Posted on

Sea Watch heeft recht noch moraal aan haar zijde

Sea Watch 3

Het indringen van de Sea Watch 3 in de haven van Lampedusa stort de betrekkingen tussen Duitsland en Italië in een crisis. Dit terwijl Sea Watch zich op recht noch moraal kan beroepen voor haar roekeloze acties.

De Berlijnse reactie op de arrestatie van de “Kapitänin” van het schip Sea Watch 3, Carola Rackete, door de Italiaanse autoriteiten was bijna eensluidend. “Wie mensenlevens redt, kan geen misdadiger zijn”, loofde president Frank-Walter Steinmeier Rackete en de haren. Minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) stelde dat “redding op zee” niet “gecriminaliseerd” mag worden. En minister van Ontwikkelingshulp Gerd Müller (CDU) zei te “verwachten” dat de EU de “onmiddellijke vrijlating eist”.

Sea Watch interpreteert zeerecht naar willekeur

De Sea Watch 3 had op 12 juni voor de Libische kust 53 asielzoekers opgepikt die door mensensmokkelaars de zee op gebracht waren, alwaar ze vermoedelijk volgens plan “in nood” raakten. De bemanning weigerde meer nabij gelegen havens aan te doen, bijvoorbeeld in Tunesië, om de “schipbreukelingen” aan land te brengen, zoals het zeerecht voorschrijft. In plaats daarvan wilde men per se de reis naar Italië afdwingen.

Sea Watch drong met geweld haven binnen

Afgezien van mensen in acuut levensgevaar, wees Rome dit echter af. Uiteindelijk drong de Sea Watch 3 dan met geweld de haven van Lampedusa binnen. Een Italiaanse patrouilleboot werd naar zeggen van zijn commandant bij deze manoeuvre bijna “gekraakt” door het schip van 600 ton. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini spreekt van een “oorlogshandeling”. Het Europese Gerechtshof had spoedprocedures van de Berlijnse Sea Watch-organisatie om de opname van asielzoekers in Italië reeds afgewezen. Het staat dan ook buiten kijf dat het zich gewelddadig toegang verschaffen tot een Italiaanse haven illegaal was.

Sea Watch en medestanders wanen zich met hun “waarden” boven de wet

Duitse politieke leiders storen zich daar echter niet aan. Ze staan met hun “waarden” kennelijk boven de wet. Dat wil zeggen, bij hen gaat ideologie boven recht. Zelfs het argument van de humaniteit is misleidend. Want pas door de meer rigide grenscontroles aan en op de Middellandse Zee kon het aantal bij de overtocht verdronken asielzoekers van bijna 4600 (2016) naar 341 in het eerste half jaar van 2019 teruggedrongen worden. De reden is simpel: Veel minder mensen waagden zich aan de gevaarlijke overtocht, omdat door Salvini’s beleid het uitzicht op toelating tot de EU was afgenomen. Het vooruitzicht dat zogenaamde “reddingsschepen” je naar binnen kunnen loodsen, trekt echter nog altijd de nodige mensen aan. Daardoor begeven zich tienduizenden zwarte Afrikanen noordwaarts.

Recht noch moraal

Wat de deugseiners in politiek en media ook beweren, Sea Watch en gelijkgezinden kunnen zich op het recht noch op een verantwoorde moraal beroepen. Het ene verachten ze, het andere hebben ze in werkelijkheid niet. Ondertussen zet Berlijn, door zich aan de zijde van rechtsovertreders met dubieuze moraal tegen de soevereiniteit van een andere lidstaat te stellen de samenwerking binnen de EU onder druk. Dat kon Duitsland nog wel eens duur komen te staan. In Rome zullen ze het niet snel vergeten.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

G7 wordt geen G8: Heiko Maas breekt met Ostpolitik SPD

Sinds 2014 is Rusland uit de groep van de leidende industriële staten gezet. De G8 werd weer G7. De nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) wijst de roep vanuit het Duitse bedrijfsleven om een terugkeer naar de G8 resoluut af. Het kwam hem op veel kritiek te staan, ook van partijgenoten.

Zijn partijgenoot en voorganger als minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel had zich recent nog uitgesproken voor het zoeken van toenadering tot Rusland. Ook politici van de liberale FDP en de socialistische partij Die Linke hadden zich ervoor uitgesproken de Russische president Vladimir Poetin voor de top van de Groep in juni in Canada uit te nodigen.

“Als het Westen het echt serieus meent, dat het weer een constructieve dialoog wil aangaan, dan zou dit de geschikte gelegenheid zijn. De G7 zou weer G8 moeten worden”, stelde de fractievoorzitter van Die Linke Sahra Wagenknecht.

