Posted on

Met Pasen zijn de eigen tradities van de Sorben goed te zien

Wie in de Lausitz komt, ziet overal tweetalige plaats- en straatnaamborden. Hier leeft sinds 1000 jaar het volk van de Sorben, een etnische minderheid zonder eigen staat, tussen de Duitsers. En ze hebben zo hun eigen tradities. Met Pasen kun je dat goed zien, aan het Paasrijden bijvoorbeeld.

De heimat van de tegenwoordig rond de 60.000 Sorben zijn de Oberlausitz in het oosten van de deelstaat Saksen en de Niederlausitz in het zuidoosten van Brandenburg. In het eerstgenoemde gebied wonen zo’n 20.000 Niedersorben en in het laatstgenoemde zo’n 40.000 Obersorben. De Saksische Oberlausitz strekt zich uit tussen Kamenz, Bautzen, Weißwasser en Hoyerswerda. “Veneti” noemden Romeinse geschiedschrijvers de hen onbekende Slavische stammen, die zich vanaf de volksverhuizingen in Centraal- en Oost-Duitsland vestigden. Zo ontstond het begrip ‘Wenden’. Deze oudere term wordt soms in Brandenburg nog wel gebruikt om de Sorben mee aan te duiden.

Folklore

Hoewel het aandeel van de Sorben op het geheel van de bevolking in Brandenburg onder de een procent ligt, is de rijke folklore en mythologie van het volk breder bekend en geliefd. Met Pasen, het grootste christelijke feest, is het schenken van eieren een wijdverbreid gebruik. In de dorpen van de Lausitz worden al generaties op Goede Vrijdag in de gezinnen Paaseieren versierd, om ze op Paaszondag weg te geven.

Kunstige Paaseieren

Sorbische Paaseieren zijn ver buiten het land bekend als kunstwerkjes. Daarbij is het belangrijk de typisch Sorbische elementen en symbolen te gebruiken. Zo symboliseert de driehoek de drie-eenheid van God en cirkels en stippen de bescherming van mens en dier tegen boze geesten. Strepen symboliseren zonnestralen, die voor warmte, licht en het opbloeien van de natuur staan. Alle symbolen worden in geometrische, gestileerde of naturalistische ornamenten geschikt.

In de Lausitz zijn vier technieken voor het versieren van eieren overgeleverd. Bij de wasbatik-techniek wordt met eerst was aangebracht op het ei, waarin patronen aangebracht kunnen worden met een ganzenveer of iets dergelijks. De eieren worden vervolgens in een kleuroplossing gelegd, waardoor de kleur wordt aangebracht op de delen van het ei die niet bedekt zijn. Dit procedé kan tot wel zes maal herhaald worden. Aan het eind wordt de was verwarmd en met een doek verwijderd. Een andere techniek is het toevoegen van kleurstoffen aan de was, om die zo op het ei aan te brengen. Verder is er de krastechniek, waarbij sterk geverfde eieren met een scherp voorwerp bewerkt worden. Tot slot is er de etstechniek, waarbij met een stalen pennetje en etsvloeistof versieringen op een gekleurd ei aangebracht worden. Op de vele Paaseiermarkten in de Lausitz kan men niet alleen de prachtige resultaten zien, maar ook hoe de volkskunstenaars met inspanning en precisie deze fijne werkjes afleveren.

Sorbische Paaseierenversiering in Schleifen (foto: Dr. Bernd Gross)

Paasrijden

Een andere befaamde Paastraditie van de Sorben is het Paasrijden, dat uit voorchristelijke tijden stamt. Ritjes rond de velden moesten het jonge zaad voor misoogsten behoeden. Vandaag de dag wordt de traditie in alle katholieke Sorbische gemeenschappen in ere gehouden. Feestelijke ruiterprocessies trekken van en naar Bautzen, Ralbitz, Wittichenau, Crostwitz, Panschwitz-Kukkau, Radibor, Storcha, Nebelschütz en Ostro, om de opstanding des Heren te verkondigen.

 

In de dagen voor Pasen worden de paarden op de boerderijen klaar gemaakt, het hoofdstel opgepoetst en de manen en staart versierd met linten en bloemen. Met Pasen begeven de in feestelijke klederdracht gestoken Paasruiters zich dan op weg. Maar niet voordat de vrouw des huizes haar man met wijwater uitgezegend heeft met de woorden “Bože žohnowanje a dobry nawrót!” (Gods zegen en een goede terugkeer!). Na drie rondjes om het kerkhof en de kerk begeven de ruiters zich zingend en biddend naar de naburige dorpen.

