Posted on

MH17-onderzoeker op Oekraïense ‘blacklist’-site Myrotvorets

Max van der Werff Myrotvorets

Max van der Werff, een Nederlander die onderzoek deed naar het neerhalen van de MH17, is op de Oekraïense website Myrotvorets gezet. Deze site plaatst de namen en persoonlijke gegevens van mensen die het als ‘anti-Oekraïens’ beschouwt. Er zijn al eens een journalist en een politicus vermoord, kort nadat hun gegevens op deze site gezet werden.

Max van der Werff is bekend vanwege zijn MH17-onderzoek en zijn eerdere onderzoek naar Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië ten tijde van de zogeheten politionele acties in dat land. Eerder dit jaar bracht Van der Werff samen met regisseur en documentairemaakster Yana Yerlashova de documentaire MH17: Call for Justice uit. Daarin wordt kritisch gekeken naar het MH17-onderzoek door het JIT en ook de rol van Oekraïne. De documentaire brengt onder andere aan het licht dat telefoongesprekken die een belangrijke rol spelen in de MH17-zaak zijn bewerkt door de Oekraïense geheime dienst SBOe.

“Propaganda voor het agressorland”

Van der Werff is op de website gezet vanwege “aantasting van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne”, het “illegaal de Oekraïense grens oversteken” en “deelnemen aan het maken van propaganda voor Rusland (het agressorland) tegen Oekraïne”, aldus Myrotvorets.

Max van der Werff op Myrotvorets

Vermoord na plaatsing op Myrotvorets

Myrotvorets is een website die functioneert als een databank van mensen die kritisch staan tegenover het Oekraïens-nationalistische discours rond het conflict in het oosten. De website houdt de namen bij, e-mailadressen en in veel gevallen zelfs huisadressen van mensen die zich hebben verzet tegen Oekraïne. Bijvoorbeeld van soldaten die in de DNR en LNR vechten, maar even goed ook van politici en journalisten die zich kritisch verhouden tot de machthebbers in Kiev. Dit leidde er al toe dat in 2015 de Oekraïense schrijver Oles Buzina en Oekraïens parlementslid Oleg Kalashnikov vermoord werden vlak nadat zij op deze website waren geplaatst.

Oproep Duitse regering tot sluiting Myrotvorets genegeerd

In 2018 riep het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Oekraïne op om de website te sluiten. Die oproep kwam nadat Myrotvorets de voormalig bondskanselier Gerhard Schröder op de site zette, vanwege zijn vermeende goedkeuring van het Russische handelen op de Krim. Myrotvorets reageerde hierop door te stellen dat de oproep van het Duitse ministerie een “aanval op de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne” was en een “rechtvaardiging van de Russische agressie tegen Oekraïne”.

Bont gezelschap op Myrotvorets

Bekende personen die op de website staan zijn de Amerikaanse acteur Steven Seagal en zelfs de voormalige president van Georgië en gouverneur van Odessa Michail Saakasjvil, nadat hij uit de gratie viel in Oekraïne.

Reactie Max van der Werff

“Ik laat dit niet over mijn kant gaan”, stelt Max van der Werff tegenover Novini. Van der Werff vraagt zich af of het alleen propaganda en een poging tot intimidatie is van Myrotvorets of dat er ook een officiële aanklacht tegen hem is. De documentairemaker overweegt juridische stappen tegen Myrotvorets.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) reageerde niet op een e-mailverzoek van Novini om commentaar.

http://www.novini.nl/nieuwe-mh17-documentaire-met-belangrijke-getuigen/

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 1 Comment

Laat internationale jihadisten gewoon door Syrië berechten

Nu het rijk van ISIS, al Qaida en de andere salafistische moordenaars- en plunderbendes in Syrië en Irak ten einde loopt stelt zich de vraag wat er met hen moet gebeuren. Voor de VS en hun huurlingen van de YPG/PKK is dat simpel: De westerse landen moeten hen gewoon terugnemen en er daarna mee doen wat ze willen.

Een wel erg merkwaardige redenering. Deze uit allerlei landen van Indonesië over Mali tot Frankrijk, Nederland en België afkomstige huurlingen moeten niet in hun thuislanden berecht worden maar moeten hun gerechtigde straf krijgen in de landen waar ze hun zware misdaden begingen. En dat zijn Irak en Syrië.

