Posted on

Joker: Echo van Trumps American Carnage-speech

Joker

Films zie ik in de eerste plaats als puur vermaak. En verreweg de meeste films zijn ook precies dat. Niemand gaat bijvoorbeeld de Star Wars films met grote filosofische beschouwingen verwarren. Soms zijn er echter films die cultureel een gevoelige snaar raken. Precies zo’n film lijkt “Joker” te zijn.

De hoofdpersoon, Arthur Fleck, is een psychisch gestoord persoon die in een liefdeloze wereld leeft. Zijn medicijnen worden voorgeschreven door een sociaal werkster die in de loop van de film wordt wegbezuinigd. Zijn omgeving, Gotham City, is een grauw kruitvat dat vanwege werkloosheid en algemene uitzichtloosheid klaar is om te ontploffen. Terwijl dit gebeurt probeert de baas van Wayne Enterprises, Thomas Wayne, burgemeester te worden en gooit olie op het vuur door de protesterende massa’s te omschrijven als “clowns”.

Ellendige lotgevallen

Arthur zelf heeft een droevig baantje als clown die per uur in te huren is. Gedurende de film wordt hij in toenemende mate getroffen door ellendige lotgevallen die uiteindelijk culmineren in de moord op drie medewerkers van Wayne Enterprises uit zelfverdediging. Dit, en het ontbreken van zijn medicijnen, duwt Arthur over het randje. Hij wordt vanwege zijn optreden voor het klein cabaret uitgenodigd door een alom bekende talkshowpresentator.

Talkshow

De moord op de drie medewerkers van Wayne Enterprises heeft echter als ontsteking gefunctioneerd voor de sociale situatie in Gotham City. De stad lijkt hiermee op hetzelfde tempo te ontsporen als de hoofdpersoon zelf. De afwezigheid van medicijnen heeft een radicaliserend effect op Arthur en hij lijkt vrede te sluiten met zijn rol als slechterik. Als hij enige tijd later door de talkshowpresentator live op televisie aan het woord wordt gelaten bekend hij alles wat hij gedaan heeft. Hij handelt ook onverwacht door de presentator live op televisie dood te schieten.

Rellen ontsporen

De rellen ontsporen door de moord vervolgens en terwijl Arthur zijn opstaat als de “Joker” in het Batman-universum worden Thomas Wayne en zijn vrouw in een obscuur steegje doodgeschoten. Daarmee de basis leggend voor de opkomst van Batman.

Arthurs gedrag niet veroordeeld

Het interessante aan de film is dat de film Arthurs gedrag niet veroordeeld. Hij is niet een megaslechterik zoals de Joker in de andere films, maar een slachtoffer van zijn sociale omgeving. In lijn met het niet-veroordelen van Arthur veroordeelt de film ook Thomas Wayne en de protesterende massa’s niet. We weten niet met welke motieven Thomas burgemeester wil worden. Misschien wil Thomas Wayne wel gewoon aan de knoppen zitten met als drijfveer zijn veel te grote ego? Wellicht is hij oprecht begaan met het lot van de burgers, ondanks zijn harde taalgebruik? We weten ook niet met welke motieven de protesterende massa op de been komt. Wellicht is iedereen wel gemarginaliseerd? Misschien willen de protesterende massa’s wel gewoon een relletje trappen vanwege hun lege inhoudsloze levens?

Negatieve recensies van sjw’s voor Joker

De film zelf heeft vooraf nogal wat negatieve aandacht gehad. Zo zou het “incels” (een internet subcultuur) aanzetten tot geweld. De grap is dat er niets in de film is dat ook maar hint op de incel-subcultuur. Wat de film wel doet is een blanke man afschilderen als slachtoffer van de maatschappij, zonder een echt oordeel te vellen over de daden die hij gedurende de film verricht. Dit verklaart wellicht waarom de film zo controversieel is in de ogen van linkse kranten als The Guardian en veel als filmcriticus vermomde activisten, want blanke mannen kunnen volgens deze Social Justice Warriors nooit slachtoffer zijn van gelijk welke situatie dan ook.

