Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

Polen moet zijn vrienden anders kiezen

De westerse vijanden van de ‘dictatuur’ van de Russische president Vladimir Poetin zijn dezelfden die moord en brand schreeuwen over het ‘fascisme’ dat in de Hongaarse regeringsburelen heeft postgevat sinds de grote verkiezingsoverwinning van Viktor Orbán en het ‘anti-democratische’ karakter van de Vierde Republiek die wijlen president van Polen Lech Kaczynski voorstond.

Toen de bekende neoconservatieve tankdenker Anne Applebaum een twitter-update over “internettrollen” die presidentskandidaat Andrzej Duda ondersteunden retweette, moet het Poolse tweeps toch te denken gegeven hebben dat ze hier dezelfde term gebruikte waarmee ze ook iedereen die iets positiefs zegt over Vladimir Poetin wegzet. Een kort daaropvolgende tweet van Anne Applebaum zegt genoeg: “[V]raag die mij het meest gesteld wordt hier in [Washington] DC: ‘Gaat die nieuwe Poolse president net zo erg zijn als Victor Orban of nog erger?'”

Je kunt je moeilijk aan de indruk onttrekken dat iedere patriot uit het oosten het risico loopt als trol afgeserveerd te worden wanneer hij het waagt iets te zeggen dat het Atlantisch Imperium niet zint. Natuurlijk kun je het denken van een publicist niet beoordelen op basis van een paar tweets. Applebaum heeft echter waar het om Polen gaat onderhand wel een reputatie opgebouwd. Internationaal is ze een fel criticus van Rusland, binnenlands een fel criticus van de conservatieve partij Recht en Gerechtigheid (PiS) van de nieuwe president Andrzej Duda. Deze paradox moet Duda te denken geven.

Dit is een interessant stel feiten; belangen en sympathieën van de ‘Recht en Gerechtigheid’-partij en de partijgangers van Applebaum lijken samen te vallen. Beide groepen lijken vijandig tegenover Rusland te staan en beide lijken overtuigd dat Amerikaanse mondiale hegemonie noodzakelijk is. Vanwaar dan de vijandigheid tussen deze twee groepen?

Applebaum stemde ermee in dat de term ‘trollen’ gepast was in het spreken over aanhangers van Duda en vroeg zich af of Duda ‘erger’ zou zijn dan de premier van Hongarije – een land waarmee Polen historisch reeds lang een goede band heeft; ze zal zich er wel van bewust zijn dat haar volgers goed beseffen dat ze de term ‘trollen’ steeds in een heel specifieke betekenis gebruikt heeft. Applebaum gebruikte de term in het verleden consequent niet om irritante of grofgebekte figuren aan te duiden, maar uitsluitend voor vermeende legers van orks uit de krochten van het wereldwijde web die door het Kremlin betaald zouden worden om Poetin te dienen. Wie mevrouw Applebaum het afgelopen jaar gevolgd heeft, is zich er maar al te goed van bewust dat de term ‘trol’ voor haar een specifieke betekenis heeft.

Het hoeft niet te verrassen dat Applebaum het bestaan van authentieke supporters van de nieuwe Poolse president evenmin accepteert als het bestaan van authentieke supporters van de Russische president Vladimir Poetin. Voor mevrouw Applebaum is het zo klaar als een klontje het zijn simpelweg allemaal trollen, de aanhangers van de nieuwe Poolse president even goed als die van Poetin.

Zelfs Norman Davies, sinds een jaartje ereburger van Polen, vergat schijnbaar voor een moment zijn waardigheid door te stellen dat de aanhangers van Recht en Gerechtigheid onderdeel zijn van een ‘sekte’. Het heeft er alle schijn van dat onder sommige van de westerse vrienden van Polen, vooral een superioriteitsgevoel heerst. Mevrouw Applebaum lijkt te denken dat aangezien de gemiddelde Pool geen Pullitzer-prijs voor een boek over ‘Oost-Europa’ heeft gewonnen, hij minder verstand heeft dan Applebaum van zijn eigen land en de belangen daarvan.

In tegenstelling tot het onwetende geklets in grote delen van de westerse media, staat de partij ‘Recht en Gerechtigheid’ symbool voor de weerspannige geest van de Poolse natie die zo het ooit maarschalk Rokossovski zo moeilijk maakte. Net zoals de vertegenwoordigers van deze Poolse geest Rokossovski niet als een van de hunne wilden accepteren, zo zullen ze ook Applebaum nooit als een van de hunne accepteren, temeer omdat Applebaum anders dan Rokossovski, buiten haar huwelijk, niets met Polen te maken heeft.