Territoriale integriteit

Zowel Nederland als België onderhouden nog steeds officiële relaties met de regeringen in Bagdad en Damascus en dienen gewoon de rechten van die staten te respecteren zoals onafhankelijke naties horen te doen. Als een Syriër hier een moord begaat gaan we die toch ook niet naar Syrië sturen om hem ginds te laten berechten? Neen, dan is er werk aan de winkel voor de Belgische of Nederlandse rechtbanken. Toch heel simpel.

Wat Syrië in het Belgische geval kan en moet doen is zorgen voor juridische bijstand voor haar landgenoot. Hetzelfde voor diegenen die in Bagdad en Damascus voor de rechter zouden verschijnen waar onze ambassades dan legale bijstand moeten verlenen. Meer niet.

Abdoelhamid Abaaoud
Abdoelhamid Abaaoud, een van de Belgische ‘idealisten’ die het niet overleefden. Moeten wij zijn nog overlevende collega’s echter naar hier halen zodat zij in Syrië en Irak hun rechtmatige straf ontlopen? Het voorstel is een pure schande. Laat hen ginds verder rotten. Ze moesten nu eenmaal naar ginds vertrekken.

Zelfs al zijn het gruwels zoals Mehdi Nemmouche. Bijstand is essentieel. Worden zij vrijgesproken of krijgen zij effectief de doodstraf dan is dan niet onze zaak maar die van de rechtbanken in Syrië of Irak.

Bovendien is het weghalen van die jihadisten een grove schending van het internationaal recht. Wij hebben gewoon het recht niet om hen daar weg te halen. Het zou het schenden van de territoriale integriteit van die landen betekenen. En dat is op zich toch een crimineel feit.

Maar ja, in de redenering van onze westerse regeringen bestaat er niet zoiets als de onschendbaarheid van de Syrische of Iraakse grenzen. Wij zijn de meester en zij, de knechten, moeten naar onze bevelen luisteren. Dat is toch complete waanzin.

Syrisch garnizoen

We moeten simpelweg de zaak overlaten aan het gerechtelijk apparaat van die landen. Het is bovendien een grote besparing voor onze begrotingen en het betekent ook dat ze ginds blijven zitten in allerlei gevangenissen, eventueel wachtend op hun executie.

Verder is de Syrische staat, inclusief een stevig garnizoen van het Syrische leger, in dit gebied aanwezig zowel in de provinciale hoofdstad Hasaka als in het aan de Turkse grens gelegen Qamishli. Die moeten die zaak ter hand nemen. Laat hen gewoon hun werk doen.

Ook betekent dit dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheidsproblematiek hier. Wat kan gemakkelijker zijn? Onze politici moeten dan zelfs niet wakker liggen over een eventueel ongeruste publieke opinie. Ze kunnen zonder zorgen gaan slapen.

En het risico op een heel zware (dood)straf zal in die landen zeker groter zijn dan hier waar ze er misschien met vijf jaar – ‘mijnheer, ik was er ambulancier’ – van af komen. Want hoe verzamel je hier bewijslast tegen dat uitschot? Moeten wij onze al overbelaste magistraten en politiemensen hiermee nog gaan belasten? Kom nou!

Posted on

Confrontatie in Zee van Azov heeft voorgeschiedenis

Opnieuw heeft zich een serieus incident voorgedaan vlakbij de Zee van Azov. Ditmaal heeft Rusland beslag gelegd op een aantal schepen van Oekraïne. De reden hiervoor zou zijn dat de schepen, die zich binnen de territoriale wateren van Rusland bevonden op het moment van het incident, weigerden bevelen van de Russische douane op te volgen. Bij het incident zou door Russische schepen geschoten zijn op de Oekraïense.

Op zondag gaf de Russische marine een aantal foto’s vrij van manoeuvres uitgevoerd door Russische en Oekraïense marineschepen. Op de foto is duidelijk te zien dat één van de Oekraïense schepen op ramkoers lag naar een (bijna) stilliggend Russisch douaneschip. Pas op het laatste moment brak het Oekraïense schip haar koers af.

Rammen

Ook de Oekraïense marine publiceerde een foto van het rammen van een Oekraïense sleepboot door een Russisch schip van de kustwacht. Gemeld moet worden dat de foto waarschijnlijk is genomen vanaf het beeldscherm van een wapensysteem. Kort daarop publiceerde de Russische marine een video gemaakt vanaf de brug van het Russische douaneschip. Op de video is duidelijk te zien dat het Russische schip opzettelijk de Oekraïense sleepboot ramt. Direct na het incident werden twee SU25-grondaanvalsvliegtuigen en een KA52-gevechtshelikoper ingezet in het gebied rond de brug over de Straat van Kertsj.