Talkshowpresentator

De enige die echt als “klootzak” wordt neergezet is de talkshowpresentator. Het zo portretteren van de niet-grappige talkshowpresentator zal in linkse, activistische kringen niet goed gevallen zijn, omdat de meesten die zich verkopen als cabaretier eigenlijk totaal niet-grappige linkse activisten zijn. Denk in Nederland aan LGBT-activisten als Arjen Lubach, Claudia de Breij en Freek de Jonge.

Trump

De film is ook niet pro-Trump. Zo lijkt de dronken en gewelddadige medewerker van Wayne Enterprises die door Arthur wordt doodgeschoten precies op de zoon van Donald Trump. Tegelijk is de film ook niet “liberal” of socialistisch. Zowel Arthur als de rellende massa worden immers niet definitief als moreel juist afgeschilderd.

American Carnage

Wat de film wel is, is een echo van de “American carnage”-speech van Donald Trump. Ik weet niet of de regisseur het zo bedoelde maar het is een kritiek op het systeem waarin iedereen die aan de bodem van het systeem leeft niet hoeft te strijden voor zijn basale benodigdheden en neerbuigend door sociale zekerheid overeind wordt gehouden. Zo het leven volledig zinloos makend. Ik zou willen dat er meer films waren als deze.

Posted on

Captain Marvel, een feministische ruimteopera

Een goede bekende van mij vroeg mij laatst “Erwin, wat vind jij van het feminisme?” Nou dat hangt af van de definitie die je hanteert. Als de definitie “als vrouw voor jezelf opkomen” is, dan is het feminisme vrij onschuldig en zelfs goed. Als de definitie van feminisme hetzelfde is als men op agressieve wijze op universiteiten verspreidt, kan het echter wat problematisch worden. Zeker als universitair feminisme ook de inhoud wordt van Hollywood-films is het finale product niet om aan te zien.

‘Onderdrukte minderheid’

Zo’n product is Captain Marvel. Het laatste product van grote Hollywood-studio’s die met hun voorraad van miljarden en miljarden dollars de zaak van zogenoemde “onderdrukte minderheden” oppakken. Het is mij overigens onduidelijk hoe vrouwen, die ongeveer de helft van de bevolking vormen, een minderheid zouden zijn. Deze “social justice warrior”-houding van dit onderdeel van het internationale grootkapitaal is de laatste 10 jaar steeds onsubtieler geworden. Enige tijd geleden werd de film Black Panther uitgegeven en iedereen die deze slechte en voorspelbare film niet leuk vond was per definitie een racist. Je moet maar durven zo’n marketingstrategie uit te voeren.

‘Witte mannen’

Ook Captain Marvel bediende zich van zo’n marketingstrategie. Vooraf verkondigde de hoofdrolspeelster dat wat haar betreft “witte mannen” de film niet hoefden te zien en iedereen die toen al gegeten en gedronken had was “dus” een vrouwenhater.

Treinramp

Het punt is dat die “witte mannen” die de film daarom niet hebben gezien ook niets hebben gemist. De film is een treinramp. Het begin is slecht, het middenstuk is matig en hoe minder we zeggen over het einde hoe positiever we deze recensie houden. Van deze film leren we dat mannen op het zwakbegaafde af niets kunnen en enkel geïnteresseerd zijn in het maken van seksistische woordgrappen, vrouwen alleen superheld kunnen worden als ze naast een vliegtuigmotor staan wanneer deze ontploft. Wist u trouwens dat katten buitenaardse wezens zijn die mannen per dozijn kunnen verslinden. Nee? Dan weet u het nu.

Steriel

Wanneer er geen misplaatste feministische stereotypen worden opgevoerd is de film zo steriel als een verbanddoos. Niemand wordt verliefd of had enig andere menselijke emotie, de acteurs doen maar matig hun best, mensen overleven zonder problemen in de ruimte. Geen enkele emotie wordt uitgelokt door de film omdat de personages zich dus niet als mensen gedragen. Als ik nog minder emoties zou ervaren dan bij het zien van deze film zou ik me in een comateuze toestand bevinden.