De liberale politicus Alexander Graf Lambsdorff liet zich weliswaar terughoudender uit, wil Rusland echter ook beslist weer aan de onderhandelingstafel terughalen: “Het is zinvol de dialoog met Rusland vaste vorm te geven en beter te structureren. Daarvoor zou de G7+1 het juiste format zijn”, aldus de vice-voorzitter van de FDP-fractie in de Bondsdag tegenover dagblad Die Welt.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung had eerder bericht dat Maas partijintern de verantwoordelijkheid voor de Ostpolitik uit handen genomen zou kunnen worden. Dat zou een forse inperking van zijn bevoegdheden zijn. Maas wil echter met de traditionele Ostpolitik van de SPD breken en dat roept veel weerstand op binnen de partij, schreef de krant onder verwijzing naar partij- en fractieleiding: “Voor deze koers heeft hij niet de steun van de meerderheid.”

Achim Post, vice-voorzitter van de SPD-fractie in de Bondsdag en voorzitter van de invloedrijke delegatie uit Noord-Rijnland-Westfalen uitte tegenover het dagblad Tagesspiegel scherpe kritiek op het plan van Maas om Rusland weg te houden van de onderhandelingstafel: “Ik vind deze benadering niet doelmatig.” De verhouding met Rusland is op het moment zonder twijfel moeilijk en gespannen, aldus Post, maar daarom “hebben we juist nu formats voor dialoog en diplomatie, in plaats van uitsluiting en retorische krachtmetingen, nodig”.

Kritiek kwam er niet alleen uit de Bondsdag-fractie van de SPD, maar ook uit de deelstaten. Zo onderstreepten de premiers van Nedersaksen, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg, Stephan Weil, Manuela Schwesig en Dietmar Woidke, dat zij vast willen houden aan de ontspanningspolitiek uit de tijd van Willy Brandt en Egon Bahr. “De SPD hecht aan een goede verhouding met Rusland. Dat sinds lang onze opstelling en komt overeen met hoe de overgrote meerderheid van onze leden en ook onze kiezers tegen de zaak aan kijkt”, stelde Weil.

Partijleider Andrea Nahles probeerde daarentegen weinig overtuigend de beide kampen met elkaar te verzoenen. Steun kreeg Maas alleen vanuit Frankrijk en Oekraïne. Zo sprak ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian (ex-PS) zich tegen het uitnodigen van Rusland op de G7-top in Canada uit. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin was, weinig verrassend, vol lof over de houding van Maas: “Ik waardeer zijn opstelling zeer.”

Posted on

Is oorlog met Iran nu onvermijdelijk?

Met zijn verklaring afgelopen vrijdag, dat de kerndeal met Iran niet in het Amerikaanse nationale belang zou zijn, heeft president Donald Trump de Verenigde Staten mogelijk op de weg naar oorlog met Iran gezet.

Het is in ieder geval gemakkelijker om te voorzien welke botsingen er aan zitten te komen dan hoe we weer van deze weg af komen voor het schieten begint. Na het ‘decertificeren’ van het nucleaire akkoord, destijds getekend door alle vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, gaf Trump het Congres 60 dagen de tijd om de sancties opnieuw op te leggen die het ophief toen Teheran het akkoord ondertekende. Als het Congres die sancties niet opnieuw oplegt en het akkoord de nek omdraait, dreigt Trump dat zelf te doen.

Waarom? Heeft Iran de bepalingen van het akkoord geschonden? Vrijwel niemand stelt dat – niet de nucleaire inspecteurs van de VN, noch de NAVO-bondgenoten, noch zelfs Trumps eigen nationale veiligheidsteam.

Iran heeft al zijn 20 procent verrijkt uranium het land uit verscheept, de meeste van zijn centrifuges uitgeschakeld en verstorende inspecties van alle nucleaire faciliteiten toegestaan. Zelfs voor het akkoord zeiden 17 Amerikaanse inlichtingendiensten al dat ze geen bewijs konden vinden voor een Iraans kernwapenprogramma. Als Iran een bom gewild had, had Iran allang een bom gehad.

Het blijft echter een staat zonder kernwapens om een eenvoudige reden: De vitale nationale belangen van Iran schrijven dat voor. Als de grootste sjiitische natie, met 80 miljoen mensen, onder de meest ontwikkelde in het Midden-Oosten, is Iran voorbestemd om de dominante macht aan de Perzische Golf te worden. Maar op één voorwaarde: Dat het de grote oorlog met de Verenigde Staten weet te vermijden die Saddam Hoessein niet wist te vermijden.

Iran heeft ieder kernwapenprogramma dat het had afgeblazen omdat het niet het lot van Irak wil delen, om aan stukken geslagen te worden tot Perzen, Azeri’s, Arabieren, Koerden en Beloetsjen, zoals Irak door de Amerikanen in soennieten, sjiieten, Turkmenen en Koerden uiteen werd geslagen.