 

Paasruiters in Ostritz (foto: Dr. Bernd Gross)

 

Paaseieren rollen

Niet onvermeld blijven mag het Walkowanje. Vroeger gingen de kinderen met de eieren die ze gekregen hadden naar het Paaseieren rollen. De 19e-eeuwse volkenkundigen beweerden dat men geloofde dat het gedijen van de gewassen bevorderd werd door de eieren over het veld en de dorsvloer te rollen. In ieder geval was het een leuk spel. Men rolde de eieren achter elkaar aan. Wie met zijn ei een ander ei raakte, mocht beide hebben. Vandaag de dag is dit gebruik opnieuw geliefd.

Paaswater

Oudere mensen uit de streek herinneren zich wellicht ook nog het Paaswater. Vroeg in de morgen gingen jonge, ongehuwde meisjes in klederdracht naar een rivier die in oost-west-richting stroomt om daar Paaswater uit te scheppen. Het bijgeloof was dat dit schoonheid en kracht zou verlenen en ziekten zou genezen. Belangrijk was daarbij om niet te praten, anders zou het water zijn kracht verliezen. Voor jonge jongens was het nu de uitdaging om van alles te proberen om de meisjes te laten schrikken, zodat ze een kreet zouden slaken.

Paaskleppers

In enkele katholieke dorpen van de Sorbische Lausitz zijn op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag kinderen tussen de vier en veertien jaar oud met houten kleppers onderweg. Ze gaan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds door het dorp en bidden bij iedere kruising. Aangezien de kerkklokken zwijgen, is alleen hun harde geklepper te horen, waarmee ze de mensen oproepen tot het Angelus-gebed.

In sommige dorpen bestond ook het gebruik dat jonge meisjes zich in de Paasnacht verzamelen en zingend door de dorpsstraat trekken. Dit gebruik werd in 1993 weer in ere hersteld door de Schleifer Singefrauen in Rohne (Rowno in het Sorbisch), bij Weißwasser. Ze trekken in halfrouwdracht van huis tot huis en zingen geestelijke liederen.

Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Alexander Gauland: van conservatief publicist tot populist

Binnen de CDU werd hij op de achtergrond gehouden, als conservatief publicist was hij geliefd bij links en rechts en na zijn zeventigste brak hij toch nog door als politicus. Een portret van AfD-leider Alexander Gauland.

Als staatssecretaris in Hessen eind jaren ’80 gold Alexander Gauland als man voor op de achtergrond, niet geschikt voor de eerste rij. Deelstaatpremier Walter Wallmann zou hem gezegd hebben dat hij een goede functionaris was, maar niet met mensen om kon gaan, nooit campagnetoespraken zou kunnen houden. Hij was kortom niet geschikt als politicus. Inmiddels lijkt Gauland zijn vroegere mentor weerlegd te hebben. Na 40 jaar zei hij zijn lidmaatschap van de CDU op en werd hij mede-oprichter van de eurokritische Wahlalternative 2013. Inmiddels is hij partijleider van de AfD en fractievoorzitter in de Bondsdag. 

Gauland als krantuitgever

Zo beleeft Gauland in de leeftijd der sterken toch nog zijn politieke doorbraak en geldt hij als grand seigneur van de nieuwe beweging rechts van CDU en CSU. Maar wie is deze “vriendelijke scherpslijper” (Der Tagesspiegel), die sinds het begin van de jaren ’70 als politiek publicist en conservatief intellectueel actief was en decennia lang ook door politieke tegenstanders gewaardeerd werd? Biedt zijn journalistieke werk indicaties waarom deze voormalige CDU-man “van publicist tot populist” (Die Zeit) werd?

Gaulands activiteit als auteur begon met zijn 1971 verschenen volkenrechtelijke dissertatie ‘Das Legitimitätsprinzip in der Staatenpraxis seit dem Wiener Kongreß’. Daarna schreef hij diverse boeken met titels als ‘Gemeine und Lords. Porträt einer politischen Klasse’, ‘Helmut Kohl. Ein Prinzip’, ‘Das Haus Windsor’ en ‘Anleitung zum Konservativsein’. Na zijn tijd als staatssecretaris in Hessen onder Walter Wallmann (CDU) was hij uitgever en directeur van het dagblad Märkische Allgemeine in Potsdam.

Ook bij links gewaardeerd

De anglofiele Gauland (met een zwak voor tweed-jasjes en Britse auto’s) speelde het kunststukje klaar in de meest uiteenlopende media te publiceren. Hij was een conservatieve publicist die “ook door links geprezen werd” (FAZ). Zijn artikels, opstellen, portretten en commentaren verschenen even goed in het linkse dagblad Tageszeitung en in het Sponti-tijdschrift Pflasterstrand als in het rechts-conservatieve bald Criticón van Caspar von Schrenk-Notzing. Ook de Frankfurter Rundschau, de FAZ, Die Welt en de Tagesspiegel drukten zijn non-conformistische, goed geschreven bijdragen af.