Disconnectie

Ergerlijk is hoe met het gebruik van CGI, computer gegenereerde beelden, het gezicht van acteur Samuel L. Jackson met enkele decennia werd verjongd. Het voegde immens toe aan de disconnectie die ik ervoer tussen “mensen” in de film en hoe mensen zich in het echt gedragen.

Rusteloze fans van de Marvel-films halen misschien uit de film hoe het kan dat het personage “Nick Fury” een ooglapje kreeg en hoe de blauwe Tessaract-kubus in het bezit van het Amerikaanse leger kwam. Buiten dat is dit de meest onbelangrijke film in de filmgeschiedenis.

Posted on

Aquaman – heerlijk tenenkrommende B-film met groot budget

Onlangs zag ik de film Aquaman in de lokale bioscoop hier in Leuven. Omdat ik niet wist hoe ik mijn avond moest vullen ging ik er zonder verwachtingen (erg belangrijk bij films van tegenwoordig) op af. En ik moet zeggen, ik heb mij prima vermaakt. Je hebt de Wagneriaanse opera’s met filosofische pretenties, incest en zelfmoord, maar aan de andere kant van het spectrum is er dit type film. Waar alles goed komt en vooral niemand wegloopt met gekwetste gevoelens.

De film begint wanneer de acteur die “Jango Fett” speelde in Star Wars Episode 2 de koningin van Atlantis ontmoet. In de eerste akte ontmoeten zij elkaar, is er een romantische ouverture, en krijgen ze een kind, Aquaman. Maar Aquaman kan omdat hij een rassenmengsel tussen mens en Atlantiaan niet zomaar terugkeren naar Atlantis. Hij moet zichzelf eerst bewijzen voor het oog van de Atlantianen om de huidige koning van Atlantis van de troon te verstoten.

Voorspelbaar

De film verloopt zoals je denkt dat hij gaat verlopen wanneer de eerste akte voorbij is. Waarmee we meteen op het eerste echte minpunt aankomen. De film is te voorspelbaar en de scriptschrijver gaat niet in de rij staan voor de Oscar voor beste scripts.

Slechte kopie

Het einde is heerlijk tenenkrommend wanneer de slechterik hard “Rise Atlantis!” uitschreeuwt boven een leger dat iets te sterk aan een leger (en slagveld) uit de verfilming van “The Lord The Rings” doet denken. De film speelt zich officieel onder water af, maar dat hindert Hollywood niet om een film over een mythisch verloren gewaand continent te filmen alsof de film een slechte kopie van Star Wars Episode 6 zou zijn. Ditmaal niet tussen X-wings en TIE-fighters, maar over vissen die krabben als strijdwagens gebruiken tegen Atlantianen gestoeld op haaien. Kijk de film en zie wat ik bedoel.

Alles loopt goed af

Enfin, alles loopt goed af en de slechterik krijgt het zijne. En dat is ook wat mij betreft een minpunt bij dit genre films. Aan de ene kant heb je de Richard Wagner met zijn dramatische opera-eindes. De zelfmoord of moord op de hoofdpersoon zal niet snel in een Hollywood-film te zien zijn. En dat is jammer, want de dood van tenminste een of meer hoofdpersonages had deze film wat meer peper kunnen geven. Samen met donderend orkest op de achtergrond had bijvoorbeeld de dood van de moeder van Aquaman misschien wat traantjes kunnen uitlokken. Maar tot mijn teleurstelling worden alle plotpuntjes afgehandeld zoals je denkt dat ze afgehandeld worden.

Special effects

Wat mooi is aan deze film is de dikke laag suiker bovenop het voorspelbare, ietwat zouteloze verhaal. En het is deze keer echt wat speciaals naar mijn mening. Plato heeft Atlantis niet zo mooi afgeschilderd als Hollywood, en hij kon in het jaar 400 voor Christus niet bedenken dat wat hij opschreef zou eindigen in een explosie van laserstralen en slechte schreeuwpartijen onder de zeespiegel met een bijgaand verhaal dat in een dronken bui op twee bierviltjes is uit te leggen. Hollywood heeft zich op het punt van de special-effects goed uitgeleefd.

