Posted on

Franse oud-premier overweegt burgemeesterschap Barcelona

Uitgerekend een Fransman wil de eenheid van Spanje redden. De voormalige premier Manuel Valls overweegt in mei volgend jaar voor het ambt van burgemeester in zijn geboorteplaats Barcelona te kandideren.

Het idee daarvoor kwam van partijleider Albert Rivera van de liberale Ciudadanos, een natuurlijke bondgenoot van de Franse regeringspartij La République en marche. Momenteel probeert Valls “de politieke voorwaarden” te scheppen voor een eventuele kandidatuur. Daartoe probeert hij de Partido Popular en de Socialistenpartij van Catalonië over te halen tot een gezamenlijke lijst.

Valls werd in 1962 in Barcelona geboren en is als kind met zijn ouders naar Frankrijk geëmigreerd. Tot 1982 bezat hij het Spaanse staatsburgerschap. Na eerder afgevaardigde en minister voor de Parti Socialiste te zijn geweest, slaagde hij er in 2017 nog in als partijloze kandidaat in de Nationale Vergadering herkozen te worden. Hij sloot zich daarna bij de fractie van president Emmanuel Macrons beweging aan. Daar heeft hij als zijn voormalige chef echter weinig vrienden. Zodoende kan een terugkeer naar zijn oude heimat aantrekkelijk zijn. Er zijn ook geen formele bezwaren, want EU-lidstaten staat het het alle EU-burgers toe om zich in lokale verkiezingen kandidaat te stellen.

Sinds de Catalaanse crisis in het najaar van 2017 lijkt de relatief nieuwe liberale partij Ciudadanos de best gepositioneerde verdediger van de Spaanse eenheid.. Met ruim 25 procent wonnen de ‘Burgers’ (Ciutadans in het Catalaans) de regionale verkiezingen in december. De voormalige Franse premier is tot één van de Europese stemmen geworden, die zich het sterkst tegen de Catalaanse onafhankelijkheid uitspreken en voor de Spaanse eenheid: “Met het antwoord van de koning en van Europa is het separatistische project dood”, aldus Valls in zijn beste Catalaans.

Posted on

Franse Bernie Sanders wint voorverkiezingen PS

Benoît Hamon heeft tegen de verwachting in de eerste ronde van de voorverkiezingen voor de presidentskandidaat van de Franse Parti Socialiste gewonnen.

Hamon behaalde 36 procent van de stemmen en liet daarmee zowel Manuel Valls (31 procent) als Arnaud Montebourg (17 procent). Hamon, die als vertegenwoordiger van de linkervleugel van de partij gezien wordt, mag het in de tweede ronde tegen de huidige premier Manuel Valls opnemen, die juist meer een ‘new labour’-imago heeft.

De in de eerste ronde uitgeschakelde oud-minister van Economische Zaken Montebourg sprak na zijn verlies zijn steun uit voor Hamon, die zodoende goede kans maakt om de uiteindelijke kandidaat van de PS in de presidentsverkiezingen te worden. De peilingen wijzen er echter al enige tijd op dat de kandidaat van de PS, ongeacht wie van de drie het zou worden, geen kans maakt om door te gaan naar de tweede ronde.

Toch is het van belang wie de PS-kandidaat wordt, omdat dit van invloed kan zijn op de kansen van andere kandidaten. Zo zou de links-liberale onafhankelijke kandidaat Emmanuel Macron in de eerste ronde meer stemmen kunnen trekken als zijn directe concurrent ter linker zijde een socialist is in plaats van een andere links-liberaal.

Als Hamon en niet Valls de presidentskandidaat van de PS wordt, verbetert dat met andere woorden de kansen van Macron om door te gaan naar de tweede ronde. Daarvoor zou Macron de centrumrechtse oud-premier François Fillon voorbij moeten streven, om het vervolgens in de tweede ronde tegen Marine Le Pen van het Front National op te nemen.

Valls heeft het nadeel dat hij de zittende premier is en dus met de opgebrande zittende president François Hollande geassocieerd wordt. Hamon wordt binnen de partij daarentegen als een frisse wind gezien, ook al omdat hij een linkser geluid laat horen. De bekendheid van Hamon onder de kiezers in het algemeen is echter geringer dan die van Valls.