Teheran wil geen oorlog met Amerika. Het zijn de oorlogspartij in Washington en haar Midden-Oosterse bondgenoten – Bibi Netanyahu en het Saoedische koningshuis – die er naar hongeren dat de VS zich ermee bemoeien en Iran de grond in slaan. En zo ontvouwt zich dan de strijd in het Congres over het al of niet de nek omdraaien van het akkoord met Iran als een cruciaal punt in het presidentschap van Trump.

Maar al eerder doemen er mogelijke botsingen met Iran op. In het oosten van Syrië, staan de door de VS ondersteunde en door de Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF) op het punt Raqqa te veroveren op ISIS. Maar ondertussen is het Syrische leger op weg om Deir Ezzor te gaan veroveren, de hoofdstad van de provincie waardoor de weg loopt die Bagdad met Damascus verbindt. De verovering van Deir Ezzor door Bashar al Assads leger zou er voor zorgen dat de weg van Bagdad naar Damascus en Hezbollah in Libanon open blijft. Als de VS echter van plan zijn om de SDF te gebruiken om het grensgebied zelf in handen te krijgen, dan kon dat wel eens lijden tot een openlijk gevecht met het Syrische leger, sjiitische milities, Iraanse troepen en misschien zelfs de Russen. Moeten we dat wel willen?

In Irak is het nationale leger bezig om de olierijke provincie Kirkoek en de gelijknamige hoofdstad daarvan veilig te stellen. De Koerden hadden Kirkoek ingenomen nadat het Iraakse leger vluchtte voor de invasie van ISIS. Waarom trekt een door de Amerikanen getraind Iraaks leger op tegen een door de Amerikanen getraind Koerdisch leger?

De Koerdische regionale overheid stuurt aan op secessie. Dit heeft alarmbellen doen afgaan in zowel Turkije en Iran als in Bagdad. Een onafhankelijk Koerdistan zou als een magneet kunnen werken op Koerden in die beide landen. Het Iraakse leger trekt Kirkoek binnen om te voorkomen dat het afgesneden wordt van Irak in een burgeroorlog of secessie door de Koerden.

Waar staat Iran in dit alles? In de oorlog tegen ISIS, waren ze de facto bondgenoten. Want ISIS is net als Al Qaida soennitisch en haat sjiieten even zeer als christenen. Maar als de VS van plan zijn de SDF te gebruiken om de Iraaks-Syrische grens onder hun controle te brengen, dan jagen ze daarmee Syrië, Iran, Hezbollah en Rusland tegen zich in het harnas. Zijn de VS bereid tot een dergelijke confrontatie?

Wij Amerikanen worden geconfronteerd met een aantal nieuwe realiteiten. De mensen die de toekomst van het Midden-Oosten gaan bepalen, zijn de mensen die daar wonen. En onder deze mensen zal de toekomst bepaald worden door hen die het meest bereid zijn om – nog jaren en in aanzienlijk aantallen – te vechten, bloeden en sterven om die toekomst te realiseren. Wij Amerikanen echter gaan niet nog een leger sturen om nog een land te bezetten, zoals we deden met Koeweit in 1991, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003.

Bashar al Assad, zijn leger en luchtmacht, gesteund door Vladimir Poetins luchtmacht, de Islamitische Revolutionaire Garde van Iran en Hezbollah hebben de Syrische burgeroorlog gewonnen omdat ze meer bereid waren te vechten en te sterven om die te winnen. Zij hadden daar dan ook een veel groter belang bij dan wij Amerikanen. Wij wonen daar niet. Slechts weinig Amerikanen weten wat daar aan de hand is. Nog minder interesseert het.

Onze oude bondgenoten in het Midden-Oosten willen vanzelfsprekend dat wij hun 21e-eeuwse oorlogen uitvechten, zoals de Britten ons inschakelden om hun 20e eeuwse oorlogen te helpen uitvechten. Maar Donald Trump werd niet gekozen om dat te doen. Of dat dachten sommigen van ons toch.

Posted on

Martin Schulz’ lot onzeker

Als de peilingen er niet gigantisch naast zitten, is het een uitgemaakte zaak. De SPD ligt dermate achter op CDU/CSU, dat zelfs in het Willy Brandt-huis, het partijbureau van de sociaaldemocraten, alleen de meest verstokte optimisten nog in een goede verkiezingsuitslag geloven.

Aangezien een linkse minderheid bij lange na niet haalbaar lijkt, ziet de SPD zich met de vraag geconfronteerd wat ze na de verkiezingen voor de Bondsdag op 24 september aanstaande doen zal. De grote coalitie met CDU/CSU onder leiding van bondskanselier Angela Merkel heeft de SPD murw gemaakt. Haast bezwerend wijst fractieleider Thomas Oppermann er op dat zijn partij veel punten uit haar verkiezingsprogramma gerealiseerd heeft. Het lijkt de kiezer echter niet te interesseren. “We strijden tot het eind voor een eigen meerderheid”, zei Martin Schulz onlangs. In de afgelopen weken heeft de uitdager de bondskanselier herhaaldelijk aangevallen. “Hij brengt zich in stelling”, zeggen ze in de SPD.

