Posted on

‘Handelsoorlog VS-China duurt nog minstens 20 jaar’

Jack Ma

Jack Ma, een van de meest succesvolle en wereldwijd meest bekende Chinese ondernemers heeft over de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China onlangs een duistere prognose afgegeven.

De oprichter van het Chinese internetplatform Alibaba zei dat de handelsoorlog tussen de beide landen nog meer dan 20 jaar zou kunnen voortduren. Zoals de self made miljardair het ziet, ijveren de twee grootste economieën van de wereld om de mondiale suprematie. Ma gaat er van uit dat deze strijd ook met het einde van het presidentschap van Donald Trump niet zal eindigen.

Importheffingen

De waarschuwing van de Chinese zakenman kwam op het moment dat het conflict tussen de beide grootmachten zich verder toespitste. Trump kondigde de invoering van importheffingen op Chinese import ter waarde van 200 miljard Amerikaanse dollar aan. Met deze stap zal de helft van de totale Amerikaanse import uit China aan importheffingen onderhevig zijn. In eerste instantie geldt vanaf 24 september een heffing van tien procent voor de geselecteerde Chinese goederen die in de VS ingevoerd worden. Mocht Peking in de strijd niet toegeven dan zou begin komend jaar de heffing naar 25 procent stijgen. In het geval dat China ervoor kiest vergelding te zoeken door er heffingen tegenover te stellen – zoals voor de hand ligt – heeft Trump een derde fase aangekondigd. Deze zou dan zonder uitzondering alle Amerikaanse import uit China treffen.

Vorige maand had de Amerikaanse president reeds importheffingen van 25 procent op de import van staal en tien procent op aluminium ingevoerd. Daar bovenop voerde Trump een extra afdracht van 25 procent op Chinese goederenleveringen naar de VS ter waarde van 50 miljard dollar in. In reactie daarop heeft de Chinese leiding heffingen op Amerikaanse goederen van vergelijkbare omvang ingesteld.

Oneerlijke handelspraktijken

De Amerikaanse president verdedigt zijn beleid door te stellen dat hij wil bereiken dat China de eigen markt sterker opent, investeringsbelemmeringen voor buitenlandse bedrijven wegneemt en tegen de diefstal van technologie optreedt. “Maandenland hebben we er bij China op aangedrongen deze oneerlijke handelspraktijken te veranderen en Amerikaanse bedrijven eerlijk te behandelen”, aldus Trump.

De leiding in Peking lijkt tot nu toe echter geen krimp te geven. De voortekenen wijzen eerder op escalatie. Als antwoord op de nieuw ingevoerde Amerikaanse heffingen, kondigde het Chinese ministerie van Handel aan van zijn kant additionele heffingen op Amerikaanse goederen van 60 miljard dollar in te stellen. Ondertussen wordt in Peking nog over een geheel andere mogelijkheid om de VS te straffen nagedacht. Diverse media melden namelijk dat de Chinese leiding de invoerheffingen voor belangrijke andere handelspartners wil verlagen.

De Chinese invoer beliep vorig jaar zo’n 130 miljard dollar. 40 procent van deze invoer was onderhevig aan importheffingen. Met de aangekondigde tegenmaatregelen van China zal het aandeel stijgen naar 85 procent. Voor verdere uitbreiding is dus weinig ruimte. China zal bij verdere escalatie dus bestaande heffingen verder op moeten schroeven of naar zogenaamde non-tarifaire handelsbelemmeringen moeten grijpen. Daaronder valt bijvoorbeeld de invoering van voorschriften of technische maatstaven die buitenlandse aanbieders van de binnenlandse markt moeten weren.

Uitblijvende hervormingen

Intussen neemt ook vanuit Europa de druk op China toe. Veel bedrijven uit EU-landen delen de Amerikaanse kritiek op het gebrek aan bereidheid tot hervormingen bij de Chinese leiding. Peking heeft weliswaar veranderingen aangekondigd, maar onder Europese investeerders die in China actief zijn, neemt de frustratie over uitblijvende hervormingen toe, zo komt naar voren uit een onderzoek van Roland Berger consultancy onder 1600 Europese bedrijven die in China actief zijn. Ruim de helft van de ondervraagden uitte de vrees dat in de komende jaren de administratieve belemmeringen en regulering in China toe zullen nemen. 62 procent van de ondervraagden bekritiseren dat Chinese bedrijven betere toegang hebben tot Europese markten dan Europese bedrijven tot de Chinese markt.

Ook de Handelskamer van de Europese Unie in Peking lijkt de kritiek van Trump te delen, deze noemt China “een van de meest restrictieve economieën ter wereld, ver achter de meeste newly industrialized countries”. De confrontatiegerichte koers van de Amerikaanse regering lijkt echter althans voor de afzienbare toekomst de problemen alleen maar te verergeren.