Posted on

‘Fillon haalt de tweede ronde niet’ – Wordt het Macron versus Le Pen?

François Fillon, presidentskandidaat voor de centrumrechtse partij Les Républicains, haalt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen komend voorjaar niet. Dat voorspelt Philippe de Villiers, leider van de eurosceptische en conservatieve Mouvement pour la France (MPF).

Volgens Philippe de Viliers is Fillon er weliswaar in geslaagd de centrumrechtse voorverkiezingen te winnen, maar blinkt hij niet uit in het campagne voeren. Tegenover dagblad Le Figaro zegt de traditionalistische katholiek uit de Vendée desgevraagd, dat hij vermoedt dat de kandidaat, die zichzelf als gaullist en christen probeert te profileren, te veel op het advies van marketingmensen leunt.

De Villiers ziet in voormalig minister van Economische Zaken Emmanuel Macron een geduchte concurrent voor Fillon. Macron, die tot voor kort lid was van de Parti Socialiste, heeft nu een eigen links-liberale partij en neemt aan de presidentsverkiezingen deel. Wie de kandidaat van de Parti Socialiste wordt, moet nog besloten worden, maar in de peilingen ligt Macron duidelijk voor op zowel premier Manuel Valls als Arnaud Montebourg, de belangrijkste kanshebbers.

Op het moment gaan Marine Le Pen en François Fillon aan kop in de peilingen. Maar De Villiers, zelf presidentskandidaat in 1995 en 2007, denkt dat Macron met een goede campagne in staat zal zijn niet alleen de kandidaat van de PS achter zich te laten maar ook Fillon voorbij te streven. Het kan voor Macron ook een handicap zijn dat hij geen groot partijapparaat heeft om campagne mee te voeren. De Villiers denkt evenwel dat Macron het in de campagne beter zal doen dan Fillon.

Daarmee zou in Frankrijk een situatie kunnen ontstaan die enigszins aan de recente Oostenrijkse presidentsverkiezingen doet denken, waar in de tweede ronde twee kandidaten het tegen elkaar opnamen die beide niet tot een van de klassieke regeringspartijen behoorden. Zowel bij Marine Le Pen als bij Emmanuel Macron zou de grote vraag zijn met wat voor regering zij als president zouden moeten gaan samenwerken. Macrons eigen partij is immers zo nieuw dat deze nog niet eens in het parlement vertegenwoordigd is en het Front National is door gevestigde partijen slim tegengewerkt zodat ze ondanks aanzienlijke electorale steun maar een paar zetels in de Nationale Vergadering heeft.

De Villiers, burggraaf van Saintignon, is euroscepticus van het eerste uur. Hij was het die in 2005 naar aanleiding van Bolkesteins EU-Dienstenrichtlijn als eerste het gevleugelde woord van de “Poolse loodgieter” in de mond nam. Reeds in de verkiezingen voor het Europees Parlement van 1994 leidde hij al een groep eurosceptische dissidenten van de inmiddels niet meer bestaande conservatieve UDF, die 12% van de stemmen en 13 van de 87 Franse zetels in het Europees Parlement behaalden. In 1999 wist hij samen met oud-minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua dat resultaat nog iets te verbeteren en kwamen ze zelfs op de tweede plaats na de Socialisten.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on 2 Comments

Niet leven met terreur, maar terugschieten

“We moeten leren leven met terreur”, sprak minister-president Valls van Frankrijk na de aanslag in Nice. In Duitsland klinken inmiddels vergelijkbare geluiden vanuit de politiek. Zelfs in Nederland spraken meerdere deskundigen in het Parool van 27 juli jongstleden die woorden uit: “Accepteer de kans dat je iets kan overkomen”. Het is niets minder dan pure lafheid. Waarom zouden we ons als makke lammetjes naar de slachtbank laten leiden? Dat is helemaal niet nodig.