De film is uitsluitend geschikt voor mensen die vooral vermaak zoeken en mensen zoals ondergetekende die slechte B-films als vorm van humor beschouwen.

Posted on

‘Stille nacht’ – Hoe een Kerstlied een wereldhit werd

Een goed lied gaat de wereld over. En er is geen lied waarvoor dat meer geldt dan het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’. Op 24 december precies 200 jaar geleden zette Franz Xaver Gruber de destijds twee jaar oude tekst van zijn vriend Joseph Mohr op muziek. Het werk werd nog diezelfde avond in Oberndorf bij Salzburg voor het eerst door hen opgevoerd.

Wat geen van beiden kon vermoeden: De toegankelijke melodie zou een wereldhit worden, die tot op heden in meer dan 300 talen en dialecten door zo’n 2,5 miljard mensen ieder jaar met Kerstmis gezongen wordt. Wereldberoemd werd het lied door Bing Crosby’s radio-uitzending in 1934: De opname werd de op twee na meest verkochte muziekplaat aller tijden. Sinds 2011 behoort ‘Stille nacht’ officieel tot het immateriële culturele erfgoed van de mensheid.

Film

De populaire stof inspireerde sinds 1910 de meest uiteenlopende regisseurs tot een hele reeks, niet allemaal even geslaagde, films. Zo eenvoudig als de melodie is, zo moeilijk laat ze zich cineastisch omzetten. In het jubileumjaar heeft de Oostenrijkse tv-zender Servus TV in samenwerking met de Duits-Franse tv-zender ARTE en de Bayrische Rundfunk een nieuwe poging ondernomen. Het is een mix geworden van een muziekfilm en een verhalende documentaire. Een film van 52 minuten, waarin ‘Stille nacht’ nu eens gezongen, dan weer instrumentaal of als achtergrondmuziek voorbijkomt, gezongen steeds in de moedertaal van de vertolker. De variaties op het lied worden geschikt verweven met kerstige blikken op de plaatsen die bepalend waren in het ontstaan en de verspreiding van het lied. Daaronder in de eerste plaats Salzburg, maar ook New York, Londen, Parijs en Jeruzalem. Internationale sterren uit klassieke en popmuziek komen voorbij. Zo presenteren Joss Stone, Kelly Clarkson, Rolando Villazón, Anggun, Lina Makhoul, de Wiener Sängerknaben en het Mozarteumorchester Salzburg exclusief hun eigen versies van ‘Stille nacht’.

Loopgraven

‘Stille nacht’ was door zijn tekst altijd al een lied van hoop en verwachtingsvol uitzien, maar door het gezamenlijk zingen ervan in de wederzijdse loopgraven en de aansluitende verbroedering onder de vijandelijke soldaten aan het Westfront in 1914, werd het lied nog sterker verbonden met het verlangen naar vrede onder de mensen.

Om dit Kerstwonder nog eens na te vertellen, werd Robin Aristorenas met zijn team aan boord gehaald, die eerder onder andere voor de televisieserie Game of Thrones digitale effecten creëerde. De kijker wordt door de hele film geleid door toneelspeler Peter Simonischek, die de buitengewone geschiedenis van het lied simpelweg sprookjesachtig verteld.

https://www.arte.tv/de/videos/079462-000-A/stille-nacht/

Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

Han Solo: A Star Wars Story

In een bekend sterrenstelsel, heel dicht bij huis, kennen we allemaal Star Wars. We kennen sommige Star Wars fans. We kennen de snobs die vooral Star Wars niet willen kennen (dit terwijl Star Wars episode 5 als 1 van de beste films ooit wordt gezien). Wat we volgens Disney nog niet goed genoeg kennen zijn de karakters in Star Wars.

Film- en Star Wars-fans hebben vooraf genoeg reden gehad om deze film een beetje te vrezen. Er waren tal van geruchten die de verwachting dat deze film een soepzooitje zou worden rechtvaardigen. Dit is inclusief een ontslagen regisseur, assistenten voor de acteurs omdat ze naar verluidt niet wisten hoe ze moesten acteren en gedoe achter de schermen. Toch is die angst onterecht gebleken.