Buitenlandse Zaken

Duidelijk is evenwel dat Schulz in het geval van een hernieuwde grote coalitie graag minister van Buitenlandse Zaken wil worden. Op deze post zit momenteel zijn voorganger als partijvoorzitter van de SPD, Sigmar Gabriel. Als Schulz er voor de verkiezingen nog in slaagt een paar procentpunten te winnen en in de buurt te komen van de 26 procent die Peer Steinbrück in 2013 haalde, dan staan alle opties voor hem open. Als hij Gabriel uit de ministerraad stoot, dan is diens politieke carrière voorbij.

Maar wat gebeurt er als de CDU voor een coalitie met de FDP en eventueel de Groenen kiest? Dan ziet de SPD zich naar de oppositiebankjes verwezen. De huidige fractievoorzitter Thomas Oppermann geldt intern als versleten. Hij heeft veel Bondsdagleden tegen de haren in gestreken en geldt daarbij niet als vertrouweling van Schulz.

Fractievoorzitterschap

In de fractie kan men zich nog goed heugen hoe de verslagen kandidaat-bondskanselier Frank Walter Steinmeier in september 2009 de chaos van de verkiezingsavond gebruikte en meteen verklaarde er aan bij te willen dragen dat de SPD weer zijn “oude kracht” zou hervinden en dat hij bereid was dat als “oppositieleider in de Bondsdag” te doen. “Het was de putsch van een verliezer en hij slaagde”, becommentarieerde de nieuwszender NTV deze coup destijds. Van Schulz is een dergelijke move ook wel te verwachten. Hij zou het argument kunnen gebruiken dat, zolang de mogelijkheid bestaat dat de SPD aan de regeringscoalitie deel zal nemen, het beter is dat het partijvoorzitterschap en het fractievoorzitterschap in de Bondsdag in één hand zijn.

Maar Schulz heeft geduchte concurrenten voor het fractievoorzitterschap, met een goed netwerk in Berlijn. De nieuwe partijsecretaris Hubertus Heil bijvoorbeeld. Over hem wordt gezegd dat door zijn ingrijpen de zwakke campagne van de SPD toch nog een beetje schwung heeft gekregen. De belangrijkste rivaal van Schulz is echter de huidige minister van Arbeid en Sociale Zaken Andrea Nahles. De kandidaat-bondskanselier sprak zich er al vroeg voor uit dat zij ook in de komende regering op die post blijft. Daarmee zou Schulz natuurlijk ook een concurrent minder hebben. Nahles zelf laat zich niet uit over haar ambities na de verkiezingen. Onder het partijkader gaan echter de nodige stemmen op die zeggen dat Nahles de beste keus zou zijn om de SPD in de oppositie weer een links profiel te geven.

Posted on

Wie wil er, behalve ISIS, nog meer een oorlog tussen Amerika en Iran?

“Iran moet vrij zijn. De dictatuur moet vernietigd worden. Containment is appeasement en appeasement is overgave.”

Zo wijst onze Churchill, Newt Gingrich, terzake van Iran, het containmentbeleid van de hand. Een beleid dat ontwikkeld werd door George Kennan en uitgevoerd door negen Amerikaanse presidenten en dat leidde tot een overwinning zonder bloedvergieten in de Koude Oorlog.

Waarom is containment overgave? “Omdat vrijheid overal bedreigd wordt zolang deze dictatuur aan de macht blijft”, aldus Gingrich. Maar hoe wordt de vrijheid van Amerikanen bedreigd door een bewind met 3 procent van het Amerikaanse BBP en dat al bestaat sinds Jimmy Carter president was?

Gelukkig heeft Gingrich een leider gevonden om het Iraanse bewind omver te werpen en de vrijheid van de mensheid veilig te stellen. “In ons land was dat George Washington en … de markies de Lafayette. In Italië was het Garibaldi”, aldus Gingrich. Wie heeft hij gevonden, die zich kan meten met Washington en Garibaldi? Maryam Rajavi.

Wie is dat? De leider van de Nationale Verzetsraad van Iran of de Iraanse Volksmoedjahedien, die tegen de sjah waren, braken met de oude Ayatollah, samenspanden met Saddam Hoessein en tot 2012 door het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken als een terroristische organisatie beschouwd werden.