Waar we behoefte aan hebben is een effectieve mogelijkheid om onszelf te verdedigen. Momenteel worden de politieagenten zwaarder bewapend, militairen ingezet en wordt de beveiliging uitgebreid. Maar is dat de oplossing? Je kunt niet op iedere straathoek een politieagent neerzetten, zeker niet nu de terroristen zich ook richten op plaatsen buiten de symbolische locaties en grote steden. Dorpjes in Frankrijk en Duitsland worden geraakt, binnen de steden zijn er al aanslagen gepleegd in supermarkten en cafés. Dat is dus geen werkbare optie, moeten we dan maar leren leven met terreur?

Nee. Er is een voor de hand liggende oplossing: burgers bewapenen met vuurwapens. Terroristen worden nu doorgaans al uitgeschakeld door getrainde, met vuurwapens bewapende, mannen en vrouwen. Waarom zou je die hoeveelheid niet vergroten door burgers de mogelijkheid te geven een vuurwapen aan te schaffen? Op dit moment weet een terrorist één ding zeker: hij kan een kwartier, vaak nog veel langer, ongestoord zijn gang gaan voordat hij zich zorgen hoeft te maken over de politie. Burgers zijn loslopend wild; volledig weerloos en kunnen enkel bukken, kruipen en wegrennen, als ze dat geluk al hebben. Zouden terroristen ook zo zelfverzekerd een concertzaal binnenstappen als zij weten dat er direct terug kan worden geschoten?

De terroristen komen zelf allang aan vuurwapens. Zij hebben geen enkel probleem de wapenwet te overtreden, daar zijn het immers terroristen voor. Gewone burgers worden intussen in het nauw gedreven.

Veel Europese landen hebben in de laatste decennia hun wapenwetten strenger gemaakt: het Verenigd Koninkrijk in 1997, België in 2006, Duitsland in 2009. Het Nederlandse strikte wapenbeleid is veel ouder en stamt al uit de vroege twintigste eeuw, toen Piter Jelles Troelstra een revolutiepoging deed in Nederland. Dat was voor de Nederlandse politiek destijds reden om de toegang tot vuurwapens te beperken. De socialistische coupplegers luisterden daarnaar, de islamisten van nu helaas niet. Zij hebben niet eens altijd vuurwapens nodig, ook alledaagse voorwerpen als dönermessen en vrachtwagens blijken effectief als je een massaslachting wilt aanrichten.

Er zijn dan ook landen die er anders tegenaan kijken, Tsjechië bijvoorbeeld. Tegen de rest van Europa in, liberaliseerde het land de wapenwet in 1995. Sindsdien kan iedere Tsjech een wapenvergunning aanvragen ter zelfverdediging, onder de voorwaarden dat hij een medische (en psychologische) check ondergaat, een Verklaring Omtrent Gedrag kan tonen en toetsen over het veilig omgaan met een vuurwapen haalt. Sinds 1995 is het aantal moorden in Tsjechië meer dan gehalveerd en is het land volgens de Global Peace Index het zesde veiligste land ter wereld, vijftien plaatsen boven Nederland, maar ook hoger dan Duitsland (16e), België (18e) en het Verenigd Koninkrijk (47e).

Ongeveer twee maanden geleden is Vrij Wapenbezit Nederland opgericht met als doel de Tsjechische wapenwet hier in Nederland over te nemen. De laatste jaren is het aantal voorstanders van liberalere wapenwetten sterk toegenomen. De politiek lijkt daar echter blind voor te zijn. Zolang dat zo blijft, zijn zij medeverantwoordelijk voor de onveiligheid.

Jasper de Groot is oprichter van Vrij Wapenbezit Nederland

Posted on

Franse premier: TTIP slecht voor onze economie

Volgens de Franse premier Manuel Valls is een akkoord over het Trans-Atlantische handelsverdrag TTIP niet binnen bereik. Dat meldt het dagblad Le Monde.

Van nu af aan moet er geen handelsakkoord gesloten worden als dat niet in het belang is van de [Europese] Unie. Europa moet ferm zijn. Frankrijk zal daar voor zorgen. Om eerlijk te zijn, kan er van een akkoord over een Trans-Atlantisch handelsverdrag geen sprake zijn.