Tijdens de confrontatie tussen de Russische en Oekraïense schepen zouden de Russische schepen hebben gevuurd op de Oekraïense. Hierbij zouden 3 tot 6 mensen gewond zijn geraakt. De drie Oekraïense marineschepen, inclusief de sleepboot werden vervolgens in beslag genomen door de Russische marine. De schepen liggen op het moment van schrijven in de haven van Kertsj en hun bemanning is gearresteerd.

Verklaring Rusland

De Russische FSB op de Krim verklaarde dat de Oekraïense schepen illegaal de grens over waren gestoken. De schepen zouden volgens de FSB gevaarlijke manoeuvres hebben uitgevoerd, ook zouden ze niet zijn opgenomen in een rooster voor doorgang van de straat. Doorvaart verloopt volgens persbureau TASS via een schema.

In een recente verklaring van de Russische minister van buitenlandse zaken, Sergej Lavrov, (overigens gemaakt de dag vóór het incident), stelde hij:

“Laat me jullie eraan herinneren dat de straat van Kertsj (waar het incident plaats zou vinden), geen straat is die wordt gereguleerd door de internationale wet. Het is een straat die Russisch is, en niet toevallig waren we daar genoodzaakt onze grenscontrole en militaire krachten te versterken in de regio, nadat Oekraïense overheidsfunctionarissen eenzijdig beloofden de brug op te blazen.”

Afsluiten Straat van Kertsj voor scheepvaart

Na het incident sloot Rusland de doorgang naar de Zee van Azov af. Rusland deed dit door een vrachtschip onder de brug te plaatsen waardoor doorvaart onmogelijk werd. Veel vrachtschepen (de meesten met Russische havens als eindbestemming) waren daardoor gedwongen te wachten tot hen doorvaart werd verleend. Inmiddels is de doorgang naar de Zee van Azov weer vrijgegeven. Op maandagmorgen om 10.00 uur was de doorvaart naar de Zee van Azov onder de Kertsj-brug door weer geopend.

Staat van beleg

Als antwoord op de beslaglegging op de Oekraïense schepen hebben de Oekraïense veiligheidsraad en de president en vanochtend aan het parlement voorgesteld een staat van beleg af te kondigen over geheel Oekraïne. De staat van beleg geldt vooralsnog voor een duur van 60 dagen.

Onder de staat van beleg zijn demonstraties en stakingen verboden. Ook worden verkiezingen uitgesteld onder de staat van beleg. Daarmee zou de staat van beleg zo’n twee maanden voor de presidentiële verkiezingen van 31 maart 2019 ten einde komen. Ook kunnen onder de staat van beleg media worden gesloten indien ze een grondwettelijke bedreiging vormen voor Oekraïne.

Verder meldde de generale staf van Oekraïne op Facebook dat de Nationale Veiligheidsraad het bevel had gegeven alle Oekraïense troepen in de hoogste staat van paraatheid te brengen.

Internationale reacties

Ook de VS, Canada en de NAVO veroordeelden het Russische handelen. De VN Veiligheidsraad komt vandaag bijeen over het incident. Een NAVO-woordvoerder verklaarde:

“De NAVO steunt Oekraïnes soevereiniteit en territoriale integriteit volledig, inclusief haar vrijheid van navigatie in haar territoriale wateren. We roepen Rusland op om ongehinderd toegang te geven tot Oekraïense havens in de Zee van Azov in overeenstemming met het internationale recht.”

Voorzitter van de Europese Commissie Donald Tusk liet zich in vergelijkbare termen uit:

“Ik veroordeel het Russische gebruik van geweld in de Zee van Azov. Russische autoriteiten moeten de Oekraïense matrozen en schepen teruggeven en zich onthouden van verdere provocaties. Ik heb de situaties besproken met president Porosjenko en zal zijn vertegenwoordiger later vandaag ontmoeten. Europa is verenigd in haar steun voor Oekraïne.”

Voorgeschiedenis

De situatie in de Zee van Azov is al lange tijd gespannen. In maart legde Oekraïne beslag op een Russisch schip omdat het de Krim had aangedaan. Rusland begon als antwoord met het uitgebreid inspecteren van vrachtschepen in de Zee van Azov. Recentelijk maakte de Oekraïense douane bekend dat inmiddels 15 schepen zijn vastgezet in Oekraïense havens voor het bezoeken van de Krim.

Posted on

Europese landen veroordelen situatie Zee van Azov en verkiezingen in Donbass

Het Europees Parlement heeft een resolutie aangenomen waarin het de EU oproept om Rusland strengere sancties op te leggen indien de situatie in de Zee van Azov verslechtert. Daar bovenop hebben een aantal Europese landen Rusland opgeroepen om de verkiezingen van 11 november in Donbass tegen te houden.