Op de conferentie van deze organisatie in Parijs eerder deze maand waar Gingrich sprak, en de spreekvergoeding was naar verluidt uitstekend, waren John Bolton en Rudy Giuliani ook te vinden. Giuliani sprak van de tweemaal verkozen president Hassan Rouhani als “een gewelddadige, wrede moordenaar” en stelde dat “de tijd gekomen is voor regime change.”

Ook Bolton deed een duit in het zakje: “Teheran is niet slechts een kernwapendreiging, het is niet slechts een terroristische dreiging, het is een conventioneel gevaar voor iedereen in de regio”. En derhalve “zou het omver werpen van het bewind van de moellahs in Teheran het officiële beleid van de Verenigde Staten van Amerika moeten zijn”. We zullen het samen vieren in Teheran in 2019, zo verzekerde Bolton zijn toehoorders van de Nationale Verzetsraad van Iran.

Succes! Maar zoals de New York Times gisteren stelde, drijft al deze praat, die overal in Washington weerklinkt, ons recht naar een oorlog. “Een patroon van provocatieve woorden, expliciete dreigementen en acties – van president Trump en enkele van zijn vooraanstaande medewerkers, alsmede van soennitische Arabische leiders en Amerikaanse activisten – voert spanningen op die kunnen leiden tot gewapend conflict met Iran.”

Is dat wat Amerika wil of nodig heeft – een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, tegen een land dat drie keer zo groot is als Irak? Zouden, na Afghanistan, Irak, Libië, Syrië en Jemen, Amerika en de wereld gediend zijn met een oorlog met Iran die een soennitisch-sjiitische godsdienstoorlog in het hele Midden-Oosten zou kunnen ontketenen?

Bolton noemt Iran een “kernwapendreiging”. Maar in 2007 verklaarden alle Amerikaanse inlichtingendiensten met grote zekerheid dat Iran geen kernwapenprogramma had. Ze herhaalden dit in 2011. Onder de kerndeal heeft Iran bijna al zijn uranium geëxporteerd, is het land gestopt met verrijken tot 20 procent, heeft het duizenden centrifuges stilgelegd, beton in de kern van zijn zwaar water-reactor gegoten en staat het VN-inspecteurs toe om alle faciliteiten uit te kammen.

Zou Iran, ondanks dit alles, een geheim kernwapenprogramma runnen? Of is dit oorlogspropaganda die bedoeld is ons nog een oorlog in het Midden-Oosten in te slepen? Om de waarheid te achterhalen, zou de commissie Buitenlandse Zaken van de senaat de hoofden van de CIA en DIA en de Director of National Intelligence op moeten roepen, om in een publieke zitting te getuigen.

Men zegt ons dat we ook geplaagd worden door een sjiitische halve maan die opkomt en zich uitstrekt van Beiroet tot Damascus, Bagdad en Teheran. Maar wie heeft deze sjiitische halve maan tot stand gebracht? Het was George W. Bush die bevel gaf tot het omver werpen van het soennitische bewind van Saddam, waardoor Irak in handen kwam van zijn sjiitische meerderheid. Het was Israël wiens invasie en bezetting van Libanon van 1982 tot 2000 het sjiitische verzet voortbracht dat nu bekend staat als Hezbollah. En wat Bashar al Assad in Syrië aangaat, zijn vader stuurde troepen om zij aan zij met de Amerikanen te vechten in de Golfoorlog.

Het bewind van de ayatollahs, de Islamitische Revolutionaire Garde en de Basji-militie staan vijandig tegenover Amerika. Maar Iran wil geen oorlog met de Verenigde Staten – en met goede reden. Iran zou aan stukken geslagen worden als Irak, en zijn onvermijdelijke opkomst als het grootste en meest ontwikkelde land aan de Perzische Golf zou afgebroken worden.

Bovendien hebben we gemeenschappelijke belangen: Vrede in de Perzische Golf, waarvandaan Irans olie vloeit en waarzonder Iran niet kan groeien, zoals Rouhani beoogt, door Irans banden met Europa en de ontwikkelde wereld te verdiepen.

En we hebben gemeenschappelijke vijanden: ISIS, al Qaida en al de soennitische terroristen wiens wildste droom het is om hun Amerikaanse vijanden hun sjiitische vijanden te zien bevechten. Wie wil er nog meer een Amerikaanse oorlog met Iran, behalve ISIS?

Helaas is hun getal legio: Saoedi’s, Israëli’s, neocons en hun denktanks, websites en magazines, haviken in beide partijen op Capitol Hill, democratie-kruisvaarders en velen in het Pentagon die hun gram willen halen voor wat door Iran gesteunde sjiitische milities in Irak gedaan hebben.

President Trump neemt een sleutelpositie in. Als hij doet wat de oorlogspartij wil, zal dat zijn nalatenschap zijn, zoals de Irakoorlog de nalatenschap is van George W. Bush.