TTIP legt volgens de partijgenoot van president François Hollande een visie op die “niet alleen het populisme voedt, maar ook slecht zou zijn voor onze economie.” Valls denkt daarbij vooral aan de landbouwsector.

Sinds 2013 wordt er in het geheim onderhandeld over een handelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de EU. Bij aanvang van een nieuwe ronde in de onderhandelingen in april jongstleden had Valls al benadrukt dat Franse standaarden ten aanzien van gezondheid en milieu niet naar beneden bijgesteld kunnen worden in het kader van TTIP.

Lees ook:

Posted on

Sarkozy: We hebben geen behoefte aan een nieuwe Koude Oorlog

Dat zei de Franse oud-president Nicolas Sarkozy, voorafgaand aan een internationale conferentie in Sint-Petersburg vandaag waar hij de Russische premier Dmitri Medvedev zal treffen.

We hebben geen behoefte aan een nieuwe Koude Oorlog. Wat we nodig hebben is een positieve verandering in de relatie tussen de EU en Rusland. Dit zou kunnen in de vorm van geleidelijke en wederzijdse opheffing van sancties.

Ook de Italiaanse premier Matteo Renzi zal zijn opwachting maken op de conferentie in Sint-Petersburg, begeleid door een groot aantal chefs van multinationale bedrijven als Pirelli, Barilla, Eni en Finmecanica. Ook voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker is op de conferentie aanwezig, wat hem al op veel kritiek kwam te staan van andere EU-politici, zoals Guy Verhofstadt.

Met zijn uitspraken over de verhouding met Rusland slaat Sarkozy dezelfde toon aan als parlementsleden van Les Républicains (voorheen UMP) die eerder al voor ontspanning pleitten. De rechtervleugel had daarin het voortouw, waarbij enkele parlementsleden van Les Républicains en andere partijen bijvoorbeeld ook een bezoek brachten aan de Krim.

Sarkozy, die graag genomineerd wil worden als kandidaat voor de presidentsverkiezingen volgend jaar, lijkt in het algemeen aan te haken bij de gevoelens van de rechterflank in zijn partij. Zo stelde hij in mei reeds dat “burgers zich niet langer in het Europese project herkennen.” En dat het een fout zou zijn “om het Verenigd Koninkrijk uit [de EU]  te drukken en Turkije binnen te halen.”

Sarkozy bekritiseerde verder het idee van Europese grensbewaking: “Kun je je voorstellen dat Bulgaren de Franse grens bewaken?” en liet steun blijken voor David Camerons voorstel om de eerste vijf jaar geen sociale uitkeringen te verschaffen aan arbeidsmigranten. Kritiek was er ook op het EU-plan om asielzoekers te herverdelen over de EU, een plan dat door Hongarije en Tsjechië wordt aangevochten bij het Hof van Justitie van de EU.

Sarkozy lijkt zich al met al, met zijn aanhaken bij rechtsere en gematigd eurosceptische geluiden binnen zijn partij, al te positioneren voor een verkiezingsstrijd waarin hij moet concurreren met Marine Le Pen. Als de Parti Socialiste geen konijn uit de hoge hoed trekt, zal de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen in 2017 tussen Marine Le Pen van het Front National en de kandidaat van de centrumrechtse Les Républicains gaan. Sarkozy’s tactiek lijkt nu te zijn om kiezers bij Le Pen weg te trekken om al in de eerste ronde zo goed mogelijk af te steken. Recente peilingen laten zien dat Le Pen goede kans maakt om de eerste ronde te winnen, maar dat ze het in de tweede ronde waarschijnlijk zal afleggen.

Posted on

Alain de Benoist: Front National is nog niet klaar om te regeren

Hoewel Front National-leidster Marine Le Pen hoge ogen gooit in de peilingen voor de Franse presidentsverkiezingen in april en mei volgend jaar, denkt de nieuw-rechtse intellectueel Alain de Benoist niet dat ze er in zal slagen de presidentsverkiezingen te winnen of een meerderheid voor het Front National in de Nationale Vergadering te behalen.

Volgens De Benoist is dat ook niet in het belang van Le Pen. “Het Front National is er evident niet klaar voor om macht uit te oefenen.”

