek links en rechts​?​

Het gaat erom de wolf in schaapskleren te herkennen.

Op alternatieve nieuwssites lees je dat Hillary Clinton al dan niet nog erger is dan Trump. Omdat zij het neo-koloniale beleid beter zou weten te verkopen. Daarmee wordt bedoeld dat ze onder het mom van democratie en vrijheid van meningsuiting tegelijkertijd brute interventies rechtvaardigt. Zoals het filmpje met haar duivelse lach om Gaddafi’s val. Niet voor niets is “Killary” haar veelbetekenende bijnaam. Terwijl Trump voor traditioneel links de grootste “capitalist pig” is die openlijk racistisch uitspraken doet, zijn Hillary en Obama voor (nieuw) rechts de neo-koloniale “warmongers” van deze wereld die het military industrial complex in stand houden. Tegelijkertijd ziet rechts een complot in traditionele linkse idealen mbt diversiteit en multiculturele samenleving.​ ​

Maar waarom die opdeling? Vertegenwoordigen zittende Westerse regeringen of ze nu links of rechts zijn niet allemaal dezelfde neo-koloniale belangen van het kapitalistisch systeem? Wat maakt het dan nog uit als het linksom of rechtsom gaat. Neo-koloniale bemoeienis onder het mom van het verdedigen van mensenrechten, het verspreiden van democratie… Tja… we zijn natuurlijk ook alleen maar tegen Poetin omdat hij een autocraat is.

Wat ik wil zeggen is: als een dominant witte redactie als NRC het racisme van Blok gaat aankaarten dan is dat niet per definitie vanuit anti-racistisch, dekoloniaal perspectief. Aangezien ze zich doorgaans niet bepaald anti-koloniaal opstellen, druk als ze zijn met het verspreiden van oorlogspropaganda in lijn met Washington. Het was op zijn minst opvallend dat meteen nadat het filmpje uitlekte er een artikel over verscheen in The Washington Post. Je vraagt je toch af, wat is de relevantie van deze affaire voor een van de grootste politieke nieuws platformen in de VS?

Nu was het niet zomaar een clubje mensen dat Blok tegenover zich had. Het waren geen studenten, geen ambtenaren of gelijkgestemde VVD-ers. Het waren 70 Nederlanders die o.a. in Genève, Rome of Washington werken en hoge functies bekleden bij de Wereldbank, VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR of Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Hierbij enkele kernvragen die bij mij opkomen na het zien van het gelekte filmpje dat slechts enkele minuten van zijn presentatie toont:

  1. Waar zijn de beelden van zijn volledige toespraak, zijn praatje duurde niet 1:46 neem ik aan. Op foto’s is te zien dat er een grote camera ​op hem gericht was. Heeft BuZa of Zembla deze beelden in bezit, zo ja, kunnen we eisen dat ze deze in zijn geheel, ongeknipt online plaatsen?
  2. Volgens een artikel in NRC waren de aanwezigen stuk voor stuk “idealisten die willen bijdragen aan een betere wereld. Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen.” Zeg maar een clubje “white saviors.” Dan is de vraag: wat was de onderliggende boodschap van Blok zijn praatje? Is het mogelijk dat de aanwezigen deze speech als voorbode zagen van bezuiniging op hun werkzaamheden en daar een stokje voor wilden steken? Hij suggereerde immers dat er geen multi-etnische/multi-culturele samenlevingen zijn waar een vreedzaam samenlevingsverband mogelijk is. Volgens NRC kwam dit op hen over als: “jullie werk is zinloos, een vreedzame multiculturele samenleving is een utopie.”
  3. Daarom: welke persoon lekte het filmpje naar de media? Voor welke organisatie werkt hij/zij? Wat zijn de belangen van deze uiteenlopende club van wereldverbeteraars?

Net als in de oude koloniale situatie zijn er ook nu diverse neo-koloniale machten die elkaar de tent uit vechten. ​Traditioneel links/rechts lijken misschien tegenpolen, maar vanuit anti-koloniaal perspectief zegt dat niet zoveel. Het lijkt mij in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de aanwezigen in het zaaltje niet bepaald onschuldige pionnen zijn. Er is allang gebleken dat Westerse hulp aan voormalig gekoloniseerde landen maar een partij ten goede komt.

​De organisator van de bijeenkomst, ene Jean-Pierre Kempeneers verdedigd​e Bloks presentatie​ toen de club wereldverbeteraars hem geschokt vragen stelde. Volgens Kempeneers zou de minister de zaal een realistisch verhaal hebben willen voorschotelen. “Dat internationale betrekkingen in de ogen van veel Nederlanders een nationaal belang moeten dienen. Niet goed doen om goed te doen, maar opdat Nederland daarvan kan profiteren.” En ook: “Wij kunnen hier met zijn allen wel idealistisch zitten wezen maar de minister verwoordde hoe een deel van de samenleving erover denkt.”​ ​

​Was dit de spreekwoordelijke aap uit de mouw? Eigenlijk gaf deze meneer hier openlijk toe dat de zogenaamde Nederlandse liefdadigheid​ wel een opportunistisch trekje had, precies in lijn met de toenmalige ethische koloniale politiek. Een aspect dat de “idealisten” in de zaal (neem ik aan) niet graag bevestigd zien. Misschien dat de ambtenaren van BuZa dáár eens over na kunnen denken als ze een brief schrijven aan de minister over het belang van inclusief beleid!?


