Posted on

Noord-Korea – Van Kluizenaarskoninkrijk tot Aziatische tijger?

kluizenaarskoninkrijk

Als er vrede gesloten kan worden, kon Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger worden, stelt Michiel Hoogeveen in zijn boek Het kluizenaarskoninkrijk. Het land heeft alles in huis om economisch succesvol te worden.

Samen met een collega bezocht ik in 2015 Noord-Korea. Het boek Het kluizenaarskoninkrijk van Michiel Hoogeveen is voor mij op veel punten dan ook een feest van herkenning. Ook bij ons was het gevaarlijkste moment van de reis de taxirit van het vliegveld naar het hotel in Beijing. Ook wij misten onze echte koffie enorm, ook in onze groep verdroeg 60% de kimchi niet, ook wij waren verbaasd over de relatieve welvaart in Pyongyang en de relatieve moderniteit van deze stad en het feit dat zoveel mensen (in tegenstelling tot China) perfect Engels spraken en zeker niet overkwamen als gevoelloze robots.

Perfect Engels

Tot onze verbazing werden we verschillende keren aangesproken in perfect Engels door verschillende burgers in Pyongyang. Ze wilden simpelweg een praatje maken en gidsen reageerden hier volstrekt normaal op. U dient wel in uw achterhoofd te houden dat enkel de elite in Pyongyang mag wonen.

Honger wordt er niet meer geleden in het kluizenaarskoninkrijk

Buiten de hoofdstad is het een ander verhaal. Zoals Hoogeveen in zijn boek stelt zijn de mensen hier veel armer. Honger wordt echter niet meer geleden. Het land was veel groener en vruchtbaarder dan ik ooit had kunnen denken. Wel is de voeding nog zeer eenzijdig. Zoals Hoogeveen terecht beschrijft wordt het socialisme steeds meer aan de kant geschoven en vervangen door moderne managementtechnieken. Ook de boeren mogen een steeds groter deel van hun oogst op de vrije markt verkopen. Overal in het land zie je dat er een klasse van handelaars ontstaan is die zeer kapitaalkrachtig is. Designerkleren en dure telefoons kom je in Pyongyang steeds meer tegen.

Economische ontwikkeling kan politieke verandering brengen

Net als Hoogeveen vind ook ik dat we met Noord-Korea de dialoog dienen aan te gaan. Ook ik denk dat economische ontwikkeling ook politieke veranderingen teweeg zal brengen. Er is reden tot hoop. Noord- en Zuid-Korea lijken eindelijk officieel vrede te gaan sluiten en Noord-Korea praat met de VS. Hun kernwapens zullen ze niet zomaar opgeven. Die moet men zien als een soort levensverzekering. Door de kernwapens kan het conventionele leger worden ingekrompen. Deze ontwikkeling zal de economie ten goede komen. Hoogeveen stelt met recht dat in geval van vrede Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger kan worden. Ze hebben alles in huis om economisch succesvol te worden: veel zeldzame grondstoffen, een hardwerkende, hoogopgeleide bevolking.

Dit boek is vooral interessant voor mensen die een boek zoeken dat gemakkelijk leest, zich niet in details verliest, maar wel een goed beeld geeft van de ontwikkelingen in het huidige Noord-Korea.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Noord-Korea: Voorspelling voor 2019

The National Interest, een toonaangevend tijdschrift over internationale betrekkingen, heeft onlangs aan 27 Noord-Korea experts gevraagd om in 500 woorden aan te geven wat hun voorspellingen zijn voor 2019. Gaan we terug naar “Fire and Fury” of ligt er een duurzame Koreaanse vrede in het verschiet? Via Novini doe ik graag mijn bijdrage. 

Waar 2017 bekend stond om ‘Fire and Fury’, was 2018 het jaar van ‘de Koreaanse vrede die niet kwam’.