Posted on

Nieuwe Duitse president gevierd als ‘anti-Trump’

De pas gekozen Duitse president Frank-Walter Steinmeier (SPD) wordt door zijn politieke vrienden gevierd als ‘anti-Trump’. En het klopt ook dat het nieuwe staatshoofd van de Bondsrepubliek het tegendeel van de volkstribuun aan de andere zijde van de grote plas is.

Steinmeier personifieert namelijk als loepzuivere beroepspoliticus, die sinds zijn afstuderen met niets anders zijn levensonderhoud bestreden heeft dan met politiek, de in Duitsland en de rest van Europa gangbare verschijningsvorm van het politieke establishment, waarvoor politiek een businessmodel is.

Met de belofte dit establishment ten gunste van het volk van de macht te verstoten, heeft Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen.

Het is veelzeggend dat Trump zijn ambt dankt aan een verkiezing door het volk, terwijl Steinmeier door zijn collega’s op het schild geheven werd. Trump, die als zij-instromer de politiek niet nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien, dreigt met zijn wereldwijde aanwezigheid in de media het businessmodel van het politieke establishment te slopen.

Maar de beroepspolitici laten zich natuurlijk niet stilletjes de kaas van het brood eten. Het verbaast dan ook niet dat de zich anders zo graag als diplomaat en staatsman presenterende oud-minister van Buitenlandse Zaken zich kwaad maakt wanneer het om Trump gaat en de Amerikaanse president als “schreeuwlelijk” en “haatprediker” beschimpt.

Je mag toch hopen dat het Steinmeier en de rest van het Duitse politieke establishment niet zal lukken om het Duitse volk en de middelen van de Duitse staat voor hun eigengereide strijd te misbruiken en tegen Trump in stelling te brengen.

Posted on

Duitsland: Partijkartel houdt nepverkiezing

De speciaal daarvoor samengeroepen bondsvergadering heeft zondag Frank-Walter Steinmeier, die tot voor kort minister van Buitenlandse Zaken was, tot president van de Bondsrepubliek Duitsland gekozen.

Steinmeier kreeg 931 van de uitgebrachte 1253 stemmen, of 74,3 procent. Hij had dan ook de steun van alle kartelpartijen, van zijn eigen SPD en van coalitiegenoten CDU en CSU, maar ook van de Groenen en de liberale FDP. Zodoende was er maar een stemronde nodig om Steinmeier te verkiezen en stond het eigenlijk van tevoren al vast dat hij het zou worden.

Niet altijd zo voorspelbaar

Verkiezingen voor de bondspresident waren in de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland niet altijd zo voorspelbaar. Als spannendste geldt de verkiezing in 1969. In Bonn regeerde toen voor het eerst een grote coalitie van CDU/CSU en SPD. De verkiezingen werden toen tamelijk onverwacht gewonnen door de sociaaldemocraat Gustav Heinemann, doordat hij met steun van de FDP zes stemmen meer behaalde dan minister van Defensie Gerhard Schröder (CDU). Dat was een eerste teken van de nieuwe regeringscoalitie die SPD en FDP na de verkiezingen voor de bondsdag van die herfst zouden vormen.

De meeste verkiezingen waren echter veel minder spannend en de winnende kandidaat werd dan ook vaak door de coalitiepartijen bepaald. Waarbij er in de regel twee echte kanshebbers waren, één uit het linkse en één uit het rechtse kamp.

Spannend werd het opnieuw in 1974 toen de door de SPD ondersteunde FDP-kandidaat Walter Scheel het van uitdager Richard von Weizsäcker (CDU) won. Tien jaar later zou die laatst alsnog staatshoofd worden. En in 1994 had Roman Herzog maar liefst drie stemrondes nodig om het van Johannes Rau te winnen. Vijf jaar later werd Rau dan alsnog president. De kortste ambtstijd van alle presidenten had de CDU-politicus Christian Wulff, die in 2010 door Merkel in het zadel werd gehesen. Na amper twee jaar vol schandalen was in de zomer van 2012 de weg vrij voor de voormalige DDR-burgerrechtenactivist Joachim Gauck, waartegen Merkel inmiddels geen bezwaar meer durfde te maken.

Partijkartel

In 2017 was er echter maar één stemronde nodig en was van tevoren duidelijk dat Steinmeier niet kon verliezen. Hij had immers de steun van alle vijf nog bestaande partijen die tot nu toe op federaal niveau aan de regering hebben deelgenomen.

De kartelpartijen hebben daarmee nog maar eens duidelijk gemaakt welke omvang de consensus tussen deze partijen heeft aangenomen. Voor de Alternative für Deutschland, die komend najaar tot de Bondsdag hoopt door te dringen, is dat een cadeautje. De partij kan met dit punt namelijk nog eens goed in de verf zetten dat er behoefte is aan een echte oppositiepartij in het federale parlement.