In de in 1989 bij Suhrkamp verschenen portretten van Engelse denkers en politici uit de afgelopen drie eeuwen liet Gauland zich hier en daar ook over de actuele politiek uit. Zo trok hij in ‘Gemeine und Lords’ van leer tegen “de verschrikkelijke heerschappij van de functionarissen”, “die zich in de 20e eeuw meester heeft gemaakt van alle politieke partijen”. Een zekere antikapitalistische grondhouding en een afkeer van de “economisering van het politieke” is dan ook reeds zichtbaar. Vandaag de dag deinst de AfD-leider er niet voor terug in de electorale vijver van Die Linke te vissen. Met een zekere reactionaire attitude neemt hij het als politicus voor “de kleine man” op.

In het portret van Churchill zou men ook een verkapt portret van de AfD-leider kunnen ontwaren, die sinds zijn 72e zijn eerste echte politieke lente beleeft en zichtbaar geniet van zijn publieke optreden: “Maar Churchills kracht was tegelijk zijn zwakte. Zijn zucht naar theatrale actie, naar het grote avontuur schiep bij zowel vrienden als tegenstanders de verdenking dat het hem niet om principes, maar alleen om het optreden ging.”

Constanten in zijn denken

Het denken van Gauland laat echter duidelijke constanten zien. Zowel destijds als nu zijn de vijandbeelden van zijn conservatisme “de toenemende economisering”, het multiculturalisme en “de globalisering van markt en mensenrechten”. Dat de AfD juist in de vijver van de ‘verliezers’ van de globalisering vist (bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland, maar in het algemeen in de arbeiders- en lagere middenklasse), hangt ook met Gaulands denken samen. Zo keerde hij zich als publicist al tegen een zuivere marktideologie: “Wat de One-World-ideologie, de droom van een door de globalisering democratisch herenigde mensheid, is niet minder utopisch en geen geringer gevaar voor het historische bestaan van staten en volken dan de ten onder gegane socialistische waan.”

Ook een ‘Leitkultur‘, die niet meer inhoudt dan grondwetspatriottisme vindt de auteur echter armoe troef. Echt houvast vinden de mensen in gedeelde geloofsovertuigingen, mores, taboes, culturele tradities, nationale vooroordelen en etnische begrenzingen, traditionele leefomgevingen en religieuze taboes. Immigratie, zo stelde Gauland in 2002 al, moet aangepast zijn aan de “culturele draagkracht van een samenleving”. Ook Gaulands Amerikakritiek is een belangrijke constante. De ‘Putinversteher’ bekritiseerde als publicist reeds de imperiale pretenties van het Amerikaanse buitenlandbeleid, dat mede de immigratie naar Europa aandrijft.

Reeds in zijn boek over conservatisme toonde de West-Duitse conservatief veel begrip voor de mensen in de nieuwe deelstaten van de Bondsrepubliek die op een bepaalde manier terugverlangden naar de DDR. Van deze ‘Ostalgie’ profiteerde de PDS, de opvolger van de SED. Over de schaduwzijden van het DDR-bewind werd daarbij natuurlijk niet gesproken, maar de DDR had op haar manier ook een vorm van heimat en overzichtelijkheid gecreëerd. Dit is ook wat Gaulands AfD de globaliseringsverliezers in zowel oost als west wil bieden.

Populisme

Alexander Gauland mag politiek wat radicaler geworden zijn, dat kan er echter ook mee samenhangen dat hij tot voor kort het meer contemplatieve leven van een intellectueel kon leiden, terwijl hij nu waarschijnlijk meer tijd doorbrengt in talkshows en debatten dan in zijn studeerkamer thuis. De grondtrekken van zijn denken zijn evenwel niet veranderd. Het maakt nu eenmaal verschil of men zich als vrije intellectueel of als verantwoordelijk politicus uit. Als CDU-intellectueel – een zeldzame diersoort – genoot Gauland een zekere narrenvrijheid.

In zijn boek ‘Die Deutschen und ihre Geschichte’ schreef Gauland dat de sleutelwoorden voor de West-Duitse samenleving stabiliteit en consensus waren. Hier is in de afgelopen jaren echter misbruik van gemaakt door politiek en media, die steeds minder lijken te weten wat ‘de mensen in het land’ werkelijk bezighoudt. Dit is natuurlijk in niet geringe mate te wijten aan de door Angela Merkel bepaalde koers van de CDU, die Gauland in een artikel in Die Welt tot ruïne verklaarde:  “De Unie (van CDU en CSU, red.) heeft haar inhoud verloren. Ze komt voor als een antieke ruïne – van buiten is het nog mooi om te zien, maar van binnen is het woest en leeg.” Over de AfD zegt hij daarentegen in een interview met Christ & Welt: “We zijn een Duitse partij, die zich inzet voor Duitse belangen.” De partij verdedigt “het traditionele levensgevoel in Duitsland, het traditionele heimatgevoel”, aldus Gauland.