In de resolutie van het Europees Parlement wordt het handelen van Rusland in de Zee van Azov veroordeeld. Het Europees Parlement stelt dat de inspecties die Rusland in de Zee van Azov uitvoert in strijd zijn met VN-Zeerechtverdrag.

“Hoewel de situatie in de Zee van Azov werd aangekaart in het bilateraal verdrag van 2003 tussen Oekraïne en Rusland, die deze gebieden als interne wateren van de twee staten oormerkt en beide partijen de mogelijkheid geeft om verdachte schepen te inspecteren, garanderen de overeenkomst van 2003 en het VN-Zeerechtverdrag vrijheid van navigatie.”

Het EP wijst er verder op dat de brug in Kertsj tussen de Krim en (de rest van) Rusland illegaal gebouwd zou zijn en dat door de brug 20% van de schepen niet meer door zou kunnen varen. Eveneens stelt het dat de brug ecologische schade teweegbrengt. De resolutie waarschuwt verder voor het risico dat Rusland gasvelden in de Zee van Azov in kan nemen. De resolutie veroordeelt verder ook het ongerelateerde bloedbad op een school in Kertsj.

Situatie in Zee van Azov

In maart van dit jaar heeft Oekraïne een vissersboot, de Nord, vastgezet. De vissersboot had haar thuishaven in de door Rusland gecontroleerde Krim. Ondanks dat Oekraïne geen controle meer uitoefent over de Krim, beschouwt Kiev het schiereiland nog altijd als haar eigen grondgebied en wil zodoende nog altijd bepalen wie er wel en wie niet mag komen. Het reizen naar de Krim (net als naar Donbass overigens) via Russisch territorium geldt volgens de Oekraïense wet als ‘illegaal de Oekraïense grens oversteken’. Dit heeft al tot veel bijzondere situaties geleid, waaronder dat een Russische zangeres die in de Krim heeft opgetreden de toegang tot Oekraïne werd geweigerd om daar deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival in Oekraïne in 2017. Een dergelijk verbod om de Krim of de Donbass via Russisch territorium binnen te reizen is daarmee ook een verkapte sanctie tegen deze gebieden.

Hoewel de Krim de facto Russisch is en ook uit een referendum en meerdere onafhankelijke peilingen is gebleken dit feit ook door de bevolking wordt ondersteund, geldt de Krim voor verreweg de meeste landen nog altijd als onderdeel van Oekraïne. De situatie die door het vastzetten van de Nord is ontstaan, namelijk het aantasten van economische belangen op grondgebied dat Rusland als haar eigen beschouwt, kan dus niet via internationale organen worden aangekaart omdat zij de Krim als Oekraïens beschouwen. Bijgevolg werd er geantwoord door een groot deel van de schepen die naar Oekraïense havens varen te inspecteren. De inspecties leverden de desbetreffende rederijen tijdverlies en daarmee kosten op. De inspecties gelden als legaal, aangezien Oekraïne en Rusland een verdrag hebben gesloten dat zij de Zee van Azov als een gedeelde binnenlandse zee zien. Het gevolg is dus dat de Russische inspecties een de facto sanctie is voor het vasthouden van de Nord door Oekraïne.

http://www.novini.nl/met-marinebasis-en-navo-oefening-wil-oekraine-rusland-onder-druk-zetten-in-zee-van-azov/

De situatie leidt tot spanningen in de Zee van Azov tussen Oekraïne en Rusland. Beide landen hebben al meerdere marineschepen naar de zee verplaatst. Aangezien Oekraïne zelf geen marine van betekenis heeft, heeft de steun van het EP en ook een aantal oefeningen die NAVO-landen met de bescheiden Oekraïense marine hebben gedraaid een aanzienlijke betekenis. Daarnaast wordt er door de VS momenteel overwogen om Oekraïne Oliver Hazard Perry-klasse fregatten te leveren. Hier moet echter nog over besloten worden.

http://www.novini.nl/nederlands-fregat-houdt-oefening-met-oekraiense-marine/

Verkiezingen Donbass

Na de aanslag op het hoofd van de Volksrepubliek Donetsk (DNR), Zachartsjenko, werden snel daarna verkiezingen georganiseerd voor een opvolger voor Zachartsjenko. Deze verkiezingen staan momenteel gepland voor 11 november. Tegelijk met de verkiezingen in de DNR worden ook de in Volksrepubliek Loegansk (LNR) soortgelijke verkiezingen gehouden.