Posted on

Vietnam wil compensatie van Monsanto voor Agent Orange

Het Vietnamese ministerie van Buitenlandse Zaken eist van het landbouwconcern Monsanto en diverse andere bedrijven compensatie voor de slachtoffers van het chemische ontbladeringsmiddel Agent Orange.

Tijdens de Vietnamoorlog hebben de Amerikaanse strijdkrachten Agent Orange met vliegtuigen over grote gebieden in Vietnam en Laos gesproeid. Doel was het ontbladeren van bossen om de vijandelijke strijders van het Nationale Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam (b.b.a. Vietcong) de beschutting van het oerwoud te ontnemen, maar ook het vernielen van de oogst op de velden. Agent Orange bevatte onder andere het zeer giftige dioxine.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Hanoi haalde in een verklaring een onlangs in de Verenigde Staten geveld vonnis aan. Een Californische rechtbank had daarin Monsanto ertoe verplicht een schooltuinman 289 miljoen dollar compensatie te betalen. De klager had een zaak aangespannen omdat een door Monsanto gefabriceerde herbicide kanker bij hem had verwekt. Of het oordeel ook in hoger beroep standhoudt is nog af te wachten.

Volgens de BBC bestaan er echter alleen al in de VS nog 5.000 van dergelijke aanklachten tegen Monsanto, dat sinds enkele maanden een dochterbedrijf is van de Duitse chemie- en farmaceuticagigant Bayer is. De koop van Monsanto door Bayer voor 63 miljard dollar is de tot nu toe grootste overname door een Duits bedrijf in het buitenland. Na het oordeel van de Californische rechtbank duikelde de koers van het aandeel Bayer al.

Als het daadwerkelijk tot een eis om compensatie vanuit Vietnam komt, dan zou echter ook nog een ander Duits bedrijf daardoor getroffen kunnen worden. Tot de leveranciers van Agent Orange aan de Amerikaanse krijgsmacht hoorde destijds naast Monsanto ook het Amerikaanse concern Dow Chemical. Volgens onderzoek van Der Spiegel leverde de Duitse firma Boehringer Ingelheim in 1967 halffabrikaten voor de productie van Agent Orange aan Dow Chemical. Hoewel het in de Vietnamoorlog om een conflict in het kader van de Koude Oorlog ging, leverde ook een bedrijf uit Tsjechoslowakije een grondstof voor de productie van Agent Orange aan Amerikaanse bedrijven.

Bedelaar in Ho Chi Minh-stad (Saigon) wiens armen ernstig misvormd zijn doordat zijn moeder tijdens de zwangerschap werd blootgesteld aan een dioxine-houdend ontbladeringsmiddel (foto: Emilio Labrador).

Tot de late gevolgen van het gebruik van Agent Orange horen doodgeboorten, misvormingen van pasgeborenen, neurologische beschadigingen en kanker. Volgens schattingen van het Vietnamese Rode Kruis, lijden in het land nog altijd ongeveer een miljoen mensen onder de late gevolgen van het gebruik van het gif.

In de VS werd in 2005 nog een aanklacht namens meerdere personen afgewezen. De rechtbank wilde toen in het gebruik van het middel “geen chemische oorlogsvoering” zien en daarmee ook geen schending van het internationaal of oorlogsrecht.

Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Vrijhandelsakkoord EU-Mercosur roept weerstand op

In de luwte van de algemene opwinding over president Donald Trumps aankondiging van nieuwe Amerikaanse importheffingen heeft de Europese Unie achter gesloten deuren verder gewerkt aan vijf nieuwe handelsakkoorden.

De akkoorden met Singapore, Vietnam en Japan zijn bijna klaar om ondertekend te worden, evenals een geactualiseerd handelsakkoord met Mexico. Het vrijhandelsakkoord met de landen van de ‘gemeenschappelijke markt van het zuiden’ (Mercosur), Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay, is ook bijna afgerond, zoals op de informele top van de Europese ministers van Handel in de Bulgaarse hoofdstad Sofia op 27 februari jongstleden medegedeeld werd. Overigens had dit laatste akkoord eigenlijk afgelopen december al ondertekend moeten worden.

Mercosur

Sinds 1999 bestaat er tussen de EU en de Mercosur-staten reeds een verdrag als voorstadium voor een vrijhandelsakkoord. Sinds 2010 wordt hierover opnieuw onderhandeld. Het akkoord gaat niet alleen over importquota’s en -heffingen, maar ook over non-tarifaire handelsbelemmeringen, zoals milieustandaarden, consumenten- en werknemersrechten.

De eurocommissaris voor Handel, Cecilia Malmström presenteert het akkoord graag als tegenzet op de protectionistische economische koers van de regering Trump. Met de beoogde opening van de markten van de Mercosur wil de Europese Commissie naar eigen zeggen de Chinezen voor zijn.