Volgens De Benoist is het waarschijnlijk maar niet zeker, dat Marine Le Pen de tweede ronde van de presidentsverkiezingen haalt. Als ze doorgaat naar de tweede ronde, zou dat een test zijn voor de potentie van het Front National om kiezers aan te trekken. In dat geval is het belangrijk om te weten wie de opponent van Le Pen zal zijn, daarom is het nog te vroeg om daar veel over te kunnen zeggen, aldus De Benoist. “Als het een kandidaat van links is, zal ze het voordeel hebben als de enige oppositiekracht daartegen voor te komen. Als het een kandidaat van rechts is, zal ze genoodzaakt zijn taal te benadrukken die ook kiezers van links voor haar kan winnen.”

In recente peilingen haalt Marine Le Pen 25 à 28 procent van de stemmen, waarmee ze de eerste ronde van de presidentsverkiezingen zou kunnen winnen. In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen zou ze het dan op moeten nemen tegen een kandidaat van de centrumrechtse partij Les Républicains (voorheen UMP). Zowel Les Républicains als de regerende Parti Socialiste moeten echter hun kandidaat voor de presidentsverkiezingen nog selecteren. In 2012 behaalde Marine Le Pen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen een kleine achttien procent van de stemmen en legde Nicolas Sarkozy het in de tweede ronde af tegen François Hollande.

De zittende president François Hollande komt in de peilingen nu echter niet verder dan een schamele 15 procent. Alternatief voor de PS zijn onder andere de ministers van Economische Zaken  en Industriële Vernieuwing Emmanuel Macron en Arnaud Montebourg.

Sarkozy wil intussen graag zijn comeback maken. Het is echter niet zeker dat hij de kandidaat van Les Républicains wordt, oud-premier en burgemeester van Bordeaux Allain Juppé is ook een kansrijke kandidaat.

Volgens de peilingen zou Marine Le Pen het in de tweede ronde tegen iedere andere kandidaat afleggen en op zijn best 43 procent van de stemmen behalen. De campagne moet echter nog beginnen.

Posted on

Europeanen weten niet wat oorlog is

Onderstaande tekst is een vertaling van fragmenten uit twee interviews van Boulevard Voltaire met Alain de Benoist, die op 18 en 29 november gepubliceerd werden. De schrijver, politiek-filosoof en journalist Alain de Benoist is een van de beeldbepalende personen van de Franse Nouvelle Droite.

Na de terroristische aanslagen in januari 2015 gingen miljoenen mensen de straat op en zeiden: “Ik ben Charlie!”. In de dagen na de aanslag van 13 november 2015 waren er slechts een paar manifestaties, maar wel één van ‘nationale rouw’ voor het Hôtel des Invalides. Vanwaar dit onderscheid?

Benoist: In januari hebben islamitische terroristen journalisten vermoord die ze ‘blasfemie’ verweten, en aansluitend Joden, met als enige reden dat het Joden waren. In dat geval was het voor de demonstranten, die goeddeels journalisten noch Joden waren, eenvoudig zich solidair te verklaren. De aanslagplegers van 13 november hebben daarentegen de bezoekers van de ‘Bataclan’ zonder onderscheid afgeslacht. Met deze ijskoude douche wilden ze ons laten zien, dat een ieder van ons een potentieel doelwit is. Ook al waren de daders in beide gevallen ‘geradicaliseerde’ criminelen, de boodschap was niet dezelfde. De aanslag op Charlie Hebdo had een religieuze achtergrond, die op de ‘Bataclan’ een politieke. De terroristen van 13 november hebben vergelding geoefend voor onze militaire betrokkenheid in Syrië. [De Franse president, François] Hollande heeft dat heel goed begrepen: Hij beval de luchtmacht per ommegaande, hun inzet te intensiveren, terwijl hij tegelijkertijd een groots opgezette diplomatieke rondgang ondernam. Zoals Dominique Jamet opmerkte: “We kunnen niet in een ver land oorlog voeren en in ons eigen land vrede hebben.” Wij voeren oorlog bij hun, zij voeren oorlog bij ons. Zo simpel is dat.