Op 1 januari 2018 deed Kim Jong-un in zijn nieuwjaarstoespraak – naast aangeven dat zijn nucleaire arsenaal was voltooid – een handreiking aan Zuid-Korea om de relaties te verbeteren. Vanaf dat moment greep de toenaderingsgezinde president Moon Jae-in van Zuid-Korea zijn kans op een diplomatieke doorbraak. En die kwam er. Succesvolle diplomatie tijdens de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, en topontmoetingen tussen de leiders van Noord- en Zuid-Korea volgden. Het hoogtepunt van 2018 was op 12 juni toen in Singapore de historische ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvond. Beide leiders spraken het vertrouwen in elkaar uit om in goede wil te gaan onderhandelen om de problemen op het Koreaanse schiereiland op te lossen. Richtlijn voor deze onderhandelingen was het ‘June 12 Joint Statement’, waarin werd aangegeven dat beide landen zouden toewerken naar ‘duurzame vrede’ en de ‘denuclearisatie van het Koreaanse Schiereiland’.

Onderhandelingen zitten muurvast

Al snel werd echter duidelijk dat, ondanks de zalvende woorden van Trump en Kim, de Amerikanen en de Noord-Koreanen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan. Het probleem komt op het volgende neer: De Amerikanen willen dat Noord-Korea per direct alle nucleaire wapens opgeeft, en willen dan pas onderhandelen over vrede. De Noord-Koreanen zien dit als onvoorwaardelijke overgave, en willen het ‘Joint Statement’ stapsgewijs implementeren: eerst onderhandelen over veiligheidsgaranties voor het regime en sanctieverlichting, dan over denuclearisering, daarna over een vredesverdrag.

Denktanks

De onderhandelingen tussen beide landen zitten dus muurvast. Daarbij heeft de vooringenomen berichtgeving in de media ook niet geholpen. Regelmatig werd er informatie ‘gelekt’ door militair-industriële denktanks dat de Noord-Koreanen zouden ‘vals spelen’ en ‘niet te vertrouwen zijn’. Hetgeen niet mogelijk is aangezien er nooit een bindende overeenkomst is getekend.

Onenigheid in het Witte Huis

Wat ook niet heeft geholpen is de onenigheid in het Witte Huis over hoe met de Noord-Koreanen te onderhandelen. De onconventionele president Trump gaf meerdere keren aan vredesonderhandelingen een kans te geven. “KOREAN WAR TO END!”, twitterde hij op 27 april. Maar zijn adviseurs en medewerkers staan hier minder welwillend tegenover.

Toenadering

Wat kunnen we verwachten in 2019? Ik verwacht dat Noord- en Zuid-Korea onverminderd door zullen gaan met het beleid van toenadering. Onlangs werden er landmijnen en bewakingsposten verwijderd uit de zwaarbewapende ‘gedemilitariseerde zone’, en er lijkt binnenkort een trein over de grens te gaan rijden. Kleine maar belangrijke stappen om wederzijds vertrouwen te creëren.

Nieuwe top

Daarnaast verwacht ik dat er een tweede ontmoeting plaats zal gaan vinden tussen Trump en Kim. Waarschijnlijk ergens in het voorjaar. Aangezien het voor de beleidsmakers van beide landen niet mogelijk is gebleken om verder te komen met de onderhandelingen, moet een nieuwe top tussen de leiders de impasse doorbreken.

Diplomatie

Ik verwacht niet dat de spanningen uit 2017 snel zullen terugkeren. Dat is in niemands belang. Een nieuwe nucleaire test of raketoefening van Noord-Korea zal al het opgebouwde krediet van Kim Jong-un op het wereldtoneel teniet doen. Daarin moet de rol van China ook niet worden vergeten. Peking heeft altijd laten weten niets op te hebben met de testen. Voor Trump zou het afbreken van de onderhandelingen de ultieme diplomatieke nederlaag betekenen. De kans is groot dat oorlogszuchtige haviken in het Witte Huis dan over willen gaan op daadwerkelijke militaire actie. Zover zullen beide leiders het hopelijk niet laten komen.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

De Staatsveiligheid en het Gele Gevaar

Ooit, begin jaren ’80 was China een zogenaamde vriend van België en was er officieel voor onze staatsveiligheid niets met dat land aan de hand. Voor China te kritische artikelen zag men zelfs niet graag verschijnen. Onze bedrijven maakten er immers pillen en telefooncentrales en dus moest men hen koesteren, liefhebben. En, belangrijker, China en de VS vormden op dat ogenblik een alliantie tegen de Sovjet-Unie. Al een hele tijd is dit veranderd en laat onze Staatsveiligheid de ene waarschuwing na de andere over dat land op ons los.