Sinds 2016 bepalen in alle lidstaten van de Mercosur neoliberaal georiënteerde regeringen het handelsbeleid. In het verkiezingsjaar 2018 zou deze situatie echter weer kunnen veranderen, beide zijden dringen dan ook aan op het snel afronden van het akkoord. Momenteel vindt dan ook de laatste onderhandelingsronde plaats.

Weerstand

Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan heeft echter ook stevige weerstand de kop op gestoken, sinds eind vorig jaar delen van het geheim gehouden akkoord uitlekten. De lobby voor de agrarische sector in Polen, Ierland, Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland was reeds langer op zijn hoede. Eind februari protesteerden in Frankrijk op een landelijke actiedag meer dan 20.000 boeren in bijna 90 departementen tegen het handelsakkoord met de Mercosur. Zij maken zich vooral zorgen over de steeds grotere concurrentie van goedkoop vlees van overzee.

Anderzijds dringt de Europese industrie, de auto- en machinebouwers voorop, er massaal op aan het handelsakkoord eindelijk te bezegelen. De meeste onenigheid tussen EU en Mercosur bestond dan ook over de importquota voor rundvlees uit de Mercosur en over de automobielsector.

Intussen is wel duidelijk geworden dat het lobbywerk van de boerenorganisaties weinig succes heeft gehad. Onder druk van de Mercosur-landen boden Malmström en haar voor Landbouw verantwoordelijke collega Phil Hogan uiteindelijk een heffingsvrij importcontingent van 99.000 ton vers en ingevroren rundvlees aan en daarmee 29.000 ton meer dan een half jaar geleden. De Zuid-Amerikanen hadden om 200.000 ton gevraagd. “Als de EU Mercosur daadwerkelijk een quotum van 100.000 ton per jaar toestaat, is dit de nekslag voor de Europese sector, aangezien we vandaag de dag reeds met de productiekosten reeds boven de verkoopprijs liggen die we op de markt kunnen krijgen”, verklaarde de vice-voorzitter van de Belgische boerenbelangenorganisatie Hugues Falys.

Nu al importeert de EU 240.000 ton rundvlees uit de Mercosur, wat overeenkomt met 75 procent van de totale import naar de EU. Zodat de EU-staten meer auto’, chemicaliën en machines naar de Mercosur-staten kunnen exporteren en mee kunnen dingen in publieke aanbestedingen, gaf Malmström toe inzake scherpere controles tegen hormoon- en vleesfraude. Volstrekt onacceptabel gezien de corruptie in Brazilië, zo verwijten consumentenorganisaties de EU-onderhandelaars.

Critici van intercontinentale handel en milieu-organisaties veroordelen de deal intussen, omdat daarmee nog meer gen-soja en zwaar met pesticiden belastte grondstoffen en agrobrandstoffen de EU-staten binnen zouden komen dan nu al het geval is. Voor extra weiden en de aanbouw van soja-monoculturen worden in de Mercosur-staten keuterboertjes van hun velden beroofd en bossen en savanne vernield.

Ook de vakbonden in de Mercosur-landen zijn bezorgd. Zij vrezen zware verstoringen vanwege het grote verschil in technologisch niveau in de industriële productie van de EU enerzijds en de Mercosur-landen anderzijds. De vakbonden uit beide statenbonden hebben een gemeenschappelijk schrijven aan de onderhandelaars van beide blokken gericht, waarin ze toelichten waarom ze het vrijhandelsakkoord niet zullen accepteren.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

Waarom Amerika IS in Afghanistan in stand houdt

In Afghanistan is veel te doen over ongekenmerkte militaire helikopters die IS Khorasan assisteren met bevoorrading en transport van strijders. Er bestaat een sterk vermoeden dat de Verenigde Staten er achter zitten.

Doordat Amerikaanse en andere westerse troepen in het land, en onder invloed van de Amerikanen ook het Afghaanse leger, zich vooral richten op het bestrijden van de Taliban, heeft ‘Islamitische Staat’ stevig voet aan de grond kunnen krijgen in Afghanistan. De IS-tak in het land noemt zich ‘IS Khorasan’, naar een historische staatkundige eenheid die delen van Afghanistan, maar ook van diverse andere Centraal-Aziatische landen omspant.

Het vermoeden dat het om Amerikaanse helikopters gaat ligt voor de hand, omdat de Amerikanen nog altijd militair aanwezig zijn in het land. De Amerikanen frustreren al enige tijd iedere poging tot vredesonderhandelingen tussen de regering in Kaboel en (delen van) de Taliban, door op cruciale momenten Taliban-leiders uit te schakelen. Door kort voor besprekingen een Taliban-leider die tot onderhandelingen bereid is te elimineren, werken de Amerikanen in de hand dat de volgende Taliban-leider minder geneigd is tot gesprekken.