‘Nu is het oorlog!’ kopte Le Parisien de dag na de aanslagen van 13 november. “We bevinden ons in oorlog”, stelde ook premier Manuel Valls. Deelt u die mening?

Benoist: Natuurlijk. Maar waarom zou je nog extra benadrukken wat voor zich spreekt? Het eigenlijke probleem is dat we ons weliswaar in een oorlogssituatie bevinden, maar dat veel Fransen er überhaupt geen voorstelling van hebben wat dat eigenlijk betekent. Ze hebben op de tragedie geantwoord met de conventionele slagwoorden, die in de humanitaire, de sentimentele of de kinderlijk bescherming-zoekende categorieën vallen. Ze houden 1-minuut-stilten en steken kaarsjes aan, niet anders dan wanneer er een schietincident in een school plaats heeft gevonden, een vliegtuig is neergestort of een aardbeving heeft plaats gevonden. Ze verklaren dat ze ‘zich niet bang laten maken’, terwijl ze op ieder vals alarm als bange konijntjes reageren.  Er heersen angst, onzekerheid, psychose. Uiteindelijk verklaart men de aanslagen als een ontketening van onbegrijpelijk geweld, waarvan de auteurs ‘de dood liefhebben’ en de slachtoffers ‘het leven liefhebben’. Dit vocabulaire, deze houding, deze reacties zijn niet die van een volk dat begrepen heeft wat oorlog is.

Waar komt dit gebrek aan inzicht in de situatie vandaan?

Benoist: Ten eerste hebben we met een bijzondere combinatie van conventionele grondoorlog en terrorisme te maken, waarbij de vijand zijn strijders deels in ons eigen land rekruteert. Bovendien heeft niemand de Fransen toereikend uitgelegd waarom ze zich aan de zijde van de Amerikanen in een conflict tussen soennieten en sjiieten zouden moeten mengen, of waarom we hardnekkig iedere samenwerking met Syrië en Iran weigeren, die IS op de grond bestrijden, terwijl we tegelijkertijd de oliedictaturen aan de Golf het hof maken, die de jihadisten direct of indirect ondersteunen. Een dergelijk gebrek aan helderheid is voor het begrip niet bepaald bevorderlijk.

Nu klinkt het alsof de bereidheid tot verdediging een kwestie zou zijn van een redelijk uitgelegde reden voor de verdediging…

Benoist: Nee, de echte reden is natuurlijk een andere. Afgezien van de dekolonisatieoorlogen (Indochina, Algerije) leeft Frankrijk al 70 jaar in vrede.Dat betekent dat drie generaties de oorlog niet meer kennen, hem nooit beleefd hebben – een in de geschiedenis ongeziene situatie. In de collectieve voorstelling van de Europeanen is er geen oorlog meer, of preciezer gezegd: is er ‘bij ons’ geen oorlog meer. Ondanks de gebeurtenissen die Joegoslavië verscheurd hebben en ondanks de Oekraïne-crisis denken ze dat oorlog in Europa iets onmogelijks is geworden. Ze verbeelden zich dat het Europese opbouwproject een toestand van vrede heeft geschapen die eeuwig zal voortbestaan. Natuurlijk weet men dat het Franse leger in verschillende landen ‘missies’ uitvoert, maar men doet alsof men daar niets mee te maken heeft. Daarom spreken we ook van ‘apocalyptische scènes’ om de aanslagen te beschrijven, waarbij 130 slachtoffers vielen. Als dat ‘apocalyptisch’ is – wat blijft er dan nog aan woorden over om tijden als de Eerste Wereldoorlog te beschrijven, waarin op één dag 20.000 mensen om konden komen? We moeten begrijpen dat de vrede een fragiele zaak is en nooit de natuurlijke, vanzelfsprekende toestand van een maatschappij kan zijn. Ook in Europa.

De oude droom om ‘de oorlog af te schaffen’ blijft echter bestaan, hoewel er sinds de officiële afschaffing van de oorlog meer oorlogen op de wereld plaats vinden dan ooit tevoren.