De zaak van elektriciteitsdistributeur Eandis was er een voorbeeld van. Dat Chinezen er in gingen investeren was gevaarlijk, want zij zouden wel eens te weten kunnen komen hoe onze elektriciteitsvoorziening er uitziet. Een pak onzin, maar onze politici bogen als angsthazen voor die onheilsboodschap.

Chinese cultuur is staatsgevaarlijk

Recent was Vlaams Belanger Filip Dewinter aan de beurt om vanuit de Staatsveiligheid een ton modder over zich heen te krijgen want de man hielp een Chinese culturele vereniging hun weg in België vinden. Gevaarlijk, stelden onze spionnen want ze wilden zo goodwill creëren in ons land. Chinezen die hier goodwill willen zoeken! Sidder en beef Belg want daar is het Gele Gevaar. Met Dewinter als het gele mannetje van president Xi Jinping.

Vraag is wat voor ons land op veiligheidsgebied het gevaarlijkst is natuurlijk. Sinds de onthullingen van Edward Snowden weten we dat de Amerikaanse spionagedienst NSA samen met het Britse GCHQ alle communicatie afluisteren wereldwijd. En dus ook die van onze koning, premier, de chef van de federale politie en die van beenhouwer Jean-Paul om de hoek.

Keizerlijk paleis Beijing
Voor onze Staatsveiligheid is China een gevaarlijk land dat wij best zoveel mogelijk mijden. Dit terwijl het veruit de grootste economische kracht ter wereld is die ook massaal in ons land investeert. Speelt de Staatsveiligheid het spel van de VS?

Recent bleek dat ze zelfs de ongetwijfeld geheime communicatie van de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman nauwgezet volgen. En dat is toch een voor Washington wel veel belangrijkere ‘bondgenoot’ dan onze Charles Michel of zijn Nederlandse collega Mark Rutte.

De vriend van de NSA

Toen het in september 2013 uitlekte dat die NSA/GCHQ ook op grote schaal bij de communicatiesystemen van Proximus hadden ingebroken verscheen er in het maandblad MO gelijktijdig een gesprek met Eddy Testelmans, toen de chef van onze militaire veiligheidsdienst, die pochte met zijn goede en open en bloot relatie met de Amerikaanse generaal Keith Alexander, toen de baas van de NSA, het Nationaal Veiligheidsagentschap.

Maar daarvoor hoor je onze veiligheidsdiensten zeker nooit waarschuwen. Die mogen de telefoons van onze premier Charles Michel dus afluisteren? Bovendien weet zowat iedereen die wat thuis is in de internationale politiek dat de VS al heel veel jaren een economische oorlog voeren tegen de EU. De gigantische speculatie tegen de euro van een paar jaar terug gebeurde toch vanuit Wall Street?

‘Invloed verwerven’

En op een ogenblik dat China en haar ondernemingen op grote schaal in het buitenland investeren – Het land zit men een enorme berg geld die men nu eenmaal ergens rendabel moet beleggen – begint de Staatsveiligheid onrust te zaaien en ons angst aan te jagen want ‘China zoekt hier invloed te verwerven’. Wow, wat een gevaarlijk plan. China wil hier invloed krijgen. Om bang van te worden?

Prietpraat natuurlijk. Recent stuurde ons land een grote handelsdelegatie naar Marokko. Waarom? Om er invloed te verwerven om zo beter handel te kunnen drijven en de samenwerking op andere vlakken te verbeteren. Een erg goede zaak al zou men de export van hasj moeten op tafel leggen want Marokko is de veruit grootste exporteur ervan. Maar daarover horen we niets natuurlijk. Ook niet toen Bart De Wever er recent rondjes liep.

Spionnen

En dat er onder die tienduizenden Chinezen die hier rondlopen spionnen zitten zal wel. Waarom zou men daarover speciaal alarm moeten slaan? Er zijn hier vele honderden ‘geheime agenten’ onder allerlei vermommingen. Brussel heeft van veel landen tot drie verschillende ambassades (het koninkrijk, NAVO en de EU) en daar zitten pakken spionnen tussen hoor.