NRC over groep aanwezige “idealisten”: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/na-afloop-is-er-gemompel-wat-was-dit-nou-a1610706

Washington Post over uitspraken Blok: https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2018/07/18/the-dutch-foreign-minister-says-multicultural-societies-breed-violence/?noredirect=on&utm_term=.e0fad5626e4a

NRC, brief van ambtenaren over diversiteit:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/ambtenaren-willen-met-blok-in-gesprek-over-diversiteit-a1610761

Tweet NOS verslaggever over brief ambtenaren: https://twitter.com/bosalbert/status/1020365477313425409

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Talkshows en hun rol in het publieke debat

Hank Johnson heeft vannacht slecht geslapen – als expert in radicalisering is hij gevraagd voor een talkshow en vermoedt nu wat hem boven het hoofd hangt. Zijn opponent zal betogen dat West-Europeanen de gruwelijke aanslagen toch vooral aan zichzelf te wijten hebben. Racistische standbeelden en naamsverwijzingen naar J.P. Coen, Maurits en Michiel de Ruyter, zijn tekenend voor een cultuur die onvoldoende met een eigen duister verleden heeft afgerekend.

De theorieën die Hank moet aanhoren vallen in de UvA-breinen allemaal logisch in elkaar, zoals legoblokjes die solide worden vastgeklikt. Het valt hem op hoe een mooie blondine in het publiek glimlacht bij elk woord van zijn opponent, maar afkeurend nee-schudt wanneer haar kampioen tegengas krijgt. Wat de vragen betreft gaan alle inkoppertjes naar het tegenkamp en alle kritische naar Hank.

Dit spel duurt een tijdje voort totdat Hank een vermoeidheid voelt opkomen. Zijn aandacht glijdt weg van het debat, dat al met al niet verder komt dan “kauwgom voor een lege geest”. Plots schiet hem te binnen wat een columnist onlangs verwoordde:

“De items zijn kort en als ze al enige diepgang hebben, dan moeten ze snel weer naar de oppervlakte worden gebracht met een fragmentje, een grap of de oninteressante mening van één of andere derderangs artiest die ook aan tafel is beland om een cd’tje te pluggen. En het inteeltgehalte is enorm. De talkshow hosts en hun sidekicks kennen hun gasten vaak persoonlijk, al dan niet via half-aristocratische liefdes- en huwelijksverbanden of het netwerk van een politieke partij.”

De acute werkelijkheid dringt weer tot Hank door wanneer de presentator hem tot de tweede keer toe om een antwoord maant. “Oplossingen!” dringt de presentator aan: “Altijd dat kritische, dat zure horen we overal al. Formuleer het eens positief. Biedt eens een oplossing!” Hanks glazige blik keert terug naar het tafelgesprek: hij besluit het over een andere boeg te gooien. Plots spreekt hij met een ijzeren zelfverzekerdheid.

“Discussies ‘om tot oplossingen te komen’ zijn fundamenteel zinloos.”

De presentator kijkt hem onbegrijpend aan. Hank laat een stilte vallen – alle aandacht is nu op hem gericht. Hij spreekt verder.

“Want welke kant er opgedacht kan worden qua oplossingen, staat of valt met het kenschetsen van het probleem, en dus met hoe klein of hoe groot je dat maakt. En zo komen we bij ons uit – bij de talkshows en hoe er hier gesproken wordt. Mainstream media debatplatforms bepalen het frame waarin het probleem wordt geperst en welke woorden er worden gebruikt. Spreekt men van ‘rellen’, ‘ongeregeldheden’, of ‘baldadigheid’? Niet de feiten maar de toonzetting bepaalt het probleem, en daarmee de oplossingsrichting.”

“Wat bedoelt u? Maak het eens concreet!”

“Een probleem zoals professor Ruud Koopmans constateerde – dat zo’n veertig tot vijftig procent van de moslims in Europa opvattingen koestert die ronduit fundamentalistisch zijn – wordt teruggebracht tot de integratieproblemen in een wijk die toevallig in het nieuws is. In die wijk wordt het weer teruggebracht tot een groep hangjongeren en tot slot tot één specifiek ontspoord gezin. Daar wordt dan een buurtcoach op gezet. En zo is de constatering van Koopmans weer uit beeld en moddert men verder. De aannames achter het gevoerde beleid worden op een grotere schaal nooit wezenlijk betwijfeld, laat staan heroverwogen. Het publieke debat zoals het vandaag wordt gevoerd is er niet om dit te veranderen, maar dit te bestendigen.”