Door IS in stand te houden en onderhandelingen tussen de regering in Kaboel en de Taliban te frustreren, houden de VS Afghanistan instabiel. Om te begrijpen welk belang de VS daar bij hebben, moeten we naar de bredere regio kijken.

Een blik op de kaart van Eurazië laat een steppe- en woestijnzone zien die zich uitstrekt van Mantsjoerije in het oosten tot de Kaspische Zee in het westen. Zowel Rusland als China hebben historisch veel te kampen gehad met Mongoolse en Turkse volkeren uit deze contreien. Inmiddels werken Rusland en China er samen echter al enkele jaren aan om deze zone te bestendigen om zo een vreedzaam continent te creëren, waarin meer mogelijkheden ontstaan om economische potentiëlen aan te boren. Zo is Centraal-Azië rijk aan delfstoffen en een belangrijke doorgangsroute voor de Nieuwe Zijderoute richting Europa.

Centraal-Aziatische landen als Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië doen allemaal mee in de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) en recent zijn ook India en Pakistan toegetreden. Iran wil zich ook bij de SSO aansluiten en zelfs Mongolië zoekt inmiddels aansluiting. Daarmee zou – afgezien van geval apart Turkmenistan – een gigantische aaneengesloten landmassa ontstaan waarin vrede en veiligheid heersen en men zich zodoende kan richten op het ontplooien van economische potentiëlen die nog maar weinig benut worden.

De Verenigde Staten, die sommige van hun plannen gedwarsboomd zien door een meer assertieve rol van Rusland en China op het wereldtoneel, en die vrezen voor de aanhoudende economische opkomst van met name China, willen deze bestendiging van het Euraziatische continent waar mogelijk verstoren.

Amerikaanse activiteiten aan de Oost-Aziatische kant van Eurazië om bevroren conflicten zoals dat op het Koreaanse schiereiland en dat in de Zuid-Chinese Zee op te porren, zijn hinderlijk voor China. Maar de Volksrepubliek rekent al langere tijd met het gegeven dat de Amerikanen een snoer van landen in Oost-Azië – van Zuid-Korea tot Vietnam – aaneen hebben geregen, waarmee China’s toegang tot de open zee potentieel in gevaar is. Weliswaar hebben de Filipijnen en Maleisië dit stramien recent enigszins doorbroken, maar China denkt op de lange termijn en had dus al corridors gecreëerd om voor haar buitenlandse handel niet te sterk afhankelijk te zijn van de doorgang door de straat van Malakka. Zo legden de Chinezen infrastructuur aan in Burma en in Pakistan, zoals de haven van Gwadar, die toegang geeft tot de Arabische Zee.

Afghanistan is echter ideaal gepositioneerd om de bestendiging van Eurazië te verstoren. Zo werkt IS Khorasan samen met de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere islamisten in Tadzjikistan en Kirgizïe, waarmee de kleine Centraal-Aziatische landen te destabiliseren zijn. Ook het Oeigoerse separatisme in China is wat dat aangaat een middel waarvan de Amerikanen goed gebruik kunnen maken.

IS Khorasan heeft ook partners in Pakistan. Grensregio’s als Beloetsjistan zijn al instabiel en islamisten aan weerszijden van de grens kunnen daar gebruik van maken. En als Pakistan gedestabiliseerd zou worden, heeft China niets meer aan de haven van Gwadar. Het hele punt is namelijk dat China van daaruit goederen verder door Pakistan naar China kan transporteren en vice versa.

Maar ook als IS voorlopig vooral nog in Afghanistan actief is en de Centraal-Aziatische staten en Pakistan niet gedestabiliseerd worden, hangt de dreiging dat dit kan gebeuren nog wel boven de markt, zolang er in Afghanistan geen vrede bereikt wordt en IS zijn macht daar verder uit kan breiden.

China en Rusland willen begrijpelijkerwijs het nodige doen om vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban te stimuleren, niet alleen het land zelf maar de hele regio zou daar baat bij hebben. De Amerikanen spreiden hun kansen door enerzijds die vredesonderhandelingen te blijven frustreren en anderzijds IS in stand te houden voor het geval Kaboel en de Taliban op enig moment toch tot een vergelijk mochten komen.

Posted on

Noriega: van CIA-stroman tot Amerikaans gevangene

Manuel Noriega is niet meer. De ex-dictator van Panama overleed op 29 mei op 83-jarige leeftijd. Vorig jaar ontdekten artsen een hersentumor. In maart werd Noriega geopereerd en in een kunstmatige coma gebracht, waaruit hij niet meer is ontwaakt.