Han Solo: A Star Wars Story is een leuke zomerfilm geworden die niet op de zenuwen werkt. De film review-website RedLetterMedia (berucht vanwege het in de grond trappen van slechte films) bedacht allerlei hele slechte plotpunten voor de film. Hilarisch genoeg is een flink aantal uitgekomen, waarmee we aankomen op het eerste punt. De film is een beetje voorspelbaar. Het kan ook niet anders dan voorspelbaar zijn. We weten vanuit de episodes 4, 5, 6 en 7 hoe het met het personage afloopt en welke keuzes hij maakt. Deze film moet daar inpassen en dus is er ook niet veel ruimte om af te wijken. Maar is dat erg? Welnee, de rest van de film maakt dat ruimschoots goed.

Het begin van Han Solo’s leven wordt prima in kaart gebracht als landloper op de planeet Corellia. De eerste helft van de film houdt zich vooral bezig met Han Solo’s eerste liefde. Gelukkig neemt het plot een wending op het moment dat je gaat denken hoe de rest van de film gaat verlopen. De tweede helft gaat over Hans beroep, namelijk spullen smokkelen. We zien de “Kessel Run”, we zien “The Maw”, en we zien een karakter uit episode 5 en 6 in zijn jongere gedaante. Het is een feest der herkenning.

Wat ik minder leuk vond is wat lijkt op een robot die voortdurend taal uitslaat die we in de echte wereld zullen herkennen als praatjes die de Social Justice Warriors uitslaan ten behoeve van de LGBT-gemeenschap. De kracht van Star Wars is denk ik mede dat echte real-life problemen er niet in voorkomen. Tot mijn voldoening echter wordt deze robot in 3 of 4 stukken geschoten in wat op zich deel uit maakt van een grappige plotwending.

Wat ons wel bespaard blijft is een massale “shoot-out” aan het einde van de film. Ook eindigt de film niet waar episode 4 begint. Iets wat ik afgezaagd zou vinden en gelukkig niet in de film zit. De acteurs doen een prima verdienste met het materiaal waarmee ze aan de slag moeten. Niet al teveel pretenties en naast de LGBT-robot zijn er ook niet teveel zware thema’s. Perfect voor de zomer dus.

Han Shot First
In kringen van Star Wars-fans heerst er de nodige controverse rond een reeks bewerkingen van een scene in Star Wars episode 4. Een scene waar de volwassen versie van Han Solo onder dreiging en uit voorzorg een ruimtepiraat neerschiet is in latere bewerkingen van de film bewerkt tot een versie waarin als eerste de ruimtepiraat schiet en in weer latere uitgaves bewerkt tot een versie waarin Han en de ruimtepiraat beide tegelijkertijd op elkaar schieten. Deze controverse is bekend geworden als “Han shot first” door de fans die vooral gecharmeerd zijn van de eerste versie van de scene. In deze nieuwe film laat de regisseur zien aan welke kant van deze controverse hij staat. Wat op zich een hele grappige knipoog is.

In de laatste 5 minuten zien we nog een knipoog naar de deels mislukte Star Wars prequels (episodes 1, 2 en 3), maar gelukkig blijft dat beperkt tot iets wat alleen de grootste fans zullen herkennen.

Is het verhaal van Han Solo de moeite waard? Dat hangt er vanaf wat je zoekt. Zoek je een muzikale ruimte-opera vol met actie, romantiek, goed acteerwerk en tot de nok toe gevuld met drama zoals Star Wars episode 5 was dan zal je teleurgesteld worden. Zoek je een leuke, doldwaze, cynisme-loze actiefilm dan is Han Solo: A Star Wars Story best een leuke zomerfilm.

