Terra Benedicta: Hongaarse wijnavond

door | 5 december 2019

Epoque was met Marco van den Boomgaard, kenner van Hongaarse wijnen, te gast op de Hongaarse ambassade in Den Haag voor een exclusieve proeverij van Hongaarse wijnen. Een geknipt avondje voor Blauwe Tijgers: veel wijn, uitmuntend gezelschap en ook nog eens uit het prachtige Hongarije. De wijnproeverij-masterclass kreeg de naam mee Terra Benedicta, the land of Hungarian Wine. Dus deze (be)neven(/l)functie geven we u gelijk maar even cadeau. Transparantie alom in het Haagse, nietwaar?

Vinologe Andrea Furjak

De zojuist gerenoveerde en opnieuw geopende locatie van de ambassade droeg bij aan een welkome en hartelijke sfeer. De ambassadeur, H.E. András Kocsis, en de  gehele staf stonden met open armen voor ons klaar. Eenmaal op onze stoel was het al snel duidelijk dat dit een serieuze masterclass ging worden. De Hongaarse vinologe, Andrea Furjak, had de selectie gemaakt van witte en rode wijnen waarbij de witte voornamelijk van vulkanische bodem afkomstig waren. Tevens een mooie gelegenheid om de inheemse Hongaarse druiven te presenteren.

Aan de bovenzijde van het Balatonmeer bevinden zich zeer gerenommeerde wijnhuizen met een specialiteit aan ‘nog te ontdekken’ wijndruiven, aldus Andrea Furjak. Zo passeerde deze avond de Rhein Rizling, de Olaszrizling en de Juhfark onze tafels. Vulkanische bodem geeft veel mee aan de smaak hebben we mogen ervaren. Zo waren we verrast door de zeste van citrus en de kruidigheid van onder andere zwarte pepers.

Er gaat uiteraard geen Hongaarse wijnproeverij voorbij zonder de alom bekende Tokaij wijn. Deze streek in het noord-oosten van Hongarije stond in het verleden bekend om de zoete witten wijnen, de Aszu. Des te meer vreugde om te zien dat er nu ook veelbelovende droge witte wijnen uit Tokaij komen. De streek is eigenlijk een berg, wederom een vulkanische berg  welke goed gevoede grond heeft dankzij twee rivieren die om deze berg lopen. Het klimaat geeft een droge herfst die de ‘nobele rotting’ goed doet. Maar goed, droge witte Tokaij dus die de vinologe ons deze avond voorschrijft en wat voor één? De hárslevelü druif uit 2018 van het wijnhuis Kikelet. De mooie ronde zuurtjes van abrikozenschil bepalen de smaak waarbij het in de neus kruidiger en meer stro en hooi deed lijken. Een waar genot voor de sommelier om met dit gerecht de juiste wijn spijs combinaties te adviseren.

Op naar de rode wijnen. Ook daarin was weer een mooie selectie gemaakt. Zo mochten we beginnen met de Kékfrankos van wijnhuis Luka. Een fruitig druifje vanuit de Balaton regio heeft snel iets weg van aalbessen en framboos kortom een echte appetizer.

Na het fruitige was het tijd voor wat kanonslagen, de “Bikavér”. Bikavér (wat letterlijk Stierenbloed betekent) is wat Chianti voor de Italianen is: de meest bekende rode wijn uit het land van herkomst. Stierenbloed wordt geproduceerd in twee gebieden. De bekendste is uit Eger (de Egri Bikavér) maar we mogen beginnen met de variant uit Szekszárd. Deze plaats ligt 160 kilometer lijnrecht onder Boedapest en is dus een wat zuidelijke wijnstreek wat de rode wijnen ten goede komt. Ook hier is de bodem van vulkanische soort en dat geeft de Ivanvölgyi Bikavér een wat rokerige neus en mooie zwarte pepers in de mond. Vanuit Szekszárd werden we meegenomen naar de meest bekende Egri Bikavér. De wijn uit deze stad was de Superior van het huis Bólyki.  Een wijn waarbij mes en vork gewenst is en die in het rijtje van de Gigondas en Châteauneuf-du-pape past. Ik raad de lezers aan zich eens te verdiepen in de historie van het Stierenbloed; zeer de moeite waard.

En dan als klap op de vuurpijl: Regio Villany, druif Cabernet Francs, wijnhuis Gere. De regio Villany is één van de meest belovende wijngebieden van Europa. Dit gebied is gelegen onder de stad Pécs en ligt tegen de Kroatische grens aan. De afstand met de evenaar is gelijk aan die van Bordeaux, dus zonuren genoeg. Daarnaast heeft deze regio invloeden van een mediterraan klimaat wat het nog wat droger maakt in het seizoen. Gevolg is dat de druif wat meer extract levert en dat is te proeven. De bodem is rijk gevoede kalkgrond waarnaast direct een bosrijke omgeving vergelijkbaar met de Loire. Dat is tevens de reden waarom de Cabernet Francs een ware parel is in Villany. Waar de Loire moeite heeft met deze druif in combinatie met klimaatverandering, heeft dit juist zijn voordelen in Zuid-West Hongarije. De Cabernet Francs geniet hier van vroege lentes en langere zomers en dat proef je. De smaak? Intens, fruitig, laurier met zijdezachte tannines. Alle wijnhuizen in Villany produceren nu ook de, in naam omgedoopte, “Villanyi Francs”, en zijn elk jaar weer in competitie om de beste  te produceren. Bij ons was de Csillagvölgy Villanyi Francs 2017 van wijnhuis Gere inmiddels in het glas geschonken, en bij de eerste slok wist ik het meteen: mooier dan dit kon het vandaag niet worden.

Tom Zwitser

 

Ook de kok van de ambassade deed nog een duit in het zakje met een voortreffelijk lichtgebonden kalfsbouillon met aardappel dumpling, groente en dragon waarna de Somloi Galuska volgde. Een heerlijk dessert van sponscake met walnoot, cacao, vanilleroom en rumrozijnen. Verkwikt en voldaan gingen we allen weer onze eigen weg maar één ding was duidelijk en bleef mij bij: Hongarije is “Terra Benedicta”, een gezegend land!

Henk-Jan Prosman en Marco van den Boomgaard

(Met dank aan H.E. András Kocsis en de gehele staf van de Hongaarse ambassade)

Marco van den Boomgaard, Andrea Furjak en H.E. András Kocsis

Tekst: Marco van den Boomgaard
Beeld: Henk-Jan Prosman en Tom Zwitser.