“Voor Saddam Hoessein was er Manuel Noriega”, schrijft The Guardian. De politieke carrière van de Panamese dictator vertoont grote overeenkomsten met die van de Irakese heerser. Alleen hun einde is anders: de een opgehangen, de ander overleden in een bed. Maar beiden genoten lang de steun van de Verenigde Staten. Totdat ze zich tegen hun beschermer keerden, die vervolgens met militaire overmacht een einde aan hun bewind maakte.

Tijdens zijn militaire studie in Peru in de jaren vijftig werkte Noriega al voor de CIA. In 1967 kreeg hij een spionage- en contra-spionage training op de beruchte School of the Americas in Fort Gulick, Panama, en een cursus psychologische oorlogsvoering in Fort Bragg in North-Carolina, de grootste militaire basis van de wereld (en in de jaren tachtig het centrum van waaruit de militaire interventies in Midden-Amerika plaatsvonden). In 1968 pleegde kolonel Omar Torrijos in Panama een militaire coup. Onder zijn bewind maakte Noriega snel carrière. Torrijos kwam in 1981 om het leven bij een mysterieus vliegtuigongeluk. Volgens John Perkins, voormalig NSA-agent en auteur van Confessions of an economic hitman, een actie van de CIA. De geheime dienst zag met lede ogen aan dat Torrijos contact zocht met Japan voor een nieuw te graven kanaal door Panama.

Luitenant-generaal Tom Kelly, plv. chef-staf van het Amerikaanse leger, legt tijdens een persconferentie op 21 december 1989 uit wanneer men het Panamakanaal weer open denkt te kunnen hebben.

Na de dood van Torijos werd Manuel Noriega de facto leider van Panama. In 1983 promoveerde hij zichzelf tot generaal. De machthebbers in Washington en Langley konden de nieuwe leider goed gebruiken. In 1979 verdreven de linkse Sandinista’s de Amerikaanse stroman Somoza, wiens familie vanaf 1927 Nicaragua had geregeerd. De Amerikanen bekeken het nieuwe bewind in Managua met argusogen. Dankzij de decennia oude CIA-contacten van Noriega kon de CIA Panama gebruiken als uitvalsbasis om het linkse regime in Nicaragua te ondermijnen. Lang voor de publicatie van de Panama Papers werd het land al gebruikt als doorvoerhaven voor geld, drugs en militaire goederen voor de Contra’s, die door de Verenigde Staten werden gesteund om het bewind in Managua ten val te brengen.

Noriega valt in ongenade bij Amerikaanse broodheren

Eind jaren tachtig viel Noriega in ongenade bij zijn Amerikaanse broodheren. In de jaren zeventig was de Panamese dictator begonnen met het leggen van contacten met het Colombiaanse Medellín drugskartel. Deze gebruikte Panama om hun drugsgeld wit te wassen. Een federale rechtbank in Florida klaagde de Panamese dictator aan op grond van drugshandel en afpersing. De CIA haalde Noriega van de loonlijst.

Amerikaanse militairen rijden in pantservoertuigen door Panama-stad op 23 december 1989, de vierde dag van de Amerikaanse inval. Bij de aanval kwamen honderden burgers om het leven en werden 15.000 mensen dakloos.

Een serie van incidenten, die uiteindelijk leidde tot de dood van een Amerikaanse soldaat, was de aanleiding voor de regering van George H. Bush om militair in Panama in te grijpen. Op 20 december 1989 vielen Amerikaanse troepen – vooral militairen uit Fort Bragg – het land binnen. Op 3 januari 1990 gaf Noriega, die zich had verscholen in de diplomatieke missie van het Vaticaan, over. Hij werd als krijgsgevangene naar de Verenigde Staten overgebracht. In september 1992 werd hij in Miami veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 jaar (later omgezet tot 30 jaar). De claim van verdediging dat Noriega jarenlang op de loonlijst van de CIA had gestaan, werd als irrelevant afgewezen. Gevangene nummer 38699-079 werd in 2010 uitgeleverd aan Frankrijk, waar hij werd veroordeeld voor witwassen van drugsgeld. In 2011 werd hij op verzoek van de Panamese regering overgebracht naar de El Renacer-gevangenis in Panama.

Oude bekende van Bush

Manuel Noriega op bezoek bij George H.W. Bush

De relatie tussen Noriega en de CIA, en dan specifiek die met directeur George H. Bush, is intrigerend. Noriega had als student al contacten met de Amerikaanse veiligheidsdienst. Tussen 1971 en 1986 leverde hij de CIA informatie over Fidel Castro. In 1976 bezocht hij George Bush in Washington.