De presentator en het publiek kijken verbijsterd en lijken compleet overrompeld terwijl Hank doorpraat.

“En daarom heb ik dus totaal geen zin in een discussie over oplossingen. Oplossingen die écht werken, zijn in de huidige maatschappelijke situatie onbespreekbaar. Als je ze ter sprake brengt, wordt je direct in de hoek van Wilders gedreven, er volgen Breivik-vergelijkingen en vervolgens kun je een maatschappelijke loopbaan wel vergeten. Daarom vormen ‘oplossingen’ het minst interessante deel van iedere huidige maatschappelijke discussie. Allereerst zal een totale omzwenking in het denken nodig zijn: een nieuw denkraam moet zich ontsluiten – een wenkend paradigma dat zich openbaart.”

De presentator knipperde met zijn ogen. Met stomheid geslagen overwoog hij om te vragen wat een paradigma precies was. Voordat hij het moment kon pakken ging Hank door.

“Maar aan zo’n nieuw denkraam komen we dus nooit toe, want de publieke discussie is het voorportaal van hoe er in dit land wordt gedacht. Zowel qua beleidsrichtingen als de mening van het brede publiek. En wie zitten er aan deze tafels om de problemen te duiden? Mensen uit dezelfde netwerken. Dezelfde kringetjes. Ze zien elkaar op de sportschool en bij dezelfde cocktailfeestjes. Ons kent ons – ze hangen ronduit hetzelfde wereldbeeld aan: dat wereldbeeld is linksliberaal, postmodern en georiënteerd op het leefpatroon van de grootstedelijke wereldburger.”

“Wat bedoelt u precies met dit wereldbeeld?” wilde de presentator weten.

“Daarmee bedoel ik: patriottisme is vies en ruikt naar spruitjeslucht. Migratie als maatschappelijk fenomeen is daarentegen geweldig maar individuele migranten moeten niet te dichtbij komen. Diversiteit is gaaf – zolang het gaat om diversiteit van kleur en geaardheid maar niet qua opvattingen. Want dat werkelijke diversiteit leidt tot onverzoenbare wereldbeelden waartussen afgrondelijke spanningen bestaan, dat wil de kosmopolitische talkshowklasse niet horen. In hun denken zijn we aan het ‘einde van de geschiedenis’ aanbeland: de globalisering zou leiden tot een wereldwijde metropolische eenwording. Iedereen dezelfde consumentenleefstijl met hooguit wat smaakaccenten qua kledingkeuze en muziekvoorkeur.”

De presentator fronste zijn wenkbrauwen. “Wie heeft daar baat bij? Hoe ziet het bestuur eruit?”

“Ze zien die metropolische maatschappij voor zich met technocraten aan het roer. Specialisten die zich boven politiek, boven levensbeschouwing en zelfs boven de volkssoevereiniteit verheven achten. Zij besturen ons met algoritmes, positiviteitstrainingen en reclametechnieken. Loop ons niet voor de voeten en verder panem et circenses. Wie dit spel eenmaal doorheeft kan twee dingen doen. Ofwel je trekt je terug uit de publieke discussies en gaat compleet off the grid. Ofwel je speelt mee. Je lacht van je af en slaat elkaar amicaal op de schouders – wie tsjakka-peptalk uitslaat mag ook aan talkshowtafels plaatsnemen. Je verandert in een vervalsing van jezelf.

Als je in waarheid wil leven en dit allemaal aankaart, dan wordt je uitgekotst en is je carrière geruïneerd. Hoe geleerd je ook bent: je zult worden buitengesloten. Dan wek je de toorn van de elite en krijg je de afgunst van de massa over je heen.”

“Verklaar u nader. Wat bedoelt u met ‘de toorn’ en ‘de massa’?”

“Ik doel op uitsluiting. Diezelfde bullebakken die vroeger de slimme kinderen in de klas klein hielden, worden nu ingezet om de critici van het bestel belachelijk te maken. Ondertussen worden we vastgeklemd door een krab met twee scharen. Enerzijds betekent migratie terreurdreiging: dit biedt de instituties de perfecte gelegenheid om veiligheidsmaatregelen te nemen en hun macht te concentreren. Anderzijds ontstaat paranoia omdat het juist zo stil is rond het jihadisme. Als er weer treinen onverwachts vertraagd zijn of camera’s plots geen beelden hebben, weten we nooit wat er écht heeft gespeeld. De elite heeft er immers belang bij om de eigen macht te vergroten, maar ook om het deksel op de pot te houden. In de praktijk betekent dit schaarwerk een informatieachterstand voor burgers.”

“Dat is een somber verhaal. Wat ziet u als uitweg?”