Geely autoproducent
Als we het verhaal van onze Staatsveiligheid en ook van professor Internationale Relaties Jonathan Holslag moeten geloven dan is ook de aankoop van Volvo door de Chinese automaker Geely uiterst verdacht en zelfs een gevaar voor onze veiligheid.

Trouwens ambassades dienen toch om via allerlei soms erg discrete contacten zoveel mogelijk informatie over het gastland te verkrijgen. Spionage dus! Zo zijn er bovendien de aan de ambassades verbonden militaire attachés die bijna in de regel werken voor de militaire inlichtingendiensten van hun land. Ook België doet dat trouwens. Niets speciaals, het is dagelijkse kost.

Scharnierpunt in de geschiedenis

Maar qua geopolitiek zitten België en de EU zoals heel de wereld op een scharnierpunt. De oude gevestigde orde is kapot en wat er voor in de plaats gaat komen weten we niet. Er zijn in wezen drie grote economische blokken met de EU op nummer twee, de VS en China de grootste. Met daarnaast spelers als India en Rusland. Waarbij de VS tegen iedereen op dit ogenblik een felle economische oorlog voert om hen zo op de knieën te dwingen. America First!

De VS wil China’s groei kapot maken en hen zo veel als mogelijk isoleren. Het gevolg is een enorm pak aan propaganda vol leugens, verdraaiingen en halve waarheden over China in onze media. De kranten staan er vol van met verhalen komende vanuit de VS om zo het Europese wereldbeeld te kneden richting daar waar Washington het wil. Met China als het rijk des duivels, naast dan Rusland uiteraard.

Maar België en de EU hebben niet de minste reden om dit spel mee te spelen. Integendeel, wij hebben er alle belang bij om met zoveel mogelijk landen op goede voet te staan. Zelfs al doen zij dingen die ons niet aanstaan, zoals het strafbaar stellen van homofilie. De wereld behoeft vrede en stabiliteit zodat de economie verder op volle kracht kan groeien en we – niet gestoord door ruzies – het klimaatprobleem kunnen aanpakken.

Op een ogenblik dat de Chinese internetverkoper Alibaba op termijn in de sociaal-economisch nog steeds noodlijdende Luikse regio mogelijkerwijs duizenden banen gaat realiseren komen de heren en dames van onze Staatsveiligheid ons waarschuwen voor Chinese beïnvloeding. Dat is om zowel te vloeken, te lachen als te schreien.

Behoefte aan stabiliteit

Uiteraard moeten wij binnen de EU ons eigen beleid voeren en niet de naïeveling uithangen. En het beschermen van ‘s lands economische en strategische vitale onderdelen is zeer belangrijk. Ook China doet dat trouwens. Terecht.

BYD - Brussel - Taxi's - 1
Inderdaad, de Chinese invasie is begonnen. Hier taxi’s van BYD in Brussel. Recent verkocht het ook bussen voor de luchthaven van Zaventem. Als dat geen bewijs is voor de heel kwade bedoeling van China. Toch als we onze vrienden van de Staatsveiligheid moeten geloven.

Maar als we zien dat een Chinees bedrijf hier in de regio Charleroi elektrische auto’s gaat maken, als we zien dat het Chinese Geely toen het autobouwer Volvo overnam tot heden een goede investeerder bleek – kijk eens naar GM met Opel en Ford met Genk – dan is het bestaan van het Gele Gevaar in essentie een pure fantasie. Een uitvinding van de PR-bureaus van Uncle Sam.

Wiens belang?

Men kan zich trouwens hier de vraag stellen wiens belang onze Staatsveiligheid met dit soort verhalen over het ‘Gele Gevaar’ dient? Dat van de VS die China wil isoleren of dat van een land dat elke investeerder en handelspartner dient welkom te heten. Dit lijkt eerder op het dienen van Washington dan op het helpen van ons land.

België en de EU behoeven stabiliteit en geen geruzie, zeker niet als dat dan nog in het voordeel is van een andere ons in wezen vijandige mogendheid. Het waren toch geen Chinese speculanten die enkele jaren geleden hoopten de euro en zo de EU kapot te maken?