Ondanks haar anti-communisme vertegenwoordigt ‘Recht en Gerechtigheid’ een specifieke cultuur die juist op communistische bodem wortel kon schieten: een unieke cultuur van christelijke solidariteit; een cultuur die simpelweg geen westerse tegenhanger heeft, omdat ze paradoxaal genoeg alleen door de gedeelde ervaring van het communisme op kon komen. Deze cultuur is geheel vreemd aan mevrouw Applebaum en het Amerikaanse imperialistische denken.

Of men er nu blij mee is of niet, ‘Recht en Gerechtigheid’ vertegenwoordigt het denken en gevoelen van het grootste deel van de Poolse natie. De Poolse tegenstanders van de partij zijn van mening dat het om de slechtste ideeën en sentimenten van het Poolse volk gaat, maar geen Pool zal beweren dat de partij een buitenlandse agent is. De meest verhitte koppen onder de binnenlandse tegenstanders van Recht en Gerechtigheid zien haar simpelweg als vertegenwoordiger van alles dat slecht is aan de Poolse natie en het katholicisme.

De kiezers die achter Recht en Gerechtheid staan zijn een mengeling van linksige voorvechters van de rechten van arbeiders en boeren in de geest van Solidarnosc en rechtse voorstanders van katholieke politiek, verenigd in de gemene zaak van Pools patriottisme. De houding van Recht en Gerechtigheid ten opzichte van Rusland is een functie van authentieke Poolse angst voor Russische overheersing die generaties terug reikt in de geschiedenis en steeds gepaard ging met naïeve hoop op Anglo-Amerikaanse uitredding.

Iedere Pool en iedere Rus die de betrekkingen tussen deze landen wil verbeteren begrijpt dat het noodzakelijk is deze Poolse angsten (en vergelijkbare Russische angsten) in het proces te betrekken, veeleer dan te doen alsof het slechts over het getier van trollen zou gaan. Een bestendige toenadering tussen Polen en Rusland is niet mogelijk als de zorgen van kiezers die op Recht en Gerechtigheid stemmen niet serieus genomen worden.

Met deze constatering in het achterhoofd, komen we bij de vraag in wiens belang het is, om zowel Polen die president Duda steunen als Russen die president Poetin steunen weg te zetten. Wie heeft er baat bij mensen in het westen wijs te maken dat deze Polen en Russen eigenlijk niet bestaan, maar slechts betaalde ‘trollen’ zijn, die alleen schrijven wat respectievelijk PiS-leider Jaroslaw Kaczynski of Vladimir Poetin maar wil? Wie profiteert er van het in stand houden van het Pools-Russische conflict en het vervolgens marginaliseren van het Poolse nationale belang zoals naar voren gebracht door president Duda?

Het is duidelijk dat het Amerikaanse imperium er op uit is de macht te breken van politieke partijen in het buitenland die zijn opgekomen uit de cultuur en geschiedenis van hun volk. De homogenisering van de politiek in de vazalstaten is voorwaarde voor de hegemonie van het Amerikaanse politieke systeem. Anders dan het Russische beleid van een multipolaire wereld, laat het Amerikaanse beleid niet werkelijk unieke nationale politieke culturen toe.

De ogenschijnlijk pro-Amerikaanse houding van de Poolse conservatieve partij ‘Recht en Gerechtigheid’ is in feite niet meer dan een reflexmatig anti-Russisch sentiment, dat in Polen al langer leeft dan de Verenigde Staten van Amerika überhaupt bestaan. Het is het resultaat van Poolse angsten die op hun beurt voortkomen uit de ongemakkelijke erfenis van de historische Pools-Russische verhoudingen. De houding van Recht en Gerechtigheid tegenover de Verenigde Staten is een uiting van een bredere historische tendens, van de neiging van Poolse elites om snelle en eenvoudige oplossingen te zoeken voor de meest ingewikkelde vraagstukken van het Poolse buitenlandbeleid, wat er in de praktijk steeds toe geleid heeft dat Polen een gewillig instrument was in de machtspolitiek van andere landen ten koste van het Poolse nationale belang.

Voor de Verenigde Staten is de poolsheid van Recht en Gerechtigheid net zo onuitstaanbaar als de poolsheid van de Poolse regering in ballingschap dat was voor de Britse premier Winston Churchill. Als het er op aan komt zal het westen de Poolse president van Recht en Gerechtigheid de rug toe keren, zoals Churchill premier Mikołajczyk de rug toekeerde. De Polen kreeg hiervan reeds een voorproefje toen de Amerikaanse president niet de moeite nam om bij de begrafenis van de Poolse president Lech Kaczynski aanwezig te zijn (terwijl de Russische president Dmitri Medvedev wel aanwezig was).