Meer continuïteit dan radicalisering

Uit de uitlatingen van Gauland als gewaardeerde publicist en als weggezet politicus rijst kortom niet zozeer een beeld van radicalisering op, als wel van een grote continuïteit. Gauland was altijd al een conservatief, ook binnen de CDU, en dat is hij bij de AfD gebleven. Nog meer dan elders in Europa, is er in Duitsland echter een hang naar intolerantie voor bepaalde politieke geluiden. Zoals Gauland in 2012 al schreef in de Tagesspiegel: “In alle democratische debatten gaat het er steeds weer om de van de mainstream afwijkende standpunten moreel buiten de orde te verklaren.”

Posted on

300 jaar Liechtenstein groots gevierd

Vanaf 23 januari viert Liechtenstein met diverse feestelijkheden en tentoonstellingen de stichting van het vorstendom 300 jaar geleden. Keizer Karel VI verhief toen de graafschap Vaduz en de heerlijkheid Schellenberg samen tot vorstendom met rijksonmiddellijkheid.

Op 23 januari van dit jaar luidt het vorstendom met een groot feest zijn jubileumjaar in. Vanuit beide landsdelen begeven zich dan groepen mensen te voet op weg naar het Schaaner Riet. “De twee landsdelen zullen elkaar na het invallen van de duisternis symbolisch op de binnengrens treffen”, aldus Michelle Kranz van Liechtenstein Marketing. Deze enscenering moet tot een blijvend beeld van het jubileumjaar worden. Parallel hieraan vindt een feest met nationale en internationale gasten, waaronder diverse staatshoofden, in het centrum van Schaan plaats.

Geschiedenis

Vanaf 27 februari loopt in het Landesmuseum van Vaduz voor een jaar de tentoonstelling ‘1719 – 300 jaar vorstendom Liechtenstein’. Met objecten uit de vorstelijke collecties en van verschillende musea, wordt een beeld van de tijd tussen 1712 en 1722 geschetst. De exposities gaan onder andere over het leven van alledag, de economie, literatuur, filosofie, muziek, kunst, architectuur en de wetenschap. Meer informatie op www.landesmuseum.li

Wandelroute

Op 26 mei wordt een zogenoemde Liechtenstein-weg geopend. Deze 75 kilometer lange wandelroute, die alle elf gemeentes van het vorstendom aandoet, voert langs bezienswaardigheden, schitterende uitzichten en idyllische rustplaatsen. Voor informatie over de dingen die men onderweg tegenkomt, kan men de app ‘LIstory’ downloaden.

Staatsfeiertag

De Staatsfeiertag op 15 augustus vormt het hoogtepunt van de jubileumsfeestelijkheden met een feest bij slot Vaduz, het aperitief in de rozentuin, het aansluitende volksfeest en een groot vuurwerk.

Kunst

Met ‘Liechtenstein. Over de toekomst van het verleden. Een dialoog der collecties’ worden in het Kunstmuseum van Vaduz vanaf 19 september deels pas gerestaureerde werken van oude meesters uit de vorstelijke collecties in contrast met eigentijdse kunst gezet. Informatie hierover op www.kunstmuseum.li

Meer informatie over alle evenementen en tentoonstellingen in het kader van het jubileumjaar kunt u vinden op www.300.li

Posted on

Kunnen Gele Hesjes en Identitaire Beweging krachten bundelen tegen systeem?

De laatste maanden zien we in verschillende landen in West-Europa dezelfde tendensen opduiken. Mensen raken gefrustreerd over de politiek en gaan de straat op. Van allerlei kleine acties en manifestaties tot grotere betogingen. Er zijn twee grondstromingen te zien, die elk vanuit een eigen achtergrond in opstand komen. 

Enerzijds heb je de groei van identitaire bewegingen in West-Europa. Van Generation Identitaire in Frankrijk en de Identitäre Bewegung Österreich, tot Schild&Vrienden in Vlaanderen, ze lijken zich allemaal te hebben aangepast aan de 21ste eeuw. In Vlaanderen is die tendens zelfs zeer opmerkelijk. Van een verouderde Vlaams-nationale beweging, komt er nu vanuit de ruïnes  een moderne organisatie die een strakke organisatie heeft en een zeer groot bereik via de sociale media. Sinds de ‘Mars tegen Marrakech’ zien we dat dit zich ook kan vertalen in mobilisatiekracht op straat. Het was alvast een veel gevarieerder en jonger publiek op de manifestatie dan in het verleden de Vlaamse beweging op de been kon brengen. De nieuwe aanpak trekt vooral jongeren aan, en  laat zien dat identiteit weer leeft bij jongeren. De grote migratiestromen en de ‘incidenten’ veroorzaakt door ‘verwarde mannen’ spelen blijkbaar bij een jonge generatie.