In de aanloop naar een zitting van de VN-veiligheidsraad heeft een aantal Europese landen, waaronder ook Nederland, de verkiezingen in een verklaring veroordeeld. In de verklaring van de landen wordt Rusland opgeroepen haar invloed aan te wenden op de DNR en LNR om deze verkiezingen tegen te houden.

“Als deze illegitieme ‘verkiezingen’ doorgang vinden, dan is het een overtreding van het Minsk-akkoord en de wet van Oekraïne. Alle soortgelijke illegale verkiezingen zijn niet-compatibel met de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne.”

De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN, Karel van Oosterom, verklaarde namens Nederland:

“Mijn eerste aandachtspunt betreft het aankondigen van lokale verkiezingen in gebieden die niet door de overheid worden gecontroleerd in het oosten van Oekraïne. We veroordelen deze illegitieme zogenaamde verkiezingen. Als ze worden gehouden, zullen deze nep-verkiezingen afspraken overtreden die onder het Minsk-akkoord zijn gemaakt en de Oekraïense wet overtreden. In overeenkomst met de Minsk-akkoorden, kunnen lokale verkiezingen in bepaalde delen van de regio’s Donetsk en Loegansk alleen plaats vinden in overeenstemming met de Oekraïense wet.”

Minsk-akkoord

Het vervangend hoofd van de DNR, Dennis Poesjilin, heeft inmiddels gereageerd op de stellingname van de landen. Hij wijst erop dat er in het Minsk-akkoord enkel over wordt gesproken dat beide partijen (Oekraïne en de DNR+LNR), zijn overeengekomen lokale verkiezingen te houden in de Donbass. Over een verbod wordt niet gerept in de akkoorden.

Rusland had voorgesteld om de vertegenwoordigers van de DNR en LNR aanwezig te laten zijn bij het debat over de verkiezingen. Het Russische voorstel werd echter van de hand gewezen. Dit overigens tot ergernis van zowel Rusland als de DNR:

Financiële en militaire steun

Rusland werd verder opgeroepen haar steun voor de DNR en LNR stop te zetten. De Nederlandse vertegenwoordiger voor de VN Karel van Oosterom verklaarde: “Rusland moet haar rol vervullen door haar financiële en militaire steun aan de separatisten te stoppen en haar militaire krachten en militair materieel terug te trekken uit het territorium van Oekraïne.”

Een dergelijke oproep is opmerkelijk; het noemen van de plaatsing van Russisch militair materieel suggereert dat Rusland het territorium veroverd zou hebben. Volgens het Verdrag van Den Haag  is de oorlogvoerende partij die een gebied bezet heeft echter verantwoordelijk voor de zorg voor de bevolking. Gezien de economische blokkade die Oekraïne het gebied heeft opgelegd zou een dergelijke oproep om de financiering van de DNR en LNR een humanitaire ramp betekenen. Een dergelijke oproep zou verder een oproep zijn het bovengenoemde verdrag te overtreden, wanneer men Rusland als oorlogvoerende partij beschouwt.

http://www.novini.nl/de-omvang-van-de-russische-aanwezigheid-in-donbass/

Posted on

Oekraïne houdt opnieuw civiel Russisch schip vast

Opnieuw heeft de Oekraïense veiligheidsdienst een Russisch vrachtschip vastgezet, ditmaal in de haven van Cherson. Over de precieze reden bestaat onduidelijkheid. In de dagen na het incident heeft Rusland een marine-oefening aangekondigd waardoor een deel van de Zwarte Zee tijdelijk werd afgezet. Tegelijkertijd heeft Oekraïne aangekondigd militaire scenarios te ontwikkelen voor de nabijgelegen Zee van Azov en de NAVO gevraagd om schepen in de Zee van Azov te escorteren.

Op 10 augustus zou het Russische vrachtschip Machanic Pogodin de haven van Cherson in Oekraïne hebben aangedaan. Kort daarna heeft de Oekraïense veiligheidsdienst (SBU) het schip vastgezet. Waarom is niet duidelijk, omdat de SBU geen verklaring heeft gegeven voor haar handelen. Wel is bekend dat de Oekraïense president van de Autonome Republiek Krim, Borys Babin (president alleen in naam omdat Oekraïne geen controle heeft over de Krim) op facebook het incident in verband heeft gebracht met het feit dat het bedrijf waartoe het schip behoort op de Oekraïense sanctielijst staat.