Posted on

Infinity War: Tot dusver hadden helden het te makkelijk

Een gedachte waarop ik mezelf vaak betrap tijdens de Marvel superheldenfilms, is dat de helden het tot dusver te makkelijk hadden. Hun krachten waren altijd zó overweldigend dat de dreiging vooral zat in hun eigen geesteskwellingen en onderlinge onenigheden – steevast werd de harmonie hervonden en vanaf dat moment waren de schurken totaal kansloos. Dit maakte de filmplots voorspelbaar en in wezen saai, ondanks alle actie en spektakel.

Avengers: Infinity War breekt met deze trend en is daarmee in één klap de beste van alle Marvel films. Het draait om Thanos, wiens naam komt van Thanatos oftewel Grieks voor ‘de dood’. De druk op de hulpbronnen van het heelal zou te groot zijn en hierom wil hij de helft van alle levende wezens uitroeien. Hiervoor heeft hij zes magische stenen nodig – die staan voor tijd, ruimte, geest, ziel, realiteit en kracht; zij geven hem het vermogen om de werkelijkheid te herscheppen. Van armen tot koningen, van jong tot oud: iedereen heeft evenveel kans om te worden uitgevaagd. Dat is rechtvaardigheid volgens Thanos.

Bekijk de film wetende dat hij de feitelijke protagonist is: doordat er zo enorm veel superhelden meedoen – van Spiderman en Iron Man tot Thor en de Hulk – is Thanos de enige die een welbepaald ontwikkelingstraject doormaakt compleet met eigen uitdagingen en vormende dilemma’s. De superhelden benadrukken steeds dat zij geen enkel leven willen opofferen, zelfs al is het om vele levens te redden. Deze Kantiaanse ethiek komt nobel over – Thanos maakt echter een andere keuze en ziet u zelf hoe dit uitpakt.

Deze film is een aanrader omdat hij breekt met de voornaamste clichés. Op de vraag waarom hij doet wat hij doet, antwoordt Thanos dat hij alleen geestelijk vrij zal zijn wanneer de balans in het heelal is hersteld. Pas als de helft van alle zielen is uitgedoofd en de avondzon achter de glooiende heuvels verdwijnt, pas dan zal zijn gemoedsrust zijn hersteld.

Posted on

De laatste der Ruimtemohikanen

Mooi op tijd voor de Kerstvakantie kunnen de Star Wars-fans zich verheugen op een mooi cadeautje uit Hollywood: een nieuwe episode van de ruimteopera. Met ‘Star Wars: The Last Jedi’ is het achtste deel in de reeks nu in de bioscoop.

De laatste Jedi? Dat klinkt als de laatste der Mohikanen. En daadwerkelijk weert zich een klein vendel verspreide rechtvaardigen vertwijfeld tegen de in het heelal opstomende donkere macht.

Alle hoop is gevestigd op oude bekenden uit de films uit de jaren ’70 en ’80: De op een eiland als kluizenaar levende Luke Skywalker (Mark Hamill) en prinses Leia (de vorig jaar op 60-jarige leeftijd overleden Carrie Fisher) vieren groots hun comeback.

Regisseur en scenarist Rian Johnson zet zijn kaarten op een onopgesmukte achtervolgingsjacht van de Jedi-rebellen. Hij remt de actie kundig af, waarbij de dosis sentimentaliteit echter wat te scheutig is. De Star Wars-magie gaat zo een beetje verloren.

Posted on

Vastgelopen Orient Express

De snor zit vast. Dat is dan ook het enige positieve dat men kan vermelden over de Brit Kenneth Branagh, die in de nieuwe verfilming van Agatha Christies klassieker ‘Murder on the Orient Express’ (nu in de bioscoop) als de Belgische top-detective Hercule Poirot stijfjes naar een spoor van de moord speurt. Stijfjes, als om te voorkomen dan zijn plaksnor losraakt.

Hoe heerlijk lichtvoetig ging het er nog aan toe, toen Peter Ustinov in meerdere speelfilms Poirot neerzette, of met Albert Finney in de vroegste bioscoopversie van ‘Murder on the Orient Express’ uit 1974, toen Ingrid Bergman voor haar bijrol een Oscar won.