De opvolger van Bush als hoofd van de CIA haalde Noriega van de loonlijst, maar toen George H. in 1980 vice-president werd, ontving de Panamese dictator al snel weer een riant salaris van de CIA. De contacten tussen Bush en Noriega stammen al uit een eerdere periode. George Herbert Walker Bush richtte in 1953 Zapata Petroleum in Texas op. Een onderdeel van het bedrijf werd als CIA-front gebruikt. Van hier uit werden contacten gelegd met een zekere Manuel Noriega, drugssmokkelaar en CIA-medewerker.

In 1976 zorgde Bush, als CIA-directeur, ervoor dat de Cubaan Felix Rodriguez buiten schot blijft in het onderzoek naar de moord in Washington op een Chileense, pro-Allende diplomaat. Rodriguez, die claimde Che Guevara te hebben vermoord, was daarvoor ook actief binnen Operatie Phoenix, waarin onder auspiciën van de CIA tonnen heroïne Zuid-Oost Azië binnen werden gesmokkeld om het Noord-Vietnamese bevrijdingsleger te destabiliseren.

Hetzelfde scenario werd in de jaren tachtig uitgevoerd in de oorlog tegen de Sandinisten in Nicaragua: importeren van drugs in ruil tegen wapens om die door te verkopen aan rebellen. Wederom met Rodriguez als spil en vice-president Bush op de achtergrond (twee jaar voordat Oliver North in 1984 de operatie overnam). Generaal Noriega was maar graag bereid zijn oude vrienden te helpen en stelde vliegvelden open voor het transport van drugs en wapens. Saillant detail: Noriega werd gevraagd dit te doen door agenten van de Mossad, de Israëlische veiligheidsdienst, die hem toegang tot het Witte Huis – lees George H.W. Bush – beloofden. Wellicht grootspraak van een dictator in het nauw, maar Noriega claimde dat hij “Bush bij zijn ballen had”. Reden genoeg om in 1989 eens en voor altijd af te rekenen met de onbetrouwbare Panamese leider, die de clandestiene drugsoperaties steeds vaker voor eigen gewin ging gebruiken. Het was Noriega’s oude vriend Bush die hem afzette en gevangen liet nemen.

In het wereldbeeld van de CIA zijn dictators nuttige idioten die braaf hun vuile werk moeten doen. Worden ze ongehoorzaam of gaan ze op eigen houtje zaken regelen, dan is Washington er snel bij om zich van hen te ontdoen. Dat overkwam al vele dictators, zoals Ngo Dinh Diem, Saddam Hoessein of Bashar al-Assad. En dus ook ‘Our man in Panama’, Manuel Noriega.

Posted on

Geïdealiseerde Jackie Kennedy als troost voor gekwetste Democraten-zieltjes

Gelijk met de wisseling van de wacht in het Witte Huis brengt de Amerikaanse filmindustrie een hommage aan Jackie Kennedy op het witte doek. Het gekozen tijdstip voor de lancering van de film is vanzelfsprekend geen toeval. Zou Hillary Clinton, zoals men in Hollywood verwachtte, de presidentsverkiezingen gewonnen, dan had de boodschap geluid: De nieuwe Amerikaanse president kan aanknopen aan een grootse traditie. Met Jackie Kennedy was er al eens een geweldige, moedige Democraten-vrouw in het Witte Huis. En nu dan eindelijk één als president in plaats van first lady.

Zoals bekend liep het in werkelijkheid anders. De Republikeinse kandidaat won de verkiezingen en zelfs tegenstanders van Trump moeten bij evaluatie van de campagne toegeven dat Hillary Clinton haast perfect beantwoord aan Trumps clichébeeld van het politieke establishment. Na de nederlaag van Clinton kan de film echter ten minste nog als balsem voor gekwetste Democraten-zieltjes dienen, met als boodschap: Niet alle Democraten-dynastieën werden gefnuikt door affaires en schandalen.

Jackie wordt in de gelijknamige speelfilm zacht gezegd welwillend neergezet. Van de hoofdrolspeelsters, de uit Star Wars en Black Swan bekende Natalie Portman, heette het in de Amerikaanse media weliswaar dat ze een treffende gelijkenis met Jackie Kennedy vertoont, maar dat geldt hooguit oppervlakkig. Portmans trekken zijn veel lieflijker. Maar dat past goed in de strategie van de film, waarin Jackie Kennedy als zachte, kwetsbare en door twijfel aan zichzelf geplaagde vrouw voorgesteld wordt.

Het andere beeld van de koude, berekenende vrouw die met de emoties van het volk speelt, moet duidelijk ontkracht worden. Zo komt de beroemde aan deze verdenking voeding gevende scene, waarin John F. Kennedy junior voor de kist van zijn vader salueert in de film niet voor. In plaats daarvan wordt daarentegen Jackie Kennedy geschilderd als een vrouw die de massa’s werkelijk liefhad, een hoogst emotionele vrouw die uit plichtsbetrachting haar gevoelens ten minste ten dele voor het publiek verbergt.