“Ik ben er zeker van dat [het schip] deze haven niet snel zal verlaten. Ik ben er ook zeker van dat deze keer niemand deze zaak kan verpesten. Omdat sanctiekwesties zaken en zaken van het strafrecht verschillende dingen zijn valt de controle van deze zaak binnen de kaders van onze autoriteit”, aldus Babin.

Babin beweert verder dat Russische rederijen minder schepen sturen naar Oekraïne uit vrees dat hun schepen ook worden ingenomen.

Militaire oefening

Eergisteren werd gemeld dat Rusland op 15 augustus het westelijke gedeelte van de Oekraïense kust  voor het grootste deel van de dag effectief zou hebben geblokkeerd. Verschillende vrachtschepen hebben daardoor tijdelijk hun reis moeten onderbreken. Hoewel dit bericht door diverse Oekraïense media verspreid werd, lijkt het  niet te kloppen, aangezien diverse schepen konden doorvaren. Wel moesten schepen hun koers aanpassen vanwege een Russische en een Oekraïense oefening.

Militair scenario voor Zee van Azov

De Oekraïense staatssecretaris voor ‘de tijdelijk bezette gebieden’, George Tuka kondigde in een interview aan dat er werd gewerkt aan een scenario voor ‘het opheffen van de Russische blokkade’ in de Zee van Azov, inclusief scenario’s waar geweld kon worden gebruikt. Rusland heeft sinds kort het aantal controles op vrachtschepen in de richting van Oekraïne verhoogd nadat Oekraïne een Russische vissersboot had vastgezet. Hoewel de schepen met als bestemming Oekraïne enige tijd worden opgehouden, kunnen ze na een lange controle doorvaren. Anders dan een aantal Oekraïense ministers beweren, is er dus geen sprake van een blokkade.

Hoewel het normaal is dat landen allerlei militaire scenario’s paraat hebben, ook al is er geen dreiging van oorlog, is het niet gebruikelijk om ook openlijk toe te geven dat deze scenario’s bestaan of worden ontwikkeld.

Naast de melding dat er een scenario wordt ontwikkeld waar mogelijk geweld bij kan worden gebruikt heeft Tuka ook gemeld dat er aan wordt gedacht om vrachtschepen in de Zee van Azov te laten begeleiden door schepen vanuit de VN Veiligheidsraad of NAVO. Een dergelijke marine-operatie kan Oekraïne niet zelf uitvoeren, aangezien de schepen van de Oekraïense marine daar niet modern genoeg zijn en te klein voor zijn. De slagkracht die Oekraïne eventueel zelf ten tonele kan brengen in de Zee van Azov zal daarom voornamelijk haar luchtmacht zijn.

Tezelfdertijd zijn er wederom twee Amerikaanse schepen in de Zwarte Zee aangekomen, het gaat om een transportschip en de Arleigh Burke-klasse torpedobootjager USS Carney. De aanwezigheid van deze schepen volgt op die van een aantal andere schepen die vorige maand aan oefeningen hebben deelgenomen in de Zwarte Zee.

Eerder werd een Russische vissersboot door Oekraïne vastgezet in de Zee van Azov. Het schip was naar de door Rusland gecontroleerde Krim toe gevaren. Oekraïne beschouwde dit als illegaal de Oekraïense grens oversteken omdat Oekraïne de Krim nog steeds als haar grondgebied beschouwt. Als reactie heeft Rusland het aantal schepen dat zij controleert in de de Zee van Azov fors opgevoerd waardoor schepen die naar Oekraïense havens varen vertraging oplopen.

Posted on

Spanje: Kosovo alleen bij EU als deel van Servië

Eind februari wordt een informele top van de Europese Raad gehouden, waar onder andere een nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan op de agenda staat. Spanje benadrukt naar aanleiding hiervan opnieuw dat het toetreding van Kosovo tot de EU zal blokkeren, behalve als Servische regio.

Madrid stelt zich op het standpunt dat Kosovo alleen lid kan worden van de Europese Unie, als een aparte regering binnen Servië, zo meldt het Servische dagblad Vecernje Novosti. Op deze wijze hoeft Spanje Kosovo niet als staat te erkennen. De meeste EU-lidstaten hebben de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Het eveneens Oosters-Orthodoxe Griekenland echter niet, daarnaast hebben Spanje, Roemenië en Slowakije Kosovo niet erkend, mede om de reden dat het een precedent zou scheppen voor eventuele secessie van regio’s in hun eigen land.