DSC_0090 (1)
Hier Wang Chuangfu, de erg discrete grote baas en stichter van BYD in Londen bij de inauguratie van twee door elektrische bussen van BYD bediende buslijnen. In Londen rijden er nu al tientallen elektrische bussen van BYD rond. Zij vertrekken om 6 uur en komen rond 11 terug binnen zonder tussendoor te moeten geladen worden. Hier weigert de Vlaamse busmaatschappij De Lijn en Ben Weyts (N-VA), minister voor Verkeer om elektrische bussen te bestellen. Zou busmaker Van Hool die technologie nog niet onder de knieën hebben? Het lijkt er op.

En als we problemen hebben met de Chinese economische opmars dan is dat ook deels de fout van de EU. Al jaren investeren de Chinese overheid en lokale private bedrijven er in de productie van batterijen en elektrische voertuigen. Het zijn Japan, Zuid-Korea en vooral China die elektrische batterijen maken. Arm Europa.

Elektrische auto’s

Een privaat beursgenoteerd bedrijf als BYD (Build Your Dreams) uit het Chinese Shenzhen produceert met haar eigen batterijen massaal elektrische wagens en ook in Amiens en Hongarije bussen en is zeer rendabel en beursgenoteerd. Het is bovendien groter dan Tesla van die blaaskaak Elon Musk.

Het Chinese parlement stemde zelfs wetten die de autobedrijven verplichten een procentueel elk jaar stijgend aantal elektrische wagens te maken. En men zet er nu verplicht een algemeen recyclagesysteem op voor die batterijen.

En wat doet Europa? Er zijn eindelijk ‘plannen’ want de Duitse autonijverheid zweerde tot vorig jaar bij de… diesel. Daar zit het gele gevaar, zijnde bij de domme beslissingen van de Europese beleidsmensen die onvoldoende kritisch de wereld bekijken. Hetzelfde trouwens voor het internet waar alle belangrijke takken van deze industrie Amerikaans zijn en er amper iets Europees is in terug te vinden. En dat is uiteraard geen toeval.

 

Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Hoe bevolking Zuid-Korea over hereniging met noorden denkt

Na zo’n zeven decennia deling zien steeds minder Zuid-Koreanen de hereniging van hun land met Noord-Korea nog zitten. Maar het is de moeite waard om de zaak eens wat preciezer te aanschouwen.

Waar de houding van Pyongyang ten opzichte van deelname aan de Olympische Winterspelen van 9 tot 25 februari in het Zuid-Koreaanse Pyeonchang aanvankelijk afwijzend was, heeft de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zijn opstelling gewijzigd, en inmiddels vinden in de grensplaats Panmunjeom voor het eerst sinds jaren weer gesprekken plaats tussen de twee Korea’s.

Motief en doel van Kims draai is enerzijds om Washington en Seoul weer uit elkaar te drijven, wat goed mogelijk is. De regeringen van de Republiek Korea en de Verenigde Staten streven namelijk tenminste deels tegengestelde strategieën na tegenover de Democratische Volksrepubliek Korea. De VS zetten vooral op de militaire kaart. De Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in streeft daarentegen een vreedzame dialoog met Noord-Korea na en zou in zoverre de Zonneschijnpolitiek van president Kim Dae-jung voort willen zetten. Moon wordt echter enigszins beperkt in zijn handelingsruimte omdat hij geen meerderheid in het Zuid-Koreaanse parlement heeft.

Een andere reden voor Pyongyangs draai is het succes van de door de Verenigde Naties opgelegde sancties. Niet zonder reden riep Kim Jong-un in zijn nieuwjaarstoespraak zijn overheidsfunctionarissen op tot solidariteit, “naarmate de voorziening schaarser wordt”. Hij zal in de gesprekken met Zuid-Korea dan ook zeker om hulp vragen.

Publieke opinie

Nu er weer gesproken wordt tussen noord en zuid, wordt ook de vraag weer van belang hoe de Zuid-Koreaanse bevolking eigenlijk tegen hereniging aankijkt. Daarbij moet bedacht worden dat de oude generatie de verschrikkingen van de Korea-oorlog nog niet vergeten is, jonge mensen daarentegen slechts de situatie van de deling kennen, en dat in de meer dan 60 jaren deling een vervreemding ten opzichte van de volksgenoten in het noorden is ingetreden. Verbindingen over de 38e breedtegraad zijn er niet, per telefoon noch per post.