Dat Jackie Kennedy als geen presidentsvrouw voor haar op haar effect in de publieke waarneming bedacht was, wordt in de film niet geloochend, maar zelfs dat wordt positief gepresenteerd. Zo ontvangt Jackie Kennedy als first lady de televisie in haar Witte Huis en krijgt van tevoren door een adviseuse ingeprent wat ze moet zeggen. Tijdens haar optreden voor de camera werpt ze vervolgens dermate verlegen, bevestiging zoekende blikken naar haar adviseuse, dat je er als kijker bijna van zou gaan blozen.

Zo meisjesachtig zullen echter maar weinigen de werkelijke Jackie Kennedy in herinnering dragen. Alle acteurs in de film zijn trouwens erg goed, vooral de Kennedys. Uitzondering daarop is eigenlijk alleen John F. Kennedys opvolger als president, Lyndon B. Johnson.

De eigenlijke handeling van de film bestaat erin dat een journalist, Theodore H. White van het inmiddels door Time opgekochte Life magazine, Jackie Kennedy een week na de moordaanslag op haar man bezoekt in de zomerresidentie van haar familie en haar interviewt. De journalist komt met een taxi, van begin af aan is de kraag van zijn overhemd open en zijn stropdas een weinig los gemaakt. Wanneer de rouwende weduwe iets zegt wat hem onvrijwillig amuseert, onderdrukt hij zijn geamuseerdheid nauwelijks.

Jackie Kennedy doet in hoogst eigen persoon de deur voor de journalist open, personeel is geen velden of wegen te bekennen. Deze enscenering werkt nou niet bepaald geloofwaardig, maar moet kennelijk de indruk wekken van een egalitaire sfeer scheppen waarin een openhartig en eerlijk gesprek plaats vindt. Zodoende laten de filmmakers Jackie Kennedy de journalist ook vermanen dat hij niet alles op mag schrijven wat ze hem nu gaat vertellen.

De hele film had een relatief goedkoop twee-personen-stuk kunnen worden, als er niet een hele reeks veel uitbundigere en actierijkere flashbacks in zaten, die strekken van de aankomst van het presidentiële paar in Dallas tot aan de pompeuze rouwdienst voor de door Peter Sarsgaard gespeelde John F. Kennedy. De flashbacks zijn eigenlijk de krenten in de pap die gevormd wordt door de raamvertelling van het interview.

Behandeld wordt kortom een weliswaar klein, maar niettemin interessant stuk van de Amerikaanse politieke geschiedenis. De manier waarop dit gepresenteerd wordt vraagt wel enig geduld van de kijker en is naar Europese smaak wel erg pathetisch. Dat uit zich in emotioneel geladen dialogen en gedeeltes met close-ups en theatrale achtergrondmuziek. Als men nu wist dat het gepresenteerde authentiek was, kon de kijker zich er tenminste nog mee troosten er iets van op te steken. Maar in de voorstelling van hoe bijvoorbeeld Jackie Kennedy haar met bloed besmeurde jurk uittrekt na de aanslag, of van haar privégesprekken met haar zwager Robert of met haar pastoor, hebben de makers van de film zich erg veel artistieke vrijheid gepermitteerd.

Tegen het einde van de 100 minuten durende film komt het tot zo’n accumulatie van pathetische scènes, dat men als kijker na iedere scène vermoedt dat deze wel het einde van de film zal markeren, om vervolgens verrast te worden door een scène die dit in pathetiek nog weer moet overtreffen. Deze film zal ongetwijfeld de nodige kijkers trekken, maar andere films die in het Witte Huis spelen hebben voor de kijker dikwijls het voordeel meer feiten en minder verheerlijking te bieden.

Posted on

Herhaalt Donald Trump het ware kunststuk van Richard Nixon?

‘Kan Trump het dubieuze kunstje van Nixon nadoen?’ kopte de Volkskrant onlangs. Dat kunstje waar de krant voor vreest is, dat als Donald Trump de 45ste president wordt, hij een speciale aanklager zal benoemen om Hillary Clinton te vervolgen. Waar de journalist echter beter over had kunnen schrijven is de stormachtige en uiteindelijk succesvolle carrière van Richard M. Nixon. Een waar kunststukje.

In 1962 leek de politieke loopbaan van Richard Nixon (1913-1994) voorbij. De gevierde vice-president van Dwight Eisenhower verloor op desastreuze wijze de verkiezing van gouverneur van Californië. Twee jaar daarvoor moest hij het onderspit delven tegen John F. Kennedy, die in 1960 de presidentsverkiezingen won. Nixon was politiek uitgerangeerd, zo leek het.