“Zoals Peter Sloterdijk heeft geconstateerd: voordat je ook maar iets kunt doen, moet je eerst boos worden. De gevestigde orde is zich hiervan bewust, vandaar overal de voortdurende nadruk op positiviteit. Terugkomend op de oplossingen – tegen deze keten van belangen en processen is niets te doen tenzij mensen een soort van revolutie op touw zetten. Een revolutie in naam van bezield politiek staatsburgerschap. Om duidelijk te maken dat het volk meer is dan ongeletterde tokkies of schaapachtige consumenten die de hand van hun herder nodig hebben. Maar zo’n opstand, dat durven de mensen niet aan.”

“Waarom niet?”

“Burgers kijken om zich heen en beseffen dat ze hun medeburgers hiervoor onvoldoende vertrouwen. Brood en spelen, verdeel en heers hebben hun werk gedaan. Onze onderlinge banden zijn slap: familiewaarden zijn verzwakt, verenigende tradities zijn uitgewist en heroïsche voorbeeldfiguren worden neergezet als autoritaire witte mannen. Zelfs het leidende cultuurgoed wordt verdacht gemaakt en opgebroken in kleine compartimenten – hierbij komen activistische minderheidsgroepen goed te pas. Zij dienen om het volk tegen zichzelf uit te spelen – alles om een samenballing van opstandige elementen te voorkomen.

Specifieke woorden raken omstreden en gaan voor verschillende groepen iets heel anders betekenen. Tot op het punt dat gesprek en overreding niet meer mogelijk zijn: wie zich rationeel opstelt wordt direct als immoreel afgeschilderd, zoals we onlangs zagen bij het tv-debat tussen Jordan Peterson en Cathy Newman. Gesteund door de mediatycoons en verblind door social justice warrior-ideologie zag ze het als haar missie om de kijkers te leren wat zij van Peterson moeten vinden.

Kortom: door immigratie en identiteitspolitiek verstaat men elkaar niet meer. Groepssolidariteit ontbreekt en sociaal atomisme blijft over. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn we voorgeprogrammeerd op een Brave New World, die nu aanstaande is. De talkshows en de televisie hebben hierin de voortrekkersrol gespeeld.”

“Wat zal er nu gaan gebeuren?”

“Nu een steeds groter deel van het volk via internet zelfstandig informatie zoekt, wordt ook die toegang gesaboteerd. Men trekt de shaming-tactieken uit de kast. ‘Nepnieuws!’ ‘Russische propaganda!’ Dergelijke kreten worden in de media rondgepompt terwijl zich kartels vormen tussen de politieke leiders, topambtenaren en de CEO’s van Silicon Valley. Als gevolg worden kritische mediaplatforms onvindbaar op sociale media en onzichtbaar in zoekresultaten. Als je kanaal eraf wordt gegooid krijg je 100 tekens ter beschikking om een bezwaar te formuleren. Deze ondoorzichtige bureaucratie betekent enerzijds totale willekeur en anderzijds toenemende regulering.”

“Waar leest u dit aan af?”

“Ik lees dit af aan liberale partijen die de bureaucratie bestrijden maar er ondertussen mee versmelten. Nu gaan cryptocurrencies de taboesfeer in, uiteindelijk gevolgd door cash – men mag de tentakels van het kartel niet meer kunnen ontwijken: men moet en zal gelijkgeschakeld worden in de administratieve moloch. Zo sterft het vreedzame verzet een stille dood nog voordat het zich kan organiseren.

Let wel – dit zal allemaal gebeuren in naam van gelijkheid, democratie, transparantie en dat soort taalgebruik. Van deze gelijkschakeling was PRISM een voorbode – de voltooiing zal worden opgediend met een sausje van fluïde en ongrijpbare opwekkingsretoriek zoals we al kenden van Obama. Brave New Worldhere we come. Al met al concludeer ik dat het in deze situatie onzinnig is om te speculeren over ‘oplossingen’ – het overkoepelende maatschappelijke verhouden waarbinnen dit speculeren plaatsheeft is zelf een probleem.”

De presentator en het publiek luisterden met open mond. Er viel een absolute stilte – verbijstering overheerste het moment. Maar ieder moment – hoe briljant ook – duurt slechts een moment. “Okay, en nu is het tijd voor de reclame! Maar eerst de nieuwe hitsingle…” De talkshow rondom Hank denderde verder. Over tot de orde van de dag. Tot de volgende dag.

Als «toetje» voor de liefhebbers.

Posted on

Onwil tot dialoog, geen debat, rest strijd?