Anderzijds heb je de opstanden van de ‘gele hesjes’. De druk van de belastingen op loon, accijnzen op benzine, de btw op energievoorzieningen… Het treft de mensen in de geldbuidel. We horen vaker dat er geen geld is om de lage pensioenen op te krikken, en de werkende bevolking komt niet vooruit op financieel vlak. De naweeën van de financiële crisis zijn dan ook dat de huidige generatie van pas afgestudeerden opgezadeld zit met torenhoge schulden. De QE-operaties (kwantitatieve geldverruiming, red.) van de ECB om meer dan 1000 miljard euro in de economie te pompen blijken slechts doekjes voor het bloeden te zijn geweest, maar het systeem blijft rot. Ondertussen zijn de schuldigen van de financiële crisis vrijuit gegaan voor de immense risico’s die ze hebben genomen met het spaargeld van de mensen en is de schuldenberg allerminst afgenomen.We kunnen dus nog uitkijken naar een volgende zeepbel die ons te wachten staat.

Identitair en sociaal-economisch

Over de verhouding tussen die twee grondstromen valt veel te zeggen. De identitaire en de sociaal-economische hebben altijd een wat vreemde verhouding gehad. Als we kijken naar de verouderde links/rechts-as zijn ze aan elkaar tegengesteld. Die zou bij rechts een (neo)liberale economische koers plaatsen, en bij links een progressief ethisch beleid. Voorbeelden zijn nog altijd legio te vinden die zich hier aan vasthouden. Anderzijds hebben de beide symptomen één gemeenschappelijke vijand en is het uit pragmatisch oogpunt al moeilijker te begrijpen waarom radicaal-links en radicaal-rechts niet samenwerken tegen de gemeenschappelijke vijand, het liberale politieke systeem.

Een sociaal-economisch beleid dat zich afzet tegen het centraal bankierssysteem en de groeiende ongelijkheid op mondiale schaal zou perfect kunnen samengaan met een cultureel conservatief beleid dat zich eveneens afzet tegen de grote migratiestromen en het verdwijnen van onze cultuur en tradities.

Problemen op links

Voor de radicale linkerzijde zijn er echter twee problemen om zich te verzoenen met rechts. Enerzijds is de verzorgingsstaat gefundeerd op het centraal bankierssysteem. De overheid heeft jaren alsmaar meer kunnen uitgeven dankzij de leningen en staatsobligaties die ze via de ECB heeft kunnen verkrijgen. Hoe groter de schaal waarop de overheid zijn leningen kan verspreiden, hoe meer cadeautjes die kan uitgeven. Het cliëntelisme is een belangrijk deel van de economische crisis. De voorbeelden van een Griekse overheid die zijn begroting niet op orde wist te houden, zitten bij iedereen die de financiële malaise heeft gevolgd wellicht nog in het geheugen.Niet toevallig werden ze een aardig handje geholpen door de bankiers van Goldman Sachs om hun begrotingen
op te smukken. Dat er nog steeds een ex-Goldman Sachs-jongen verantwoordelijk is voor de ECB en voor
het bijdrukken van meer dan 1000 miljard euro in de geldvoorraad is dus geen toeval. Het perverse aan het systeem is dat de grote meerderheid van het geld in omloop niet bij de ‘kleine man’ terecht komt, maar dat hadden jullie wellicht al door.Anderzijds is er de omschakeling van de linkerzijde van een communistische beweging, naar een cultuur-marxistische beweging. Onder invloed van de Frankfurter Schule zijn ze zich voor hun engagement gaan baseren op het aanvallen van hun eigen cultuur en tradities op basis van een hoog schuldcomplex. De zwarte
pieten-discussie, opiniestukken waarin het lidwoord ‘het’ geproblematiseerd wordt tot de ‘refugees welcome’-campagnes liggen in dat rijtje. Dan hopen ze met een progressieve coalitie aan de macht te kunnen komen, terwijl de groene partijen en links-liberale partijen als D66 net de partijen zijn van gegoede stadsmensen die welvaren bij het kapitalistisch systeem. Van een systeemverandering kan er dus met zo’n benadering ook geen sprake zijn.