Nixon groeide op in een arm gezin in Californië. De financiële situatie in het Quakergezin was er de oorzaak van dat de intelligente Richard niet aan een universiteit kon studeren. In 1948 kreeg Nixon – twee jaar eerder gekozen in het Huis van Afgevaardigden – nationale bekendheid door Alger Hiss van spionage te beschuldigen. Hiss werd in 1950 voor hoogverraad veroordeeld, hetzelfde jaar waarin Nixon op overtuigende wijze een senaatszetel wist te veroveren. Het anticommunisme van de Californiër sprak de Republikeinse Partij aan. Hij werd in 1952 vice-president onder oud-generaal Dwight Eisenhower en dwong bij vriend en vijand bewondering af voor zijn standvastigheid en vechtlust. Nixon maakte veel buitenlandse reizen, waaronder het beruchte bezoek aan een aantal Latijns-Amerikaanse landen in 1958. In Venezuela belaagden demonstrerende studenten de vice-president en zijn vrouw. Maar Nixon stapte uit de auto en ging de discussie met de betogers aan.

Mede vanwege zijn politieke ervaring in binnen- en buitenland was het voor Nixon moeilijk te verteren dat de jonge John F. Kennedy hem in 1960 versloeg. Naast de negatieve invloed van het televisiedebat – Nixon was ziekjes en kwam niet overtuigend over – zijn er ook aanwijzingen dat de Kennedy’s door verkiezingsfraude de winst binnen wisten te halen. In 1962 verloor de Quaker de gouverneursverkiezingen in zijn thuisstaat Californië van de rooms-katholieke Democraat Pat Brown. Op een haastig belegde persconferentie sprak Nixon de legendarische woorden “You won’t have Nixon to kick around anymore because, gentlemen, this is my last press conference”. Teleurgesteld en verbitterd geloofde Nixon zijn eigen woorden,  en met hem zo’n beetje alle Amerikanen.

Niets bleek minder waar. In het roerige verkiezingsjaar 1968 – moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de oorlog in Vietnam op een hoogtepunt, en opstandige studenten – won Richard Nixon nipt van de Democratische kandidaat Hubert Humphrey. Vier jaar later maakte Nixon een ware ‘landslide’. Op binnen- en buitenlands terrein boekte hij vele successen. Watergate maakte een einde aan dit alles en in 1974 werd Nixon gedwongen het Witte Huis te verlaten. Eind jaren zeventig volgde eerherstel. President Ford verleende hem gratie en hij verscheen weer op politieke bijeenkomsten. Onder andere bij het officiële bezoek van de Chinese leider Deng Xiaoping aan de Verenigde Staten in 1979. Deng had erop gestaan dat Nixon aanwezig zou zijn bij de ontvangst in het Witte Huis; anders zou het staatsbezoek niet doorgaan! Hij overleed op 22 april 1994.

Een politieke carrière van vallen en opstaan. Als één politicus in de Amerikaanse politiek meerdere keren is afgeschreven, is het Richard Nixon. Een ware ‘comeback kid’. Hij werd beschuldigd van harde campagnes, afluisterpraktijken en bedrog. Maar Amerikaanse presidenten vanaf Roosevelt luisterden hun politieke tegenstanders af. Campagnes van Roosevelt en Johnson waren ongemeen vuil. De Kennedy’s kochten verkiezingen, hadden nauwe banden met de maffia en fraudeerden verkiezingsuitslagen. John F. Kennedy pleegde overspel tot in het Witte Huis. Bill Clinton liet een spoor van verdachte sterfgevallen en seksueel belaagde vrouwen na, kon niet van stagiaires afblijven, maar bleef in de Oval Office.

the-bush-order

Zijn hele leven heeft Nixon een diep wantrouwen gehad tegenover intellectuelen en gevestigde politici, afkomstig uit rijke families aan de Oostkust. Nixon had door dat mensen liever tegen dan voor iets kiezen. Politiek is verdeeldheid. “Het is wij tegen hen: de elites, de overheid, de bevoorrechten, de liberals, zij die macht erven.”

Dit jaar kent de Verenigde Staten eenzelfde politieke strijd. ‘Wij tegen hen’. Een kandidaat die vecht tegen de gevestigde, geërfde politieke macht. Een macht die zich gesteund weet door intellectuelen, die de arrogantie van vanzelfsprekendheid heeft: “We rule this country”. In binnen- en buitenlandse politiek zou de Verenigde Staten heel goed een Richard Nixon kunnen gebruiken. Wie weet is Donald Trump die man. Men vindt hem vulgair en ordinair, net als Nixon. Hij wordt afgeschreven, net als Nixon. Het was echter diezelfde Nixon die ooit zei: “Defeat doesn’t finish a man, quit does. A man is not finished when he’s defeated. He’s finished when he quits.”