Benoist: Dit is de geest van die pacifisten die ‘de oorlog bestrijden’ willen, zonder op te merken hoe paradox die leus is. Pacifisme betekent echter geenszins vrede, veeleer in tegendeel! In zijn in 1795 gepubliceerde verhandeling Zum ewigen Frieden verklaarde Kant de ‘eeuwige vrede’ tot postulaat van de praktische rede: “Nun spricht die moralisch-praktische Vernunft in uns ihr unwiderstehliches Veto aus: Es soll kein Krieg sein.” Men ziet, dat dit een vrome eed veronderstelt, want als het mogelijk was in de praxis om te zetten wat zich slechts in het bereik van de zuivere rede openbaart, dan zou er geen grond zijn om nog aan het onderscheid tussen empirie en metafysica vast te houden. Het Kantiaanse project stelde in werkelijkheid de metafysica boven de praxis. Vrede kan echter niet zonder oorlog gedacht worden en oorlog niet zonder vrede.

Wat betekent dat voor de politiek?

Benoist: Oorlog zal altijd een mogelijkheid blijven. Het zal ons nooit lukken zijn oorzaken te doen verdwijnen, aangezien we geen volledige controle kunnen hebben over de veelvoudige tegenstellingen en onverenigbaarheden, die voortkomen uit de aspiraties, waarden, belangen en plannen van de mensen. Ook de afschaffing van de natiestaat zou daar niets aan veranderen: In een ‘wereldstaat’ zouden de oorlogen tussen staten simpelweg vervangen worden door burgeroorlogen. We kunnen een vijand niet laten verdwijnen door onszelf tot vredesapostelen te verklaren, maar alleen door ons als sterker te bewijzen.

De ‘Islamitische Staat’ maakt geen geheim van haar verachting voor de westerse beschaving, die ze voor decadent houdt. Wat vindt u daarvan?

Benoist: De decadentie van het huidige Westen is een feit. Het klopt eveneens dat de interventies van het Westen in het Midden-Oosten sinds 1990 burgeroorlogen en chaos hebben voortgebracht. Onze defecten verheerlijken zou echter het slechtst denkbare antwoord zijn. In tegendeel, het is onze decadentie, die ons op suïcidale wijze eraan herinnert, dat we ons tegen het jihadisme moeten verweren. François Hollande moedigde ons al kort na de aanslagen in januari aan om te blijven ‘consumeren’, en onlangs beval hij het zoeken van ‘amusement’ aan. De ceremonie voor Des Invalides bespeelde de emoties van de mensen, maar het was geen oproep tot de strijd. Met variété-schlagers zullen we geen moed en wilskracht voortbrengen. Zoals Olivier Zajec schreef: “Het zijn de naties, en niet de consumptie of de moraal, die de wereld weer een vorm en een zin geven.” Oorlog is een verwijzing naar anderen die ook een verwijzing naar zichzelf impliceert. Dat wil zeggen: “Als we willen onderkennen wat onze belangen zijn, dan moeten we eerst onderkennen wie we zelf zijn” (Hubert Védrine). Europa heeft, in het aangezicht van een universalisme dat tot ontworteling leidt, geen andere keus dan zijn constitutief eigene te bekrachtigen.

Posted on

Christiane Taubira: solidair met terroristen met dubbele nationaliteit

Eind januari is Christiane Taubira afgetreden als minister van Justitie van Frankrijk. Met deze minister uit Frans Guyana verliest president Hollande een van zijn meest opvallende en meest omstreden ministers.

Het terugkerende thema van Taubira’s politieke engagement is haat voor de blanke, mede door het christendom gestempelde, Franse cultuur. Ze begon haar politieke loopbaan in de jaren ’70 in de sfeer rond terroristische Guyaanse onafhankelijkheidsstrijders. Tot 1998 had Taubira een relatie met de veroordeelde terrorist Roland Delannon, waarmee ze in 1987 trouwde. Tijdens zijn anderhalf jaar durende hechtenis, ging ze in 1974 ondergronds.

In de Nationale Vergadering, het lagerhuis van het Franse parlement, zit ze sinds 1993 als afgevaardigde van Guyana. Als zodanig vraagt ze in 2001 aan de toenmalige minister van Justitie Marylise Lebranchu de veroordeling van haar zoon Lamine wegens medeplichtigheid aan een roofoverval ongedaan te maken.