De Alternative für Deutschland wil overigens ook dat de president in de toekomst niet meer door een speciale bondsvergadering gekozen wordt, maar in directe verkiezingen door het volk gekozen kan worden.

Overigens is de AfD niet de enige die bezwaar maakt tegen de gang van zaken in de presidentsverkiezingen. Hoewel ze geen kans maakten, waren er namelijk ook tegenkandidaten opgesteld. Daarvan behaalde Christoph Butterwegge met 128 stemmen, duidelijk meer dan alleen de 95 stemmen van de afgevaardigden van de socialistische partij Die Linke die hem kandidaat gesteld had. Kennelijk zijn er dus ook afgevaardigden van andere linkse partijen die hem hun stem hebben gegeven. AfD-kandidaat Albrecht Glaser kreeg 42 stemmen, terwijl er slechts 35 AfD-afgevaardigden waren, waarvan er één ziek was. En Alexander Hold kreeg 25 stemmen, terwijl er slechts 11 afgevaardigden van de Freie Wähler waren. En dan waren er nog maar liefst 103 onthoudingen.

Frank-Walter Steinmeier mag dan net als Joachim Gauck in 2012 alle kartelpartijen achter zich hebben gehad, de grotere steun voor de tegenkandidaten en het grote aantal onthoudingen maken wel duidelijk, dat intussen zelfs niet alle afgevaardigden van de kartelpartijen meer in dit spelletje doorgestoken kaart geloven.

Posted on

Uitkomst Duitse presidentsverkiezingen staat al vast

Aanstaande zondag (12 februari) kiest de bondsvergadering van de Bondsrepubliek Duitsland een nieuw staatshoofd. Dat Frank-Walter Steinmeier (SPD, tot voor kort minister van Buitenlandse Zaken) het wordt, is een uitgemaakte zaak. In de geschiedenis van de Bondsrepubliek was er zelden zoveel eenstemmigheid voorafgaand aan het samenkomen van de Bondsvergadering als deze keer.

Frank-Walter Steinmeier zal zondag tot nieuwe bondspresident gekozen worden, dat is duidelijk. De scheidende SPD-leider Sigmar Gabriel, die Steinmeier inmiddels is opgevolgd als minister van Buitenlandse Zaken, speelde een belangrijke rol in het regelen hiervan met bondskanselier en CDU-leider Angela Merkel.

De samenstelling van de 16e bondsvergadering, die 12 februari de opvolger van Joachim Gauck kiest, wordt bepaald door de samenstelling van de bondsdag en de landdagen. De ene helft van de bondsvergadering bestaat uit alle leden van de bondsdag en de andere helft uit evenveel leden die door de landdagen zij gekozen. Bij elkaar zijn dat 1260 kiesmannen en – vrouwen, die de bondsvergadering vormen en in de Rijksdag in Berlijn in zitting bijeen zullen komen.

Er was echter ook kritiek op de nominatie van Steinmeier. Zo verklaarde de fractievoorzitter van de Piratenpartij in de landdag van Noord-Rijnland-Westfalen, Michele Marsching: “De Piraten zullen niet op de door handjeklap uitonderhandelde kandidaat Steinmeier stemmen. Wij hebben vanaf het begin duidelijk gemaakt dat we eigenlijk directe verkiezingen zouden willen, juist om een situatie zoals die nu ontstaan is te voorkomen.” De Piraten spelen politiek  echter nauwelijks een rol en binnenkort zullen ze hun zetels in de landdagen van Saarland, Sleeswijk-Holstein en Noord-Rijnland-Westfalen hoogstwaarschijnlijk verliezen, zoals vorig jaar in Berlijn al gebeurde.

Ze staan echter niet alleen in hun kritiek. Ook binnen de CDU waren er velen die kritiek uitten op de onderhandse afspraak van de bondskanselier met de sociaaldemocraten. Zelfs Merkels minister van Financiën Wolfgang Schäuble kwalificeerde de beslissing als “nederlaag” en presidiumlid Jens Spahn stelde, “dat met het oog op de om zich heen grijpende onvrede over de politiek meer concurrentie goed geweest zou zijn”.  Zo staan naast Steinmeier, die door regeringspartijen SPD, CDU en CSU gesteund wordt, maar ook door de Groenen en de links-liberale FDP, nog enkele kandidaten die geen reële kans hebben gekozen te worden.

De socialistische partij Die Linke heeft de armoede-onderzoeker Christoph Butterwege naar voren geschoven, die vroeger bij de SPD actief was en als criticus van de ‘Agenda 2010’ (de hervorming van de arbeidsmarkt en het uitkeringsstelsel onder het tweede kabinet van Gerhard Schröder n.a.v. de Lissabon-Strategie) geldt. Steinmeier verdedigt tot op heden deze hervormingen en dat is dan ook de reden dat Die Linke zijn kandidatuur niet wilde steunen.