Ondanks de bezetting van steracteurs, waaronder Michelle Pfeiffer, Judy Dench, Johnny Depp en Willem Dafoe loopt de film, waarin Branagh ook de regie voerde, nogal stroef. Nadat de trein in een sneeuwjacht op de Balkan blijft steken, voert Branaghs interpretatie van Poirot zijn speurwerk zo koel en humorloos uit als het winterklimaat maar toelaat.

Voor het overige weliswaar aardig geënsceneerd, verhaspelt de film zich in een verwarde Christus-analogie, wanneer de twaalf verdachten ten slotte voordat de trein een tunnel binnen rijdt aan tafel zitten als bij het laatste avondmaal.

Posted on

Een originele oorlogsfilm

De film Dunkirk is op het moment van schrijven in sommige bioscopen al niet meer te zien, maar het is toch de moeite waard even stil te staan bij deze verfilming over een van de grootste nederlagen van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog.

Laten we meteen tot de kern komen. De film is een meesterwerk. Het grootste deel van de film bestaat uit 3 verhalen. Een soldaat die een week op het strand van Duinkerken doorbrengt. Een piloot van een Spitfire-jachtvliegtuig en een burger die met zijn plezierjacht het kanaal oversteekt. Deze drie verhalen vinden elkaar tijdens het sluitstuk van de film die toch zeker origineel te noemen is.

Wat ook origineel te noemen is, zeker gezien de veelheid aan films over de Tweede Wereldoorlog, is dat de geallieerde soldaten geen onoverwinnelijke superhelden zijn. En de weinige Duitse soldaten geen baby-etende monsters. Dat klinkt allemaal erg logisch, maar in te veel andere films worden deze evidenties niet zo in beeld gebracht. De regisseur Christopher Nolan heeft ervoor gekozen de strijd neutraal in beeld te brengen. Er zijn geen swastika’s te zien en geen gratuite beelden van gewonde soldaten. De stuka’s maken hun specifieke angstaanjagende geluid en schepen zinken als ze geraakt worden door torpedo’s of bommen. Er is duidelijk actief geprobeerd een waarheidsgetrouw verhaal te vertellen.

De muziek is gedaan door Hans Zimmer die eerder de filmmuziek voor Gladiator componeerde en zich daarbij liet inspireren door Richard Wagner. Die invloed van klassieke muziek is ook in deze film te horen. De muziek is naast al het andere moois in deze film ook een pluspunt. Op momenten is de muziek angstaanjagender dan in menig horrorfilm die ik heb gezien en op de juiste momenten is de muziek mooi en dromerig en faalt nooit in het begeleiden van de toon van de scene.

Het strand waar de 400.000 soldaten bivakkeren wordt naarmate de film vordert steeds meer gevuld met dode lichamen en als de vloed opkomt spoelen er nog meer lijken – afkomstig van getorpedeerde en gebombardeerde schepen – aan. Aangevuld met de muziek van Hans Zimmer wordt er een claustrofobische sfeer op de open ruimte van het strand gecreëerd.

Het beeld van een verslagen leger dat uit de lucht steeds weer onder vuur wordt genomen door nietsontziende aanvallen van stuka’s en de Heinkel bommenwerpers die meedogenloos Britse schepen tot zinken brengen projecteert Christopher Nolan vakkundig op ons netvlies. De bedrukte sfeer van nederlaag, van paniek en het gevoel van noodzaak om het strand van Duinkerken te verlaten is zo dik dat het bijna tastbaar is.

De personages worden naamloos opgevoerd en we leren ze op voornamen en wat oppervlakkige kernmerken na niet echt kennen. Maar dat is niet erg. Deze film gaat over een naamloze massa en ik vind de keuze om niet te veel persoonlijke verhalen te verfilmen ook terecht en passen bij de algemene Untergangsstimmung.

De film illustreert natuurlijk een nederlaag en in die zin is er geen “happy end”. Maar vlak voordat de aftiteling getoond wordt worden we getrakteerd op de legendarische “we shall never surrender”-speech van Winston Churchill. Verwoord door een naamloze soldaat en wederom gezet op de prachtige, dromerige muziek van Hans Zimmer.

In november te zien op DVD. Aanrader.