Taubira is verantwoordelijk voor de in 2001 aangenomen ‘wet inzake de erkenning van de trans-Atlantische slavenhandel als misdaad tegen de menselijkheid’. Sindsdien is 10 mei de officiële gedenkdag van de slavernij en de Europese slavenhandel een verplicht onderdeel van het geschiedenisonderwijs. Op basis van deze wet probeerde in 2006 een ‘antiracistisch’ collectief, ondersteund door Taubira, de gerenommeerde maar politiek-incorrecte historicus Olivier Pétré-Grenouilleau de lesbevoegdheid te ontnemen.

In 2012 benoemde president Hollande Taubira tot minister van Justitie. Op kritiek op haar wetsontwerpen antwoordde ze naar believen met het verwijt van racisme dan wel seksisme of homofobie. Anne-Sophie Leclère, een lokale politica van het Front National, werd in 2014 in eerste aanleg wegens een fotomontage op haar facebook-pagina, die Taubira als aap weergaf, tot een gevangenisstraf van negen maanden en een boete van 50.000 euro veroordeeld. Het vonnis werd later tot Taubira’s spijt in hoger beroep opgeheven.

[contextly_sidebar id=”LYHlN8dSJEiEcEyeD18DN5NGP1nRVsij”]Ook de tegenstanders van de invoering van het zogenaamde homohuwelijk, waarin Taubira een “beschavingswissel” ziet, voelden vanaf 2013 de volle kracht van de wet op zich neerkomen. Vreedzame protesten werden door de politie met geweld ontbonden en tegen de student Nicolas Bernard-Buss werd een showproces zonder straf- of civielrechtelijke basis gevoerd, die voor de aangeklaagde in een gevangenisstraf van zes maanden zonder voorwaardelijke vrijlating en opname in het strafregister als “bijzonder gevaarlijke crimineel” uitmondde. In diezelfde tijd riep Taubira per ministerieel schrijven ambtenaren van de burgerlijke stand ertoe op om, in weerwil van geldend recht, in het buitenland door surrogaatmoeders gebaarde kinderen van homoseksuele paren het Franse staatsburgerschap te verlenen.

Op het terrein van het strafrecht propageerde Taubira van het begin af aan een paradigmaverschuiving van straf en gevangenis naar “maatschappelijke verantwoordelijkheid” voor het afglijden in de criminaliteit, in het bijzonder bij immigranten, die in Frankrijk het gros van gevangenisbevolking uitmaken. Sinds haar hervorming van het strafrecht in 2014 zijn de rechters gehouden om bij misdrijven die met vijf jaar of minder in de gevangenis bestraft kunnen worden, alternatieve straffen de voorkeur te geven. Voor recidivisten schafte Taubira strafverzwarende maatregelen af en voerde daarentegen voor alle gevangenen systematische vroegtijdige vrijlating in, onder voorwaarden en na het uitzitten van twee derde van het vonnis. Deze maatregelen waren meermaals aanleiding voor protesten van gevangenispersoneel, politie-agenten en advocaten.

Een aan duidelijkheid niets te wensen overlatende inblik in Taubira’s wereldbeeld biedt het interview met het tijdschrift Paris Match van 6 mei 2015, waarin de minister verklaarde: “De kinderen, die op mij lijken hebben alle recht van de wereld. Zij (de racisten, oftewel de blanken, red.) zullen daar aan moeten wennen. De rede zal ze leren in te zien, dat de mensen, die op mij lijken, talrijker zijn. En dat het beter voor ze is, deze niet te veel uit te dagen.”

Onlangs trad Taubira dan af, op grond van president Hollande’s voorgenomen grondwetswijziging voor het intrekken van het staatsburgerschap, want deze maatregel treft vooral voor terrorisme veroordeelden met een dubbele nationaliteit en niet zozeer autochtone Fransen met slechts één nationaliteit. Taubira ziet daarin een discriminatie van immigranten. “Vaak vraagt verzet om te blijven, vaak vraagt het ook om te vertrekken”, aldus Taubira op Twitter ten afscheid.