Spanje heeft naar aanleiding van de nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan (i.e. voormalig Joegoslavië en Albanië), bezwaar gemaakt tegen de suggestie dat Kosovo als staat toe zou kunnen treden tot de EU en hierover diverse documenten naar EU-functionarissen gestuurd. Het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde dit tegenover het Servische dagblad en stelde dat het voet bij stuk zal houden: “Het standpunt van Spanje over het niet erkennen van de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo is gebaseerd op de verdediging van de beginselen van de territoriale integriteit van staten, respect voor internationaal recht en de rule of law.”

De situatie in Catalonië lijkt de opstelling van Spanje ten aanzien van Kosovo alleen nog geconsolideerd te hebben. Vecernje Novosti roept in dit verband in herinnering dat de Europese Commissie na het illegale onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië stelde dat de situatie in Catalonië niet te vergelijken is met die in Kosovo, omdat Spanje lid is van de EU en Servië niet. Belgrado had destijds op het punt gestaan om te protesteren tegen deze dubbelhartige opvatting van het internationaal recht, maar president Aleksandar Vucic zag hier destijds op aandringen van Madrid vanaf, omdat het de situatie voor Spanje verder zou kunnen compliceren. Vucic stelde destijds ook dat hij weet hoeveel druk er op premier Mariano Rajoy wordt uitgeoefend om Kosovo te erkennen.

Posted on

Servië niet bereid Kosovo te erkennen voor EU-lidmaatschap

Servië wil graag lid worden van de Europese Unie, maar niet tegen elke prijs. Het land is niet bereid de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen als dat als voorwaarde gesteld zou worden. Dat heeft de Servische minister van Buitenlandse Zaken, Ivica Dacic, gezegd tijdens een bezoek aan de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires.

Tijdens een toespraak bij de Argentijnse Raad voor Internationale Betrekkingen (CARI) sprak Dacic zijn waardering uit voor de Argentijnse steun voor de inspanningen van Servië om zijn soevereiniteit en territoriale integriteit te bewaren.

Sprekende over Kosovo en het lidmaatschap van de Europese Unie dat Servië nastreeft, stelde Dacic:

We willen een akkoord bereiken, we willen een rechtvaardige en duurzame oplossing, maar om eenzijdig handelen te erkennen… Nooit, zelfs niet als het ons de toetreding tot de Europese Unie zou kosten.”

Dacic stelde verder de vanouds goede relaties met Argentinië en diverse andere Latijns-Amerikaanse landen aan te willen halen en grote waardering te hebben voor het respect dat deze landen tonen voor het internationaal recht ter zake van de territoriale integriteit.

Landen die de onafhankelijkheid van Kosovo erkennen (stand september 2017).

Een paar maanden geleden baarde het eveneens Latijns-Amerikaanse Suriname opzien door zijn erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo in te trekken.

Eind jaren ’90 brak in Kosovo, destijds een provincie van (romp-)Joegoslavië een guerrilla-oorlog uit tussen het zogenoemde Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) en het Joegoslavische leger. Na interventie van de NAVO werd Kosovo onder VN-bestuur gesteld om vervolgens in 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen.

Posted on

Servische minister van Buitenlandse Zaken stelt deling Kosovo voor

Het conflict om Kosovo, dat zich negen jaar geleden afscheidde van Servië, kan opgelost worden door de afvallige provincie op te delen. Dat stelt de Servische minister van Buitenlandse Zaken Ivica Dacic van de Socialistische Partij van Servië (SPS). Kosovo wordt momenteel nog vrijwel uitsluitend door Albanezen bewoond, schreef de minister in een gastbijdrage in het dagblad Blic.

Enkele dagen eerder had Aleksandar Vucic van de centrumrechtse SNS, die onlangs het ambt van premier voor dat van president verruilde, opgeroepen tot een dialoog binnen de Servische samenleving om eindelijk met haalbare voorstellen te komen voor een oplossing van de aanhoudende Kosovo-crisis.

Hoewel Servië en diverse andere landen Kosovo nog altijd niet als staat erkend hebben, is het al negen jaar de facto onafhankelijk en wordt het inmiddels door 111 van de 193 VN-lidstaten erkend. Voor de Serviërs, die Kosovo als de wieg van de Servische natie beschouwen, is het echter een zeer gevoelige kwestie. Zo werd hier in 1389 de Slag op het Merelveld tegen de Ottomaanse Turken uitgevochten, een nederlaag die een belangrijke plaats inneemt in het Servische nationale zelfbeeld. Ten gevolge van massieve immigratie van Albanezen en het vertrek van de resterende Serviërs, vormen de Serviërs echter een steeds geringere minderheid in Kosovo.