Twee decennia geleden zag nog circa acht op de tien Zuid-Koreanen de hereniging als “beslist noodzakelijk”, in 2014 was het nog 69,3 procent en vandaag de dag zou het – mede beïnvloedt door de huidige spanning over het kernwapenprogramma van Noord-Korea – nog slechts 55 procent zijn. Bij de 20-jarigen ligt het zelfs onder de 50 procent. Overigens is ook nu nog bijna 70 procent van de Zuid-Koreaanse bevolking in principe voor de eenheid.

Kosten

Bij hereniging van noord en zuid schat men de kosten voor de wederopbouw van Noord-Korea alleen voor de eerste jaren op omgerekend meer dan 200 miljard euro. Hoewel Zuid-Korea een rijk land is, zou het deze kosten nooit op kunnen brengen. Veel Zuid-Koreanen zijn daarbij ook niet bereid een offer te brengen voor de hereniging.

Niet weinig van de bevraagden verwachten ook dat de eenheid onrust en veel sociale problemen met zich mee zal brengen. Deze afwijzende houding gaat inmiddels zo ver, dat bijna een derde van de bevraagden de noorderlingen niet meer tot het eigen volk rekent. Wanneer echter een beroep wordt gedaan op het patriottisme van de Zuid-Koreanen en herinnert wordt aan de geschiedenis van hun volk, dan is circa 80 procent tot wezenlijke offers bereid. Als belangrijkste motief wordt daarbij de hoop genoemd een oorlog te vermijden, pas op de tweede plaats staat het motief één volk te zijn.

Twee-statenoplossing

In de laatste jaren is het aantal voorstanders van een twee-statenoplossing toegenomen, zij zijn voor de status quo en zien meer in vreedzaam naast elkaar leven dan in hereniging. Inmiddels zou hun aandeel tot ruim 13 procent gegroeid zijn. De meesten van hen zijn jonge, hoogopgeleide, goed verdienende Zuid-Koreanen, een groep met niet geringe invloed op de publieke opinie in het land.

Formeel streeft ook Noord-Korea naar hereniging. In 2000 zijn Kim Dae-jung en Kim Jong-il het eens geworden dat deze gezocht zou moeten worden in de richting van een losse (con)federatie en economische samenwerking. De huidige Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un lijkt door middel van het scheppen van een situatie van wederzijdse afschrikking versus de Verenigde Staten echter eerst de onafhankelijke positie van de Volksrepubliek veilig te willen stellen.

Posted on

Waarom Kim Jong-un zijn kernwapenprogramma nooit op zal geven

In de ochtendschemer van woensdag lanceerde Kim Jong-un een intercontinentale raket die een hoogte van bijna 2800 mijl (4500 km) bereikte, voor hij in de Japanse Zee viel. Noord-Korea heeft nu bewezen dat het in staat is Washington D.C. te halen met een raket. Nog altijd onbewezen is of Kim een kernkop kan maken die klein genoeg is om door die raket afgeleverd te worden en of die raket met de nodige precisie zijn doel kan bereiken ook na de trillingen van de dampkring. Er zijn meer proeven en tijd nodig om daar duidelijkheid over te krijgen.

Amerikaanse markten trokken zich dan ook niets aan van Kims Hwasong-15-raket en stegen naar record-hoogtes op woensdag en donderdag.

President Donald Trump nam het minder goed op. “Little Rocket Man” is een “sick puppy”, zo stelde hij tegenover een publiek in Missouri. Amerikaans ambassadeur bij de VN Nikki Haley stelde in de Veiligheidsraad, dat “als er oorlog komt [..] het Noord-Koreaanse regime totaal uitgevaagd zal worden.” Vervolgens waarschuwde ze de Chinese president Xi Jinping, dat “als China de olieleveringen (aan Noord-Korea, red.) niet stopt, wij (de VS, red.) de oliesituatie zelf ter hand kunnen nemen.” Doelt Haley hier op het bombarderen van pijpleidingen in Noord-Korea – of China?