Er wordt tegenwoordig onderscheid gemaakt tussen “witte” en “zwarte” mensen. Dat is de retoriek die heerst. Het polariseert, want hoewel “zwart” hier wel een te verdedigen karakteristiek is, is “wit” dat niet, “blank” is beter. De Rotterdamse denker en opvoeder Henk Oosterling noemt filosofie zelfs een “witte-mannen-ding”. Beledigend, manipulerend en een sterk staaltje verloochening. Zo wordt een dialoog, die toch best vruchtbaar zou kunnen zijn, geheel uitgesloten. Deze houding kan algemeen aangetroffen worden en wordt versterkt en opgeroepen door de macht van de heersende media en politiek, die sterk met elkaar verstrengeld zijn geraakt. Men probeert de status-quo, onder invloed van een bepaald discours, te handhaven en wat daarbij in de weg staat is onwelkom. De “witte man” wordt impliciet schuldig verklaard vanuit slachtofferschap van minderheden, waaraan men precies schuldig is wordt er niet bij gezegd. Is het een vorm van wraak achteraf op onze voorouders, die door ons vereffend moet worden, omdat men dit goed kan gebruiken? Inderdaad wordt dit als achtergrond gebruikt om verhoudingen binnen de samenleving te veranderen en de “witte man” aan te vallen. Zie daartoe het boekje van GroenLinks-parlementariër Zihni Özdil “Nederland mijn Vaderland”. Het zijn voorbije tijden die op het heden worden geprojecteerd. Opvallend is overigens dat men alleen spreekt van “witte man” en niet van “witte vrouw”, men kan daar ook een schijnheilige tactiek in bevroeden. Verder is het inmiddels geaccepteerd gebruik geworden, in de samenleving, cultuur en politiek, dat de “oude kille Nederlander” wordt afgezet tegen de “nieuwe warme Nederlander”. Niet exact in deze termen, maar wél klinken de woorden “fascisme” en “empathie”, die tegenover elkaar gesteld kunnen worden. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat die empathie (meevoelendheid) in de praktijk vaker neerkomt op sympathie en dat er daarnaast onder de “kille Nederlanders” velen zijn die niet zozeer sympathisch, maar wel degelijk empathisch zijn. De “kille Nederlander” mag niet op zijn eigen voordeel uit zijn, van hem wordt slechts verwacht dat hij meebetaalt aan het geluk van de nieuwkomer, wiens egoïsme daarentegen wordt aanbeden en als een recht wordt beschouwd. Via een cirkelbeweging van deze alomtegenwoordige moraal, waarin geen van de voorgenoemde schakels mag ontbreken wil zij werken, wordt van de gewone blanke Nederlander een slecht mens en een sukkel gemaakt. Dat werkt door op verschillende vlakken in de samenleving. Als dat zo doorgaat, is het wachten tot de vlam in de pan slaat en daar is geen enkele partij bij gebaat lijkt mij. De Zwarte Pieten-discussie is daarvan misschien slechts een voorbode. Om daar nog iets aan toe te voegen, ook al zit Sinterklaas weer warmpjes in Spanje: “zwarte piet” heet Piet, ik ken verder weinig zwarte mensen die Piet heten. Dat is vrij gemakkelijk uit te leggen aan kinderen, lijkt mij.

Vooral het blanke volk van de grote steden weet zich nauwelijks nog te verweren, men is bang om voor “fascistisch” door te gaan. Het volk weet niet op welke partij het nog moet stemmen, want Wilders’ PVV weet zich onvoldoende te profileren door een negatieve grondhouding (en zijn veroordeling door de rechter, die mijns inziens overigens terecht was) en de traditioneel linkse partijen varen een progressieve koers, die eigenlijk neerkomt op het vertellen van “deugverhaaltjes”, “deugpolitiek”, retoriek die ik ontleen aan de “witte-man-filosoof” Sid Lukkassen. Fragmentatie van politieke partijen helpt ook niet bepaald mee. De kiezer is ten einde raad. Alleen enkele populaties in het achterland weten zich nog te verzetten en gaan op hun achterste benen staan, wanneer een zeer waardevolle traditie als Sinterklaas op het spel staat. Maar “onze” regering heeft daar weinig boodschap aan. Hoe lang dit nog door kan gaan is de vraag, het functioneren van de samenleving staat op het spel, aangezien het grootste deel van de bevolking nog altijd blank is. Ook de media praktiseren de deug-retoriek. De politiek volgt de media en andersom. Dat is de veilige weg. Zo keert de media zich in ieder geval niet tegen de politiek en worden de mensen niet opstandig. Men kan zich zo beschouwd ook afvragen wat er nog over is van de kritische functie van deze media, des te meer aangezien deze zich hebben samengevoegd in enkele landelijke mediaconglomeraten, als gevolg van de vele overnames die plaatsvinden. Regionale dagbladen laten zich toe-eigenen door de landelijke pers, ze blijven wel bestaan, maar hebben hun onafhankelijkheid verloren. Machtsconcentratie en monopolie gaan gepaard met discipline, dit lijkt ook op te gaan voor de journalistiek. Alles wat te veel afwijkt van de mainstream journalistiek wordt niet gepubliceerd, welk recht men overigens heeft, het zou immers ook “snijden in eigen vingers” zijn, of dusdanig gemodelleerd dat het wel past. Van media-pluralisme is weinig sprake, daarvoor moet men het internet op. Kleine journalistieke media en opinievorming op internet floreren. Deze media zetten zich af tegen het mediaconglomeraat, er kan gesproken worden van een mediastrijd, en hechten sterk aan onafhankelijke opinievorming. Wel zou het mijns inziens raadzaam zijn voor deze media om een fysieke krant of tijdschrift uit te geven, zodat haar stem meer ingang kan krijgen. Sid Lukkassen heeft zich wat dat betreft onderscheiden, hij heeft zijn vele online-artikelen weten te bundelen in zijn boek “Levenslust en Doodsdrift”, een aanrader voor mensen die weinig fiducie hebben in het bondgenootschap dat de politiek met de heersende media heeft gesmeed en voor wie zich verder in deze en aanverwante thematiek wil verdiepen.

De gemeenschapszin onder de bevolking en daarmee ook haar gezondheid wordt bedreigd en moet, indien mogelijk, worden hersteld. De schade kan in ieder geval worden beperkt door af te rekenen met het oppositionele denken en het etiket “witte man”. Blanke intelligente mannen die hun onvrede (en zorg) uiten aangaande maatschappelijke ontwikkelingen en “witte” voetbalaanhangers die hun woede uiten via spreekkoren, worden in de “witte mannen”-mythe met elkaar vereenzelvigd. De blanke middenklasse betaalt vooral belasting, wil de zaak niet opdrijven en houdt zich afzijdig om zo niet ook nog veroordeeld te worden. Concurrentie en spanningen op de arbeidsmarkt voor jonge mensen nemen toe, intelligentie is geen exclusief kenmerk van blanke mensen. Werkloosheid onder het volk dreigt als gevolg van robotisering, wat een voedingsbodem is voor meer ontevredenheid en onrust. De PVV en GL staan wat denkbeelden betreft radicaal tegen over elkaar en vertegenwoordigen een splijting van het volk. Onder deze omstandigheden kan een samenleving niet opbloeien.

Posted on 1 Comment

Wetenschap en media hebben een ‘grote schoonmaak’ nodig

In het artikel ‘Linkse feitenvrije wetenschap ging aan Trump vooraf’, legde Maarten Boudry onlangs uit hoe het postmodernisme de weg plaveide voor Trumps opkomst. In een notendop: als alles mag worden kapotgerelativeerd, onder het mom “iedereen is subjectief en elk feit is aanvechtbaar”, dan mag Trump nu hetzelfde doen: “The facts are true, the news is fake“. Ziehier een wereldbeeld dat zich laat vatten in de slogan: perception is more pleasing than truth. More pleasing, dus appetijtelijker en daarmee praktischer, voor zowel een wetenschappelijke carrière als een politieke loopbaan.

Platonisme versus postmodernisme

Afgelopen vrijdag ben ik een crowdfunding begonnen onder de projectnaam ‘Moord op Spinoza’ – de naam verwijst naar de krimpende vrijheid van denken in onderwijs en wetenschap, het gevolg van eenzijdig gemotiveerd activisme. Met uw steun kan ik publiceren en de gang van zaken met een kritisch licht beschijnen:

https://www.voordekunst.nl/projecten/6565-voor-vrijheid-in-onderzoek-en-wetenschap-1#Donaties

Trumps term ‘alternative facts’ – oftewel alles is perceptie – zou niet levensvatbaar zijn zonder de bodem van waarheidsrelativisme waarmee het academische postmodernisme de Westerse cultuur heeft doordesemd. Sowieso heeft nieuw-links ons geleerd om de verheven en nobele drijfveren te wantrouwen – het Platonische streven naar waarheid, schoonheid en het goede. Die drijfveren zijn immers ‘vals bewustzijn’, ‘bovenbouw’ en ‘imperialistische constructen’ – wie Platonisch denkt blijft blind voor de postmoderne agenda van gender, ras en seksuele geaardheid. Met die linkse les in het achterhoofd verdwijnt waarachtig heldendom van het toneel: dan wordt de ultieme antiheld the next best thing. En de ultieme antiheld is Trump.

Wanneer de feiten uitkomen zijn het gewoon de feiten – wanneer ze niet uitkomen worden zaken plots relatief. Dit is het trucje waarmee de achtenzestigers de wetenschappelijke hegemonie overnamen en, let’s face it, geconfronteerd met authentieke wetenschap is dat trucje natuurlijk flinterdun. Met authentieke wetenschap bedoel ik onderzoek dat vertrekt vanuit rationalisme en afgaat op empirie – de methode van de Verlichting.

Het houdt niet op…

Precies omdat het instrumentarium van de huidige ‘wetenschappelijke elite’ zo flinterdun is, moeten ze het hebben van trucjes: incrowd-netwerkjes, vriendjes die geld van instituten binnenhengelen. Daarvoor hebben universiteiten dan weer lobbyisten in dienst. Er wordt geld voor ‘islampositief’ onderzoek aangenomen vanuit olie- en islamstaten. Dikwijls zetten tientallen auteurs hetzelfde artikel op hun naam. In deze publish or perish cultuur is het meest relevante hoe vaak een machine jouw naam uitspuugt bij een willekeurige zoekopdracht. En alsof dit al niet erg genoeg is berooft men de kritische stem van werk: zie Climategate, zie hoe het Wouter Buikhuisen destijds verging. Zie de Sokal Hoax, zie vandaag de hetze tegen Maarten Boudry: het houdt gewoon niet op. Niet vanzelf.