Alleen in het noorden van Kosovo is er nog een compacte Servische bevolkingsgroep, in de rest van Kosovo zijn er verspreide concentraties. Dacic stelt nu voor om dit noordelijke gebied bij Servië te voegen. In dit geval moet er echter rekening mee gehouden worden dat Kosovo in ruil hiervoor zal eisen dat de gemeentes in het zuiden van Servië waar naar schatting 100.000 Albanezen wonen zich bij Kosovo aan kunnen sluiten, met name Presevo en Bujanovac waar Albanezen de meerderheid vormen.

Dacic stelde verder voor dat de historische Servische kloosters in Kosovo, die op de Werelderfgoedlijst staan, in het geval van een deling van Kosovo een autonome status krijgen.

Oplossing van het conflict over Kosovo is als voorwaarde gesteld voor eventuele toetreding van Servië tot de Europese Unie. De voorstellen van Dacic riepen veel kritiek op in de media. Dacic reageerde daar echter op dat het alternatief voor opdeling is dat Kosovo helemaal verloren gaat.

Posted on

Gaat Griekenland Kosovo erkennen?

Een recent diplomatiek relletje tussen Griekenland en Servië leidt in de Kosovo-Albanese pers tot speculaties over een eventuele Griekse erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo.

Het Kosovaarse dagblad Koha Ditore schrijft, onder verwijzing naar het Griekse dagblad Kathimerini, over onvrede in Griekse diplomatieke kringen over de opstelling van Servië inzake Kosovo en Macedonië.

De irritatie tussen de twee landen, die vanouds een goede verstandhouding hebben, is ontstaan nadat de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Nikos Kotzias een bezoek bracht aan Kosovo. De premier van Kosovo Isa Mustafa stelde in een, schijnbaar bewust vage, persverklaring dat Griekenland behulpzaam is bij de toetreding van Kosovo tot internationale overlegorganen. De Servische minister van Buitenlandse Zaken, Ivica Dacic reageerde hierop weinig tactvol met de verklaring dat een eventuele wijziging in de Griekse houding ten aanzien van Kosovo strijdig zou zijn met het internationaal recht en de vriendschappelijke verhouding tussen Servië en Griekenland. De Griekse minister sprak slechts van het tot stand brengen van relaties met Kosovo ten bate van verdere stabilisatie in de regio en ontkende dat er sprake zou zijn van formele erkenning.

In 2008 verklaarde de Albanese minderheid in de Servische provincie eenzijdig de onafhankelijkheid. Servië verwierp de onafhankelijkheidsverklaring als een schending van haar territoriale integriteit en grondwet. Griekenland is één van de vijf EU-lidstaten die de onafhankelijkheid van Kosovo niet erkend hebben en heeft Servië steeds gesteund in haar standpunt.

De verklaring van Dacic leidde in Athene tot de nodige irritatie. De Grieken zouden zich tevens ergeren aan de Servische opstelling inzake het Griekse meningsverschil met Macedonië over de naam van dat land. Servië, dat Macedonië overigens al in 1992 erkende onder haar grondwettelijke naam, zou zich weinig behulpzaam opstellen in dezen. In sommige internationale gremia wordt naar Macedonië verwezen als de Voormalig-Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM), omdat de Grieken in de naam van de overwegend Slavische republiek een potentiële territoriale aanspraak op de gelijknamige Griekse provincie zien.

De Albanezen in Kosovo geloven maar al te graag dat Griekenland erkenning van Kosovo zou overwegen. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat het er op korte termijn van zal komen. Erkenning van Kosovo zou immers ook implicaties kunnen hebben voor het nog altijd door Turken bezette Noord-Cyprus.

Open wond

Intussen dreigt de Albanees-nationalistische oppositiepartij ‘Zelfbeschikkingsbeweging’ rellen te organiseren, wanneer de regering in Pristina instemt met de instelling van een gemeenschap van Servische gemeentes. In het noorden van Kosovo bevinden zich enkele gemeentes die nog overwegend door Serviërs bewoond worden.

De minister van Buitenlandse Zaken en oud-premier Hashim Thaci is van plan zich kandidaat te stellen voor het presidentschap van Kosovo. Een recent ingesteld tribunaal dat oorlogsmisdaden in de onafhankelijkheidsoorlog moet onderzoeken zou echter roet in het eten kunnen gooien. Thaci was als leid van het ‘Kosovo Bevrijdingsleger’ (UÇK) mogelijk betrokken bij of droeg weet van de massale verdrijving van Serviërs. Ook is er onder andere sprake van het verhandelen van organen van Servische slachtoffers door het UÇK.