Met haar suggestie dat de aanhangers van de nieuwe conservatieve Poolse president niet meer zijn dan ‘trollen’, heeft mevrouw Applebaum slechts uitdrukking gegeven aan die algemene minachting van de Amerikaanse democratie voor de rest van de beschaafde wereld. Die minachting is het beste uitgedrukt door de bekende obsceniteiten van staatssecretaris Victoria Nuland richting de Europese Unie. De Amerikaanse minachting is een functie van democratische hoogmoed en onwetendheid.

Mevrouw Applebaum, die onder het Poolse volk verblijft, daar te gast is, is haar boekje te buiten gegaan. Ze heeft een grens overschreden die is voorbehouden aan geboren Polen die een natuurlijk recht hebben om ruzie met elkaar te zoeken, waarbij ze zich onderverdelen in partijen: ‘lemmingen’ aan de ene kant, ‘mohair baretten’ (een hoofddeksel typisch voor bejaarde vrouwen in Polen) aan de andere, om alleen ’s zondags als Polen bij elkaar te komen voor de eucharistie.

Een gast, zelfs een voorname gast, heeft niet het recht om dergelijke taal te gebruiken om de president van het land waar ze te gast is af te serveren. Zulke gasten zijn zelf trollen. Ze luisteren niet meer naar hun gastheer, omdat ze denken dat een Pullitzerprijs hen een treetje hoger plaatst dan de mensen in Polen en Rusland die Applebaum verwelkomden en haar de kans boden te leren over hun culturen.

Het valt nog te bezien of Duda, de nieuwe Poolse president, zal onderkennen dat de giftige taal van Applebaum richting de Poolse ‘Recht en Gerechtigheid’-partij waaruit hij gekozen is, dezelfde giftige taal is die zij richting president Poetin en Rusland gebruikt. Zal president Duda onderkennen dat de westerse veldtocht tegen Rusland die nu in de Oekraïne plaats vindt ten koste gaat van de Poolse nationale veiligheid en economische zekerheid? Zal hij inzien dat het liberale Westen Rusland om exact dezelfde redenen haat, als waarom het Westen Recht en Gerechtigheid, en het Polen waar die partij voor staat, op afstand houdt?

Iedereen die hoopt op een verbetering van de relaties tussen Polen en Rusland, begrijpt de gevaren die een regering van Recht en Gerechtigheid inhoudt. Niettemin heeft Duda de beste kans in tijden om de betrekkingen met Rusland blijvend te vernieuwen. Wijlen president Lech Kaczynski had die mogelijkheid ook. Niemand had een rechtse houwdegen als Kaczynski kunnen beschuldigen van onderwerping aan Rusland of van verraad, als hij er in was geslaagd goede relaties met president Medvedev tot stand te brengen. Zo is het ook ondenkbaar dat iemand president Duda als soft weg zou kunnen zetten als hij een goede verstandhouding met de Russische regering op zou bouwen. Zegt men in de Verenigde Staten ook niet, dat alleen de patriottische anti-communist Nixon naar China kon gaan? Op dezelfde manier kan alleen de patriottische anti-communist Duda naar Moskou gaan, zonder gezichtsverlies te lijden onder de Polen.

Het is hoog tijd dat Polen ophoudt met het ondersteunen van westerse revoluties in haar oostelijke grenslanden. Het Poolse nationale belang moet voorop staan voor de Poolse regering. Polen moet goede en effectieve hulp bieden aan de Polen in Wit-Rusland en Oekraïne die daar zijn achtergebleven toen Polen na de Tweede Wereldoorlog haar oostelijke gebieden verloor. Die Polen zijn niet gebaat bij een terugkeer naar de bloedige oorlog en slachtingen van de 20e eeuw zoals figuren als Applebaum die weer los hebben weten te maken in Oekraïne. Het is hoog tijd dat Polen een grote conferentie bijeen roept van alle landen die ooit lid waren van het Warschaupact: dat zou het mogelijk maken dat Oost-Europeanen aan tafel zitten met Oost-Europeanen om Oost-Europese kwesties te bespreken.

Andrzej Duda, de nieuwe Poolse president, heeft een historische kans vriendschapsbanden op te bouwen tussen vrije naties in Oost-Europa. Zal hij deze kans benutten? Zal hij leren van de fouten van Lech Kaczynski of ze slechts herhalen? Wee Polen, als de politieke capaciteiten van haar leidslieden beperkt zijn tot de russofobie van mevrouw Applebaum enerzijds en de russofobie van Recht en Gerechtigheid anderzijds.