Wie scherpe vragen stelt over deze gang van zaken krijgt te horen over de onherleidbare subjectiviteit van interpretaties, de illusie van objectieve kennis en de meervoudigheid van waarheden. Boudry constateert dat “Postmodernisten nooit de objectiviteit van hun eigen ‘onthullende’ analyses in twijfel trekken; zelden zijn ze bereid om de ideologische lading van de eigen standpunten te onderzoeken. Het is zoals Ishmael uit Moby Dick: het schip is gezonken en iedereen is verzopen, behalve de verteller.”

Postmoderne lakeien haten de waarheid

Dit verklaart precies waarom het postmodernisme zo populair is onder de achtenzestig-elites en hun lakeien, de hedendaagse feelgood-hipsters: postmodernisme biedt een denkraam waarmee je op volstrekt willekeurige gronden tegenwerpingen kapot kunt relativeren. Informatie die niet goed uitkomt – bijvoorbeeld waar het gaat om migratie, de feminisering van de samenleving, cultuurverandering en andere taboethema’s – wordt stelselmatig doodgenuanceerd.

De brood-en-spelen-elite wil dat u als toeschouwer denkt: “Wie zich hier druk over maakt moet wel een gekkie zijn.” Om zo de problemen onder het tapijt te vegen en de eigen macht te behouden. Ten einde die macht vast te houden zetten zij zowel de wetenschap als de media naar de eigen hand. Dit doen zij via subsidies, via de baantjesmachine, via waarschuwingen voor nepnieuws en via het wijzen op allerlei diversiteitsprotocollen. Al gaat dit alles ten koste van wetenschappelijke rigiditeit, van objectiviteit en van de waarheid zelf – daar hebben sommigen lak aan. Want zoals we zagen is waarheid voor de postmodernen slechts een ‘constructie’.

De eerste politieke conferenceruimtes waren tegelijk centra van het publieke leven: het theater. We zitten dan in de tijd van Plato – zoals hij al beschreef gaat het vak van het acteren terug naar de oudste politieke gemeenschappen. Want de acteurs, die het leven uitbeelden, leren de toeschouwers tegelijk hoe zij moeten denken, handelen en voelen. Via deze ‘brood en spelen’-cultuur blijft de elite ook vandaag het volk beheersen. Het volk zal pas vrij zijn wanneer het massaal de televisiekabels doorknipt. Zoals de emancipatie van de marionet pas voltooid is wanneer hij de touwtjes doorsnijdt die hem verbinden aan de poppenspeler.

Kapotrelativeer-baantjes

Neem nu een Maarten van Rossem, die al twintig jaar geen beduidende intellectuele prestatie meer heeft geleverd. Toch zit hij regelmatig in praatprogramma’s af te geven op “Wilders, die gekke Beethoven”. Met zijn vaste vergelijking over hoe elke studiereis wel een clubje steevaste zeurders heeft maar dat de reisleiding hen simpelweg moet negeren. Wie nog tv kijkt herkent de lieden die ooit van de elite zo’n ‘kapotrelativeer-baantje’ kregen en daar sindsdien hun luizenleventje aan danken.

Dergelijke kapotrelativeerders horen zelf bij de elitenetwerken: wanneer de burgerstrijd in Europa losbarst – not if but when – dan zitten zij veilig achter gepantserd glas en irisscans, die zijn ontworpen om alle ‘cultuurverrijkers’, ‘kansenjongeren’ en ‘verwarde mannen’ uit hun buurt te houden – precies de “parels van de samenleving” waarvoor zij zich al die tijd zo merkbaar hard hebben gemaakt. Een vliegtuig richting New York is nooit ver weg voor deze klasse, mobiel, plooibaar en opportunistisch als zij zijn. Het bestaan van deze ‘brood en spelen-klasse’ belemmert het ontwaken van het Europese volk.

Friesland bewijst dat verelendung niet al te ver kan gaan…

Het steeds maar smoren en ontkennen en de boodschappers wegzetten als radicale malloten heeft enkel tot gevolg dat de uitbarsting straks des te feller en tragischer zal zijn. Want het wegkijken op zich heeft uiteraard geen invloed op de verelendung – die zelfs voor Marx en Lenin zeer welkom zou zijn, evenals de recente gebeurtenissen in Friesland: voorbeduidsels van de aanstaande emancipatie van het achterland.