Problemen op rechts

Langs rechterzijde zijn er ook zwakke punten te vinden. Eén daarvan is dat de laatste jaren, zeker sinds 9/11
een groot deel van rechts blijft hameren op ‘islamisering’ terwijl dit eerder een gevolg is van het liberale migratiebeleid én vanuit een bewuste sponsoring en bewapening door onze overheden van jihadisten in het Midden-Oosten. Bovendien worden zo de migranten geviseerd in plaats van de schuldigen van het systeem. Dat de grote migratiestromen georganiseerd zijn vanuit het Midden-Oosten door het bewust destabiliseren van die landen en het financieren van ngo’s om migranten naar Europa te brengen mogen we op rechts nooit vergeten.

Voorbij de patstelling

De hoop dat we voorbij deze patstelling geraken moet erin zitten dat het ongenoegen van de mensen zich op het politieke systeem gaat richten en naar onze politici en de overheid in zijn geheel. Dat heeft een verbindende kracht. Aan beide zijden van het politieke spectrum is er de keuze om zich als nuttige idioot in te laten zetten voor een falend liberaal systeem, of zich te richten op een systeemverandering. De journalisten van de mainstream media, de ordediensten en de politici vormen één front. Werpt de bevolking zich er tegenin, of blijft ze onderling verdeeld?

Posted on

Wierd Duk geeft antifa koekje van eigen deeg

Nogal wat ophef in de linkse (sociale) media-kanalen. Aanleiding is het artikel van Wierd Duk en Marcel Vink, waarin de Telegraaf-journalisten een analyse maken van de dwarsverbanden tussen een aantal ‘anti-Zwarte Piet’ personen en hun organisaties plus de financiers van deze clubs. Bovendien zetten de journalisten een aantal uitspraken van bekende activisten op een rijtje. Uitspraken die er niet om liegen.

Wat Duk en Vink hebben gedaan is al decennia gebruikelijk binnen radicaal-links (antifa, krakers, dierenactivisten, etc.). In grote schema’s en dossiers brachten linkse activisten personen en organisaties in kaart die in hun ogen extreem-rechts waren. En dat ging ‘van dik hout zaagt men planken’. Via EO-journalisten en DS’70-parlementariërs was men in enkele stappen bij Joop Glimmerveen (NVU) en de weduwe Rost van Tonningen. Vandaag de dag doen de activisten nog steeds hetzelfde. En kan het gebeuren dat dorpsbewoners die in de nabijheid van een asielzoekerscentrum wonen of een buurtcomité in een zogeheten ‘Vogelaarwijk’ met gemak geassocieerd worden met neo-nazi’s die jaarlijks aanwezig zijn op de Rudolf Hess-herdenking in Duitsland. Naming & Shaming is een geliefde bezigheid binnen linkse actiekringen. Het liefst ook nog met foto en adres van de desbetreffende ‘fascist’.

Hypocriet

De verontwaardiging die nu binnen die kringen is opgestoken is dan ook hypocriet. Duk en Vink presenteren de actievoerders een koekje van eigen deeg. Maar dan wel een koekje volgens het juiste recept. Want wat de twee journalisten op een rijtje zetten is schokkend. “Ik houd van vechten, vooral tegen de witte man,” schrijft Mitchell Esajas, een van de voormannen van Kick Out Zwarte Piet. “Ik hoop dat jullie dit jaar iets doen, vreedzaam of niet.” Zijn compaan Jerry Afriyie zei in een toespraak: “Het is oorlog. Ik wil niet langer rekening houden met jouw gevoelens, als jij na vierhonderd jaar niet weet, of niet kunt accepteren dat ik ook gevoel heb.” En op een andere plek riep hij: „De één gaat zingen op de Dam, de ander gaat met een knuppel naar een intocht. Ik vind dat ze allebei de ruimte moeten krijgen.”

‘Shoot the messenger!’

Maar in plaats van op de inhoud van de door Duk en Vink opgetekende uitspraken in te gaan, gaat de achterban van Kick Out Zwarte Piet en vergelijkbare organisaties los op de verslaggevers. ‘Shoot the messenger!’ is hun credo. Activisten die opereren onder veelzeggende namen als ‘YoungFarrakhan’ eisen van andere journalisten dat deze publiekelijk afstand moeten nemen van het artikel van Duk en Vink. “We kennen de kracht/macht van de media en we kunnen niet toestaan dat zij die misbruiken,” twittert de jonge bewonderaar van de racistische en antisemitische Louis Farrakhan. Een andere twitteraar spreekt over een wraakactie van Duk omdat de Blokkeerfriezen veroordeeld zijn.