De woede van de president en het snoeven van Haley weerspiegelen een pijnlijke realiteit: Hoe inhumaan en rücksichtslos de 33-jarige dictator van Noord-Korea ook is, hij speelt het pokerspel met de hoogste inzet op deze aardkloot, tegen de mondiale supermacht, en hij speelt het opmerkelijk goed. Reden: Kim begrijpt ons mogelijk beter dan wij hem, en het lijkt erop dat hij daarom minder aarzelt om het risico te lopen van een oorlog die hij niet kan winnen.

Want hoewel een tweede Koreaanse Oorlog zeer wel zou kunnen eindigen met de vernietiging van het leger van het Noorden en van Kims bewind, zou het vrijwel zeker ook resulteren in ongeziene duizendtallen dode Zuid-Koreanen en Amerikanen. En Kim weet dat hoe meer Amerikaanse levens hij op het spel kan zetten door raketten met kernkoppen, hoe onwaarschijnlijker het wordt dat de Amerikanen ten oorlog zullen trekken tegen hem.

Zijn calculatie lijkt tot nu toe op te gaan. Zolang hij zijn hand niet overspeelt en Trump dwingt om te kiezen voor oorlog in plaats van het tolereren van een Noord-Korea dat kernraketten op de VS zou kunnen doen neerkomen, kan Kim deze confrontatie winnen. Waarom? Omdat de concessies die Kim verlangt niet volstrekt onacceptabel zijn.

Wat wil Kim?

In eerste instantie wil hij een einde aan de gezamenlijke militaire oefeningen van de VS en Zuid-Korea, die hij ziet als een potentiële aanloop naar een verrassingsaanval. Hij wil een einde aan de sancties, Amerikaanse erkenning van zijn bewind en acceptatie van zijn status als een kernwapenstaat. Vervolgens wil hij terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Zuid-Korea en internationale hulp.

Eerdere regeringen – Clinton, Bush II, Obama – zagen veel van deze eisen als onderhandelbaar. En het accepteren van sommige van deze voorwaarden of zelfs alle, zou geen groot gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid of vitale belangen inhouden. Ze zouden echter wel een ernstig gezichtsverlies inhouden.

Aanvaarding van dergelijke eisen door de VS zou een triomf voor Kim zijn en zijn riskante nucleaire strategie valideren, het zou een diplomatieke nederlaag voor de  VS zijn. Little Rocket Man zou The Donald overtroefd hebben.

Bovendien zou de geloofwaardigheid van de Amerikaanse afschrikking ter discussie komen te staan. Je zou mogen verwachten dat Zuid-Korea en Japan over hun eigen afschrikkingsmiddelen na zouden gaan denken, uit vrees dat de VS nooit werkelijk zijn eigen land op het spel zou zetten, maar een deal zou sluiten ten koste van hen. We zouden opnieuw het gehuil over ‘München’ op horen gaan en de schim van Neville Chamberlain zou opgeroepen worden voor rituele denunciatie.

Tijd voor de waarheid

Maar de tijd is gekomen voor de waarheid: Onze eis van “denuclearisatie van het Koreaanse schiereiland” zal niet ingewilligd worden, tenzij door een Amerikaanse oorlog en bezetting van Noord-Korea.

Kim heeft gezien hoe Bush II, toen het Amerikaanse belangen diende, zich terugtrok uit een 30-jaar oud ABM-verdrag met Moskou. Hij heeft gezien hoe, nadat hij al zijn massavernietigingswapens opgaf om een vergelijk te vinden met het Westen, Muammar Khadaffi aangevallen werd door de NAVO en uiteindelijk gelyncht werd.

Hij kan zien welke waarde Amerikanen hechten aan de nucleaire verdragen die ze tekenen door te kijken naar de brede roep uit de Republikeinse partij om de Iraanse Kerndeal de nek om te draaien en ‘regime change’ teweeg te brengen in Teheran, ofschoon Iran VN-inspecteurs toelaat om door het land te trekken en aan te tonen dat ze geen kernwapenprogramma hebben.