Enfin, ziet u al voor zich hoe een Van Rossem zal reageren als straks het volk met toortsen en hooivorken de boardroom-paleizen bestormt? Dan blijkt er plots verrassend weinig te relativeren. In een of andere tv-show bleek de man zich nauwelijks staande te kunnen houden tegenover een groep MBO’ers. Nee, met zijn grombeer-mopperpot-act gaat hij het dan niet redden. Sowieso dient hij als historicus te weten dat periodes van opstand en revolutie net zo normaal zijn als fases van vrede en rust. Dat vak heeft hij echter al lang niet meer uitgeoefend.

Grote schoonmaak

Qua niveau is het dus slecht gesteld met zowel de wetenschap als de cultuur van de publieke media. Dit zijn tenslotte de domeinen waar nieuwe verheffende ideeën moeten bovenkomen die het volk uitzicht bieden. Het huidige niveau heeft weinig meer in de aanbieding dan de verwaterde concepten van een vervlogen achtenzestig-era. De tijd is gekomen voor een grote schoonmaak.

Posted on

Het eigenaardige einde van Europa

In The Strange Death of Europe herleidt Douglas Murray deze ‘eigenaardige dood’ tot massa-immigratie, identiteitsverlies en sluipende islamisering. Murray biedt daarbij niet zozeer nieuwe feiten, maar zet voort wat rond het begin van dit decennium met Christopher Caldwells boek Reflections on the Revolution in Europe (De Europese Revolutie, 2009) begon. Hier wordt niet meer slechts met Angelsaksische nuchterheid de balans opgemaakt. Hier gaat het om een gerichte confrontatie met dreigende gevaren en een oproep tot verzet.

Murray maakt weliswaar geen gebruik van Renaud Camus’ term ‘grand remplacement‘ (grote vervanging), maar zijn taxatie van de migratiegolven is helder: Er komen er te veel, die hier niet thuis horen en hier ook nooit thuis zullen horen. Er komen er meer dan de Europese volken met het oog op hun zwakke geboortecijfers zouden kunnen absorberen, en absorptie zou nodig zijn als men de Europese identiteit wil bewaren. Die identiteit is natuurlijk niet eens en voor altijd gefixeerd, maar ook geen mozaïek waarvan de steentjes naar believen steeds opnieuw samengesteld kunnen worden. Er moet zoiets als continuïteit mogelijk zijn, ook een uiterlijke herkenbaarheid. Wie dat bestrijdt, houdt ofwel zichzelf voor de gek dan wel de anderen en voedt de “zelfhaat”, een haast volledig uitdoven van het Europese zelfbewustzijn en van de wil zich te doen gelden met het oog op een eindeloos aangehaalde historische “schuld”, die de blanke man met zending, kolonialisme, fascisme enzovoorts op zich geladen zou hebben. Tegelijk stimuleert de leider een laatste toevlucht, waarvan hij voorwendt die te bestrijden: het “ras” als laatste, onbetwistbare bolwerk van de identiteit.

Hoe ver het proces van de aftakeling al voortgeschreden is, illustreert Murray aan de hand van het lot van het Parijse stadsdeel Saint-Denis. Daar bevindt zich in de kathedraal de crypte waar de Franse koningen begraven liggen. Vandaag de dag wordt de wijk bewoond door zwarten en Noord-Afrikanen. Wanneer er in de kathedraal een kerkdienst plaatsvindt, posteert men zwaar bewapende soldaten rond het gebouw. De schrijver observeert treffend dat zelfs Jean Raspail in zijn dystopische roman Le Camp des Saints (De ontscheping, 2017) dat niet zo geschilderd heeft, net zo min als dat een priester tijdens de mis in zijn dorpskerk de keel doorgesneden wordt.

Dat de daders moslims waren is voor Murray alles behalve toeval. De islam houdt hij voor dé bedreiging voor de Europese identiteit en dat niet alleen vanwege de schier onafzienbare massa van de uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en andere regio’s toestromende immigranten of het grotere kindertal van de reeds in Europa wonende moslims, maar ook vanwege de agressiviteit en primitiviteit van de wereldbeschouwing die velen van hen er volgens Murray op na houden. Murray heeft er in ander verband al eens op gewezen dat hij ‘islamofobie’ niet als pathologische maar als rationeel ziet. Er zijn heel goede redenen om bang te zijn voor de islam, die anders is dan andere religies – zoals het christendom of het jodendom – in de zin dat het een grotere, meer ingrijpende machtsaanspraak zou doen dan andere geloven.

Daarom acht Murray het zaak op te roepen tot gedecideerde verdediging van Europa. De auteur is er zeker van dat het nog niet te laat is, want de Europeanen zijn het weliswaar over veel oneens, maar ze zijn het nog grotendeels eens dat ze het Europa terug willen dat hun Europa was. Met het oog op het feit dat de politieke klasse het zo jammerlijk af heeft laten weten, voorziet Murray echter geen zachte landing. Een “terughoudende reactie” op de uitdagingen die de 21e eeuw voor ons in petto heeft, volstaat niet meer.

N.a.v. Douglas Murray, The Strange Death of Europe. Immigration, Identity, Islam (Bloomsbury Continuum: London, 2017), hardcover, 352 pagina’s