Links privilege

Beter dan schieten op de boodschappers kunnen de mensen die sympathiseren met Esajas en Afriyie zich eens gaan afvragen wat voor soort activisten ze steunen. Maar linkse extremisten genieten een links privilege, schreef Nausicaa Marbe een jaar geleden. “Wat de NCTV [Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid] als een links-extremistisch gevaar ziet, wordt door het linkse establishment, scholen en maatschappelijke organisaties gekoesterd als een motor voor een ’beter’ land. Niemand die KOZP steunt, zou zich inlaten met een club die de NCTV als rechtsextremistisch identificeert. Maar voor linksextremisten gelden andere maatstaven, dan verschuift de moraal.” De verontwaardiging over de Telegraaf-analyse bewijst dit maar weer eens.

Posted on

Tegen rechts is alles geoorloofd

In hun zeer herkenbare en bemoedigende boek ‘Mit Linken leben’ wijzen Caroline Sommerfeld en Martin Lichtmesz op de debatdooddoener die links voortdurend inzet. “Nazi”, “fascist”, plus het gevreesde H-woord (Adolf). “Zonder het grote verhaal van Adolf Hitler en het nationaalsocialisme als de pseudo-Gouden Standaard van het absolute Kwaad stelt links niets voor,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Zijn terugkeer moet absoluut voorkomen worden.” Het bewijs van hun constatering is dagelijks in de media (kranten, rtv, sociale media) te vinden. Zoals afgelopen zaterdag in Trouw. Marijn Kruk bespreekt ‘Fascisme, een waarschuwing’ van Madeleine Albright en ‘Het verraad van de intellectuelen’ van Julien Benda. Onder de kop “Fascisme is terug (maar dan anders)” trekt de recensent een aantal zeer wonderlijke conclusies.

Madeleine Albright was minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten in de jaren negentig van de vorige eeuw. Op de Balkan kunnen ze haar bloed wel drinken en de dood van duizenden dode kinderen ten gevolge van de oorlog in Irak in 2003 en daarna bagatelliseerde ze. Tegenwoordig doceert de 80-jarige internationale betrekkingen in Washington. Vanuit haar huidige en vorige functie meent ze te moeten waarschuwen voor het ‘fascisme’ dat in Europa, maar zelfs in de Verenigde Staten, aan een comeback bezig zou zijn. De vrouw die tijdens de verkiezingsstrijd in 2016 zei dat “er een speciale plek in de hel is ingericht voor vrouwen die niet op Hillary Clinton stemmen”, schrijft nu in haar boek: “Als we fascisme beschouwen als een wond uit het verleden die bijna was geheeld, is Trump in het Witte Huis zoiets als het verband losrukken en aan de korst krabben”. De typering die Albright geeft voor het herkennen van een fascistische leider luidt: “iemand die zich sterk identificeert met een hele natie of groep, zich niet bekommert om de rechten van anderen, en bereid is elk middel aan te wenden om het gewenste doel te bereiken, inclusief geweld”. Uiteraard doelt Albright hier op Orbán, Erdogan en Trump. Ironisch genoeg gaat haar definitie net zo zeer of beter op voor de beide Clintons. Die gebruikten geweld om hun doel te bereiken (critici van hun politiek, Irak, voormalig Joegoslavië, Libië), voerden een machtspolitiek op basis van identity politics en verachten die groepen die in hun ogen niet tot de gewenste minderheden behoren – de “deplorables” – en ontzegden rechten aan de ‘restjesmensen’ (Jan Antonissen) en bijvoorbeeld christelijke ondernemers. Maar het begrip ‘fascsime’ wordt voor progressieve en linkse politici, intellectuelen en activisten niet toegepast. Het is voorbehouden aan alles en iedereen die zich tegenwoordig nog rechts durft te noemen. Het mechanisme waar Sommerfeld en Lichtmesz op wijzen.

Vandaar dat Trouwrecensent Kruk de Nederlandse actualiteit erbij meent te moet betrekken en in één adem een verband legt tussen de mensen die de politiek van Orbán steunen en de ‘blokkeerfriezen’ die vorige week in Leeuwarden voor de rechter verschenen. Kruk noemt het niet letterlijk, maar de hele teneur van zijn artikel wijst erop: het zijn mensen die handelen in de geest van het fascisme. “Bedenkelijke groepsdenkers”, die “hun identiteit bóven de rechtsstaat” stellen. Dezelfde eenzijdige blik, het H-woord, de debatdooddoener, volgt hij in zijn bespreking van het boek van Julien Benda. Volgens Kruk verweet de Franse filosoof begin vorige eeuw dat de intellectuelen van die tijd tijdens de Dreyfusaffaire zich niet boven de politieke passies hadden gesteld, maar deze juist hadden aangewakkerd. Volgens Kruk doelt Benda op Maurice Barrès en Charles Maurras, “extreemrechtse schrijvers”, ergo, fascisten. Kruk noemt Benda “een uitstekende gids in deze verwarrende en verontrustende tijden. Zelfs als wij te maken hebben met blokkeerfriezen in plaats van de Dreyfusaffaire”.  Een gotspe! Voor het gemak vergeet Kruk maar even het echtpaar Webb (Sovjetunie), Sartre (China), Foucault (Iran) en Mulisch (Cuba). Intellectuelen die volledig opgingen in hun politieke passies en zo’n beetje ieder links-totalitair regime steunden. En gaat het niet om Dreyfus en blokkeerfriezen, maar om Stalin en antifa-terreur.