De nationaal-conservatieve Alternative für Deutschland koos op haar federale partijcongres op 29 april jongstleden Albrecht Glaser als kandidaat. De voormalige penningmeester van het stadsbestuur van Frankfurt am Main mag met de televisierechter Alexander Hold om de derde plaats strijden. Hold is genomineerd door de Freie Wähler en kan mogelijk ook op stemmen van de Piraten rekenen.

Dat Steinmeier al in de eerste stemronde de benodigde absolute meerderheid van de stemmen zal krijgen, staat buiten kijf. De vraag is alleen nog hoeveel stemmen hij krijgt vanuit de coalitiepartijen. Zo zou de socialistische Butterweg stemmen van ontevreden bondsvergaderingsleden van de SPD kunnen trekken en zou AfD-kandidaat Glaser misschien de stem van enkele CDU-politici kunnen krijgen. In het Konrad Adenauer Haus in Berlijn zitten ze er in ieder geval niet op te wachten dat de AfD-kandidaat meer stemmen behaalt dan die van de 35 kiesmannen die de partij zelf naar Berlijn afvaardigt.

Posted on

Hoe rattenvanger Martin Schulz de positie van Angela Merkel bedreigt

Martin Schulz, die onlangs werd aangewezen als kandidaat bondskanselier van de SPD, doet het voorkomen alsof hij niets heeft bijgedragen aan de huidige problemen. Maar dat is ver bezijden de waarheid.

De publieke reactie op de kandidatuur van Martin Schulz valt overwegend positief uit. Een ding kan de nieuwe SPD-leider niet ontzegd worden: Hij is een begenadigd demagoog, ook al maken establishment-vriendelijke journalisten als talkshow-presentatrice Anne Will het hem ook uiterst makkelijk om zichzelf op de door hem gewenste manier over het voetlicht te brengen.

Angela Merkel zou er dan ook goed aan doen deze uitdager serieus te nemen. Net als de CDU-leider is Schulz er vooral op gericht bepaalde stemmingen en sentimenten te mobiliseren. Maar hij lijkt dit vakkundiger aan te pakken dan de vaak als koel en star waargenomen Merkel.

Schulz weet zijn levensloop vakkundig uit te spelen om zich als geloofwaardige advocaat van de kleine man te stileren: Afkomstig uit een eenvoudig milieu en met een loopbaan gekenmerkt door biografische breuken, is hij er in geslaagd aan de politieke top te geraken, zonder zijn gevoel voor het lot van de “vele hard werkende mensen” te verliezen, zo luidt de eindeloos herhaalde boodschap.

Door Angela Merkel “versociaaldemocratiseerd” te noemen en haar spottend tot “zakelijk voorzitter van een sociaaldemocratische regering” te verklaren, drijft hij de CDU-leider bovendien in een val, die ze voor zichzelf gespannen heeft door steeds verder naar links op te schuiven. Schulz wijst haar daarmee, zoals de Duitsers zeggen, een plaats tussen de stoelen toe.

Voor de SPD-leider is deze tactiek echter ook niet zonder risico. Met zijn indeling van Merkel verraadt hij in welke mate de SPD of de sociaaldemocratie Duitsland en Europa gebracht hebben in de situatie waarin ze nu verkeren. Schulz treedt tegelijk echter op alsof hij uit schuim geboren is, geheel onbevlekt door de noodlottige missers van de politiek – in Brussel zo goed als in Berlijn – tot nu toe.

Maar dat is hij natuurlijk niet: Als voorzitter van het Europees Parlement maakte hij tamtam voor bijvoorbeeld de vergemeenschappelijking van Europese staatsschulden en voor nog meer geld naar Griekenland. EU-politici als Schulz hebben het politieke kader geschapen waarin voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi zijn noodlottige nul rentebeleid kan voeren. Dat gaat allemaal ten koste van juist die “hard werkende mensen” in Duitsland, waar Schulz zo’n hart voor zegt te hebben.

Ondanks de asielvloed viel hij de Hongaarse premier Viktor Orbán in de rug aan, toen die Duitsland in 2015 voor een ramp bewaarde door de grens af te sluiten. En tenslotte staat Schulz symbool voor de los gezongen Brusselse elite, die in haar arrogante onfeilbaarheidswaan de EU aan de rand van uiteenvallen gebracht heeft. Wie in Engeland voor de Brexit wierf, hoefde maar op Schulz als vleesgeworden argument te wijzen of hij kon al weer op een paar extra stemmen rekenen.

Martin Schulz staat kortom niet voor een nieuw begin, hij staat voor de demagogisch slim verpakte voortzetting van een verkeerd beleid.