Voor Amerika’s post-Koude Oorlog-vijanden is de les duidelijk: Als je je massavernietigingswapens opgeeft, eindig je als Khadaffi en Saddam Hoessein. Als je kernwapens bouwt die de Amerikanen kunnen bedreigen, dan krijg je respect. Kim Jong-un zou wel gek zijn om zijn raketten en kernkoppen op te geven. En hoewel de man veel is, is hij geen gek.

We naderen een punt waarop de keuze  is tussen een oorlog met Noord-Korea waarin duizenden om zouden komen, of bevestigen dat de VS niet bereid zijn het eigen land op het spel te zetten om Kim af te houden van wat hij al heeft – kernwapens en raketten om ze af te leveren.

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

Frankrijk zet relatie met Italië onder spanning door draai over scheepswerf

De Franse regering heeft met haar aankondiging de grootste scheepswerf van het land te nationaliseren voor ergernis in het buurland Italië gezorgd.

Nog tijdens de ambtstermijn van president François Hollande was men namelijk overeengekomen dat het Italiaanse concern Fincantieri, met 21 scheepswerven in 7 landen, een aandeel van 48 procent in de scheepsbouwer STX in Saint-Nazaire zou krijgen. Nog eens zeven procent zou in handen komen van een Italiaanse financiële instelling.

Tot verrassing van de Italianen heeft de nieuwe Franse regering onlangs echter een abrupte draai gemaakt. Gepaard met een korte deadline, werd de Italiaanse zijde geconfronteerd met de eis af te zien van een meerderheidsaandeel in Frankrijks bekendste werf. “Als onze Italiaanse vrienden ons redelijke voorstel niet accepteren, zal de staat zijn recht van voorverkoop waarnemen”, aldus minister van Economische Zaken en Financiën Bruno Le Maire.

De meerderheid van de aandelen van de vroeger onder de naam Chantiers de l’Atlantique bekende werf zijn tot nu toe in handen van de Zuid-Koreaanse groep STX Offshore and Shipbuilding. De Franse staat heeft 33 procent van de aandelen in de onderneming.

De dupe van de draai van de Franse regering is vooral Europa’s grootste scheepsbouwer, het Italiaanse bedrijf Fincantier. De Italianen waren van plan geweest onder andere met de overname van de Franse werf een soort Airbus van de scheepvaart te creëren. Volgens berichten in Franse media zou de Italiaanse concurrent de enige geweest zijn die een aanbod gedaan had gedaan om de STX-werf over te nemen.

De Franse pers speculeert intussen welke motieven achter de draai van Parijs steken. In sommige berichten wordt het vermoeden geuit dat nationalisatie alleen een tussenstap zou zijn, zodat de staat de werf later door kan spelen aan een ander bedrijf. Anderen wijzen op de vrees dat Franse technologie mogelijk naar China vloeit als beweegreden. De Italiaanse scheepsbouwer Fincantieri heeft in China een joint venture voor de bouw van cruiseschepen.

De Franse regering noemt als motief zorgen om de regionale economie en de zekerheid van arbeidsplaatsen. Ook bij overname door de Italianen zou Saint-Nazaire op basis van bestaande opdrachten echter nog voor jaren van opdrachten verzekerd zijn geweest.

De draai ten aanzien van de overname van STX is niet het enige punt dat de verhouding tussen Frankrijk en Italië onder spanning zet en in Rome voor ergernis zorgt in de aanloop naar een voor eind september geplande topontmoeting van de beide regeringen. Zo heeft de Franse president Emmanuel Macron herhaaldelijk opgeroepen tot solidariteit van de oostelijk EU-lidstaten in de asielcrisis, maar toen Italië om hulp vroeg in de Middellandse Zee, gaf Parijs niet thuis. Ook Macrons proefballonnetje over het inrichten van registratiecentra voor asielzoekers in Libië, werd in Rome net als in Brussel niet goed ontvangen. Met de publiekelijke aankondiging dat Frankrijk desnoods solo, zonder de EU, in Libië dergelijke centra wil inrichten, voelde niet alleen de Europese Commissie zich aan de kant gezet. Ook de Italiaanse regering kreeg te horen dat Parijs hen er niet bij wel hebben in de onderhandelingen hierover met Tripoli.