Want zij passen nu eenmaal niet in het betoog van Kruk, die alles ter rechterzijde weg zet met het gevreesde H-woord. “Ben je rechts, dan ben je een ‘nazi’; een ‘nazi’ is een onmens en daarmee ben je eigenlijk een ‘untermensch’, een duivel, die als een gevaarlijk virus van de rest van de samenleving geïsoleerd moet worden,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Wie het label ‘nazi’ krijgt is vogelvrij. Als het om ‘tegen rechts’ gaat, is voor veel mensen alles geoorloofd.”

Posted on

Sintgedoe en zeurpieterij

Het is net oktober en daar steken de zeurpieten hun kop al weer op, ze schreeuwen en krijsen moord en brand over vermeend racisme. Gewoon droevig om te zien hoe Nederlanders zichzelf naadloos in een wel-‘denkende’ hoek plaatsen en zichzelf daarmee tegelijk in de NIET-wetende categorie ordenen. Men denkt na, men praat na en kletst naar dat men verstand heeft.

WEL wetende mensen hebben zonder al te veel inspanning duizenden jaren oude kennis opgedaan en vegen het racismeverhaal dat er aan de haren wordt bijgetrokken finaal en radicaal van tafel. Onzingeklets van de bovenste plank, te vergelijken met de onzinverhalen die jarenlang de ronde deden dat 50.000 naamplaatjes van Mascotte-vloeitjes recht gaf op een gratis rolstoel (ja.. rook zoveel en je eindigt als wrak aan de zuurstof in een rolstoel) of nog infantieler, de toentertijd oerdegelijke kwaliteitsmeubelen van Oisterwijk die – dat wist men zeker – gevuld waren met beton, het is maar net wat je wilt geloven.

Historisch besef

Sinterklaas & Zwarte Piet mag niet is de giftige boodschap van een stel krijsende harpijen zonder enig historisch besef en kennis die met gif en venijn de ‘rechten’ van minderheden denken te verdedigen maar daarmee hun eigen en ook mijn eeuwenoude erfgoed te grabbel gooien. Het heeft niks met slavernij of racisme te maken en is hetzelfde broodje aap verhaal als dat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog van de aan het front gesneuvelde soldaten zeep, olie en munitie maakten, niets anders dan een gruwelijk sprookje.

Gelukkig heeft Nederland buiten de gesubsidieerde schreeuwers in de grote steden nog meer dan voldoende ruggengraat, zoals de blokkeer-Friezen onder aanvoering van Jenny Douwes die zich straks notabene voor het gerecht moeten verantwoorden. Helemaal van de pot gerukt! Net als de komende intocht waar een stel historisch debiele minkukels voor u heeft besloten dat er alleen roetveeg-pieten mogen deelnemen aan de Nationale intocht.

Mag ik bij deze een oproep aan ALLE zwarte pieten in Nederland doen om in vol tenue naar de intocht te komen en de Sint vanaf de kant hartelijk welkom te heten?!

Maancyclus

Voor wie tot zover meegelezen heeft, nog iets ter afsluiting van dit stukje: Noteer maar ergens in je agenda voor de volgende keer, want die zeurpieterij is nog lang niet afgelopen, zolang als die gesubsidieerde beroeps-zeikerds hun gang kunnen gaan (daarin gesteund door meekrijsers) zullen ze doorgaan. Waar we het over hebben is een oud, zelfs pre-christelijk maanfeest. Het is ook de maancyclus die door later ontstane religies als basis genomen is voor de eigen leer, bijvoorbeeld terug te vinden in het Jodendom en de Islam die volledig schatplichtig zijn aan de maan en haar verschijningen.

Even over de feesten die wij hier al eeuwen (en in steeds wisselende gedaanten) vieren: Sint Maarten (laatste maankwartier van de 12e maan) Sint Nicolaas (laatste volle maan van de 12e maan) Kerst & Nieuwjaar (laatste nieuwe maan van de 12e maan). Misschien moeten het islamitische Suikerfeest en de Hadj bij deze ook maar afgeschaft worden om zo maar een paar dingen te noemen, of het Joods of Islamitisch nieuwjaar, verdiep u er maar eens in, kijk naar de stand van de maan..

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus